
Een serie boekbesprekingen
n.a.v. het verschenen Internet-boek: Liberal Mormon
van auteur John-Charles Duffy, lid van de Amerikaanse zuster organisatie
van MVG:
MESJ - Mormons for Equality and Social Justice. De redaktie van MVG
vond veel bruikbare ideen in de tekst dermate de moeite waard dat zij
besloot een dialoog te presenteren in de vorm van een maandelijkse boekbespreking
van de afzonderlijke hoofdstukken. Veel verwijzingen in de tekst gaan
over hoe vrijzinnigen progressief zijn in hun benadering van waarheid,
en over hun streven naar een wereld zonder armoede, oorlog, of onrechtvaardigheid.
Zoals auteur John-Charles Duffy het zelf uitdrukt: "Ze staan voor
individuele vrijheid en een democratische samenleving; ze hebben moeite
met onrechtvaardige heerschappij. Ze benadrukken het belang van sociale
rechtvaardigheid, gelijkheid, vrede, en zorg voor het milieu".
Er zijn echter ook zeker de nodige kritische kanttekeningen te plaatsen
bij de afzonderlijke hoofdstukken van Liberal Mormon; aldus ontstond
een aantal korte en kritische beschouwingen van een Internet-boek dat
ons wil laten kennismaken met het fenomeen Vrijzinnig Mormonisme.
Deze maand: WAT IS VRIJZINNIGE
MORMOONSE SPIRITUALITEIT?
(klik op de bovenstaande link voor de volledige tekst van het hoofdstuk)
"Onze hemelse Vader is vrijzinniger in Zijn opvattingen,
en grenzelozer in Zijn genade en zegeningen,
dan wij kunnen geloven of aannemen".
Joseph Smith
( Teachings of the Prophet Joseph Smith (Salt Lake City: Deseret Book,
1976), 256)
Aldus een citaat van Joseph Smith in het eerste hoofdstuk van Liberal
Mormon, een uitspraak die ik nog niet eerder was tegengekomen,
maar die inderdaad heel goed aansluit bij het thema vrijzinigheid. De
schrijver lijkt het citaat zo nadrukkelijk te willen aanhalen om aan
te willen geven dat Joseph Smith het recht op religieuze vrijheid van
meningsuiting ontleende van een hemelse Vader die "vrijzinniger
is in Zijn opvattingen, en grenzelozer in Zijn genade en zegeningen,
dan wij kunnen geloven of aannemen". De jonge profeet Joseph Smith
werd door zijn omgeving zeker als vrijzinnig gebrandmerkt, een vrijzinnigheid
die niet getolereerd kon worden met alle gevolgen van dien. Ook als
leden van de kerk in deze tijd voelen we nog iets van de spanning tussen
onze idealen en wat anderen daar over denken. De meeste Christenen komen
nog maar nauwelijks los van een Christendom dat het alleenrecht lijkt
op te eisen om uit te mogen maken wie wel en wie niet als Christenen
mogen worden beschouwd en daarin is zeker geen plaats voor een levensbeschouwing
zoals het Mormonisme. Onlangs deed journalist Twan van Lierop in het
Brabants Dagblad (10 sept. 2007) verslag van een tweegesprek met Prof
dr. Wouter van Beek n.a.v. een symposium georganiseerd door de Universiteit
van Tilburg getiteld: De Nacht van het Geloof:
" Wat hem (Wouter van Beek) onder meer opvalt is dat met name
het christendom ons precies wil vertellen wat de 'Waarheid' is. "In
geen enkele andere godsdienst is de geloofsbelijdenis zo belangrijk",
zegt Van Beek. "Ik ken geen andere religie met een inquisitie en
geen andere religie waar kerken wegens geloofskwesties uit elkaar gaan".
Welnu, de inquisitie ligt al geruime tijd achter ons, maar de nadruk
op het willen definieren van de 'waarheid' is gebleven, en klaarblijkelijk
speelt dit ook een rol bij ons in de kerk. Auteur John-Charles Duffy:
"Heeft de Geest u d.m.v. het Mormonisme geleid
in uw leven, maar heeft u moeite met HLD leringen als letterlijke of
onveranderlijke waarheid? Bent U bezorgd dat er teveel nadruk wordt
gelegd op gehoorzaamheid, autoriteit, kerkelijke programma's en voorschriften,
en rechtzinnigheid in de leer, en dat deze een schaduw kunnen werpen
op beginselen als mede-lijden, dienstbaarheid, vrije wil, persoonlijke
openbaring en sociale rechtvaardigheid"?
