MvG logo www.mvgcontact.org

Toespraken

Home





Toespraken

Het is een vertrouwd beeld in de avondmaaldienst: op het podium zitten drie of vier broeders en zusters, voorbereiding en Standaardwerken bij de hand, soms onwennig, meestal zenuwachtig, maar altijd verlangend het goed te doen. Als men reeds geruime tijd bij de kerk is, valt het fenomeen eigenlijk niet meer op. Maar toch blijft het een uniek verschijnsel: een kerk waar de leden, niet-professioneel, niet-opgeleid, de toespraken in de diensten geven. Zelfs een persoon die pas gedoopt is, die nog maar net de gesprekken met de zendelingen verwerkt heeft, zal door zijn bisschop of gemeentepresident gevraagd worden een toespraakje voor te bereiden voor een avondmaaldienst. Ook jongeren krijgen regelmatig die kans. Daar alle leden regelmatig in die ervaring delen, leek het interessant eens van gedachten te wisselen over dit uniek fenomeen.

Aan dit Horizon-gesprek namen deel:
Bert (42, priesterschapleider), Christiane (35, jeugdwerklerares), Henk (17), Jeanne (50,ZHV-presidente), Marleen(23,verantwoordelijke Jonge Volwassenen), en Walter (priesterschapleider, 71)
Ilse Ongena trad op als gesprekleidster voor Horizon.

-----------------------------------------------------------


Horizon: Om maar meteen met de deur in huis te vallen: geven jullie graag toespraken?

Christiane: Mag ik beginnen? Om eerlijk te zijn: soms wel en soms niet. Er zijn momenten dat ik echts iets wil meedelen, als ik een goed verhaal heb of iets leuks heb meegemaakt. Maar het gebeurt ook dat ik helemaal geen onderwerp vind, of me wat down voel, en dan wil ik liever stil luisteren, dan zelf op het podium staan.

Walter: Je zou de mensen erop kunnen indelen. Je hebt leden die werkelijk graag een toespraak geven - open, mededeelzame mensen, zonder plankenkoorts. Ook is er wel eens een lid dat graag "predikt", maar anderzijds heb je weer schuchtere mensen, die misschien moeilijk een onderwerp vinden en voor wie een toespraak een hele opdracht is.

Horizon: We kunnen deze vraag ook zo stellen: luisteren jullie graag naar toespraken?

Jeanne: Moeilijk hoor! Uit principe zeg je natuurlijk ja, maar eigenlijk zijn sommige toespraken wel eens langdradig of onhandig.

Bert: Misschien moeten we die vraag anders stellen: wat zien we in de mensen die een toespraak geven? Ik denk dat we zo bij de kern komen: een toespraak kan al eens minder gelukkig zijn, maar de mens die spreekt blijft altijd boeiend. Achter de kansel staat iemand die nooit werd opgeleid om te spreken, maar die iets tracht mee te delen vanuit zijn achtergrond en ervaring. En ook de boodschap moeten we leren zien: wat kan ik er voor mezelf uit halen?

Christiane: Dat is erg belangrijk: het aankweken van een positieve houding bij de luisteraar - het besef dat we geen professionele sprekers heben, de wil om werkelijk aandacht te schenken, om de zwakke aspecten van een toespraak door de vingers te zien.

Jeanne: Dat is waar, maar het neemt niet weg dat men kan leren betere toespraken te geven. En we hebben goede toespraken nodig om op te bouwen en te versterken. Leiders die op een conferentie een inspirerende toespraak geven zijn kostbaar - en ook zij hebben door ervaring en zelfkritiek geleerd. Daarom is het zeker goed samen na te denken over onze toespraken.

De keuze van het onderwerp

Bert: Ik denk dat je globaal genomen vier hoofdthema's kan onderscheiden. Ten eerste "geboden" in een brede zin - alles wat tot onze plichten hoort; ten tweede "leerstellingen en verordeningen" - plan van zaligheid, doop, priesterschap, avondmaal, enzovoort; ten derde "gebeurtenissen" - kerkgeschiedenis, schriftuurlijke, actueel nieuws, persoonlijke ervaringen; en ten vierde "wetenswaardigheden" - archologie, natuurkundige of medische ontdekkingen, telkens in verband met het evangelie.

