(Lees ook 'Mormoons Forum' onder aan deze pagina.)
“Ik verblijd mij zeer in de HERE, mijn ziel juicht
in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met
de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld”. Jesaja
61:10
Leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
die in een tempel zijn 'begiftigd' met de heilige verbonden die daar
worden gesloten, dragen als teken daarvan speciale onderkleding die
hen daaraan voortdurend doet herinneren.
De 'Encyclopedia of Mormonism' schrijft over de onderkleding: “Het
is een uiterlijke uitdrukking van een innerlijk verbond met de evangelieprincipes
van gehoorzaamheid, waarheid, leven en discipelschap in Christus...het
symboliseert Christus-achtige eigenschappen” (p.534)
Uit: Newsroom: The Church of Jesus Christ of Latter
Day Saints:
In The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, garments
are worn beneath street clothing as a personal and private reminder
of commitments to God. Garments are considered
sacred by Church members and are not regarded as a topic for casual
conversation.
Geen onderwerp van een al te informele benadering dus, maar in het
licht van het prachtige project 'doophemden' van Ds. C. Wessel, protestants
predikant in Heerenveen, verwijzen we graag naar de onderstaande (engelstalige)
internetpagina's, voor nadere informatie over mormoonse 'garments'.
http://www.mormon-underwear.com
The
Ensign, August 1997
www.ldschurchtemples.com
ldsfaq BYU
Voor heiligen der laatste dagen maakt het dragen
van het zgn. 'garment' (naar het Engelse 'garment' ofwel: 'kledingstuk')
al meer dan 150 jaar deel uit van de geloofsbeleving
en met belangstelling namen we dan ook
kennis van het initiatief van Ds. Wessel: „Het
doophemd is een concept met een aantal eenvoudige bestanddelen”,
zegt ds. Wessel. „Het is bij voorkeur van linnen, met daarop een
symbool dat verwijst naar Christus of naar God. Het hemd wordt gedragen
onder de kleding, direct op de huid.”
MVG is verheugd dat ook andere christenen zich laten inspireren door
prachtige symboliek die verwijst naar onze verbondenheid met Jezus Christus.
Klik hier
voor fotobeelden van een aantal creatieve 'doophemden'.
De onderstaande aanhalingen werden, met volledige bronvermelding, overgenomen
uit de Internet-editie van het Reformatorisch Dagblad en de website
www.coenwessel.nl.
Doophemd: als beeld van stof
uit: Reformatorisch Dagblad Interneteditie:
J. M. Stolk : 13-05-2005
Aan de lange traditie van religieuze gewaden is een nieuw kledingstuk
toegevoegd: het doophemd. Het is een linnen hemd dat onder de dagelijkse
kleding wordt gedragen en herinnert aan de doop. „Gaan we hiermee
niet terug naar de tijd voor de Reformatie?” zo schrijft een van
de bezoekers in het gastenboek van de tentoonstelling.
In de Domkerk in Utrecht is begin deze week de expositie ”Op
het lijf gedragen. Doophemden in de Dom” geopend. Op de tentoonstelling
zijn achttien doophemden te zien van textielkunstenares Marijke Jager
en couturi? Jeanette de Wilde. In de kooromgang van de kerk hangen exemplaren
die jongeren uit Heerenveen en Utrecht voor zichzelf hebben gemaakt.
Het doophemd wil het geloof van de drager uitbeelden. Een van de hemden
heeft de titel ”Bescherming” en is geheel bedekt met bladzijden
uit de belijdenisbijbel van Marijke. „Om het lijf te beschermen
tegen kou en bevriezing, deed men vroeger een krant onder het hemd:
Gods Woord beschermt je als je op weg gaat”, luidt de uitleg.
In een ander doophemd, een dun, zijden babyhemdje, zijn waterdruppels
geweven. Het verbeeldt de kwetsbaarheid van de mens. „De aangebrachte
waterdruppeltjes, gemaakt van haar, staan voor de beschermende woorden:
Er zal geen haar van je hoofd vallen...”