Ik kom met regelmaat mensen in de kerk tegen die behoefte hebben aan
meer genuanceerdheid en die inderdaad moeite hebben met een al te letterlijke
benadering van geloofszaken. Welnu, dat is eigenlijk ook zo ongeveer
de formele kerkelijke benadering, d.w.z. de kerk legt de nadruk op het
belang van genuanceerdheid in al haar verklaringen en lijkt ook zeker
open te staan voor een voorzichtige dialoog over allerlei nieuwe theologische
en maatschappelijke ontwikkelingen. De kerk voert immers 'voortgaande
openbaring' hoog in het vaandel! Het lijkt mij meer een probleem van
hoe kerkleden onderling elkaar te weinig ruimte geven om zich uit te
spreken in zondagschool-discussies en in gesprekken onder elkaar. U
herkent ongetwijfeld de situatie waarin zuster X een kritische maar
heel relevante vraag stelt over het onderwerp in 'n bepaalde lesperiode,
maar die dan ogenblikkelijk wordt gepareerd met een iewat bestraffende
opmerking van een medelid of van de leerkracht. Geheel onnodig, en zelfs
in tegenspraak met de kerkelijke richtlijnen die een levendige en open
discussie over het lesonderwerp willen aanmoedigen! Ook zijn we bekend
met het toch zo door en door Mormoonse gegeven van persoonlijke openbaring
in evenwicht met respect
voor de formele kerkelijke openbaring. Het lijkt er op dat de
auteur bezorgd is dat er teveel nadruk wordt gelegd op autoriteit, een
begrijpelijk probleem, maar dat waarschijnlijk
meer door individuele leden wordt veroorzaakt dan door de kerkelijke
leiding. Door onze onmacht om een goede discussie met elkaar te voeren,
besluiten sommige leden de kerk te verlaten omdat zij ervaren dat zij
niet serieus worden genomen. Inderdaad een probleem dat door de kerk
word onderkend als een oorzaak die leidt tot inaktiviteit. In een zendingskerk
als de onze zijn we gezegend met een gestage groei in ledental, maar
wijzen onze leiders ons er voortdurend op dat we onvoldoende aandacht
besteden aan het probleem van inaktiviteit. Op alle fronten kan het
beter.
Misschien moeten we leren wat creatiever om te gaan met lesmateriaal
als leerkracht; op het Internet zijn talloze sites die daarbij behulpzaam
kunnen zijn. Als bezoekers in een zondagschoolklas kunnen we ook wat
meer moeite nemen om thuis het lesonderwerp te bestuderen; dat wordt
ons trouwens altijd gevraagd, maar slechts 'n enkeling doet het.
Leden onderling en leiders onderling kunnen elkaar aanmoedigen tot onbevangen
dialoog; als er ergens plaats is om ons uit te spreken over de belangrijke
dingen in het leven dan zou dat toch ons treffen in kerkelijk verband
moeten zijn. Verdraagzaamheid, nederigheid en naastenliefde nodigen
uit tot luisteren naar elkaar. Het is de verdienste van extreme en fanatieke
geloofsopvattingen dat zoiets helaas steeds minder mogelijk lijkt. President
James E. Faust: "Een belangrijk aspect van de boodschap van het
evangelie is dat we ons niet te extreem opstellen."
De suggestie van de auteur dat een letterlijke geloofsopvatting "een
schaduw kan werpen op beginselen als mede-lijden, dienstbaarheid, vrije
wil, persoonlijke openbaring en sociale rechtvaardigheid",
alhoewel begrijpelijk, doet m.i. te weinig recht aan het simpele feit
dat vrijwel alle kerkleden die ik ken zich op allerlei manier proberen
in te zetten voor al de bovenstaande zaken. Wel zullen we het allemaal
zonder meer eens kunnen zijn met de slotopmerking van de auteur in dit
eerste hoofstuk:
"De centrale vraag die word gesteld is: Waar, in de HLD geloofstraditie,
is de geest aan het werk? Met andere woorden: Op welke manier bevorderen
HLD leerstellingen en praktijk, geestelijke groei, en hoe inspireren
ze ons om het goede te kiezen"?
2007 Robert Poort