
Genezen en Vrede stichten in Kerk en Samenleving
Eugene England
vertaling uit het Engels: Robert Poort
Tijdens de kerstdagen in 1955 woonden Charlotte en ik in Mapusaga,
'n dorpje in Amerikaans Samoa. We waren twee jaar getrouwd en vervulden
al anderhalf jaar een zending in Polynesie. Charlotte was zes maanden
in verwachting. We onderwezen Taligu E'e, 'n vrouw met mormoonse familieleden,
en ze stemde er in toe om elke woensdagmiddag met ons samen te komen.
We wandelden dan naar haar 'fale', een rondvormig samoaans huisje zonder
muren, met een gevlochten dak, om haar met onze gebrekkige kennis van
de samoaanse taal de zendingslessen te geven. Ze luisterde altijd beleefd
en aandachtig, haar ogen teneergeslagen op de gevlochten mat waarop
we zaten. Na afloop serveerde ze ons een door haar bereidde maaltijd.
Op een van die woensdagmiddagen spraken we over 'het plan van zaligheid'.
We vertelden haar hoe, dankzij tempelverordeningen, we degenen van dienst
konden zijn die gestorven waren zonder Christus te kennen, middels zendingswerk
in de geestenwereld. Plots richtte haar blik zich op en keek ze ons
aan. Aarzelend informeerde ze naar haar eigen voorouders die leefden
en stierven voordat christelijke zendelingen naar Samoa kwamen. Ze had
altijd aangenomen dat haar voorouders verloren waren omdat ze Christus
niet kenden en niet gedoopt waren. Ik herhaalde en bevestigde e.e.a
nog eens en realiseerde me eigenlijk voor het eerst ten volle dat dit
inderdaad het evangelie, het goede nieuws was. Ik verzekerde haar dat
God 'n ieder op aarde in gelijke mate lief heeft en voor allen een weg
bereid heeft, ook voor onze voorouders, om Hem te leren kennen, te volgen
en zalig te worden.
Ze bleef me aanstaren terwijl de tranen haar over de wangen rolden.
Ik begreep dat een diepe wonde aan 't genezen was, en herhaalde daarom
nog eens:"O le Atua alofa tele'ia latou'uma, hetgeen zoveel betekent
als:"God houdt werkelijk van iedereen". Taligu werd daags
na ons vertrek uit Samoa gedoopt.
Onze zendingspresident had ons, volgens ons op geinspireerde wijze,
naar Hawaii overgeplaatst waar onze baby werd geboren. De medische faciliteiten
aldaar redden in feite het leven van Charlotte ten tijde van een heel
zware bevalling.
Veel later vernamen we dat Taligu de matriarch werd van een talrijke
familie binnen de kerk in Samoa. We vertouwen er op dat de reddende
verordeningen voor haar voorouders in de tempel in Nieuw Zeeland werden
verricht, 'n tempel die werd gebouwd 'n paar jaar na haar doop...
Ik weet dat het evangelie van Jezus Christus haar genezing en vrede
bracht...
Waarheid is een essentieel onderdeel van genezing en vredestichting,
maar dat geldt niet zomaar voor elke waarheid zonder meer... Paulus
sprak over "in liefde de waarheid spreken" (Eph.4:15)
Waarheid 'zonder meer' kan massavernietigingswapens produceren, en aanleiding
geven tot onaflatende meningsverschillen, haat zelfs, over gelijk en
ongelijk. Waarheid kan verwonden en vijandschap doen toenemen, voortdurende
tegen-stellingen en escalatie daarvan veroorzaken. Reddende, helende
waarheid, ofwel het evangelie, heeft in een sfeer van oprechte liefde
echter een genezende werking.
In mijn tijd als bischop van een studentengemeente van de Brigham Young
Universiteit vroeg iemand me of ik met 'n vriendin wilde praten die
een poging tot zelfmoord had gedaan. Ik stemde toe, ontmoette de vrouw
in kwestie en kwam weer eens tot het besef dat, evenals vele andere
studenten die ik begeleidde, deze vrouw een sterk gevoel had ontwikkeld
voor rechtvaardigheid en schuldgevoel, maar tegelijkertijd een onderontwikkeld
besef had van de genadevolle liefde van Christus. Op zelfbeschuldigende
en veroordelende toon vertelde ze over haar falen, haar wanhoop ook.
Ik citeerde haar eenvoudigweg verzen uit het Boek van Mormon, over het
genadevolle verzoeningswerk van Christus, over genezing en toenadering.
Ik bemerkte dat vrede zichtbaar werd in haar gelaat, ze begon te huilen.
Toen ze wegging was ze hopelijk ten dele genezen...
Toen John Taylor president was van het quorum van de Twaalf Apostelen
kwamen twee mannen naar hem toe teneinde een verbitterde ruzie te beslechten.
Nu was pres. Taylor een begaafd zanger, en hij zei: broeders, voordat
u me vertelt over uw meningsverschil, zou ik graag een van de lofzangen
van Zion voor u zingen. Na afloop van het lied zei hij vervolgens: Iedere
keer als ik een lofzang van Zion hoor wil ik er nog een horen, en dus
zong hij nog een lied, en daarna nog een...enz.
Door tranen bewogen en als vrienden verlieten de twee mannen de bijeenkomst,
zonder dat er zelfs maar over het meningsverschil was gesproken...
Genezing is mogelijk, vrede is mogelijk, dergelijke anekdote's brengen
hoop en visie.
De reddende waarheden van het evangelie van de Prins der Vrede kunnen
een genezende uitwerking hebben als ze worden gepresenteerd op 'n manier
die overeenkomt met hun helende kracht en aldus in staat zijn mensen
te raken met hun potentiele macht.
De kerngedachte is: God's onvoorwaardelijke liefde, de unieke macht
der genade om onze zielen te helen, vrede in ons leven te brengen -
kan alleen maar z'n uitwerking hebben als niet alleen ons verstand en
begrip wordt verlicht maar ook onze harten en intenties worden geraakt.
Ik herinner me een van de eerste toespraken die ouderling Marion D.
Hanks gaf kort nadat hij was geroepen als Algemene Autoriteit, meer
dan veertig jaar geleden. Hij sprak over twee mormoonse familie's die
van elkaar vervreemd raakten door een belediging en vervolgens zelfs
door wraakgevoelens... Men sprak niet meer met elkaar. Oude wonden werden
gekoesterd en nieuwe verwondingen toegebracht. Uiteindelijk ging de
vader van het ene gezin naar de andere en vroeg om vergiffenis, ondanks
de omstandigheid dat hij het minst aanleiding had gegeven tot onenigheid.
De twee familie's legden hun geschil bij.
Ik herinner me ook nog heel goed hoe ik voor het eerst onder de indruk
kwam van die simpele anekdote in Shakespeare's "De Koopman van
Venetie", waarin Portia stelt dat vergeving zowel de schenker als
ontvanger tot zegen kan zijn.
Vergiffenis is om met de schrijver Lowell Bennion te spreken: "het
homeopatische geneesmiddel voor de ziel". Een dergelijk geneesmiddel
heeft geen automatische werking en is niet altijd vanzelfsprekend, doch
kan een direkte en aanhoudende werking hebben als we er de nodige moeite
voor doen. Neem bijv. Portia. Vermomd als advocaat bij de rechtbank
waar Shylock genoegdoening zoekt voor het feit dat Antonio hem geld
schuldig is, geeft ze toe dat Shylock weliswaar in z'n recht staat en
volgens de rechtsgang in het gelijk moet worden gesteld, maar ze pleit
desalniettemin voor 'genade':
Genade wordt geen onrecht aangedaan,
genade daalt als een zachte bries uit de hemel neer,
haar zegen is tweevoudig:
ze zegent zowel de gever als de ontvanger,
als een bevestiging van God's wezen.
