Deel van de groep of eenzaam tussen de anderen?
Trots of verlegen dat zij heiligen der laatste dagen
zijn?
Rustig, angstig of agressief wanneer godsdienst ter
sprake komt?
MORMOONSE KINDEREN OP SCHOOL
Vorig jaar werd de familie Thyssen gedoopt. Hun kinderen, acht, tien
en dertien jaar, waren steeds naar een katholieke school gegaan en
hadden deelgenomen aan godsdienstlessen, biecht, eucharistieviering.
Het meisje van dertien had haar plechtige communie gedaan, de jongen
van tien begon zich er op voor te bereiden. Toen kwam, na enkele maanden
gesprekken, studie en gebed, de vreugdevolle toetreding tot de mormoonse
kerk.
Wat nu met de school? Vader en moeder Thyssen waren erg tevreden met
het onderwijs en de morele vorming die de kinderen gekregen hadden.
De kinderen zelf bleven ook liefst op hun school. Maar hoe de breuk
met de katholieke godsdienstlessen en sacramenten regelen? Hoe zouden
directie en leerkrachten reageren? Zouden de kinderen hun vriendjes
behouden?
Voor kerkleden bij wie kinderen van kleins mee in het geloof opgroeien,
komen de vragen niet zo onverwacht, maar toch klinken gelijk: Welke
school te kiezen? Zal onze geloofsovertuiging geeerbiedigd worden?
Zullen onze kinderen niet in verwarring gebracht worden? Heerst er
een morele sfeer in school? Of zelfs gewoon: kunnen ze bij het 's
middags overblijven iets anders dan koffie thee krijgen?
Elke vader, elke moeder weten hoe drukkend die vragen kunnen zijn.
Horizon* verzamelde hierover reacties, met behulp waarvan dit "Samen
praten over" werd opgebouwd. Na een korte inleiding over de situatie
van de schoolkeuze in Belgie en Nederland, zullen we een aantal brieven
over mormoonse ervaringen met de school weergeven. Maar sommige ouders
melden ook andere aspecten, m.n. het ontwikkelen van een onderwijsbewustzijn
bij de ouders, de inzet van de school in verband met wereldproblemen,
en de mogelijke spanning tussen kerkwerk en schoolwerk. Ook over die
aspecten vonden we het nuttig de gedachten van onze mensen weer te
geven. Alles bij elkaar meer dan voldoende stof voor een vruchtbare
uitwisseling.
WELKE SCHOOL IS DE BESTE ?
Eerst over termen overeenkomen: zowel in Belgie als in Nederland kan
men twee grote onderwijsrichtingen onderscheiden: aan de ene kant
heeft men het officiele of openbare onderwijs (georganiseerd door
de overheid, d.w.z. het rijk, een provincie of een gemeente), aan
de andere kant het vrije of confessionele onderwijs (georganiseerd
door een kerk of een stichting). Deze vereenvoudigde indeling voldoet
voor onze bespreking. Voor het gemak zullen we daarbij enkel de termen
openbaar en confessioneel aanhouden.
Het openbare onderwijs dient zich aan als ideologisch neutraal: geen
enkele specifieke godsdienstige overtuiging wordt er de kinderen opgedrongen.
In Belgie wordt er wel inzake ideologische opvoeding een verplichte
keuze geboden tussen godsdienstlessen (enkel voor de erkende godsdiensten:
katholicisme, protestantisme, jodendom of islam) of niet-confessionele
zedenleer (hetwelk echter dikwijls uitgesproken vrijzinnig is). In
Nederland bieden de openbare scholen facultatieve godsdienstlessen
aan.
Het confessionele onderwijs is in Belgie bijna volledig katholiek.
In Nederland is dit onder-
wijs deels katholiek en deels protestants-christelijk. In het confessionele
onderwijs geeft men godsdienstlessen als deel van het eigenlijke leerprogramma.
In de katholieke scholen is dit uitgesproken katholiek (met deelname
aan de sacramenten), in de protestants-christelijke scholen wordt
dit eerder algemeen gehouden daar er verschillende gezindten aanwezig
zijn.
