Heden is u een Redder geboren
van columnist Jan Gillis
Op een nacht meer dan 2000 jaar geleden, een nacht die voor de mensheid
de belangrijkste nacht ooit zou worden, verscheen er een engel aan de
herders en zei:
“Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in
de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren
kind vinden, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.”
Opeens breekt de hemel open en een immense heerschaar engelen voegt
zich bij de vorige. Eén bepaald kort zinnetje zindert melodieus
door de heldere nacht. Wellicht zongen de engelen in verschillende toonhoogten.
Maar die ene zin werd door hen op zo’n hemelse wijze gescandeerd
dat zelfs de herders de boodschap niet mis konden verstaan:
“Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen
in wie Hij welbehagen heeft!”
Die kernachtige zin die de herders te horen kregen, is zo rijk aan
inhoud dat men tot op heden nog steeds de ware toedracht van deze boodschap
probeert te achterhalen. Als de herders Maria inlichten over wat zij
over het kind gehoord hadden, legt de evangelist Lucas de volgende verklaring
over de gemoedsgesteltenis van Maria vast :
“Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en ‘overwoog’
ze bij zichzelf.”
Dus ook Maria had op dat moment geen duidelijke kijk op de betekenis
van die woorden. Anders had ze toch niets meer moeten overwegen? Maar!
Als Maria die boodschap moest overwegen, hoeven wij dan die woorden
ook niet ten volle te overwegen? Het woord ‘overwegen’ zouden
we hier ook door het woord ‘verwonderen’ kunnen vervangen.
Ook de herders waren verwonderd. Gelukkig maar! Want mensen die zich
over niks meer verwonderen, maken ook nooit een wonder mee. Door het
wonder van de geboorte van Jezus in al zijn glorie te ondergaan, werden
zowel de herders als Maria gelukkig. En ook de engelen waren gelukkig
want uit volle borst zongen zij hun blijde boodschap.
Ook de mensen van nu zouden moeten gelukkig zijn …
Maar ze hebben honger! Een reuze geestelijke honger die maar blijft
knagen en knagen zonder die enorme leegte van hun geest te kunnen bevredigen.
Zelfs op kerstdag reppen ze geen woord over die prachtige heilsboodschap.
In plaats daarvan praten ze over nutteloze geschenkjes. Meestal verdwijnen
die na de feesten wel ergens diep in een kast of in de vuilbak. Tot
in hun denken zijn de mensen gematerialiseerd. Daarom dat de boodschap,
die God hen in vreugde aanbiedt, niet meer begrepen wordt. God reikt
hun de hand, maar de mensen zien dat niet meer. Zelfs zijn intense liefde
voelen ze niet meer aan. Maar bij elke kerstviering krijgt iedereen
in deze maatschappij nog steeds van God een persoonlijke opgave te verwerken:
neem de boodschap van de engelen onder de loep en met een beetje verwondering
en een flinke dosis overweging zult ge ooit het geluk terugvinden dat
in de boodschap verborgen ligt.
Aan wie van ons heeft God al zijn welbehagen getoond? Aan wie van ons
heeft Hij al zijn vrede gegeven? Gaat er in die korte, kernachtige boodschap
geen verbond schuil? Ter gelegenheid van de geboorte van zijn eniggeboren
en eerstgeboren Zoon, wil God een nieuw verbond met de mensen sluiten.
Als iedereen alles in zijn leven doet ter ere van God, als ieder mens
zijn werkzaamheden onbaatzuchtig verricht tot meer eer van God, als
enkel de eer van God het oogmerk van de mens zou worden terwijl hij
zichzelf in alle nederigheid naar het achterplan schuift, dan zal God
zijn nieuw verbond nakomen en zal Hij al de mensen die zo belangloos
voor Hem in de bres sprongen, zegenen met Zijn vrede. Dat God welbehagen
schept in die mensen, zal Hij aantonen door de vrees in hun hart te
vervangen door hemelse vrede.
Vandaag zoekt en hunkert gans de wereld naar een beetje vrede. Men
vergeet maar al te vlug dat God tijdens die memorabele nacht, ons zijn
vrede heeft aangeboden … op voorwaarde dat we Hem zouden eren
en niet onszelf. Hoe kunnen we dan God eren? Kunnen we God alleen maar
met onze lippen eren of moeten we daar ook nog iets voor doen? Wat moeten
we daar nog aan toevoegen? Welke werken zullen nog Gods welbehagen kunnen
opwekken?
Eerst en vooral moeten we werken aan onszelf. God wil dat we worden
zoals hijzelf! God wil dat we alleen die karaktereigenschappen ontwikkelen
die ook Hij bezit. Maar God wil meer, veel meer! Hij wil dat iedereen
die op deze wereld heeft geleefd, en ook al die er nu op leven, en al
diegenen die er in de toekomst nog op zullen leven, zouden worden zoals
Hij. Christus leefde opdat wij zouden leven, wij leven opdat alle anderen
zouden leven. Als dat geen enorme uitdaging is, zeker voor nietige wezentjes
zoals wij.
Maar die woorden van de engelen bevatten nog een tweede aspect. Op
welke manier brachten ze hun boodschap? Om die woorden van geluk aan
de mensheid te verkondigen, plaatsen de engelen daar hun licht voor
onder de korenmaat? Om een tijdperk van vrede in te luiden, schalden
ze toen maar met één of met honderden bazuinen tegelijk?
In heerscharen schoten ze door het universum! Uit volle borst galmde
hun lied over de heuvels van Bethlehem! Zingen en juichen wij ook in
hemelse koren? Geven wij ook ruchtbaarheid aan al hetgeen wij doen om
Gods welbehagen op te wekken? Of blijven wij stilletjes in ons hoekje
zitten kniezen? … En maar dromen van een betere wereld …
… Tja! Misschien bestaat er bij ons toch niet meer zoveel reden
om met volle borst over te zingen!