Seksualiteit aanvaarden als bron van intense vreugde in een sfeer van openheid en verantwoordelijkheid draagt bij tot eerbied voor het leven.
Een vijfdelige Sunstone-serie over seksualiteit in het leven van heiligen der laatste dagen: "Opdat zij vreugde mogen hebben" (2 Nephi 2:25)
Seksualiteit als geschenk
H. Wayne Schow
Ik kan me goed vinden in de persoonlijke ervaringen van Stephen Carter en zijn confrontaties als jongere met de aantrekkelijke, gevaarlijke, en donkere wereld van seksualiteit. Ik denk ook dat hij de problematiek goed benadert, niet alleen v.w.b. seksueel onderricht voor jonge heiligen der laatste dagen, maar ook waar e.e.a. seksualiteit voor volwassenen betreft.
Hoe we ons verder ook naar volwassenheid ontwikkelen, de denkbelden over seksualiteit waarmee we als jongeren werden doordrongen, zullen ons blijven beinvloeden. Heel goed ook, die toelichting van Stephen, waarin hij schrijft over zijn ervaringen met films voor volwassenen en hoe hij als opgroeiende jongere seksualiteit zag door de lenzen van zonde en angst (en dat is waarschijnlijk typerend
voor de meeste jonge heiligen der laatste dagen). Ik ben het ook eens met zijn gevolgtrekking dat zijn op den duur meer evenwichtige en bevestigende kijk op dit soort zaken, die zo'n belangrijk én problematisch deel uitmaken van het menselijk bestaan, zich niet dankzij maar ondanks de invloed van de kerk ontwikkelde. En alhoewel ik wat ouder ben, moet ik toegeven dat mijn eigen leerproces heel veel op het zijne lijkt. "Niet dankzij, maar ondanks de invloed van de kerk" is een trieste vaststelling. Dat zou toch niet zo moeten zijn. Het kerkelijk onderwijs zou juist bij uitstek moeten bijdragen aan het ontwikkelen van een gezonde kijk op seksualiteit.
In mijn beschouwing over seksuele voorbereiding van onze jeugd, stel ik de vraag wat individuele ouders en leerkrachten zouden kunnen doen om een gezondere en meer evenwichtig begrip van seksualiteit aan te kweken. Ook wil ik ingaan op de kerkelijke benadering - incl. haar dogma's en leringen die deel van het probleem vormen - en op de oorsprong van schuld, angst, schaamte en verlegenheid die deel uitmaken van de gefrustreerde en onderdrukte seksualiteit van veel heiligen der laatste dagen. Ik ben van mening dat we seksualiteit uit de sfeer moeten halen van onfatsoenlijkheid, zondigheid en onnodige angst, en doe daartoe de volgende ideen aan de hand:
1. Allereerst moeten we eerlijk erkennen dat we seksuele wezens zijn, erfgenamen van het Godsgeschenk van seksualiteit, en er trots en dankbaar voor mogen zijn. In feite is seks voor de meeste van ons een van de meest mysterieuze en intrigerende dingen in ons leven. Zoiets als de Grand Canyon: overweldigend, ongelooflijk mooi, en een heel karwei om haar te overbruggen, aan de andere kant te komen. We weten dat seksualiteit goddelijke energie is die de schepping voortstuwt en er aan ten grondslag ligt. We moeten ophouden net te doen alsof dat niet zo is. Maar onze seksualiteit is méér dan dat. Ze maakt heel complex deel uit van het volledig menszijn. Ze ligt ten grondslag aan een onstuimige levenskracht in ons, waardoor we ons aan een hogere macht kunnen overgeven. Ze stelt ons in staat in een volledig éénzijn op te gaan, een eenwording die onze individualiteit tijdelijk opheft.
Maar, heel paradoxaal, is onze seksualiteit ook een individuele uitdrukkings-mogelijkheid, het dynamisch laten gelden van de persoonlijke identiteit, een vingerafdruk als het ware van onze persoonlijkheid. Ze is zelfs een manier waarop we ons isolement kunnen doorbreken en ons verlangen kunnen laten gelden om bij - en met - een ander te kunnen zijn. Het seksueel samenzijn als primair ritueel van intimiteit tussen mensen kan het innerlijke en het mysterieuze in ons leven met elkaar verbinden. Ze kan niet alleen onze physieke verlangens bevredigen, maar ook het lichamelijke, verstandelijke, en geestelijke met elkaar verbinden. Degenen die daaraan voorbij gaan, ontzeggen zich daarmee een rijke en integrale dimensie van het volledig menszijn. Een leven zonder seksueel bewustzijn is een onvolledig leven, hoe goed dat leven verder ook kan zijn. En onze jeugd wil ons dat horen zeggen.
