MvG logo www.mvgcontact.org

Mormoons Forum

Home


Wonderbaarlijke genezingen
toen en nu

door Menno Feenstra, Wijk Arnhem

Troost en erbarmen

Tot de vreugden van het Evangelie van Christus, zoals Hij dat predikte tijdens Zijn aardse bediening, behoorde het genezen van hen die langdurig en ernstig gekweld werden door ziekte en invaliditeit. Want alhoewel beproevingen deel uit moeten maken van onze aardse proeftijd, geldt dat evenzeer voor het “aan den lijve” ervaren van Goddelijke troost en erbarmen, zoals ook Jezus dat betoonde.

De Schriften voorzien in een lange waslijst van Zijn wonderbaarlijke genezingen; bij deze een bloemlezing hieruit:

Matt 9:6-7: 6 … – toen zeide Hij tot de verlamde: Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis. 7 En hij stond op en ging naar huis.

Matt 12:22: 22 Toen bracht men een bezetene tot Hem, die blind en stom was.
En Hij genas hem, zodat de stomme sprak en zag.

Matt 15:30-31: 30 En vele scharen kwamen bij Hem, die lammen, kreupelen, blinden, stommen en vele anderen bij zich hadden, en zij legden die aan zijn voeten neer. 31 En Hij genas hen, zodat de schare zich verwonderde, want zij zagen stommen spreken, kreupelen gezond, lammen lopen en blinden zien.

Matt 20:30-34: 30 En zie, twee blinden, die aan de weg zaten, riepen, toen zij hoorden, dat Jezus voorbijging, zeggende: Here, heb medelijden met ons, Zoon van David! … 32 En Jezus stond stil, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? 33 Zij zeiden tot Hem: Here, dat onze ogen geopend worden. 34 Jezus werd met ontferming bewogen en raakte hun ogen aan, en terstond werden zij ziende en zij volgden Hem (zie ook Matt 9:27-30).

Marc 2:10-12: 10 … – zeide Hij tot de verlamde: 11 Tot u zeg Ik, sta op, neem uw matras op en ga naar uw huis. 12 En hij stond op, nam terstond zijn matras op en ging voor aller oog naar buiten, … (zie ook Luc 5:23-25)

Marc 5:25-29: 25 En een vrouw, die twaalf jaar aan bloedvloeiingen geleden had, … 27 had gehoord, wat er van Jezus verteld werd, en zij kwam tussen de schare en raakte van achter zijn kleed aan. … 29 En terstond droogde de bron van haar bloed op en zij bemerkte aan haar lichaam, dat zij van haar kwaal genezen was.

Marc 5:35-42: 35 Terwijl Hij nog sprak, kwam men uit het huis van de overste der synagoge hem zeggen: Uw dochter is gestorven; waarom valt gij de Meester nog lastig? … 41 En Hij vatte de hand van het kind en zeide tot haar: … Meisje, ik zeg u, sta op! 42 En het meisje stond onmiddellijk op en het kon lopen;

Marc 8:22-25: 22 En zij kwamen te Betsaïda. En zij brachten een blinde tot Hem en smeekten Hem deze aan te raken. 23 En Hij vatte de blinde bij de hand … 25 Vervolgens legde Hij weder de handen op zijn ogen, en hij zag duidelijk en was hersteld.

Marc 10:46-52: 46 … En toen Hij met zijn discipelen en een talrijke schare uit Jericho vertrok, zat de zoon van Timeüs, Bartimeüs, een blinde bedelaar, aan de weg. 47 En toen hij hoorde, dat het Jezus van Nazaret was, begon hij te roepen en te zeggen: Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij! … 51 En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? De blinde zeide tot Hem: Rabboeni, dat ik ziende worde! 52 En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende … (zie ook Luc 18:35-43).

Luc 7:21-22: 21 Op dat ogenblik genas Hij velen van ziekten en plagen en boze geesten en aan vele blinden schonk Hij het gezicht. 22 En Hij antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij gezien en gehoord hebt: Blinden worden ziende, lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt,

Joh 5:5-9: 5 En daar was een man, die reeds achtendertig jaar lang ziek geweest was. 6 Hem zag Jezus liggen en daar Hij wist, dat hij daar reeds lange tijd was, zeide Hij tot hem: Wilt gij gezond worden? … 8 Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw matras op en wandel. 9 En terstond werd de man gezond en nam zijn matras op en ging zijns weegs.

Joh 9:1-7: 1 En voorbijgaande zag Hij een man, die sedert zijn geboorte blind was. 6 … , Hij [spuwde] op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen, 7 en zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam, hetgeen vertaald wordt door: uitgezonden. Hij dan ging heen, wies zich en kwam ziende terug.

Niet alleen Jezus Zelf, maar ook Zijn Apostelen hadden de macht ontvangen om daadwerkelijk te genezen:

Hand 3:2-8: 2 En een man, die verlamd was van de schoot zijner moeder aan, zodat hij gedragen moest worden, zetten zij dagelijks bij de poort van de tempel, genaamd de Schone, om een aalmoes te vragen van de tempelgangers. … 4 En Petrus zag hem scherp aan, met Johannes, en zeide: Zie naar ons. … 6 … Petrus zeide: Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: Wandel! 7 En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en terstond werden zijn voeten en enkels stevig, 8 en hij sprong op en stond en liep heen en weer en hij ging met hen de tempel binnen, lopende en springende en God lovende.

Hand 14:8-10: 8 En er woonde te Lystra een man, die geen macht had over zijn voeten, verlamd van de schoot zijner moeder aan, die nooit had kunnen lopen. 9 … en Paulus keek hem scherp aan en zag, dat hij geloof had om genezing te vinden, 10 en hij zeide met luider stem: Ga recht op uw voeten staan! En hij sprong overeind en liep heen en weer.

Ook in het Boek van Mormon verrichtten de Godsgezanten soms wonderen, bijvoorbeeld:

Alma 15:5-11: 5 … en zij gingen het huis binnen naar Zeëzrom; en zij vonden hem op zijn bed, ziek, zo goed als uitgeput wegens een brandende koorts; … en toen hij hen zag, strekte hij zijn hand uit en smeekte hen hem te genezen. … 8 En Alma zeide: Indien gij gelooft in de verlossing door Christus, kunt gij genezen worden. 9 En hij zeide: Ja, ik geloof volgens uw woorden. 10 En toen riep Alma de Heer aan, zeggende: O Heer, onze God, wees barmhartig jegens deze man en genees hem volgens zijn geloof, dat in Christus is. 11 En toen Alma die woorden had gezegd, sprong Zeëzrom overeind en begon te lopen;

3 Ne 7:19: En in de naam van Jezus wierp hij duivels en onreine geesten uit; en hij wekte zelfs zijn broeder op uit de doden, nadat die was gestenigd en gedood door het volk.

De macht van het Priesterschap?

Van dergelijke wonderbaarlijke, genadevolle genezingen wordt ons onderwezen dat deze plaats konden vinden door de macht van het Melchizedekse Priesterschap. Ook nu zijn er kerkleden die kunnen getuigen van wonderbaarlijke ervaringen in hun leven. Echter, de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is hierin geenszins uniek: In het boek "Spontane genezing" wordt verhaald over een scala aan door erkende medici gedocumenteerde, medisch onverklaarbare – wonderbaarlijke - genezingen, meestal van kanker. Daarbij speelt de levenshouding van de betrokkene een rol, en daarbij valt op dat mensen van allerlei godsdiensten “wonderbaarlijk genezen”, óók mensen met niet-christelijke godsdiensten, en zelfs ‘bosjesmannen’ die hun voorouders aanbidden, en atheïsten. ("Spontane genezing" van Caryle Hirshberg en Marc Ian Barasch, 1995, ISBN: 9021526824)

Je zou dan mogen verwachten dat de Enige Ware Kerk zich van deze andere in positieve zin zou onderscheiden door de frequentie waarin dergelijke wonderen daarin plaatsvinden, maar is dat ook het geval? Hoe is het gesteld met wonderbaarlijke genezingen in de huidige Herstelde kerk?