Naar welke onderwijsrichting sturen de meeste mormoonse ouders hun
kinderen? Uit de reacties blijkt een voorkeur voor het confessionele
onderwijs. De gebruikte argumenten zijn voornamelijk 'bescherming',
'godsdienstige waarden' en 'betere mentaliteit'. Deze ouders vinden
dat het voor de kinderen beter is godsdienstonderricht te krijgen
dat eventueel hier en daar gecorrigeerd kan worden, dan in ongodsdienstig
milieu op te groeien.'
Zij die voor het openbare onderwijs kozen, gebruiken als argumenten
'meer openheid', "sterkere bewustwording'. Deze ouders vrezen
in het confessionele onderwijs 'de verkeerde leerstellingen die te
veel conflicten in een kinderziel zouden geven' en 'het gevoel van
afzondering dat een mormoons kind krijgt omdat het alleen een andere
overtuiging heeft.'
Uit die tweevoudige benadering blijken vooral de diepere opvoedkundige
opvattingen van de ouders. De ene groep, die het confessionele onderwijs
verkiest, is meer beschermend ingesteld: geestelijke en morele richtlijnen
moeten ook op school bijzonder benadrukt worden. De andere groep,
die de openbare school verkiest, is meer ontschermend ingesteld: deze
ouders vinden het belangrijk dat het kind op eigen benen leert staan,
dat het met vele opvattingen geconfronteerd wordt om doelbewuster
een eigen getuigenis te bouwen.
In beide groepen blijken min of meer veralgemeende vooroordelen te
bestaan, die trouwens eigen zijn aan onze maatschappij: enkelen denken
dat het openbare onderwijs overwegend atheistisch en immoreel is,
terwijl anderen het confessionele onderwijs als een haard van bijgeloof
en indoctrinatie zien. Het is evident dat hier genuanceerd moet worden
en dat veel afhangt van de situatie van elke school afzonderlijk.
Welke van beide houdingen en keuzen is nu 'de beste'? Het is duidelijk
dat dit volledig afhangt van de opvoedkundige gevoelens en principes
van de ouders, namelijk of zij eerder beschermend dan wel ontschermend
zijn ingesteld. Beide houdingen zijn even goed als ze standvastig
en evenwichtig volgehouden worden en als het gezin een openhartig
klankbord is voor gesprekken en bijsturing. Het lijkt dus fout wanneer
kerkleden anderen waarschuwen de een of andere onderwijsrichting niet
te kiezen. Zowel het openbare als het confessionele onderwijs zijn
geschikt voor mormoonse kinderen, overeenkomstig de persoonlijke opvoedkundige
inzichten van de ouders.
Toch is de schoolkeuze lang niet altijd een zuiver principiele kwestie.
Er gelden dikwijls andere, belangrijke argumenten van meer praktische
aard:
- Afstand tussen huis en school: een kortere afstand wordt meestal
verkozen.
- Goede naam van de school: zowel een openbare als een confessionele
school kan 'goed' of 'slecht' zijn; dit is afhankelijk van de inzet
van directie, leerkrachten en ouders, van de heersende mentaliteit
onder de kinderen, van de staat van gebouwen en materiaal, en vooral
van de kwaliteit van het verstrekte onderwijs.
- Bevriende contacten: heel belangrijk in een schoolkeuze lijken de
reeds bestaande persoon-lijke banden, namelijk buurtkameraadjes van
de kinderen, bevriende ouders van andere kinderen en kennissen onder
directie of leerkrachten.
MORMOONSE ERVARINGEN MET DE SCHOOL
Reacties kwamen over allerlei aspecten - hoe onze geloofsovertuiging
te melden aan de school, hoe het godsdienstonderwijs en de eventuele
verplichtingen te regelen, hoe te participeren in het schoolleven
zelf, enz. Volgens onze mormoonse ouders zijn er eigenlijk weinig
problemen met hun kinderen op school. Bijna alle ouders melden dat
zij over hun schoolkeuze tevreden zijn en dat de reacties van anderen
in verband met hun geloofsovertuiging positief zijn. We geven hierbij
een greep uit deze reacties (B staat voor een Belgische bron, N voor
een Nederlandse):
(B) "Nadat we het evangelie hadden aangenomen, hadden we onze
kinderen uitgelegd dat er misschien een andere school moest gekozen
worden, want ze gingen toen naar een abdij-school (katholiek). Evenwel
wilde ik eerst zuster directrice vragen of zij mijn voorstel tot neutraliteit
wilde aannemen, namelijk geen communievoorbereiding e.d. Ik zal nooit
de ervaring vergeten. Ik legde de situatie heel rustig maar heel duidelijk
uit. De directrice zei: 'Ik bewonder uw standvastige overtuiging en
wilde dat wij ook in de katholieke kerk zo'n
overtuigde gelovigen hadden; u moet niets vrezen, want er zal de kinderen
niets opgelegd worden behalve de gewone lesuren godsdienst.' De kinderen
zijn gebleven en elk trimester hebben wij als ouders gesprekken met
de leerkrachten. Wij verbazen ons erover dat zij ons gezin als een
voorbeeld zien."
