MvG logo www.mvgcontact.org

Christelijk Fundamentalisme

Home


Zijn we, zoals Wouter van Beek observeerde, een kerkgenootschap op weg naar fundamentalisering? Onderstaand een orientatie in de vorm van een informatief artikel 'Wereldwijd Christelijk Fundamentalisme', en 'n aansluitende discussie in het 'Mormoons Forum' onderaan deze pagina.


een tweetal uitspraken van Wouter van Beek:

"In een seculiere samenleving heeft de kerk geen politieke macht, en dat is een goede zaak, want het gaat meestal mis als de kerk de macht heeft. Dan krijg je kruistochten, inquisitie en godsdienstoorlogen. Geef mij dus maar een samenleving waar de religie zich aan de zijkant bevindt en waar het kerkelijk gezag gecontroleerd, weersproken en gecorrigeerd kan worden. Het fundamentalisme wil dat allemaal terugdraaien. Fundamentalisten willen de macht teruggeven aan de kerk of aan de moskee. In het denken van de fundamentalist speelt macht dan ook een overheersende rol."

(Nederlands Dagblad, 27 febr.2007; Intelligent Design volgens een antropoloog)

"Veel leden maken 'n mate van onderscheid tussen de leerstellingen enerzijds, en de betekenis van die leerstellingen t.o.v. bestaande sociale praktijken anderzijds, een zgn. 'cognitive compartment colonization', verband houdende met de omstandigheid dat we als niet-Europees en Orthodox kerkgenootschap een minderheid vormen in een geseculariseerde omgeving, en eraan toevoegend: een kerkgenootschap dat overigens op weg is naar fundamentalisering."

(Mormon Europeans or European Mormons? An “Afro-European” View on Religious Colonization Dialogue, a Journal of Mormon Thought ( Volume 38 no.4 /Winter 2005).

-----------------------------------------------------------------------------------------------

Een nieuwe soort christelijk fundamentalisme, een transnationale religieuze cultuur, verspreidt zich over heel de wereld. Hoe verhoud zich het Mormonisme daartoe?
( zie ook 'Mormoons Forum' onder aan deze pagina )

Wereldwijd Christelijk Fundamentalisme

Steve Brouwer
Paul Gifford
Susan D. Rose

Het is een bevrijding. Ik kom hier na een dag hard werken, vuil, moe en hongerig, en hier… voel ik me goed, voor even vrij. Ik hoef nergens anders aan te denken dan aan Jezus.

Een volgeling van Broeder Almada’s Miracle Crusade in de Filippijnen

Een nieuwe soort christelijk fundamentalisme, waarvan eerst gedacht werd dat het uniek was voor de VS, verspreidt zich over heel de wereld. Een transnationale religieuze cultuur komt tegemoet aan een algemene behoefte in de megasteden van de derde wereld, de sloppenwijken daaromheen en op het afgelegen platteland. In kleine optrekjes van leem en golfplaten met aarden vloer en in enorme stadsauditoria met vijf tot twintigduizend zitplaatsen prediken herders dezelfde boodschap aan hun gemeenten: smeek God om je persoonlijke redding, houd je aan de letterlijke tekst van de Bijbel als het fundament van de waarheid en verspreid het goede nieuws in voorbereiding tot het miraculeuze einde van de geschiedenis en het begin van het Duizendjarig Rijk van Christus. (…)

Er bestaat een opmerkelijke internationale ontvankelijkheid voor de christelijk fundamentalistische boodschap en er bestaat een uitgekiend en machtig netwerk voor de verspreiding van het Woord. Zo startte Pat Robertson Proyecto Luz, een reveil via de tv gericht op heel Midden-Amerika in 1990. Met een programma gemaakt bij Christian Broadcasting Network in Virginia wist hij via de Guatemalteekse tv 60 % van de kijkers in Guatemala te bereiken, een record kijkcijfer. In de daaropvolgende zes maanden namen duizenden evangelische en pinkstergemeenten over heel Midden-Amerika deel aan deze reveil.

Dergelijke activiteiten starten niet allemaal vanuit de VS. De Duitse gebedsgenezer Reinhard Bonnke, de populairste prediker in Afrika, trekt de grootste aantallen bezoekers ter wereld: in Nigeria, Kenia en de thuislanden van Zuid-Afrika komen dagelijks meer dan 200.000 mensen naar hem toe. En Paul Yonggi Cho, een Koreaanse dominee van de pinkstergemeente, heeft een vruchtbare combinatie ontwikkeld van theologie en organisatie om de groei van megakerken te bevorderen. Cho is de herder van ’s werelds grootste kerk, de Yoido Full Gospel Church in Seoel, Zuid-Korea, die in 1994 prat ging op 800.000 leden.

Een Amerikaanse boodschap

Hoewel de leiders van het nieuwe christelijke geloof uit verschillende landen komen, is de boodschap overwegend Amerikaans. Of gelovigen nu een kerk binnengaan in Afrika, Azië of Latijns-Amerika overal ontmoeten ze dezelfde vorm van eredienst als in Memphis, Portland en New York City. Het kan een pinkstergemeente zijn of een kerk van de zuidelijke baptisten of een alom verkrijgbaar charismatisch product uit de Bijbelscholen in steden als Tulsa en Pasadena. Deze protestanten zaaien een geloof dat past bij de kleinburgerlijke winkelier aan een gebedsontbijt in Rio de Janeiro en dat de armste van ’s werelds would-be consumenten inspireert voor de kruistocht van Bonnke in Lagos. Zij proclameren in een waaier van talen allerlei soorten christelijke gaven en rechten, zoals die welke Kenneth Copeland opnoemt in Voice of Victory vanuit Fort Worth in Texas: “Jij mag in het leven regeren als een koning… Als zoon van God heb je zekere rechten en vrijheden… Je hebt het recht alle dingen die God heeft te gebruiken.”

Wij leven duidelijk in een ander religieus tijdperk. Een extreem spiritueel vuur brandt in vele delen van de wereld en het is gangbaar geworden om gelovigen, hetzij moslims, Hindoes, joden of christenen, als ‘fundamentalisten’ te betitelen, die op de een of andere manier in conflict gekomen zijn met de wereldse processen van modernisering en globalisering. Voor veel westerlingen zijn de krachten achter de ‘islamitische vernieuwing’ beangstigend, omdat zij veel van de vooronderstellingen van de ‘verwesterlijking’ verwerpen en bestrijden en omdat de islam een groeiende godsdienst is met 1,2 miljard aanhangers. Er bestaan natuurlijk vele stromingen binnen de islam, waaronder een aantal met fundamentalistische trekken zoals de sjiieten in Iran, die opvallen door hun bereidheid met de VS sociaal politieke conflicten in het Midden-Oosten aan te gaan.

Wij richten onze aandacht echter op het nieuwe christelijke fundamentalisme, dat op wereldvlak rivaliseert met het islamitisch radicalisme en cultureel misschien meer potentie heeft, omdat het christendom een kernonderdeel is van de ‘Westerse beschaving’. Historisch gezien is het christendom de moderniserende en verwesterende religie, die zich over de aarde verspreidde in samenspel met de handels -en industriële uitbreiding van het kapitalisme en de vestiging van koloniale rijken. De christelijke landen (met Japan als enige uitzondering) controleren bijna overal ter wereld de productiekrachten en fabricage, bankwezen en commerciële instellingen, alsook de verspreiding van cultuur via wetenschappelijke, academische en commerciële kanalen. Deze culturele en sociaal-economische hegemonie wordt versterkt door getallen: de 1,7 miljard christenen bewonen een groter oppervlak van de aarde dan moslims.1

Een aantal recente interpretaties van wereldgebeurtenissen neigen ertoe het proces van modernisering en religieuze verandering in verschillende kampen in te delen. Daarbij wekt men de indruk dat economische globalisering (modern) wordt geconfronteerd met cultureel tribalisme (primitief). Dit beeld van het conflict, McWorld versus Jihad,2 geeft een juiste inschatting van de agressieve verspreiding van de Amerikaanse business en mediacultuur, maar veronachtzaamt de manieren waarop religieuze culturen gevangen zijn in het proces van het zichzelf moderniseren en globaliseren. Voor het christelijk fundamentalisme in het bijzonder gaat de wereldwijde verspreiding van het geloof hand in hand met de homogeniserende invloeden van consumentisme, massacommunicatie en productie op manieren die samen kunnen gaan met de schepping van een internationale marktcultuur door mondiaal kapitalistische instellingen.

De christelijke fundamentalisten maken slechts één deel uit van het wijdverbreide Europese en Noord-Amerikaanse culturele kader dat geworteld is in één gemeenschappelijke christelijke erfenis, maar toch hebben zij veel invloed, omdat hun boodschap en hun machtige evangelisatiemachine voornamelijk hun oorsprong hebben in de VS. Deze fundamentalisten zijn bijbelvaste protestanten met de specifieke opdracht in elk land ter wereld zielen te winnen voor Jezus. Zij zijn ontsprongen aan brede lagen van het maatschappelijk conservatieve evangelisch protestantisme samengesteld uit verschillende godsdiensten en onafhankelijke kerken, waaronder pinkstergemeenten, baptisten, charismatici en calvinisten, enz. Wedergeboren (born again) evangelische christenen3 maken ongeveer 25 % uit van de bevolking van de VS, zo’n 65 miljoen mensen, en over de hele wereld zijn het er wellicht meer dan 400 miljoen, daarbij komt nog dat hun aantal met fenomenale snelheid toeneemt. Een substantieel deel daarvan vormt de fundamentalistische basis binnen de VS en in het buitenland4, en andere belijdende religieuze groepen buiten de fundamentalistisch evangelische kringen zoals de Mormonen en Jehova’s Getuigen delen veel van hun geloofspunten.