Uitvinder van het doophemd is de protestantse predikant C. Wessel uit
Heerenveen. Het idee kwam enkele jaren geleden in hem op en werd gaandeweg
concreter. „Het doophemd is een concept met een aantal eenvoudige
bestanddelen”, zegt ds. Wessel. „Het is bij voorkeur van
linnen, met daarop een symbool dat verwijst naar Christus of naar God.
Het hemd wordt gedragen onder de kleding, direct op de huid.”
In het boekje ”Op het lijf gedragen. Doophemden als uiting van
geloof”, licht ds. Wessel de betekenis van het kledingstuk toe.
„Het doophemd is nieuw, maar roept meteen een veelheid aan bijbelse
en theologische associaties op. Het verbeeldt dat je bekleed bent met
Christus. De apostel Paulus gebruikt het beeld dat je in de doop Christus
aantrekt, als was Hij een kledingstuk. Het doophemd materialiseert dat
beeld.”
Het doophemd is niet hetzelfde als een doopjurk. Ds. Wessel: „Het
is geen kledingstuk dat je tijdens je doop hoeft te dragen, maar is
bedoeld als herinnering aan de doop.” Zelf heeft de Heerenveense
predikant verschillende exemplaren. „Dat is handig als er ? in
de was is. In je leven kun je meerdere doophemden hebben, stel ik me
zo voor. Want je wordt misschien wat dikker, je hemd verslijt, je geloof
wordt anders.”
Ds. Wessel draagt zijn doophemd wanneer hij dat wil. „Er is geen
gebod dat je het verplicht moet dragen. Ik begon ermee in kerkdiensten
waarin ik voorging of die ik bezocht. Sinds kort probeer ik het hemd
ook te dragen bij andere gelegenheden. Dat valt niet mee. Alsof ik geen
zin heb om steeds te geloven, steeds christen te zijn en ik met mijn
doophemd mijn geloof aan- en uittrek.”
Het doophemd is van linnen en verwijst naar de onderkleding van de
tempelpriesters van Isra? legt ds. Wessel uit. „Het geeft daarmee
iets heiligends en iets priesterlijks aan de drager. Linnen werd ook
gebruikt om doden in te wikkelen. De evangelist Johannes vermeldt de
linnen windsels waarmee Jezus gebonden lag. Het maakt het doophemd ook
tot een doodshemd, een teken dat je in de doop met Christus gestorven
bent.”
Ds. Wessel vroeg de textielkunstenaressen Marijke Jager en Jeanette
de Wilde enkele doophemden te ontwerpen en te maken. Zelf ging hij aan
de slag met een groep jongvolwassenen uit zijn eigen gemeente. De creaties
van de kunstenaars en de jongeren zijn te zien in de Utrechtse Domkerk.
Maaike (17) ontwierp een hemd met geborduurde korenaren. „De
halmen hebben verschillende betekenissen”, zo legt zij uit. „Jezus
kan in iedere persoon groeien als je een goede ondergrond geeft. Maar
ook: de vrijheid van vakantie, de zon op een groot gouden korenveld.”
Marij (15) koos voor een doophemd met een boot daarop. „De boot
staat symbool voor mijzelf, gewoon omdat ik graag zeil. Dat een boot
ook voor gemeenschap staat, is een toevallige maar goede bijkomstigheid.”
Over de doophemden in de Domkerk wordt verschillende gedacht, zo blijkt
uit het gastenboek. Een bezoekster vindt het kledingstuk „een
prachtige hulp bij het doorleven en verinnerlijken van geloof en bezieling.”
Voor anderen heeft het doophemd weinig om het lijf. „Gaan we hiermee
niet terug naar de tijd v?de Reformatie? Het hoort niet bij de doop
en er staat niets over in Gods Woord”, schrijft Esther uit Dordrecht.
Ds. Wessel kan weinig met deze kritiek. „Het klopt dat het doophemd
niet in de Bijbel wordt genoemd, maar hetzelfde geldt voor de doopjurk.
Het is meer een uitwerking van wat Paulus schrijft over het bekleed
worden met Christus. Het doophemd maakt van een beeld in taal een beeld
in stof.”
Projectbeschrijving Doophemd
uit: http://www.coenwessel.nl/Projectbeschrijving%20doophemden.html
Een doophemd is een kledingstuk dat je direct op je bovenlichaam draagt.