2. Ten tweede moeten we afkomen van dat oude dualisme gepredikt door Paulus, Augustinus, en het Boek van Mormon, dat het lichamelijke een vijand van het geestelijke zou zijn; de manier waarop Satan onze onsterfelijke ziel bedreigt. Het lichaam is niet slechts een armzalig dienaar van ons geestelijk wezen: Koning Benjamin's waarschuwing betreffende de natuurlijke mens gaat niet over seksualiteit. Seksualiteit op zich bezoedelt ons lichaam, de tempel van God, niet.
Iets anders onderwijzen, direct of indirect, veroorzaakt verwarring, innerlijk conflict en onderdrukking, en vormt een obstakel voor geestelijke gezondheid en volledig menszijn, ondermijnend ook voor een gezonde seksuele beleving.
3. Ten derde moeten we beter gaan begrijpen wat aan seksuele moraliteit ten grondslag ligt. Veel Christenen - incl. heel wat heiligen der laatste dagen - denken dat seksuele verboden (en moraliteit in het algemeen) ontstaan uit een universeel abstract niveau. M.a.w. dat ze in den beginne door God werden verboden, min of meer willekeurig, als een proef van gehoorzaamheid: "u zult geen" enz.
Of men gelooft dat seks op de een of andere manier iets is dat wezenlijk slecht is, of dat God denkt dat onthouding goed voor ons is en ons niet teveel plezier gunt.
Alhoewel we bevestigen dat God zorgzaam is over hoe zijn kinderen seksueel volwassen worden, en zijn wijsheid aan ons bekend kan maken, moeten we niet vergeten dat de geschiedenis ons leert dat regels over moraliteit zijn voortgekomen uit culturele omstandigheden en gemeenschappelijk sociaal bewustzijn. Sociale groepen hebben altijd al begrepen dat bepaalde natuurlijke impulsen beperkt moeten worden t.b.v. vrede, veiligheid en gerechtigheid, en daarbij hoort ook het gevaar dat seks levens kan ontwrichten. Zonder seksuele verantwoordelijkheid kan een maatschappij niet functioneren; seksuele verboden komen dus voort uit praktische, sociale overwegingen. Zo is overspel verboden om getrouwheid en stabiliteit in het huwelijk te verzekeren, de ontwrichtende gevolgen van seksuele wedijver, seksuele promiscuiteit en overdrachtelijke ziekten terug te dringen, en daardoor gunstige omstandigheden te scheppen om kinderen op te voeden. Ontucht is verboden om verhoudingen te ontmoedigen waarin de deelnemers onvoorbereid zijn om verantwoordelijkheid te dragen voor de complexe gevolgen van seksuele intimiteit.
Kortom, afspraken over seksuele moraliteit komen heel praktisch voort uit oorzaak en gevolg, en daar ontlenen ze hun rechtmatigheid aan. Dit is nu precies wat we moeten benadrukken als het gaat over seksuele en morele voorlichting voor jong en oud; niet slecht een vage zinsspeling op het zondige van seksualiteit om schuldgevoelens op te roepen.
Alhoewel ik seksueel zelfbewustzijn als zeer gewenst beschouw, pleit ik absoluut niet voor seksuele lichtzinnigheid. Een grote ongecontroleerde macht kan zowel schadelijk als nuttig zijn. Zoals het evangelie ons leert, moeten er grenzen worden gesteld, en dat is niet altijd eenvoudig. Maar in ons streven om zaken onder controle te houden, moeten we de regels nu ook weer niet zo streng maken dat ze de voordelen - die we juist wilden beschermen - teniet doen.
We zeggen geen
"nee" om "nee" te zeggen. Het gaat erom seksualiteit zoveel mogelijk kans van slagen te geven als maar mogelijk is, en met zoveel mogelijk individuele menselijke benaderingen. Is iets wezenlijks verkeerd wanneer twee mensen elkaar seksueel genot verschaffen? Uit lichamelijk oogpunt alléén, waarschijnlijk niet; niet meer verkeerd dan met iemand te dansen of uit eten te gaan. Nee, het probleem zit hem niet noodzakelijkerwijze in de vraag of lichamelijk genot gedeeld mag worden (dat kan zelfs heel goed zijn), maar het gaat hier om het veel grotere verband van seks in psychologisch en sociaal opzicht. En daarop moet moraliteit zich concentreren.
