MvG logo www.mvgcontact.org

toen de muziek verstomde...

Home


toen de muziek verstomde...
wanneer
overheden muzikale expressie het zwijgen opleggen

Julie Polter
(vertaling Robert Poort)

Klik op de 'links' in dit artikel en geniet van de muziek-video's!

"Zingen of Sterven; ik begin nu m'n lied.
Geen
enkele macht kan mij doen zwijgen."
(Pablo Neruda, "Epic Song")

In een wereld verscheurd door oorlog en armoede lijkt muziek soms misschien een frivoliteit, maar christenen weten als geen ander dat muziek de geest voedt, de teneergeslagene vertroost, de vermoeide versterkt, en woorden macht geeft die het geschreven woord overstijgen.
Wat zou het leven zijn zonder dat bijzondere lied dat het gedrag van een opstandige tiener in veilige banen leidde, zonder dat ene lied van vrede, of protest, dat je nog steeds de rillingen over het lijf doet lopen? Onontbeerlijk ook zijn Bach en Handel, Neil Young en Billy Holiday die 'Strange Fruit' zong, hetgeen destijds vervolgens door Time Magazine als 'schoolvoorbeeld van muzikale propaganda' werd aangemerkt.
Stel je voor dat liederen zouden worden gerantsoeneerd, we zouden er naar hongeren als naar brood. Wanneer een overheid of machtige godsdienstige of ethnische groep de muziek het zwijgen oplegt, staat er veel op het spel. Muziek is een manier om nieuwe dingen te horen, een manier om gelijksoortige emoties tussen heel verschillende bevolkingsgroepen los te maken. Aldus kan het 'verstomde lied', of zelfs een dieet van door de staat goedgekeurde muziek, onze geestelijke gezondheid geweld aan doen.
De meer direkte, en soms tragische, gevolgen ervan worden echter aan den lijve ondervonden door allerlei musici wereldwijd, die te maken hebben met intimidatie, verlies van levensonderhoud, opsluiting en marteling, en zelfs met gevaar voor eigen leven voor het opnemen, ten gehore brengen en verspreiden van hun muziek.

De Zuid-Afrikaanse zangeres Miriam Makeba werd haar staatsburgerschap afgenomen en het recht om naar Zuid-Afrika terug te keren, na haar getuigenis over apartheid voor een commissie van de VN in 1963.

Victor Jara, 'n populaire Chileense volkzanger en componist met een politiek repertoir behoorde tot een groep artiesten die in 1970 de succesvolle presidentscampagne ondersteunde van Salvador Allende in Chili. Toen in 1973 een militaire machtsgreep de regering Allende onverwierp, was Victor Jara een van de duizenden burgers die als gevolg daarvan werden gemarteld en geexecuteerd. Naar verluiden braken de beulen zijn handen zodat hij geen gitaar meer zou kunnen spelen; zijn allerlaatste liedteksten, geschreven op stukjes afvalpapier werden door overlevenden de gevangenis uitgesmokkeld.

De Argentijnse concertpianist Miguel Angel Estrella zag het als zijn roeping muzikaal onderwijs onder de armsten der armen in zijn land te bevorderen. Op het moment dat in 1976 in Argentinie een militaire junta aan de macht kwam werd zijn werk vervolgens als 'ondermijnend' bestempeld. Estrella woonde en werkte tijdelijk in het naburige Uruguay en werd daar in 1977 door gewapende overheidsfunctionarissen gearresteerd. (Uruguay stond simpathiek t.o.v. de Argentijnse machthebbers)
Het duurde meer dan een jaar voordat hij werd vrijgelaten; maar niet nadat hij eerst was gemarteld en herhaaldelijk voor militaire rechtbanken was gesleurd.
De anti-censuur organisatie 'Freemuse' publiceerde een getuigenis van Estrella.
Zijn beulen zeiden: "Je bent wel geen lid van de guerrilla, maar je bent nog veel erger met je piano, en met je 'charisma' heb je macht over de arbeidersklasse van het volk."