In de Algemene Conferentie van april 2009 bespraken twee leden van het Eerste Presidium twee voorvallen met kerkleden, de één ernstig ziek, en de ander blind:

Adversity - President Henry B. Eyring

My friend served as our bishop when my daughters were still at home. ... His health began a slow decline. ... I visited him when he finally had to be cared for by nurses and doctors. He was lying in a hospital bed, still in pain and still smiling. His wife had called me to say that he was getting weaker. My son and I gave him a priesthood blessing as he lay in the bed with tubes and bottles connected to him.

I sealed the blessing with a promise that he would have time and the strength to do all that God had for him to do in this life, to pass every test. He stretched out his hand to grasp mine as I stepped away from his bed to leave. I was surprised at the strength of his grip and the firmness in his voice when he said, “I’m going to make it.”

Dit verhaal, zoals tot nu toe verteld, schept hoopvolle verwachtingen voor deze zieke man, nietwaar? President Eyring vertelt ook hoe het verder ging:

I left thinking that I would see him again soon. But the phone call came within a day. He was gone to the glorious place where he will see the Savior, who is his perfect judge and will be ours.

En dan vertelt Elder Eyring dat hij sprak op de begrafenis van deze man. Uit zijn verhaal blijkt dat dit niet de uitkomst was die hij had verwacht, of waarop iemand had gehoopt.

Tijdens dezelfde conferentie vertelt ook President Monson, die daar weer werd ondersteund als Profeet, Ziener en Openbaarder, over wat hij eens kon betekenen voor een blind kerklid van eenvoudige komaf, die zijn hoop had gevestigd op deze Godsgezant:

Be of Good Cheer - President Thomas S. Monson

I introduce next a gentle, faith-filled man who epitomized the peace and joy which the gospel of Jesus Christ can bring into one’s life.

Late one evening on a Pacific isle, a small boat slipped silently to its berth at the crude pier. Two Polynesian women helped Meli Mulipola from the boat and guided him to the well-worn pathway leading to the village road. The women marveled at the bright stars, which twinkled in the midnight sky. The moonlight guided them along their way. However, Meli Mulipola could not appreciate these delights of nature—the moon, the stars, the sky—for he was blind.

Brother Mulipola’s vision had been normal until a fateful day when, while working on a pineapple plantation, light turned suddenly to darkness and day became perpetual night. He was depressed and despondent until he learned the good news of the gospel of Jesus Christ. His life was brought into compliance with the teachings of the Church, and he once again felt hope and joy.

Brother Mulipola and his loved ones had made a long voyage, having learned that one who held the priesthood of God was visiting among the islands of the Pacific. He sought a blessing, and it was my privilege, along with another who held the Melchizedek Priesthood, to provide that blessing to him. As we finished, I noted that tears were streaming from his sightless eyes, coursing down his brown cheeks and tumbling finally upon his native dress. He dropped to his knees and prayed: “O God, Thou knowest I am blind. Thy servants have blessed me that my sight might return. Whether in Thy wisdom I see light or whether I see darkness all the days of my life, I will be eternally grateful for the truth of Thy gospel, which I now see and which provides the light of my life.”

He rose to his feet and, smiling, thanked us for providing the blessing. He then disappeared into the still of the night. Silently he came; silently he departed.

Deze broeder, met geloof en vertrouwen in het Evangelie, had zich dus grote offers getroost - en zijn begeleiders met hem - om een lange reis te maken naar Elder Monson, de Priesterschapsdrager op wie hij zijn hoop had gevestigd om genezen te worden van zijn blindheid.

Maar hij was blind toen hij kwam - en nog steeds toen hij weer ging - in de stille, duistere nacht, zoals Elder Monson er nog betekenisvol aan toevoegt. Het is echter overduidelijk dat ook deze blinde man gehoopt had om weer ziende te worden, evenals de zieke man hoopte op het herstel van zijn gezondheid – maar voor beiden was hun hoop tevergeefs.

Een diagnose

Wat is er gebeurd met wonderbaarlijke genezingen sinds de Herstelling? Waarom konden Jezus en Zijn Apostelen, zowel in de Bijbel als in het Boek van Mormon, wél mensen doen genezen, en waarom zijn dergelijke voorvallen nú dermate zeldzaam, dat zelfs deze leden van het Eerste Presidium géén voorvallen bespreken waarin mensen daadwerkelijk, en dus ook fysiek, de troost van het Evangelie van Christus ervaren, door hun genezing? Misschien geeft het volgende vers daarop het antwoord:

3 Ne 8:1 … het was een rechtvaardig man die de kroniek bijhield — want hij verrichtte waarlijk vele wonderen in de naam van Jezus; en er was niemand die een wonder kon verrichten in de naam van Jezus, tenzij hij in alle opzichten gereinigd was van zijn ongerechtigheid

De eerste stap in het genezingsproces van een ernstige ziekte is vaak te erkennen dat we ziek zijn; anderzijds leidt het ontkennen van die ziekte vaak tot de dood. Zo is het ook met ons geloof en onze Evangeliebeleving: Als dat geloof en die Evangeliebeleving van de daarbij behorende tekenen verstoken zijn, dan spreekt Moroni daarover waarschuwende woorden:

Moro 7:37: … het is door geloof dat wonderen worden verricht; en het is door geloof dat engelen verschijnen en de mensen dienen; daarom, indien die dingen zijn opgehouden, wee de mensenkinderen, want het is wegens ongeloof, en alles is tevergeefs.

Het Evangelie is niet alleen een Evangelie van wonderen, maar óók van bekering (zie bijvoorbeeld L&V 6:9) – een terugkeer tot de zuivere leer en kerk van Christus. Zoals uit deze uiteenzetting en dit betoog blijkt, bestaat daar alle noodzaak toe – zowel onder de kerkleden als ook onder de leiders. Die noodzaak is er vrijwel altijd geweest; nu is die er eens temeer. Wie oren heeft, die hore!




Mormoons Forum

MVG nodigt u uit mee te denken en mee te praten.
In het kader van MVG's Mormoons Forum (klik op de link voor de spelregels) kunt u via email reageren. Wellicht ten overvloede: reacties worden anoniem d.w.z. zonder afzender geplaatst tenzij u nadrukkelijk anderszins aangeeft.


Onderstaand uw reacties in Mormoons Forum:


1 - Spontane reactie

Ik weet niet of een atheïstische reactie op prijs gesteld wordt maar vermits atheïsten vermeld worden in de stelling van Menno Feenstra over “wonderbaarlijke genezingen” heb ik de stoute schoenen maar eens aangetrokken.

Menno stelt “spontane genezingen”, waarover hij een boek gelezen heeft, gelijk met “wonderbaarlijke genezingen”, die hij aan de macht van het priesterschap toeschrijft. Spontane genezingen zijn een bekend fenomeen in de medische wetenschap, hoewel zij niet altijd volledig begrepen worden. Er bestaat dus een lacune in de wetenschappelijke kennis over spontane genezingen.

Religies spelen van oudsher in op dergelijke lacunes door een bovennatuurlijke verklaring te geven voor datgene wat (nog) niet op natuurlijke wijze verklaard kan worden. Eigenlijk is dit een verklaring “bij gebrek aan beter” want zodra een natuurlijke verklaring gevonden wordt, verliest de bovennatuurlijke verklaring zijn relevantie. Naarmate het kennisniveau in een samenleving groeit, neemt de religiositeit vaak af.

Het ligt dus niet voor de hand om in een spontane genezing de hand van God te zien. Er dient in mijn beleving minimaal sprake te zijn van een interventie vooraf. Als iemand spontaan is genezen, is het achteraf makkelijk om dit aan God toe te schrijven, of aan het nuttigen van ingestraald water, of aan het branden van een kaars, etc. Het zou veel overtuigender zijn als een spontane genezing van tevoren aangekondigd zou worden door God of één van zijn vertegenwoordigers – hoewel het spontane er dan wel een beetje vanaf gaat.