Over het doophemd heen draag je andere, gewone kleren. Het doophemd
is dus niet te zien voor anderen. Degene die het doophemd draagt voelt
wel dat zij of hij het doophemd draagt. Daardoor word je tijdens het
dragen bepaald bij je verbondenheid bij Christus en bij God.
Het doophemd is gemaakt van linnen, een stof met een hoge symbolische
waarde en soms (afhankelijk van de kwaliteit) ook een stugge stof die
je direct voelt. Het doophemd is bewerkt met een symbolen/afbeeldingen
die verwijzen naar Christus en eventueel ook met teksten, zegenspreuken
etc.
Het project
De textielkunstenaressen Marijke Jager en Jeannette de Wilde
hebben de afgelopen anderhalf jaar een zestiental doophemden gemaakt.
Dit zijn kunstig bewerkte hemden, die laten zien wat een doophemd kan
zijn..
Rond deze doophemden wordt een expositie ingericht in de Domkerk in
Utrecht gedurende acht weken in de periode 6 mei-26 juni 2005. De expositie
wordt ondersteund door de kunstcommissie van de Domkerk en medewerkers
van museum het Catharijneconvent.
Het is onze bedoeling dat het niet blijft bij deze expositie, maar
dat het doophemd ook een voorwerp voor elke dag wordt en ingang zal
vinden in het Nederlandse christelijke leven. Daarom zullen er naast
de kunstig bewerkte hemden ook een paar meer eenvoudige hemden worden
tentoongesteld die gemaakt zijn door jongeren uit Heerenveen en Utrecht.
Aspecten van het doophemd
Verborgen. Het doophemd wordt onder de gewone kleding gedragen.
Het is niet te zien voor een ander, het hemd is alleen gericht op de
drager van het hemd. Het is geen logo waarmee je probeert te communiceren
hoe goed en modern je bent. Het is geen teken, waarmee je je van het
begin af aan van een ander onderscheidt. “Mijn hemd is geen vaandel,
dat ik in één schare voer tegenover een tweede”
schrijft Harman Nielsen in een prozagedicht over het doophemd. Jezus
beveelt zijn discipelen aan om niet openlijk te bidden om daarmee hun
gelovigheid aan heel de wereld te laten zien. Het is beter om te bidden
in de afzondering en afgeslotenheid van een huis. Het doophemd verbeeldt
die afgeslotenheid.
Het verwijst ook naar de verborgenheid van God. God is niet zomaar te
zien in deze wereld. In deze wereld heerst God nog niet voluit. Het
bijbelse visioen dat God zijn mensen met blinkende gewaden zal bekleden
(Openbaring 7:9 en 19:8) is nog niet werkelijk. De wereld is zo nog
niet, de mensen zijn nog niet zo, ook de christenen niet. Daar moet
je dus ook niet op vooruit lopen door je hemd openlijk te dragen. Die
tijd komt nog wel.
In onze samenleving zit aan die verborgenheid van God een extra aspect.
God is vrijwel uit het openbare leven verdwenen. Het doophemd verbeeldt
dat het christelijk geloof niet vanuit die openbaarheid gevoed wordt,
maar een kracht in het verborgene is.
Identiteit. Een doophemd is een herinnering aan Christus/God. Het bepaalt
een mens steeds opnieuw bij zijn van Christus-zijn. Het helpt erbij
dat geloven niet alleen iets is van een moment in de kerk, maar meegedragen
wordt in heel het leven. Het versterkt de christelijke identiteit in
een tijd dat die niet zo veel door een omgeving wordt bevestigd.
Individualiteit. In de kerk wordt de gemeente veelal als collectief
aangesproken. Veel activiteiten zijn gericht op gemeenschapsvorming.
Nieuwkomers worden uitgenodigd zich te voegen in de bestaande structuren
van een gemeente. De kerk heeft moeite met de individualiteit van mensen.
Het doophemd is op twee manieren gericht op de individualiteit van mensen:
1) het doophemd wordt door iemand afzonderlijk op zijn lichaam gedragen
2) mensen maken zelf hun doophemd (respectievelijk: kiezen zelf hun
doophemd uit).