Henk: Uit welk van die hoofdthema's kan je best een onderwerp kiezen?

Bert: Oh, uit alle vier. Je meot je niet vasthaken in een enkele richting, zoals het wel eens gebeurt. Er zijn mensen die alleen "geboden" als thema nemen, anderen die steeds met archeologische wetenswaardigheden komen aanzetten. Het is pas verrijkend als je regelmatig van richting verandert.

Christiane: Ja, vroeger sprak ik altijd en altijd over het jeugdwerk. Nu vermijd ik het onderwerp, want de mensen zagen me alleen nog maar als Zuster Jeugdwerk. Ik kies nu met opzet andere dingen en dat verruimt ook mijn eigen blik.

Jeanne: Ik vind die verdeling in vier hoofdthema's wel handig: geboden, leerstellingen en verordeningen, gebeurtenissen, wetenswaardigheden. Welke is het meest opbouwend voor het publiek?

Marleen: Ik geloof dat "geboden" door sommigen te vaak wordt genomen. Het hangt een beetje samen met de gewoonte en de vaste spreekstijl in een bepaalde wijk of gemeente: als er vaak op geboden en plichten wordt gehamerd, zet dit jongere leden aan ook in die richting te spreken. Zo krijg je op de duur een verstarring in de onderwerpen.

Henk: Ja, ik meen ook dat de andere richtingen soms meer opbouwend zijn: een rustige, eenvoudige toespraak over een leerstelling of een verordening, of een boeiend verhaal, houdt meer de aandacht vast en moedigt meer aan tot positieve reacties dan een deprimerende preek over plichten.

Marleen: We moeten natuurlijk regelmatig herinnerd worden aan onze plichten. Maar er is een groot verschil tussen een goed gekozen en gepaste toespraak over een bepaald gebod, gegeven door een bevoegd priesterschapleider, en anderzijds een overvloed aan plicht-prekingen.

Henk: Ik vind dat je zeker geen onderwerp mag kiezen over en zwakheid of een probleem van een ander. Je mag de kansel niet misbruiken om iemand "de waarheid" te zeggen. Dat schept alleen maar wrevel.

Marleen: Ja, ik denk dat iemand die niet in het reine is met zichzelf geen behoefte heeft aan een pijnlijke prediking om tot bekering te komen. Een eenvoudige, positieve toespraak over de mooie kanten van het evangelie spoort meer aan dan een koude bevestiging van je ellende.

Henk: Je merkt dat vooral bij ons jongeren: bijvoorbeeld, als men onhandig en overdreven zedelijke reinheid benadrukt, zal dat eerder verveling en irritatie opwekken, terwijl een inspirerend verhaal over idealen en offervaardigheid de jongeren werkelijk kan aanzetten om rein te blijven leven.

Christiane: Toch mogen we fouten of zwakheden niet door de vingers zien. het roepen tot bekering, het durven aanpakken van zonden zijn toch wezenlijke kenmerken van het evangelie?

Walter: Jazeker, maar een gemiddelde toespraak in een avondmaalsdienst of op een conferentie is daartoe meestal niet de aangewezen plaats. Persoonlijk gesprekken - onder vier ogen, in een open, liefdevolle sfeer - zijn hiervoor veel meer aangewezen.

Bert: Je kan natuurlijk het thema "geboden" op een positieve wijze kiezen, niet als donderpreek, maar om te vertellen wat een bepaald gebod voor jou persoonlijk betekent en hoe het een bron van zegeninghen en sterkte is. Dat is natuurlijk uitstekend.

Horizon: Met andere woorden, jullie zouden vooral onderwerpen kiezen in de richting van leerstellingen, verordeningen, gebeurtenissen of wetenswaardigheden. "Geboden" kies je beter alleen in de positieve zin die Bert zonet aanduidde.

Walter: Ja, en die onderwerpen zijn makkelijk te vinden. Gewoon de index van de Standaardwerken naslaan en je vind reeds een hele reeks onderwerpen of namen van mensen uit de Schriften. Ook "De Ster", of de belangrijke kerkboeken zoals "Een Wonderbaar Werk en een Wonder", "Artikelen des Geloofs", "Jezus de Christus" of "Het Wonder der Vergeving" bieden heel wat mogelijkheden.