Omdat de protestantse christenheid, met name in de VS, een geschiedenis heeft van leerstellige disputen, waardoor rivaliserende godsdiensten ontstonden en zelfs aparte onafhankelijke kerken, is het belangrijk de gemeenschappelijke kenmerken niet uit het oog te verliezen die kenmerkend zijn voor het nieuwe christelijk fundamentalisme. Ten eerste is er de persoonlijke relatie tussen de ‘wedergeboren’ gelovige en Jezus; waardoor de gelovige leiding zou krijgen om anderen te bekeren als onderdeel van de wereldwijde evangelisatieopdracht. Ten tweede, het heilige woord Gods, dat volstaat om de wereld te begrijpen en richtsnoer te zijn voor een rechtvaardig leven, is voor iedereen te vinden in de Bijbel; die letterlijk en als feilloos geldt. Strikte normen voor het persoonlijk gedrag, zoals onthouding van alcohol en het verbod op seksuele activiteit buiten het huwelijk, zijn gewoonlijk verplicht en een maatschappelijk conservatieve kijk op de menselijke samenleving wordt sterk aangemoedigd: persoonlijk geloof en godsvrucht zijn noodzakelijke voorwaarden om gered te worden, terwijl maatschappelijke hervormingen die menselijke ongelijkheid willen herstellen ofwel, als onbelangrijk, niet aangemoedigd worden of zelfs ontraden. De godsdiensthistoricus William G. McLoughlin beschreef in 1970 het maatschappelijk conservatisme van christenfundamentalisten en neo-evangelisten op deze manier: “Het neo-evangelisme rechtvaardigt de onverschilligheid voor wereldse zaken omdat ze voor ons te complex zijn en daarom aan God alleen moeten worden overgelaten. Wij kunnen de wereld alleen maar veranderen wanneer God de harten van alle mensen ter wereld veranderd heeft.”5 Hun houding is niet zo gelaten meer. Aangemoedigd door hun evangelische en politieke successen zijn de fundamentalisten nog steeds gekant tegen egalitaire maatschappelijke veranderingen, maar zij dringen er nu op aan dat hun gedragsvoorschriften voor hele de maatschappij gaan gelden.

Het laatste bepalende element van fundamentalistisch geloof bestaat in de neiging miraculeus goddelijke interpretaties te zoeken van de geschiedenis, gewoonlijk onder de vlag van het Bijbels millennialisme6 en dispensationalisme7. Het millianistisch geloofeloof is gebaseerd op de zekerheid dat de wederkomst van Christus nabij is en dat zijn Duizendjarig Rijk spoedig op aarde gevestigd zal worden (de duur en de mate van de eeuwige straf welke de ongelovigen ten deel zal vallen, variëren naar de premillenniale en de postmillenniale versie). Het dispensationalisme, dat in de afgelopen tweehonderd jaar is ontwikkeld ter ondersteuning van het millennialistisch geloof en zijn voorspellingen, is een tamelijk ingewikkelde vorm van geschiedenisopvatting en louter een aftreksel van een gesloten en uiterst gedetailleerd systeem van Bijbelse bronnen en referenties. In de meeste versies bestaan er dispensationele perioden in de menselijke geschiedenis (op creationistische wijze samenvallend met de geschiedenis van de aarde en het universum en culminerend in de periode van de heerschappij van Christus over de hele aarde).

Binnen de tradities van het nieuwe fundamentalisme bestaan veel verschillen. (…) Leden van de pinkstergemeente die in het doopsel door de Heilige Geest geloven, leggen de nadruk op de miraculeuze ervaringen van de individuele gelovige zoals profeteren, genezen en het spreken in tongen. (…) Andere fundamentalisten waaronder de zuidelijke baptisten en de onafhankelijke baptisten zoals Jerry Falwell, zijn het niet eens met de praktijk van de pinkstergemeente en denken dat echte miraculeuze gaven alleen voorkwamen in de Bijbelse tijden en nu niet meer.

Het belangrijkste is dat verschillen tussen fundamentalistische christenen aan belang hebben ingeboet en de laatste jaren veel minder aanleiding gaven tot conflicten. Dit komt deels doordat het fundamentalisme in de VS een meer dynamische sociale en politieke beweging is geworden, hetgeen geïllustreerd wordt door Jerry Falwell’s morele meerderheid, de kandidatuur van Pat Robertson voor het presidentschap van de VS in 1998, en de belangrijke groei van de christelijke coalitie tijdens de verkiezingen van 1994 en 1996. De conservatieve evangelische christenen die de motor zijn van dat activisme, passen meestal binnen onze definitie van het nieuwe fundamentalisme. Met de toename van hun invloed in de afgelopen 15 jaar op de Republikeinse Partij voor een conservatieve sociale agenda op lokaal, staats en nationaal niveau gingen zij zich meer concentreren op de vorming van bondgenootschappen en mikten zij op eenvoudiger en minder doctrinaire definities voor een aanvaardbaar christendom. Zoals Pat Robertson verklaarde in zijn in 1986 verschenen boek America’s Date with Destiny: “De evangelischen zien dat zij meer en meer verenigd worden… zij verenigen zich tot een snelle en enthousiaste terugkeer van Amerika tot zijn joods-christelijke erfenis.”8

De tweede reden voor meer verdraagzaamheid onder de nieuwe christenfundamentalisten is, volgens ons zelfs nog urgenter: De pinkstergemeente speelt een overheersende rol in de wereldwijde evangelisatie – zij maken de meeste bekeringen tot het christendom en brengen veel katholieken tot het protestantisme. De pinkstergemeente ziet zich als full Gospel, wat wil zeggen dat gelovigen worden “vervuld van de Heilige Geest” zoals in de Evangeliën en in de andere boeken van het Nieuwe Testament beloofd was aan de eerste christenen; dat wil zeggen dat zij toegang krijgen tot de wonderbare “gaven van de Heilige Geest” zoals die tot uiting komen in rituele gebedsgenezing en duiveluitdrijving, die in bepaalde culturen een enorme aantrekkingskracht uitoefenen. Paul Yonggi Cho beweert dat de unieke spirituele kracht van de pinkstergemeente en de neopinkstergemeente de groei van het christendom over de laatste zestig jaar heeft opgevoerd: “Tachtig procent van alle bekeringen tot het christendom komt niet uit de enorme meerderheid van christenen die niet vervuld zijn van de Heilige Geest, maar dat zijn mensen waarin de Heilige Geest woont.”9

Zoals vaker bij evangelisten flatteert Cho de cijfers wel enigszins, maar het klopt dat de meeste nieuwe protestanten buiten Noord-Amerika en Europa zijn geworven; in Latijns-Amerika is tweederde tot driekwart van de protestanten lid van de pinkstergemeente.10

Hoewel het nieuwe christenfundamentalisme een theologische doctrine en een religieuze praktijk bezit die beide Amerikaans zijn, wordt het een internationale religieuze cultuur door de enthousiaste en brede beweging in tientallen landen. Hoewel de Amerikaanse zendelingen en hun bronnen in VS nog zeer sterke spelers zijn (de meeste protestante zendelingen komen van de VS11), zijn ook inheems fundamentalistische kerken gaan deelnemen aan de verkondiging en de verdieping van het geloof. Het bestaan van duizenden godsdiensten en onafhankelijke kerken mag chaotisch lijken, maar zij komen tijd te kort voor serieuze doctrinaire ruzies door de wedijver bij het opvullen van het vacuüm dat is ontstaan door de massieve sociale ontwrichtingen en de economische hervormingen. Harvey Cox heeft zelfs gesuggereerd dat “de pinkstergemeente… eigenlijk een oecumenische beweging is”.12 Bovendien weten de kerken van de pinkstergemeenten hun religieuze praktijken op andere tradities over te brengen, zelfs naar godsdiensten als de liberalere, duidelijk niet-fundamentalistische protestantse en katholieke kerken. Een aantal religieuze geleerden wijst op de effectiviteit van het “enthousiasme” en de “kracht”, die de pinkstergemeente weet te genereren. De nieuwe, meer kleinburgerlijke manifestatie van de pinkstergemeente wordt, al naar gelang het land, neo-pinkstergemeente of charismatisch genoemd; hun kerken volgen eigen programma’s voor hernieuwde groei en politieke invloed.

Waarom werkt het christelijk fundamentalisme en waar gaat het heen?

In de loop van onze studie besteden we aandacht aan de recente export van faith-theologie (of ‘welvaartstheologie’) vanuit de VS, omdat het bijna overal booming is vooral in verstedelijkte gebieden met een kleinburgerlijke bevolkingssamenstelling. Dit in wezen Amerikaanse geloof, met zijn belofte van materiële zegeningen en geestelijke ervaringen, is steeds vaker de evangelische boodschap, die onder de lagere klasse wordt gepredikt.

Daarom moeten we de relatie bekijken tussen het nieuwe fundamentalistische christendom en de hervorming en globalisering van de culturen over de hele wereld. Hoe komt het, dat mensen over heel de wereld hun geloof aanpassen aan voorschriften die ontwikkeld zijn in Oklahoma, Texas of Californië? En omgekeerd, hoe kan de protestantse praktijk zich zo gemakkelijk aanpassen aan de eisen en eigenaardigheden van een wereld in verandering? We zien dat de snelle religieuze verandering gelijk opgaat met de industrialisering van vele delen van de derde wereld en de gelijktijdige verzakelijking van het dagelijks leven.

(…) De VS bezitten, ondanks de onevenwichtige economische resultaten van de laatste jaren, nog steeds de macht die de wereld kan vormgeven. De verspreiding van hun populaire mediacultuur is ongeëvenaard; hun militaire macht vindt zijn gelijke niet; hun toewijding aan de verspreiding van het corporatieve kapitalisme en de internationale geldhandel is nog ongebroken. In een wereld waar oude politieke en maatschappelijke entiteiten zich uitputten onder de druk van de globalisering, lijkt de door Amerika geleide economische ontwikkeling toegang te bieden tot een soepel lopend en goed geïntegreerd wereldsysteem. Tezelfdertijd brengen Amerikaanse evangelisten en hun buitenlandse broeders een supranationale en supernationale oplossing voor religieuze twijfels aan de man. Handige christelijke ondernemers doen goede zaken bij de verkoop van een nieuw internationaal geloof.