Lange duur. De doop is een rite van messiaanse levensvernieuwing. Het
is een eenmalig moment van vernieuwing en wedergeboorte. Dat is de sterke
kant van de doop, maar dat is tegelijkertijd haar zwakte. Als eenmalig
moment is het niet te herhalen. Als eenmalig gebeuren heeft het geen
duur, anders dan in de herinnering eraan. De doop en de toetreding tot
de christelijke gemeente wordt in onze tijd niet ervaren als een moment
van identiteitsverandering en overgang naar een andere “staat”
en vraagt daarom ook om duur. Het doophemd is een manier om aan het
eenmalige van de doop meer de zekere duur van de memoria te verlenen.
Lichamelijkheid. Het christendom kent een ambivalente en vaak vijandige
houding ten opzichte van het lichaam. Het doophemd doet recht aan de
lichamelijkheid van de mens. Het dragen is een zeer lichamelijke ervaring
waarbij gevoel en tastzin belangrijk zijn.
Maar het doophemd houdt voor een deel ook vast aan de christelijke ambivalentie
en vijandigheid ten opzichte van het lichaam. Het lichaam moet van buiten
bekleed worden, het is niet van zichzelf al goed. En ook de linnen stof
is niet alleen prettig om te dragen, het kan (afhankelijk van de kwaliteit
linnen) ook schuren.
Linnen. Het doophemd is van linnen. Het verwijst daarmee naar de kleding
van de (tempel)priesters van Israël, wier kleding voor een deel
uit linnen bestond. De onderkleding van de priesters was geheel van
linnen (Exodus 28:39). Het doophemd geeft daarmee iets heiligends en
iets priesterlijks aan de drager.
Linnen werd ook gebruikt om doden in te wikkelen (o.a. mummies). De
evangelist Johannes vermeldt de linnen windsels waarmee Jezus gebonden
lag. Het maakt het doophemd ook tot een doodshemd, een teken dat je
in de doop met Christus gestorven bent.
Ook de tabernakel, de tent waarmee het volk Israël na de uittocht
uit Egypte als een reizend heiligdom door de woestijn trok, was van
linnen. De apostel Paulus ziet naar het lichaam als een tempel (I Kor.
6:19) of als een tent (II Kor 5). Het doophemd maakt de drager tot een
klein reizend heiligdom.
Voor de doophemden die wij gemaakt hebben, hebben we biologisch linnen
gebruikt. Het vlas waaruit dit linnen gemaakt wordt is niet met kunstmest
bewerkt en is daardoor niet zo groot geworden. Dat geeft aan het linnen
een fijne struktuur, die goed overeenkomt met historische voorbeelden
van linnen
Het doophemd is van linnen. Het verwijst daarmee naar de kleding van
de (tempel)priesters van Israël, wier kleding voor een deel uit
linnen bestond. De onderkleding van de priesters was geheel van linnen
(Exodus 28:39). Het doophemd geeft daarmee iets heiligends en iets priesterlijks
aan de drager.
Linnen werd ook gebruikt om doden in te wikkelen (o.a. mummies). De
evangelist Johannes vermeldt de linnen windsels waarmee Jezus gebonden
lag. Het maakt het doophemd ook tot een doodshemd, een teken dat je
in de doop met Christus gestorven bent.
Ook de tabernakel, de tent waarmee het volk Israël na de uittocht
uit Egypte als een reizend heiligdom door de woestijn trok, was van
linnen. Het doophemd maakt de drager tot een klein reizend heiligdom.
Voor de doophemden die wij gemaakt hebben, hebben we biologisch linnen
gebruikt. Het vlas waaruit dit linnen gemaakt wordt is niet met kunstmest
bewerkt en is daardoor niet zo groot geworden. Dat geeft aan het linnen
een fijne struktuur, die goed overeenkomt met historische voorbeelden
van linnen
Effecten van kleding. In de godsdienst worden er voor bepaalde gelegenheden
speciale kleren aangetrokken. In de Islam dragen vrouwen vaak een hoofddoek.