(N) "Toen het moment kwam van het kiezen van een school vonden
we het erg moeilijk. We spraken met de leidster van een christelijke
kleuterschool en zij legde ons uit dat, aange-zien er kinderen van
verschillende gezindten op school zaten, er geen specifieke leerstellin-gen
werden geleerd. Er werd begonnen en geeindigd met gebed, bijbelverhalen
werden behandeld en de kinderen leerden liedjes met christelijke inslag.
Ook stond ze erg positief tegenover het feit dat onze kinderen mormoons
waren en reageerde: 'Wat leuk, die ken ik nog niet; vertel er eens
wat van.' Zo zijn onze kinderen het christelijk onderwijs gaan volgen
en we zijn er tot nu toe niet teleurgesteld over."
(B) "Wij kozen voor het openbaar onderwijs. Voor de kleuterschool
en zelfs voor de lagere school vind ik het niet zo direct nodig te
melden dat je kind uit een mormoons gezin komt. Er is toch een risico
dat je kind 'anders' bekeken wordt en daardoor geisoleerd wordt. Natuurlijk
hangt er veel af van de persoonlijkheid van het kind. Een actief,
extravert kind zal een meeslepend voorbeeld voor anderen zijn, maar
een verlegen kind komt in bijkomende moeilijkheden. Het belangrijkste
van de school is m.i. het onderwijs. Het godsdienstige mag daarin
geen storende factor zijn. In het middelbaar onderwijs wordt het wel
anders: de leerlingen worden er meer en meer geconfronteerd met in
te nemen standpunten en dan moeten ze leren uitkomen voor hun geloof.
Maar ik laat het aan de kinderen zelf over: het is een geweldige ervaring
als zijzelf op een bepaald moment 'kleur' kunnen bekennen en uitleggen
wat zij geloven. Ik meen dat je dat als ouders niet in hun plaats
moet doen. De zaken liggen uiteraard helemaal anders als de kinderen
naar een katholieke school gaan: dan kan je als ouders niet anders
dan bepaalde afspraken met de directie en de leerkrachten maken."
In verband met dit 'leren kleur bekennen' is de volgende reactie typerend.
Ze komt van een jongeman die tot de kerk bekeerd werd toen hij op
het einde van de middelbare school zat:
(N) "Ik was nogal huiverig om zomaar aan iedereen te vertellen
dat ik lid van de mormoonse kerk geworden was... Tijdens de laatste
godsdienstles van het schooljaar vertelden al mijn klasgenoten wat
ze na hun eind-examen gingen doen. Ik was als laatste aan de beurt.
Nu gaan bij ons op school twee 'bellen' aan het einde van het lesuur:
een eerste als het bijna tijd is, een tweede als het lokaal verlaten
mag worden. Meestal staat iedereen direct na de eerste bel al bij
de deur te wachten of is zelfs al vertrokken. Ik had nog twee minuten
om mijn verhaal te vertellen, dat ik op zending zou gaan voor de Kerk
van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Toen barstte
een vragenvuur los, en dat ging door na de eerste bel. En ook na de
tweede. En iedereen bleef zitten! Er was geen enkele beschimpende
opmerking, iedereen was oprecht gelnteresseerd in mijn verhaal. Ik
vond het de fijnste ervaring op school."
(B) "Toen ons dochtertje naar het eerste leerjaar over ging,
heb ik samen met Broeder W., wiens dochtertje in dezelfde klas zit,
om een onderhoud verzocht bij de directrice (zij is kloosterzuster).