Het zou nóg overtuigender zijn als hierbij niet steeds een handig achterdeurtje open gezet werd door de effectiviteit van de goddelijke interventie afhankelijk te maken van de vraag of de patiënt zijn wonderbaarlijke genezing wel verdient door zijn sterke geloof of zijn rechtvaardige leven. Dergelijk gedrag accepteren wij tenslotte ook niet van reguliere artsen, waarvan wij vinden dat zij iedereen moeten helpen ongeacht overtuiging of levenswijze. Waarom zouden de standaarden voor God lager moeten zijn?

Spontane genezingen zijn te onderzoeken en Menno haalt één van die onderzoeken aan. Ook haalt hij vele voorbeelden van wonderbaarlijke genezingen aan. Er is echter een wezenlijk verschil tussen deze twee vormen van ondersteunend bewijs. In de wetenschappelijke literatuur over spontane genezingen worden aanwijsbare gevallen onderzocht, de gebruikte gegevens kunnen geverifieerd worden, de berekeningen gecontroleerd en de conclusies gefalsifieerd.

Wat opvalt aan de citaten van de wonderbaarlijke genezingen is dat zij zonder uitzondering in een ver verleden spelen, vaag zijn over de details, en meerdere tientallen jaren tot eeuwen na dato opgetekend zijn. Als bewijs zijn deze citaten dus compleet onbruikbaar, tenzij je in geloof aanneemt dat het allemaal waar is. Dat laatste is natuurlijk een legitieme keuze maar is niet hetzelfde als wetenschappelijk onderzoek.

En daarmee komen we op de door Menno geuite klacht dat de moderne kerkleiders niet in staat lijken te zijn voorbeelden van daadwerkelijke wonderbaarlijke genezingen te bespreken. Dit hoeft hem echter niet te verbazen omdat dit geheel in lijn is met de schriftuurlijke traditie om alleen over wonderbaarlijke zaken te praten die in een ver verleden liggen en niet te controleren zijn. Het geval van ouderling Paul H. Dunn heeft aangetoond dat het moderne informatietijdperk ongeschikt is om geloofsversterkende verhalen al te specifiek te maken.

Ik zie in de huidige president van de Kerk juist een uitstekend voorbeeld van hoe het wél moet. Hij staat bekend om zijn ontroerende en wonderbaarlijke wederwaardigheden met talloze arme weduwen en zielige wezen, maar hij geeft wijselijk bijna nooit details zoals namen, data of plaatsen. “Late one evening on a Pacific isle” – specifieker moet je het niet maken. Ook zonder details kan hij zijn boodschap overbrengen en zijn toehoorders raken. Zo ontstaat er een gedeelde emotie tussen spreker en publiek. Hij die predikt en hij die ontvangt, begrijpen elkaar en beide worden opgebouwd.

Uit het bovenstaande zal duidelijk worden dat de frequentie van écht wonderbaarlijke genezingen (dus op basis van een voorafgaande interventie zonder ontsnappingsclausule) geen goede graadmeter kan zijn voor het “waarachtigheidsgehalte” van een kerk omdat dergelijke genezingen in werkelijkheid niet plaatsvinden. Uiteraard kunnen mensen wel geloven in wonderbaarlijke genezingen (zie het zevende geloofsartikel), dat wil zeggen, zij kunnen spontane genezingen toeschrijven aan de goddelijke macht van hun keuze, maar daarvoor is het niet noodzakelijk dat dergelijke wonderbaarlijke genezingen ook echt plaatsvinden. Spontane genezingen in een religieus kader plaatsen is hiervoor genoeg.


reageer hier


2 - Wonderbaarlijke Herstelling

Hierbij een reactie op Wonderbaarlijke Genezingen in Mormoons Forum:

Het lijkt voor de ouderlingen in de kerk (we maken geen onderscheid tussen ouderlingen in het eerste presidium of ouderlingen in een kleine gemeente) gemakkelijker om iemand geestelijk gezond te maken dan iemand lichamelijk te genezen, maar dat is maar schijn. In het onderstaande voorval uit de schriften blijkt dat overigens heel duidelijk:

Marcus 2:1-12
En toen Hij weder te Kafarnaüm gekomen was, hoorde men na enige dagen, dat Hij thuis was. En velen kwamen bijeen, zodat zelfs de ruimte bij de deur hen niet meer kon bevatten, en Hij sprak het woord tot hen. En zij kwamen en brachten een verlamde tot Hem, die door vier mannen gedragen werd. En daar zij deze niet tot Hem konden brengen vanwege de schare, namen zij de dakbedekking weg boven de plaats, waar Hij was, en na het dak opengebroken te hebben, lieten zij de matras neder, waarop de verlamde lag. En daar Jezus hun geloof zag, zeide Hij tot de verlamde: Kind, uw zonden worden vergeven. Nu waren daar enige van de schriftgeleerden gezeten en zij overlegden in hun harten: Wat spreekt deze aldus? Hij lastert God. Wie kan zonden vergeven dan God alleen? En Jezus doorzag terstond in zijn geest, dat zij aldus in zichzelf overlegden, en Hij zeide tot hen: Waarom overlegt gij deze dingen in uw harten? Wat is gemakkelijker, tot de verlamde te zeggen: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op en neem uw matras op en wandel? 10 Maar, opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven – zeide Hij tot de verlamde: 11 Tot u zeg Ik, sta op, neem uw matras op en ga naar uw huis. 12 En hij stond op, nam terstond zijn matras op en ging voor aller oog naar buiten, zodat zij allen ontzet waren en God verheerlijkten, zeggende: Zo iets hebben wij nog nooit gezien!

E.e.a. hangt ook vaak af van cultuur, plaats, en omstandigheden.
In het ontwikkelde Westen lijkt vooral behoefte aan geestelijke gezondheid, maar in grote delen van de wereld kampt men nog steeds met de meest elementaire lichamelijke gezondheid. Op dat gebied doet de Kerk veel om bijv. AIDS te bestrijden in Afrika, dus je zou in overdrachtelijke zin kunnen zeggen dat onze Apostelen en Profeten (ook namens ons) vrijwel dagelijks op grote schaal wonderbaarlijke genezingen tot stand brengen. Maar ook letterlijke 'ouderwetse' wonderbaarlijke genezingen door handoplegging komen zeker nog steeds voor, waarbij echter geldt dat dit een uiterlijk teken is dat innerlijk geloof wil bevestigen en versterken, op basis waarvan geestelijke en lichamelijke genezing mogelijk is, waar moderne geneesmiddelen falen of ontbreken. Woorden die gebruikt worden om een een dergelijk proces omschrijven lopen sterk uiteen: geloof, suggestie, psychologische genezing, hypnose, en zelfs hysterie; allemaal abstracte aanduidingen om uiting te willen geven aan zaken die we (nog) niet begrijpen.
Laten we trouwens wel beseffen dat ook de 'gewone' genezing d.m.v. moderne geneesmiddelen zonder meer wonderbaarlijk is!
Tenzij iemand er voor gestudeerd heeft, begrijpen we nauwelijks hoe ze werken, laat staan dat we ze zouden kunnen produceren.

James E. Talmage schreef in Mormon Doctrine: "In the present day, the dispensation of the fullness of times, this power is possessed in the Church and its manifestation is of frequent occurrence among the Latter-day Saints. Thousands of recipients can testify to the fulfillment of the Lord's promise, that if His servants lay hands on the sick they shall recover."

Ik denk dus dat iemand die eens goed op zoek gaat naar wonderbaarlijke genezingen onder heiligen der laatste dagen inderdaad duizenden gevallen zal tegenkomen. Geheel terecht zijn mensen terughoudend om de loftrompet daarover uit te steken, zij danken in stil gebed hun Hemelse Vader. Ook is het de vraag of we wel altijd openstaan voor de genezingsverhalen van anderen: we hebben allemaal wel getuigenissenvergaderingen meegemaakt waar een lid van de wijk of gemeente uitvoerig zijn of haar verhaal kwijt wil over een heel persoonlijke ervaring op dat gebied. Ons ongeloof zit 'm wellicht eerder in het niet serieus nemen van de realiteit van genezingen m.b.v. de priesterschap overal om ons heen dan te stellen dat ze niet voor zouden komen. En ook hier weer denk ik dat de meeste genezingsprocessen in ons hart plaats vinden, en dat een rustig gesprek met de bisschop of huisonderwijzer/bezoekster in feite precies hetzelfde is als handoplegging waar enorm veel geestelijke - en dus lichamelijke - kracht vanuit gaat. M.a.w. er zijn waarschijnlijk oneindig veel meer genezingsverhalen - met of zonder handoplegging - dan we bereid zijn te geloven. Waarschijnlijk zijn we het er over eens dat we geen behoefte hebben aan gebedsgenezingsdiensten zoals je die soms op TV ziet: een combinatie van hysterie en het grote geld.

