
Een bereikbare top
door Jan Gillis
Heel wat mensen zijn er nog steeds van overtuigd dat Christus de doop
heeft ingesteld om met de pijnlijke besnijdenis van toen voorgoed af
te rekenen. Dat is dus niet waar! Besnijdenis en doop hebben met mekaar
niets te maken.
Christus werd besneden onmiddellijk na zijn geboorte en die besnijdenis
gebeurde … in de tempel. Door de besnijdenis werd Christus opgedragen
aan God. Daarom ook dat die ingreep in de tempel moest gebeuren! Maar
wat heeft God met een besnijdenis te maken? Van bij zijn schepping heeft
God de mens opgedragen de aarde te bevolken. Ook Jezus kon zich niet
aan die wet onttrekken en moest het ritueel, dat zuiver hygiëne
(reinheid) en vruchtbaarheid beoogt, lijdzaam ondergaan. Pittig detail!
God verwachtte dus ook van Jezus dat hij later vader zou worden!
En zoals u weet! Eerst op dertigjarige leeftijd liet Christus zich
dopen om te voldoen aan een andere wet. Welke wet? En waarom zei Johannes
de Doper dat Christus de doop niet nodig had? Waarom drong Christus
er dan toch maar op aan om de doop uit te voeren?
God is de alfa en de omega, het begin en tegelijkertijd ook het einde
van alles. Aangezien de Doper wist dat Jezus als zoon van God en als
Schepper en Verlosser van de aarde ook als begin en einde van alles
kon worden beschouwd, vond hij uiteraard dat de noodzakelijke ‘beginformule’
niet van toepassing was op deze man. Als Zoon van God hoefde Christus
niet in water begraven te worden. Hij hoefde niet als een vernieuwd
wezen uit dat water te herrijzen om dan via een aardse weg terug tot
bij zijn Vader te kunnen opklimmen. Maar om het symbool van zijn eigen
opstanding uit de doden a.h.w. te verzilveren, drong Hij er bij Johannes
op aan de doop toch maar uit te voeren. Bovendien bewees Hij ermee dat
iedereen, het ganse mensdom incluis, de doop, dat ultieme begin nodig
heeft. Zonder doop, geen eeuwig leven bij Vader!
Iedereen weet dat vele bergbeklimmers al getracht hebben om de top
van de Mount Everest in het Himalaya gebergte te bedwingen. Op welke
manier gaan ervaren sportlui te werk om zo’n tocht tot een goed
einde te brengen? Wat is het eerste wat de leden van een expeditie bij
het begin van hun tocht en aan de voet van de berg zullen uitvoeren?
Ze bouwen een ‘basiskamp’! Pas daarna vatten ze hun reis
naar die hemeltergende top aan.
Eigenlijk verloopt het leven van ieder mens gelijkaardig. Als je als
ervaren alpinist gelooft dat je de Everest aankunt, dan moet je die
reis grondig voorbereiden. Je gaat je begrenzingen uittesten. Boeken
met heldhaftige verhalen van uw voorgangers worden dagelijkse kost voor
u. Tot je uiteindelijk besluit naar de voet van de berg te trekken om
daar je basiskamp op te slaan. In het leven van een christen is dat
basiskamp, de doop. De doop is dus niet meer dan een goed voorbereid
vertrekpunt in een zelfbewuste tocht door een mensenleven. Eenmaal de
klimpartij begonnen en men krijgt af te rekenen met brute pech, kan
men nog altijd terug naar af. In dat basiskamp kan men immers probleemloos
zijn verstuikte voet laten verzorgen. Als we in ons leven verkeerd handelen,
kunnen we steeds op onze doopbelofte terugvallen en God om vergiffenis
vragen van onze zonden. We smeken onze Schepper om onze voet te verzorgen
opdat we de klimpartij naar de top met vernieuwde moed zouden kunnen
hervatten. Vanzelfsprekend mag het nooit onze bedoeling worden om steeds
dezelfde voet over dezelfde steen te verstuiken. Denk eraan! Na ons
komen er misschien anderen die van datzelfde basiskamp willen gebruik
maken om van daaruit hun levenstocht aan te vatten. Hou steeds de parabel
van de talenten in je achterhoofd. Door in dat basiskamp te blijven
rondhangen, wordt je misschien die ene man die zijn gekregen talent
gewoon in de grond verborg.
De Belg Rudy Van Snick had tijdens één van zijn reizen
naar de hoogste top (december 1988) ter wereld, vijf kampen vooropgesteld:
een basis en vier andere steeds hoger gelegen kampen. Vanuit dat vijfde
en laatste kamp zou hij meer dan eens proberen om de top te kunnen bereiken.