Binnen het christendom zijn nieuwe organisatiestructuren ontstaan die veel intelligenter zijn dan de oude vormen van het protestantisme in de VS of de traditiegebonden hiërarchieën van de rooms-katholieke kerk. De megakerk van Paul Yonggi Cho, het medianetwerk van Robertson, de Campus Crusade geleid door Bill Bright, en zelfs het unieke commercieel-religieuze rijk van dominee SunYoung Moon zijn in wezen transnationale bedrijven onder leiding van topondernemers. Zij kunnen zowel in praktische handelsaangelegenheden als in geloofskwesties snel bondgenootschappen sluiten met elkaar en een onnoemelijk aantal kleinere onafhankelijke kerken. De onderlinge banden worden soepel gehouden door parakerkelijke ondersteuningsgroepen als Full Gospel Business Mens’s Fellowship International die bijna een miljoen leden tellen. De invloed van deze groepen dreigt de kwijnende oudere protestantse kerken in de VS te overvleugelen terwijl de nieuwe kerken en parakerken in sommige delen van de derde wereld de oude kerkelijke kaders volledig uitwissen.

Deze religieuze cultuur van het eind van de twintigste eeuw reproduceert zichzelf snel binnen of, sommigen zullen zeggen, bovenop de heel verschillende culturen in Latijns-Amerika, de Cariben, Afrika en Azië en recentelijk zelfs in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie. Een aantal van die landen is zeer arm en probeert zich te ontwikkelen en te moderniseren; anderen zijn al ontwikkeld of goed op weg. Overal vallen lokale culturen uit elkaar, traditionele familiestructuren en zeden storten in en stedelijke gebieden worden overspoeld door mensen die zijn losgeraakt van hun tradities zoals verpauperde loonarbeiders, ongeruste secretaressen, jonge ambitieuze zakenlieden, ploeterende winkeliers of hoog opgeleide ingenieurs. Het nieuwe fundamentalistische christendom biedt een alternatief voor de geloofsdisciplines die hen in eerdere perioden van industrialisering en verstedelijking hielpen het dagelijks leven te verduren.

De economische situatie, vooral in de gebieden waar het fundamentalistisch christendom zich verspreidt, is tamelijk beroerd. In de hoog geïndustrialiseerde landen stagneerde de economische groei tussen 1970 en 1995 en in grote delen van Latijns-Amerika en Afrika (en in bepaalde delen van Azië) vond een scherpe daling plaats van de toch al niet te vette levensstandaard van de meeste mensen. Hoewel er nu wereldwijd een tweede ronde van industrialisering en modernisering aan de gang is, is het nog lang niet zeker dat die voor meer dan een handvol landen voordelig is. Een moeilijke economische situatie gaat vaak hand in hand met een ongure politiek. Ondanks de (meestal nogal oppervlakkige) democratische instellingen die in bepaalde landen van de grond komen, worden veel ontwikkelingslanden opgezadeld met repressieve regeringen en door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gedicteerde strenge bezuinigingsmaatregelen op sociale programma’s.

Christenfundamentalisten lijken wel te gedijen in de aanwezigheid van politiek autoritarisme en economische ellende. Een aantal regeringen, als die van de Filippijnen en El Salvador, hebben zelfs evangelisch religieuze indoctrinatie ingevoerd bij hun strijdkrachten als onderdeel van de initiatieven voor een Low Intensity Conflict, voorgeschreven door de VS. De fundamentalistische noties van geestelijke oorlogsvoering en maatschappelijke vrede worden door de nieuwe evangelisatiekrachten agressief op de markt gebracht om in strijd te treden tegen een waaier van geestelijke vijanden. Zij zoeken de ultieme confrontatie tussen Goed en Kwaad. Zij zien dit Kwaad, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, belichaamd in de valse religies als socialisme, islam, humanisme, feminisme en zelfs katholicisme.

De fundamentalisten zijn soms mild voor het katholicisme of negeren het gewoon als een slappe en onontwikkelde vorm van christendom. Op andere momenten ontwaren zij in het katholicisme communistische en satanische trekken, vooral in de bevrijdingstheologie. Na het afsterven van de het communisme in de Sovjet-Unie en in Oost-Europa is de dreiging van socialistische regeringen wat verminderd in hun ogen. In de plaats daarvan is een andere, door de antichrist uitgebraakte valse religie in de plaats gekomen: de islam. Nu God het ijzeren gordijn heeft neergehaald, “zal de muur rond de islamitische wereld ook zeer snel verpulverd worden” zegt een christelijk schrijver uit Afrika.13

Ons intrigeert zowel de ontwikkeling binnen de islam als het christendom. De moderne fundamentalistische stromingen binnen beide religies zijn door hun simplistische vertaling van het Woord uitstekend geschikt voor internationale groei en verspreiding in de globaliserende samenleving. Beide bestaan uit een mix van egalitaire en autoritaire impulsen ingebed in een absolutistisch geloof. Zowel het islamitisch als het christelijk fundamentalisme heeft met antifeministische programma’s op de groeiende vrijheid van de vrouw gereageerd om hun patriarchale wortels te versterken: beperking van de functies van de vrouw, controle van de seksualiteit, herstel van de maatschappelijke autoriteit van de man. Het nieuwe christelijk fundamentalisme is een reconstructie van patriarchale macht; het mag de deelname van vrouwen verwelkomen of vrouwelijke kwaliteiten lofprijzen, maar alleen in dienst van de onderwerping van de vrouw aan mannelijke controle.

Het gelijktijdige ontstaan van islamitisch en christelijk fundamentalisme is ook in breder verband binnen de sociale en politieke sfeer van betekenis. De politicoloog Samuel Huntington waarschuwde al voor de nakende clash of civilizations en de ondermijnende rol van de godsdienst. Huntington maakt zich voor de orde binnen het kapitalistische wereldsysteem duidelijk het meest zorgen over het islamitisch reveil? Hij geeft duidelijk de voorkeur aan de conservatieve en elitaire aanpak van de Westerse beschaving (zoals gebruikelijk in protestantse burgerlijke kringen). Maar zijn kijk op de internationale invloed van de islam is net zo goed van toepassing op het fundamentalistisch reveil dat over heel de wereld het protestantse christendom aflost: “De vernieuwing van de religie, zegt hij, legt de basis voor identiteit en betrokkenheid die nationale grenzen overschrijdt en beschavingen verenigt.”14 De ironie (die Huntington mist) wil echter, dat niet de islam, maar het christelijk fundamentalisme meer internationale conflicten kan oproepen doordat het kan beschikken over al de voordelen en de macht, die voortkomen uit een door het Westen gedomineerd economisch systeem met zijn indringende oproep tot consumptie.

De “welvaartstheologie” van de neo-pinkstergemeente verkondigt overal dat het geloof onmiddellijk materiële behoeften kan bevredigen. Het is een verdere uitwerking van de Amerikaanse gospel of wealth, een eeuw geleden gepredikt aan kleinburgerlijke congregaties, omdat religie daardoor hand in hand kan gaan met de mondiale warencultuur. De armste mensen in de armste landen zien dagelijks beelden van consumptiegoederen en willen het liefst Amerikaanse wereldmerken kopen. De president van de Radio Corporation of America (RCA) wilde dat niet verhullen (toen hij probeerde uit te leggen waarom zijn bedrijf televisiefabrieken in de VS sloot en de productie naar lagelonenlanden verplaatste): “We leven in een mondiaal dorp. De meisjes van Taiwan willen ook hun T-shirt met Mickey Mouse erop.”

Door een verband te leggen met de wereldwijde consumptiecultuur, wil dat niet zeggen dat de Amerikaanse wortels van het nieuwe fundamentalisme oppervlakkig zijn of dat het machtige beeld van het christendom gereduceerd wordt tot het peil van het Disney-bedrijf dat haar eigen normen van overheersing kent.15 Ook wil dat niet zeggen dat het succes van de evangelisten afhangt van tijdelijke politieke verschijnselen in de VS, zoals de retoriek van de regering Reagan in de jaren 1980 of door de Christen Coalitie in de jaren 1990. Het is eerder zo, dat het nieuwe geloof zo inclusief, zo machtig en wijdverspreid is, dat het zich gemakkelijk aanpast aan veel moderne verschijnselen en gebeurtenissen. We moeten niet denken, dat de nadruk op het materiële de spiritualiteit tekort moet doen, want het nieuwe fundamentalisme breidt zich ambitieus uit en krijgt steeds meer greep op natuurlijk en geestelijk, materieel en psychologisch vlak.

Hoewel het spiritueel karakter van het christelijk fundamentalisme buiten kijf staat, wil dat nog niet zeggen dat daar een rationele geest heerst die vroeger zo eigen was aan het protestantisme. De intellectuele verbeeldingskracht is gericht op herformulering van de oude fundamentele boodschap en op nieuwe vormen van actief spiritualisme. Een klassiek voorbeeld daarvan is de reactie van Pat Robertson op de Hurricane Gloria in 1985. Hij gaf Gloria, die enorme verwoestingen aanrichtte aan de Oostkust van de VS, bevel om Virginia Beach en zijn Christian Broadcasting Network links te laten liggen: “In naam van Jezus, bevelen we jou om direct te stoppen en naar het noordoosten te gaan, weg van het land en geen schade meer aan te richten. In de naam van Jezus van Nazareth, bevelen wij dat.” De orkaan liet Viginia Beach links liggen. Robertsen zei daarna, dat deze demonstratie van zijn geestelijke macht de Amerikanen zou moeten overtuigen van zijn gelijkaardige politieke macht: “Dat was heel belangrijk voor het geloof van vele mensen, want als ik geen orkaan kan besturen, hoe kan ik dan het land leiden…”16

Dit soort christelijk fundamentalisme beschouwt zichzelf als de enige weg naar God, de enige ware religie om een land te besturen. Dit zou niet verontrustender moeten zijn dan de overtuiging van sommige hedendaagse moslims en Hindoes, ware zij niet zo nauw verbonden met andere vastgeroeste Amerikaanse meningen. Christenfundamentalisten in de VS geloven, samen met veel andere maatschappelijk en politiek conservatieve lieden, ook in de Manifest Destiny17 van hun land, in het godgegeven recht rijk te zijn en in de noodzakelijke supermacht van zijn krijgsmacht. Misschien is de uitzaaiing van hun geloofsovertuigingen niet imperialistisch in de oude koloniale betekenis, evenmin als de wereldweide verspreiding van multinationale bedrijven toegeschreven kan worden aan een kapitalistische samenzwering op Wall Street. Het christenfundamentalisme dat echter aan de man gebracht wordt door een internationaal leger van agressieve verkopers – Koreanen, Nigerianen, Duitsers, Filippino’s, Brazilianen, Australiërs en Guatemalteken, dat maatschappelijk product, wat zo succesvol over heel de wereld wordt verkocht, draagt wel heel duidelijk de stempel Made in USA.