In het jodendom wordt voor het gebed de gebedsmantel omgedaan. De gebedsmantel
brengt je alvast in de goede gebedssfeer. Kleren maken de man. Het aantrekken
van een kledingstuk heeft merkbaar effect op hoe een mens zich voelt
en gedraagt. Het kledingstuk wil je een bepaalde richting op hebben.
In het antieke denken laat de kleding de essentie van een mens zien.
In de bijbel heeft kleding zowel een heiligende (op God gerichte) dimensie
als een ethische dimensie. Het is verbonden met een gerichtheid op God
en het houden van de geboden.
In het paradijs beseft de mens zijn naaktheid als hij het gebod heeft
overtreden en kennis heeft van goed en kwaad. Als mens die zijn naaktheid
- en daarmee zijn zondigheid - beseft wil hij niet voor Gods aangezicht
verschijnen. God maakt dan kleding voor hem om zijn naaktheid te bedekken.
Kleding bedekt de mens, zodat hij ook als zondaar voor Gods aangezicht
kan leven (Genesis 3).
Daarnaast doet kleding een appel op de drager en de omstanders. De schitterende
gewaden van de hogepriester (Exodus 28) laten de heiligheid en schittering
van God zien en roepen een mens tegelijkertijd op zich naar die schittering
te gedragen. In de psalmen bekleedt God een mens zelfs rechtstreeks
met heil, gerechtigheid en kracht, om deze kwaliteiten tot de essentie
van het bestaan van een mens te maken.
Zo is ook de beeldspraak van het bekleed worden met Christus (Galaten
3:27) te verstaan. Christus bedekt de naaktheid van de mens (II Korinthiërs
5:4). Hij is een kleed dat over een mens ligt en dat hem oproept zich
dan ook overeenkomstig het nieuwe kleed te gedragen. Er is sprake van
het afleggen van de oude mens (als was het een kledingstuk) en het aantrekken
van de nieuwe mens (Eph. 4:24). Het doopritueel in de oude kerk beeldde
deze beeldspraak letterlijk uit: de dopelingen werden naakt gedoopt
en kregen daarna een wit doopkleed. De doopjurk is daar een overblijfsel
van.
Voor ons is het samengaan van ethiek en heiliging in het doophemd interessant
omdat het vaak aspecten zijn die gescheiden worden beleefd. Men vindt
het mooi om door bijv. het gregoriaans in een mystieke stemming te raken
en men wil graag goede daden doen, men weet dat het allebei met het
christendom te maken heeft, maar het is lastig om het te verbinden.
Verwante kledingstukken
Het jodendom kent naast de gebedsmantel (Tallit) die bij de
synagogale diensten gedragen wordt de zgn. kleine gebedsmantel (tallit
katan). Deze tallit katan wordt door sommige orthodoxe joden permanent
gedragen (behalve 's nachts) tussen de boven- en de onderkleren. Doel
ervan is om je geheel in de geboden van God te hullen. Dat komt in de
richting van het doophemd.
De R.K. priester draagt onder zijn mis-gewaad een albe, een onderkleed
van wit linnen. Het symboliseert de moreel reine mens. Voor het Tweede
Vaticaans Concilie sprak hij een zegenspreuk uit als hij de albe aantrok:
“Maak mij rein, Heer, en zuiver mijn hart opdat ik, wit gemaakt
in het bloed van het Lam de eeuwige vreugden mag genieten”. Van
de achtste tot de twaalfde eeuw droeg de priester de albe dagelijks.
Ook de Mormonen gebruiken rituele onderkleding.
Belijdende leden van de Mormonen-kerk (officieel: de kerk van Jezus
Christus van de Heiligen van de laatste dagen) dragen speciale onderkleding.
De kleding en de onderkleding van de Mormonen zijn nauw verbonden met
de Mormonentempels, waarvan er zo’n 75 in de wereld bestaan en
die een andere, meer heilige, funktie hebben dan de gewone kerken. Mormonen
dragen gedurende hun bezoek aan de tempel speciale witte tempelkleren.
Rond de leeftijd van volwassen-wording sluiten mormonen in hun tempel
een verbond met God (endowment). Na deze verbondssluiting dragen zij
voortaan altijd speciale onderkleren, die op het lichaam gedragen wordt.