Wat hebben tirannen te vrezen van zangers?
Waarom zijn ze in hun zucht naar overheersing van culturele uitingen minstens net zo bang voor kunstzinnige uitingen als voor een vrije pers?
De reden: muziek kan emotie's, gedachten en gedragingen beinvloeden.
In de 16e eeuw componeerden en zongen Anabaptisten godsdienstige gezangen die hen het leven zouden kunnen kosten, als martelaars voor hun geloof. Amerikaanse strijders voor burgerrechten en Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijders gebruikten het lied als methode tot eenheid, moed en verzet, wanneer geconfronteerd met politiehonden, geweren en gepeupel.
En, opdat we moge beseffen dat macht zowel ten goede als ten kwade kan worden aangewend, herinneren we ons dat liederen op de staatsradio in Ruanda in 1994 de Tutsis tot volkerenmoord aanzetten op de Hutus.

Tegelijkertijd beseffen we dat muziek geen toverspreuk is die zonder meer harten en zielen voor zich kan winnen met enkel een paar muzieknoten, zo maar 'n lied, of zelfs met behulp van een complete simfonie. Een musicus kan z'n gehoor beinvloeden, maar geen musicus of tekstschrijver ter wereld kan op eigen houtje tieners in skinheads of anarchisten veranderen, of ons tot heiligen of zondaars transformeren.
Jonathan Trew beschreef op 14 nov. 2004 in het nieuwsblad 'Scotland on Sunday' op treffende wijze de onzekerheidsfactor van het fenomeen muziek: "het is onzin om te stellen dat muziek gedrag niet zou beinvloeden, maar de vraag is: in welke mate? Immorele teksten zetten niemand persoonlijk aan tot immoreel gedrag, maar mensonterende en geweldverheerlijkende liedteksten parasiteren en beinvloeden de samenleving waar we deel van uit maken in een breder verband. Noch popmuziek, noch een groep als de 'Sexpistols' veroorzaken gewapend geweld, maar beide hebben een invloed op het maatschappelijk gebeuren."
Met het oog op het (soms beperkte) effect op de samenleving, staan velen van ons soms simpathiek tegenover huiszoekingen en politie-invallen ten huize van degenen die ervan verdacht worden neo-nazi muziek op het internet te zetten, of wanneer Britse en Amerikaanse concert-organistoren hun evenementen aflassen als ze merken dat ze te maken hebben met een muziekgroep uit Jamaica wiens muziek moord op homo's en lesbiennes aanprijzen, of wanneer vrouwengroepen en godsdienstige organisaties bezwaar maken tegen de denkbeelden die vertolkt worden door sommige rockgroepen en rap-bands.
Maar in gevallen waar overheden, organisatoren, of het publiek het op zich nemen om verspreiding van specifieke muziekuitingen te verbieden die mogelijkerwijs schadelijk zouden kunnen zijn moet e.e.a. echter worden afgewogen tegen de meer algemene ervaring met historische vormen van censuur en de onderdrukking van culturele uitingen.
De VN heeft in haar verklaring van de rechten van de mens o.m. opgenomen: het recht op vrije meningsuiting en het recht deel te nemen aan culturele activiteiten, van kunstzinnige uitingen te mogen genieten. In haar internationaal verdrag aangaande burgerlijke en politieke rechten heeft de VN alleen beperkingen en uitzonderingen opgenomen betreffende oorlogspropaganda en het aanzetten tot discriminatie, geweld en haat, op basis van nationaliteit, ras of geloof.
Dr. Martin Cloonan van de anti-censuur organisatie 'Freemuse': "Anti-censuur betekent geen onbeperkte vrijbrief voor allerlei zaken."
Richtlijnen in het kader van de mensenrechten staan censuur alleen toe in uiterste gevallen, want censuur is een botte bijl met mogelijk verwoestende gevolgen. Censuur kan worden gebruikt ter ondersteuning van politieke en economische controle wanneer zij 'afwijkende' mensen of groepen het zwijgen oplegt - soms elimineert -, wiens identiteit of geloofsovertuiging de heersende macht in de weg staat. Elke dag weer worden musici geconfronteerd met geweld en onderdrukking om reden dat ze liederen van het volk of van hun geloof zingen, overheidscorruptie aan de kaak stellen of er een politieke mening op na houden die de machthebbers niet aanstaat. Muziek die gecensureerd wordt hoeft vaak niet eens politiek gevoelig te zijn, soms gaat het niet eens om de tekst.
In Iran moet 'n ieder die muziek ten gehore wil brengen, opnemen, of een concert wil geven, ongeacht van welk genre muziek, toestemming krijgen van controlerende ambtenaren van het Iraanse ministerie van cultuur. In het najaar van 2004 werden in Teheran geplande concerten van Italiaanse en Zwitserse groepen op het laatste moment uitgesteld of afgelast. In April 2004 verbood het Chinese ministerie van cultuur het Chinees Nationaal Orkest deel te nemen aan een evenement. De vermoedelijke reden: op het programma stond o.m. een christelijk getinde compositie: "Easter Chorus", gecomponeerd door de Chinees-Canadese Huang An Lun.

