Zijn we, zoals Wouter van Beek observeerde, een kerkgenootschap
op weg naar fundamentalisering? Onderstaand een orientatie in de vorm
van een informatief artikel 'Wereldwijd Christelijk Fundamentalisme',
en 'n aansluitende discussie in het 'Mormoons Forum' onderaan deze pagina.
een tweetal uitspraken van Wouter van Beek:
"In een seculiere samenleving heeft de kerk geen
politieke macht, en dat is een goede zaak, want het gaat meestal mis
als de kerk de macht heeft. Dan krijg je kruistochten, inquisitie en
godsdienstoorlogen. Geef mij dus maar een samenleving waar de religie
zich aan de zijkant bevindt en waar het kerkelijk gezag gecontroleerd,
weersproken en gecorrigeerd kan worden. Het fundamentalisme wil dat
allemaal terugdraaien. Fundamentalisten willen de macht teruggeven aan
de kerk of aan de moskee. In het denken van de fundamentalist speelt
macht dan ook een overheersende rol."
(Nederlands Dagblad, 27 febr.2007; Intelligent Design
volgens een antropoloog)
"Veel leden maken 'n mate van onderscheid tussen de leerstellingen
enerzijds, en de betekenis van die leerstellingen t.o.v. bestaande sociale
praktijken anderzijds, een zgn. 'cognitive compartment colonization',
verband houdende met de omstandigheid dat we als niet-Europees en Orthodox
kerkgenootschap een minderheid vormen in een geseculariseerde omgeving,
en eraan toevoegend: een kerkgenootschap dat overigens op weg is naar
fundamentalisering."
(Mormon Europeans or European Mormons?
An “Afro-European” View on Religious Colonization
Dialogue, a Journal of Mormon Thought ( Volume 38 no.4 /Winter 2005).
-----------------------------------------------------------------------------------------------
Een nieuwe soort christelijk fundamentalisme, een transnationale
religieuze cultuur, verspreidt zich over heel de wereld. Hoe verhoud
zich het Mormonisme daartoe?
( zie ook 'Mormoons Forum' onder aan deze pagina )
Wereldwijd Christelijk Fundamentalisme
Steve Brouwer
Paul Gifford
Susan D. Rose
Het is een bevrijding. Ik kom hier na een dag hard werken, vuil, moe
en hongerig, en hier… voel ik me goed, voor even vrij. Ik
hoef nergens anders aan te denken dan aan Jezus.
Een volgeling van Broeder Almada’s Miracle Crusade in de Filippijnen
Een nieuwe soort christelijk fundamentalisme, waarvan eerst gedacht
werd dat het uniek was voor de VS, verspreidt zich over heel de wereld.
Een transnationale religieuze cultuur komt tegemoet aan een algemene
behoefte in de megasteden van de derde wereld, de sloppenwijken daaromheen
en op het afgelegen platteland. In kleine optrekjes van leem en golfplaten
met aarden vloer en in enorme stadsauditoria met vijf tot twintigduizend
zitplaatsen prediken herders dezelfde boodschap aan hun gemeenten: smeek
God om je persoonlijke redding, houd je
aan de letterlijke tekst van de Bijbel als
het fundament van de waarheid en verspreid het goede nieuws in voorbereiding
tot het miraculeuze einde van de geschiedenis en het begin van het Duizendjarig
Rijk van Christus. (…)
Er bestaat een opmerkelijke internationale ontvankelijkheid voor de
christelijk fundamentalistische boodschap en er bestaat een uitgekiend
en machtig netwerk voor de verspreiding van het Woord. Zo startte Pat
Robertson Proyecto Luz, een reveil via de tv gericht op heel Midden-Amerika
in 1990. Met een programma gemaakt bij Christian Broadcasting Network
in Virginia wist hij via de Guatemalteekse tv 60 % van de kijkers in
Guatemala te bereiken, een record kijkcijfer. In de daaropvolgende zes
maanden namen duizenden evangelische en pinkstergemeenten over heel
Midden-Amerika deel aan deze reveil.
Dergelijke activiteiten starten niet allemaal vanuit de VS. De Duitse
gebedsgenezer Reinhard Bonnke, de populairste prediker in Afrika, trekt
de grootste aantallen bezoekers ter wereld: in Nigeria, Kenia en de
thuislanden van Zuid-Afrika komen dagelijks meer dan 200.000 mensen
naar hem toe. En Paul Yonggi Cho, een Koreaanse dominee van de pinkstergemeente,
heeft een vruchtbare combinatie ontwikkeld van theologie en organisatie
om de groei van megakerken te bevorderen. Cho is de herder van ’s
werelds grootste kerk, de Yoido Full Gospel Church in Seoel, Zuid-Korea,
die in 1994 prat ging op 800.000 leden.
Een Amerikaanse boodschap
Hoewel de leiders van het nieuwe christelijke geloof uit verschillende
landen komen, is de boodschap overwegend Amerikaans.
Of gelovigen nu een kerk binnengaan in Afrika, Azië of Latijns-Amerika
overal ontmoeten ze dezelfde vorm van eredienst als in Memphis, Portland
en New York City. Het kan een pinkstergemeente zijn of een kerk van
de zuidelijke baptisten of een alom verkrijgbaar charismatisch product
uit de Bijbelscholen in steden als Tulsa en Pasadena. Deze protestanten
zaaien een geloof dat past bij de kleinburgerlijke winkelier aan een
gebedsontbijt in Rio de Janeiro en dat de armste van ’s werelds
would-be consumenten inspireert voor de kruistocht van Bonnke in Lagos.
Zij proclameren in een waaier van talen allerlei soorten christelijke
gaven en rechten, zoals die welke Kenneth Copeland opnoemt in Voice
of Victory vanuit Fort Worth in Texas: “Jij mag in het leven regeren
als een koning… Als zoon van God heb je zekere rechten en vrijheden…
Je hebt het recht alle dingen die God heeft te gebruiken.”
Wij leven duidelijk in een ander religieus tijdperk. Een extreem spiritueel
vuur brandt in vele delen van de wereld en het is gangbaar geworden
om gelovigen, hetzij moslims, Hindoes, joden of christenen, als ‘fundamentalisten’
te betitelen, die op de een of andere manier in
conflict gekomen zijn met de wereldse processen van modernisering en
globalisering. Voor veel westerlingen zijn de krachten achter
de ‘islamitische vernieuwing’ beangstigend, omdat zij veel
van de vooronderstellingen van de ‘verwesterlijking’ verwerpen
en bestrijden en omdat de islam een groeiende godsdienst is met 1,2
miljard aanhangers. Er bestaan natuurlijk vele stromingen binnen de
islam, waaronder een aantal met fundamentalistische trekken zoals de
sjiieten in Iran, die opvallen door hun bereidheid met de VS sociaal
politieke conflicten in het Midden-Oosten aan te gaan.
Wij richten onze aandacht echter op het nieuwe christelijke fundamentalisme,
dat op wereldvlak rivaliseert met het islamitisch radicalisme en cultureel
misschien meer potentie heeft, omdat het christendom een kernonderdeel
is van de ‘Westerse beschaving’. Historisch gezien is het
christendom de moderniserende en verwesterende religie, die zich over
de aarde verspreidde in samenspel met de handels -en industriële
uitbreiding van het kapitalisme en de vestiging van koloniale rijken.
De christelijke landen (met Japan als enige uitzondering) controleren
bijna overal ter wereld de productiekrachten en fabricage, bankwezen
en commerciële instellingen, alsook de verspreiding van cultuur
via wetenschappelijke, academische en commerciële kanalen. Deze
culturele en sociaal-economische hegemonie wordt versterkt door getallen:
de 1,7 miljard christenen bewonen een groter oppervlak van de aarde
dan moslims.1
Een aantal recente interpretaties van wereldgebeurtenissen neigen ertoe
het proces van modernisering en religieuze verandering in verschillende
kampen in te delen. Daarbij wekt men de indruk dat economische globalisering
(modern) wordt geconfronteerd met cultureel tribalisme (primitief).
Dit beeld van het conflict, McWorld versus Jihad,2 geeft een juiste
inschatting van de agressieve verspreiding van de Amerikaanse business
en mediacultuur, maar veronachtzaamt de manieren waarop religieuze culturen
gevangen zijn in het proces van het zichzelf moderniseren en globaliseren.
Voor het christelijk fundamentalisme in het bijzonder gaat de wereldwijde
verspreiding van het geloof hand in hand met de homogeniserende invloeden
van consumentisme, massacommunicatie en productie op manieren die samen
kunnen gaan met de schepping van een internationale marktcultuur door
mondiaal kapitalistische instellingen.
De christelijke fundamentalisten maken slechts één deel
uit van het wijdverbreide Europese en Noord-Amerikaanse culturele kader
dat geworteld is in één gemeenschappelijke christelijke
erfenis, maar toch hebben zij veel invloed, omdat hun boodschap en hun
machtige evangelisatiemachine voornamelijk hun oorsprong hebben in de
VS. Deze fundamentalisten zijn bijbelvaste protestanten
met de specifieke opdracht in elk land ter wereld zielen te winnen voor
Jezus. Zij zijn ontsprongen aan brede lagen van het maatschappelijk
conservatieve evangelisch protestantisme samengesteld uit verschillende
godsdiensten en onafhankelijke kerken, waaronder pinkstergemeenten,
baptisten, charismatici en calvinisten, enz. Wedergeboren (born again)
evangelische christenen3 maken ongeveer 25 % uit van de bevolking van
de VS, zo’n 65 miljoen mensen, en over de hele wereld zijn het
er wellicht meer dan 400 miljoen, daarbij komt nog dat hun aantal met
fenomenale snelheid toeneemt. Een substantieel deel daarvan vormt de
fundamentalistische basis binnen de VS en in het buitenland4, en andere
belijdende religieuze groepen buiten de fundamentalistisch evangelische
kringen zoals de Mormonen en Jehova’s Getuigen delen veel van
hun geloofspunten.