Uiteraard, wonderbaarlijke genezingen zijn niet het patent van de Herstelde Kerk maar komen overal voor, zo werd Wouter van Beek genezen door een afrikaanse dorpsmid, maar als je goed informeert onder leden van de kerk in eigen wijk of gemeente (vraag zondag maar eens in de klas) zul je ongetwijfeld legio verhalen horen van genezingen bij ons in de kerk.
Ik ging eens op zoek op de MVG site en elders op het Internet en vond een aantal voorbeelden:

Jan Johannes (roepnaam John) ROOTHOFF, geboren/gedoopt (ned.herv.) Dordrecht 8.5/2.6.1895, gedoopt Rotterdam (Mormoons) 16.5.1903, blind geboren, gezalfd op 7.8.1906 in de LDS-kerk Bas Jungeriusstraat Rotterdam door Joseph F. Smith en ziende gemaakt.

Plenty hulp van Boven - Merryn Jongkees

Wouter van Beek genezen door de dorpsmid
Tijdens een filmopname over een begravenisceremonie bij de Dogon, zocht de filmploeg een geschikte locatie voor een scène die zich moest afspelen op het dak van het huis van iemand bij wie onlangs een familielid was overleden. Van Beek bood zijn dak aan onder het mom dat de broer van zijn vader was overleden. Op zich was dat niet gelogen, maar deze oom was al lange tijd dood. En toen werd Van Beek ziek, heel ziek. Zijn oudere Dogon-broer, Dougoulou, had een vermoeden van de oorzaak van de ziekte. Hij riep Van Beek ter verantwoording: “Dat is niet echt waar hè, van je vaders broer? Dat kan je niet meer maken, je bent hier nu te lang voor de voorouders om dit door de vingers te kunnen zien. We gaan een smid halen, we gaan jou genezen.” (In veel Afrikaanse samenlevingen heeft de smid traditioneel ook de functie van religieus genezer en adviseur). Na het genezingsritueel dat bij Van Beek thuis werd opgevoerd werd hij beter. “Het is voor mij een heel onthullende ervaring geweest om zo een genezingsceremonie mee te maken en inderdaad genezen te zijn. In onze eigen kerk kennen wij ook genezingen, dus dat ik daar in Afrika oog voor zou hebben, ligt eigenlijk wel voor de hand. Maar dat ik er zelf mee geconfronteerd word, is een andere zaak. Een wetenschapper kan zeggen ‘het zal wel suggestie zijn’, maar dat is een gemakkelijke uitweg, dan weet je nog niets.”

Genezen en Vrede stichten
Onze zendingspresident had ons, volgens ons op geinspireerde wijze, (van Samoa) naar Hawaii overgeplaatst waar onze baby werd geboren. De medische faciliteiten aldaar redden in feite het leven van Charlotte ten tijde van een heel zware bevalling.

De Wonderen van Jezus Eik
"In den jaere 1642, een kind Maria Coremans, geboren tot Neeryssche, oud zynde zeven jaeren, heeft een vlek op haere oogen gekregen, met groot perykel (gevaar) van haer gezigt te verliezen, de ouders verstaen hebbende den toeloop van het volk tot het mirakuleus Beeldeken in Jezus-Eik (dus waren er al wonderen gebeurd), betrouwende dat zy aldaer bequaemer hulpe zouden verkregen als zy tot nog toe van de Chirurzyns verworven hadden, hebben hunne toevlugt genomen, tot de H. Maget in Sonien-Bosch, ende aldaer gekomen zynde, ende hun Gebed gesproken hebbende, is het kind ter plaetse volkomenflyk genezen."

Iedereen verwachtte in Jezus-Eik een meer goddelijke bijstand die de hulp van de toenmalige dokters sterk overtrof. Waren de dokters van toen dan zo slecht? Schijnbaar wel … en hoogstwaarschijnlijk ook heel duur! Te duur voor een bevolking die moest leven van de opbrengst van een ‘gepacht’ stuk grond. ‘Geloof’ kon wellicht wonderen verrichten (als de kwaal tenminste ook op een natuurlijke wijze kon genezen) en was niet zo duur als het ereloon van zo’n ‘Chirurzyn’ (chirurg).


En tot slot: we leven in een wonderbaarlijk tijdperk van herstelling!
Nooit waren de mogelijkheden groter dan in onze tijd om in geestelijk en lichamelijk opzicht te herstellen.
Ik schroom er niet voor om ook in dit geval te getuigen van een Wonderbaarlijke Herstelling d.m.v. de profeet Joseph Smith die in deze Laatste Dagen een tijdperk inluidde van o.a. technologische ontwikkeling dat zijn weerga niet kent in de geschiedenis van de mensheid. Iemand schreef ooit dat de technologische ontwikkelingen sinds de industriele revolutie (eind 18de begin 19de eeuw) van grotere omvang en betekenis waren dan de totale technologische ontwikkelingen van alle eeuwen daarvoor. De raakvlakken en mogelijkheden van het Herstelde Evangelie zijn nauw verbonden met die van de wetenschappelijke ontwikkelingen, sterker nog: ze zijn er zelfs onlosmakelijk aan verbonden. Al met al een tijdperk van Wonderbaarlijke Herstelling in deze Laatste Dagen!

reageer hier


3 - Genezing van de geest

Wie zegt dat deze genezingen zich nu veel minder voordoen?
Misschien vallen ze minder op maar zijn ze nog steeds in grote getalen aanwezig.
Wat mij persoonlijk trouwens veel meer aanspreekt is de genezing van de geest. Ik ken zoveel mensen die ziek zijn van geest maar daar op wonderbare of misschien beter gezegd op wonderlijke wijze van zijn genezen. Ik heb zelf een behoorlijk psychische ziekte maar zonder God had ik het niet gered en zou ik het ook op het ogenblik niet redden. Genezing? Een wonder? De Heilige Geest? (Mooie gedachte op deze Pinksterdag!)
Ik heb gemerkt dat hierover in de Kerk, voor zover ik dat kan nagaan, niet of nauwelijks over gesproken wordt en al helemaal niet gepubliceerd.

reageer hier


Menno Feenstra reageert:

4 - Onverklaarbare Wonderen van Liefde en Ontferming – en de noodzaak tot Bekering

De Herstelde kerk doet veel goeds door "bijvoorbeeld AIDS te bestrijden in Afrika"; maar waarin wordt hierbij de Macht van het Priesterschap gebruikt? Waarin onderscheidt de kerk zich hier van bijvoorbeeld het Rode Kruis of Artsen zonder Grenzen? Het voert mij véél te ver om hier van "wonderen" te spreken: Bruce R. Mc Conkie, voormalig lid van het Quorum der Twaalven, definieerde wonderen als volgt:

In the broadest sense, miracles embrace all those events, which are beyond the power of any presently known physical power to produce. […]
But in the gospel sense, miracles are those occurrences wrought by the power of God, which are wholly beyond the power of man to perform. Produced by a supernatural power, they are marvels, wonders, and signs which cannot be duplicated by man's present powers or by any powers which he can obtain by scientific advancements. […] In this literal gospel sense the Christian world does not believe in the present performance of miracles; and, for that matter, a large segment of Christendom goes farther and denies completely or spiritualizes away the recorded miracles of the Bible.

[McConkie, Bruce R. Mormon Doctrine. 2d ed. Salt Lake City, Utah: Bookcraft, 1966.]