Christiane: Een goede raad is bij de keuze metteen je onderwerp flink te beperken - het is bijvoorbeeld beter alleen over de doop of over de gave van de Heilige Geest te spreken, dan over alle eerste beginselen en verordeningen. Die beperking zal verplichten dieper op het onderwerp in te gaan, dan alleen wat algemeenheden op te sommen.

Jeanne: Ook essentieel is je geestelijk in te stellen bij de keuze van het onderwerp en biddend na te denken: welk onderwerp zal mijn toehoorders boeien? Waarover is al lange tijd niet meer gesproken? En zelfs: welk onderwerp vermijd ik beter omdat het te gericht kan overkomen naar een bepaald persoon? Het is met zulke vragen dat je je kan losmaken van wat Marleen zo treffend noemde: de vaste spreekstijl van een wijk of gemeente. Een belangrijk attribuut van Gods Geest vind ik afwisseling en originaliteit.

Christiane: Mag ik ook een woordje zeggen over de richting "wetenswaardigheden"? Soms kan dit zeer boeiend zijn - bijvoorbeeld wetenschappelijke ontdekkingen die leerstellingen ondersteunen, of archeologische vondsten die de Schriften bevestigen, maar het houdt ook gevaren in: door ons, leken, wordt er makkelijk misbruik gemaakt van wetenschappelijke of pseudo-wetenschappelijke informatie waar we eigenlijk heel weinig van af weten. Ook is er het al genoemde gevaar van het stokpaardje - waarbij een bepaalde persoon steeds met hetzelfde genre wetenswaardigheden aankomt.

Bert: Ja, en dat geldt des te meer voor de meer vreemde dingen - zoals de zogenaamde geheime becijfering in de Bijbel, de vervulling van twijfelachtige profetieen, voorspellingen omtrent de wereldpolitiek, enzovoort. Dat kan allemaal heel leerzaam zijn, maar het past beter op een studieavond voor een beperkte kring geinteresseerden, dan in een openbare vergadering. Het voorbeeld van de algemene autoriteiten is hier veelbetekenend: nooit zal je in hun toespraken dat vreemde of dat pseudo-wetenschappelijke aantreffen.

Horizon: Even samenvatten: uit de verschillende richtingen die Bert aanduidde, vinden we dat het thema "geboden" best in positieve zin wordt benaderd. Eenvoudige, beperkte onderwerpen over leerstellingen en verordeningen, over historische of persoonlijke gebeurtenissen blijken de voorkeur weg te dragen. Met "wetenswaardigheden" springt men beter voorzichtig om.

De uitwerking en voorbereiding

Horizon: Hoe werken we nu een onderwerp uit?

Jeanne: Een goed begin vind ik meditatie. Wat lezen over het onderwerp, de gegevens in je laten werken, erover bidden en nadenken tot het langzaam rijpt. Dan kan je indelen in hoofdbestanddelen, in aspecten, enzovoort. Bijvoorbeeld de doop: je kan dit verdelen in een inhoudelijk gedeelte - betekenis van de symboliek, verbondsteken, priesterschap; dan een historisch gedeelte - geschiedenis van de doop van Adam tot nu (heel bondig natuurlijk); om te eindigen met een persoonlijk gedeelte - de betekenis van de doop voor jou als Heilige der Laatste Dagen. Als ik die structuur duidelijk voor ogen heb, begin ik de delen uit te schrijven.

Bert: Ik heb moeite om een structuur te zien voor ik reeds een boel heb pgeschreven. Daarom zet ik me meestal meteen aan het schrijven - dingen uit verschillende bronnen, eigen gedachten, wat rommelig door elkaar en dan begin ik het uit te zoeken, te rangschikken.

Jeanne: Een geweldige hulp is voor mij mijn gezin - we praten samen over het onderwerp, zoeken samen dingen op, wisselen gedachten en ervaringen uit. Het contact met anderen is voor mij een belangrijke bron van nieuwe informatie en inzichten.

Marleen: Er wordt ons aangeraden steeds enkele Schriftteksten als illustratie te gebruiken. Ik vind het interessant mits bij die aanhaling de context even wordt verduidelijkt: wie zei dit bij wat voor gelegenheid? Je krijgt daardoor een beter zicht op de geschiedenis en de citaten komen beter uit.

