
Vrij en Zinnig
door Eugène Engelbert
Geïntrigeerd door het woord “Vrijzinnig” zocht ik in van Dale en las: “tot vrijheid gezind, vooruitstrevend - het nieuwere en betere zoeken - streven naar vooruitgang”. Indrukwekkende kwalificaties, die zeker passen in een streven naar persoonlijke spirituele groei. Het tegenovergestelde begrip is “Rechtzinnig” ofwel“Streng van opvatting in godsdienstige zaken”.
En wat nu?
Aan de éne kant: “het nieuwere en betere zoeken”, aan de andere kant: “het streng vasthouden aan de overgeleverde kerkleer” Nog niet zolang geleden was men geneigd om vooral trouw te zijn aan de gevestigde orde. Gehoorzaamheid, “het gewillig volgen van iemands gebod, bevel of last” was een voorname deugd.
In onze tijd waar de “individuele spirituele groei” meer aandacht krijgt, kunnen we beter spreken van een dynamische aanvulling op gevestigde waarden, wellicht van een toenadering van progressieve en conservatieve standpunten.
Een menselijke organisatie, dus ook de kerk kan niet gedijen zonder bindende regels. Vaste regels kunnen echter door hun algemeen karakter beperkend zijn voor de individuele ontplooiing van de leden.
Belangrijker voor ieder van ons is tevens het onderscheid maken tussen wat de kerkleer, als leidraad voor de hele mensheid ons biedt op onze levenswandel en de belofte van “de Geest der waarheid,” die ons individueel in waarheid leidt. Daarbij speelt nog een specifiek aspect van een lidmaatschap van een kerk, het feit dat de hele organisatie op “geloof” is gestoeld.
Kan geloof het aanvaarden van regels eenvoudiger maken of niet?
Het “geloof” zegt van Dale is o.a.:”het als werkelijk en waar aanvaarden en beseffen van het bestaan en openbaring van een godheid”
Hier komen we niet verder dan “aanvaarden” ofwel “zich erin schikken het genoemde te ondergaan, te doorstaan”. Vrij mager als fundament voor ons eeuwige leven!
Hoe ver komen we dan als we de Bijbel raadplegen? In Hebr.11:1 lezen we:”het geloof is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet” Hiermee zegt Paulus dat hij zeker is van wat hij hoopt. Geen verwachting maar zekerheid. Van waar die zekerheid? Niet, zoals bij van Dale, vanuit het verstand.
Tevens is geloof voor hem het “bewijs der zaken die men niet ziet” . Dus ook niet via de zintuigen. Van waar het bewijs?
Als het niet zintuiglijk kan, noch verstandelijk, resteert ons, op één na, ons gevoelsmatig vermogen. Gevoelens zijn het resultaat van een groot aantal factoren die we, allen op individuele wijze, opbouwen of bestrijden. We spreken immers van gevoel van liefde maar ook van haat, van vergeving maar ook van wraak, enz. Ook niet erg betrouwbaar. Als we noch op zintuiglijke, noch op verstandelijke of emotionele gronden “ons” geloof kunnen bouwen, blijft alleen onze spirituele component als oorspronkelijke basis van een “productief” geloof.
Alleen in de stilte van onze ziel kunnen we de Trooster ontvangen. De wonderen die Zijn “fluisteringen” in ons leven kunnen teweegbrengen vormen de fundamenten van, of zoals Paulus zegt:”een vaste grond” voor een fenomeen die we niet meer geloof kunnen noemen maar een rotsvaste overtuiging dat we “Gods wege bewandelen”.
Het geweldige van deze overtuiging is dat ze niets en niemand nodig heeft om onze individuele levens te voeden.
Lees ook andere bijdragen van Eugène Engelbert in zijn rubriek 'Vrij en Zinnig'.