Dan citeert hij 4 Ne 1:5: “En er werden grote en wonderbare werken verricht door de discipelen van Jezus, zodat zij de zieken genazen, de doden opwekten, de lammen deden lopen, de blinden hun gezicht deden ontvangen en de doven deden horen; en zij verrichtten allerlei wonderen onder de mensenkinderen; en in niets verrichtten zij wonderen dan alleen in de naam van Jezus.”

Als wij dus stellen dat er in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen wonderen worden verricht door AIDS te bestrijden in Afrika, of dat er bij genezing door moderne geneesmiddelen sprake zou zijn van wonderen, dan doen we precies datgene waarvan Bruce R. Mc Conkie de ongelovige wereld beschuldigt! Het is een zwaktebod, bij gebrek aan waar geloof!

Daarom wil ik NIET beweren dat elke medisch onverklaarbare genezing noodzakelijkerwijs toegeschreven moet worden aan een Opperwezen. De stelling dat “spontane genezingen” altijd gelijk zouden staan aan “wonderbaarlijke genezingen” weerleg ik zélf al welhaast, door erop te wijzen dat in het door mij geciteerde boek ook melding gemaakt wordt van atheïsten die onverklaarbaar genezen. Vanuit hun visie kan immers niet verwezen worden naar een goddelijke interventie, dus is hier sprake van een ander mechanisme: Misschien is dit voor hen juist wel een aanklampen aan dit ene, volgens hen enige leven, voorafgaand aan een eeuwige dood en totale vergetelheid.

Het betoog van het door mij geciteerde boek is zelfs, dat onverklaarbare genezingen waarschijnlijk nog veel vaker voorkomen dan wordt geregistreerd, mede doordat moderne methodes van medische registratie streven naar een grote beknoptheid en naar louter "klinisch" registeren, en dat er een nog onbekend mechanisme in het menselijk lichaam wordt vermoed, waardoor mensen zichzelf zouden kunnen genezen, ook of juist dan wanneer de medische wetenschap geen soulaas meer biedt. De auteurs van het boek zoeken naar dat mechanisme, die "natuurlijke verklaring" en "lacune in de wetenschappelijke kennis", die zowel in het mentale, het emotionele als het geestelijke wordt gezocht, maar ze komen niet tot een conclusie die algemeen toepasbaar is. Er is in dat boek geen sprake van een louter religieuze invalshoek, of van een zoeken naar het onverklaarbare – in tegendeel.

Het vermoeden van deze auteurs dat onverklaarbare genezingen relatief vaak voorkomen is ook in overeenstemming met de stelling dat "iemand die eens goed op zoek gaat naar wonderbaarlijke genezingen onder heiligen der laatste dagen inderdaad duizenden gevallen zal tegenkomen." Dat zou best eens kunnen, maar dit gebeurt zeker niet alleen onder heiligen der laatste dagen, want lang niet alle “spontane genezingen” zijn het resultaat van een goddelijke interventie. De centrale vraag die ik hier wil stellen is, waarin de Herstelde kerk zich dan nog van andere onderscheidt, zoals ze zelf nog steeds claimt.

Hoe anders was het óók nog in de begindagen van de Herstelde kerk, waarbij er "interventies vooraf" worden genoemd, en vervolgens wordt beschreven hoe iemand acuut geneest. Eén voorbeeld kunnen we lezen in "Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith", les 33, zoals dat momenteel in de Priesterschapsvergaderingen en de ZHV wordt gebruikt:

‘Broeder Fordham lag al een uur op sterven en elke minuut die wegtikte kon zijn laatste zijn. Ik voelde de kracht Gods die in grote mate op zijn profeet rustte. Toen we binnenkwamen, liep broeder Joseph op broeder Fordham af en nam hem bij de rechterhand […]. Joseph vroeg toen: “Gelooft u dat Jezus de Christus is?” “Jazeker, broeder Joseph”, luidde het antwoord.
‘Toen sprak de profeet van God overluid en met goddelijke majesteit: “Elijah, ik gebied u in de naam van Jezus van Nazareth om op te staan en genezen te worden!”
[...] Elijah Fordham sprong van zijn bed als een man die uit de dood was opgewekt. Hij kreeg weer kleur op zijn gezicht en er leek in alle opzichten weer leven in hem te stromen.
Zijn voeten waren in [maïsmeel]kompressen gewikkeld. Hij schopte ze af, de kamer in, en vroeg toen om zijn kleren, die hij vervolgens aantrok. Hij vroeg om een kommetje melk met brood en at dat leeg; daarna zette hij zijn hoed op en ging met ons naar buiten om andere zieken te bezoeken.’
(Geciteerd uit Wilford Woodruff, ‘Leaves from My Journal’, Millennial Star , 17 oktober 1881, p. 670)

Ik beschouw dit niet als "een wonderbaarlijke genezing uit een ver verleden"; er zijn wél relevante details (zoals de naam van degene die genezen werd), en het gegeven dat dit "geruime tijd na dato opgetekend is", was ook aan de orde bij veel van de gevallen die door de auteurs in het door mij geciteerde boek werden onderzocht - het stond een wetenschappelijk onderzoek niet in de weg. Het tegendeel is waar: Een bezwaar dat zij beschrijven van de moderne medische verslagen is nu juist, dat die vrijwel altijd te beknopt zijn, en verstoken van relevante informatie over de omstandigheden en levenshouding van de patiënt. Medische verslagen van lange tijd terug bieden méér informatie dan de moderne, waardoor die beter geschikt zijn om aan het licht te brengen hoe de genoemde lacunes wellicht ingevuld kunnen worden.

Deze moderne verslaggeving komt mede tot stand door een houding waarbij alles wat niet wetenschappelijk aantoonbaar is, en dus aanvechtbaar, maar wordt weggelaten: Hoe is immers wetenschappelijk aan te tonen, te "bewijzen", wat iemands levenshouding is? In het boek worden echter voorbeelden genoemd van belangrijke omstandigheden die mensen zeer aan het leven doen hechten - zoals dierbaren die van hen afhankelijk zijn.

Maar het vaak "religieuze" thema van naastenliefde laat zich niet of nauwelijks wetenschappelijk onderzoeken, en hetzelfde geldt voor veel andere thema's die het leven de moeite waard maken. Ik bestrijd dan ook de "moderne" opvatting dat alles wat niet wetenschappelijk aantoonbaar is, bij voorbaat in twijfel getrokken moet worden, of het beeld dat het van "goedgelovigheid" of naïviteit zou getuigen als we ook datgene voor "waar" aannemen wat niet wetenschappelijk aantoonbaar is: Wie in dit leven alleen waarde hecht aan hetgeen "wetenschappelijk aantoonbaar" is, die leidt een karig leven, terwijl het Evangelie van Christus ons een Volheid van Leven aanbiedt - maar niet op wetenschappelijke gronden.

Daarom deel ik geenszins de conclusie van deze schrijver, dat "dergelijke genezingen in werkelijkheid niet plaatsvinden". Dit zou betekenen dat alle geciteerde schriften over die genezingen naar het rijk der mythen en fabelen verwezen zouden moeten worden. Als dat geldt voor wonderbaarlijke genezingen, waarom zou het dan niet óók gelden voor vele andere, wetenschappelijk niet aantoonbare onderwerpen, zoals de Schepping en de Verlossing? En zo komen we in het gedachtegoed van Korihor.

Misschien vinden we in dezelfde Schriften echter ook een verklaring over het waarom van het tegenwoordige uitblijven van wonderbaarlijke genezingen, althans op dezelfde schaal waarop dit in vervlogen tijden plaatsvond: In de Leer en Verbonden leren we dat ...

L&V 121:41 Geen macht of invloed kan of dient krachtens het priesterschap te worden gehandhaafd dan alleen door overreding, door lankmoedigheid, door mildheid en zachtmoedigheid, en door ongeveinsde liefde;

Jezus werd vaak "met ontferming bewogen" wanneer hij het lot van de lijdenden verzachtte:

Mat 14:14 ... en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken.

en zoals reeds geciteerd onder "Troost en erbarmen":

Mat 20:30 En zie, twee blinden, die aan de weg zaten, riepen, toen zij hoorden, dat Jezus voorbijging, ... 34 Jezus werd met ontferming bewogen en raakte hun ogen aan, en terstond werden zij ziende en zij volgden Hem.

