Internationaal verslag m.b.t godsdienstvrijheid in Suriname
anno 2005
Uitgegeven door het Bureau Democratie, Mensenrechten en Arbeid
(Amerikaans State Departement, uitgegeven op 8 november 2005)
De Grondwet voorziet in de vrijheid van godsdienst en in de praktijk
wordt dit recht algemeen door de Regering geëerbiedigd.
Er is geen verandering geweest in de status van de eerbied voor de
vrijheid van godsdienst tijdens de periode waarop dit verslag betrekking
heeft en het overheidsbeleid heeft verder bijgedragen aan de algemeen
vrije beoefening van godsdienst.
De doorgaans vriendschappelijke betrekkingen tussen godsdiensten in
de samenleving heeft bijgedragen aan de godsdienstvrijheid.
De Amerikaanse Regering bespreekt kwesties de godsdienstvrijheid rakende
met de Regering als onderdeel van haar algemeen beleid ter bevordering
van de mensenrechten.
Hoofdstuk I. Religieuze Demografie
Het land beslaat een totale oppervlakte van 63.037 vierkante mijl en
zijn bevolking bestaat uit ongeveer 489.000 mensen. Een geschatte 37
procent van de bevolking is oorspronkelijk afkomstig van het Indiaas
subcontinent, nog eens 31 procent is van Afrikaanse origine, 15 procent
komt uit Indonesië en een kleiner percentage van de bevolking is
van Chinese, Inheemse, Portugese, Libanese en Nederlandse afkomst.
Volgens schatting van de overheid is 35 procent van de bevolking Christen,
te weten 15 procent Rooms Katholiek; 13 procent Evangelische Broedergemeente;
en 7 procent Protestant – waaronder begrepen Luthers, Nederlands
Hervormd, Evangelisch, Doopsgezind en Methodist. Dertig procent van
de bevolking is Hindoe, 24 procent geeft zelf aan Moslim te zijn, 8
procent is aanhanger van inheemse godsdiensten, en 3 procent zegt geen
geloof aan te hangen. Inheemse godsdiensten worden beleden door de Inheemsen
en de Marron bevolkingsgroepen van Afrikaanse komaf. De Inheemsen die
grotendeels woonachtig zijn in het binnenland en in mindere mate in
de kuststreek, beoefenen het Sjamanisme – de verering van alle
levende dingen, ook planten en dieren, die naar zij geloven een ziel
hebben, onder leiding van een medicijnman of piaiman. De Marrons, die
in het binnenland wonen, aanbidden de natuur volgens een ceremonie die
geen speciale naam heeft, en zij vereren ook hun voorhouders volgens
een rite die wintie wordt genoemd. Inwoners van Inheemse of Marron origine
die zichzelf classificeren als Christen, beoefenen vaak tegelijkertijd
inheemse religieuze gebruiken. Dit is bekend bij en wordt geaccepteerd
door de voorgangers van hun Christelijke kerk.
Immigranten beoefenen godsdiensten welke lijken op die van degenen
hier geboren zijn.
Verscheidene Christelijke denominaties, waaronder kerkelijke groeperingen
met een Canadese of Amerikaanse achtergrond, hebben zendingsprogramma’s
lopen in het gehele land. Naar schatting bevinden zich 20 Amerikaanse
zendelingen in het land, van wie bijna 90 procent aangesloten is bij
de kerken van de Doopsgezinde en Weslyaanse gemeenten.
Er zijn ongeveer 150 Joden, naast kleine aantallen Baha’is en
Boeddhisten. Er zijn verder ook internationale groepen zoals de Kerk
van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (Mormonen) en de
World Islamic Call Society.
Vele politieke partijen hebben sterke etnische banden en de leden neigen
hetzelfde geloof aan te hangen of te belijden. Drie van de vier coalitiepartijen
waaruit de Regering bestaat hebben een etnische grondslag. Bijvoorbeeld,
binnen de huidige regeringscoalitie zijn de leden van de overwegend
Creoolse Nationale Partij Suriname Hernhutter, de leden van de voornamelijk
etnische Hindoestaanse Verenigde Hervormde Partij zijn vaak Hindoe,
en die van de overwegend etnische Javaanse Pertjaja Luhur Partij zijn
doorgaans Moslim. De partijen stellen evenwel niet als eis dat de leiders
of leden van de politieke partijen een bepaalde godsdienst moeten aanhangen.
Er is geen directe samenhang tussen religieuze affiliatie en socio-economische
status; maar zij die de inheemse godsdiensten belijden in de kleine
dorpen in het binnenland hebben doorgaans een lagere sociaal-economische
status. Met uitzondering van zij die inheemse ceremonieën beoefenen,
zijn religieuze gemeenschappen niet geconcentreerd in een bepaalde regio
in het land.
Hoofdstuk II. Status van Godsdienstvrijheid
Wettelijk Kader/Beleidskader
De Grondwet voorziet in de vrijheid van godsdienst en in de praktijk
wordt dit recht algemeen door de Regering geëerbiedigd. De Regering
streeft ernaar op alle niveaus dit recht volledig te beschermen en tolereert
geen misbruik daarvan, noch door overheidsactoren noch door actoren
uit de samenleving.