Muziek onder druk kan allerlei effecten hebben.
De Amerikaanse groep Dixie Chicks werd door zowel een aantal fans als door vele radiostations geboycot nadat een lid van de groep tijdens een concert in Londen in het openbaar kritiek leverde op president Bush.
In Nablus op de west-bank, maakten leden van de 'Al Aqsa Martelaren Brigade' een eind aan een popconcert van de Palestijnse zanger Amar Hassan. Voor het concert hadden ze volgens zeggen Hassan de opdracht gegeven zijn repertoire aan te passen door i.p.v. liefdesliederen, politieke liederen te zingen.
Shaima Rezayee, een jonge presentatrice in een Afghaanse muziek video show, werd doodgeschoten. Aangenomen werd dat de moord in verband stond met het ongenoegen van de fundamentalisten over zowel de muzikale inhoud alswel haar vrouwelijke aanwezigheid op de televisie. Kort daarna vluchtte haar mannelijke collega naar Zweden na te zijn lastig gevallen en zelfs met de dood bedreigd te zijn.
Musici kunnen worden misbruikt als instrument van politieke manipulatie. In Nigeria werd een lied van de Afrobeat-ster Femi Kuti - zoon van de legendarische musicus en politiek activist Fela Kuti - voor een jaar verboden i.v.m. het ruige taalgebruik in zijn lied. Minstens even ruige westerse muziek had geen last van de censuur. Volgens Kuti probeert de regering zijn werk op een zijspoor te zetten omdat hij in zijn muziek, die veelal politiek is, overheidscorruptie aan de kaak stelt.
Tijdens parlementsverkiezingen in Zimbabwe werden artiesten gerecruteerd om de campagne van pres. Robert Mugabe te ondersteunen; degenen die er aan mee werkten werden vervolgens door hun fans gestraft die geen CD's meer kochten of hun concerten bijwoonden. Hadden de betreffende musici niet meegewerkt, dan zou hun muziek waarschijnlijk door de staatsradio geboycot worden.
In Belarus werden verscheidene populaire bands eveneens door de staatsradio geboycot nadat ze hadden deelgenomen aan een protest-concert tegen het bewind van dictator Aleksandr Lukashenko.

De rode draad is steeds weer het pogen van instituten of groeperingen vrijheid van meningsuiting te controleren en te onderdrukken.
Als men het geluk heeft in een relatief stabiele democratie te wonen is debateren over de vraag of een bepaalde artistieke uiting eigenlijk wel kan, alhoewel soms naargeestig, bijna nooit gevaarlijk. Maar wanneer debateren gevaar begint op te leveren, of wanneer zelfs iemands geloofsovertuiging of taalgebruik als een bedreiging wordt gezien, dan speelt een heel andere vraag:
Uit welke hoek komt het gevaar eigenlijk?
Van het lied, of van degenen die haar willen doen verstommen?




Reprinted and translated with permission from Sojourners Magazine
www.sojo.net (1-800-714-7474)

11-2005