Omdat de protestantse christenheid, met name in de VS, een geschiedenis
heeft van leerstellige disputen, waardoor rivaliserende godsdiensten
ontstonden en zelfs aparte onafhankelijke kerken, is het belangrijk
de gemeenschappelijke kenmerken niet uit het oog te verliezen die kenmerkend
zijn voor het nieuwe christelijk fundamentalisme. Ten eerste is er de
persoonlijke relatie tussen de ‘wedergeboren’ gelovige en
Jezus; waardoor de gelovige leiding zou krijgen om anderen te bekeren
als onderdeel van de wereldwijde evangelisatieopdracht. Ten tweede,
het heilige woord Gods, dat volstaat om de wereld te begrijpen en richtsnoer
te zijn voor een rechtvaardig leven, is voor iedereen te vinden in de
Bijbel; die letterlijk en als feilloos geldt. Strikte
normen voor het persoonlijk gedrag, zoals onthouding van alcohol en
het verbod op seksuele activiteit buiten het huwelijk, zijn gewoonlijk
verplicht en een maatschappelijk conservatieve kijk op de menselijke
samenleving wordt sterk aangemoedigd: persoonlijk geloof en godsvrucht
zijn noodzakelijke voorwaarden om gered te worden, terwijl maatschappelijke
hervormingen die menselijke ongelijkheid willen herstellen ofwel, als
onbelangrijk, niet aangemoedigd worden of zelfs ontraden. De
godsdiensthistoricus William G. McLoughlin beschreef in 1970 het maatschappelijk
conservatisme van christenfundamentalisten en neo-evangelisten op deze
manier: “Het neo-evangelisme rechtvaardigt de onverschilligheid
voor wereldse zaken omdat ze voor ons te complex zijn en daarom aan
God alleen moeten worden overgelaten. Wij kunnen de wereld alleen maar
veranderen wanneer God de harten van alle mensen ter wereld veranderd
heeft.”5 Hun houding is niet zo gelaten
meer. Aangemoedigd door hun evangelische en politieke successen zijn
de fundamentalisten nog steeds gekant tegen egalitaire maatschappelijke
veranderingen, maar zij dringen er nu op aan dat hun gedragsvoorschriften
voor hele de maatschappij gaan gelden.
Het laatste bepalende element van fundamentalistisch geloof bestaat
in de neiging miraculeus goddelijke interpretaties te zoeken van de
geschiedenis, gewoonlijk onder de vlag van het Bijbels millennialisme6
en dispensationalisme7. Het millianistisch geloofeloof
is gebaseerd op de zekerheid dat de wederkomst van Christus nabij
is en dat zijn Duizendjarig Rijk spoedig op aarde gevestigd zal worden
(de duur en de mate van de eeuwige straf welke de ongelovigen ten deel
zal vallen, variëren naar de premillenniale en de postmillenniale
versie). Het dispensationalisme, dat in
de afgelopen tweehonderd jaar is ontwikkeld ter ondersteuning van het
millennialistisch geloof en zijn voorspellingen, is een tamelijk ingewikkelde
vorm van geschiedenisopvatting en louter een aftreksel van een gesloten
en uiterst gedetailleerd systeem van Bijbelse bronnen en referenties.
In de meeste versies bestaan er dispensationele perioden in de menselijke
geschiedenis (op creationistische wijze samenvallend met de geschiedenis
van de aarde en het universum en culminerend in de periode van de heerschappij
van Christus over de hele aarde).
Binnen de tradities van het nieuwe fundamentalisme bestaan veel verschillen.
(…) Leden van de pinkstergemeente die in het doopsel door de Heilige
Geest geloven, leggen de nadruk op de miraculeuze ervaringen van de
individuele gelovige zoals profeteren, genezen en het spreken in tongen.
(…) Andere fundamentalisten waaronder de zuidelijke baptisten
en de onafhankelijke baptisten zoals Jerry Falwell, zijn het niet eens
met de praktijk van de pinkstergemeente en denken dat echte miraculeuze
gaven alleen voorkwamen in de Bijbelse tijden en nu niet meer.
Het belangrijkste is dat verschillen tussen fundamentalistische christenen
aan belang hebben ingeboet en de laatste jaren veel minder aanleiding
gaven tot conflicten. Dit komt deels doordat het fundamentalisme in
de VS een meer dynamische sociale en politieke beweging is geworden,
hetgeen geïllustreerd wordt door Jerry Falwell’s morele meerderheid,
de kandidatuur van Pat Robertson voor het presidentschap van de VS in
1998, en de belangrijke groei van de christelijke coalitie tijdens de
verkiezingen van 1994 en 1996. De conservatieve evangelische christenen
die de motor zijn van dat activisme, passen meestal binnen onze definitie
van het nieuwe fundamentalisme. Met de toename van hun invloed in de
afgelopen 15 jaar op de Republikeinse Partij voor een conservatieve
sociale agenda op lokaal, staats en nationaal niveau gingen zij zich
meer concentreren op de vorming van bondgenootschappen en mikten zij
op eenvoudiger en minder doctrinaire definities voor een aanvaardbaar
christendom. Zoals Pat Robertson verklaarde in zijn in 1986 verschenen
boek America’s Date with Destiny: “De
evangelischen zien dat zij meer en meer verenigd worden… zij verenigen
zich tot een snelle en enthousiaste terugkeer van Amerika tot zijn joods-christelijke
erfenis.”8
De tweede reden voor meer verdraagzaamheid onder de nieuwe christenfundamentalisten
is, volgens ons zelfs nog urgenter: De pinkstergemeente speelt een overheersende
rol in de wereldwijde evangelisatie – zij maken de meeste bekeringen
tot het christendom en brengen veel katholieken tot het protestantisme.
De pinkstergemeente ziet zich als full Gospel, wat wil zeggen dat gelovigen
worden “vervuld van de Heilige Geest” zoals in de Evangeliën
en in de andere boeken van het Nieuwe Testament beloofd was aan de eerste
christenen; dat wil zeggen dat zij toegang krijgen tot de wonderbare
“gaven van de Heilige Geest” zoals die tot uiting komen
in rituele gebedsgenezing en duiveluitdrijving, die in bepaalde culturen
een enorme aantrekkingskracht uitoefenen. Paul Yonggi Cho beweert dat
de unieke spirituele kracht van de pinkstergemeente en de neopinkstergemeente
de groei van het christendom over de laatste zestig jaar heeft opgevoerd:
“Tachtig procent van alle bekeringen tot het christendom komt
niet uit de enorme meerderheid van christenen die niet vervuld zijn
van de Heilige Geest, maar dat zijn mensen waarin de Heilige Geest woont.”9
Zoals vaker bij evangelisten flatteert Cho de cijfers wel enigszins,
maar het klopt dat de meeste nieuwe protestanten buiten Noord-Amerika
en Europa zijn geworven; in Latijns-Amerika is tweederde tot driekwart
van de protestanten lid van de pinkstergemeente.10
Hoewel het nieuwe christenfundamentalisme een theologische doctrine
en een religieuze praktijk bezit die beide Amerikaans zijn, wordt het
een internationale religieuze cultuur door de enthousiaste en brede
beweging in tientallen landen. Hoewel de Amerikaanse zendelingen en
hun bronnen in VS nog zeer sterke spelers zijn (de meeste protestante
zendelingen komen van de VS11), zijn ook inheems fundamentalistische
kerken gaan deelnemen aan de verkondiging en de verdieping van het geloof.
Het bestaan van duizenden godsdiensten en onafhankelijke kerken mag
chaotisch lijken, maar zij komen tijd te kort voor serieuze doctrinaire
ruzies door de wedijver bij het opvullen van het vacuüm dat is
ontstaan door de massieve sociale ontwrichtingen en de economische hervormingen.
Harvey Cox heeft zelfs gesuggereerd dat “de pinkstergemeente…
eigenlijk een oecumenische beweging is”.12 Bovendien weten de
kerken van de pinkstergemeenten hun religieuze praktijken op andere
tradities over te brengen, zelfs naar godsdiensten als de liberalere,
duidelijk niet-fundamentalistische protestantse en katholieke kerken.
Een aantal religieuze geleerden wijst op de effectiviteit van het “enthousiasme”
en de “kracht”, die de pinkstergemeente weet te genereren.
De nieuwe, meer kleinburgerlijke manifestatie van de pinkstergemeente
wordt, al naar gelang het land, neo-pinkstergemeente of charismatisch
genoemd; hun kerken volgen eigen programma’s voor hernieuwde groei
en politieke invloed.
Waarom werkt het christelijk fundamentalisme en waar gaat het
heen?
In de loop van onze studie besteden we aandacht aan de recente export
van faith-theologie (of ‘welvaartstheologie’) vanuit de
VS, omdat het bijna overal booming is vooral in verstedelijkte
gebieden met een kleinburgerlijke bevolkingssamenstelling. Dit in wezen
Amerikaanse geloof, met zijn belofte van materiële zegeningen en
geestelijke ervaringen, is steeds vaker de evangelische boodschap, die
onder de lagere klasse wordt gepredikt.
Daarom moeten we de relatie bekijken tussen het nieuwe fundamentalistische
christendom en de hervorming en globalisering van de culturen over de
hele wereld. Hoe komt het, dat mensen over heel de wereld hun geloof
aanpassen aan voorschriften die ontwikkeld zijn in Oklahoma, Texas of
Californië? En omgekeerd, hoe kan de protestantse praktijk zich
zo gemakkelijk aanpassen aan de eisen en eigenaardigheden van een wereld
in verandering? We zien dat de snelle religieuze verandering gelijk
opgaat met de industrialisering van vele delen van de derde wereld en
de gelijktijdige verzakelijking van het dagelijks leven.
(…) De VS bezitten, ondanks de onevenwichtige economische resultaten
van de laatste jaren, nog steeds de macht die de wereld kan vormgeven.
De verspreiding van hun populaire mediacultuur is ongeëvenaard;
hun militaire macht vindt zijn gelijke niet; hun toewijding aan de verspreiding
van het corporatieve kapitalisme en de internationale geldhandel is
nog ongebroken. In een wereld waar oude politieke en maatschappelijke
entiteiten zich uitputten onder de druk van de globalisering, lijkt
de door Amerika geleide economische ontwikkeling toegang te bieden tot
een soepel lopend en goed geïntegreerd wereldsysteem. Tezelfdertijd
brengen Amerikaanse evangelisten en hun buitenlandse broeders een supranationale
en supernationale oplossing voor religieuze twijfels aan de man. Handige
christelijke ondernemers doen goede zaken bij de verkoop van een nieuw
internationaal geloof.