Deze Amerikanen zijn de Franciscanen en Dominicanen van onze tijd. Zij mogen dat zelf niet doorhebben, maar zij vormen wel de religieuze poot van een economisch, politiek en cultureel systeem.

Salomon Nahmad,
Nationaal Inheems Instituut van Mexico18

Fundamentalistisch amerikanisme en christelijk fundamentalisme

Om de mondiale uitstraling van het nieuwe christenfundamentalisme te begrijpen moeten we inzien wat de bodem is van dat geloof en zijn theologie in de VS. Binnen de verschillende geloofsovertuigingen valt vooral het “fundamentalistisch amerikanisme” op: een bijzonder soort christelijk geloof in de VS dat tegelijkertijd het Amerikaanse nationalisme en het Amerikaanse evangelie van succes, rijkdom en welvaart verheerlijkt.

Het fundamentalistisch amerikanisme – het geloof dat God voor de VS een plan heeft van superioriteit, oneindige groei en voorspoed – was sterk en dynamisch aanwezig in heel de geschiedenis van de VS. Het is niet uniek voor christenfundamentalisten, maar zij omarmen dit geloof sinds kort met meer vuur dan andere religieuze en seculiere groepen. Hun militante legitimiteit, die buiten hun gelederen respect afdwingt en hen er toe aanzet om buiten de VS te evangeliseren, ontlenen zij aan de overtuiging dat Amerikanen de rest van de wereld iets te bieden hebben dat superieur is. Ook de mensen waarop zij hun evangelisatie richten, raken ook onder de indruk, niet alleen door de rijkdom van de VS, maar ook door de zelfverzekerdheid en de praktische can-do-mentaliteit van de zendings- en parakerkelijke organisaties.

Het is verleidelijk dit amerikanisme te vergelijken met andere vormen van civiele religie in andere delen van de wereld, of ze nu de betekenis van de natie benadrukken en nationale riten institutionaliseren, dan wel etnocentrische waarden celebreren ter versterking van de identiteit van een volk. Het fundamentalistische amerikanisme, echter, heeft altijd al civiel religieuze waarden in een grotere geloofsovertuiging geïncorporeerd, waardoor het op dit moment in de geschiedenis sterk verschilt van andere vormen van nationalisme. Het is zo sterk verweven met het christendom van de VS, dat het geen seculiere religie meer genoemd kan worden. Het neigt tot bejubeling van de economische en politieke macht van de VS, de enige supermacht, die zich naar andere werelddelen uitbreidt.

Amerikanen, anders dan de burgers van andere geïndustrialiseerde landen, die ooit hun cultuur aan koloniën probeerden op te leggen, geloven nog steeds, dat zij de andere volkeren kunnen en moeten herscheppen naar hun beeld en gelijkenis. Dat de Amerikaanse cultuur nu wereldwijd de cultuur domineert, voedt dit religieuze vooroordeel alleen nog maar. De verspreiding van Amerikaanse media en waren via economische -en ontwikkelingsprogramma’s onder leiding van de VS en de aanvaarding van het Engels als internationale taal, bevordert de “amerikanisering”. Christenfundamentalistisch amerikanisme versterkt op religieus terrein deze globalisering en simplificatie van de cultuur, doordat de aanhangers daarvan nog iets meer moeten doen dan verkopen alleen: zij moeten een bijzondere Bijbelse waarheid uitdragen en miljarden verloren zielen redden.

Meerdere rijken of naties, zowel antieke als moderne, geloofden dat God, of een andere vorm van Voorzienigheid, glimlachend toeziet op hun economische en territoriale expansie en de voorspoed die dat oplevert. In de VS wordt dit energieke en enthousiaste imperialisme van begin af aan meegegeven in de nationale psyche en in het streven naar de vervulling van de Manifest Destiny en deze historische opdracht wordt steeds weer vernieuwd. Maar nu, als de intellectuele en zelfs de geopolitieke fundamenten voor de uitbreiding van de Amerikaanse aanwezigheid in de wereld verzwakken en zelfs wankelen, vindt een herrijzend protestantisme machtige theologische impulsen om de wereld te redden. Meer dan ooit steunt dit geloof in Amerika op het bovennatuurlijke, apocalyptische en wonderbaarlijke – waardoor de weg vrij komt voor een dispensationalistisch, millenniaristisch en pinksterbewegingachtig theologisch kader dat steun biedt aan het nieuwe fundamentalisme.

Geloof in Amerika

Christenfundamentalisme in de VS zou geen aantrekkingskracht kunnen hebben op een breed spectrum van conservatieve Amerikanen zonder herstel van het geloof in de speciale plaats van Amerika onder de naties. De VS zouden bovendien hun geloof niet naar grote delen van de wereld geprojecteerd kunnen hebben zonder de overtuiging dat andere volkeren zowel civiel als religieus, geleid en bestuurd moeten worden door Amerikaanse beginselen. Sedert het puritanisme diende het protestantisme als de lekengodsdienst voor de koloniën en de VS. Begrippen als participerend bestuur en nationaal belang waren geen substituten voor religie, omdat zij ingebed waren in de praktijk en de experimenten van de religieuze Europeanen die zich in het land vestigden. Hoe groter het land werd, hoe zekerder het werd van een wereldwijde opdracht, zodat er weinig twijfel aan bestond dat Gods bedoelingen en de Amerikaanse politiek een en hetzelfde waren. Cotton Mather predikte in 1692 in Massachusetts als volgt over de rol van het verkozen volk van Amerika dat zendelingen en staatslieden uit VS er eeuwen later nog in geloven: “De Nieuw Engelanders zijn een volk van God, gevestigd in die gebieden die eens aan de Duivel behoorden… hier is een Volk dat de oude belofte gedaan aan onze gezegende Jezus, dat Hij de uiterste einden van de Aarde tot zijn bezit zou krijgen, in vervulling doet gaan.19

Tegen het midden van de negentiende eeuw kreeg het idee – dat de VS gelijk is aan alles wat christelijk is – steeds meer vorm in de Manifest Destiny en de expansie van het kapitalisme. Zo vatte William Gilpin, de gouverneur van Colorado Territory, in 1846 zijn credo samen in een rapport aan de Senaat van de VS: “De roeping van het Amerikaanse volk is het continent met geweld te onderwerpen. De wereld in één maatschappelijke familie te verenigen. Goddelijke taak! Onsterfelijke opdracht! Amerika leidt het leger van de volkeren bij hun opstijging naar deze fase van beschaving… de industriële verovering van de wereld.”20

Bij de aanvang van de twintigste eeuw was de degelijke presbyteriaan Woodrow Wilson de progressief ingestelde President van zowel de Princeton Universiteit als van de VS. Hoewel het protestantisme waartoe hij behoorde, aan het seculariseren, liberaliseren en moderniseren was, baseerde Wilson zijn visioen, de nobele taak de wereld vrij te maken voor de “democratie”, op de vooronderstelling dat de VS als enige voor haar goddelijke roeping gekwalificeerd zou worden. Daarom zei hij vol zelfvertrouwen: “Amerika is van nature een christelijke natie. Amerika is van nature het typische voorbeeld van toewijding aan de elementen van gerechtigheid die tot ons komen in de openbaringen van de Heilige Schrift.”21

Aan het eind van de twintigste eeuw zijn de evangelische leiders Jerry Falwell en Pat Robertson nog steeds trouw aan deze traditie. Zij voegen zich bij de conservatieve Republikeinen in hun kritiek op de oude protestantse hoofdstroom wegens het loslaten van, of tenminste hun halfhartigheid tegenover de verering van de bovennatuurlijke status van de VS als natie. Toen Falwell in 1976 de reputatie van zijn Morele Meerderheid begon op te bouwen, bracht hij een bezoek aan alle eenenvijftig belangrijke schrijnen van Amerika’s civiele religie – de vijftig staatscapitolen en het Amerikaanse Capitool in Washingon – om zijn religieus patriottische “I love America” bijeenkomsten te organiseren. Het eerste hoofdstuk van zijn boek uit 1980, dat oproept tot een moreel reveil, Listen America, spreekt niet zozeer van zonde en redding, maar eerder over de vrije onderneming en de strijd tegen het mondiale communisme en de sovjet-satan. Hij geloofde zeker wat hij schreef, maar sneed het ook op maat van een nationalistisch gehoor, dat een soortgelijke boodschap te horen kreeg van Ronald Reagan. Falwell citeert een paar van de minder bekende strofen van het volkslied van de VS om zijn idee te preciseren en te versterken:

“Prijs de Macht die ons gemaakt en bewaard heeft als natie.
Overwinnen moeten we als onze zaak rechtvaardig is.
En dit zij ons motto: ‘In God ligt ons vertrouwen’.”22

Tussen het begin en het eind van de twintigste eeuw behaalden de fundamentalisten een belangrijke overwinning op de meer gematigde en liberale vormen van de protestantse traditie. Hoe is het mogelijk dat zij de belangrijkste voorsprekers zijn geworden van het Amerikanisme?

Dat proces begon in de jaren 1940 en 1950 tamelijk onwaarschijnlijk met de ultraconservatieve donderpreken van anticommunistische fundamentalistisch separatisten als Carl McIntire en Billy James Hargis. Toen hun boodschap werd versterkt door de wat mildere en populairdere evangelisch anticommunistische boodschap van Billy Graham, begonnen de breder wordende gelederen van de christenfundamentalisten controle te krijgen over de sterk pro-Amerikaanse positie die door de liberals was vrijgegeven. Een aantal leiders van de historische kerken begonnen zich te verweren tegen een al te grote betrokkenheid bij America First. Een belangrijk traktaat was hun vaak geuite weerzin om de nucleaire spieren van de VS met Christus te identificeren en de nucleaire gevaren van de Sovjet-Unie met Satan. Veel vrijzinnige kerkmensen maakten het probleem alleen nog maar erger: hun geflirt met de politiek van ontwapening, wat door de religieus ultraconservatieven werd opgevat als gebrek aan amerikanisme of patriottisme, mondde uit in hun onbehaaglijkheid met en de oppositie tegen de Vietnamoorlog. Hun conservatieve critici zeiden, dat de relativistische filosofie en de seculiere compromissen, gepredikt door traditionele theologen en intellectuelen, schadelijk waren voor de natie en het kapitaal van de oudere protestantse kerken hadden verspeeld. Eind van de jaren 1970 verbonden de meeste conservatieve en fundamentalistische christenen hun lot aan dat van Ronald Reagan, die wilde, dat het door God uitverkoren land zich zou herstellen van de vernedering van Vietnam en opnieuw het grootste en beste zou worden van alle landen.