Walter: Teveel Schriftteksten kunnen tot een saaie opsomming leiden. Twee of drie korte teksten vind ik meestal voldoende.

Bert: Ja, dat vind ik ook. Je moet ook heel voorzichtig zijn met de tijdsnorm: als je wat langere stukken uit de Schrift wilt lezen, en je hebt er meer dan twee of drie, loopt de tijd vlug uit de hand.

Christiane: Het belangrijkste is bij je onderwerp te blijven. Hoe vlug voegt men bij de uitwerking niet dingen toe die niet tot de kern van de zaak behoren. Als ik bijvoorbeld over de betekenis van het priesterschap in het gezin wil spreken, ga ik niet in op de hele organisatie van het priesterschap; of als ik over de tempelbow in de laatste dagen wil handelen, betrek ik er niet het invullen van genealogische formulieren bij.

Jeanne: Om dat te vermijden werk ik altijd eerst de kern uit - niet de inleiding of het slot. Ik kijk dan hoeveel tijd dat kerngedeelte neemt door het rustig door te lezen: gewoonlijk is de tijd bijna vol en dan hoef ik maar enkele zinen inleiding en slot te noteren.

Christiane: Schrijft u alles uit?

Jeanne: Ja, bijna. Als ik enkel wat kernwoorden noteer of zo'n sumier plannetje, is het risico te groot dat ik er op los begin te praten, van de kern afwijk, in herhaling val en over m'n tijd ga.

Bert: Ik geloof ook dat een uitgeschreven voorbereiding een bewijs van ernst is en van respect voor het publiek. Dat wil daarom nog niet zeggen dat ik bij het geven van de toespraak de hele tijd naar mijn voorbereiding kijk en maar aflees - maar de tekst ligt voor mij als een voortdurende leidraad.

Christiane: Nou. het risico van saai voorlezen wordt volgens mij toch groot. Alles voorlezen is soms dodelijk voor de aandacht, tenzij het erg goed wordt gedaan.

Walter: Het hangt ook van het onderwerp af. Alles theoretisch uitwerken is heel saai. Daarom is het fijn er een verhaal in te weven, iets concreet dat tot de verbeelding spreekt. Het is trouwens boeiend daarmee te beginnen: je zal meteen de aandacht trekken.

Henk: Een andere wenk voor de uitwerking: we spreken wel eens over de slechtheid van de wereld - en het lijdt geen twijfel dat er veel slechtheid heerst. Maar men moet oppassen voor een verkeerde oppositie: we zeggen niet dat alles buiten de kerk slecht is. Dat zou een indruk van zelfheiliging geven of van fanatisme. Als Heiligen der Laatste Dagen geloven wij dat er veel goeds is in de wereld, en dat wij daarnaar moeten streven zoals het zegt in ons dertiende geloofsartikel.

Horizon: Over de buitenkerkelijke wereld gesproken: wat denken jullie van materiaal buiten onze eigen bronnen?

Marleen: Het voorbeeld van de algemene autoriteiten helpt hier: zij lassen wel eens ander material in. zoals een citaat van een bekende denker of dichter. Maar beperkt.

Walter: Ja, ik geloof dat je voorzichtig moet zijn met het overdreven of ongepast gebruik van andere bronnen: godsdienstig materiaal van andere kerken bijvoorbeeld, ook al is het erg interessant en juist, brengt vaak een andere sfeer mee. De stijl is meestal anders, de manier van aanpak, en je mist het echte mormoonse.

Jeanne: Ik vind ook dat citaten van andere bronnen, indien echt nodig en nuttig, zich het beste tot enkele beperken.