Ieder kamp dat wij tijdens onze tocht naar God zullen opbouwen, betekent
een nieuw verbond dat we met Hem afsluiten (sacrament). Hoe meer kampen
we op onze Mount Everest kunnen opbouwen, hoe veiliger we ons op die
steile flank zullen voelen. Maar ook voor degenen die na ons komen,
maken we de tocht naar de top heel wat gemakkelijker! Elk gebouwd kamp,
elk ontvangen sacrament, elk afgesloten verbond, is niet alleen een
zegen voor onszelf maar ook voor al degenen die na ons komen.
Maar de weg naar de top is gevaarlijk! Men moet rekening houden met
lawines, schuivende gletsjers, diepe kloven … een ongeluk is gauw
gebeurd!
Stel dat je samen met een expeditie de top van de Everest wil bereiken!
Met een touw zijn alle expeditieleden aan elkaar verbonden. Ergens daartussen
hang jij … een schakeltje in die menselijke keten.
En plots valt er iemand!
In een fractie van een seconde leveren de anderen meestal de kracht
op om de ongelukkige in zijn val te stoppen. Maar wat een emotie heb
je zonet niet moeten doorstaan? In elke groep zijn er altijd die graag
haantje de voorste spelen. De verbondenheid met dat touw willen die
kwijt, ze willen alleen verder … vrij van alles. Moederziel alleen,
weliswaar met veel moed, vatten zij hun individuele tocht naar de top
aan.
Sommigen van hen slagen, … anderen dan weer niet …. Als
ze neerduiken kan hun vrije val zo hevig zijn dat ze dat fameuze basiskamp
achter zich laten.
En de ene tegenslag na de andere blijft uw groep maar achtervolgen!
De man voor u heeft zich zo in nesten gewerkt dat niemand nog voor of
achteruit kan! Op gevaar je eigen leven te verliezen, bevrijd je die
maat van jou uit zijn hachelijke positie. Vreugde alom! Helaas kan het
voorvallen dat die vriend niet meer kan bevrijd worden. Voor iedereen
wordt het dan een moeilijke beslissing! Met tranen in de ogen maakt
men de stakker los van de groep … men snijdt zijn touwen door.
In mineur gaat de tocht dan verder.
Maar zelfs als men het laatste kamp bereikt, is men nog niet zeker
van de overwinning! Vanuit dat vierde kamp onderneemt men de allerlaatste
aanval naar het dak van de wereld. Hoe dichter dat kamp bij de top ligt,
des te meer mogelijkheid er bestaat om de eindmeet te bereiken …
maar zekerheid is er nog niet!
God is echter barmhartig! God is zo barmhartig dat Hij al van bij onze
doop, ons basiskamp in dit leven, een onzichtbare sherpa op ons pad
heeft meegestuurd. En die sherpa heet Geest, heilige Geest. Deze gids
zal ons altijd de juiste weg wijzen. Op één voorwaarde!
Bij elke stap die we willen zetten, moeten we Hem vragen of we onze
veiligheid of die van anderen niet in gevaar brengen. Met zijn zachte
stem zal Hij ons dan steeds inlichten waar zich de hindernissen op het
parcours bevinden. Sterker nog! Zelfs tientallen meters voor de hindernis
zal Hij ons verwittigen … op een tweede voorwaarde! Hij wil dat
we ononderbroken in Hem blijven geloven! Geest vindt het bovendien maar
rechtvaardig dat elk lid die Hij op gevaarlijke toestanden wijst, ook
de anderen hiervan op de hoogte zal brengen. God is barmhartig! Niet
alleen voor jou maar voor iedereen. Moest God ondervinden dat iemand
het hem gegeven licht alleen voor zichzelf wil houden zonder de anderen
in te ‘lichten’, dan pas zou God echt woedend worden. Niemand
zet immers zomaar zijn licht onder de hooimijt! Als licht verborgen
wordt, loopt iedereen verloren. Elke expeditie is dan gedoemd om in
een ravijn te verdwijnen. Terecht trekt God dan zijn licht van dat expeditielid
weg en laat het schijnen bij iemand anders die veel rechtvaardiger en
zeker mededeelzamer is dan de vorige. Die vorige moet dan maar de nieuwe
lichtdrager vragen naar de te volgen weg. En is hij te hoogmoedig om
die vraag te stellen, dan gaat hij maar alleen op stap … zonder
licht. In die keuze staat hij vrij.
Maar de hoofdboodschap van het evangelie komt hier weer glashelder
naar voor:
‘Eerst en vooral! Bemin uw God zodat Hij je tijdens je trektocht
steeds licht mag zenden. En ten tweede! Bemin je naaste zodat je samen
de weg naar de top kunt ondernemen.’
Pas als je aan die twee factoren voldoet, zal God je zijn Geest sturen.
Op die manier mag je zeker zijn dat je de top zult bereiken. Maar als
je de raadgevingen van de Geest niet opvolgt, keert die zich van u af
… en knipt het licht uit.