Deze sentimenten stammen uit de dagen van het McCarthyisme en ruimer gezien zelfs uit de jaren van 1945 tot 1950. Dat gaat zowel op voor Reagan persoonlijk als voor conservatief en religieus rechts in het algemeen. Er was toen een conservatief evangelische opwekkingsbeweging (waaronder, maar niet dominant de genezingsrevivals van de Pinkstergemeente) waarvan Billy Graham de grootste promotor was. Eind jaren ’40 hielp Graham de oude fundamentalistische boodschap (die nog stamde uit het einde van de negentiende eeuw) te herdefiniëren in opwekkingsbijeenkomsten voor de Youth for Christ. Hij, net als veel andere predikers, had goede nota genomen van de bijzondere vernieuwing van het Amerikaans nationalisme; in toenemende mate werd de Amerikanen op het hart gedrukt te geloven in hun land, dat gewikkeld was in de strijd tussen goed en kwaad. Christelijk werd gelijkgesteld aan anticommunistisch amerikanisme; Graham wist heel goed wat het kwaad was: “Mijn theorie over het communisme is, dat het is uitgedacht door Satan.”23

Dit soort kwaad bedreigde niet alleen de Amerikaanse belangen in alle delen van de wereld; het had ook een sluipende en schadelijke inwerking op de fundamentele structuur van het American life: “Een van de grote doelen van het communisme bestaat erin het Amerikaanse huis te vernietigen en moreel verval teweeg te brengen in dit land.”24

Geopolitieke belangen werden vermengd met een evangelische verdediging van de patriarchale familie, wanneer op‘echte’ Amerikaanse mannen een beroep werd gedaan de eer van hun land en hun vrouwen te beschermen.

In deze overtuigingen vond Graham steun tot ver buiten de kringen van de oudere generatie van fundamentalisten. Bijvoorbeeld, William Randolph Hurst, de krantenmagnaat, getroffen door Grahams op-en-top Amerikaanse verschijning en anticommunisme, stuurde een boodschap van twee woorden naar al zijn redacteuren over heel het land: “Puff Graham” (Blaas Graham op, maak hem groter).25 In 1946 en 1947 schreef John Foster Dulles, later Minister van Buitenlandse Zaken onder Eisenhower, een serie artikelen in Life waarin hij ondermeer zegt: “Wat Amerika nu nodig heeft, is een geestelijke vernieuwing.”26 Ten tijde van de oorlog in Korea, zag hij de VS als heldhaftige kruisvaarders: “Wij zijn geboren getuigen van Christus… we deden wat God ons deed zien als juist.”27 Zijn mening over het nationalisme, wat hij voor de Tweede Wereldoorlog nog veroordeelde als “een vorm van patriottisme die de natie als een met heroïsche kwaliteiten begiftigd levend wezen personifieert”, 28 sloeg volledig om in het tegendeel. Niet overtuigd van de Bijbelse onfeilbaarheid, waardoor evangelisten als Billy Graham werden gemotiveerd, namen vertegenwoordigers van het conservatieve establishment als Dulles een manicheïstisch, min of meer fundamentalistische standpunt in ten aanzien van uitverkorenen en verdoemden. Dulles zegt: “De wereld is verdeeld in twee groepen mensen: de anticommunistische christenen en de anderen.”29

Conservatieve baptisten, de pinkstergemeente en andere fundamentalisten namen met graagte deze globaal-politieke missie op in hun eigen programma voor intensieve evangelisatie. Hun gemeenteleden, vaak mensen met bescheiden middelen, waren rijk in vergelijking tot de verdoemde zielen in de rest van de wereld. Door nauwgezette inning van kerkbijdragen konden zij een constante stroom van zendelingen en Bijbelse literatuur naar het buitenland onderhouden. Anticommunistische oproepen door geslaagde onafhankelijke evangelisten en opwekkers werkten goed om geld in te zamelen voor hun eigen buitenlandse zendingsprogramma’s.

Toen begon ook de fundamentalistisch opvatting over de Bijbelse profetie zijn invloed uit te oefenen op het fundamentalistisch amerikanisme in de wereldpolitiek. De nucleaire patstelling tussen de Sovjet-Unie en de VS joeg de meeste mensen in die tijd schrik aan, maar voor fundamentalisten ging de dreiging van een atoomoorlog ook nog zwanger van een belofte. De aanstaande wederkomst van Christus werd geassocieerd met Armageddon, daarom was het de evangelische christenen geboden de Great Commission te voltooien, dat wil zeggen, het gebod van Christus, om Gods Woord aan alle naties te verkondigen. Deze opdracht moest voltooid zijn voor het “einde der tijden”. Sommige dispensationalistische stromingen beweren, dat de verspreiding van het Woord het einde sneller naderbij brengt: als alle naties geëvangeliseerd zijn, zou Jezus weerkomen en alle ware christenen, op het moment van vernietiging zelf, van de aarde wegvoeren. (…)

De fundamentalisten zijn absoluut zeker van het verband tussen de huidige gebeurtenissen in de wereld en de Bijbelse voorwaarden voor de Wederkomst. Geen van die voorwaarden schijnt vele christenen meer belangrijk dan de speciale status van Israël en de wederopbouw van Zion, een ander bewijs voor het nakend einde der tijden: “Wie tegen Israël opstaat, staat op tegen God.” (Jerry Falwell) “God zal hen zegenen die Israël zegenen, maar Hij vernietigt hen die nadeel berokkenen aan de joden.” (Lester Sumrall)30

Het conflict tussen Israël en zijn Arabische buren leek de plaats te worden voor de laatste wereldbrand waarin de supporters van de respectievelijke supermachten, de VS en de Sovjet-Unie, met elkaar in het krijt zouden treden voor de ultieme slag tussen goed en kwaad. Volgens de dispensationalistische theologie zou het gunstig kunnen zijn voor christenen als zij de joden nog voor het einde zouden kunnen bekeren. Evangelische organisaties als Christus voor de Naties van Gordon Lindsay, maakten veel werk van Israël, maar slaagden er niet in veel Israëli’s voor Jezus winnen. Later, in het begin van de jaren 1980, werkte Pat Robertson volgens hetzelfde idee en kocht een krachtig tv-station in Zuid-Libanon bij de Israëlische grens, het enige buitenlandse filiaal van zijn Christian Broadcasting Network. Deze ligging is ook nu nog van grote betekenis in de apocalyptische Bijbelse visie, omdat de moslimlanden nu de mantel van het kwaad hebben overgenomen van de verdwenen Sovjet-Unie. Niet alleen worden leiders als Khaddafi en Saddam Hoessein gedemoniseerd door de christenen (en de Westerse pers), maar moslimvolkeren worden in het algemeen door de evangelische christenen bestempeld als “geestelijk onderdrukt” en als “gevangenen van Satan”.31

Het benadrukken door Amerikaanse christenen van de speciale status van de VS is niet helemaal uniek; ze hebben dat gemeen met de calvinistische fundamentalisten in Zuid-Afrika en Noord-Ierland. (…)

Het Amerikaans religieus nationalisme is echter uniek door zijn bijzonder mondiaal karakter. Christenfundamentalisten in andere landen herkennen zich in Amerikaanse evangelische christenen omdat de VS de bron is van anticommunisme en van een massa andere culturele ideologieën en waarden die transnationaal zijn geworden. Over heel de wereld zijn religieuze leiders er in geslaagd het lot van hun land te verbinden met dat van de VS. Daardoor zijn er interessante hypothesen ontstaan over de bovennatuurlijke bedoelingen van de geschiedenis, zoals die van Rev. Sun Myung Moon over de eliminatie van de Amerikaanse Indianen door de blanke settlers in Noord-Amerika: “Het ontstaan van Amerika past in Gods voorzienigheid. God had voor zijn toekomstig werk op aarde een machtige christelijke natie nodig. Tenslotte is Amerika eerst van God en pas later van de Indianen. Dit is de enige reden die de positie van de Pilgrimkolonisten kan rechtvaardigen.”32 (…)

De gevoeligheid van Koreaanse christenen voor millenniaristische doctrines is ontstaan met de komst van fundamentalistische presbyteriaanse evangelisten in het begin van de twintigste eeuw; maar houdt ook verband met hun precaire geopolitieke positie in de Koude Oorlog. Als het nucleaire gevecht met de krachten van Satan op hun grondgebied zou uitbarsten, dan zou hun verhouding met de Amerikaanse vroomheid hun redding kunnen zijn.33

Tijdens de oorlogen in Midden-Amerika in de jaren 1980 was er een evangelische boom met ingewikkelde samenhangen tot de ideologie van geestelijke verovering en de uitstraling van de politieke en economische invloed van de VS. Een massa Amerikaanse zendelingen hielp op allerlei manieren de contra’s en de militaire regimes in El Salvador, Honduras en Guatamala. Pat Robertson behoorde daar ook bij toen hij in 1982 de operatie Lovelift lanceerde, zijn multimiljoenen dollar luchtbrug ter ondersteuning van de wedergeboren christelijke dictator van Guatamala, generaal Rios Mont, die wist wie de vijand was: “de verrotting heeft een naam, communisme of de Antichrist”.34 Toen Robertson in 1990 naar Guatamala terugkeerde om het evangelisatiespektakel, gekend als Proyecto Luz op te starten, was dat ook om Rios Mont af te schilderen als een eminent en verantwoordelijk burger, een man die zijn land en geloof nobel had gediend en nu gereed stond om tot president van het land te worden gekozen. Voor Robertson en zijn cohorten was deze uitbreiding van evangelisme en Amerikanisme in alle opzichten vanzelf sprekend. (…)

We hebben Pat Robertson niet naar voren gehaald om de ene evangelist meer krediet willen geven dan de ander en ook niet omdat we denken dat zijn Christelijke Coalitie belangrijker is dan andere georganiseerde fundamentalistische krachten. Robertson dient slechts als een goed voorbeeld van de moderne christenfundamentalist die opvalt door zijn wereldse succes: hij deed een goede gooi naar de Republikeinse nominatie voor het presidentschap (tegen een formidabele kandidaat van het establishment die veel van Robertsons standpunten moest overnemen); hij heeft een zeer groot en succesvolle televisiezender (Christian Broadcasting Network); hij leidt een fundamentalistische universiteit, de Regent University; hij treedt regelmatig op in zijn televisieprogramma, de 700 Club; en hij onderhoudt talrijke contacten met evangelische christenen over heel de wereld. Robertson is het voorbeeld van het nieuwe christenfundamentalisme dat een kruising is van evangelische christenen uit onder andere pinkstergemeente en de fundamentalistische baptisten. Hij is goed opgeleid, kleinburgerlijk, zuidelijk baptist, politiek en economisch behoudend, charismatisch (neo-pinkstergemeente) en wedergeboren. Hij is ook een creationist, een pre-millennialistisch dispensationalist en vat de Bijbel letterlijk op. De moderniteit van het geloof van Robertson is de kracht van zijn ‘charismatisch’ protestantisme, een toevoeging aan het Amerikaans evangelische geloof, dat volgens de biograaf van Robertson, David Edwin Harrel, makkelijk te begrijpen is: de charismatiek geeft gewoon een miraculeuze dimensie toegevoegd aan het positieve denken en de theologie van het succes die al eerder bestonden in het Amerikaanse evangelisme. Zoals Jezus al zei: ‘Vraagt en gij zult verkrijgen’.35 (…)

Nieuwe christenfundamentalisten als Pat Robertson, wisten iets van de spirituele kracht en de mechanismen van de pinkstergemeente over te nemen en die op andere fundamentalistische componenten te plakken, waaronder ook het civiel religieuze geloof in Amerika, dat zij ontleenden aan vrijzinniger christenen. Vanwege zijn achtergrond als zoon van een conservatieve senator van Viginia kon hij zich identificeren met de dominionisten36 die er van uitgaan dat christenen aan de macht moeten komen door gebruik te maken van zowel politieke middelen als door bekeringen tot het evangelie. Zij willen de VS en de wereld christelijker maken. De expansie van de macht van de pinkstergemeente, die getrivialiseerd kan worden zolang het gaat over ‘succes’, wordt een stuk steviger wanneer de Geest vat krijgt op de sociale en de politieke wereld. De kleinburgerlijke oriëntatie projecteert een soort calvinistische pinkstergemeenteachtige overeenkomst met Amerika, een weg naar de christelijke victorie op het moment dat er weinig mededingers zijn.

In zijn boek, The End of Victory Culture, laat Tom Engelhardt heel goed zien dat tussen 1945 en 1975 de vrijzinnige hoofdstroom in Amerika zijn geloof had verloren in een glorieuze war story die de hegemonie van de VS zou kunnen laten duren, en hij vraagt zich ook af: “Hebben de Amerikanen nog wel de capaciteit, de kracht of de behoefte om wat voor nieuw nationaal verhaal op te dissen, en als dat al mogelijk is, hoe moet dat verhaal dan worden verbonden met een war story?”37

Een flinke minderheid van de Amerikanen is al bezig een nieuw christenfundamentalistisch verhaal uit te werken dat het gevoel van de nationale opdracht weer moet opwekken. De meerderheid van de Amerikaanse burgers zal dit verhaal nooit accepteren, maar bij gebrek aan beter, hebben zijn aanhangers laten zien dat hun spirituele macht inderdaad fors is om dat zij de aannames van het fundamentalistisch amerikanisme weer opnieuw in de verf hebben gezet en een duidelijke wending hebben gegeven aan het politieke proces in de VS. Er zijn er die stellen dat het nieuwe christenfundamentalisme louter een tijdelijke coalitie is van protestantse splintergroepen (waarvan sommigen zelfs aantrekkingskracht uitoefenen op katholieke charismatici) die wel snel uiteen zal vallen, omdat het een gewoonte is van protestanten om zich eindeloos op te splitsen en weer samen te voegen. Maar de sociale en politieke geschiedenis van de jaren 1980 toont duidelijk de griezeligheid aan van samenwerking tussen de Republikeinse Partij van Ronald Reagan en nieuw christelijk rechts op zowel binnenlands als buitenlands terrein, op een manier die niet kan worden afgedaan als het cynische werk van rechtse opportunisten. Daarna, in de jaren 1990, kreeg de christelijke coalitie in veel staten de controle over Republikeinse partijapparaten, eerst in 1993 in Zuid-Carolina en Virginia en begon daarmee belangrijke invloed te krijgen op het programma van de partij op nationaal vlak. Hun succes is niet te danken aan het ‘charismatisch’ leiderschap van Robertson, maar aan de toewijding van anderhalf miljoen gelovigen aan de basis die in contact staan met miljoenen andere Amerikanen of die nu lid zijn van Focus on the Family van James Dobson, de Full Gospel Business Mens’s Fellowship, de Southern Baptist Convention of van de honderden onafhankelijke megakerken die zijn ontstaan in de suburbane gebieden van Amerika.

Doordat het christenfundamentalisme wereldwijd in opkomst is opent dat nieuwe deuren voor het Amerikaanse model van geestelijke kracht naar andere landen. De toegankelijkheid van de pinkstergemeente biedt evangelische christenen de mogelijkheid hun christelijk nationalisme en hun geloof in succes te hervormen in iets met een mondiaal karakter.

Steve Brouwer is de auteur van Conquest and Capitalisme en Sharing the Pie.
Paul Gifford is professor in de geschiedenis en godsdienst aan de School voor Oosterse en Afrikaanse Studies aan de universiteit van Londen.
Susan Rose is docent sociologie aan het Dickinson College.

Dit artikel is een uittreksel van een interdisciplinaire werk Exporting the American Gospel, Uitgeverij Routledge, New York, Londen, 1996.
uit: Archief MS

Nummer 61, Publicatiedatum: 2003-01-01 Copyright © EPO, IMAST en auteurs
Overname, publicatie en vertaling zijn toegestaan voor strikt niet-winstgevende doeleinden

Noten

1. David B. Barrett en John W. Reapsome, Seven Hundred Plans to Evangelize the World, Richmond, World Evangelization Center, 1988, telt 1,7 miljard christenen, waarvan 1,1 miljard hun geloof geregelde effectief belijden. Het 1993-95 Mission Handbook, uitgegeven door John A. Siewert en John A. Kenyon, Pasadena, Marc, 1993, p.3, schat dat er in 2000 op deze planeet 2,1 miljard mensen zichzelf christenen noemen.
2 Benjamin R. Barber, “Jihad versus McWorld”, The Atlantic, maart 1992, en het werk met dezelfde titel, Jihad versus McWorld, NY Times Books, 1995.
3.Born again: christenen die zich voelen herboren worden door de herontdekking van het geloof wat gelijk staat met een tweede geboorte.
4.John Davison Hunter, American Evangelicalism, New Brunswick, Rutgers, 1983, vermeldde dat 22% van de Amerikanen ouder dan 18 jaar evangelisten waren. . De gegevens van het Gallup-onderzoek onthulden nog hogere cijfers wanneer men aan de Amerikanen vroeg als ze zich beschouwden als born again evangelische christenen: 33 % antwoordden bevestigend in 1986 en het cijfer klom, dramatisch, tot 45 % in 1993. Een andere Gallup-opiniepeiling vermeldde in 1979 dat 19 % van de Amerikanen zich beschouwden als leden van pinkstergemeenten of charismatische kerken. Dat percentage bevatte ongetwijfeld ook een aantal charismatisch katholieken. Woordvoerders van de Liberty University beweerden dat 50 miljoen Amerikanen de geloofsleer van het Gouden Tijdperk aanvaardden (geciteerd in Jeffrey K. Hadden en Anson Shupe, Televangelism, Power and Politics on God’s Frontier, New York, Henry Holt, 1988).
Wereldwijd liggen de verhoudingen tussen de voornaamste christelijke tendenzen als volgt: katholieken, 925 miljoen, orthodoxen, 175 miljoen, protestanten, 600 miljoen. De klassering van de protestanten overlappen elkaar: zo schatten Barrett en Reapsome bijvoorbeeld de evangelisten op 220 miljoen en de pinkstergemeenten en charismatische kerken op 333 miljoen (dat cijfer omvat ook 63 miljoen charismatische katholieken), maar ze proberen niet te bepalen welke kerken tegelijkertijd in beide categorieën werden hernomen. (Barrett en Reapsome, Seven Hundred Plans, 1988). In 1995 waren er waarschijnlijk meer dan 300 miljoen wedergeboren evangelisten, een getal dat ook de pinkstergemeenten meetelt. Harvey Cox hanteert in Fire From Heaven, Reading MA, Addison Wesley, 1995, p.xv, het cijfer van 410 miljoen, alleen voor de pinkstergemeenten. Dat is misschien wat aan de hoge kant, maar helemaal niet onrealistisch.
William G. McLoughlin, Revivals, Awakenings, and Reform, Chicago, University of Chicago Press, 1978, p.214.
Millenialisme is een geloof dat stelt dat Christus zal heersen gedurende 1000 jaar voor het laatste oordeel. Duizendjarig Rijk, naam van een visioen, beschreven in de Openbaring van Johannes (20: 1–7). Na de wederkomst van Christus (Openb. 19: 11–16) wordt de Satan gedurende 1000 jaar gebonden en in die periode heerst Christus op aarde, samen met de gelovigen die uit de dood zijn opgewekt (‘de eerste opstanding’). Deze opvatting noemt men chiliasme (van het Grieks chilias: duizendtal) of millenarisme (van het Latijn millennium: tijdperk van 1000 jaren). In de eerste eeuwen van de kerk werd dit veelal uitgelegd als een profetie van een dergelijke aardse heerschappij van Christus. Ondanks het feit dat de gangbare kerkelijke interpretatie zich meer en meer keerde tegen dit chiliasme, bleven velen een dergelijke verwachting koesteren. Daarbij speelden ook vaak sociaal protest en verlangen naar een betere wereld een grote rol. Zo vinden wij het chiliasme onder andere bij de Hussieten, Taborieten, Wederdopers (het Godsrijk te Münster). Verscheidene theologen die de nadruk leggen op de toekomstverwachting, treft men de verwachting van het Duizendjarig Rijk met name aan bij bewegingen die de bijbeltekst letterlijk verstaan en toepassen en aan de hand daarvan berekeningen maken, zoals de Darbysten, Adventisten, Jehova’s getuigen, enz..
Dispensationalisme: dit nieuwe woord wortelt in de opvatting dat de wereldgeschiedenis is verdeeld in zeven tijden of dispensaties. Vandaag zouden we leven in het einde van de zesde periode en wachten we op de terugkeer van Jezus die de eindperiode zou inluiden, het luisterrijke Duizendjarige Rijk van Jezus en de heiligen. Men beweert dat deze terugkeer zal worden voorafgegaan door de tenhemelopneming van de echte gelovigen, van zeven jaren van grote beproevingen en van een oorlog in het Midden-Oosten die zal uitlopen op de grote apocalyptische veldslag van Armageddon, juist voor de terugkeer van Jezus. Dit zeer nauwkeurige schema zou uit de Bijbel afkomstig zijn. In werkelijkheid werd het in de 19e eeuw uitgewerkt door John Nelson Darby (1800-1882), één van de stichters van de Broeders van Plymouth. Deze opvattingen kende heel wat weerklank in de Verenigde Staten en men vindt ze vandaag ook ruim verspreid terug in Afrika, zelfs bij personen die nooit van Darby of van het dispensationalisme hebben horen spreken. Het dispensationalisme moedigt fatalisme en passiviteit aan.
5. Pat Robertson, America’s Dates With Destiny, geciteerd in Hadden en Shupe, “Televangelism…”, pp.298-299.
6. Paul Yonggi Cho, “Mobilizing the Laity for World Evangelism”, Church Growth, Voorjaar 1992, p.5.
7. David Stoll, “Introduction” tot Rethinking Protestantism in Latin America, Ed. David Stoll en Virginia Gerrard-Burnett, Philadelphia, Temple University Press, 1993, p.3
8. Andrew F. Walls, directeur van het Centrum voor de Studie van het Christendom in de niet-Westerse Wereld aan de Universiteit van Edinburg, “World Christianity, the Missionary Movement, and the Ugly Americain”, in World Order and Religion, Ed. Wade Clark Roof, Albany, State University of New York Press, 1991, p.151. Walls stelt dat vier vijfden van de 67.200 protestantse missionarissen Noord-Amerikanen zijn. Andere schattingen zijn minder hoog maar niemand gaat onder de 50 %.
9. Harvey Cox, Fire From Heaven, op.cit., p.16.
10. G.J.U. Moshey, Who is this Allah?, Ibadan, Fireliners International, 1990, p.163.
11. Samuel P. Huntington, “The Clash of Civilizations”, Foreign Policy, Zomer 1993, p.26.
12. Ariel Dorfman, How to Read Donald Duck, New York, International General, 1984, toont hoe de vrolijke avonturen van Donald Duck en zijn drie neefjes voor rekening van oom Picsou een belangrijke bijdrage vormde voor een welwillende beoordeling van de houding van het imperialisme tegenover de Latijns-Amerikaanse jeugd.
13. Jeffrey K. Hadden et Anson Shupe, op.cit., pp. 192-193.
14. Manifest Destiny: een concept dat behoort tot een expansionistische visie op de uitzonderlijke rol die de Verenigde Staten in de wereld spelen en die voor het eerst opdook in de achttiende eeuw. Deze sterk religieus geïnspireerde opvatting gelooft dat de Verenigde Staten een missie te vervullen hebben, dat de blanke Amerikaan het recht heeft alles en iedereen (Indianen, Mexicanen, Fransen, Spanjaarden, enz.) te vernietigen dat de uitbreiding van zijn grondgebied hindert. Wat goed is voor de Verenigde Staten is ook goed voor de wereld. De vrije handel zal de wereldvrede verzekeren. Het Amerikaanse maatschappijbeeld is de ultieme toekomstdroom van de mensheid. Op deze etnocentristische -en missionarissenretoriek baseren de Verenigde Staten ook vandaag nog hun veroveringsdrang.
18. Marlise Simons, “Latin America New Gospel”, New York Times Magazine, 7 november 1982, p.117.
19. Geciteerd in Hadden en Shupe, op.cit., p.96.
20. Anthony Wallace, Rockdale, New York, W.W. Norton & Co., 1979, p.453.
21. Geciteerd in Haden en Shupe, op.cit., p.272.
22. Jerry Falwell, Listen America, New York, Bantam Books, 1980, p.18.
23. McLoughlin, op.cit., p.190.
24. Ibidem, p.189.
25. Jeremy Rifkin (metTed Howard), The Emerging Order: God in an Age of Scarity, NY: Putnam, 1979, p.167.
26. Mark Toulouse, The Transformation of John Foster Dulles, Macon, Mercer University Press, 1985, p.177.
27. John Foster Dulles, War, Peace and Change, New York, Harper, 1939.
28. Toulouse, op.cit., p.232.
29. Dulles geciteerd door George Black, The Good Neighbor ; New York, Pantheon, 1984, titelpagina.
30. Geciteerd in Paul Gifford, To Save or Enslave, Harare, Zimbabwe, EDICESA, 1990, p.5.
31. Ibidem, p.6.
32. We citeren heel speciaal Moon omdat zijn kerk heel wat heeft bijgedragen tot de nieuwe Amerikaanse rechterzijde. Sun Myung Moon, Divine Principle, 1974, geciteerd in Irving Horowitz, “The Last Civil Religion: Reverend Moon and the Unification Church”, in In Gods We Trust, Ed. Robbins et al., New Brunswick, Transaction, 1981, p.61.
33. Het is interessant hierbij op te merken dat de verspreiding van de fundamentalistische doctrine in Korea vooraf ging aan de militaire
bezetting door de Verenigde Staten na de oorlog. Zij werd in het Verre Oosten in het begin van de twintigste eeuw verspreid door de Bijbelbond van China en de Evangelische fonds Stewart. Dit fonds werd geleid door Milton Stewart die met zijn broer Lyman de Union Oil Company in Zuid-Californië bezat en de uitgave van de The Fundamentals financierde tussen 1910 en 1915.
Deze oorsprong verklaart waarom de meerderheid van de hedendaagse protestanten in Korea bij de fundamentalisten kunnen worden gerangschikt. “Het is geenszins overdreven te stellen dat de traditionele protestantse godsdiensten theologisch fundamentalistisch zijn, zelfs als ze beweren evangelisch of conservatief te zijn,” schrijft David Kwangsun Suh in “Forty Years of Korean Protestant Churches” in Korean Church, Ed. Korean Council of Churches, Seoel, Christian Institute of Justice and Development, 1990. Suh geeft een goede verklaring voor de manier waarop het Koreaanse christendom het ‘moderniserende’ geloof vormt voor het land en tegelijk ultraconservatief is en neigt naar de pinkstergemeente, zelfs binnen de schoot van historische godsdiensten als het presbyterianisme. Zie ook socioloog Kim Byong-Suh, “The Explosive Growth of the Korean Church Today: A Social Analysis”, gepubliceerd in hetzelfde werk.
34. Joseph Anfuso en David Sczepanski, Efrain Rios Montt, Servant of Dictator? Ventura, Californië, Vision House, 1983, pp.IX-X. Een uitstekende documentatie over de omvang van de steun aan de christenfundamentalisten in Centraal-Amerika vindt men bij Sara Diamond, Spiritual Warfare, Boston, South End Press, 1989, en in verschillende rapporten van het Resource Center, Albuquerque, Nieuw-Mexico.
35. David Edwin Harrell, Pat Robertson, p.114.
36. Het dominionisme stelt dat God aan de christenen heeft bevolen om de wereld te veroveren, de instellingen te bezetten en te regeren voor
het einde der tijden en de terugkeer van Jezus. De bijbelse principes moeten worden toegepast op alle aspecten van het persoonlijke, sociale en politieke leven.
37. Tom Engelhardt, The End of Victory Culture: Cold War America and the Disillusioning of a Generation, New York, Basic Books, 1995, p.301.

Lees ook het artikel Christenfundamentalisme van Wikipedia.

Mormoons Forum

Fundamentalisme en Mormonisme

Heb net uw heel goede artikel Wereldwijd Christelijk Fundamentalisme gelezen.
Onze kerk wordt wel even genoemd, maar er wordt in dit artikel op geen enkele manier met zoveel woorden ingegaan hoe dit alles zich nu verhoudt tot het mormonisme zoals in uw korte inleiding werd aangekondigd. Maar ik moet zeggen, dat we op veel plaatsen in dit artikel de naam van onze kerk tussen de regels door kunnen lezen.
Mijn vraag aan andere lezers: zou je onze kerk een fundamentalistisch geloof kunnen noemen?

Per Definitie
Ik wil hierbij reageren op uw artikel Wereldwijd Christelijk Fundamentalisme. Onze kerk wordt er maar een keer in genoemd, maar ik heb een aantal kenmerken van christelijk fundamentalisme zoals ik die in dit artikel tegenkom eens op 'n rij gezet.
Suggestie: wat zou u er van vinden om deze 'kenmerken' te onderstrepen? Het artikel wemelt van definitie's en omschrijvingen waaraan we onze kerk kunnen toetsen.
(MVG redaktie: heel goed idee; bij deze!)
Ik herken heel wat fundamentalistische trekken in het mormonisme, maar hoe het ook zij, ik hoop dat mensen ook tot de ontdekking komen dat het grote gebod: God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf, ons meest 'fundamentele' uitgangspunt is.