We werden welwillend aanhoord en we legden de basisprincipes van onze
godsdienst uit. De directrice toonde hiervoor veel begrip en zegde
onze opvatting te zullen respecteren. Breeder W. gaf de directrice
het boek van Wilfried Decoo 'Het Mormonisme' ten geschenke. Dat is
nu in de bibliotheek van het klooster opgenomen en werd reeds door
verschillende nonnen gelezen.
Onze kinderen zijn open en vertellen thuis alles. Ze moeten formulegebeden
uit het hoofd leren, maar weten dat het 'een manier is waarop katholieken
bidden'. Ze gaan mee naar de eucharistievieringen (twee a drie per
jaar) en weten dat het 'de avondmaalsvergadering van de katholieken'
is. Ze blijven op hun stoel zitten als de anderen te communie gaan.
Het doet hen niets. De bijbelse verhalen die ze op school leren brengen
ze mee naar huis. We kunnen ze opvangen en eventuele fouten rechtzetten,
b.v. de 'appel' van Adam en Eva, de 'erfzonde', en dergelijke. Moeilijk
is om alles zodanig uit te leggen dat ze geen minachting voelen voor
katholieken. Woorden kunnen hen dat niet bijbrengen, het oeroude voorbeeld
zal het moeten doen. We stellen wel duidelijk dat we van hen verwachten
dat ze nooit een minachtend woord over een andere godsdienst zullen
spreken, dat ze eerbiedig zijn als ze een katholieke kerk bezoeken,
enz. Het is belangrijk de kinderen te laten praten over hun school,
af en toe hun catecheseschrift te doorbladeren en, indien nodig, wat
bijkomende uitleg te geven.
Toen onze dochter gedoopt werd, was haar onderwijzeres aanwezig, wat
ik ten zeerste appricieerde, en van haar directrice kreeg ze een mooie
kaart met een spreuk erop en een welgemeend proficiat."
Aangezien wij onze kinderen op 8-jarige leeftijd dopen, blijkt dit
een goede gelegenheid om mensen van de school te laten kennismaken
met de kerk:
(N) "Een van de beste ervaringen die je in verband met de school
kan meemaken is de doop. Toen onze Kees gedoopt werd, nodigde hij
zijn juffrouw uit en ook het schoolhoofd. Beiden kwamen en waren erg
onder de indruk van de eenvoud en de geest van de dienst en ook hoe
mijn man Kees doopte."
(B) "Toen we onze meisjes in de katholieke school lieten inschrijven,
heb ik gezegd dat we lid waren van een andere geloofsgemeenschap.
De directrice vroeg het een en ander, en in het kort vertelde ik enige
punten van ons geloof. Ze antwoordde dat ze het op prijs stelde, dat
mensen echt voor hun geloof durven uitkomen. Voor onze meisjes zou
er geen probleem zijn, zei ze, hoewel ze niet konden kiezen: er was
alleen godsdienstles. Het kruis-teken behoefden ze niet mee te maken,
dat was geen bezwaar, er was ook een mohammedaans meisje en die hoefde
het ook niet te doen. De godsdienstles moest dus wel gevolgd worden,
maar er werd niet vereist dat onze kinderen de lessen grondig zouden
kerinen. Bij de eucharistieviering mochten ze zelf kiezen, in de klas
blijven of meegaan en van achter in de kerk rustig meevolgen. We hebben
van onze kinderen nooit klachten gehoord in verband met spot over
onze godsdienst, het tegendeel eerder, bewondering.
"Onze zoon heeft zelfs voor een spreekbeurt over de kerk gesproken,
met het positieve resultaat dat z'n leraar en de onderpastoor met
vragen bij ons kwamen. Op een keer had ik met deze onderpastoor een
gesprek op straat en hij zei: 'Mevrouw, u spreekt zo overtuigend dat
ik geloof dat het waar moet zijn, maar ik kan niet veranderen'."
(N) "Wij vinden het erg belangrijk dat onze kinderen vriendjes
op school hebben. Het gevaar is niet denkbeeldig dat een mormoons
kind alleen komt te staan, niet omdat het zich
afzondert, maar omdat de anderen hem isoleren. Daarom hebben wij ervoor
gezorgd dat
onze kinderen steeds makkelijk kameraadjes konden vinden, door goede
contacten met andere ouders in onze buurt te leggen, door de kinderen
aan de jeugdorganisatie en de hobbyclub van de school te laten deelnemen,
door hun vriendjes bij ons thuis te laten komen. Op die manier voelen
onze kinderen zich geintegreerd in de maatschappij. Zij kennen en
volgen de normen van de kerk, maar zonder dat deze normen afstanden
zouden scheppen."