Bert: Ik zou even willen terugkomen op het punt van de persoonlijke ervaringen. We moeten aanvoelen welke persoonlijke ervaring opbouwend voor iedereen kan zijn en welke eerder aanstoot zal geven. Opbouwend zijn gebeurtenissen in je leven die een inspirerend verhaal vormen. Ik denk bijvoorbeeld aan wat in het eerste nummer van Horizon stond: hety verhaal van Kwasunu van president van Beek, of de adoptie van de zoon van Broeder D'Hoore. Ook het verhaal van de eigen toetreding tot de kerk, eenvoudig verteld en zonder overdreven details, is altijd opbouwend. dat zijn persoonlijke zaken waar iedereen zonder probleem in kan meevoelen. Maar minder geschikt voor een openbare toespraak zijn intieme zaken, zoals spanningen of bepaalde gezondheidsproblemen, of eigen zwakheden; ook moeilijk om over te dragen zijn intieme geestelijke ervaringen, omdat het niet makkelijk is het publiek op die golflengte van jouw innerlijke ervaringen te krijgen.

Walter: Ik heb zitten nadenken over wat Marleen en Henk daarnet zeiden over het onhandig benadrukken van de "geboden" in sommige toespraken. Ik heb eens in eigen hart gekeken en moet hen gelijk geven. Soms vergeten we dat ons luisterend publiek niet de "zondige wereld' is, maar voor de grote meerderheid uit mensen bestaat die werkelijk hun best doen om alle geboden trouw na te leven. Een pijnlijke "preek" kan onze mensen eerder ontmoedigen dan aanmoedigen, omdat ze het gevoel krijgen dat ze nog zo onvolmaakt en zo schuldig zijn aan allerlei tekorten. Als er echt een specifiek probleem is, wordt het beter behandeld in een persoonlijk gesprek. Daarom is het goed bij de uitwerking van een toespraak de zaken opbouwend en positief te zeggen. Ik denk bijvoorbeeld aan normen. Weet je, het evangelie geeft ons eigenlijk weinig preciese voorschriften, alleen enkele fundamentele pricipes die we zelf moeten leren ontwikkelen en toepassen. het is daarom goed geen kleine voorschriftjes van eigen makelij toe te voegen, ook niet tussen de lijnen door. Als we bijvoorbeeld over het Woord van Wijsheid spreken, moeten we geen kritiek op de traditionele geneeskunde tussenlassen of vegetarische richtlijnen prediken; als we over studie van het evangelie of over gebed spreken, moeten we niet de specifieke gewoontes van het eigen gezin opdringen aan anderen... Sorry! Ik ben aan het preken, geloof ik!

Marleen: Nee hoor. Ik ben echt blij dat u dat als oudere priesterschapleider zegt.

Jeanne: Om terug te komen tot de kern van de uitwerking en voorbereiding, is een zaak wel zeker: mij kost het werkelijk tijd en studie om een goede toespraak voor te bereiden.

Henk: Ja, het is mij al eens overkomen dat ik snel iets gemaakt had en ik moet eerlijk bekennen dat de resultaten telkens ontgoochelend waren.

Horizon: Dit lijkt dus waar iedereen het mee eens kan zijn: een goede toespraak voorbereiden vraagt tijd en bezinning, waarbij we eenvoudig, concreet en positief het onderwerp beschrijven, met beheerst gebruik van enkele Schriftteksten, van een opbouwende persoonlijke ervaring of een verhaal en waarbij we extreme standpunten, vreemdsoortige bronnen en normen van eigen makelij vermijden.

Het spreken zelf

Bert: Mag ik vanuit de hoek van de priesterschapleiding een wenk geven? Het is prettig als de sprekers tijdig en uit eigen beweging op het podium plaatsnemen, zo'n tien minuten tevoren. Vroeger werd er een korte "voorvergadering" of "gebedsvergadering" gehouden en dan moest je twintig minuten voor de aanvang van de dienst aanwezig zijn, maar dat is nu niet meer nodig.

Henk: Wat ik erg waardeer in het spreken zelf, is een aangenaam, vlot tempo.

Christiane: Als je de neging hebt te traag te spreken, of te monotoon, wat kan je daar aan doen?

Jeanne: het probleem is meestal dat je het niet beseft van jezelf. Dus moet iemand anders het tegen je zeggen. Omdat het delicaat is, vind ik de beste manier het zelf te vragen aan een vertrouwenspersoon: Zeg me eens eerlijk, spreek ik te traag of te monotoon? Ik ken leden die via deze weg zich echt hebben verbeterd. een bandopname van jezelf beluisteren helpt ook!

