Grant,O Lord, that your Holy and life-giving Spirit
may so move every human heart, that barriers which divide us may crumble,
suspicions disappear and hatred cease; that, our divisions being healed,
we may live in justice and peace,
through Jesus Christ our Lord. Amen.
Congregational Prayer of Benediction - Community
of Christ - Las Vegas
Geef, O Heer, dat uw Heilige en levenschenkende Geest elk menselijk
hart mag raken, dat de barrieres die ons scheiden mogen worden afgebroken,
wantrouwen zal verdwijnen en haat zal afnemen; dat we door onze toenadering,
in vrede en gerechtigheid mogen leven, door Jezus Christus onze Heer.
Amen.
Gezamelijk Slotgebed - Gemeenschap van Christus
- Las Vegas
Restorations / Herstellingen
Restorations is a monthly
reflection of Latter-day spirituality by Bryan
Monte, a member of the Community of Christ, living in Zeist, The Netherlands,
and Robert Poort, a member of the Church of Jesus Christ of Latter-day
Saints, living in Las Vegas, Nevada. The Community of Christ is the
new name of the former Reorganized Church of Jesus Christ of Latter-day
Saints. Both churches find their origin within the faith tradition of
the Restoration.
Herstellingen is een maandelijks
bericht over spiritualiteit in het licht van het herstelde evangelie
door Robert Poort, een Nederlander woonachtig te Las Vegas in de VS,
en lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen,
en Bryan Monte, een Amerikaan woonachtig te Zeist, en lid van de Gemeenschap
van Christus. De Gemeenschap van Christus is de nieuwe naam van de voormalige
Gereorganiseerde Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste
Dagen. Beide kerkgenootschappen komen voort uit de geloofstraditie van
de Herstelling.
This month / Deze
maand :
Apostles/Apostelen
Het algemene bestuur, de beleidsvorming en het toezicht op de kerk zijn in handen van het Eerste Presidium, dat bestaat uit de President (tevens profeet) met twee raadgevers, en de Raad van Twaalf Apostelen. De huidige president van de kerk is Thomas S. Monson. Het bestuur zetelt in Salt Lake City. Het eerste Presidium en de Twaalf Apostelen bezoeken regelmatig leden en plaatselijke bestuurders over de hele wereld. (meer)
General governance of the church is in the hands of the First Presidency, consisting of the President (and prophet) with two counselors, and the Council of the Twelve Apostles. The current president of the church is Thomas S. Monson. The Church Office Building is at Salt Lake City. The First Presidency and the Twelve Apostles regularly visit both members and local church leaders around the world. (more)
The Council of Twelve is urged to enthusiastically embrace its calling as apostles of the peace of Jesus Christ in all of its dimensions. The Twelve are sent into the world to lead the church’s mission of restoration through relevant gospel proclamation and the establishment of signal communities of justice and peace that reflect the vision of Christ.—Doctrine and Covenants 163:5a
De Raad der Twaalven is opgeroepen op enthousiaste wijze haar roeping als apostelen van de vrede van Jezus Christus in al haar dimensies waar te maken. De Twaalf worden de wereld ingezonden om de zending van de herstelling te leiden d.m.v. relevante evangelieverkondiging en door het stichten van gemeenschappen voor vrede en gerechtigheid die de visie van Christus weerspiegelen. - Leer en Verbonden 163:5a
Some reflections by Robert Poort:
These pictures of the apostles of the faith tradition of the Restoration indicate that unlike their LDS cousins, COC members have embraced the idea of women and the priesthood. I have been looking for recent statements within the LDS community that have anything sensible to say about the issue, and I found one in LiberalMormon.net on the topic without further comment.
Bovenstaande foto's van de apostelen in de geloofstraditie van de Herstelling maken duidelijk dat in tegenstelling to hun HLD neven en nichten, de leden van de Gemeenschap van Christus de gedachte van de vrouw en het priesterschap als realiteit hebben aanvaard. Ik zocht naar recentelijke relevante uitspraken over het onderwerp en vond de navolgende tekst op de website van LiberalMormon.net die ik zonder verder commentaar aan u wil voorleggen:
The scriptures teach that male and female are alike to God. It is difficult to see how that teaching can be reconciled with excluding women from priesthood offices, just as it was difficult to see how the pre-1978 black priesthood ban could be reconciled with the teaching that black and white are alike to God (2 Ne. 26:33). Claims that men and women have "equal but complimentary" roles sound uncomfortably like the "separate but equal" rhetoric that once justified racism. Given that women serve priestly functions during temple ordinances, it is not obvious why they could not do the same in other areas of church service. During the 19th century, Mormon women also anointed and blessed the sick.
Ordaining women and girls to priesthood office would require a new understanding of gender among the Saints, and perhaps a new understanding of priesthood itself. It remains to be seen whether the Saints may someday come into new light on this issue. A first step might be to understand priesthood not as authority bestowed on individuals but as a gift to the church as a whole. The restoration of the priesthood commissioned the church collectively to undertake God's work. All members, male and female, are empowered for service through priesthood ordinances: baptism, confirmation, the endowment. Priesthood offices are just some of the diverse capacities in which Latter-day Saints are called to use their spiritual gifts to bless others' lives (D&C 46:15-16).
De schriften onderwijzen ons dat man en vrouw gelijk zijn in Gods ogen. Het is moeilijk te begrijpen hoe die lering in overeenstemming kan zijn met het uitsluiten van het priesterschapsambt voor vrouwen, net zo moeilijk als het is om te begrijpen hoe de priesterschapsban voor zwarten tot 1978 in overeenstemming kon zijn met de lering dat zwart en blank gelijk zijn in Gods ogen (2 Nephi 26:33). Beweringen dat mannnen en vrouwen "gelijke maar aanvullende" rollen vervullen", klinken verdacht veel op de "apart maar gelijk' rethoriek waarvan men zich plachtte te bedienen om racisme te rechtvaardigen. I.v.m. de omstandigheid dat vrouwen priesterschapshandelingen verrichten bij tempelverordeningen, is het niet duidelijk waarom zij dit niet zouden kunnen doen op andere terreinen van kerkelijke bediening. Bovendien zegenden en zalfden Mormoonse vrouwen de zieken gedurende de 19e eeuw.
Het tot het priesterschapsambt te wijden van vrouwen en meisjes zou een heel nieuw begrip m.b.t.'geslacht'vereisen onder heiligen der laatste dagen, misschien zelfs een nieuw begrip van het priesterschap als zodanig. Onduidelijk is of de Heiligen eenmaal nieuw licht aangaande dit onderwerp zullen ontvangen. Een eerste stap zou kunnen zijn om het priesterschap niet zozeer te zien als autoriteit aan een individueel lid verleend, maar als een gave aan de kerk als geheel verleend. De herstelling van het priesterschap was een collectieve opdracht om Gods werk te verrichten. Alle leden, zowel mannen als vrouwen, zijn met macht bekleed om priesterschapsverordeningen te bedienen; de doop, de bevestiging, de begiftiging. Priesterschapsambten maken deel uit van een divers scala aan mogelijkheden die Heiligen der Laatste dagen in hun roeping kunnen gebruiken teneinde hun geestelijke gaven anderen tot zegen te kunnen laten zijn (LV 46: 15-16).
Some observations by Bryan Monte:
Women in the Priesthood in the Community of Christ
Women in the priesthood has always been an important issue for me as a member of the Community of Christ (COC) church. When I first became involved in 1974 in the then Reorganized Church of Jesus Christ of Latter Day Saints (whose name was changed to Community of Christ in 2001) as a teenage, walk-in convert, I was happy to have discovered a church where I, in general, felt theologically and socially at home.
One of the aspects of church doctrine, however, with which I was not comfortable was the then ban on women in the priesthood. I almost did not join the church as a result of this, but when every woman in the West Cleveland RLDS congregation assured me that she didn’t feel oppressed not being considered for priesthood calls or that a change concerning this ban was coming soon, I went ahead and was baptized.
In the early 1980s after moving to San Francisco, I found I could no longer be patient with the church’s policy on banning women and also practicing gays and lesbians from the priesthood. (Celibate gays, lesbians and bisexuals can still be called). I sent a letter to the church headquarters in Independence, Missouri at that time asking that my name be removed from the rolls. I received a letter in return informing me that my name had been removed, but that if I wanted to return later, the door was open.
