MvG logo www.mvgcontact.org

Het Evangelie en de Kerk

Home




Ronald E. Poelman (1928) is emeritus lid van het Eerste Quorum van Zeventig, heeft nederlandse voorouders, was in Nederland op zending, en spreekt onze taal. Wie de onderstaande historische toespraak uit 1984 van Elder Poelman leest komt onder de indruk van de geest die er uit spreekt, en heiligen der laatste dagen in Nederland en Vlaanderen mogen zijn woorden in dankbaarheid bewaren en herlezen.



Het Evangelie en de Kerk

door Ronald E. Poelman

Zowel het evangelie van Jezus Christus als de Kerk van Jezus Christus zijn waarachtig en goddelijk. Er is echter een aanzienlijk onderscheid tussen hen, en het is belangrijk dat dit verschil wordt begrepen.
Even zo belangrijk is begrip van hoe het evangelie en de Kerk zich tot elkaar verhouden. Als we er niet in slagen onderscheid tussen de twee en hun juiste onderlinge verhouding te maken, kan dit tot verwarring leiden en tot misplaatste prioriteiten, met onrealistische en daarom niet-haalbare verwachtingen.
Vervolgens kan e.e.a. resulteren in een afname van voordelen en zegeningen en, in uiterste gevallen, zelfs in afvalligheid.
In mijn pogen enkele onderscheidende eigenschappen van het evangelie en de Kerk te bespreken, er commentaar op te geven, en tegelijkertijd aandacht te schenken aan hoe deze zich wezenlijk tot elkaar verhouden, is het mijn gebed dat er een perspectief zal ontstaan hetwelk de invloed van zowel het evangelie als de Kerk in ons leven gunstig zal beinvloeden. Het evangelie van Jezus Christus is een goddelijk en volmaakt plan. Ze bestaat uit eeuwige, onveranderlijke beginselen en wetten die universeel toepasselijk zijn op ieder mens, ongeacht tijd, plaats, of omstandigheid.
De beginselen en wetten van het evangelie veranderen nimmer.
De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is een goddelijk instituut dat wordt bestuurd door God's priesterschap. De Kerk is gevolmachtigd de beginselen en leerstellingen van het evangelie op correcte wijze te onderwijzen en haar essentiele verordeningen te bedienen.
Het evangelie vertegenwoordigt het goddelijke plan van persoonlijke, individuele zaligheid en verhoging. De Kerk verschaft de mogelijkheden om dit plan in een ieders leven in beweging te zetten.
Kerkelijke programma's en richtlijnen helpen ons de zegeningen van het evangelie te realiseren, al naar gelang onze persoonlijk mogelijkheden en omstandigheden.
Onder goddelijke leiding veranderen dergelijke programma's van tijd tot tijd wanneer de doelstellingen van het evangelie het vereisen.
Geopenbaarde, eeuwige beginselen zoals beschreven in de schriften, liggen ten grondslag aan ieder aspect van kerkelijk bestuur en aktiviteit.
Naarmate - individueel en collectief - onze kennis, aanvaarding en toepassing van evangeliewaarden toeneemt, worden we minder afhankelijk van de programma's van de Kerk. Onze levens richten zich dan op het evangelie.
Zeden en gebruiken, sociale omstandigheden en persoonlijke voorkeur van individuele kerkleden kunnen worden verward met kerkelijke procedures of richtlijnen als deze door herhaling gewoongoed worden.
Door sommigen worden dergelijke zeden en gebruiken zelfs als eeuwige evangeliebeginselen beschouwd. Degenen die zich in dergelijke omstandigheden niet aan de culturele standaard conformeren, kunnen ten onrechte worden beschouwd als onorthodox of zelfs als onwaardig. De eeuwige beginselen van het evangelie en de geinspireerde Kerk verwelkomen echter een breed spectrum van unieke individualiteit en culturele verscheidenheid.
Waar we ons aan moeten conformeren zijn de wegen van God.