Walter: Een veel voorkomend probleem is te lang spreken. Zonder iemand te willen kwetsen, mag daarbij ook gezegd worden dat het probleem steeds bij dezelfde personen voorkomt. ook hier kunnen wellicht enkele positieve wenken worden gegeven.

Henk: De makkelijkste manier om dit te voorkomen lijkt mij de ernst van de voorbereiding: je leest thuis het voorbereide rustig door en je neemt de tijd op. Blijkt het te lang te zijn, dan moet je schrappen.

Christiane: Het lijkt mij goed steeds iets korter te spreken dan de volle tijd. Een goede, bondige toespraak komt altijd sympathiek over.

Marleen: Ik denk dat het probleem van de tijd meestal ontstaat bij personen die zich niet aan hun voorbereiding houden of die slechts een paar aantekeningen hebben. ze gaan dan voor de vuist weg allerlei zaken toevoegen en in herhaling vallen.

Jeanne: Er zijn inderdaad zeer weinig mensen die goed voor de vuist weg kunnen spreken en toch rustig en eenvoudig bij het onderwerp kunnen blijven. Dat vraagt een grote beheersing.

Walter: Het toevoegen van onvoorziene zaken leidt ook vlug tot het zogenaamde "preken" waar we reeds enkele malen op gewezen hebben. De beste raad die hier gegeven kan worden is weer kritisch op jezelf zijn. Stel jezelf de vraag: heb ik die neiging? En pas dan de nodige correcties toe: beter geschreven voorbereiding, schrappen wat te prekerig overkomt, tijdens het spreken bij de tekst blijven en niet nodeloos herhalen.

Christiane: De mooiste toespraken vind ik die waar de persoon werkelijk zichzelf blijft, zoals je hem of haar in een gezonde, openhartige omgang kent. ik bedoel: zenuwachtigheid, plankenkoorts, "kanselstijl" brengen mensen er soms toe zich anders te gedragen achter het spreekgestoelte. De beste sprekers zijn voor mij de leden die een natuurlijke eenvoud kunnen bewaren.

Marleen: Hoe kan je dat leren?

Bert: Steeds weer dat eerlijk zelfonderzoek: Ben ik natuurlijk achter de kansel, ben ik mezelf, een voudig en positief? Of doe ik me op een bepaalde manier voor?

Henk: Mag ik even een ander punt noemen? Wat doe je als er iets echt storends optreedt, zoals een kind dat blijft huilen?

Bert: Je kan niet anders dan gewoon doorgaan met je toespraak. Irritatie tonen of een opmerking maken is natuurlijk uitgesloten. de ouders moeten begrijpen dat ze het kind het beste even buiten de zaal kunnen nemen, en als het werkelijk een groot probleem blijft zal een priesterschapleider hen vriendelijk en in vertrouwen daarop attent maken.

Horizon: Zijn er nog praktische tips die het spreken zelf kunnen verbeteren?

Marleen: Je kan leren op kleine zaken te letten, zoals de stand van de microfoon en de beste afstand tot je mond. Verder ook de beheersing in je fysieke verschijning (niet schommelen bijvoorbeeld), de verzorging van je materiaal, zoals een vewijzingsbriefje in je Schriften, en dergelijke.

Christiane: Het is ook de kunst te kunnen eindigen op het bedoelde moment. Vaak blijft een spreker onvoldaan in de laatste minuten en blijft hij echo's toevoegen om toch maar zeker goed te eindigen. Die slotherhalingen en laatste opwekkingen zijn zeker minder geschikt. Een innige afronding met een korte getuigenis is meestal het beste.

Horizon: Als er geen andere punten zijn, wie wil dan dit gesprek afronden?

Walter: Iedereen kijkt naar mij! Nou... ik zou graag zeggen dat het geven van toespraken een heel belangrijk deel is van onze mormoonse gemeenschap. Elke toespraak is zowel voor de spreker als voor de luisteraar een moment van bezinning over het evangelie, over de medemens en vooral over zichzelf. Zelfs een minder gelukkige toespraak leert ons respect voor de andere. Een toespraak geven of een toespraak beluisteren is altijd een uiting van liefde.



Dit artikel werd onverkort overgenomen uit:
Horizon, tijdschrift over de mormoonse gemeenschap