Wereldlijke macht weerspiegelt die van God,
wanneer genade haar invloed heeft op het recht.
en bedenk ook:
dat indien het recht z'n loop zou hebben,
niemand van ons zaligheid zou kunnen verwerven...
(De Koopman van Venetie 4.1.184-200)
Shakespeare gebruikt Portia om de grondgedachte van het verzoeningswerk
van Jezus Christus onder de aandacht te brengen. We begaan allemaal
zonden die we niet meer goed kunnen maken, zaken die we niet meer recht
kunnen zetten als het recht zijn loop heeft.
De eisen der rechtvaardigheid die ons geweten ons ingeeft, als ook de
onbeantwoordde verlangens van een rechtvaardig God, brengen ons een
innerlijke verdeeldheid die hunkert naar genezing en vergeving. De Verzoening
verzoent en vereent en wordt gemanifesteerd door de macht God's, middels
haar zelfopofferende genade, teneinde ons met onszelf te herenigen,
zonde te overwinnen welke zonde een tweespalt is tussen onze kennis
en ons handelen. Op dezelfde manier kunnen we met elkander verenigd
worden door, waar nodig, elkaar vergiffenis te schenken.
Maar alhoewel Portia heel eloquent over genade spreekt in het geval
van Antonio, kan ze zelf geen vergeving schenken in een situatie waar
haar vijand Shylock overduidelijk een zware straf verdient. Middels
de letter van de wet kon ze Antonio redden van een wraakzuchtige Shylock,
waarna zij en Antonio samen echter diezelfde wetmatigheid gebruiken
om zich op Shylock te wreken. Ze bedreigen niet alleen zijn leven en
welvaart, maar erger nog, dwingen hem zijn Joodse geloof af te zweren
en christen te worden! Volgens mij wilde Shakespeare ons laten zien
dat zij daarmee hun kans misten om echte vredestichters te zijn, en
zelfs uitermate on-christelijk handelden.
De wereld is vol open wonden die om genezing vragen. Het voortdurende
geweld vraagt om oprechte vredestichters. De hoopgevende ontwikkelingen
in Oost Europa de afgelopen zeven jaar zijn volgens mij niet zo zeer
tot stand gekomen door allerlei dreigende militaire maatregelen, als
wel door geweldloze aktie van allerlei mensen. Ondanks die ontwikkelingen
zijn er echter nog steeds diepe wonden zichtbaar, en heeft het einde
van de 'koude oorlog' geen wonderbaarlijk vredestijdperk ingeluid van
internationale samenwerking. Er is nog steeds oorlog in het Midden Oosten,
Afrika, Noord-Ierland en het voormalige Joegoslavie. Vredesbesprekingen
tussen Arabieren en Israeli's, Katholieken en Protestanten, Hutu's en
Tutsi's, Bosniers en Serviers, lopen vaak op niets uit. Er is wederzijds
geweld en tegen-geweld, zelfs tijdens de onderhandelingen komen beide
zijden met eisen waaraan niet getornd mag worden; eisen die worden gesteld
in de naam van rechtvaardigheid, en men probeert elkaar behendig de
loef af te steken. Er is geen sprake van zelfs maar de minste mate van
vertrouwen, er wordt geen terrein prijsgegeven, de oude slogans en vijandigheid
blijven bestaan, als ook een onveranderlijke cultuur van geweld. Niemand
schijnt zich te realiseren dat pogingen om voordeel te behalen, gerechtigheid
te eisen, nooit echt resultaat opleverden in de geschiedenis. Weinigen
ook schijnen zich er van bewust te zijn dat genadevolle vergevingsgezindheid
in onze huidige wereld twee maal blijvende vrede hebben gebracht: het
Marshall Plan dat de economie herstelde van onze voormalige vijanden
van de Tweede Wereldoorlog, en de opofferingsgezindheid van Anwar Sadat
( welke hem uiteindelijk het leven kostte).
Maar ook binnen de kerk zijn er diepe wonden die om genezing vragen.
Er is een tweespalt in de mormoonse intellectuele gemeenschap, we zien
wederzijdse vervreemding en openlijke verdachtmakingen. Aan de ene zijde
zijn er degenen die aan kerkelijke onderwijsinstituten zijn verbonden,
en aan de andere zijde is er een groep die word gevormd door de onafhankelijke
'sector', inclusief velen in de niet-godsdienstige faculteiten binnen
de Brigham Young Universiteit. Er is een schaamteloos gebrek aan respect,
een terugtrekking in exclusieve symposia en publicaties met weinig bereidwilligheid
van elkaar te leren middels dialoog of welwillende belangstelling voor
elkaars standpunten. De media hebben vervolgens e.e.a. op soms overdreven
wijze benadrukt, soms zelfs ook in een verkeerd daglicht gesteld middels
een controversieele stijl van verslaggeving over (soms ongenuanceerde
en polariserende) utlatingen in de onafhankelijke mormoonse pers van
o.a. deelnemers aan onafhankelijke symposia. Aan de andere kant hebben
uitlatingen van BYU professoren, kerkelijke en universiteits-leiders
de verdeeldheid doen toenemen en tegenstellingen doen escaleren. Verder
is er een toenemende polarisatie over de positie van de vrouw welke
door vele mormoonse vrouwen als uiterst pijnlijk word ervaren. Waar
er in de jaren '60 binnen en buiten de kerk heel wat te doen was over
discriminatie van de negerbevolking (er waren zelfs allerlei acties
gericht tegen de kerk als zodanig) werd duidelijk dat er potentieel
nog veel meer onrust op komst was over de positie van de vrouw. En dat
bleek inderdaad het geval. Susan Faludi beschrijft in Backlash - de
onverklaarde oorlog tegen de Amerikaanse vrouw - dat de vooruitgang
die vrouwen maakten in de jaren '70, volledig werden teruggedraaid in
jaren '80. Erger nog, onverschilligheid van overheidszijde en de opstelling
van veel mannen hebben vooroordeel en discriminatie veelal doen toenemen.
Dit laatste werd overduidelijk in 1992 toen ten tijde van de beschuldigingen
rondom de Anita Hill affaire, de meesten van ons zich niet aan de indruk
konden onttrekken dat een veertien-tal senatoren nauwelijks in staat
waren een rechtvaardig, laat staan een genadig oordeel te vellen over
Anita Hill. Momenteel reageren veel vrouwen in wanhoop en woede, en
de ene reactie volgt de andere op.
Er is grote behoefte aan genezing van wonden.
Na de genoemde nationale periode van verbetering van de positie van
de vrouw en de daarop volgende teruggang, heeft het er alle schijn van
dat e.e.a. ook z'n uitwerking heeft gehad op de positie van de mormoonse
vrouw. Er was sprake van toenemende vrijheid en kansrijkheid in het
algemeen en een toenemende aandacht ook van kerkelijke leiders, gevolgd
echter door een afname van niet alleen onafhankelijkheid van mormoonse
vrouwenorganisatie's en hun publicaties, maar ook van hun publieke en
formele functie als 'genezeres'.
Als zendelingen-echtpaar in het geisoleerde Samoa hielp Charlotte me
bij het geven van zegens t.b.v. de zieken. Het officiele kerkelijke
handboek: Ouderling John A. Widtsoe's 'Priesthood and Church Goverment'
citeerde zelfs Joseph Smith om aan te geven dat een dergelijke gang
van zaken correct was. En daar waren er natuurlijk de vele voorbeelden
van pioniersvrouwen zoals bijv. Eliza Snow en Patty Sessions die 'gezond
maakten' door 'het opleggen der handen'. Zij spraken en zongen in 'tongentaal'
en tot in de jaren '40 gaven zij speciale rituele zegens t.b.v. zwangere
vrouwen.
Charlotte helpt mij niet langer bij het geven van zegens.
We conformeren ons aan een klaarblijkelijke terugtrekking van de gave
van genezing waarin mormoonse vrouwen zich eens verheugden, zij zegenen
elkaar nog wel in de tempelverordeningen en blijven ook informeel nog
steeds genezeressen en vredestichtsters. In feite belichaamd de vrouw
de kerngedachte die ten grondslag ligt aan de gave van genezing zowel
symbolisch als letterlijk, en we moeten er voor waken dat die hoedanigheid
hoe dan ook geen geweld word aangedaan het zij binnen of buiten de kerk.
Laat mij toelichten wat op het eerste gezicht misschien een seksistische
uitspraak lijkt, d.w.z. dat de vrouw per definitie een genezende rol
vervuld.
De Franse antropoloog Rene Girard gaf ons een overtuigende theorie hoe
geweld en haat in alle culturen en relatie's beginnen, hoe culturen
overleven door geweld te ritualiseren middels duels, executies en voetbalwedstrijden
en door geweld te projecteren op individuen, of groepen van mensen (en
zelfs dieren) als zondebokken.
Hij legt uit hoe culturen de plaag van het geweld koesteren, zodat ze
op die wijze het geweld aanwezig in zichzelf niet onder ogen hoeven
zien, niet hoeven te genezen. Girard geeft een overtuigende analyse
van een mechanisme ons allemaal bekend: verschillende wezens verlangen
onvermijdelijk dezelfde dingen: een stuk speelgoed, een stuk land, een
vooraanstaande positie, aanzien in de wereld, academisch eerbetoon.
De intensiteit van de competitie neemt toe naarmate de jalouzie toeneemt,
de ander heeft simpelweg het oog gericht op hetzelfde object. Aldoende
beginnen rivalen steeds meer op elkaar te lijken in zowel gedrag als
in emotionele zin, men imiteert elkaar in bezittingsdrang en beide overwegen
een zekere mate van geweld, men verklaart elkaar uiteindelijk de oorlog,
of vindt een zondebok waarop het geweld kan worden geprojecteerd, een
proces dat het geweld slechts tijdelijk onderdrukt. Denk maar eens terug
aan de kinderjaren; broertjes en zusjes, neefjes en nichtjes, en speelkameraadjes
ondergaan hetzelfde proces als oorlogen in de geschiedenis van de mensheid.
De imitatie van dergelijke verlangens, gevoelens van jalouzie, leiden
tot bedreiging in de naam van gerechtigheid, vaak met extra machtvertoon
om onze claims kracht te doen bijzetten, gevolgd door steeds grotere
vergelding en wraak, eveneens in de naam der gerechtigheid.
De tegenstanders ontwikkelen dezelfde kwalijke middelen om hun doelen
te heiligen, ongeacht wie er gelijk heeft of op zelfingenomen wijze
de ander van kwaad beschuldigt.
Als voorbeeld: tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog gingen de
Britten en later de Amerikanen over tot massale bombardementen op burgerbevolkingen,
hetgeen we tot dan toe de Duitsers als barbaars kwaad aanrekenden. Een
dergelijke 'imitatieve escalatie' leidde uiteindelijk tot de massale
vernietiging van honderdduizenden mensen, aanvankelijk in Hamburg en
Dresden, later in Hiroshima en Nagasaki, hetgeen door de mormoonse apostel
J. Reuben Clark werd gekarakteriseerd als " het toppunt van barbaars
oorlogsgeweld'.
Dit mechanisme van 'imitatieve competitie' en escalerend geweld lijkt
onafwendbaar. De voorbeeldige leringen van Jezus Christus zijn de enige
manier om de geweldsspiraal te doorbreken. Zelf als agnost begon Girard
de Bijbel als het meest waarachtige, zelf goddelijke..., boek ter wereld
beschouwen.
I.p.v. geweld te ventileren middels rituelen en zondebokken legt de
Bijbel de gewelddadige mens bloot, maar geeft ook een oplossing in de
vorm van een God die met alle macht de geweldmechanisme's in de wereld
tegen wil gaan d.m.v. zijn uitverkoren volk en zijn goddelijke zoon.
In het Oude Testament faalt hij daarin, welk testament hoofdzakelijk
een testament van geweld is, geweld door het uitverkoren volk zelfs,
en van menselijke pogingen om God verantwoordelijk te houden voor het
eigen geweld. Maar in het O.T. ligt echter ook de oplossing verborgen.
Jozef schenkt immers vergeving en genade aan zijn broederen die hem
aan Egypte verkochten, en denk ook aan het opofferende dienstbetoon
door Jesaja beschreven in Jesaja 53, en aan God's woord gericht tot
de profeten. Dit alles vindt uiteindelijk haar hoogtepunt in het leven,
de leringen en de dood van Jezus Chistus, als oplossing voor de spiraal
van geweld.
Een en ander is natuurlijk eenvoudiger gezegd dan gedaan.
In de Bergrede ligt een ethische oplossing vervat: Christus vermaant
de Farizeers (Mattheus 23:13-29) om als Joden het kwaad in zichzelf
te onderkennen - men doodde immers altijd de profeten die de boodschap
der vrede verkondigden, evenals men uiteindelijk Christus zelf zou doden.
Let wel: Christus sterft niet als de traditionele zondebok die de zonde
en het geweld van de samenleving moet verhullen. Integendeel, Christus
benadrukt te worden erkend als een onschuldig slachtoffer wiens offerande
van volmaakte vergiffenis op onthullende wijze het geweld ontmaskert
en laat zien hoe geweld eenduidig een halt moet worden toegeroepen.
Hij voegde de daad bij het woord en verzegelde zijn getuigenis met de
goddelijke autoriteit van zijn volmaakt onschulig bloed.
Zijn leringen zijn kristalhelder: " En ik zeg jullie: heb je vijanden
lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk
kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over
goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen."
(Mattheus 5:44-45) "Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen
geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie
rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste
zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is. Wees
barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is." (Lucas 6:35-36) "En
ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet...(Mattheus
5:39); "Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het
kwade door het goede." (Rom. 12:21)
Hugh Nibley legde uit: Het Boek van Mormon benadrukt krachtig dat conflictsituaties,
met inbegrip van oorlogen, alleen plaatsvinden wanneer beide partijen
zondigen. Alleen wanneer een van de partijen gewillig is God's geboden
te gehoorzamen, de wapens neer te leggen, hatelijke taal achterwege
te laten, en ook al het vechten en wedijveren, zelf als dit hen het
leven gaat kosten zoals Christus zijn leven opofferde, pas dan kan het
geweld een halt worden toegeroepen. Aldoende worden soms vijanden bekeerd,
zoals in het geval van de befaamde pacifistische martelaren van het
volk van Ammon (Alma 24:17-26).
Hedentendaagse profeten bevestigen e.e.a. nog eens. In Juni 1976, een
tijdperk waarin de Verenigde Staten zichzelf feliciteerde ter gelegenheid
van haar 200-jarige bestaan, greep president Spencer W. Kimball de gelegenheid
aan om Amerikanen (en ook mormoonse Amerikanen) te herinneren aan het
geweld dat in ons woont.
"We zijn een oorlogszuchtig volk......Als vijanden ons bedreigen,
zoeken we bescherming en bevrijding bij afgoden van steen en staal;
in de vorm van schepen, vliegtuigen, raketten en versterkingen. Wanneer
we ons bedreigd voelen stellen we ons vijandig op, en i.p.v. het koninkrijk
God's te verdedigen, vallen we de vijand aan." Spencer W. Kimball,
"The False Gods We Worship," Ensign (June 1976): 4.
Vervolgens riep hij ons op tot het enige dat ooit vrede tot stand bracht:
" het evangelie uit te dragen aan onze vijanden, opdat zij niet
langer onze vijanden zullen zijn."
President Kimball bedoelde daar uiteraard geenzins mee dat we simpelweg
zendelingen zouden sturen naar landen als Rusland en China, maar dat
we het evangelie, het goede nieuws, in woord en daad zouden gaan verkondigen
- dat God ons allen onvoorwaardelijk lief heeft en van ons hetzelfde
verwacht, dezelfde boodschap die Charlotte en ik uitdroegen aan onze
Samoaanse bekeerling.
We prediken het evangelie aldus aan onze vijanden door ons als christenen
te gedragen, door voortdurend te werken aan genade, door genade te schenken.
Christus onderwees: "Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen
barmhartigheid ondervinden." (Matheus 5:7)
Volgens mij betekent dat niet alleen dat door genadig te zijn t.o.v.
anderen ook God ons genadig zal zijn, maar vooral dat het schenken van
genade aan onze vijanden onze enige hoop is op het ontvangen van genade
uit de handen van onze vijanden, i.p.v. hun reactie op ons geweld tot
op 't punt dat we voortdurend een zich steeds escalerende oorlog met
elkaar aan het voeren zijn.
Hedendaagse profeten wijzen ons niet alleen op de wijze waarop we
geweld beantwoorden, maar ook op het mechanisme zoals door Girard werd
geanalyseerd: de manier waarop escalerend geweld word ontketend. Een
citaat uit 1942 van het eerste presidentschap van de kerk, aan het begin
van de Tweede Wereldoorlog:
"Er is een eeuwige wetmatigheid waaraan oorlog, en degenen die
haar bedrijven, zijn onderworpen... De Heiland onderwees een algemeen
beginsel [degenen die het zwaard opnemen zullen door het zwaard omkomen]
, een beginsel dat niet gebonden is aan tijd, plaats, oorzaak, of deelnemers
[zowel goeden als kwaden] ... Dit is een universele wetmatigheid, want
geweld word altijd gevolgd door meer geweld." The First Presidency,
One Hundred and Twelfth Annual Conference of the Church of Jesus Christ
(Salt Lake City: Deseret Book Co., 1942), 95.
Ter herinnering: de VS bombardeerden in 1986 de hoofdstad van het Lybie
van Muamar Gadhafi, waarbij naar schatting veertig mensen, meest Lybiers,
om het leven kwamen. Volgens ons een gerechtvaardigde actie, gebaseerd
op bewijs dat Lybiers vijf Amerikanen hadden gedood bij tereuracties
en aanslagen in Europa hetgeen waarschijnlijk een reactie was op onze
partijdigheid aan de kant van Israel in haar bezetting van Arabisch
land. En alhoewel onze regering trots verklaarde dat de aanval op Lybie
hun geweld in de kiem gesmoord had, bleek in 1992 dat het vliegtuig
dat in 1988 bij Lockerbie, Schotland, neerstortte, door een Lybische
bom werd getroffen; meer dan 250 mensen kwamen daarbij om 't leven.
Onze leiders overlegden vervolgens wat het 'gerechtvaardigd antwoord'
op die daad zou moeten zijn. Het begon met 5 dode Amerikanen, toen 40
Lybiers, en vervolgens 250 mensen die naar willekeur werden gedood,
geweld dat niets had opgelost doch integendeel alleen maar meer geweld
had uitgelokt.
Tom Sutherland, een van de amerikaanse gegijzelden in Beirut die uiteindelijk
werden vrijgelaten, begreep waar wijzelf vaak de grootste moeite mee
hebben. In een radiovraaggesprek in 1991 werd hem gevraagd wat hij vond
van de oproep tot vergelding van sommige voormalige gegijzelden, en
van mogelijke overheidsinitiatieven om de gegijzelden uit te oren teneinde
op 'gepaste' wijze wraak te kunnen nemen. Hij verklaarde: "Ik ben
het volkomen oneens met deze gang van zaken, elke vorm van vergelding
of wraak is verkeerd". En z'n vrouw Jane voegde er aan toe: "we
hebben jarenlang gewerkt en gebeden voor deze doorbraak: een onvoorwaardelijke
vrijlating. Waar de mensen in het midden-oosten het steeds maar over
hebben, wat hen is aangedaan, en wat zij anderen hebben aangedaan, is
nu al duizenden jaren aan de gang en het is hoog tijd er een punt achter
te zetten.'
Amen.
Naast de bijbel zien we volgens Girard de duidelijkste voorbeelden van
geweldmechanisme's in de werken van William Shakespeare en Fyodor Dostoevsky.
Bedenk maar eens hoe vaak Shakespeare's rivalen elkaars tegenstanders
worden, en ook op gewelddadige wijze steeds meer op elkaar gaan lijken:
de tweelingen in "Comedy of Errors", Iago en Othello, Hamlet
en z'n oom, de Trojanen en de Grieken in "Troilus and Cressida".
M'n eigen zorgvuldige bestudering van Shakespeare's werk overtuigt me
dat Girard het bij het juiste eind heeft. De meeste werken van Shakespeare
zijn er op uit te laten zien dat wraak in de naam van gerechtigheid
altijd verleidelijk is, moreel gerechtvaardigd is in de ogen van zowel
de wreker als het publiek, en altijd escaleert in (door onszelf) 'gerechtvaardigd'
geweld. Degenen die uit zijn op wraak nemen de vorm aan van hun doelwit;
waar men dat doelwit aanvankelijk beschouwde als een uitgesproken misdadiger.
Het komt er meestal op neer dat, in de naam der gerechtigheid, degene
die wraak neemt de toneelvloer met lijken vult... en het geweld houdt
daar niet op, maar komt tot uiting in een volgende generatie, in vicieuze
cirkels van wederzijdse genoegdoening en wraak. Shakespeare wist ook
hoe moeilijk het is om een dergelijke kringloop te doorbreken, zelfs
voor de rationeel denkende of religieuze mens.
Hij krijgt iedereen in de zaal mee, op vernuftige en dramatische wijze.
Hij zet 'n bepaald karakter als 'slechterik' neer, iemand waar de toeschouwers
een afkeer van hebben en maar al te graag z'n verdiende loon zien krijgen.
Wanneer de slachtoffers en hun vrienden wraak beginnen te nemen op bijv.
de slechterik Malvolio in "Twelfth Night", of op de bloeddorstige
Shylock in "De Koopman van Venetie", moedigen we hen dan ook
luiddruchtig aan! We monsteren als het ware aan op het schip "De
Gerechtvaardigde Genoegdoening". Er komt echter 'n moment dat toeschouwers
met gevoel voor moraliteit zich beginnen te realiseren dat e.e.a. uit
de hand is gelopen, en dat het streven naar genoegdoening elke vorm
van rechtvaardigheid is ontstegen, onvermijdelijk ook meer kwaad dan
goeds heeft aangericht. We zouden willen dat we zouden kunnen deserteren,
ons zouden kunnen distancieren van de situatie.
Shakespeare laat ons voelen, niet aleen begrijpen, hoe het aanvoelt
om geweld goed te keuren, en de gevoelens van schaamte te ervaren die
daarmee vergezeld gaan
Het bovenstaan de wordt duidelijk in "Twelfth Night" als Malvolio
door het gespuis in de gevangenis wordt geworpen en z'n verstand begint
te verliezen, maar ook in "De Koopman van Venetie" als Shylock
wordt gedwongen zich tot het christendom te bekeren. En in "Hamlet"
weigert Hamlet de koning tijdens z'n gebed te doden omdat hij zich realiseert
dat dit de ziel van Claudius dan naar de hemel zou doen gaan! De aarzeling
van Hamlet is niet ingegeven door genade of besluiteloosheid, maar komt
voort uit wat de toeschouwers in Elizabethiaanse tijden ongetwijfeld
zouden herkennen als een godslasterlijk verlangen om zowel de ziel van
Claudius als zijn leven te vernietigen, door een moment af te wachten
wanneer deze zich met zonde inlaat. Dat was trouwens ook wat de verschijning
van Hamlet's vader zei dat hem door Claudius was aangedaan, nl. hem
te doden in zijn zonden nog voordat hij zich zou kunnen bekeren. En
op die manier gaat Hamlet op z'n oom lijken, even slecht, giftig en
gevaarlijk, uit op het verdoemen van zielen. Hamlet heeft echter een
groter, gecompliceerder hart ook, dan Claudius en bedenkt zich op 'n
manier die cruciaal is voor ons begrip van de genezende rol van vrouwen,
waar ik het eerder over had. Aan het eind van het stuk staat Hamlet
oog in oog met Laertes, wiens vader hij heeft gedood en wiens zus Ophelia,
die hij min of meer liefhad, heeft vernietigd in z'n wraakzuchtige obsessie.