Binnen het christendom zijn nieuwe organisatiestructuren ontstaan die
veel intelligenter zijn dan de oude vormen van het protestantisme in
de VS of de traditiegebonden hiërarchieën van de rooms-katholieke
kerk. De megakerk van Paul Yonggi Cho, het medianetwerk van Robertson,
de Campus Crusade geleid door Bill Bright, en zelfs het unieke commercieel-religieuze
rijk van dominee SunYoung Moon zijn in wezen transnationale bedrijven
onder leiding van topondernemers. Zij kunnen zowel in praktische handelsaangelegenheden
als in geloofskwesties snel bondgenootschappen sluiten met elkaar en
een onnoemelijk aantal kleinere onafhankelijke kerken. De onderlinge
banden worden soepel gehouden door parakerkelijke ondersteuningsgroepen
als Full Gospel Business Mens’s Fellowship International die bijna
een miljoen leden tellen. De invloed van deze groepen dreigt de kwijnende
oudere protestantse kerken in de VS te overvleugelen terwijl de nieuwe
kerken en parakerken in sommige delen van de derde wereld de oude kerkelijke
kaders volledig uitwissen.
Deze religieuze cultuur van het eind van de twintigste eeuw reproduceert
zichzelf snel binnen of, sommigen zullen zeggen, bovenop de heel verschillende
culturen in Latijns-Amerika, de Cariben, Afrika en Azië en recentelijk
zelfs in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie. Een aantal van die
landen is zeer arm en probeert zich te ontwikkelen en te moderniseren;
anderen zijn al ontwikkeld of goed op weg. Overal vallen lokale culturen
uit elkaar, traditionele familiestructuren en zeden storten in en stedelijke
gebieden worden overspoeld door mensen die zijn losgeraakt van hun tradities
zoals verpauperde loonarbeiders, ongeruste secretaressen, jonge ambitieuze
zakenlieden, ploeterende winkeliers of hoog opgeleide ingenieurs. Het
nieuwe fundamentalistische christendom biedt een alternatief
voor de geloofsdisciplines die hen in eerdere perioden van industrialisering
en verstedelijking hielpen het dagelijks leven te verduren.
De economische situatie, vooral in de
gebieden waar het fundamentalistisch christendom zich verspreidt, is
tamelijk beroerd. In de hoog geïndustrialiseerde landen stagneerde
de economische groei tussen 1970 en 1995 en in grote delen van Latijns-Amerika
en Afrika (en in bepaalde delen van Azië) vond een scherpe daling
plaats van de toch al niet te vette levensstandaard van de meeste mensen.
Hoewel er nu wereldwijd een tweede ronde van industrialisering en modernisering
aan de gang is, is het nog lang niet zeker dat die voor meer dan een
handvol landen voordelig is. Een moeilijke economische situatie gaat
vaak hand in hand met een ongure politiek. Ondanks de (meestal nogal
oppervlakkige) democratische instellingen die in bepaalde landen van
de grond komen, worden veel ontwikkelingslanden opgezadeld met repressieve
regeringen en door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gedicteerde
strenge bezuinigingsmaatregelen op sociale programma’s.
Christenfundamentalisten lijken wel te gedijen in de aanwezigheid van
politiek autoritarisme en economische ellende. Een aantal regeringen,
als die van de Filippijnen en El Salvador, hebben zelfs evangelisch
religieuze indoctrinatie ingevoerd bij hun strijdkrachten als onderdeel
van de initiatieven voor een Low Intensity Conflict, voorgeschreven
door de VS. De fundamentalistische noties van geestelijke oorlogsvoering
en maatschappelijke vrede worden door de nieuwe evangelisatiekrachten
agressief op de markt gebracht om in strijd te treden tegen een waaier
van geestelijke vijanden. Zij zoeken de ultieme confrontatie tussen
Goed en Kwaad. Zij zien dit Kwaad, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden,
belichaamd in de valse religies als socialisme, islam, humanisme, feminisme
en zelfs katholicisme.
De fundamentalisten zijn soms mild voor het katholicisme
of negeren het gewoon als een slappe en onontwikkelde vorm van christendom.
Op andere momenten ontwaren zij in het katholicisme communistische en
satanische trekken, vooral in de bevrijdingstheologie. Na het afsterven
van de het communisme in de Sovjet-Unie en in Oost-Europa is de dreiging
van socialistische regeringen wat verminderd in hun ogen. In de plaats
daarvan is een andere, door de antichrist uitgebraakte valse religie
in de plaats gekomen: de islam. Nu God het ijzeren gordijn heeft neergehaald,
“zal de muur rond de islamitische wereld ook zeer snel verpulverd
worden” zegt een christelijk schrijver uit Afrika.13
Ons intrigeert zowel de ontwikkeling binnen de islam als het christendom.
De moderne fundamentalistische stromingen binnen beide religies zijn
door hun simplistische vertaling van het Woord uitstekend geschikt voor
internationale groei en verspreiding in de globaliserende samenleving.
Beide bestaan uit een mix van egalitaire en autoritaire impulsen ingebed
in een absolutistisch geloof. Zowel het islamitisch als het christelijk
fundamentalisme heeft met antifeministische programma’s
op de groeiende vrijheid van de vrouw gereageerd om hun patriarchale
wortels te versterken: beperking van de functies van de vrouw, controle
van de seksualiteit, herstel van de maatschappelijke autoriteit van
de man. Het nieuwe christelijk fundamentalisme is een reconstructie
van patriarchale macht; het mag de deelname van vrouwen verwelkomen
of vrouwelijke kwaliteiten lofprijzen, maar alleen in dienst van de
onderwerping van de vrouw aan mannelijke controle.
Het gelijktijdige ontstaan van islamitisch en christelijk fundamentalisme
is ook in breder verband binnen de sociale en politieke sfeer van betekenis.
De politicoloog Samuel Huntington waarschuwde al voor de nakende clash
of civilizations en de ondermijnende rol van de godsdienst. Huntington
maakt zich voor de orde binnen het kapitalistische wereldsysteem duidelijk
het meest zorgen over het islamitisch reveil? Hij geeft duidelijk de
voorkeur aan de conservatieve en elitaire aanpak van de Westerse beschaving
(zoals gebruikelijk in protestantse burgerlijke kringen). Maar zijn
kijk op de internationale invloed van de islam is net zo goed van toepassing
op het fundamentalistisch reveil dat over heel de wereld het protestantse
christendom aflost: “De vernieuwing van de religie, zegt hij,
legt de basis voor identiteit en betrokkenheid die nationale grenzen
overschrijdt en beschavingen verenigt.”14 De ironie (die Huntington
mist) wil echter, dat niet de islam, maar het christelijk fundamentalisme
meer internationale conflicten kan oproepen doordat het kan beschikken
over al de voordelen en de macht, die voortkomen uit een door het Westen
gedomineerd economisch systeem met zijn indringende oproep tot consumptie.
De “welvaartstheologie” van de neo-pinkstergemeente verkondigt
overal dat het geloof onmiddellijk materiële behoeften kan bevredigen.
Het is een verdere uitwerking van de Amerikaanse gospel of wealth, een
eeuw geleden gepredikt aan kleinburgerlijke congregaties, omdat religie
daardoor hand in hand kan gaan met de mondiale warencultuur. De armste
mensen in de armste landen zien dagelijks beelden van consumptiegoederen
en willen het liefst Amerikaanse wereldmerken kopen. De president van
de Radio Corporation of America (RCA) wilde dat niet verhullen (toen
hij probeerde uit te leggen waarom zijn bedrijf televisiefabrieken in
de VS sloot en de productie naar lagelonenlanden verplaatste): “We
leven in een mondiaal dorp. De meisjes van Taiwan willen ook hun T-shirt
met Mickey Mouse erop.”
Door een verband te leggen met de wereldwijde consumptiecultuur, wil
dat niet zeggen dat de Amerikaanse wortels van het nieuwe fundamentalisme
oppervlakkig zijn of dat het machtige beeld van het christendom gereduceerd
wordt tot het peil van het Disney-bedrijf dat haar eigen normen van
overheersing kent.15 Ook wil dat niet zeggen dat het succes van de evangelisten
afhangt van tijdelijke politieke verschijnselen in de VS, zoals de retoriek
van de regering Reagan in de jaren 1980 of door de Christen Coalitie
in de jaren 1990. Het is eerder zo, dat het nieuwe geloof zo inclusief,
zo machtig en wijdverspreid is, dat het zich gemakkelijk aanpast aan
veel moderne verschijnselen en gebeurtenissen. We moeten niet denken,
dat de nadruk op het materiële de spiritualiteit tekort moet doen,
want het nieuwe fundamentalisme breidt zich ambitieus uit en krijgt
steeds meer greep op natuurlijk en geestelijk, materieel en psychologisch
vlak.
Hoewel het spiritueel karakter van het christelijk fundamentalisme
buiten kijf staat, wil dat nog niet zeggen dat daar een rationele geest
heerst die vroeger zo eigen was aan het protestantisme. De intellectuele
verbeeldingskracht is gericht op herformulering van de oude fundamentele
boodschap en op nieuwe vormen van actief spiritualisme. Een klassiek
voorbeeld daarvan is de reactie van Pat Robertson op de Hurricane Gloria
in 1985. Hij gaf Gloria, die enorme verwoestingen aanrichtte aan de
Oostkust van de VS, bevel om Virginia Beach en zijn Christian Broadcasting
Network links te laten liggen: “In naam van Jezus, bevelen we
jou om direct te stoppen en naar het noordoosten te gaan, weg van het
land en geen schade meer aan te richten. In de naam van Jezus van Nazareth,
bevelen wij dat.” De orkaan liet Viginia Beach links liggen. Robertsen
zei daarna, dat deze demonstratie van zijn geestelijke macht de Amerikanen
zou moeten overtuigen van zijn gelijkaardige politieke macht: “Dat
was heel belangrijk voor het geloof van vele mensen, want als ik geen
orkaan kan besturen, hoe kan ik dan het land leiden…”16
Dit soort christelijk fundamentalisme beschouwt zichzelf als de enige
weg naar God, de enige ware religie om een land te besturen. Dit zou
niet verontrustender moeten zijn dan de overtuiging van sommige hedendaagse
moslims en Hindoes, ware zij niet zo nauw verbonden met andere vastgeroeste
Amerikaanse meningen. Christenfundamentalisten in de VS geloven, samen
met veel andere maatschappelijk en politiek conservatieve lieden, ook
in de Manifest Destiny17 van hun land, in het godgegeven recht rijk
te zijn en in de noodzakelijke supermacht van zijn krijgsmacht. Misschien
is de uitzaaiing van hun geloofsovertuigingen niet imperialistisch in
de oude koloniale betekenis, evenmin als de wereldweide verspreiding
van multinationale bedrijven toegeschreven kan worden aan een kapitalistische
samenzwering op Wall Street. Het christenfundamentalisme dat echter
aan de man gebracht wordt door een internationaal leger van agressieve
verkopers – Koreanen, Nigerianen, Duitsers, Filippino’s,
Brazilianen, Australiërs en Guatemalteken, dat maatschappelijk
product, wat zo succesvol over heel de wereld wordt verkocht, draagt
wel heel duidelijk de stempel Made in USA.