De Grondwet bevat twee bepalingen die het recht van vrije godsdienstoefening
beschermen. Artikel 18 luidt als volgt: “Een ieder heeft recht
op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.” De Grondwet
verbiedt eveneens discriminatie op grond van geloof. Artikel 8 paragraaf
2 stelt expliciet: “Niemand mag op grond van zijn geboorte, geslacht,
ras, taal, godsdienstig, afkomst, educatie, politieke overtuiging, economische
positie of enige andere status gediscrimineerd worden.” Het is
de leden van alle godsdiensten toegestaan hun geloof vrijelijk te beleven.
Er is geen officiële staatsgodsdienst of anderszins dominante
godsdienst. De Regering begunstigt niet een bepaalde godsdienst.
De Regering legt geen restricties op aan de vorming van politieke partijen
op basis van een bepaalde godsdienst, geloofsovertuigingen of interpretatie
van religieuze doctrines.
Er zijn vijf officieel erkende religieuze hoogtijdagen welke worden
erkend als officiële feestdagen: Holi Phagwa (Hindoe), Goede Vrijdag
(Christelijk), Tweede Paasdag (Christelijk), Id-ul-Fitre (Moslim), en
Kerstmis (Christelijk). Burgers van elke geloofsovertuiging vieren deze
hoogtijdagen.
De Overheid heeft geen vereisten vastgesteld ten aanzien van de erkenning
van godsdiensten en religieuze groeperingen zijn evenmin verplicht zich
te registreren bij de Overheid.
Afgezien van de standaardvereiste van een inreisvisum, worden geen
speciale restricties opgelegd aan buitenlandse zendelingen.
Op religieuze feestdagen worden de religieuze diensten bijgewoond door
Regeringsleiders.
Overheidswerknemers hoeven geen religieuze eed af te leggen en zijn
vrij elk onderdeel van hun geloof te laten zien of te belijden. Bijvoorbeeld,
vrouwelijke ambtenaren mogen hoofddoeken dragen. Het volkslied vraagt
God met de natie te zijn.
Het aanhangen van een bepaald geloof biedt geen voordelen in de zin
van burgerlijke, politieke, economische, militaire of andere seculiere
status.
Het leger beschikt over een aalmoezeniersdienst met een Hindoe, Moslim,
Protestantse en Katholiek geestelijke ten dienste van het personeel
van alle geloofsrichtingen. De legerpredikanten houden interreligieuze
diensten, maar het militair personeel mag ook erediensten buiten bijwonen.
Het onderwijssysteem van de overheid verschaft in beperkte mate subsidies
aan een aantal openbare lagere en middelbare scholen welke zijn opgericht
en worden beheerd door diverse religieuze organisaties. De leerkrachten
op deze scholen zijn ambtenaren en de scholen zijn openbaar, maar de
fondsen worden verschaft door religieuze groeperingen met uitzondering
van de salarissen van de leerkrachten en een toelage voor klein onderhoud.
Godsdienstonderwijs op openbare scholen is toegestaan, doch is niet
verplicht voor alle studenten. De scholen bieden godsdienstonderwijs
in diverse godsdiensten.
Het is ouders niet toegestaan hun kinderen thuis te onderwijzen om
godsdienstige of andere redenen. Wel mogen ze hun kinderen inschrijven
op particuliere scholen waarvan vele zijn aangesloten bij een bepaalde
godsdienst. Leerlingen op openbare scholen mogen aan alle elementen
van hun geloof uiting geven, ook door het dragen van hoofddoeken, kruisen,
of keppeltjes.
Restricties ten aanzien van Godsdienstvrijheid
Het Regeringsbeleid en handelen hebben bijgedragen aan de algemeen
vrije godsdienstbeoefening.
Er was geen rapportage van religieuze gevangenen of arrestanten.
Gedwongen Religieuze Bekeringen
Er was geen rapportage van gedwongen religieuze bekeringen, evenmin
van minderjarige Amerikaanse burgers die waren ontvoerd of op onrechtmatige
wijze waren weggehaald uit de Verenigde Staten, of van weigering zodanige
burgers te laten terugkeren naar de Verenigde Staten.
Molest door Terroristische Organisaties
Er was geen rapportage van molest gericht op specifieke godsdiensten
vanwege terroristische organisaties tijdens de verslagperiode.
Hoofdstuk III. Maatschappelijke Attitudes
De gewoonlijk vriendschappelijke betrekkingen tussen godsdiensten in
de maatschappij hebben bijgedragen tot godsdienstvrijheid. De meeste
burgers, voornamelijk zij die wonen in de hoofdstad Paramaribo, vieren
in verschillende mate de religieuze hoogtijdagen van andere groepen.
Er is een interreligieuze raad bestaande uit vertegenwoordigers van
diverse religieuze groepen. De leden van deze raad komen eens per maand
bij elkaar ter bespreking van de geplande oecumenische activiteiten
en hun standpunten ten aanzien van het regeringsbeleid.
Hoofdstuk IV. Amerikaans Regeringsbeleid
De Amerikaanse Regering bespreekt kwesties de godsdienstvrijheid rakende
met de Regering als onderdeel van haar algemeen beleid ter bevordering
van de mensenrechten. De Amerikaanse Ambassade onderhoudt een regelmatige
dialoog met de leiders van de diverse religieuze gemeenten in het land.
In mei 2005 heeft de Ambassade met belangrijke Islamitische leiders
gesprekken gehad om opheldering te brengen in de aantijgingen van misbruik
van de Koran in Amerikaanse detentiefaciliteiten. In juni 2005, heeft
het Ambassador’s Fund for Cultural Preservation een subsidie toegekend
ter ondersteuning van een project tot behoud van de oude kerkarchieven
van de Evangelische Broedergemeente.