Tijdens de worsteling met Laertes ten tijde van Ophelia's begrafenis
krijgt Hamlet voor 't eerst zicht op zichzelf; hij is verworden tot
een bloeddorstig en wraakzuchtig monster die in de naam der gerechtigheid
zelfs aan de rand van een open graf die worsteling voortzet, met de
dood en het hellevuur in z'n kielzog.
Hamlet wordt zich dus bewust van zijn gedegenereerde staat en volgens
mij zegt hij daarom in de volgende scene tegen Horatio:
"I have a [mis]giving, as would perhaps trouble a woman...- the
readiness is all...let be" (Hamlet,5.2.215-24)
"Be", "Zijn" of "Bestaan" is precies het
juiste woord. Hamlet ervaart wat mannen tot hun schade en schande hebben
overgelaten aan vrouwen en dientengevolge hebben gedevalueerd in de
Westerse cultuur - d.w.z. genade, medelijden, geduld, het 'bestaan'
tot haar volle recht laten komen. Zoals hij eerder in het stuk de befaamde
uitspraak doet: "To be, or not to be." (3.1.57), worstelend
met de gewetensvraag of het wellicht eerzamer is om lijden geduldig
te ondergaan: "suffer/ The slings and arrows of outrageous fortune,"
d.w.z. met geduld God's schepping te aanvaarden zoals ze is, te leven
in genade, of anderzijds, de wapens op te nemen, zich te verzetten tegen
onoverkomelijke moeilijkheden, en door het bieden van tegenstand deze
te elimineren; zich te wreken in de naam der gerechtigheid en waarschijnlijk
op dezelfde 'rechtvaardige' wijze om het leven te komen - en aldus niet
te zijn, niet te bestaan. "To be, or not to be", is precies
de fundamentele religieuze en morele vraagstelling of we willen leven
bij de gratie van 'vrouwelijke' genade, of willen sterven door 'mannelijke'
wraakzucht. In Hamlet doen mannen hun tranen af door ze "wapens
van de vrouw" te noemen, en verzekeren ze zich dat na al dat geween
het vrouwelijke in hen is verdwenen, zodat men verder kan met mannelijke
eer en wraakzucht.
In z'n rede over 'de zwakheid in hem', laat Hamlet het vrouwelijke
in hem e.e.a. nog eens overdenken, maar het is al te laat: het geweldsmechanisme
dat werd ontketend door Polonius te doden en Claudius te bedreigen bevindt
zich in een wraakzuchtige spiraal, en het stuk heeft dan ook een bloedig
einde.
Shakespeare wist dat de enige manier om het geweldsmechanisme een halt
toe te roepen inderdaad ligt in ons 'vrouwzijn', ofwel in letterlijke
zin ligt bij de vrouw in de Westerse cultuur die over het algemeen geen
deel heeft genomen aan de mannelijke 'cycli' en regelmaat van geweld
en oorlogsvoering.Om die reden zijn de 'genezers' in de werken van Shakespeare
vrijwel altijd vrouwen, hetgeen overeenkomt met de Westerse culturele
traditie om helende kwaliteiten middels het 'vrouwelijke' te symboliseren.
In "King Lear" geneest Cordelia haar zondige, trotse en onbuigzame
vader Lear, door hem onvoorwaardelijke liefde te schenken, ondanks het
feit dat hij haar niettemin op wrede wijze afwijst. Shakespeare laat
er geen twijfel over bestaan wat volgns hem de enige en uiteindelijke
oorsprong is van onvoorwaardelijke liefde. Op 'n gegeven moment zegt
Cordelia: "O geliefde vader,/het is uw werk dat ik verricht."
(King Lear, 4.3.22-3), 'n duidelijke vingerwijzing t.b.v. zijn gehoor
naar Christus als jongeling in de tempel. En 'n manspersoon zegt tegen
de vluchtende koning Lear: "Gij hebt 'n dochter/Zij redt de aarde
van haar banvloek/Die deze twee (zusters) hebben veroorzaakt" (4.4.53-55),
'n verwijzing naar de twee verdorven zusters van Cordelia, maar ook
naar Adam en Eva en Christus, en dit alles symboliseert onmiskenbaar
Cordelia's rol als genezeres, naar het beeld van Christus.
Paulina, in "The Winter Tale", met haar unieke grieks-christelijke
naam, is 'n direkte vingerwijzing naar de christelijke manier naar zaligheid,
zoals door Paulus werd gepredikt. Paulina geneest 'n zondig en gewelddadige
man zodanig dat deze later zelfs helpt om op wonderbaarlijke wijze 'n
vrouw te doen opstaan uit de dood. De 'genezers' in Shakespeare hebben
ons heel wat te vertellen. Evenals Christus betonen zij niet alleen
liefde, maar spreken ze eveneens in liefde de waarheid. Cordelia bijv.,
weigert gehoor te geven aan haar vader's wens om in het openbaar geprezen
te worden, teneinde haar erfenis veilig te stellen; en ze laat op die
manier duidelijk blijken dat liefde niet te koop is, en dat het gezegde
"voor wat, hoort wat' niets met rechtvaardigheid te maken heeft.
Koning Lear reageert woedend op haar besliste weigering, maar dat gaat
zijnerzijds echter gepaard met schuldgevoelens en waanzin, welke uiteindelijk
alleen door haar voortdurend schenken van genade overwonnen kunnen worden.
Op dezelfde wijze ook dwinger Paulina's beschuldigingen aan het adres
van koning Leontes ("The Winter's Tale) deze de gevolgen onder
ogen te zien van zijn gewelddadige jaloersheid. Leontes ondergaat daarop
een zestienjarige periode van boete, totdat hij zover is, gewillig is,
vergiffenis te ontvangen.
Shakespear herkende als laatste obstakel tot genezing en vrede: de schaamte
die zondaars voelen als waarheid en rechtvaardigheid de overhand beginnen
te krijgen. Koning Lear vlucht in letterlijke zin van Cordelia's pogingen
hem te redden van de wreedheid van haar zusters en haar vader's eigen
waanzin: "een monarch wordt geraakt door...zijn eigen onrechtvaardigheid...deze
zaken bezwaren zijn gemoed met groot venijn." (King Lear, 4.3.42-6).
Alleen absolute vergiffenis, en uiteindelijk de oneindige genade van
Christus, heeft de macht in zich om de ketens der schande te doorbreken,
opdat genezing haar werk kan verrichten. De 'geneeskunst' kan op die
manier dus heel behulpzaam zijn iemand door een pijnlijk proces te helpen,
namelijk het proces om de waarheid onder ogen te gaan zien, er een nieuwe
handelswijze op na te gaan houden.
De Nobelprijswinnares voor de Vrede van 1991, Aung San Suu Kyi, was
de geweldloze leidster van de democratische oppositiebeweging in Birma.
Recentelijk nog onder huisarrest, leidde ze eens een protestaktie terwijl
knielende soldaten op 't punt stonden op haar te vuren, ware het niet
dat een 'staakt het vuren' op het allerlaatste moment haar het leven
redde. De militaire junta wilde haar toestaan het land te verlaten op
voorwaarde dat ze zich niet meer met politiek zou inlaten; ze weigerde.
Ze raakte vervolgens volkomen geisoleerd en moest haar bezittingen van
de hand doen om haar schulden af te lossen. Ze omschreef haar droom,
haar visie en ideaal om vredestichtster te kunnen zijn d.m.v. een traditioneel
gedicht uit Birma: "Onze handen kunnen koel, helder water te drinken
geven, maar beter is het om onze handen heldere glassplinters te drinken
laten geven... 'Glassplinters' lijkt een gewelddadige betekenis te hebben,
maar geeft echter op 'kristalheldere' manier 'n element aan van vreedzame
genezing die tot echte vrede leidt. Martin Luther King werd er vaak
van beschuldigd geweld uit te lokken, de waarheid was echter dat zijn
gediciplineerde en geweldloze, direkte, actie, rassenhaat en geweld
blootlegde, ons geweten aanspoorde om ons af te wenden van racisme,
en aldus een vreselijke burgeroorlog af te wenden die zeker niet ondenkbaar
was op dat moment.
Op overeenkomstige wijze zijn er beschuldigingen geuit aan het adres
van de onafhankelijke mormoonse sector, en richting de niet-mormoonse
media. Beschuldigingen als zouden zij zout in open wonden hebben gestrooid,
en zelfs gewelddadige polisarisatie hebben uitgelokt d.m.v. commentaar
te publiceren m.b.t. zaken die we liever niet onder ogen zouden zien.
En ik moet toegeven, ook ik was verontwaardigd toen de 'Sunstone'-editie
van September 1991 het waarheidsgehalte van Elder Paul H. Dunn's oorlogs-
en honkbal-verhalen aan de kaak stelde. Ik kende Elder Dunn al vele
jaren, heb veel respect en grote waardering voor hem als een goed en
wellevend individu, 'n gematigd en helder theoloog, en ik vroeg me destijds
af of dit alles hem niet bespaard had kunnen blijven. Ik veranderde
echter van gedachte toen ik de grondige en evenwichtige benadering van
de 'Sunstone'-redaktie las, met inbegrip van Elder Dunn's interview
met de pers.
Essays geschreven door William A. Wilson en Richard Poll ook, die het
probleem, het 'aandikken' van gebeurtenissen, in de context plaatsten
van hoe verhalen traditioneel worden verteld om 'n bepaalde boodschap
op doelmatige wijze over te brengen. Persoonlijk ervoer ik dit alles
als 'n pijnlijke zaak, maar met 'n 'genezende' uitwerking, die mij leerde
in de toekomst voorzichtiger en meer vergevingsgezind te zijn. Op 26
October 1991, kort na de betreffende 'Sunstone'-editie, verscheen in
'LDS Church News" een spijtbetuiging van Elder Dunn. Dit benadrukte
nog eens hoe snel de lucht kan worden geklaard d.m.v. een verontschuldiging,
even genezend als eenvoudig. Na dit voorval was er sprake van vergevingsgezindheid
en 'n toename van liefde jegens Elder Dunn van de kant van degenen die
aanvankelijk met woede hadden gereageerd, en e.e.a. werkte aanstekelijk
binnen de kerkgemeenschap.
Genezing vereist niet alleen de soms 'harde' waarheid, maar verlangt
ook een veranderingspatroon. Shakespeare kende de traditie van de Renaissance,
'n tijdperk van vernieuwing naar lichaam en geest, waarin men nieuwe
mogelijkheden begon te ontdekken. Therapeuten lieten hun patienten allerlei
nieuwe behandelingswijzen ondergaan, door hen bijv. op letterlijke of
figuurlijke wijze 'n rolmatig proces te laten doormaken. Andre Du Laurens
publiceerde in 1599 een boek over 'geestesziektes' waarin hij beschreef
hoe therapeuten bepaalde processen gebruikten om patienten van waanideen
af te helpen.
Het geval werd beschreven van 'n man die bijna doodging aan het waanidee
dat hij vooral niet moest urineren, uit angst dat 'de gehele stad zou
verdrinken'. Men kon het hem niet uit het hoofd praten; uiteindelijk
kwam 'n heelmeester op 't idee om ergens met opzet brand uit te laten
breken, vervolgens de doodzieke patient te smeken het vuur uit te plassen,
waarop deze gemotiveerd aan het wateren ging en pardoes van z'n fobie
werd genezen!
Het heeft er alle schijn van dat Shakespeare op de hoogte was van de
medische ontwikkelingen van zijn tijd, die benadrukten dat de therapeutische
geneeskunde effectief was en bovendien heel goed verklaard kon worden.
In "Approved Directions for Health, both Naturall and Artificiall",
gepubliceerd in 1604, zet William Vaughan de theorie uiteen:
"Waaruit bestaat het geneesmiddel voor geestelijke kwalen? De heelmeester
verzint en ontwerpt 'n geestelijk drama dat tot de ziekelijke verbeelding
van de patient spreekt. Dit proces brengt de patient op slinkse wijze
in een verdere waan, en die kan al dan niet rationeel zijn, maar heeft
't uiteindelijke affect dat eerdere waanbeelden verdwijnen."
De werken van Shakespeare zitten vol van dit soort geestelijke drama's,
inventieve processen waarvan door helers gebruikt gemaakt word om de
zielen van de patienten te redden. Volgens mij schreef Shakespeare z'n
stukken als bewuste therapeutische processen met de bedoeling 't ene
waanbeeld van het publiek door 'n ander waanidee te vervangen en op
die manier hun geestelijke kwalen te helen. Het ging hem er vooral om
om z'n publiek van wraakzucht te genezen, d.w.z. de drang om geweld
te gebruiken uit naam der gerechtigheid. Volgens mij zag hij dit als
het voornaamste kwaad waar de mens aan lijdt, verantwoordelijk ook voor
allerlei andere afwijkinhgen, met inbegrip van seksisme. Hij wilde ons
niet allleen tonen hoe Cordelia en Pailina zondige en gewelddadige manspersonen
wilden helen door hen met de waarheid te confronteren en hen op opofferende
wijze onvoorwaardelijk lief te hebben; hij wilde ons om met Gloucester
te spreken (King Lear, 4.6.149) laten 'begrijpen middels het gevoel'
opdat ook wij genezing mogen ontvangen.
Hoe dan kunnen ook wij heelmeesters worden?
We kunnen dergelijke helende processen en verhalen die tot de verbeelding
spreken ook nu nog bedenken en op die manier ook in onze tijd nieuwe
mogelijkheden scheppen.
Levi Peterson bijv., een van onze beste mormoonse verhalenvertellers,
vertelt ons verhalen i.p.v. tgen ons te preken. Verhalen die op dramatische
wijze het verschil laten zien tussen een strenge God en 'n God van liefdevolle
genade. Dergelijke verhalen introduceren ons tot 'verbeeldingsvolle
genade'.
Een aantal jaren geleden zag ik wat 'n gebrek aan dergelijke verbeeldingskracht
kan aanrichten. Ik ontmoette namelijk aan de BYU een ambtenaar van het
departement van buitenlandse zaken, 'n jonge intelligente man, die me
met enige trots vertelde dat hij geselecteerd was om deel uit te maken
van een strategische overleg-sessie in het kader van voorbereidingen
op de Reagan-Gorbachev besprekingen te IJsland. Hij legde uit hoe de
groep allerlei strategien besprak voor Reagan om voordeel te behalen
uit de besprekingen en men schoomde er niet voor met suggesties te komen
hoe Gorbachev evt. op listige wijze in 'n nadelige positie zou kunnen
worden gemanouvreerd. Aan 't eind van zijn relaas vroeg ik m'n vriend
of iemand in het rollenspel ooit de mogelijkheid had overwogen tot samenwerking
tussen de twee naties. Had wellicht iemand de suggestie aan de hand
gedaan om de spanning eenzijdig te laten afnemen middels 'n daad van
onbaatzuchtig vertrouwen in de hoop op 'n gelijksoortige reaktie? Verrast
en spijtig ook, moest hij beide vragen ontkennend beantwoorden...
Girard deed ons een theorie aan de hand, door zowel de schriften als
de profeten bevestigd: geweld, zelfs 'gerechtvaardigd' geweld, word
vrijwel altijd gevolgd door mer geweld, terwijl genade tenminste de
mogelijkheid schept op 'n genadig antwoord. Shakespeare dramatiseerde
de gevolgen van wraakzucht, al dan niet 'in naam der gerechtigheid'
en maakte duidelijk dat er een helende werking uitgaat van 'op 'n liefdevolle
manier de waarheid spreken', en op inventieve wijze met alternatieven
te komen die tot de verbeelding spreken, i.p.v. aan te sturen op polarisatie
en confrontatie.
Een voorbeeld: president Gordon B. Hinckley adviseerde in 't najaar
van 1991 niet langer in het openbaar tot 'Hemelse Moeder' te bidden.
Zelfs voor dat advies uitkwam vond ik dergelijke gebeden zelf al meer
'n politieke uitspraak dan 'n oprechte poging de gemeenschap in gebed
te verenigen. Maar wat 'n prachtig alternatief, wat 'n tot de verbeelding
sprekende constructie werd gerapporteerd door Carol Lynn Pearson! Ze
schreef over een presidente van de 'Zusters Hulp Vereniging' in Californie
die haar gebed richtte tot Hemelse Vader over Hemelse Moeder en op die
manier via Hem liefde jegens Haar tot uitdrukking bracht, uitnodigt
tot meer kennis over Haar. Niemand kan zich op die manier beledigd voelen,
en ik heb het gevoel dat haar gebeden beantwoord worden... Op 'n dergelijke
manier kunnen cretieve benaderingen ons genezing en vrede brengen in
moeilijke tijden, nl. als ze expressie vinden d.m.v. inspiratie en 'n
genadevolle geest van vrede.
En er zijn nog veel meer manieren. Ook als de ander dat niet doet, kunnen
ook wij gaan oefenen met dat basisbegrip uit de schriften, wanner geschillen
moeten worden bijgelegd, wanneer mogelijk beledigingen ongedaan moeten
worden. Praat met uw broeder of zuster onder vier ogen, op 'n gebedsvolle
en liefdevolle wijze. met 'n lied misschien..., met verontschuldigingen
of wat dan ook. We hoeven dan niet naar Algemene Autoriteiten te schrijven
of aandacht te zoeken middels de media met polariserende reacties die
de zaken alleen maar verergeren. We regelen het onderling in een sfeer
van vergevingsgezindheid, en zeker binnen de kerkgemeenschap zouden
we elkaar toch in een geest van waarachtigheid en vriendschappelijkheid
in de ogen moeten durven te kijken. Cruciaal daarbij is onze gewilligheid.
Kenneth Godfrey, 'n uitstekend mormoons historicus en bovendien overziener
voor het kerkelijk Semenarie en Instituut in noordelijk Idaho, herinnert
zich dat hij op vijfjarige leeftijd elke namiddag z'n vader tegemoet
liep als deze thuiskwam van z'n werk als chauffeur van de plaatselijke
schoolbus. Hij parkeerde de bus meer dan 'n kilometer van hun kleine
boerenbedrijfje en liep vervolgens elke dag naar huis. Op 'n gegeven
middag, net toen hij z'n vader op 'n draf tegemoet kwam, kwam er uit
de struiken 'n flink gebouwde jongeman op z'n vader af en begon deze
hem vervolgens uit te schelden. Het betrof 'n leerling van de highschool
die die middag door Ken's vader de bus was uitgezet wegens baldadigheid,
en het had er alle schijn van dat hij uit was op wraak. Ken's vader
hield de knaap aanvankelijk onder bedwang, probeerde zijn stem niet
te verheffen en de knaap al pratend tot andere gedachten te brengen.
De jongeman rukte zich echter los en sloeg Ken's vader in het gezicht.
Ken herinnerde zich de gevoelens van angst en verbazing die over hem
kwamen toen z'n vader daar maar gewoon stond en zelfs toeliet dat de
knaap hem nogmaals in het gezicht sloeg voordat deze zich omdraaide
en hard weg liep. Als de dag van gisteren herinnert hij zich hoe z'n
vader, met het gedroogde bloed nog op z'n gezicht, hem bij de hand nam
en naar huis liep. Zelfs jaren later nog, voelde Ken 'n tomeloze woede
over zich heen komen als ze langs het huis van de betreffende jongen
kwamen, die inmiddels al getrouwd was, in stilte hopende dat hij eens
groot en sterk genoeg zou zijn om z'n vader te wreken, maar het zou
er nooit van komen... Toen Ken zelf de highschool-leeftijd had bereikt,
zat hij op 'n gegeven dag in 'n cafetaria te eten met 'n meisje dat
met hem naar een dansavond was geweest, toen er een dronken man naar
binnen kwam, dezelfde man die z'n vader destijds geslagen had... Hij
plofte neer op dezelfde bank waar Ken zat en riep uit: "Je vader
leerde mij 'n harde les twaalf jaar geleden jongen, en als ik ooit nog
eens stop met drinken, ga ik hem vertellen dat ik geen lafaard ben en
spijt heb voor wat ik toen deed, en ik ga hem dan om vergiffenis vragen
jongen"!
Het was echter Ken's vader, meer dan tien jaar later, die toen hij werd
geroepen als patriarch en vond dat hij niet als zodanig kon functioneren
totdat hij de man volledig had vergeven, en van hem vergeving had ontvangen,
dat deze naar de jongeman toeging om vergeving te vragen, en met hem
was verzoend...
Weer 'n ander heel goede mormoonse historicus vertelde me over 'n soortgelijke
'heelmeester'.
Een paar jaar geleden werden een aantal ringpresidenten geinstrueerd
om redakteuren en sommige schrijvers van de bladen 'Sunstone' en 'Dialogue'
op 't matje te roepen en met hen over hun aktiviteiten dienaangaande
te spreken. De betreffende ringpresidenten gingen op verschillende wijzen
te werk, soms zelfs met dreigementen en sancties. De ringpresident van
de historicus in kwestie echter, belde hem op 'n zondagmiddag op en
vroeg of hij even bij hem langs mocht komen. Deze goede kennis van me,
die recentelijk, na heel wat verdienstelijke jaren, zelf eervol was
ontheven als lid van het het ringpresidium, vroeg zich af of hij misschien
'n nieuwe roeping zou ontvangen. De nieuwe ringpresident kwam op bezoek,
samen met z'n beide raadgevers, en vroeg of hij een zegen mocht geven.
De ringpresident zegende m'n vriend met het vermogen z'n belangrijke
werk als geschiedkundige voort te zetten op talentvolle en integere
wijze, en op die manier een zegen voor de kerkgemeenschap te zijn. En...
dat is precies wat er gebeurde!
In het najaar van 1990, kort nadat ik 'n ringconferentie bijwoonde,
ontving ik 'n brief van een docent aan de BYU-universiteit die bij mij
in dezelfde ring woont.
Hij schreef dat hij de geest heel sterk had gevoeld tijdens de zaterdagavond-bijeenkomst
van de conferentie, en dat toen hij me daar zag, door bijzondere gevoelens
werd overmand. Hij voelde zich tegelijkertijd schuldig alswel gezegend;
schuldig omdat hij een verschil van inzicht over leerstellingen tussen
ons beide had laten komen in plaats van uiting te geven aan de wederzijdse
liefde die het evangelie voorschrijft, en gezegend dat hij op dat moment
inderdaad die liefde voelde en het verlangen had mij dit te laten weten
en e.e.a. in het juiste perspectief te gaan zien. Hij schreef dat z'n
eerste reactie was geweest dat ik " leerstellingen interpreteer
en onderwijs die 'n ernstige en gevaarlijke uitwerking kunnen hebben
t.o.v. degenen met bepaalde gevoeligheden wiens wortels in het evangelie
minder diep zijn." Maar direkt daarop kreeg hij het duidelijke
gevoel dat "het daarom hier niet om ging, maar dat het ging om
de naastenliefde. Alle mensen houden er nu eenmaal leerstellige misvattingen
op na die ooit gecorrigeerd zullen worden." In z'n brief schreef
hij daar lang over nagedacht te hebben, en uiteindelijk besloten had
z'n gevoelens met me te delen: "M'n eigen tekortkomingen indachtig
zijnde, en met het verlangen het goede te kiezen." En ik voeg er
zelf aan toe: God geve ons allen de moed om zo eerlijk en oprecht te
zijn als m'n dierbare collega en op die manier de kerk 'n plek te maken
voor genezing en het stichten van vrede, niet door meningsverschillen
of misstanden uit de weg te gaan, maar door ondanks deze zaken, liefde
te betonen en het gesprek te zoeken.
Emma Lou Thayne, is mormoons dichteres en essayiste, 'n niet aflatend
geluid voor vredeszaken. Ze schreef een boek over 'genezen en genezen
worden.' Zo'n tien jaar geleden beschreef ze in het blad 'Exponent II'
een prachtig voorbeeld van vredestichting zelfs als er godsdienstige
verschillen zijn, en ze vertelde het verhaal van haar vriendin Jan Cook:
"Ze woonde met haar man en drie kleine kinderen i.v.m.met werk
van haar man al drie jaar in het hartje van Afrika, waar de film 'The
Gods must be Crazy' werd opgenomen. De enige kerkdiensten die ze bijwoonden
waren de diensten in hun eigen woonkamer, met hun eigen kleine gezin.
Na drie jaar verstoken te zijn geweest van de familietradities, familieleden
en van de vertrouwde sneeuw...., sprak ze over haar heimwee met 'n goede
kennis die Mennoniet was. Deze vriendin kon zich dat goed indenken en
nodigde haar uit voor 'n kerstviering die over 'n maand zou worden gehouden
ten tijde van een conferentie van Mennonitische zendelingen die verspreid
waren over geheel Afrika. Het duurde even voordat Jan haar man zover
kreeg om met z'n allen die kerstviering te gaan bezoeken, maar toen
ze het protestantse kerkgebouw binnenkwamen werden ze hartelijk ontvangen
en een plaats op de voorste bank aangewezen. Dat was 'n goed gevoel,
om de kerst in 'n kerk te kunnen vieren, de dominee hield een waardevolle
preek over Christus, en de gemeente zong uit volle borst de gebruikelijke
kerstliederen. Tegen het eind van de dienst, verzamelde zich een koorgroep
van Mennonitische zendelingen uit heel Afrika pal voor de eerste rij
kerkbanken waar Jan en haar gezin zaten... Het werd doodstil, en zonder
dirigent, en zonder zangboeken, zongen zij 'a capella' alle verzen van:
"Kom't Heil'gen Kom't". Jan en haar man konden hun oren, en
vochtige ogen, niet geloven... Na het laatste vers zei Jan's vriendin:
"voor jullie, van ons".
Achteraf bleek dat de Mennonitische vriendin per brief via 'n kennis
in Salt Lake City navraag had gedaan over het favoriete mormoonse kerklied
van haar vriendin, ze had de bladmuziek gekopieerd en naar alle zendelingen
van haar kerk in Afrika gestuurd, die het vervolgens grondig hadden
ingestudeerd. Ze brachten de geest van Christus in hun kerstbijeenkomst
voor Mennonitische zendelingen en deelden deze geest met degenen die
onbekend waren met hun geloof.
Ik weet ook dat Apostelen inderdaad 'bijzondere getuigen voor Christus'
zijn, en getuigen van zijn genezende en vredestichtende genade.
Elder George E. Richards was 'n Apostel ten tijde van een Algemene Conferentie
die werd gehouden kort na de Tweede Wereldoorlog en die ik als jongeman
bijwoonde. Hij sprak over vergeving en genade voor een gehoor waarvan
velen zonen of echtgenoten in de oorlog hadden verloren, een gehoor
dat op velerlei wijze had moeten lijden en eigenlijk alle reden had
tot bitterheid. Ik herinner me de propagandafilms en nieuwsuitzendingen
tijdens en zelfs na de oorlog, herinner me ook de angst en haatgevoelens
die bij me loskwamen bij het horen van de uitdrukkingen: 'Jap' en 'Nazi'...
Elder Richards week af van z'n voorbereidde toespraak, en sprak in plaats
daarvan over: "de liefde voor de mensheid", waarin hij de
leringen en voorbeelden aanhaalde van Jezus Christus, die "ons
in leven en in dood, ons de gewillig de gave schonk van onvergelijkbare
liefde die zich in hem manifesteert." Vervolgens getuigde hij van
zijn liefde voor alle mensen, zowel "binnen als buiten de kerk,
goeden en slechten, ongeacht hun levensomstandigheden." Ook herinnerde
hij eraan dat we allen in het voorbestaan in liefde samenwoonden en
"n dergelijke liefde ook hier voor elkaar moeten laten blijken."
Hij legde uit: "D.m.v. een droom heeft de Heer me iets geopenbaard
wat ik tot op heden nooit begrepen of gevoeld heb". Jaren daarvoor
had hij een eerdere droom gehad, waarin hij droomde dat hij wandelde
in de nabijheid van de Heiland en 'n "liefde voor hem voelde die
niet met woorden te beschrijven is." Vervolgens vertelde hij over
zijn meer recentelijke droom, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Hij droomde dat hij met enkele vrienden op het punt stond te worden
geexecuteerd door Duitse soldaten op een binnenplaats geleid door Adolf
Hitler zelf. Elder Richard droomde dat hij naar Hitler toeging, hem
in de ogen keek, en hem als volgt toesprak:
"Ik ben uw broer. U bent mijn broer. Ooit woonden we samen in een
hemels thuis in liefde en in vrede. Waarom kunnen we hier op aarde niet
in vrede samenleven?"
Ik voelde op dat moment dat ik als het ware werd overspoeld door een
golf van liefde jegens de man, en het was duidelijk dat dat gevoel wederkerig
was. We omhelsden elkaar en kusten elkander, een kus van liefde en affectie.
In de droom verwisselende onze groep zich van plaats met die van Hitler
en de soldaten, en herhaalde zich hetzelfde tafreel: Hitler omhelsde
me, kuste me...
De Heer heeft mij die droom gegeven: is de uitleg van deze droom dat
de Heer me wil doen leren dat ik m'n vijanden lief moet hebben, zelfs
de allergrootste en allerslechtse vijand van de mensheid, en dat ik
zowel goeden als kwaden dien lief te hebben? Het komt mij voor dat ik
onder die omstandigheden vrijwel iedereen in de wereld lief kan hebben,
mits dat gevoel van liefde dat ik toen voelde bij me zou kunnen blijven.
Ik moet toegeven dat het bovenstaande 'n harde les voor me is.
Ik voel me als de oudere broer in de parabel van Jezus, die een afkeer
had van de verloren zoon die terugkeerde.
Hitler was verantwoordelijk voor de meest verschrikkelijke misdaden
tegen de mensheid, voor massamoord die z'n weerga niet kent in de geschiedenis,
tientallen miljoenen slachtoffers en vernietigingskampen die onvoorstelbaar
leed en vernedering veroorzaakten.
Ik heb de dagboeken gelezen van hen die de herinnering aan hun lijden
in leven wilden houden, zij het met pijn en weerzin.
Alleen de gedachte al aan 'n omhelzing met Adolf Hitler maakt me eigenlijk
al misselijk.
En toch...wil ik Elder Richards geloven, een nederig Apostel van de
Here Jezus Christus; ik wil inderdaad geloven dat ook Hitler mijn broeder
is, dat we eens in liefde en vrede samenleefden en dat dit door de macht
der genade nog steeds mogelijk is.
Ik wil geloven dat zelfs het allerergste gered kan worden, dat iedereen
door genade kan worden genezen, want als dat het geval is, dan geld
dat immers ook voor mij...
lees meer essays van de hand van Eugene England