Deze Amerikanen zijn de Franciscanen en Dominicanen
van onze tijd. Zij mogen dat zelf niet doorhebben, maar zij vormen wel
de religieuze poot van een economisch, politiek en cultureel systeem.
Salomon Nahmad,
Nationaal Inheems Instituut van Mexico18
Fundamentalistisch amerikanisme en christelijk fundamentalisme
Om de mondiale uitstraling van het nieuwe christenfundamentalisme te
begrijpen moeten we inzien wat de bodem is van dat geloof en zijn theologie
in de VS. Binnen de verschillende geloofsovertuigingen valt vooral het
“fundamentalistisch amerikanisme” op: een bijzonder soort
christelijk geloof in de VS dat tegelijkertijd het Amerikaanse nationalisme
en het Amerikaanse evangelie van succes, rijkdom en welvaart verheerlijkt.
Het fundamentalistisch amerikanisme – het geloof dat God voor
de VS een plan heeft van superioriteit, oneindige groei en voorspoed
– was sterk en dynamisch aanwezig in heel de geschiedenis van
de VS. Het is niet uniek voor christenfundamentalisten, maar zij omarmen
dit geloof sinds kort met meer vuur dan andere religieuze en seculiere
groepen. Hun militante legitimiteit, die buiten hun gelederen respect
afdwingt en hen er toe aanzet om buiten de VS te evangeliseren, ontlenen
zij aan de overtuiging dat Amerikanen de rest van de wereld iets te
bieden hebben dat superieur is. Ook de mensen waarop zij hun evangelisatie
richten, raken ook onder de indruk, niet alleen door de rijkdom van
de VS, maar ook door de zelfverzekerdheid en de praktische can-do-mentaliteit
van de zendings- en parakerkelijke organisaties.
Het is verleidelijk dit amerikanisme te vergelijken met andere vormen
van civiele religie in andere delen van de wereld, of ze nu de betekenis
van de natie benadrukken en nationale riten institutionaliseren, dan
wel etnocentrische waarden celebreren ter versterking van de identiteit
van een volk. Het fundamentalistische amerikanisme, echter, heeft altijd
al civiel religieuze waarden in een grotere geloofsovertuiging geïncorporeerd,
waardoor het op dit moment in de geschiedenis sterk verschilt van andere
vormen van nationalisme. Het is zo sterk verweven met het christendom
van de VS, dat het geen seculiere religie meer genoemd kan worden. Het
neigt tot bejubeling van de economische en politieke macht van de VS,
de enige supermacht, die zich naar andere werelddelen uitbreidt.
Amerikanen, anders dan de burgers van andere
geïndustrialiseerde landen, die ooit hun cultuur aan koloniën
probeerden op te leggen, geloven nog steeds, dat zij de andere volkeren
kunnen en moeten herscheppen naar hun beeld en gelijkenis. Dat
de Amerikaanse cultuur nu wereldwijd de cultuur domineert, voedt dit
religieuze vooroordeel alleen nog maar. De verspreiding van Amerikaanse
media en waren via economische -en ontwikkelingsprogramma’s onder
leiding van de VS en de aanvaarding van het Engels als internationale
taal, bevordert de “amerikanisering”. Christenfundamentalistisch
amerikanisme versterkt op religieus terrein deze globalisering en simplificatie
van de cultuur, doordat de aanhangers daarvan nog iets meer moeten doen
dan verkopen alleen: zij moeten een bijzondere Bijbelse waarheid uitdragen
en miljarden verloren zielen redden.
Meerdere rijken of naties, zowel antieke als moderne, geloofden dat
God, of een andere vorm van Voorzienigheid, glimlachend toeziet op hun
economische en territoriale expansie en de voorspoed die dat oplevert.
In de VS wordt dit energieke en enthousiaste imperialisme van begin
af aan meegegeven in de nationale psyche en in het streven naar de vervulling
van de Manifest Destiny en deze historische opdracht wordt steeds weer
vernieuwd. Maar nu, als de intellectuele en zelfs de geopolitieke fundamenten
voor de uitbreiding van de Amerikaanse aanwezigheid in de wereld verzwakken
en zelfs wankelen, vindt een herrijzend protestantisme machtige theologische
impulsen om de wereld te redden. Meer dan ooit steunt dit geloof in
Amerika op het bovennatuurlijke, apocalyptische en wonderbaarlijke –
waardoor de weg vrij komt voor een dispensationalistisch, millenniaristisch
en pinksterbewegingachtig theologisch kader dat steun biedt aan het
nieuwe fundamentalisme.
Geloof in Amerika
Christenfundamentalisme in de VS zou geen aantrekkingskracht kunnen
hebben op een breed spectrum van conservatieve Amerikanen zonder herstel
van het geloof in de speciale plaats van Amerika onder de naties. De
VS zouden bovendien hun geloof niet naar grote delen van de wereld geprojecteerd
kunnen hebben zonder de overtuiging dat andere volkeren zowel civiel
als religieus, geleid en bestuurd moeten worden door Amerikaanse beginselen.
Sedert het puritanisme diende het protestantisme als de lekengodsdienst
voor de koloniën en de VS. Begrippen als participerend bestuur
en nationaal belang waren geen substituten voor religie, omdat zij ingebed
waren in de praktijk en de experimenten van de religieuze Europeanen
die zich in het land vestigden. Hoe groter het land werd, hoe zekerder
het werd van een wereldwijde opdracht, zodat er weinig twijfel aan bestond
dat Gods bedoelingen en de Amerikaanse politiek een en hetzelfde waren.
Cotton Mather predikte in 1692 in Massachusetts als volgt over de rol
van het verkozen volk van Amerika dat zendelingen en staatslieden uit
VS er eeuwen later nog in geloven: “De Nieuw Engelanders zijn
een volk van God, gevestigd in die gebieden die eens aan de Duivel behoorden…
hier is een Volk dat de oude belofte gedaan aan onze gezegende Jezus,
dat Hij de uiterste einden van de Aarde tot zijn bezit zou krijgen,
in vervulling doet gaan.19
Tegen het midden van de negentiende eeuw kreeg het idee – dat
de VS gelijk is aan alles wat christelijk is – steeds meer vorm
in de Manifest Destiny en de expansie van het kapitalisme. Zo vatte
William Gilpin, de gouverneur van Colorado Territory, in 1846 zijn credo
samen in een rapport aan de Senaat van de VS: “De roeping van
het Amerikaanse volk is het continent met geweld te onderwerpen. De
wereld in één maatschappelijke familie te verenigen. Goddelijke
taak! Onsterfelijke opdracht! Amerika leidt het leger van de volkeren
bij hun opstijging naar deze fase van beschaving… de industriële
verovering van de wereld.”20
Bij de aanvang van de twintigste eeuw was de degelijke presbyteriaan
Woodrow Wilson de progressief ingestelde President van zowel de Princeton
Universiteit als van de VS. Hoewel het protestantisme waartoe hij behoorde,
aan het seculariseren, liberaliseren en moderniseren was, baseerde Wilson
zijn visioen, de nobele taak de wereld vrij te maken voor de “democratie”,
op de vooronderstelling dat de VS als enige voor haar goddelijke roeping
gekwalificeerd zou worden. Daarom zei hij vol zelfvertrouwen: “Amerika
is van nature een christelijke natie. Amerika is van nature het typische
voorbeeld van toewijding aan de elementen van gerechtigheid die tot
ons komen in de openbaringen van de Heilige Schrift.”21
Aan het eind van de twintigste eeuw zijn de evangelische leiders Jerry
Falwell en Pat Robertson nog steeds trouw aan deze traditie. Zij voegen
zich bij de conservatieve Republikeinen in hun kritiek op de oude protestantse
hoofdstroom wegens het loslaten van, of tenminste hun halfhartigheid
tegenover de verering van de bovennatuurlijke status van de VS als natie.
Toen Falwell in 1976 de reputatie van zijn Morele Meerderheid begon
op te bouwen, bracht hij een bezoek aan alle eenenvijftig belangrijke
schrijnen van Amerika’s civiele religie – de vijftig staatscapitolen
en het Amerikaanse Capitool in Washingon – om zijn religieus patriottische
“I love America” bijeenkomsten te organiseren. Het eerste
hoofdstuk van zijn boek uit 1980, dat oproept tot een moreel reveil,
Listen America, spreekt niet zozeer van zonde en redding, maar eerder
over de vrije onderneming en de strijd tegen het mondiale communisme
en de sovjet-satan. Hij geloofde zeker wat hij schreef, maar sneed het
ook op maat van een nationalistisch gehoor, dat een soortgelijke boodschap
te horen kreeg van Ronald Reagan. Falwell citeert een paar van de minder
bekende strofen van het volkslied van de VS om zijn idee te preciseren
en te versterken:
“Prijs de Macht die ons gemaakt en bewaard heeft als natie.
Overwinnen moeten we als onze zaak rechtvaardig is.
En dit zij ons motto: ‘In God ligt ons vertrouwen’.”22
Tussen het begin en het eind van de twintigste eeuw behaalden de fundamentalisten
een belangrijke overwinning op de meer gematigde en liberale vormen
van de protestantse traditie. Hoe is het mogelijk dat zij de belangrijkste
voorsprekers zijn geworden van het Amerikanisme?
Dat proces begon in de jaren 1940 en 1950 tamelijk onwaarschijnlijk
met de ultraconservatieve donderpreken van anticommunistische fundamentalistisch
separatisten als Carl McIntire en Billy James Hargis. Toen hun boodschap
werd versterkt door de wat mildere en populairdere evangelisch anticommunistische
boodschap van Billy Graham, begonnen de breder wordende gelederen van
de christenfundamentalisten controle te krijgen over de sterk pro-Amerikaanse
positie die door de liberals was vrijgegeven. Een aantal leiders van
de historische kerken begonnen zich te verweren tegen een al te grote
betrokkenheid bij America First. Een belangrijk traktaat was hun vaak
geuite weerzin om de nucleaire spieren van de VS met Christus te identificeren
en de nucleaire gevaren van de Sovjet-Unie met Satan. Veel vrijzinnige
kerkmensen maakten het probleem alleen nog maar erger: hun geflirt met
de politiek van ontwapening, wat door de religieus ultraconservatieven
werd opgevat als gebrek aan amerikanisme of patriottisme, mondde uit
in hun onbehaaglijkheid met en de oppositie tegen de Vietnamoorlog.
Hun conservatieve critici zeiden, dat de relativistische filosofie en
de seculiere compromissen, gepredikt door traditionele theologen en
intellectuelen, schadelijk waren voor de natie en het kapitaal van de
oudere protestantse kerken hadden verspeeld. Eind van de jaren 1970
verbonden de meeste conservatieve en fundamentalistische christenen
hun lot aan dat van Ronald Reagan, die wilde, dat het door God uitverkoren
land zich zou herstellen van de vernedering van Vietnam en opnieuw het
grootste en beste zou worden van alle landen.
Deze sentimenten stammen uit de dagen van het McCarthyisme en ruimer
gezien zelfs uit de jaren van 1945 tot 1950. Dat gaat zowel op voor
Reagan persoonlijk als voor conservatief en religieus rechts in het
algemeen. Er was toen een conservatief evangelische opwekkingsbeweging
(waaronder, maar niet dominant de genezingsrevivals van de Pinkstergemeente)
waarvan Billy Graham de grootste promotor was. Eind jaren ’40
hielp Graham de oude fundamentalistische boodschap (die nog stamde uit
het einde van de negentiende eeuw) te herdefiniëren in opwekkingsbijeenkomsten
voor de Youth for Christ. Hij, net als veel andere predikers, had goede
nota genomen van de bijzondere vernieuwing van het Amerikaans nationalisme;
in toenemende mate werd de Amerikanen op het hart gedrukt te geloven
in hun land, dat gewikkeld was in de strijd tussen goed en kwaad. Christelijk
werd gelijkgesteld aan anticommunistisch amerikanisme; Graham wist heel
goed wat het kwaad was: “Mijn theorie over het communisme is,
dat het is uitgedacht door Satan.”23
Dit soort kwaad bedreigde niet alleen de Amerikaanse belangen in alle
delen van de wereld; het had ook een sluipende en schadelijke inwerking
op de fundamentele structuur van het American life: “Een van de
grote doelen van het communisme bestaat erin het Amerikaanse huis te
vernietigen en moreel verval teweeg te brengen in dit land.”24
Geopolitieke belangen werden vermengd met een evangelische verdediging
van de patriarchale familie, wanneer op‘echte’ Amerikaanse
mannen een beroep werd gedaan de eer van hun land en hun vrouwen te
beschermen.
In deze overtuigingen vond Graham steun tot ver buiten de kringen van
de oudere generatie van fundamentalisten. Bijvoorbeeld, William Randolph
Hurst, de krantenmagnaat, getroffen door Grahams op-en-top Amerikaanse
verschijning en anticommunisme, stuurde een boodschap van twee woorden
naar al zijn redacteuren over heel het land: “Puff Graham”
(Blaas Graham op, maak hem groter).25 In 1946 en 1947 schreef John Foster
Dulles, later Minister van Buitenlandse Zaken onder Eisenhower, een
serie artikelen in Life waarin hij ondermeer zegt: “Wat Amerika
nu nodig heeft, is een geestelijke vernieuwing.”26 Ten tijde van
de oorlog in Korea, zag hij de VS als heldhaftige kruisvaarders: “Wij
zijn geboren getuigen van Christus… we deden wat God ons deed
zien als juist.”27 Zijn mening over het nationalisme, wat hij
voor de Tweede Wereldoorlog nog veroordeelde als “een vorm van
patriottisme die de natie als een met heroïsche kwaliteiten begiftigd
levend wezen personifieert”, 28 sloeg volledig om in het tegendeel.
Niet overtuigd van de Bijbelse onfeilbaarheid, waardoor evangelisten
als Billy Graham werden gemotiveerd, namen vertegenwoordigers van het
conservatieve establishment als Dulles een manicheïstisch, min
of meer fundamentalistische standpunt in ten aanzien van uitverkorenen
en verdoemden. Dulles zegt: “De wereld is verdeeld in twee groepen
mensen: de anticommunistische christenen en de anderen.”29
Conservatieve baptisten, de pinkstergemeente en andere fundamentalisten
namen met graagte deze globaal-politieke missie op in hun eigen programma
voor intensieve evangelisatie. Hun gemeenteleden, vaak mensen met bescheiden
middelen, waren rijk in vergelijking tot de verdoemde zielen in de rest
van de wereld. Door nauwgezette inning van kerkbijdragen konden zij
een constante stroom van zendelingen en Bijbelse literatuur naar het
buitenland onderhouden. Anticommunistische oproepen door geslaagde onafhankelijke
evangelisten en opwekkers werkten goed om geld in te zamelen voor hun
eigen buitenlandse zendingsprogramma’s.
Toen begon ook de fundamentalistisch opvatting over de Bijbelse profetie
zijn invloed uit te oefenen op het fundamentalistisch amerikanisme in
de wereldpolitiek. De nucleaire patstelling tussen de Sovjet-Unie en
de VS joeg de meeste mensen in die tijd schrik aan, maar voor fundamentalisten
ging de dreiging van een atoomoorlog ook nog zwanger van een belofte.
De aanstaande wederkomst van Christus werd geassocieerd met Armageddon,
daarom was het de evangelische christenen geboden de Great Commission
te voltooien, dat wil zeggen, het gebod van Christus, om Gods Woord
aan alle naties te verkondigen. Deze opdracht moest voltooid zijn voor
het “einde der tijden”. Sommige dispensationalistische stromingen
beweren, dat de verspreiding van het Woord het einde sneller naderbij
brengt: als alle naties geëvangeliseerd zijn, zou Jezus weerkomen
en alle ware christenen, op het moment van vernietiging zelf, van de
aarde wegvoeren. (…)
De fundamentalisten zijn absoluut zeker van het verband tussen de huidige
gebeurtenissen in de wereld en de Bijbelse voorwaarden voor de Wederkomst.
Geen van die voorwaarden schijnt vele christenen meer belangrijk dan
de speciale status van Israël en de wederopbouw van Zion, een ander
bewijs voor het nakend einde der tijden: “Wie tegen Israël
opstaat, staat op tegen God.” (Jerry Falwell) “God zal hen
zegenen die Israël zegenen, maar Hij vernietigt hen die nadeel
berokkenen aan de joden.” (Lester Sumrall)30
Het conflict tussen Israël en zijn Arabische buren leek de plaats
te worden voor de laatste wereldbrand waarin de supporters van de respectievelijke
supermachten, de VS en de Sovjet-Unie, met elkaar in het krijt zouden
treden voor de ultieme slag tussen goed en kwaad. Volgens de dispensationalistische
theologie zou het gunstig kunnen zijn voor christenen als zij de joden
nog voor het einde zouden kunnen bekeren. Evangelische organisaties
als Christus voor de Naties van Gordon Lindsay, maakten veel werk van
Israël, maar slaagden er niet in veel Israëli’s voor
Jezus winnen. Later, in het begin van de jaren 1980, werkte Pat Robertson
volgens hetzelfde idee en kocht een krachtig tv-station in Zuid-Libanon
bij de Israëlische grens, het enige buitenlandse filiaal van zijn
Christian Broadcasting Network. Deze ligging is ook nu nog van grote
betekenis in de apocalyptische Bijbelse visie, omdat de moslimlanden
nu de mantel van het kwaad hebben overgenomen van de verdwenen Sovjet-Unie.
Niet alleen worden leiders als Khaddafi en Saddam Hoessein gedemoniseerd
door de christenen (en de Westerse pers), maar moslimvolkeren worden
in het algemeen door de evangelische christenen bestempeld als “geestelijk
onderdrukt” en als “gevangenen van Satan”.31
Het benadrukken door Amerikaanse christenen van
de speciale status van de VS is niet helemaal uniek; ze hebben
dat gemeen met de calvinistische fundamentalisten in Zuid-Afrika en
Noord-Ierland. (…)
Het Amerikaans religieus nationalisme is echter uniek door zijn bijzonder
mondiaal karakter. Christenfundamentalisten in andere landen herkennen
zich in Amerikaanse evangelische christenen omdat de VS de bron is van
anticommunisme en van een massa andere culturele ideologieën en
waarden die transnationaal zijn geworden. Over heel de wereld zijn religieuze
leiders er in geslaagd het lot van hun land te verbinden met dat van
de VS. Daardoor zijn er interessante hypothesen ontstaan over de bovennatuurlijke
bedoelingen van de geschiedenis, zoals die van Rev. Sun Myung Moon over
de eliminatie van de Amerikaanse Indianen door de blanke settlers in
Noord-Amerika: “Het ontstaan van Amerika past in Gods voorzienigheid.
God had voor zijn toekomstig werk op aarde een machtige christelijke
natie nodig. Tenslotte is Amerika eerst van God en pas later van de
Indianen. Dit is de enige reden die de positie van de Pilgrimkolonisten
kan rechtvaardigen.”32 (…)
De gevoeligheid van Koreaanse christenen voor millenniaristische doctrines
is ontstaan met de komst van fundamentalistische presbyteriaanse evangelisten
in het begin van de twintigste eeuw; maar houdt ook verband met hun
precaire geopolitieke positie in de Koude Oorlog. Als het nucleaire
gevecht met de krachten van Satan op hun grondgebied zou uitbarsten,
dan zou hun verhouding met de Amerikaanse vroomheid hun redding kunnen
zijn.33
Tijdens de oorlogen in Midden-Amerika in de jaren 1980 was er een evangelische
boom met ingewikkelde samenhangen tot de ideologie van geestelijke verovering
en de uitstraling van de politieke en economische invloed van de VS.
Een massa Amerikaanse zendelingen hielp op allerlei manieren de contra’s
en de militaire regimes in El Salvador, Honduras en Guatamala. Pat Robertson
behoorde daar ook bij toen hij in 1982 de operatie Lovelift lanceerde,
zijn multimiljoenen dollar luchtbrug ter ondersteuning van de wedergeboren
christelijke dictator van Guatamala, generaal Rios Mont, die wist wie
de vijand was: “de verrotting heeft een naam, communisme of de
Antichrist”.34 Toen Robertson in 1990 naar Guatamala terugkeerde
om het evangelisatiespektakel, gekend als Proyecto Luz op te starten,
was dat ook om Rios Mont af te schilderen als een eminent en verantwoordelijk
burger, een man die zijn land en geloof nobel had gediend en nu gereed
stond om tot president van het land te worden gekozen. Voor Robertson
en zijn cohorten was deze uitbreiding van evangelisme en Amerikanisme
in alle opzichten vanzelf sprekend. (…)
We hebben Pat Robertson niet naar voren gehaald om de ene evangelist
meer krediet willen geven dan de ander en ook niet omdat we denken dat
zijn Christelijke Coalitie belangrijker is dan andere georganiseerde
fundamentalistische krachten. Robertson dient slechts als een goed voorbeeld
van de moderne christenfundamentalist die opvalt door zijn wereldse
succes: hij deed een goede gooi naar de Republikeinse nominatie voor
het presidentschap (tegen een formidabele kandidaat van het establishment
die veel van Robertsons standpunten moest overnemen); hij heeft een
zeer groot en succesvolle televisiezender (Christian Broadcasting Network);
hij leidt een fundamentalistische universiteit, de Regent University;
hij treedt regelmatig op in zijn televisieprogramma, de 700 Club; en
hij onderhoudt talrijke contacten met evangelische christenen over heel
de wereld. Robertson is het voorbeeld van het nieuwe christenfundamentalisme
dat een kruising is van evangelische christenen uit onder andere pinkstergemeente
en de fundamentalistische baptisten. Hij is goed opgeleid, kleinburgerlijk,
zuidelijk baptist, politiek en economisch behoudend, charismatisch (neo-pinkstergemeente)
en wedergeboren. Hij is ook een creationist, een pre-millennialistisch
dispensationalist en vat de Bijbel letterlijk op. De moderniteit van
het geloof van Robertson is de kracht van zijn ‘charismatisch’
protestantisme, een toevoeging aan het Amerikaans evangelische geloof,
dat volgens de biograaf van Robertson, David Edwin Harrel, makkelijk
te begrijpen is: de charismatiek geeft gewoon een miraculeuze dimensie
toegevoegd aan het positieve denken en de theologie van het succes die
al eerder bestonden in het Amerikaanse evangelisme. Zoals Jezus al zei:
‘Vraagt en gij zult verkrijgen’.35 (…)
Nieuwe christenfundamentalisten als Pat Robertson, wisten iets van
de spirituele kracht en de mechanismen van de pinkstergemeente over
te nemen en die op andere fundamentalistische componenten te plakken,
waaronder ook het civiel religieuze geloof in Amerika, dat zij ontleenden
aan vrijzinniger christenen. Vanwege zijn achtergrond als zoon van een
conservatieve senator van Viginia kon hij zich identificeren met de
dominionisten36 die er van uitgaan dat
christenen aan de macht moeten komen door gebruik te maken van zowel
politieke middelen als door bekeringen tot het evangelie. Zij willen
de VS en de wereld christelijker maken. De expansie van de macht van
de pinkstergemeente, die getrivialiseerd kan worden zolang het gaat
over ‘succes’, wordt een stuk steviger wanneer de Geest
vat krijgt op de sociale en de politieke wereld. De kleinburgerlijke
oriëntatie projecteert een soort calvinistische pinkstergemeenteachtige
overeenkomst met Amerika, een weg naar de christelijke victorie op het
moment dat er weinig mededingers zijn.
In zijn boek, The End of Victory Culture, laat Tom Engelhardt heel
goed zien dat tussen 1945 en 1975 de vrijzinnige hoofdstroom in Amerika
zijn geloof had verloren in een glorieuze war story die de hegemonie
van de VS zou kunnen laten duren, en hij vraagt zich ook af: “Hebben
de Amerikanen nog wel de capaciteit, de kracht of de behoefte om wat
voor nieuw nationaal verhaal op te dissen, en als dat al mogelijk is,
hoe moet dat verhaal dan worden verbonden met een war story?”37
Een flinke minderheid van de Amerikanen is al bezig een nieuw christenfundamentalistisch
verhaal uit te werken dat het gevoel van de nationale opdracht weer
moet opwekken. De meerderheid van de Amerikaanse burgers zal dit verhaal
nooit accepteren, maar bij gebrek aan beter, hebben zijn aanhangers
laten zien dat hun spirituele macht inderdaad fors is om dat zij de
aannames van het fundamentalistisch amerikanisme weer opnieuw in de
verf hebben gezet en een duidelijke wending hebben gegeven aan het politieke
proces in de VS. Er zijn er die stellen dat het nieuwe christenfundamentalisme
louter een tijdelijke coalitie is van protestantse splintergroepen (waarvan
sommigen zelfs aantrekkingskracht uitoefenen op katholieke charismatici)
die wel snel uiteen zal vallen, omdat het een gewoonte is van protestanten
om zich eindeloos op te splitsen en weer samen te voegen. Maar de sociale
en politieke geschiedenis van de jaren 1980 toont duidelijk de griezeligheid
aan van samenwerking tussen de Republikeinse Partij van Ronald Reagan
en nieuw christelijk rechts op zowel binnenlands als buitenlands terrein,
op een manier die niet kan worden afgedaan als het cynische werk van
rechtse opportunisten. Daarna, in de jaren 1990, kreeg de christelijke
coalitie in veel staten de controle over Republikeinse partijapparaten,
eerst in 1993 in Zuid-Carolina en Virginia en begon daarmee belangrijke
invloed te krijgen op het programma van de partij op nationaal vlak.
Hun succes is niet te danken aan het ‘charismatisch’ leiderschap
van Robertson, maar aan de toewijding van anderhalf miljoen gelovigen
aan de basis die in contact staan met miljoenen andere Amerikanen of
die nu lid zijn van Focus on the Family van James Dobson, de Full Gospel
Business Mens’s Fellowship, de Southern Baptist Convention of
van de honderden onafhankelijke megakerken die zijn ontstaan in de suburbane
gebieden van Amerika.
Doordat het christenfundamentalisme wereldwijd in opkomst is opent
dat nieuwe deuren voor het Amerikaanse model van geestelijke kracht
naar andere landen. De toegankelijkheid van de pinkstergemeente biedt
evangelische christenen de mogelijkheid hun christelijk nationalisme
en hun geloof in succes te hervormen in iets met een mondiaal karakter.
Steve Brouwer is de auteur van Conquest and Capitalisme
en Sharing the Pie.
Paul Gifford is professor in de geschiedenis en godsdienst
aan de School voor Oosterse en Afrikaanse Studies aan de universiteit
van Londen.
Susan Rose is docent sociologie aan het Dickinson College.
Dit artikel is een uittreksel van een interdisciplinaire werk Exporting
the American Gospel, Uitgeverij Routledge, New York, Londen, 1996.
uit: Archief MS
Nummer 61, Publicatiedatum: 2003-01-01 Copyright
© EPO, IMAST en auteurs
Overname, publicatie en vertaling zijn toegestaan voor strikt niet-winstgevende
doeleinden
Noten
1. David B. Barrett en John W. Reapsome, Seven Hundred Plans to Evangelize
the World, Richmond, World Evangelization Center, 1988, telt 1,7 miljard
christenen, waarvan 1,1 miljard hun geloof geregelde effectief belijden.
Het 1993-95 Mission Handbook, uitgegeven door John A. Siewert en John
A. Kenyon, Pasadena, Marc, 1993, p.3, schat dat er in 2000 op deze planeet
2,1 miljard mensen zichzelf christenen noemen.
2 Benjamin R. Barber, “Jihad versus McWorld”, The Atlantic,
maart 1992, en het werk met dezelfde titel, Jihad versus McWorld, NY
Times Books, 1995.
3.Born again: christenen die zich voelen herboren worden door de herontdekking
van het geloof wat gelijk staat met een tweede geboorte.
4.John Davison Hunter, American Evangelicalism, New Brunswick, Rutgers,
1983, vermeldde dat 22% van de Amerikanen ouder dan 18 jaar evangelisten
waren. . De gegevens van het Gallup-onderzoek onthulden nog hogere cijfers
wanneer men aan de Amerikanen vroeg als ze zich beschouwden als born
again evangelische christenen: 33 % antwoordden bevestigend in 1986
en het cijfer klom, dramatisch, tot 45 % in 1993. Een andere Gallup-opiniepeiling
vermeldde in 1979 dat 19 % van de Amerikanen zich beschouwden als leden
van pinkstergemeenten of charismatische kerken. Dat percentage bevatte
ongetwijfeld ook een aantal charismatisch katholieken. Woordvoerders
van de Liberty University beweerden dat 50 miljoen Amerikanen de geloofsleer
van het Gouden Tijdperk aanvaardden (geciteerd in Jeffrey K. Hadden
en Anson Shupe, Televangelism, Power and Politics on God’s Frontier,
New York, Henry Holt, 1988).
Wereldwijd liggen de verhoudingen tussen de voornaamste christelijke
tendenzen als volgt: katholieken, 925 miljoen, orthodoxen, 175 miljoen,
protestanten, 600 miljoen. De klassering van de protestanten overlappen
elkaar: zo schatten Barrett en Reapsome bijvoorbeeld de evangelisten
op 220 miljoen en de pinkstergemeenten en charismatische kerken op 333
miljoen (dat cijfer omvat ook 63 miljoen charismatische katholieken),
maar ze proberen niet te bepalen welke kerken tegelijkertijd in beide
categorieën werden hernomen. (Barrett en Reapsome, Seven Hundred
Plans, 1988). In 1995 waren er waarschijnlijk meer dan 300 miljoen wedergeboren
evangelisten, een getal dat ook de pinkstergemeenten meetelt. Harvey
Cox hanteert in Fire From Heaven, Reading MA, Addison Wesley, 1995,
p.xv, het cijfer van 410 miljoen, alleen voor de pinkstergemeenten.
Dat is misschien wat aan de hoge kant, maar helemaal niet onrealistisch.
William G. McLoughlin, Revivals, Awakenings, and Reform, Chicago, University
of Chicago Press, 1978, p.214.
Millenialisme is een geloof dat stelt dat Christus zal heersen gedurende
1000 jaar voor het laatste oordeel. Duizendjarig Rijk, naam van een
visioen, beschreven in de Openbaring van Johannes (20: 1–7). Na
de wederkomst van Christus (Openb. 19: 11–16) wordt de Satan gedurende
1000 jaar gebonden en in die periode heerst Christus op aarde, samen
met de gelovigen die uit de dood zijn opgewekt (‘de eerste opstanding’).
Deze opvatting noemt men chiliasme (van het Grieks chilias: duizendtal)
of millenarisme (van het Latijn millennium: tijdperk van 1000 jaren).
In de eerste eeuwen van de kerk werd dit veelal uitgelegd als een profetie
van een dergelijke aardse heerschappij van Christus. Ondanks het feit
dat de gangbare kerkelijke interpretatie zich meer en meer keerde tegen
dit chiliasme, bleven velen een dergelijke verwachting koesteren. Daarbij
speelden ook vaak sociaal protest en verlangen naar een betere wereld
een grote rol. Zo vinden wij het chiliasme onder andere bij de Hussieten,
Taborieten, Wederdopers (het Godsrijk te Münster). Verscheidene
theologen die de nadruk leggen op de toekomstverwachting, treft men
de verwachting van het Duizendjarig Rijk met name aan bij bewegingen
die de bijbeltekst letterlijk verstaan en toepassen en aan de hand daarvan
berekeningen maken, zoals de Darbysten, Adventisten, Jehova’s
getuigen, enz..
Dispensationalisme: dit nieuwe woord wortelt in de opvatting dat de
wereldgeschiedenis is verdeeld in zeven tijden of dispensaties. Vandaag
zouden we leven in het einde van de zesde periode en wachten we op de
terugkeer van Jezus die de eindperiode zou inluiden, het luisterrijke
Duizendjarige Rijk van Jezus en de heiligen. Men beweert dat deze terugkeer
zal worden voorafgegaan door de tenhemelopneming van de echte gelovigen,
van zeven jaren van grote beproevingen en van een oorlog in het Midden-Oosten
die zal uitlopen op de grote apocalyptische veldslag van Armageddon,
juist voor de terugkeer van Jezus. Dit zeer nauwkeurige schema zou uit
de Bijbel afkomstig zijn. In werkelijkheid werd het in de 19e eeuw uitgewerkt
door John Nelson Darby (1800-1882), één van de stichters
van de Broeders van Plymouth. Deze opvattingen kende heel wat weerklank
in de Verenigde Staten en men vindt ze vandaag ook ruim verspreid terug
in Afrika, zelfs bij personen die nooit van Darby of van het dispensationalisme
hebben horen spreken. Het dispensationalisme moedigt fatalisme en passiviteit
aan.
5. Pat Robertson, America’s Dates With Destiny, geciteerd in Hadden
en Shupe, “Televangelism…”, pp.298-299.
6. Paul Yonggi Cho, “Mobilizing the Laity for World Evangelism”,
Church Growth, Voorjaar 1992, p.5.
7. David Stoll, “Introduction” tot Rethinking Protestantism
in Latin America, Ed. David Stoll en Virginia Gerrard-Burnett, Philadelphia,
Temple University Press, 1993, p.3
8. Andrew F. Walls, directeur van het Centrum voor de Studie van het
Christendom in de niet-Westerse Wereld aan de Universiteit van Edinburg,
“World Christianity, the Missionary Movement, and the Ugly Americain”,
in World Order and Religion, Ed. Wade Clark Roof, Albany, State University
of New York Press, 1991, p.151. Walls stelt dat vier vijfden van de
67.200 protestantse missionarissen Noord-Amerikanen zijn. Andere schattingen
zijn minder hoog maar niemand gaat onder de 50 %.
9. Harvey Cox, Fire From Heaven, op.cit., p.16.
10. G.J.U. Moshey, Who is this Allah?, Ibadan, Fireliners International,
1990, p.163.
11. Samuel P. Huntington, “The Clash of Civilizations”,
Foreign Policy, Zomer 1993, p.26.
12. Ariel Dorfman, How to Read Donald Duck, New York, International
General, 1984, toont hoe de vrolijke avonturen van Donald Duck en zijn
drie neefjes voor rekening van oom Picsou een belangrijke bijdrage vormde
voor een welwillende beoordeling van de houding van het imperialisme
tegenover de Latijns-Amerikaanse jeugd.
13. Jeffrey K. Hadden et Anson Shupe, op.cit., pp. 192-193.
14. Manifest Destiny: een concept dat behoort tot een expansionistische
visie op de uitzonderlijke rol die de Verenigde Staten in de wereld
spelen en die voor het eerst opdook in de achttiende eeuw. Deze sterk
religieus geïnspireerde opvatting gelooft dat de Verenigde Staten
een missie te vervullen hebben, dat de blanke Amerikaan het recht heeft
alles en iedereen (Indianen, Mexicanen, Fransen, Spanjaarden, enz.)
te vernietigen dat de uitbreiding van zijn grondgebied hindert. Wat
goed is voor de Verenigde Staten is ook goed voor de wereld. De vrije
handel zal de wereldvrede verzekeren. Het Amerikaanse maatschappijbeeld
is de ultieme toekomstdroom van de mensheid. Op deze etnocentristische
-en missionarissenretoriek baseren de Verenigde Staten ook vandaag nog
hun veroveringsdrang.
18. Marlise Simons, “Latin America New Gospel”, New York
Times Magazine, 7 november 1982, p.117.
19. Geciteerd in Hadden en Shupe, op.cit., p.96.
20. Anthony Wallace, Rockdale, New York, W.W. Norton & Co., 1979,
p.453.
21. Geciteerd in Haden en Shupe, op.cit., p.272.
22. Jerry Falwell, Listen America, New York, Bantam Books, 1980, p.18.
23. McLoughlin, op.cit., p.190.
24. Ibidem, p.189.
25. Jeremy Rifkin (metTed Howard), The Emerging Order: God in an Age
of Scarity, NY: Putnam, 1979, p.167.
26. Mark Toulouse, The Transformation of John Foster Dulles, Macon,
Mercer University Press, 1985, p.177.
27. John Foster Dulles, War, Peace and Change, New York, Harper, 1939.
28. Toulouse, op.cit., p.232.
29. Dulles geciteerd door George Black, The Good Neighbor ; New York,
Pantheon, 1984, titelpagina.
30. Geciteerd in Paul Gifford, To Save or Enslave, Harare, Zimbabwe,
EDICESA, 1990, p.5.
31. Ibidem, p.6.
32. We citeren heel speciaal Moon omdat zijn kerk heel wat heeft bijgedragen
tot de nieuwe Amerikaanse rechterzijde. Sun Myung Moon, Divine Principle,
1974, geciteerd in Irving Horowitz, “The Last Civil Religion:
Reverend Moon and the Unification Church”, in In Gods We Trust,
Ed. Robbins et al., New Brunswick, Transaction, 1981, p.61.
33. Het is interessant hierbij op te merken dat de verspreiding van
de fundamentalistische doctrine in Korea vooraf ging aan de militaire
bezetting door de Verenigde Staten na de oorlog. Zij werd in het Verre
Oosten in het begin van de twintigste eeuw verspreid door de Bijbelbond
van China en de Evangelische fonds Stewart. Dit fonds werd geleid door
Milton Stewart die met zijn broer Lyman de Union Oil Company in Zuid-Californië
bezat en de uitgave van de The Fundamentals financierde tussen 1910
en 1915.
Deze oorsprong verklaart waarom de meerderheid van de hedendaagse protestanten
in Korea bij de fundamentalisten kunnen worden gerangschikt. “Het
is geenszins overdreven te stellen dat de traditionele protestantse
godsdiensten theologisch fundamentalistisch zijn, zelfs als ze beweren
evangelisch of conservatief te zijn,” schrijft David Kwangsun
Suh in “Forty Years of Korean Protestant Churches” in Korean
Church, Ed. Korean Council of Churches, Seoel, Christian Institute of
Justice and Development, 1990. Suh geeft een goede verklaring voor de
manier waarop het Koreaanse christendom het ‘moderniserende’
geloof vormt voor het land en tegelijk ultraconservatief is en neigt
naar de pinkstergemeente, zelfs binnen de schoot van historische godsdiensten
als het presbyterianisme. Zie ook socioloog Kim Byong-Suh, “The
Explosive Growth of the Korean Church Today: A Social Analysis”,
gepubliceerd in hetzelfde werk.
34. Joseph Anfuso en David Sczepanski, Efrain Rios Montt, Servant of
Dictator? Ventura, Californië, Vision House, 1983, pp.IX-X. Een
uitstekende documentatie over de omvang van de steun aan de christenfundamentalisten
in Centraal-Amerika vindt men bij Sara Diamond, Spiritual Warfare, Boston,
South End Press, 1989, en in verschillende rapporten van het Resource
Center, Albuquerque, Nieuw-Mexico.
35. David Edwin Harrell, Pat Robertson, p.114.
36. Het dominionisme stelt dat God aan de christenen heeft bevolen om
de wereld te veroveren, de instellingen te bezetten en te regeren voor
het einde der tijden en de terugkeer van Jezus. De bijbelse principes
moeten worden toegepast op alle aspecten van het persoonlijke, sociale
en politieke leven.
37. Tom Engelhardt, The End of Victory Culture: Cold War America and
the Disillusioning of a Generation, New York, Basic Books, 1995, p.301.
Lees ook het artikel Christenfundamentalisme
van Wikipedia.
Mormoons Forum
Fundamentalisme en Mormonisme
Heb net uw heel goede artikel Wereldwijd Christelijk Fundamentalisme
gelezen.
Onze kerk wordt wel even genoemd, maar er wordt in dit artikel op geen
enkele manier met zoveel woorden ingegaan hoe dit alles zich nu verhoudt
tot het mormonisme zoals in uw korte inleiding werd aangekondigd. Maar
ik moet zeggen, dat we op veel plaatsen in dit artikel de naam van onze
kerk tussen de regels door kunnen lezen.
Mijn vraag aan andere lezers: zou je onze kerk een fundamentalistisch
geloof kunnen noemen?
Per Definitie
Ik wil hierbij reageren op uw artikel Wereldwijd Christelijk
Fundamentalisme. Onze kerk wordt er maar een keer in genoemd, maar ik
heb een aantal kenmerken van christelijk fundamentalisme zoals ik die
in dit artikel tegenkom eens op 'n rij gezet.
Suggestie: wat zou u er van vinden om deze 'kenmerken' te onderstrepen?
Het artikel wemelt van definitie's en omschrijvingen waaraan we onze
kerk kunnen toetsen.
(MVG redaktie: heel goed idee; bij deze!)
Ik herken heel wat fundamentalistische trekken in het mormonisme, maar
hoe het ook zij, ik hoop dat mensen ook tot de ontdekking komen dat
het grote gebod: God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf,
ons meest 'fundamentele' uitgangspunt is.
Afstand nemen of Omhelzen?
Uw Mormoons Forum heeft voor een ongebruikelijke benadering
gekozen door de reactie's op de artikelen die op uw website verschijnen
af te drukken zonder vermelding van de afzender. De kerk is in onze
contreien maar klein, en het aantal kerkleden dat in kerkelijk verband
over maatschappelijke invalshoeken praat nog veel kleiner. Ik ben daarom
dan ook heel blij met uw initiatief om een mogelijkheid te creeren waar
men gerust een mening kan geven, zonder daar ogenblikkelijk door jan
en alleman persoonlijk op te worden aangesproken. Belangrijk is wat
er wordt gezegd, niet wie het zegt.
Uw artikel Christelijk Fundamentalisme ligt wel wat moeilijk. Als Europeanen
ervaren we veel dingen nu eenmaal anders dan Amerikanen. Ik zou het
mormonisme in het algemeen gematigd fundamentalistisch willen noemen,
en vervolgens de kerk in west-Europa willen klassificeren als 'n verdere
afzwakking van die aanduiding. Verder denk ik ook dat we niet moeten
vergeten dat individuele kerkleden er individuele zienswijzen op na
houden, dus ook in dat opzicht word de formulering verder beinvloed.
In vrijwel elke godsdienstige stroming vinden we fundamentalistische
en vrijzinnige gelovigen. Als overtuigd heilige der laatste dagen heb
ik grote moeite met het 'christelijk fundamentalisme', maar omhels ik
vooruitstrevende elementen in ons geloof als: voortdurende openbaring,
en het ontbreken van 'gesloten canon'.
Tegenwoordig worden we maar al te gewaar waar fanatiek religieus fundamentalisme
toe kan leiden, men zou zelfs kunnen stellen dat er inderdaad sprake
is van een regelrechte oorlog tussen fundamentalistische christenen
en fundamentalistische moslims. Dit zijn zorgwekkende ontwikkelingen
die met afkeer worden gadegeslagen door weldenkende en gematigde gelovigen
aan beide zijden. Indonesie heeft de grootste moslim bevolking ter wereld
die niets moet hebben van een militante vorm van Islam, en als Europese
heilige der laatse dagen wil ik me als het maar even kan distancieren
van het christelijk fundamentalisme, zelfs als ik dat binnen het mormonisme
aantref. Overigens zien we dat de kerk zich op haar beurt weer distancieert
van extreem fundamentalistische groeperingen die uit het mormonisme
zijn voortgekomen.
Definitie Wikipedia
Beste MVG redaktie:
Een informatief artikel over dit onderwerp: Wikipedia:
Christenfundamentalisme
Dank u voor uw geweldige site!
Machtsdenken
Twee MVG artikelen en de daarin vermelde citaten trokken mijn aandacht:
"Vredelievend
zijn houdt in dat je de liefde voor macht opgeeft voor: de macht van
de liefde." (Annette van der Put)
en: "In het denken van de fundamentalist speelt macht een overheersende
rol." (Wouter van Beek)
Ik ben 'n overtuigd en aktief lid van de kerk en kan me niet aan de
indruk onttrekken dat machtsdenken ook bij ons in de kerk voorkomt.
Fundamentalisme leidt bij ons niet tot fysiek geweld, we gebruiken de
meer 'beschaafde' en verfijnde methoden van psychologisch geweld.
In onze versie van fundamentalisme hakken we geen handen af, maar rukken
we in overdrachtelijke zin tongen uit door kritische mede-heiligen d.m.v.
excommunicatie het zwijgen op te leggen. Het valt mij ook op dat er
een verband bestaat tussen excommunicatie en doodstraf, d.w.z. radicale
geestelijke en lichamelijke bedreiging als extreme machtsmiddelen.
Is het toeval dat de heiligen der laatste dagen in Utah voorstander
zijn van beide?
De doodstraf wordt door ons als barbaars en extreem beschouwd, terwijl
de leden van de kerk in Utah er absoluut voor zijn. Ik gebruik bewust
het woord absoluut, omdat een dergelijk absoluut denken er doorgaans
ook geen problemen mee heeft om degenen die van de norm afwijken uit
de gemeenschap te stoten en in psychologische zin het zwijgen op te
leggen. Waar is de liefde, waar is de verdraagzaamheid?
Averechts
Excommunicatie is zeker een extreem machtsmiddel te noemen, is het tegenovergestelde
van het voeren van een christelijke dialoog, lost niets op en heeft
een averechtse en polariserende uitwerking die verbittert, niet verbroedert.
Neem bijvoorbeeld de heel kritische reactie op zijn excommunicatie van
heilige der laatste dagen Paul Toscano, die hoorde tot de groep
van zes mormoonse intellectuelen die in September 1996 wegens kritiek
op de kerkelijke leiding werden geexcommuniceerd:
Mormonism has become "an archconservative culture built
on the sand of family and tribal values with respectability as its chief
cornerstone. Its adherents are less like living stones in the mystical
temple of God and more like living stiffs in a morgue of quiet conformity."
(door mij vrij vertaald: Het Mormonisme is verworden tot "een
uiterst conservatieve cultuur, gebaseerd op het wankel fundament van
gezinswaarden en hokjesgeest met als voornaamste hoekstenen aanzien
en fatsoen. Haar aanhangers zijn eerder wandelende lijken in een graftombe
van conformisme, dan levende orakelen in de mystieke tempel God's.)
Eigen verantwoordelijkheid
Als we het hebben over (soms te ver doorgevoerde) autoriteit
en macht, waar het bij fundamentalisme allemaal om draait, schoot mij
een heel goed artikel te binnen dat ik jaren geleden las, maar waarvan
ik de bron helaas niet meer kon achterhalen.
De schrijver had het over de moeilijke positie van profeten. Hij schreef
over hoe
we als mensen de neiging hebben om leiders op een voetstuk te plaatsen
en dat ook in kerkelijk verband helaas maar al te vaak doen. Profeten
zijn niet onfeilbaar, zij zijn mensen van vlees en bloed, en het gaat
niet op om onze persoonlijke verantwoording op hen af te wentelen. Er
is een groot verschil tussen eerbiedige aandacht en blinde gehoorzaamheid.
De kerk is net zo sterk als haar individuele leden, maar ook zo fundamentalistisch
als haar individuele leden!
Profeten mogen ons in geestelijk opzicht leiden, doch ook menselijk
falen is hen niet vreemd. Denk aan David, Jona, enz., maar ook aan onze
hedentendaagse profeten. Waar vroeger de profeet Joseph Smith veelal
op een voetstuk werd geplaatst, is er tegenwoordig ook veel meer aandacht
voor zijn menselijke zwakheden en tegenstrijdigheden, wat overigens
helemaal niets afdoet aan de rijke erfenis die hij ons heeft achtergelaten.
Onze leiders benadrukken voortdurend het belang van het niet leven op
geleend licht, en het nemen van onze eigen verantwoordelijkheid. In
onze geestelijke en intellectuele luiheid draaien we de zaken echter
vaak om: als we het hebben over 'het profetische woord' denken we vrijwel
uitsluitend aan de kerkelijke leiding, en niet aan onszelf. Als mannen
en vrouwen, als vaders en moeders, belichamen wij de autoriteit als
profeten in eigen gezin en in ons eigen leven! Wat dat betreft kan ik
me tot op zekere hoogte wel vinden in de uitspraak van Paul Toscano
die in een eerdere reactie in Mormoons Forum werd aangehaald: zijn we
levende orakelen (mooie vertaling), of passieve volgelingen die zich
voornamelijk conformeren aan de lesboeken zonder enige eigen inbreng
van betekenis? Het als kerklid niet zelf nadenken is volgens mij onze
meest 'fundamentele' fout.
Verdraagzaamheid
Ik woon al vele jaren in Canada en las uw artikel
over christelijk fundamentalisme en de boeiende reactie's van een aantal
lezers.
Jaren terug hadden wij een bisschop die zonder meer als fundamentalist
kan worden omschreven; een keiharde zakenman met de buigzaamheid van
een blok beton!
Hij was tegelijkertijd ook een prachtig mens en een uitstekend leider.
Met 'dialoog' hoefde je bij hem niet aan te komen, maar wanneer in nood
kon je hem wel gerust in het holst van de nacht uit bed bellen (hetgeen
wij dan ook deden in een ernstige gezinscrisis in ons gezin) en dat
leerde ons een wijze les.
Ondanks zijn rechtlijnigheid stond hij altijd en overal klaar voor iedereen,
ook voor niet-leden van de kerk. Als er iets is in de kerk dat mij aanspreekt
is het wel dat we al doende mogen leren van mensen met de meest uiteenlopende
achtergrond en levenswandel. Als de Heiland zich ophield met tollenaars
en publieke vrouwen (ten ongenoegen van de 'fundamentalistische' schriftgeleerden)
dan kunnen wij misschien proberen het met elkaar uit te houden!
Dick Cheney
Voor de meeste Nederlanders en Belgen is de Amerikaanse vice-president
Dick Cheney een symbool voor uiterst rechtse politiek. De mormoonse
BYU universiteit nodigde hem in April 2007 echter uit als gastspreker
bij de jaarlijkse plechtigheden rond de diploma-uitreiking en verleende
hem bovendien een ere-doctoraat!
U kunt hier meer over lezen op de navolgende links:
http://jean-lievens.skynetblogs.be/post/4369133/stil-protest-tegen-bezoek-van-dick-cheney-aan
http://www.gomakecontact.com/mesj/MESJ%20archive/DickCheneyatBYU.htm
Het begint dus allemaal nogal ingewikkeld te worden: we voelen ons als
leden van de kerk sterk verbonden met onze broeders en zusters in Utah,
de bakermat van ons geloof, maar in politieke zin staan we vaak wel
met open mond te kijken!
Dit zou er voor pleiten om de politiek liever maar buiten de kerk te
houden, maar het zijn nu precies de heiligen der laatste dagen in Utah
die geen gelegenheid ongebruikt laten om de indruk te wekken dat 'de
kerk' duidelijk partij kiest voor 'hun' conservatieve kijk op de wereld,
overigens een wereld waar de meerderheid van het ledenaantal buiten
de VS woont... Ondertussen schepen ze ons als mede-kerkleden wel op
met een uiterst fundamentalistisch imago, waar niet 'n ieder van gediend
is. Geduld is een schone zaak..
Lees ook de 'Mormoons Forum' discussie: De
Kerk in Revolutionair Gebied