(B) "Onze jongere kinderen hebben we naar een rijksschool laten
gaan en in de keuze tussen godsdienst en zedenleer hebben we zedenleer
genomen, want anders worden de kinderen voorbereid op de eerste communie
en dat zou problemen voor henzelf meebrengen. Ik vind dat wij als
kerkleden het aankunnen onze kinderen naar het openbare onderwijs
te laten gaan en daar dan zedenleer te laten volgen, want wij geven
ze thuis en in de kerk de nodige godsdienst, en nog wel de juiste."
(B) "Wanneer de kinderen zedenleer (of moraal) nemen in het officieel
onderwijs, kunnen er soms problemen zijn. Sommige leerkrachten zedenleer
zijn namelijk zeer vrijzinnig inge-steld, wat dikwijls neerkomt op
uitgesproken anti-godsdienstigheid. Indien zo'n leerkracht onze kinderen
bemvloedt, moeten wij als ouders meteen reageren, wellicht eerst door
met de leerkracht te praten, en indien dit niet helpt, met de directie.
Een leerkracht zedenleer is wettelijk verplicht tot absolute neutraliteit
en tot respect voor elke overtuiging. Ik ken ouders die klacht hebben
neergelegd tegen een leerkracht zedenleer die zich niet hield aan
zijn officiele opdracht. Ze hebben hun zaak gewonnen."
(N) "In Amerika maakt men dikwijls moeilijkheden rond de evolutieleer
die op school wordt onderwezen. Op die manier schept men een conflict
dat er niet hoeft te zijn. Toen onze jongen met een vraag hierover
thuis kwam, heb ik uitgelegd dat er geen conflict was met het scheppingsverhaal:
enerzijds zijn alle pogingen tot verklaring een nuttig deel van de
zoekende wetenschap, anderzijds moet er over de schepping nog zo veel
geopenbaard worden. 'De woorden van President van Beek hierover :<januari-nummer
van Horizon> zijn zeer juist."
(N)"Vorig jaar ben ik gevraagd als lid van de oudercommissie
van de school (christelijke). Op mijn vraag, of ze wisten dat ik lid
was van de mormoonse kerk, werd bevestigend geantwoord en men voegde
er aan toe dat dit in het geheel geen probleem was."
(B) "Op zekere dag kregen we een brief van de school (katholiek),
gericht aan alle ouders,
met een oproep voor kandidaten voor de ouderraad. Ik heb mijn kandidatuur
gesteld en tot mijn verrassing bleek ik automatisch verkozen omdat
er niet voldoende kandidaten waren. Gedurende enkele maanden heb ik
die taak vervuld en ik meen dat het door iedereen werd geapprecieerd.
Toen is er verzet gekomen van enkele ouders die geen mormoonse vrouw
in de ouderraad van een katholieke school wilden. De directeur heeft
openhartig met mij gesproken. Hij zei dat hij het spijtig vond dat
er nog steeds zo'n kleingeestige katholieken waren, maar dat die ouders
gedreigd hadden hun kinderen van school te doen. Ik heb mij toen teruggetrokken
uit de ouderraad."
(N) "Onze kinderen zitten op een openbare kleuterschool en gaan
daarvan over naar de bijhorende openbare lagere school. Als ouders
zijn we actief in de ouderparticipatie op school: schoolreizen begeleiden,
voorzitter oudercommissie, e.d. Daardoor hebben we onze 'mormoonse
vlag' hoog gehouden. Wat dat betreft zou je ook 'invloed' kunnen hebben
op christelijke scholen, hoewel wij geloven dat dat meer afhankelijk
is van de 'strengheid' van hun geloof. Ze zijn vlugger achterdochtig
en bang om 'van hun koers te raken'. Het open-bare onderwijs erkent
allerlei levensovertuigingen en is minder 'bevreesd'. Toen ik jaren
geleden als lerares solliciteerde, had men bij het christelijke onderwijs
veel bedenkingen tegen mijn benoeming vanwege mijn geloof. In het
openbare onderwijs beoordeelden ze me naar mijn capaciteiten."