Het gegeven dat liefde de drijfveer is van de Macht van het Priesterschap, biedt wellicht ook de verklaring waarom die macht tegenwoordig ontbreekt, namelijk de vervulling van de volgende profetieën:

Matt 24:11 En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. 12 En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.

L&V 45:27: 27 En de liefde der mensen zal verkillen, en de ongerechtigheid zal overvloedig worden.

De huidige toestand waarin wonderbaarlijke genezingen grotendeels uitblijven, is wat mij betreft dan ook géén "uitstekend voorbeeld van hoe het wél moet"; ik ervaar hier géén gedeelde emotie met de spreker, noch word ik opgebouwd door ernstig zieke mensen wiens hoop op genezing tevergeefs is. De opvatting dat het nu eenmaal niet anders is, of dat het zelfs altijd zo geweest zou zijn, ervaar ik als fatalistisch – en misschien is die zelfs cynisch te noemen. Dit is niet het Evangelie waarin ik geloof.

In alle ingezonden betogen in reactie op mijn artikel herken ik tenslotte ook de vervulling van de profetische, waarschuwende woorden van Moroni:

Moroni 7:35 […] is de dag van wonderen dan opgehouden?

37 Zie, ik zeg u: neen; want het is door geloof dat wonderen worden verricht; en het is door geloof dat engelen verschijnen en de mensen dienen; daarom, indien die dingen zijn opgehouden, wee de mensenkinderen, want het is wegens ongeloof, en alles is tevergeefs.

Om in de medische terminologie te blijven: Een veel voorkomende reactie op een diagnose van een ernstige ziekte is, die te negeren of weg te redeneren, met argumenten zoals: “Er is een vergissing gemaakt”; “het is allemaal niet zo ernstig als het lijkt” – en we willen weer over naar de orde van de dag. Het volharden in die “veilige”, maar foute gedachte kan fatale gevolgen hebben.

Hetzelfde geldt voor onze Evangeliebeleving: De gedachte “alles wél in Zion” (zie 2 Ne 28:21-25) is niet van een goddelijke bron, maar leidt tot de afvalligheid van de Nephieten van ouds (zie b.v. L&V 38:39). De erkenning dat er iets ernstig mis is in de Herstelde kerk, is een eerste stap op weg naar de bekering die tot genezing kan leiden.

Menno Feenstra, Wijk Arnhem

reageer hier


5 - Eeuwig Perspectief

MVG, ik kwam via jullie terecht op de site van John-Charles Duffy over Vrijzinnig Mormonisme en lees daar heel wat zaken die behulpzaam kunnen zijn om de spiraal van doemdenken over de kerk in de huidige tijd te doorbreken:

Ze beschouwt openbaring als 'n proces waardoor God de onvolmaakte mens geleidelijk tot 'n groter begrip brengt. Ze staat open voor herwaardering van de religieuze traditie naarmate nieuwe wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen zich aandienen.
Dus a.u.b. niet te snel naar het Korihor argument grijpen!

Zegens ter gezondmaking (lichamelijk of geestelijk) bieden naast 'n helende werking de verzekering dat wat er ook gebeurt, we ons in God's handen mogen weten. Wij zijn gefixeerd op lichamelijke genezing alleen; God ziet zaken meer in een eeuwig perspectief:

En de ouderlingen van de kerk, twee of meer, moeten geroepen worden, en zij zullen voor hen bidden en hun in mijn naam de handen opleggen; en als zij sterven,sterven zij voor Mij, en als zij leven, leven zij voor Mij. (Leer en Verbonden Afd 42:44)
Heel eenvoudig!

In de Kerk en in de discussie in Mormoons Forum wordt veel gebruik gemaakt van schriftuurlijke teksten.
Hoe deze teksten ontstonden, of wat ze oorspronkelijk duidelijk wilden maken is minder van belang dan op welke manier ze ons tot leiding zijn d.m.v. de Geest, om ze in onze eigen levensomstandigheden toe te passen (1 Nephi 19:23).

We moeten de schriften beschouwen als een voortdurend pogen om God's wil te leren kennen, niet zozeer als 'n goddelijk dictaat.
Als we dit onderscheid niet kennen, dan wordt het evangelie op den duur wel heel erg star en droog.



reageer hier


6 - Feiten en Fabelen

In mijn eerste reactie heb ik gesteld dat geloofsversterkende verhalen over wonderbaarlijke genezingen per definitie vaag moeten zijn omdat het bij deze verhalen niet gaat om feitelijke gebeurtenissen maar hooguit om religieuze interpretaties van toevallige gebeurtenissen. Wie een dergelijk verhaal met controleerbare details doorspekt, loopt een groot risico om door de mand te vallen.

Menno is het niet eens met deze stelling en geeft een tegenvoorbeeld dat hij niet beschouwt als een vaag verhaal uit een ver verleden, omdat er “wél relevante details (zoals de naam van degene die genezen werd)” gegeven worden. Het zijn echter juist deze details die duidelijk maken dat we hier geenszins te maken hebben met een wonderbaarlijke genezing.  

Het door Menno geciteerde voorbeeld heeft betrekking op een uitbraak van niet-tropische malaria in Commerce, Illinois van 8 juli tot 22 september 1839. Deze vorm van malaria is niet dodelijk en zonder enige behandeling gaan de symptomen na 10 tot 30 dagen vanzelf weer over. Dat Elijah Fordham op sterven lag is dus waarschijnlijk een gevalletje van “dichterlijke vrijheid” en zijn genezing op de 14de dag na de uitbraak van de ziekte was niet wonderbaarlijk maar lag volkomen in de lijn der verwachtingen. 

Dat Joseph Smith’s toevallige aanwezigheid geen enkele invloed had op het verloop van de epidemie blijkt ook wel uit zijn opmerking dat die dag vele mensen beter werden (maar niet allemaal) en dat er nog steeds nieuwe gevallen bijkwamen.  

Ik wil mijn oorspronkelijke stelling over wonderbaarlijke genezingen dan ook handhaven, ook al zou dit volgens Menno betekenen “dat alle geciteerde schriften over die genezingen naar het rijk der mythen en fabelen verwezen zouden moeten worden”. De logica van deze conclusie ligt blijkbaar zo voor de hand, dat deze "zelfs" voor een oprecht gelovig mens te trekken is.

