MvG logo www.mvgcontact.org

Zendelingenzusters

Home



Zendelingenzusters Adriana Matos (links) en Katie Daniels
Foto: Martin Droog

’Geloofsstrijd nooit aangaan’

Door ANNE KOMPAGNIE

GOUDA - Voorheen fietsten de zendelingen van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen - in de volksmond mormonen genoemd, een term die ze zelf nooit gebruiken - steevast met een helm op door de Goudse stad.
,,Ter bescherming,’’ leggen ze uit. ,,In het verleden werd er wel eens iets naar de hoofden van de zendelingen gegooid.’’

Begin twintigers zijn het, vrolijke vlotte vrouwen uit de Verenigde Staten. Toch aarzelen ze met het geven van hun voornaam, want tijdens hun verblijf in Nederland noemen ze zichzelf en elkaar altijd ‘zuster’.

Zuster Daniels (22) uit Utah woont nu bijna anderhalf jaar in Nederland, de laatste maanden samen met zuster Matos (22) in een flatje in Achterwillens. Toen ze net 21 werden meldden ze zich bij de kerk in Salt Lake City aan voor een roeping in het buitenland.

,,We hadden geen idee waar we terecht zouden komen,’’ vertelt Adriana Matos, afkomstig uit de regio van Chicago. ,,Dat is niet aan ons. In het hoofdkantoor krijgen de kerkleden een openbaring. In ons geval bleek Nederland de bestemming.’’

Een verrassende keuze, aangezien Matos - met wortels in Puerto Rico - gedeeltelijk Spaanstalig is. ,,Ik had Zuid-Amerika verwacht, maar ben heel blij met deze uitkomst.’’

Want de twee zijn ervan overtuigd dat ze in Nederland nuttig werk doen. Katie Daniels: ,,Het is een heel inspirerende roeping. We zijn dankbaar dat we hier de mensen mogen dienen en voelen vreugde als we over het evangelie kunnen vertellen.’’

Voor hun komst hadden ze twee maanden de tijd om in Amerika Nederlands te leren en hoewel het accent bij de twee onmiskenbaar aanwezig is, weten ze zich moeiteloos uit te drukken. In Gouda zijn ze nu zes dagen per week bezig met hun taken.

,,’s Morgens bestuderen we geschriften: de Bijbel en het boek van Mormon. Elke dag hebben we afspraken met mensen die hulp nodig hebben, bijvoorbeeld met klussen om en rond het huis of meer willen weten over het geloof. ’’

Die contacten ontstaan door gesprekken die de twee aangaan met willekeurige Gouwenaars, op straat, in de trein, huis-aan-huis.

,,Of het moeilijk is om bij een totaal vreemde aan te bellen om over Jezus te praten?’’ Zuster Matos, die in Amerika antropologie studeerde, aarzelt even.

,,Eigenlijk niet. Want één ding weet je zeker: degene die open doet, is een kind van God. Wij willen alleen maar helpen om die band met Hem op te bouwen.’’

Wie daar geen behoefte aan heeft, wordt verder met rust gelaten. ,,Wij dwingen niemand en zoeken ook niet de confrontatie op door bijvoorbeeld tegen moslims te zeggen: ons geloof is beter. We nodigen alleen maar uit om samen over de waarheid te leren, we gaan nooit een geloofsstrijd aan.’’

Anderhalf jaar lang duurt hun verblijf in Nederland, voor zuster Daniels zit die tijd er over drie weken op. Dan zal ze haar familie weer zien, waarmee het contact beperkt was.

,,Tijdens onze roeping moeten we onze tijd besteden aan zendelingenwerk. Mailen mag maximaal één keer per week, bellen met Amerika twee keer per jaar. Zo kunnen we ons beter concentreren op de taken die we hier op ons nemen.’’

Ze vindt het fijn om bepaalde mensen weer terug te zien, maar er klinkt ook weemoed in haar stem. ,,In Amerika ga ik weer verder met mijn leven, studeren en werken. De vreugde van het zendelingenbestaan zal ik zeker missen.’’

 

bron: AD Gouda 17 augustus 2008