Voor zowel de tempelgewaden als de onderkleding wordt door mormonen
verwezen naar Jesaja 61:10: “Ik verblijd mij zeer in de HERE,
mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen
des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld”.
De Encyclopedia of Mormonism schrijft over de onderkleding: “Het
is een uiterlijke uitdrukking van een innerlijk verbond met de evangelieprincipes
van gehoorzaamheid, waarheid, leven en discipelschap in Christus...het
symboliseert Christus-achtige eigenschappen” (p.534).
De onderkleding werd ingesteld door de grondlegger van de Mormonen Joseph
Smith in de tijd dat hij de eerste Mormonen-tempel stichtte in 1843.
De onderkleding bestond in die tijd uit ongebleekte mousseline (een
fijne los-geweven stof) met mouwen tot de polsen en broekspijpen tot
de enkels. In 1923 werd een model toegestaan waarbij de mouwen tot de
ellebogen komen en de broekspijpen tot vlak boven de knie. Dat is ook
nu de standaard onderkleding. Sinds 1979 is het ook mogelijk om tweedelige
onderkleding te dragen. De onderkleding wordt onder alle andere kleding
gedragen, dus ook onder de BH maar niet onder/en vervangt de slip.
Sinds midden jaren dertig wordt deze onderkleding door de Mormonen zelf
gemaakt in een eigen kleding-fabriek (de Beehive Clothings Mills). Er
is een keuze uit verschillende patronen en stoffen. Zij zijn verkrijgbaar
tegen kostprijs.
Jongeren-project
Op de tentoonstelling willen we ook een aantal door jongeren
gemaakte doophemden exposeren. Belijdeniscatechisanten uit mijn gemeente
hebben al doophemden gemaakt, komend seizoen zal ook een groep jongeren
en studenten uit Utrecht doophemden maken. Maar nu is het laten maken
van kleding voor jongeren lastig, want het maken van kleding zal jongens
niet aanspreken en de huidige generatie meisjes heeft geen onderwijs
gehad in ‘nuttige handwerken’. Toch blijken veel jongeren
makkelijk met naald en draad overweg te kunnen. Met textielkrijt kunnen
ze tekenen. Bij copy-shops kan je vrij eenvoudig digitale voorstellingen
en teksten op textiel maken.
Waarom kiezen we voor een jongeren-project?
Jongeren zijn op zoek naar identiteit. Het doophemd draagt bij aan een
identiteit en speelt met identiteit. Kleding en image - en het spelen
met kleding en image - is een belangrijk onderdeel van de jongerencultuur.
Het doophemd is deels ervarings-gericht en gaat in op de lichamelijkheid
van de drager, ook dat zijn zaken die jongeren aanspreken.
Voor het project is het belangrijk te werken met een groep mensen die
open staan voor nieuwe zaken en een netwerk hebben van mensen die open
staan voor nieuwe zaken.
Verdergaand project
Het is onze bedoeling dat het doophemd door een grotere groep
mensen opgepikt wordt. Dat is niet te plannen, dat gebeurt of dat gebeurt
niet, afhankelijk van de vraag of mensen het doophemd belangrijk vinden.
Maar er kunnen wel voorwaarden worden geschapen.
- een boek rond de tentoonstelling
- aandacht voor het doophemd vanuit instituties
Frequently Asked Questions, veelvuldig gestelde vragen
Moet je in dit doophemd gedoopt zijn?
Nee. Het hemd is een herinnering aan je doop. Je hoeft niet in dit hemd
gedoopt te zijn. Het kan natuurlijk wel. Zeker bij de volwassendoop
kan het gedragen worden, naast of in plaats van het doopkleed.
Wanneer draag je het doophemd?
Wanneer je wil. Bijvoorbeeld: bij kerkdiensten, in moeilijke en spannende
situaties, op sleutelmomenten van je leven. Eventueel spreek je een
zegenspreuk uit bij het aantrekken.
bron: http://www.coenwessel.nl/Projectbeschrijving%20doophemden.html
Mormoons Forum
uit een email van initiatiefnemer C.Wessel uit Heerenveen aan
MVG:
In de aanloop naar de tentoonstelling in de Dom in Utrecht in 2005 heb
ik ook contact gezocht en gehad met een lid van het bestuur van uw kerk.