De rechtzinnigheid waar we op moeten aandringen moet dus rusten op fundamentele beginselen en eeuwige wetmatigheid, met inbegrip van de vrije wil en het goddelijk uniek-zijn van ieder mens. Het is daarom zo belangrijk het verschil te kennen tussen eeuwige evangeliebeginselen, die onveranderlijk en universeel toepasbaar zijn, en culturele normen die al naar gelang tijd en omstandigheden kunnen varieren.
Dit perspectief ligt verankerd in de schriften en wekt soms de indruk ongeregeld en onduidelijk te zijn. De Heer zou ons het evangelie in een handboek kunnen hebben aangereikt, systematisch naar onderwerp gerubriceerd, met misschien wat voorbeelden en illustraties. God's eeuwige wetten en beginselen worden ons echter geopenbaard door het relaas van individuele levens in allerlei uiteenlopende omstandigheden.
Als we de schriften lezen worden we het evangelie onderwezen door verschillende boodschappers in verschillende tijden en plaatsen. We zien de gevolgen wanneer het evangelie wordt aanvaard of verworpen, wanneer haar beginselen al dan niet, volledig of ten dele worden toegepast, door allerlei verschillende mensen.
In de schriften ontdekken we dat uiteenlopende institutionele vormen, ceremonies, richtlijnen en procedures, allemaal het goddelijk ontwerp volgen om eeuwige beginselen in gang te zetten.
Praktijken en procedures veranderen; beginselen veranderen niet.
Door het bestuderen van de schriften kunnen we leren over eeuwige beginselen, en hoe deze zich verhouden tot, en onderscheiden van, institutionele hulpmiddelen.
Wanneer we de schriften op onszelf toepasselijk maken zijn we beter in staat de institutionele hulpmiddelen van de hedendaagse Herstelde Kerk te gebruiken en het evangelie van Jezus Christus te leren, toe te passen en met anderen te delen.
Het boek Leviticus in het Oude Testament is hier een goed schriftuurlijk voorbeeld van. Ze is in feite een handboek voor Hebreeuwse priesters en bevat allerlei regels, rituelen en ceremonies die ons als vreemd en onpraktisch voorkomen.
Ze bevat echter ook eeuwige evangeliebeginselen die we allemaal kennen en alleszins toepasbaar zijn. Het is interressant en leerzaam om het 19e hoofdstuk van Leviticis eens te lezen waarin zoveel beginselen en regels te vinden zijn. In de eerste twee verzen lezen we: "De HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de ganse vergadering der Israëlieten en zeg tot hen: Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig."
Hier zien we het beginsel van openbaring. God spreekt tot zijn kinderen door profeten, ook hedentendage. De Heer spreekt vervolgens tot Mozes:
"Spreek tot de ganse vergadering der Israëlieten en zeg tot hen: Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig."
Jezus zei in de Bergrede: "Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is." Ook hier weer een eeuwig evangeliebeginsel. Dan volgen er andere eeuwige beginselen; enkele ervan vormen de Tien Geboden.
Er worden ook regels en programma's gegeven om dergelijke beginselen aan het Hebreeuwse volk in hun specifieke omstandigheden te onderwijzen.
Er wordt bijvoorbeeld de door God geboden verantwoordelijkheid t.o.v. de armen onderwezen. Een programma wordt gepresenteerd: voedselvoorziening voor de armen door resten van de oogst op het veld te laten staan en het niet-oogsten van de hoeken van de akker (Leviticus 19: 9-10).
De huidige zorgprogramma's t.b.v. de armen zijn heel anders. De goddelijk wet is hetzelfde.
In beide programma's ligt nog een ander beginsel vervat; in zowel het oude als het nieuwe programa: degenen die worden geholpen worden, voor zover mogelijk, in staat gesteld zichzelf te helpen.
In vers 13 wordt het beginsel van eerlijkheid onderwezen, vergezeld van een regel die van werkgevers vereist hun arbeiders aan het eind van de dag voor hun werk te betalen. Tegenwoordig is dergelijke regelgeving meestal niet nodig; het eeuwig beginsel van eerlijkheid wordt door andere regels en praktijken verzekerd.
Vers 27 bevat een regel over persoonlijke verzorging die duidelijk niet op ons van toepassing is, maar ook wij kennen regelgeving over kleding en uiterlijk.
Dit zijn geen eeuwige beginselen, ze zijn bedoeld ons te helpen evangeliebeginselen te leren en met anderen te delen.
Het beginsel van vergeving wordt in hetzelfde hoofdstuk van Leviticus uiteengezet in vers 18, dat besluit met het tweede grote gebod: "Gij zult ... uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de HERE."
Ieder lid van de Kerk heeft niet alleen de gelegenheid, het recht en het voorrecht een persoonlijk getuigenis te ontvangen aangaande evangeliebeginselen en kerkelijke zaken, maar ook de behoefte en de verplichting een dergelijk getuigenis d.m.v. vrije wilsuitoefening te verkrijgen en aldus aan het doel van de aardse proeftijd te beantwoorden. Zonder een dergelijk getuigenis kan iemand zich verward en bedrukt voelen door wat zo op het eerste gezicht eenvoudigweg regelgeving van de Kerk als instituut lijkt. Het is inderdaad niet afdoende dat we geboden en raadgevingen van kerkleiders volgen. Door studie, gebed en de invloed van de Heilige Geest kunnen we een individueel, persoonlijk getuigenis ontvangen dat een beginsel of raadgeving correct en door God geinspireerd is. Dan ook kunnen we op verlichte wijze enthousiast gehoorzaam zijn, en kunnen we m.b.v. de Kerk getrouwheid, tijd en talenten en andere mogelijkheden ontwikkelen, zonder aarzeling of terughoudendheid. Als we institutionele doelen, programma's en richtlijnen kunnen verbinden aan evangeliebeginselen en eeuwige persoonlijke doelen is het resultaat dat we enthousiast en gemotiveerd meedoen in de Kerk.
Als we het verschil begrijpen tussen het evangelie en de Kerk, en de juiste betekenis van beide in ons dagelijks leven, zullen we veel meer geneigd zijn om goede en weloverwogen besluiten te nemen.
Kerkelijke discipline wordt vervangen door zelfdiscipline.
Overzicht wordt vervangen door inzicht, goede initiatieven, en een bewustzijn van onze goddelijke verantwoordelijkheid. De Kerk helpt ons in ons pogen onze vrije wil creatief te gebruiken, niet om eigen waarden en beginselen te verzinnen, maar om eeuwige evangeliewaarden te leren kennen en toe te passen.
Het naleven van het evangelie is een proces van voortdurende persoonlijke vernieuwing en verbetering totdat iemand voorbereid en gekwalificeerd is om met zelfvertrouwen en een gerust hart in God's tegenwoordigheid te wandelen.
Mijn broeders en zusters, gedurende mijn leven zocht ik naar kennis, naar training en ervaring, door feiten te verzamelen en door het toepassen van de menselijke rede, en dat doe ik nog steeds. Hetgeen ik echter het meest zeker weet, en hetgeen mijn leven het meest ingrijpend en positief beinvloed heeft, leerde ik niet slechts door feitelijke redenering, maar d.m.v. de rustige, bevestigende invloed van de Heilige Geest. Vanuit die Geest getuig ik dat God onze Vader is, dat Jezus van Nazareth de Eniggeboren van de Vader in het vlees is, en dat hij de Redder en Zaligmaker is voor de gehele mensheid. Door zijn zoenoffer komen verlossing en verhoging vrijelijk binnen het bereik van allen die deze gave willen aannemen d.m.v. geloof, bekering en heilige verbonden.
Moge een ieder van ons voortgaan met leren en met het toepassen van eeuwige evangeliebeginselen, en ten volle zijn of haar voordeel doen met de hulpmiddelen die de Herstelde Kerk ons van godswege biedt.
En om met de woorden van de Nephitische leider Pahoran te spreken:
"ons te kunnen verheugen in het grote voorrecht van onze kerk en in de zaak van onze Verlosser en onze God." (Alma 61:14)
In de naam van Jezus Christus. Amen.



bron: Words of President Ronald E. Poelman; General Conference October 1984 - LDSM - vertaling uit het Engels: Robert Poort