Seksualiteit aanvaarden als bron van intense vreugde in een sfeer van openheid en verantwoordelijkheid draagt bij tot eerbied voor het leven.
Een vijfdelige Sunstone-serie over seksualiteit in het leven van heiligen der laatste dagen: "Opdat zij vreugde mogen hebben" (2 Nephi 2:25)
Méér dan seks alleen
door Anne Arnold
Mijn gedachten tijdens deze presentatie werden gevormd door mijn ervaringswereld als vrouw die in de HLD Kerk opgroeide, met inbegrip natuurlijk van de vele in de kerk gehouden "Standards Nights" die ik zowel als tiener en later als ouder bijwoonde. Tijdens dergelijke avonden worden diepgaande onderwerpen besproken. Sprekers hebben het over de vreugde van kuisheid en deugd, voorwaarden om in de tempel te kunnen trouwen. Er wordt gesproken over de wanhoop en de frustraties die resulteren bij het verliezen van iemands seksuele reinheid. Er komt voor een jongere heel wat bij kijken om dat allemaal te kunnen verwerken.
Wat mij betreft waren die onderwerpen op zich wel goed, maar de praktische uitwerking ervan bracht me in verwarring, en brachten heel veel vragen met zich mee.
Die vragen kwamen bij me op omdat ik me tijdens dergelijke bijeenkomsten niet altijd op m'n gemak voelde. Dat kwam misschien ook omdat ik de dochter ben van een homoseksuele vader. Vanuit zowel m'n liefde voor het evangelie alswel voor m'n vader was ik al van jongsafaan met vragen bezig over seksualiteit en inter-menselijke verhoudingen. Ik heb drie zonen: van 20, 24, en 27 jaar.
In hun tienerjaren was ik het die ze als alleenstaande moeder opvoedde, dus ik was degene die met ze praatte over hun kerkelijke bijeenkomsten over seksualiteit, om maar niet te spreken van de interviews die ze met de bisschop hadden, waar heel wat indringende vragen gesteld werden over hun seksuele gedachten en gedragingen. Mijn jongens en ik hielden ontzettend veel van hun opa, mijn vader, die na een huwelijk van 25 jaar met mijn moeder, nog eens veertig jaar een toegewijde en trouwe relatie had met zijn partner.
Hoe onderwijzen we onze tieners over seksualiteit?
Helaas maar al te vaak met bangmakerij. In het algemeen is angst waarschijnlijk de drijfveer om correct gedrag aan te kweken en te controleren. Volgens mij gaan we uit van angst omdat we bang zijn dat we geen antwoord hebben op de vraag van onze kinderen: "Waarom? Wat doe ik met mijn gevoelens? Waarom moet ik alles op jullie manier doen?" We gebruiken angst omdat het ons aan antwoorden ontbreekt en omdat het ons aan kennis ontbreekt. Kinderen te zeggen met seks te wachten is voor ouders de weg van de minste weerstand. Begrijp me goed, het uitstellen van seksuele aktiviteit is een heel goed idee gebaseerd op de prachtige waarheden die de Kerk onderwijst. Maar wat vertellen we ze verder nog meer? Wat is hetgeen dat moet worden uitgesteld? Wat staat ze te wachten? Helaas merk ik dat heel wat mannen vinden dat de beloning voor het wachten is, wanneer ze eenmaal getrouwd zijn, ze seks mogen hebben, zoveel ze maar willen, en zonder zich al te veel af te vragen wat een relatie eigenlijk inhoudt. Vrouwen op hun beurt, worden geleerd te wachten zodat ze vrijelijk seks kunnen geven wanneer gevraagd of verlangd.
Het gevaar bestaat dus dat zowel mannen als vrouwen niet begrijpen hoe hun lichaam een instrument kan zijn in het tot uitdrukking brengen van een betekenisvolle relatie.
Zeker, onze kinderen kunnen best wachten. Dat is het goede nieuws.
Maar misschien begrijpen ze het relationele aspect van seksualiteit niet: heel wat therapeuten zoals ik verdienen er hun boterham mee! Men komt naar mij toe uit onmacht om zich aan anderen te binden. Men krijgt geen contact met de ander.
Alhoewel ze iemand liefhebben, begrijpen ze hun eigen leven niet.
Als we onze jeugd dus leren dat seksuele aktiviteit moet worden uitgesteld tot volwassenheid, leren we ze dan ook over huwelijksrelaties en over toewijding?
Leren we ze dat vroegtijdige seks hun de vrijheid ontneemt te ervaren dat seksualiteit diepere uitdrukkingsvormen kent?
En willen we, terwijl we daarmee bezig zijn, onze kinderen hun verlangens ontzeggen? Hopelijk niet!
Leren we ze dat ze als tieners aan hun seksuele verlangens weliswaar nog niet moeten toegeven, maar dat ze zeer zeker hun gevoelens, emoties en verlangens mogen koesteren? En dat daar andere uitdrukkingsvormen voor bestaan?
We geven onze kinderen een waardevol geschenk als we als ouders met hen over onze eigen levenservaringen praten. Kunnen we openlijk met onze kinderen praten over wat seksualiteit voor ons betekent? En doen we dat op een manier die seksuele intimiteit laat zien als iets heilig, vreugdevol, wonderbaarlijk en machtig?