Het was een goed gesprek en ik was onder de indruk van de wijze waarop
hij sprak over zijn 'garment' en de spirtituele rol die het speelde
in zijn leven. Inderdaad heel vergelijkbaar.
Een belangrijke reden voor mij om contact te zoeken was, dat ik op deze
tentoonstelling ook een 'garment' van uw kerk tentoon wilde stellen,
om op deze manier te laten zien dat er vergelijkbare kledingstukken
zijn. Op de tentoonstelling was bijvoorbeeld ook een 'tallit katan'
uit het jodendom en een RK albe aanwezig.
Uw bestuurslid heeft mij toen uitdrukkelijk verzocht om dit niet te
doen, om de redenen die u noemt. Uit respect voor dit verzoek en voor
uw kerk heb ik er toen ook van af gezien om een 'garment' tentoon te
stellen.
Ik vind het leuk te horen dat het doophemd u inspireert en u met nieuwe
ogen naar de garments laat kijken. Zo is het ook bedoeld.
Meer openheid over de 'garments' en vooral ook ervaringsverhalen zouden
een wezenlijke ondersteuning van het doophemdproject kunnen betekenen.
Op dit moment zijn er in vele gemeenten mensen bezig om doophemden te
maken. Dat deel van het project slaat echt aan, ook al gaat het natuurlijk
niet om hele grote aantallen mensen. Maar ik hoor nog weinig van mensen
die de doophemden ook echt dragen. Dat is nog een grote stap. Ik denk
dat uw kerk iets in te brengen heeft met de ervaringen op dit gebied.
Wasdag in Congo
Wilfried Decoo verhaalt over het wassen van garments in het tropische
Congo, en hoe Rooms-Katholiek zuster Claire op eucumenische wijze de
was deed! Klik hier.
Geloofsversterkend
Heiligen der laatste dagen beschouwen de 'garments' als iets persoonlijks
(vandaar dat het om onderkleding gaat en niet om zichtbare kleding die
een bepaalde boodschap wil uitdragen). Gekoppeld aan het specifieke
tempelgebeuren is er nauwelijks aanleiding om over 'garments' uit te
weiden, maar in algemene zin zouden we inderdaad meer aandacht kunnen
besteden aan de geloofsversterkende aspecten ervan. In dat opzicht ben
ik ontzettend blij met het doophemden-initiatief van Coen Wessel. Ik
las in zijn projectbeschrijving heel veel dingen die me aanspreken.
Bijvoorbeeld: "Om het lijf
te beschermen tegen kou en bevriezing, deed men vroeger een krant onder
het hemd".
Nou dat spreekt me aan!
In mijn jeugdjaren fietste ik dagelijks naar school in Leeuwarden, en
wat was het vaak koud! We hadden toen nog niet de moderne nylon-achtige
jassen die zo goed tegen de wind en kou beschermen, dus stopten we een
laag kranten onder de jas.
Waar het garment uit de VS afkomstig is, en we er zelfs nog geen nederlands
woord voor bedacht hebben, is het stoppen van een krant onder de jas
nou juist prachtige nederlandse symboliek bij uitstek om aan te geven
waar het om gaat.
Warmte, bescherming tegen de harde en koude tegenwind van 't leven!
Heel mooi!
Ik draag mijn garment al vele jaren en ben dankbaar voor de geestelijke
warmte die dit mij verschaft.
Verbondskleding
Wie zegt dat herstelling en reformatie niet 'Samen op Weg' kunnen gaan?
Het doophemden-project van Coen Wessels moge aantonen dat de allerdaagse
praktijk van het christen zijn vaak op verrassende wijze vooruitloopt
op formeel eucumenisch overleg. Heiligen der laatste dagen gaan op discrete
wijze met het 'garment' om, en gereformeerden geven op hun eigen manier
gestalte aan hun verbondenheid met Christus en het doopverbond dat zij
(evenals wij) hebben gesloten.