(B) "Als mormoonse ouders zien wij de school soms als een bedreiging
die onze kinderen kan verwarren en hen andere normen kan opdringen.
Ik meen dat die vrees soms gerechtvaardigd is, maar het is beslist
fout deze angsten aan je kind mee te geven! Naar school gaan is al
een hele ervaring: het komt er vooral op aan dat je kind zich op school
goed voelt, graag en goed leert, vriendjes heeft en zich sociaal ontwikkelt.
Wanneer we het kind naar school sturen met richtlijnen als 'Gedraag
je als een heilige der laatste dagen', 'Toon dat je anders bent dan
de anderen', 'Laat je niet in verleiding brengen', dan drukken we
het kind wellicht in een onmogelijke situatie. Ik ken een echtpaar
dat hun jongen naar school stuurde met het idee dat hij wel 'moeilijkheden'
zou hebben en 'bespot' zou worden om zijn geloof. Dit is een soort
'profetie die zichzelf vervult': je verwacht dat iets zal gebeuren
en dan stel je jezelf (en vooral je kind) er op in dat het inderdaad
gebeurt. Nee: voor ons zijn de kinderen op school in de eerste plaats
leerlingen. Uiteraard verwachten we dat de kinderen zich goed zullen
gedragen, maar dit moet 'natuurlijk' gebeuren, dank zij de goede geest
en de ervaringen van thuis en in de kerk."
SCHOOLSUCCES: HET WERK VAN DE OUDERS
(N) "Ik heb een pracht van een baan dank zij m'n universitair
diploma. Dat diploma heb ik voor 100% aan mijn moeder te danken. Van
m'n jongste kinderjaren af heeft zij mij dagelijks geholpen om sterk
te staan voor het onderwijs: ik kreeg een vlotte taalbeheersing mee,
ik kon reeds vrij goed lezen, schrijven en rekenen voor ik ooit op
een schoolbank gezeten had. Tijdens de schooljaren werd ik voortdurend
gesteund en aangemoedigd en zorgden mijn ouders voor de beste studiemogelijkheden.
Zonder hen was ik nooit geslaagd. Als we over mormoonse kinderen op
school praten, dan moeten we ook de aandacht vestigen op het belang
van de ouders. In onze lessen voor volwassenen (zondagschool, ZHV,
priesterschap), doen wij nu veel meer om ouders op te voeden tot onderwijsgerichte
ouders. Informatie over studierichtingen, pedagogische richtlijnen
voor de verstandelijke ontwikkeling van de kleuter, praktische wenken
voor schoolbegeleiding thuis, enz.: dat hebben we nodig in de lessen
over 'opvoeding'! We hebben grote behoefte aan afgestudeerden die
op hogere niveaus de kerk kunnen vertegenwoordigen en helpen. Voor
een groot stuk ligt dat in de handen van de ouders."
(B) "Onderzoek heeft uitgewezen dat de meeste mensen op het onderwijsniveau
van hun ouders blijven staan. De gediplomeerden stammen uit gezinnen
van gediplomeerden, de diplomalozen stammen uit gezinnen waar ook
de ouders niet gestudeerd hebben. Men begrijpe mij niet verkeerd:
ik bedoel helemaal niet dat een gediplomeerde 'beter' zou zijn, of
dat elk beroep niet evenwaardig zou zijn. Wat ik bedoel is dat er
een 'drama van de verkeken kans' bestaat: kinderen uit de zwakkere
sociale klassen kunnen bijna nooit hun potentieel gebruiken, nooit
leidinggevende functies bereiken, nooit dienstig zijn in wetenschap
en cultuur. De reden is dat deze kinderen opgroeien in een gezin dat
te weinig hulp biedt inzake onderwijs. Soms zijn de ouders zelfs tegen
voortgezette studies: dat is alleen goed voor betweters en rijkaards.
Op die manier wordt in huis een anti-intellectuele sfeer geschapen.
Daarentegen zorgen ouders met een uitgesproken onderwijsbewustzijn
voor alles wat een kind nodig heeft om te slagen: een beschaafde taal,
een rijke woordenschat, opvoedkundige spelletjes, de beste school,
voortdurende hulp en steun.
Wij weten dat de glorie van God intelligentie is, zowel geestelijk
als intellectueel. De kerk heeft het onderwijs en de voortgezette
studies daarom steeds aangemoedigd. Het is belangrijk dat wij onze
kinderen alle hulp en alle kansen geven voor een succesvolle scholing.
Natuurlijk kan niet iedereen de moeilijkste studie aan, maar het komt
er op aan alles te doen om het maximum te bereiken. Zo dienen we onze
kinderen en de kerk. Dit is voor mij het belangrijkste aspect van
'mormoonse kinderen op school'."
(N) "Toen wij leden van de kerk werden, waren onze kinderen reeds
van school af. Wat heb ik spijt dat ik de kerk niet vroeger leerde
kennen, want dan had ik de kinderen heel anders begeleid. De kerk
heeft mij veel ontwikkeling gegeven en mij doen inzien dat het onderwijs
belangrijk is. Vroeger (voor we leden waren) dacht ik dat het voldoende
was de kinderen naar school te laten gaan: die zorgde wel voor alles.
Dat ze al eens een dag thuis bleven als ze zich minder lekker voelden,
vond ik niet erg. Aan de achterstand die ze opliepen dacht ik niet
en ik zorgde dus ook niet voor inhaallessen. Ook tijdens de examens
hielp ik ze niet. Ik weet dat minstens een van onze kinderen het veel
beter had kunnen doen en verder had kunnen studeren, maar we lieten
de kans voorbijgaan.
Ik zou het volgende tot onze mormoonse ouders willen zeggen: het helpt
niet dat de moeder thuis blijft bij de kleintjes, als ze niet tegelijkertijd
de kinderen voorbereidt voor de school, door de taalontwikkeling te
stimuleren, door spelletjes te doen die het verstand ont-wikkelen.
Er bestaan vele goede boekjes hierover."
DE SCHOOL EN DE MENSELIJKE INZET
(B) "De klas van onze dochter heeft een zwart meisje in Afrika
'geadopteerd': door kleding en geld voor boeken op te sturen zorgen
ze ervoor dat het meisje in haar thuisland kan studeren. Dat gebeurt
allemaal via een katholieke missieorganisatie. De hele klas correspon-deert
met het meisje en zijzelf stuurt foto's en nieuws op. Nu vraagt onze
dochter of we met de Jonge Vrouwen ook niet zoiets kunnen doen. Ik
heb uitgelegd dat onze kerk op een andere manier werkt, via de priesterschapquorums
en de welzijnszorg, en dat door de lokale programma's van de kerk
de mensen zichzelf leren behelpen. Ze gelooft het wel, maar er blijft
toch nog een leemte in haar overtuiging. De school lijkt soms een
concurrent van naastenliefde en menselijke inzet. Ook problemen als
ontwapening en mensenrechten houden de schoolgaande jeugd veel bezig.
Ik vind dit gezond, want ons geloof zegt dat wij naar een vreedzame
en rechtvaardige maatschappij moeten streven. Toch weten wij ook dat
het allemaal niet zo makkelijk is en dat er vele ingewikkelde politieke
en economische
problemen mee samenhangen. Hoe kunnen wij onze kinderen, die over
dit alles zoveel op school horen, een bevredigend 'mormoons' antwoord
geven?"
(B) "Onze oudste jongen zit op een katholieke school waar men
heel veel doet in verband met wereldproblemen. De school heeft elk
jaar een project over honger in de wereld. Dit jaar sparen ze om een
tractor te kunnen kopen voor een dorpje in Guatemala. De tractor staat
al op de speelplaats en een tekening toont elke week hoeveel ze al
gespaard hebben. Laatst vroeg onze zoon me: 'Wat doen wij als mormoonse
kerk voor die mensen?' Natuurlijk vertelde ik hem van onze speciale
zendelingen die daar als dokters en verpleegsters werken, en ook van
het welzijnsprogramma van de kerk. Het probleem is echter dat onze
kinderen de mormoonse hulp in ontwikkelingsgebieden niet zo concreet
zien. Op school krijgen ze het gevoel dat ze zelf daadwerkelijk met
iets bezig zijn. Dat kan conflicten scheppen bij onze jeugd, vooral
omdat de kerk soms als 'Amerikaans' wordt afgeschilderd en de Verenigde
Staten geen goede naam hebben ten opzichte van de arme landen. We
hebben daarom meer informatie nodig over mormoonse ontwikkelingshulp
en over de vooruitgang van de kerk in de Derde Wereld."