reageer hier

7 - Tekenen van de ware Kerk

Wonderbaarlijke genezingen zijn slechts één van de véle tekenen , die de Ware Kerk van Jezus Christus kenmerken!
In het eeuwige perspectief , is de hoofdzaak van ons aards bestaan , vooral gelegen in Gods aanbod aan Zijn kinderen, om eeuwige vooruitgang te kunnen maken.
Daaraan zijn voorwaarden verbonden die in het eeuwige evangelie zijn geopenbaard. Via vrijwillige maar zéér bijzondere "verbonden" , tonen wij God onze bereidheid om Zijn aangeboden weg te volgen.
Het "stimmuleren" van Gods kinderen , om met volle overgave en enthousiasme,  aan die unieke "weg tot zaligheid en vervolmaking" te werken , gebeurt op velerlei wijzen .
Voor mij zijn wonderbaarlijke genezingen slechts één prikkel tot groter geloof en vertrouwen in Zijn bekommernis om de mensen.
Christus persoonlijke bediening ging gepaard met machtige tekenen en wonderen, maar toch beloofde Hij dat er na Zijn vertrek een nog machtigere invloed zou verstrekt worden, namelijk de Heilige Geest!
Dé allergrootste stimmulans voor onze vooruitgang is dan ook de voelbare aanwezigheid van de Heilige Geest! 
Het getuigenis dat de Heilige Geest brengt , is dé grootste troost en krachtbron tot verder leven, ook als onze onvolmaakte, soms ziekelijke , lichamelijke omstandigheden dezelfde blijven! 
De dood is immers voor ieder van ons een "doodgewoon" onderdeel van onze proeftijd op aarde!
Eéns zullen wij opstaan met een onsterfelijk lichaam!
Het gevaar van té veel belang te hechten aan "wonderen" , kan er zelfs in bestaan dat we onze belangrijkste focus uit het oog verliezen!
De graad van ons bekeringsproces , die onze vooruitgang kenmerkt , moet hierbij onze grootste focus zijnl! En bekering is onafscheidelijk verbonden met het Zoenoffer van Jezus Christus...
Geloof en vast vertrouwen in Hem zijn noodzakelijk en door het sluiten van plechtige verbonden, gaan we Zijn grote Plan van Gelukzaligheid met de mensenkinderen béter en béter waarderen en begrijpen!
Tijdens Christus' bediening op aarde , is het dan ook logisch dat Hij Zijn Meesterschap in "genezing van lichaam én geest" tot zijn volste recht mocht brengen!
Daardoor gaf Hij de mensen van toen én van nu , reeds een geweldige stimulans tot geloof en vertrouwen in Hem!
Bij elke nieuwe bedeling van het evangelie is het logisch dat de God deze stimulans met voldoende frekwenties "aanwakkert" !
Tot slot kan ik getuigen dat ik in mijn lidmaatschap wél degelijk persoonlijk "wonderen van genezing" meemaakte!
Als we alle wonderbaarlijke genezingen sinds Joseph Smith , écht zouden registreren , zouden we waarlijk verbaasd staan!
De hoofdredenen waarom Algemene Autoriteiten en de véle geweldige broeders en zusters ,weiniger over wonderbaarlijke genezingen spreken, zijn:
* alléén in gepaste omstandigheden daarover getuigen, wanneer door de Heilige Geest daartoe geïnspireerd , heeft het zijn volle waarde;
* geloof in Jezus Christus wordt absoluut niet gegarandeerd door het meemaken van wonderbaarlijke genezingen!
* zelfs al worden we wonderbaarlijk uit de dood gered in dit leven , dan nog zal  bekering geen aanvang vinden, als we Gods Plan niet volgen,en dat is nét de weg tot vervolmaking en zaligheid!

reageer hier

 

8- Atheïsme, scepsis en het denken in platte vlakken
 
Als gelovig christen voeg ik mij graag bij deze discussie. In "6 - Feiten en Fabelen" wordt zomaar even beweerd dat "... geloofsversterkende verhalen over wonderbaarlijke genezingen per definitie vaag moeten zijn omdat het bij deze verhalen niet gaat om feitelijke gebeurtenissen maar hooguit om religieuze interpretaties van toevallige gebeurtenissen. Wie een dergelijk verhaal met controleerbare details doorspekt, loopt een groot risico om door de mand te vallen." Dan wordt de vermelding "dat Elijah Fordham op sterven lag ... waarschijnlijk een gevalletje van dichterlijke vrijheid” genoemd, en "zijn genezing ... niet wonderbaarlijk maar lag volkomen in de lijn der verwachtingen."
 
Deze schrijver, die zichzelf als atheïst aanduidt en die er in zijn eerste commentaar alvast blijk van gaf zeer goed bekend te zijn met mormoonse schriften en tradities, benadert de gelovige medemens wel met een zeer groot wantrouwen: Tenzij een gelovige diens religieuze ervaringen wetenschappelijk kan aantonen, betreft het volgens deze schrijver kennelijk slechts dichterlijke vrijheden, en zijn deze in elk geval niet echt, zoals hij zijn eerste "spontane reactie" besluit.
 
Uit diens conclusie: "De logica van deze conclusie ligt blijkbaar zo voor de hand, dat deze zelfs voor een oprecht gelovig mens te trekken is" blijkt dat deze schrijver wel zeer nadrukkelijk redeneert vanuit zijn eigen, atheïstische perspectief; in zijn eerste inzending schreef hij ook al dat "iets in geloof aannemen ... niet hetzelfde is als wetenschappelijk onderzoek", waarop al is geantwoord met het afkeurend duiden op "de moderne opvatting dat alles wat niet wetenschappelijk aantoonbaar is, bij voorbaat in twijfel getrokken moet worden, of ... dat het van goedgelovigheid of naïviteit zou getuigen als we ook datgene voor waar aannemen wat niet wetenschappelijk aantoonbaar is". Wanneer een dergelijke "logische" redenatie zou worden doorgetrokken, dan moet veel van wat zich in het verleden heeft afgespeeld; veel van wat onze overleden medemensen hebben gezegd of ervaren; en zelfs ons ervaren in het hier en nu, op zijn minst met een korrel zout worden genomen, tenzij er bijvoorbeeld een fotograaf of een notaris bij aanwezig zijn of waren, om het wetenschappelijk te kunnen bewijzen.
 
Terug naar de wonderbaarlijke genezingen: In het in de voorgaande reacties reeds geciteerde interview "Wouter van Beek over geloven als academicus" door Hilda van de Rijke komt Dr. Wouter van Beek aan het woord. Dr. van Beek is iemand die eventueel nog steeds - mits hij daarvoor open staat - benaderd zou kunnen worden over deze ervaring, ook al vond die plaats in Afrika, en niet in mormoonse kring. Dit is geenszins "vaag", en het gaat duidelijk wél over "feitelijke gebeurtenissen". Bovendien heeft Wouter van Beek als academicus en hoogleraar toch wel een reputatie op te houden; kan hij het zich veroorloven om verhaaltjes te verzinnen, die als "waar gebeurd" worden gepubliceerd op Internet?
 
Uit het hele relaas van deze discussie begrijp ik dat wonderbaarlijke genezingen nog wél plaatsvinden, bijvoorbeeld bij een religieuze stam in Afrika die door een mormoons leider wordt bezocht, maar niet meer bij de mormonen zélf - of dat die daar althans zo zeldzaam zijn, dat zelfs haar hoogste leiders er geen meer weten te noemen. Dat geeft toch zeer te denken ...
 
Omdat de discussie die de atheïstische schrijver van "1 - Spontane reactie" en "6 - Feiten en Fabelen" aan schijnt te willen gaan, volgens mij zou voeren tot ver buiten het kader van de discussie rondom wonderbaarlijke genezingen, zou ik hem een aanbeveling willen doen die hem, vermits hij oprecht geïnteresseerd is in de waarheid, toch tenminste aan het denken zou moeten zetten, eens temeer aangezien dit boek is geschreven door een drietal vooraanstaande wetenschappers:
 
Ik wil hem gaarne aanbevelen het boek "Omhoog kijken in platland - Over geloven in de wetenschap" door Prof. dr. René van Woudenberg, hoogleraar aan de faculteit der Wijsbegeerte; Prof. Dr. Gijsbert van den Brink, Universitair hoofddocent dogmatiek, beiden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, en Prof.dr. Cees Dekker, hoogleraar Moleculaire Biofysica aan de Technische Universiteit Delft. Het zou de schrijver van voornoemde reacties, en met hem ieder ander, toch moeten interesseren hoe het bestaan van een voor de meeste stervelingen doorgaans niet direct waarneembare, en dus niet wetenschappelijk aantoonbare God, wordt benaderd door deze wetenschappers, van wie gezegd wordt dat zij "geneigd zijn kleingeestigheid ... ook daar te situeren waar toonaangevende intellectuelen menen dat de laatste en diepste vragen aangaande onze werkelijkheid ... zich slechts langs wetenschappelijke weg zouden laten beantwoorden. Een benadering die God en het geloof in God per definitie uitsluit uit elk serieus discours, is vergelijkbaar met de benadering van de platlander die niet bereid is te denken buiten het platte vlak
van zijn waarneembare wereld – die als het ware niet omhoog kan kijken – en die van de weeromstuit dan concludeert dat er dus wel niet meer zal zijn dan zijn eigen platte vlak."
 
Zij voegen hieraan toe dat "velen zich – naar hun gevoelen volkomen ten onrechte – laten imponeren door de als ‘wetenschappelijk’ gepresenteerde antireligieuze aanspraken van sciëntistisch geïnspireerde (en vaak scherpzinnige) intellectuelen .... Dit boek wil
laten zien dat het ten enenmale onjuist is te menen, dat ‘de wetenschap’ de onhoudbaarheid van religie – en in het bijzonder van het christelijk geloof – zou hebben aangetoond."
 