Dit project zette me aan om in taalkundige zin eens creatief na te denken
over het woord 'garment', een woord dat inmiddels dermate in ons kerkelijk
spraakgebruik is ingeburgerd dat het min of meer een begrip is geworden,
maar een zichzelf respecterende nederlander gebruikt nu eenmaal graag
nederlandse woorden...
'Garment' betekent 'kledingstuk', maar beide uitdrukkingen zijn nogal
nietszeggend.
Wat zou u denken van 'Verbondskleding'?
We hebben er behoefte aan ons letterlijk en figuurlijk te bekleden met
een gewaad dat ons herinnert aan onze verbondenheid met God en onze
naaste!
Verbondskleding 1
Ik kan me helemaal vinden in
het gaan gebruiken van het woord verbondskleding, omdat ik
ook vind dat we geen engelse woorden moeten gebruiken in ons kerkelijk
spraakgebruik. Stel je voor dat we in Amerika zouden voorstellen om
een nederlands woord in Amerika te gebruiken, dat zouden zij daar toch
ook niet prettig vinden, niet?
Verbondskleding 2
We gebruiken wel degelijk al een nederlands woord voor garment:
tempelkleding!
Maar ik moet zeggen dat verbondskleding beter is omdat we deze immers
ook buiten de tempel dragen.
Verbondskleding 3
Leuk zeg, dat Coen Wessel ons zo mooi aan het denken
zet om creatief en begeesterd met dit onderwerp om te gaan, zonder dat
we op enige wijze afdoen aan de heiligheid ervan. Verbondskleding vind
ik een heel mooi woord.
Trouwens, dat deed me ook denken aan het feit dat we in het kerkelijke
jargon eigenlijk heel wat woorden gebruiken die op de keper beschouwd
weinig eer aandoen aan onze mooie nederlandse taal. Misschien een mooi
onderwerp voor MVG om daar eens aandacht aan te besteden? We hebben
het over de Elders, onze wijk, huisonderwijs en andere woorden die misschien
beter zouden kunnen...
En tenslotte, voor mij persoonlijk doet mijn verbondskleding
mij herinneren aan de eeuwige dimensie van ons bestaan. Mijn beide ouders
zijn onlangs kort na elkaar overleden, en ik mis ze ontzettend.
Elke keer als ik mijn verbondskleding aandoe, denk ik even
aan ze terug en als ik de stof op m'n huid voel is het net alsof ze
dichter bij me zijn! Eerst dacht ik dat dit een wel heel persoonlijk
invulling was, maar toen las ik vorige week het prachtige gedicht van
Marik Messiaen, getiteld: November, en besefte plotsklaps dat
ik het wel degelijk bij het rechte eind had! Ik las het gedicht met
vochtige ogen; wat ben ik dankbaar dat m'n verbondskleding
me verbindt met mijn doden, mijn draadloos verbonden vrienden!
November
De levenden,
ik zie ze gaan zoals ik vroeger ging
eenmaal in 't jaar
als kruimeldieven aan de graven
waar elke nieuwe bloem
alleen de vraag omlijst
waarom ? waarheen ?
wat stof en slijk
en een gebarsten steen.
Maar zij, mijn doden,
draadloos verbonden vrienden
glimlachend achter het gordijn,
hun namen draag ik
door tempelzalen
met navel en merg en macht
tot in de hand des Vaders.
door Marik Messiaen
Symboliek
Ik las onlangs de heel mooie bijdrage van Annette van der Put op
uw site:
'Veranderen door scheppende kracht'
Haar artikel gaat over de
symboliek van het enneagram en dat deed me denken aan de symboliek
in de tempel en onze verbondkleding. Symboliek schept de mogelijkheid
om voorbij het symbool en de gangbare uitleg en betekenis ervan, zelf
verder aan het denken te gaan en steeds weer nieuwe betekenissen te
ontdekken. Wat dat betreft vond ik het heel mooi dat Coen Wessel met
zijn project zo goed aanvoelt waar het om gaat: 'n ieder kan op heel
persoonlijke manier uitdrukking geven aan verbondskleding.
foto: Gereformeerde
Kerk Zierikzee