Als twee mensen seks hebben met schadelijke psychologische gevolgen, voor een of voor beiden, of voor anderen in hun omgeving, of met een prijs die te hoog is voor de samenleving, op dat moment is er sprake van een moreel probleem waarvoor we de verantwoordelijkheid niet uit de weg moeten gaan. Als we de jeugd dus over seks onderwijzen, moeten we de kracht, de schoonheid en de voordelen ervan benadrukken, maar tegelijkertijd ook praten over de moeilijkheden en verantwoordelijkheden die daarbij om de hoek komen kijken.
Niet eenvoudig: vaak zijn er allerlei subtiele verwikkelingen die een verantwoordelijke evaluatie moeilijk maken, vooral in de passie van het moment. Als er werkelijk een strikte scheiding zou zijn
tussen lichaam, geest en verstand, dan zouden ontrouw en lichtzinnigheid minder negatieve gevolgen hebben - zoals bij wilde dieren. Maar mensen zitten wat ingewikkelder in elkaar: ons lichaam met al haar aktiviteit en en gevoelsmatigheid is onlosmakelijk aan onze psyche verbonden. Ons zelfbewustzijn komt voort uit al ons doen en laten en uit onze levensomstandigheden; krachtige seksuele gevoelens en handelingen worden uiteindelijk gestuurd en beinvloed door een groter geheel. Seksuele intimiteit is dan ook veel meer dan lichamelijke bevrediging. Ze maakt mensen heel kwetsbaar met alle gevolgen van dien. Dat is aan de ene kant wonderbaarlijk mooi, maar aan de andere kant levensgevaarlijk.
Religies waren van oudsher de bewakers van de seksuele moraal, deels omdat ze behoudend waren als het ging om strakke regels en zelfs onthouding af te dwingen d.m.v. godsdienstige taal en autoriteit. Tijdens mijn jeugd gingen mijn kerkelijke leiders er klaarblijkelijk vanuit dat "de zonde die bijna net zo erg als moord" was (Alma 39:5), ontucht moest zijn, want dit argument werd voortdurend gebruikt om ons als tieners - boordevol hormonen - angst voor verdoeming aan te jagen.
Ik zal u een diepgaande analyse van uit hun verband gerukte schriftteksten besparen; zelfs als Alma specifiek seksuele zonde bedoeld zou hebben, is enige genuanceerdheid toch wel geboden. Zijn er immers geen misdaden zoals misleiding, geweld, verraad, en trouweloosheid die eigenlijk veel meer schade aanrichten dan eenvoudigweg ontucht? Ik heb waardering voor de bedachtzame rol die is weggelegd voor religie t.o.v. seksualiteit. Je ziet vandaag de dag overal om je heen wat het resultaat is van onverantwoordelijk seksueel gedrag zonder beperkingen.
Maar ik ben tégen religieuze indoctrinatie die, met de beste bedoelingen, zaken ongenuanceerd benadert en alles als zwart-wit voorstelt. En ik betreur ook godsdienstige indoctrinatie die, met de beste bedoelingen, seksualiteit heel zwaar op de hand als lelijk afschildert, en die schaamtegevoelens bij mensen doet oproepen die resulteren in preutsheid en afzondering.
Als grootvader vroeg ik me af wat voor een sekseule en morele opvoeding ik zou wensen voor mijn kleinkinderen. Gevolgen op lange termijn en voorzichtigheid moeten aan de basis liggen van benaderingen die veiligheid beloven in het huidige klimaat "waar alles mag". Maar ik wens mijn kleinkinderen ook toe dat ze de verstandelijke vermogens en karaktertrekken ontwikkelen die hen in staat zal stellen over de "Grand Canyon"-kloof van seksualiteit heen te kijken. Als ze dat lukt op een verantwoordelijke manier, kunnen ze met zelfvertrouwen van het schitterende uitzicht genieten. Ik hoop dat hun godsdienstige opvoeding, met het gevaar voor schaamte en angst, hun ontwikkeling wat dat betreft niet in de weg zal staan. Ik geloof dat het mogelijk moet zijn seksuele discipline en verantwoordelijkheid aan te leren zonder de averechtse gevolgen van negatieve onderdrukking.
Wat kan anders?
- Vermijd op een manier te onderwijzen die mensen zich voor hun lichaam en voor normale lichamelijke reacties doen schamen.
-Onderwijs niet langer een dualisme tussen lichaam en geest die zou kunnen suggereren dat het lichamelijke verdacht is, de weg der verleiding en de vijand van de geest is.