De verdere inleiding tot dit boek, waaruit bovenstaande is geciteerd, leest u hier; daarin vindt u ook een verwijzing naar het oorspronkelijke (Engelstalige) werk, dat deze schrijvers ter inspiratie heeft gediend om aan te duiden dat het universum veel verder reikt dan wij stervelingen kunnen waarnemen, bedenken, ons voorstellen, of zelfs beginnen te bevroeden. Een universum dan ook, waarin er wel degelijk plaats is voor wonderen van allerlei aard, die nooit teweeg gebracht kunnen worden door menselijk vernuft, maar alleen door de interventie van een voor ons nog tezeer ongekend Opperwezen, mits wij bereid zijn om ons in ons denken en geloven te verheffen tot boven het platland van deze aardse sterfelijkheid. En is dat het niet wat in allerlei religieuze belevingen als "geloven" wordt ervaren?
 
Echter, wanneer louter het kerkelijke leven zélf, in welke kerk of religie dan ook, en vooral ook de leiders daarin, ons geheel en al in beslag gaan nemen, dan schieten wij daarmee ons doel voorbij; dan richten wij onze gedachten niet meer tot dit Opperwezen dat ons in liefde schiep, maar dan laten wij voor ons denken. Zo kennen wij meer autoriteit en gezag toe aan deze stervelingen dan dat dit Opperwezen ooit bedoeld kan hebben, en dan ontzeggen wij onszelf een persoonlijk ervaren van Hem. Indien wij doorgaan op dat neerwaartse pad, dan bereiken wij eens de donkere diepten van Platland, waarin wij ons beperken tot de horizon van alleen het waarneembare van onze sterfelijkheid. Dan ontkennen wij ook het leven na dit leven - en zo blijft er dan zelfs van ons aardse leven niets meer over dan een dimensieloze punt, die gedoemd is om eens te verdwijnen in de vergetelheid - een treurig lot! 
 
Als gelovig christen zou ik u willen vermanen om dat Opperwezen, die God van Waarheid, in de geest te zoeken, want "wij komen uit God voort. Wie God kent luistert naar ons. Wie niet uit God voortkomt luistert niet naar ons. Hieraan kunnen we de geest van de waarheid en de geest van de dwaling herkennen." (1 Johannes 4:6) en "er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid.’" (Johannes 4:23-24). Mogen wij dat doen, in geest, waarheid, vrede en broederschap.
 
Een broeder in Christus

reageer hier


9 - symbolische bevestiging

Ik weet niet zeker dat priesterschapszegeningen ter gezondmaking belangrijker zijn dan menselijk medeleven en medebezorgdheid. Ze zijn er een symbolische bevestiging van. De zorg en aandacht van mijn vrouw en kinderen bij ziekte weegt voor mij oneindig veel zwaarder dan een formele priesterschapzegen. 
Als we het hebben over wonderbaarlijke genezing denk ik zelf vooral aan psychologische genezing op basis waarvan physieke genezing of mentale aanvaarding van ziekte mogelijk kunnen zijn. Ik zie de priesterschapshandeling daarbij als een ondersteundend ritueel dat aangeeft dat de patient de weg van genezing wil bewandelen in welke vorm dan ook.

reageer hier

10 - wonderen toetsen

Een leuke link over een dokter die vanuit zijn medische kennis en ervaring wonderen beschouwt:

http://www.trouw.nl/religie-filosofie/article2901589.ece/De_dokter_wil_wonderen_gaan_toetsen_.html

reageer hier


11 - verbond met God

Persoonlijk heb ik veel wonderen meegemaakt – nog sterker – gisteren nog een genezing van mijzelf. Ik zal u de details besparen. Maar waar ik mij zorgen over maak met discussies over of wonderen al dan niet bestaan, en over of die wonderen al dan niet door priesterschap tot stand zijn gebracht is het feit dat genezing niet komt door priesterschap, maar door geloof (zie laatste aantal verzen van Jacobus bijvoorbeeld). Het doel van priesterschap is niet om te genezen, maar om als officiant een betrokkene te helpen bij het sluiten van een verbond (zalving).
De priesterschapsdrager verzegelt dan de zalving – het verbond, en “INDIEN geïnspireerd” kan hij er een zegen aan toevoegen.
Maar of hij de zegen toevoegt of niet – en of hij het wel goed verwoord of niet, is niet relevant. Het gaat om het verbond dat de betrokkene heeft gesloten.
Dat verbond is een overgave van de zieke aan God, met de erkenning dat God bepaalt of hij geneest of ziek blijft – of misschien dood gaat. Deze overgave stelt de zieke in de handen van de Heer, waardoor zijn ziek zijn in de Heer zal zijn, dan wel zijn genezing…
Priesterschapszegens hebben m.i. niet als doel om te genezen, maar om verbonden te laten sluiten – zoals in alle priesterschapsverordeningen.  Een discussie over genezingen is voor mij irrelevant. Dat God geneest – in welke kerk of onder welke omstandigheden dan ook – is evident. De vraag is echter of wij Zijn hand in alle dingen erkennen.
En dat is een persoonlijke geloofsovertuigingszaak.


reageer hier

12 - Wonderbaarlijke genezingen
 

Vaak willen wij wonderen toe dichten aan een kerk, al dan niet de ware.

Ook gebruikt men soms wonderen als gehoorzaamheidsmeter van de mens. 

Ik kende twee mensen die tegelijkertijd kanker hadden. De één was lid de ander niet. Ik vertelde iemand over het zieke niet-lid. De reactie was: ja, wel erg, maar te verwachten zoals die leefde. Ik vroeg gespeeld verbaast: o, hoe leefde die dan?

Nou, hij lustte nogal een borreltje.

Ik antwoordde, maar dan zou een groot deel van de Nederlandse bevolking en ver daar buiten dus die ziekte moeten hebben want ik ken massa mensen die wel meer dan één borreltje nemen. Toch zijn die kerngezond. Maar, hoe zit het nou met ons zieke kerklid.
Zou die dan ook een borreltje nemen stiekem? Die heeft dezelfde ziekte.

Maar nee, dat was een beproeving. 

Wat mij ook verbaast is als iemand dan geneest dan is het de wil van God en als dat niet gebeurd ook. Zo kun je alle kanten op. Je zit altijd goed.

Maar hoe nu met zalvingen en wonderen. Ik geloof in wonderbaarlijke genezingen, heb er toch wel enkele meegemaakt in mijn leven, maar niet uitsluitend in de kerk.

Nog niet lang geleden had iemand een pittige hernia. Lag in bed en kon zich niet meer bewegen. Er kwam een vrouw aan te pas die een mooi, dringend gebed uitsprak en de persoon kon direct weer lopen. Wonderlijk. Sommige dingen kun en moet je niet willen beredeneren. Zoals Nicolaas Beets zei: Met begrijpen zal het niet gaan, neem het onbegrepen aan. 

Of zoals Albert Einstein verklaarde:

“De mooiste emotie die wij kunnen ervaren, is die van het mysterie.
Het is de meest wezenlijke emotie die aan de wieg van alle ware kunst en wetenschap staat.
Degene voor wie deze emotie een vreemdeling is, die zich niet langer kan verwonderen en kan laten meesleuren door ontzag is zo goed als dood, een uitgeblazen kaars.
Om te beseffen dat er achter alles wat ervaren kan worden, iets is waar we met ons verstand niet bij kunnen, waarvan de schoonheid ons slechts indirect bereikt: dat is religie.
In die zin, en alleen in die zin, ben ik een diep religieus mens.”

 

En hier sluit ik me graag bij aan.

reageer hier

 

 

 

 

 

MVG is onafhankelijk: meningen die op deze website worden gegeven, zijn persoonlijke opvattingen van individuele heiligen der laatste dagen of van andere belangstellenden en zijn niet noodzakelijkerwijze representatief voor de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen als kerkgenootschap.