For about the seven years when I was in my twenties and an undergraduate and or graduate student, I had no contact with the church. In 1988, I was working for an insurance company in San Jose. One day, while driving down the road to return home, I noticed a big, brick church on the side of the road which later turned out to be the San Jose congregation of the RLDS church. I went to that church the following Sunday and was surprised not only to see a drawing in the foyer of the nautilus-shaped, proposed temple in Independence, but also women on the rostrum in the church hall blessing the communion emblems (sacrament). At that time, I said to myself: “I think I’ve been away too long.” I found out that President Wallace B. Smith, great-grandson of Joseph Smith, Jr., had received a revelation in April 1984 known in the COC church as Doctrine & Covenants Section 156 in which he lifted the ban on women in the priesthood and indicated that construction was to begin on the temple in Independence. The first women were ordained in 1986 and many, to some members’ amazement, were ordained to offices such as priest and elder which involved leading congregations. (Some were even later called to be high priests, evangelists and apostles.) Within a month, I requested that my membership be reinstated and it was. I was happy to be a part of congregations in San Jose and San Francisco which were led by both male and female priesthood members. I had absolutely no qualms about the suitability of women to hold priesthood offices, I only wondered why the change hadn’t been instituted years earlier perhaps in the 1960s and ‘70s when President W. Wallace Smith, Wallace B. Smith’s father, modernized the church’s curriculum and its outlook on the world.
I found out later, however, that the transition to women in the priesthood had not been achieved easily. Some more conservative congregations refused to call women and preached against women in the priesthood. Some of these congregations were later locked out of their buildings. I’ve heard of estimates of anywhere between one-tenth to one-fifth of the RLDS church’s membership left or became Restorationists (people who believe the RLDS church apostatized when it started using the new, somewhat ecumenical curriculum in the 1960s and started ordaining women in the 1980s). This hit the RLDS church especially hard demographically and financially because the Restorationists tended to have larger, tithe-paying families.
In the late 1990s, women began to be called as apostles. At present, there are four women apostles and one woman counselor to the church president. In the Netherlands, women lead or have led two of the three COC congregations.
While in Independence last summer and on sabbatical last autumn/winter, I had time to hear two of the women apostles and the president’s female counselor speak. I was impressed by these women’s stories of patience, service and perseverance and their willingness to listen to my story about my life with my gay partner in the Netherlands. One of these apostles even reached over the pew in the temple in Independence after one of the Daily Prayer for Peace services to embrace me to show me her understanding (and support, I hope) for my situation.
On balance, I feel good being a member of a church which allows women to be priesthood members and which is willing to dialogue about my relationship with my gay partner and with God. I’ll feel even better, however, when I’m a member of a church which applies the same code of conduct to its LGBT members as it does to its heterosexual ones – but more about that next month.
De Vrouw en het Priesterschap in de Gemeenschap van Christus
De vrouw in het priesterschapsambt is voor mij altijd al een belangrijk punt geweest als lid van de Gemeenschap van Christus. Ik kwam in 1974 voor het eerst in aanraking met de toenmalige GHLD - Gereorganiseerde Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (in 2001 was er een naamsverandering: De Gemeenschap van Christus). Als tiener en onderzoeker die destijds op eigen initiatief de kerk eens bezocht, was ik heel tevreden een kerk te hebben gevonden wiens gemeenschap en theologie me aansprak.
Een van de aspecten van de kerkelijke leer waarmee ik echter moeite had was de uitsluiting van de vrouw van het priesterschap die toen nog van kracht was. Als resultaat daarvan zag ik daardoor bijna af lid te worden van de kerk, maar besloot die stap toch te zetten en te worden gedoopt, omdat alle vrouwen in de plaatselijke gemeente in West Cleveland van de GHLD-kerk me verzekerden dat ze zich niet onderdrukt voelden omdat ze niet voor het priesterschap in aanmerking kwamen, en ze ook niet dachten dat dit spoedig zou veranderen.
Een aantal jaren na 1980 verhuisde ik naar San Francisco, en merkte ik dat ik steeds meer moeite kreeg met de kerkelijke uitsluiting van de vrouw, maar ook met die van praktiserende homo's en lesbienes (celibataire homo's, lesbienes en bi-seksuelen kwamen wel in aanmerking voor het kerkelijk lidmaatschap). Ik stuurde een brief naar het kerkelijk hoofdkwartier te Independence in Missouri met het verzoek mijn naam uit het ledenbestand te verwijderen. Ik ontving het bericht dat ik werd uitgeschreven, maar dat de deur altijd openstond als ik in de toekomst terug zou willen komen.