-Een aangepaste benadering tijdens de zgn. "Standards Nights": geen vergelijkingen meer gebruiken als "gebruikte kauwgom" - "spijkers in een plank die gaten achterlaten" -
"verwelkte rozen" - , dergelijke bewoordingen veroorzaken schaamte, schuldgevoelens, en een negatieve kijk op seksualiteit.
-Flink wat gas terugnemen in de nutteloze kruistocht door overijverige bisschoppen en ringpresidenten tegen zelfbevrediging onder jongeren. Masturbatie is over het algemeen een onschadelijke en heel natuurlijke manier om zichzelf te leren kennen, en functioneert bovendien als ontluchtingsklep. Ik ben er van overtuigd dat mogelijke negatieve gevolgen in geen enkele verhouding staan tot de geestelijke schade die wordt aangericht door schuld- en minderwaardigheidsgevoelens (die vaak het resultaat zijn van vragen die tijdens tweegesprekken worden gesteld).
-Jongeren aanmoedigen volkomen eerlijk (met zichzelf) te zijn in het bevestigen van hun seksuele geaardheid. Schep de mogelijkheid voor degenen die tot hetzelfde geslacht zijn aangetrokken dat zonder schaamte of schuldgevoel te beamen, en zonder dat te bestempelen als moreel verwerpelijk of als een gebrek aan integriteit.
Maar verwacht wél van hen dat ze aan dezelfde morele maatstaven voldoen die van ons allemaal verwacht word: namelijk dat hun gevoelens en handelswijze goede vruchten voortbrengt.
-De verwarring terugdringen veroorzaakt door seksuele reinheid teveel als zwart-wit af te schilderen, als een te simplistisch: het één of het ander. Ik denk daarbij aan de veel geciteerde uitspraak van een kerkelijk leider jaren geleden die zei dat hij zijn kinderen liever "in reinheid" ter grave zou dragen, dan besmet te zien leven met de zonde van ontucht. In plaats daarvan stel ik voor dat we de positieve aspecten van seksualiteit gaan benadrukken. Ik moedig jongeren aan zich 'volkomen' te voelen, en om trots te zijn op hun lichaam, met al haar pracht en praal.
Ik benader seksuele reinheid niet vanuit het zondige, schuldige, schaamtelijke en onderdrukte, maar als een veeleisend rentmeesterschap over een parel van grote waarde. Ik wil pogen hen niet d.m.v. angst voor te bereiden, niet door aan seksualiteit af te doen, maar door hen te helpen inzien hoe die goddelijke gave mogelijkheden schept, dat ze heel complex is, en vergezeld moet gaan met verantwoordelijkheid. De nadruk zou
kunnen worden gelegd op zelfbeheersing en op de zin van het geduldig uitstellen van verlangens. Om met Hamlet - in Horatio - te spreken: "The readiness is all" - het gaat erom voorbereid te zijn.
Ik zou jongeren willen helpen te begrijpen wat de praktische en emotionele gevolgen zijn van onzorgvuldigheid en impulsief gedrag. Een dergelijke positieve benadering lijkt me veel beter dan om af te doen aan hun seksuele zelfbewustzijn dat zo nadrukkelijk aanwezig is. En indien een jongere minder wijs is, en de "Grand Canyon" te vroeg wil overbruggen, daar zou ik m'n best doen de praktische gevolgen daarvan niet te verergeren door hem of haar op te schepen met een eeuwig schuldgevoel.
Misschien ben ik onrealistisch als ik denk dat zowel het één als het andere mogelijk zou moeten zijn. Een dergelijke benadering stelt hoge eisen: aan de jeugd én aan degenen die hen onderwijzen. Om seks als iets positiefs, aantrekkelijks en moois te kunnen laten zien, als een onderdeel van het volledig menszijn, en er tegelijkertijd enige controle over te kunnen bewaren, zou dat meer openheid van ons vereisen en de gewilligheid de moeite te nemen om morele kwesties in een groter heilzaam verband te gaan zien. Dat zou nog wel eens heel moeilijk kunnen zijn voor veel van onze volwassen leden; zij groeiden immers op met een negatieve en onderdrukte seksualiteit die zij niet openlijk durven erkennen in hun godsdienstige omgeving.
Toch zou een dergelijke benadering méér recht doen aan de mormoonse theologie; een vast vertrouwen in het belang van ondervindelijkheid en keuzevrijheid, met aanvaarding van het risico en de verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaan.