Papa
door Jan Gillis
Wat bidden betreft, weet ik dat ik nog heel wat te leren heb. En als
ik de almaar groeiende berg van problemen zie die de wereld doet manklopen,
veronderstel ik dat ik niet de enige met gebedsproblemen ben. Niet dat
ik bang ben om op te kijken naar de plaats van onze grote Leermeester
nu verblijft. Jezus Christus heeft ons trouwens heel duidelijk uitgelegd
hoe we daarboven kunnen geraken.
Het is eerder de grote diepte die me afschrikt …
Om te komen tot een innig gesprek met God moeten we immers neerdalen
tot een niveau dat veel lager ligt dan dat van onze ijdelheid. Heeft
u al ooit een pijlsnelle lift van een torenhoog flatgebouw genomen?
Dat heeft u wellicht heel wat kriebels in de buik bezorgd. Wel! Diezelfde
kriebels zou u moeten voelen als u tot een gebed met God komt.
Als ik in de bijbel de passage lees waar Jezus zijn discipelen het
‘Onze Vader’ leert , valt me direct de aanhef van het gebed
op. Christus begint zijn gebed met het woord ‘Abba’ en dat
betekent niet zo maar ‘Vader’. De taal die Jezus gebruikte
om Zijn evangelie aan de mensen te verkondigen, was het Aramees. En
Abba in het Aramees betekent inderdaad ‘vader’. Om correct
te zijn, moet ik het echter vertalen als ‘vadertje’ of ‘papa’
want abba is kindertaal. Op dertigjarige leeftijd sprak Jezus zijn Vader
in het hemels koninkrijk aan als ‘Papa’.
Het lag helemaal niet in het gebruik van die tijd om God als een levensechte
vader aan te spreken. Laat staan dat u met Hem een heel intiem gesprek
zou kunnen voeren. Maar Jezus leert ons hoe we God probleemloos kunnen
benaderen: namelijk als een kwetsbaar kind dat met het volste vertrouwen
steun komt zoeken bij zijn sterke vader. Word je niet als een kindje
en blijf je zogenaamd ‘volwassen’, vergeet dan elk zinnig
gesprek met Vader. Als u veel te ijdel bent om Hem als Papa aan te spreken,
vergeet dan maar vlug elke vorm van conversatie met Hem.
Als er dan toch een God zou zijn, voelen de meeste die in Hem geloven
zich schromelijk in de steek gelaten. Maar als we met Hem zo af en toe
eens serieus zouden kunnen babbelen, zou voor ons al heel wat van die
wrevel verdwijnen. Een kind is ontzettend blij als het veilig in de
buurt van zijn vader kan spelen. Moesten wij op regelmatige basis met
ons Vadertje kunnen babbelen, zouden wij dan als kind ook niet blij
zijn? En zoals iedereen weet! Een gelukkig kind neemt het met de meeste
beleefdheidsnormen niet al te nauw. Een gelukkig kind kan men niet zomaar
op zijn stoel vastpinnen! Of ook niet op zijn twee knietjes houden om
het te laten bidden! Een gelukkig kind explodeert van vreugde: het zal
spreken, zingen … dansen … alles dooreen … maar spontaan.
Als een kind blij is, hoeft niemand dat kind uit te leggen dat het nu
tijd is om wat rond te huppelen als een kangaroe … en dan wat
rond te springen als een aap … en dan nog wat te zingen als een
nachtegaal met keelpijn enz.. Zuiver van blijdschap rent een kind naar
zijn vader en vliegt hem om de hals. Want hij beseft dat zijn papa alles
heeft gedaan om hem gelukkig te maken. En dat kind blijft aan de broekspijpen
van vader hangen, en blijft maar zeuren naar meer spelletjes, en blijft
om genegenheid bedelen. Het wil die innige eenheid tussen hen beidjes
blijven koesteren. Leergierig als het is, blijft het zijn papa over
alles en nog wat uithoren.
“Wat zal ik later worden papa?”
En als die vader zijn kind niet teleurstelt, zal niemand die relatie
nog kunnen stukmaken. Die wederzijdse liefde zal uitgroeien tot een
eeuwigdurende familieband waarop het slechte geen vat meer heeft.
Ook met onze Hemelse Vader kunnen we zo’n relatie opbouwen. Maar
we moeten onze volwassenheid durven afleggen en worden als een kind.
Daarvoor moeten we kunnen afdalen tot het begripsniveau van een kind.
Een kleuter stelt zich volledig voor nieuwigheden open. Bij volwassenen
worden nieuwe waarheden dikwijls veel te snel afgewimpeld! Dat noemt
men op die leeftijd ‘zaken relativeren’! Een kind echter
assimileert alles, aanvaardt alles, zeker als zijn vader hem voorhoudt
dat te geloven. De wereld van een kind lijkt op een sprookje waarin
elfen, feeën, kabouters, maar ook heksen, tovenaars en draken alle
aandacht opeisen. Ook de wereld van een kind van God is dicht bevolkt
met engelen, profeten en evangelisten waar ook duivels en slechte geesten
roet in ’t eten kunnen komen gooien.
Elk kind op deze aarde bouwt zijn eigen fonkelnieuw wereldje op. En
elke verantwoordelijke vader zal er op toezien dat het wereldje van
zijn kleintje veilig wordt uitgebouwd. Maar wie weet! Later na de ‘proeftijd’
van zijn kind, zal de hemelse Papa er ook misschien op toekijken dat
zijn weergekeerd kind zijn aardse plannetjes voor een nieuwe maatschappij
of zelfs voor een nieuw universum, eindelijk zal kunnen waarmaken! …En
misschien mag hij die dan eigenhandig en op eigen krachten voltooien
… van Papa!
En in die wereld leven er engelen die zo blij zijn dat ze ook zingen
en dansen van vreugde. En allemaal rondom de troon van God!. Ze dienen
hun Vader in alles wat Hij hun oplegt. En eens die taken volbracht,
zullen ook zij in hemelse hymnen en lofzangen losbarsten en jubelend
rond zijn troon trekken. Zoals planeten rondom de zon cirkelen, zo ook
cirkelen Gods engelen en geesteskinderen in miljarden kringen rondom
Hem. En uit die kringen stijgen voortdurend psalmen en gebeden op tot
bij de troon van God … hun Papa. De gebedskringen zijn uiteindelijk
voltooid! Bij hen is er geen plaats meer voor haat! Enkel die intense,
warme liefde die uitmondt in een allesoverheersende blijdschap, leeft
voor eeuwig in hen.
… En hun Papa houdt daarvan!
Ouders die dit lezen zullen wellicht met vreugde terugdenken aan die
huwelijksverjaardag lang geleden toen hun nog kleine kinderen ook een
rondedansje rondom hen hadden gemaakt. Met hun handjes in elkaar verstrengeld,
huppelden en dansten ze omheen het ouderpaar. Met ogen die tintelden
van blijdschap keken ze op naar hun alleswetende ouders. En in de taal
van de engelen zongen zij uit volle borst:
“Lang zullen ze leven in de gloria!”
Beseft u nu dat uw kinderen toen groot gelijk hadden?