TUSSEN KERKWERK EN SCHOOLWERK
(B) "Mensen die nooit zelf op een atheneum gezeten hebben, kunnen
moeilijk beseffen hoe zwaar die studies zijn. Onze 16-jarige zoon
moet na school elke avond minstens vier a vijf uur werken, en ook
het grootste deel van het weekend. Toch zal hij nooit de zondagvergaderingen
missen. Maar het is heel moeilijk ook nog huisonderwijs te doen, met
de zendelingen mee te gaan en deel te nemen aan activiteiten van de
Jonge Mannen, tenminste tijdens het school jaar. 'Mormoonse kinderen
op school', zeker in het voortgezet onderwijs, moeten in de eerste
plaats geholpen worden hun schoolwerk goed te doen. Sommige kerkleden
begrijpen dit, anderen minder en geven dan de indruk dat je niet zo
'gewillig' bent.
(N) "In het onderwerp 'mormoonse kinderen op school' zou men
ook de plaats van het Seminarie en het Instituut moeten behandelen.
Ik vind deze kerkelijke programma's zeer nuttig en verrijkend, maar
ze moeten met gezond verstand en 'naar de geest van de wet' uitgevoerd
worden. Sommige scholieren en studenten, die in bepaalde studierichtingen
zeer hard moeten werken, kunnen onmogelijk het volledige seminarie-
of instituutprogramma volgen. Vroeger kregen de jongeren bij ons het
seminarie tijdens de zondagschool. Dat was doenlijk voor de jongeren
die veel schoolwerk hebben. Nu zijn er blijkbaar andere richtlijnen
gekomen. De nieuwe lokale leiding neemt een houding van 'alles of
niets' aan. Een tijdlang heeft een van onze kinderen het volledige
programma geprobeerd, maar hij kwam in moeilijkheden met zijn schoolwerk
(hij studeerde immers ook 's morgens vroeg voor school) en begon slechte
uitslagen te krijgen. Ik zou graag zien dat de jongeren, die niet
'alles' kunnen doen, tijdens de zondagschool een samengevatte seminariestudie
krijgen. lemand vertelde me dat de seminarieverantwoordelijken, die
voor hun werk in de week betaald worden, het seminarie buiten de zondagschool
willen houden, omdat ze anders hun loon verliezen. Mensen die de zondagschool
besturen worden immers niet betaald. Is dat echt de reden?"
(B) "Zelfs in Amerika, waar het schoolwerk veel minder zwaar
is, zal men een schoolgaande leerling geen kerktaak geven die zijn
studies zou verstoren. De algemene autoriteiten hebben de priesterschapleiders
op BYU herhaaldelijk gezegd dat de studenten geen tijdrovende kerktaken
mogen vervullen. Ook is het verkeerd te stellen dat men 's zondags
geen schoolwerk zou mogen maken. Vooropgesteld dat men zijn tijd steeds
nuttig besteedt, is het normaal dat studerende jongemensen ook vrije
uren op zondag voor hun studie gebruiken. Er mag geen conflict zijn
tussen kerkwerk en schoolwerk. Beiden zijn belangrijk en noodzakelijk,
maar schoolwerk heeft in de schooljaren van het leven steeds voorrang!"
(N) "Ik wil graag mijn dank uitspreken voor onze bisschop die
veel begrip heeft voor de studies van onze dochter (19 jaar). Het
ringbestuur had haar gevraagd voor een taak, hoewel ze reeds 's zondags
les geeft in onze wijk. De bisschop heeft ervoor gezorgd dat onze
dochter geen extra taken kreeg. Hij heeft aan het ringbestuur gezegd
dat haar studies op dit ogenblik haar belangrijkste kerktaak zijn.
Ook zorgt hij ervoor dat tijdens de examenperiodes iemand anders haar
les op zondag overneemt."
*uit: "Horizon - Tijdschrift over de mormoonse gemeenschap"
Jaargang I, nr. 4 Juli 1982