Als twintiger en als student aan de universiteit, had ik zeven jaar geen contact met de kerk. In 1988 werkte ik voor een verzekeringsmaatschappij in San Jose. Op 'n dag reed ik van m'n werk naar huis en zag een grote bakstenen kerk die de San Jose gemeente van de GHLD-kerk bleek te zijn. De zondag daarop bezocht ik die gemeente en was verrast in de hal een afbeelding aan te treffen van een tempel in aanbouw te Independence, een ontwerp met een spiraal-vormig dak. Tot mijn verbazing ook zag ik op het podium vrouwen het avondmaal inzegenen, en dacht bij mezelf: "Volgens mij ben ik te lang weggeweest." Ik hoorde later dat President Wallace B. Smith, de achter-kleinzoon van Joseph Smith, Jr. in april 1984 de openbaring had ontvangen dat er een tempel zou worden gebouwd in Independence en dat de uitsluiting van de vrouw in het priesterschap werd opgeheven, opgetekend in de Leer en Verbonden Afdeling 156.
In 1986 werden, tot verbazing van sommige leden, de eerste vrouwen aangesteld tot ambten als Priester en Ouderling hetgeen inhield dat zij leiding konden geven aan kerkelijke gemeenten. (Later werden zij ook geroepen tot het ambt van Hogepriester, Evangelist, en Apostel.) Binnen een maand verzocht ik weder toe te kunnen treden, waaraan gevolg werd gegeven. Ik was dankbaar deel uit te mogen maken van kerkelijke gemeenten te San Jose en San Francisco die door zowel mannelijke als vrouwelijke priesterschapdragers werden geleid. Ik had absoluut geen bedenkingen over de geschiktheid van vrouwen in het priesterschapsambt, ik vroeg me eigenlijk af waarom de verandering niet vele jaren eerder in de jaren 60 en 70 had plaatsgevonden ten tijde van het presidentschap van W. Wallace Smith die het kerkelijke lesmateriaal en haar kijk op de wereld moderniseerde (hij was de vader van president Wallace B. Smith).
Later hoorde ik dat de toelating van de vrouw in het priesterschapsambt echter geen eenvoudige zaak was geweest. Een aantal conservatieve gemeenten weigerden vrouwen tot het ambt te roepen en predikten tegen die leer. Sommigen van die gemeenten werden later toegang tot hun kerkgebouwen ontzegd. Ik heb me laten vertellen dat naar schatting tien tot twintig procent van de GHLD-leden de kerk verliet of "Restorationists" werden (mensen die vonden dat de GHLD-kerk
afvallig werd met de invoering van het nieuwe, enigzins ecumenische, lesmateriaal in de jaren 60, en het aanstellen van vrouwen tot het ambt in de jaren 80). Zowel in demografisch als financieel opzicht was dit een enorme klap voor de GHLD-kerk, omdat de "Restorationists" ("Herstellers") over het algemeen grotere en tiendenbetalende gezinnen hadden.
Tegen het eind van de jaren 90 begonnen vrouwen roepingen tot apostel te ontvangen. Momenteel zijn er vier vrouwelijke apostelen en een vrouwelijke raadgeefster in het kerkpresidentschap. In Nederland geven, nu of in het verleden, vrouwen leiding aan twee van de drie kerkelijke gemeenten van de Gemeenschap van Christus (GVC).
Vorig najaar en winter genoot ik een zgn. 'sabbatical', een tijd vrijaf, en de zomer daarvoor was ik in Independence, waar ik in de gelegenheid was naar toespraken te luisteren van twee vrouwelijke apostelen en de vrouwelijke raadgeefster in het kerkpresidentschap. Ik was onder de indruk van hun relaas over geduld, dienstbaarheid, doorzettingsvermogen en hun bereidwilligheid te luisteren naar het verhaal over mijn levenspad met mijn homofiele partner in Nederland. Een van deze apostelen omhelsde me zelfs in de kerkbanken van de tempel te Independence na een van de dagelijkse Gebedsdiensten voor Vrede, teneinde begrip (en hopelijk steun) te tonen voor mijn situatie.
Al met al voel ik me thuis in een kerk die vrouwen het priesterschap verleent en die gewillig is een dialoog aan te gaan over mijn homofiele relatie met mijn partner en mijn relatie tot God. Dat gevoel zal alleen maar versterkt worden als ik me een lid van een kerk mag weten die dezelfde gedragscode hanteert voor haar holebi-leden als voor haar heteroseksuele leden - maar daarover de volgende maand meer.
|
|