Afstand nemen of Omhelzen?
Uw Mormoons Forum heeft voor een ongebruikelijke benadering gekozen door de reactie's op de artikelen die op uw website verschijnen af te drukken zonder vermelding van de afzender. De kerk is in onze contreien maar klein, en het aantal kerkleden dat in kerkelijk verband over maatschappelijke invalshoeken praat nog veel kleiner. Ik ben daarom dan ook heel blij met uw initiatief om een mogelijkheid te creeren waar men gerust een mening kan geven, zonder daar ogenblikkelijk door jan en alleman persoonlijk op te worden aangesproken. Belangrijk is wat er wordt gezegd, niet wie het zegt.
Uw artikel Christelijk Fundamentalisme ligt wel wat moeilijk. Als Europeanen ervaren we veel dingen nu eenmaal anders dan Amerikanen. Ik zou het mormonisme in het algemeen gematigd fundamentalistisch willen noemen, en vervolgens de kerk in west-Europa willen klassificeren als 'n verdere afzwakking van die aanduiding. Verder denk ik ook dat we niet moeten vergeten dat individuele kerkleden er individuele zienswijzen op na houden, dus ook in dat opzicht word de formulering verder beinvloed.
In vrijwel elke godsdienstige stroming vinden we fundamentalistische en vrijzinnige gelovigen. Als overtuigd heilige der laatste dagen heb ik grote moeite met het 'christelijk fundamentalisme', maar omhels ik vooruitstrevende elementen in ons geloof als: voortdurende openbaring, en het ontbreken van 'gesloten canon'.
Tegenwoordig worden we maar al te gewaar waar fanatiek religieus fundamentalisme toe kan leiden, men zou zelfs kunnen stellen dat er inderdaad sprake is van een regelrechte oorlog tussen fundamentalistische christenen en fundamentalistische moslims. Dit zijn zorgwekkende ontwikkelingen die met afkeer worden gadegeslagen door weldenkende en gematigde gelovigen aan beide zijden. Indonesie heeft de grootste moslim bevolking ter wereld die niets moet hebben van een militante vorm van Islam, en als Europese heilige der laatse dagen wil ik me als het maar even kan distancieren van het christelijk fundamentalisme, zelfs als ik dat binnen het mormonisme aantref. Overigens zien we dat de kerk zich op haar beurt weer distancieert van extreem fundamentalistische groeperingen die uit het mormonisme zijn voortgekomen.

Definitie Wikipedia
Beste MVG redaktie:
Een informatief artikel over dit onderwerp: Wikipedia: Christenfundamentalisme
Dank u voor uw geweldige site!

Machtsdenken
Twee MVG artikelen en de daarin vermelde citaten trokken mijn aandacht: "Vredelievend zijn houdt in dat je de liefde voor macht opgeeft voor: de macht van de liefde." (Annette van der Put) en: "In het denken van de fundamentalist speelt macht een overheersende rol." (Wouter van Beek)
Ik ben 'n overtuigd en aktief lid van de kerk en kan me niet aan de indruk onttrekken dat machtsdenken ook bij ons in de kerk voorkomt.
Fundamentalisme leidt bij ons niet tot fysiek geweld, we gebruiken de meer 'beschaafde' en verfijnde methoden van psychologisch geweld.
In onze versie van fundamentalisme hakken we geen handen af, maar rukken we in overdrachtelijke zin tongen uit door kritische mede-heiligen d.m.v. excommunicatie het zwijgen op te leggen. Het valt mij ook op dat er een verband bestaat tussen excommunicatie en doodstraf, d.w.z. radicale geestelijke en lichamelijke bedreiging als extreme machtsmiddelen.
Is het toeval dat de heiligen der laatste dagen in Utah voorstander zijn van beide?
De doodstraf wordt door ons als barbaars en extreem beschouwd, terwijl de leden van de kerk in Utah er absoluut voor zijn. Ik gebruik bewust het woord absoluut, omdat een dergelijk absoluut denken er doorgaans ook geen problemen mee heeft om degenen die van de norm afwijken uit de gemeenschap te stoten en in psychologische zin het zwijgen op te leggen. Waar is de liefde, waar is de verdraagzaamheid?

Averechts
Excommunicatie is zeker een extreem machtsmiddel te noemen, is het tegenovergestelde van het voeren van een christelijke dialoog, lost niets op en heeft een averechtse en polariserende uitwerking die verbittert, niet verbroedert. Neem bijvoorbeeld de heel kritische reactie op zijn excommunicatie van heilige der laatste dagen Paul Toscano, die hoorde tot de groep van zes mormoonse intellectuelen die in September 1996 wegens kritiek op de kerkelijke leiding werden geexcommuniceerd:
Mormonism has become "an archconservative culture built on the sand of family and tribal values with respectability as its chief cornerstone. Its adherents are less like living stones in the mystical temple of God and more like living stiffs in a morgue of quiet conformity."
(door mij vrij vertaald: Het Mormonisme is verworden tot "een uiterst conservatieve cultuur, gebaseerd op het wankel fundament van gezinswaarden en hokjesgeest met als voornaamste hoekstenen aanzien en fatsoen. Haar aanhangers zijn eerder wandelende lijken in een graftombe van conformisme, dan levende orakelen in de mystieke tempel God's.)

Eigen verantwoordelijkheid
Als we het hebben over (soms te ver doorgevoerde) autoriteit en macht, waar het bij fundamentalisme allemaal om draait, schoot mij een heel goed artikel te binnen dat ik jaren geleden las, maar waarvan ik de bron helaas niet meer kon achterhalen.
De schrijver had het over de moeilijke positie van profeten. Hij schreef over hoe
we als mensen de neiging hebben om leiders op een voetstuk te plaatsen en dat ook in kerkelijk verband helaas maar al te vaak doen. Profeten zijn niet onfeilbaar, zij zijn mensen van vlees en bloed, en het gaat niet op om onze persoonlijke verantwoording op hen af te wentelen. Er is een groot verschil tussen eerbiedige aandacht en blinde gehoorzaamheid. De kerk is net zo sterk als haar individuele leden, maar ook zo fundamentalistisch als haar individuele leden!
Profeten mogen ons in geestelijk opzicht leiden, doch ook menselijk falen is hen niet vreemd. Denk aan David, Jona, enz., maar ook aan onze hedentendaagse profeten. Waar vroeger de profeet Joseph Smith veelal op een voetstuk werd geplaatst, is er tegenwoordig ook veel meer aandacht voor zijn menselijke zwakheden en tegenstrijdigheden, wat overigens helemaal niets afdoet aan de rijke erfenis die hij ons heeft achtergelaten. Onze leiders benadrukken voortdurend het belang van het niet leven op geleend licht, en het nemen van onze eigen verantwoordelijkheid. In onze geestelijke en intellectuele luiheid draaien we de zaken echter vaak om: als we het hebben over 'het profetische woord' denken we vrijwel uitsluitend aan de kerkelijke leiding, en niet aan onszelf. Als mannen en vrouwen, als vaders en moeders, belichamen wij de autoriteit als profeten in eigen gezin en in ons eigen leven! Wat dat betreft kan ik me tot op zekere hoogte wel vinden in de uitspraak van Paul Toscano die in een eerdere reactie in Mormoons Forum werd aangehaald: zijn we levende orakelen (mooie vertaling), of passieve volgelingen die zich voornamelijk conformeren aan de lesboeken zonder enige eigen inbreng van betekenis? Het als kerklid niet zelf nadenken is volgens mij onze meest 'fundamentele' fout.

Verdraagzaamheid
Ik woon al vele jaren in Canada en las uw artikel over christelijk fundamentalisme en de boeiende reactie's van een aantal lezers.
Jaren terug hadden wij een bisschop die zonder meer als fundamentalist kan worden omschreven; een keiharde zakenman met de buigzaamheid van een blok beton!
Hij was tegelijkertijd ook een prachtig mens en een uitstekend leider.
Met 'dialoog' hoefde je bij hem niet aan te komen, maar wanneer in nood kon je hem wel gerust in het holst van de nacht uit bed bellen (hetgeen wij dan ook deden in een ernstige gezinscrisis in ons gezin) en dat leerde ons een wijze les.
Ondanks zijn rechtlijnigheid stond hij altijd en overal klaar voor iedereen, ook voor niet-leden van de kerk. Als er iets is in de kerk dat mij aanspreekt is het wel dat we al doende mogen leren van mensen met de meest uiteenlopende achtergrond en levenswandel. Als de Heiland zich ophield met tollenaars en publieke vrouwen (ten ongenoegen van de 'fundamentalistische' schriftgeleerden) dan kunnen wij misschien proberen het met elkaar uit te houden!

Dick Cheney
Voor de meeste Nederlanders en Belgen is de Amerikaanse vice-president Dick Cheney een symbool voor uiterst rechtse politiek. De mormoonse BYU universiteit nodigde hem in April 2007 echter uit als gastspreker bij de jaarlijkse plechtigheden rond de diploma-uitreiking en verleende hem bovendien een ere-doctoraat!
U kunt hier meer over lezen op de navolgende links:

http://jean-lievens.skynetblogs.be/post/4369133/stil-protest-tegen-bezoek-van-dick-cheney-aan

http://www.gomakecontact.com/mesj/MESJ%20archive/DickCheneyatBYU.htm

Het begint dus allemaal nogal ingewikkeld te worden: we voelen ons als leden van de kerk sterk verbonden met onze broeders en zusters in Utah, de bakermat van ons geloof, maar in politieke zin staan we vaak wel met open mond te kijken!
Dit zou er voor pleiten om de politiek liever maar buiten de kerk te houden, maar het zijn nu precies de heiligen der laatste dagen in Utah die geen gelegenheid ongebruikt laten om de indruk te wekken dat 'de kerk' duidelijk partij kiest voor 'hun' conservatieve kijk op de wereld, overigens een wereld waar de meerderheid van het ledenaantal buiten de VS woont... Ondertussen schepen ze ons als mede-kerkleden wel op met een uiterst fundamentalistisch imago, waar niet 'n ieder van gediend is. Geduld is een schone zaak..

 





 

Lees ook de 'Mormoons Forum' discussie: De Kerk in Revolutionair Gebied