Op een manier ook zoals Ouderling Holland het uitdrukte in een van zijn eerste toespraken als lid van het Quorum van Twaalf, namelijk dat seksualiteit een sacrament is? - (Jeffrey R. Holland, "Personal Purity," Ensign, November 1998, 75-77.)
Kunnen we er op die manier over praten?
Ik denk niet dat ik tot dergelijke gesprekken met m'n jongens in staat zou zijn als ik er niet toe gedwongen was; gedwongen door de tijd waarin we leven.
Als we niet met onze kinderen communiceren, dan zal het Internet dat doen, of vrienden of bepaalde films. Ik ben ook blij dat ik i.v.m. mijn vader vanzelf met hen in gesprek raakte over homoseksualiteit, en over betekenisvolle uitdrukkingen en emoties. We leerden dat alhoewel het evangelie ons prachtige waarheden onderwijst, er nog zo veel dingen zijn die we gewoon niet weten.
Tijdens de voorbereiding om mijn ervaringen over dit onderwerp met anderen te delen, belde ik mijn zoons op om ze te vragen hoe ze hun eigen seksualiteit zien.
Ik wilde ze respectvol benaderen en niet over hen spreken zonder hun inbreng.
Een van mijn zonen: "Ik onthield me niet van seks voor mijn huwelijk uit angst; niet zoiets als: als ik het doe ga ik vreselijk zondigen en ga ik verloren in de buitenste duisternis. Je vertelde me altijd dat seks iets heel bijzonders is. En alhoewel ik seks had kunnen hebben als ik dat gewild had, vertrouwde ik op jouw woorden toen je zei dat als ik er te vroeg mee zou zijn, ik het bijzondere ervan zou kunnen aantasten." Mijn andere zoon studeerde aan de BYU, ging op zending, en maakte pas daarna bekend dat homoseksualiteit deel uitmaakte van zijn identiteit. Hij woont in Londen. Toen ik hem met mijn vragen opbelde, zei hij: "Waar maken mensen zich zo druk over?" en dat verraste me, maar hij ging verder: "Homo-zijn is gewoon een eigenschap, net zoiets als blauwe ogen of blond haar, of lang van stuk zijn. Ik weet nog niet hoe ik mijn leven ga inrichten, waar de accenten te leggen, welke muziek te kiezen, welke kunst te waarderen, wat te doen met de vijf talen die ik spreek, wat voor een levenspartner ik ga kiezen. Allemaal keuzes die ik nog moet maken, waarbij het weinig uit maakt of ik homo of hetero ben." Mijn volgende vraag was dan ook: en jij bent nog maar net 24? Je klinkt meer als iemand van 54!
Uit mijn beroepsmatige ervaring weet ik dat mijn zoon's volwassen benadering er een is waar anderen tientallen jaren voor nodig hebben.
Ik ben dankbaar dat zijn levenspad hem in staat stelde om seksualiteit als een geschenk te aanvaarden i.p.v. een zonde die hem naar de buitenste duisternis zou leiden. Met mijn jongste zoon ligt het iets anders: Toen ik hem belde was hij net aangekomen aan de MTC - het Zendelingen Opleidings Centrum - een heel aparte gewaarwording om hem juist daar dergelijke vragen te stellen. Hij zei: "Het enige dat ik zeker weet is dat ik hetero ben, maar daar houd het wel zo'n beetje bij op." Hij is een bedachtzame jongen en schrijft veel over hoe hij zijn innerlijke gevoelens wil uitdrukken. Hij is een bergbeklimmer en hij schrijft dikwijls over hoe zijn lichaam en zijn spieren zich inspannen bij dergelijke uitdagingen. Hij zegt: " Dat heeft me trouwens geholpen om beter voorbereid te zijn op een intieme relatie, omdat ik lichamelijke reacties met iemand wil delen i.p.v. alleen maar te nemen."
Zijn weldoordachte opmerkingen zijn echt niet te danken aan mijn voorbeeldige moederschap. Ook niet door de overvloed aan uitdagingen, frustraties, tweestrijd over popmuziek, kerkelijke leringen, en het Internet. Volgens mij is dat te danken aan de omstandigheid, zoals ik al eerder opmerkte, dat we gedwongen waren met seksualiteit te leren omgaan buiten de heersende mormoonse cultuur.
Ik houd van het evangelie.
En ik ben dankbaar voor de ervaringen die ik opdeed toen ik mijn kinderen leerde hoe complex en veelzijdig seksualiteit eigenlijk is. En over de vraag die Stephen Carter stelde in zijn eerdere essay: "Moeten we bang zijn in het donker?", wil ik kwijt dat we bang zouden moeten zijn dat we onze kinderen en onszelf misschien het duister inleiden. In plaats daarvan zouden we heel bewust naar het licht moeten zoeken met groot ontzag voor wat dat licht zou kunnen inhouden.
We zouden niet bang moeten zijn onze inzichten over seksualiteit met anderen te delen, te bespreken en te onderwijzen,
maar dat zal - net als bergbeklimmen - intensieve geestelijke en lichamelijke inspanning van ons vereisen.