
God's Fools - Dwaasheid voor God
Religulous
Een film geregiseerd door Larry Charles
Geschreven door Bill Maher
2008
Een recentie door Robert A. Rees
Bekijk een filmfragment van Religulous op YouTube
Bill Maher verschilt niet wezenlijk van veel van de godsdienstige mensen die hij in een kwaad daglicht zet.
Net als de meeste gelovigen weet hij zich niet gehinderd door enige genuanceerdheid, twijfel, of complexiteit.
"Niets heeft de voortgang van kennis meer in de weg gestaan dan de houding van vulgaire denkers die alles wat zij niet begrijpen bespottelijk en belachelijk maken."
- Samuel Johnson
"Spot vormt het eerste en het laatste argument van een dwaas."
- Charles Simmons
Een paar jaar geleden overleed mijn broer, waarmee een eind kwam aan vijftig jaar onderlinge gedachtenuitwisseling over godsdienstigheid.
'Gedachtenuitwisseling' is eigenlijk niet het juiste woord - evenmin als 'dialoog' - want mijn broer's enige reactie op geloof was spot, hetgeen hij deed met bijna godsdienstige ijver! Ik kan me geen enkel gesprek voor de geest halen waarin hij mijn geloof niet kleineerde, alle gelovige mensen als dwazen bestempelde, en al het kwaad in de geschiedenis van de mensheid toeschreef aan religies en hun volgelingen.
Vooral het Mormonisme waarin hij werd grootgebracht - maar dat hij vanaf zijn late tienerjaren links liet liggen - moest het ontgelden. Een waarderende opmerking of iets positiefs over geloof kon hij eenvoudigweg niet over zijn lippen krijgen.
Toen ik Bill Maher's film "Religulous" bekeek, kreeg ik dan ook het gevoel dat het mijn broer's film was. Sterker nog, als hij nog had geleefd zou hij me zonder enige twijfel op deze film opmerkzaam gemaakt hebben, als extra koren op zijn anti-godsdienstige molen.
Het grappige daarvan is dat ik het met veel van mijn broer's bevindingen eens was, en trouwens ook met veel van Maher's opmerkingen in de film. Over het algemeen is religie een hachelijke zaak, d.w.z. als men het heeft over absurde dingen, nonsens en allerlei ongeloofwaardigheden.
In de afzonderlijke geloofstradities - en in het algemeen - treft men in religies heel wat ongeloofwaardige zaken aan, d.w.z. in de ogen van niet-gelovigen.
De meeste gelovigen herkennen moeiteloos het absurde in andermans geloof, maar niet in het eigen geloof. (Om met de atheist Richard Dawkins te spreken: alle gelovigen zijn atheisten t.o.v. iedere God die niet de hunne is.)
Ikzelf behoor bijv. tot een religie wiens aanhangers geloven in denkbeelden als mensen die goden kunnen worden, doop voor de doden, heilig ondergoed, een planeet Kolob (vlak bij waar God woont), polygamie, polyandrie, engelen die gouden platen afleveren, de Hof van Eden in Missouri - maar die zaken als transsubstantiatie, het omgaan met gifslangen als teken van geestelijke volwassenheid, zesarmige godinnen, reincarnatie, en heilige oorlog als belachelijk beschouwt. En dat geldt eveneens voor zaken die we vroeger geloofden, zoals Adam als God, bloedverzoening, donkere huidskleur als een vloek van God, en alle Amerikaanse Indianen afstammend van Semitische volken.
Roger Ebert schreef dan ook heel terrecht in zijn bespreking van Bill Maher's film: "Wellicht vinden we wat over andere religies onthuld wordt wel leuk, maar doen we oogkleppen op als het over ons gaat. Dat is nu eenmaal de menselijke natuur." 1
Maher's commentaar op het Mormonisme begint met een scene waarin hij voor de Tempel in Salt Lake City staat: "Achter mij ziet u de Mormoonse tempel. Heel mooi, vindt u niet? Je krijgt het gevoel of je al zo'n beetje in de hemel bent." En hij gaat verder: "Als Mormoon moet je in ontzettend idiote dingen geloven, nog idioter dan bij de gangbare wereldreligies. Als Mormoon ben je een nieuwkomer en al het idiote is al verzonnen, dus moet je er nog eens een schepje bovenop doen. Dat is het dilemma van nieuwe religies als Mormonisme en Scientology: brandende braambossen en sprekende slangen? Wat zou je zeggen van magisch ondergoed en extraterrestriale invasies?
In een aparte bijlage van de DVD van Maher's film beweert hij dat het Boek van Mormon een plagiaat is van Ethan Smith's "View of the Hebrews", net zoals "de Da Vinci Code haar denkbeelden stal uit Holy Blood, Holy Grail."
Maher drijft de spot met specifiek Mormoonse leringen als God die woont "op een planeet naast de ster Kolob"; "Jezus bezocht Amerika om tot de Indianen te prediken"; "Mormonen dopen dode mensen (met inbegrip van Jeanne d'Arc, Boeddha, Anne Frank, Adolf Hitler, Jozef Stalin en Denghis Khan"; dat "caffeine een gevaar is maar dat magisch ondergoed je kan beschermen" (tegen "vuur, messteken, kogels en Satan"); iedereen moet bij het laatste oordeel verschijnen voor Jozef Smith, Jezus en Elohim"; "een geheim wachtwoord om de hemel binnen te komen"; en natuurlijk niet te vergeten polygamie.
Hij spreekt met een polygame echtgenote die hem zegt dat zij nimmer een man zou willen trouwen die niet meerdere echtgenotes zou willen hebben, waarop Maher antwoordt: "Ik denk dat ik ook Mormoon word."
Niet dat Maher zo af en toe niet grappig is. Hij merkt op: "een donkere huidskleur is een vloek van God maar iemand die voldoende rechtvaardig is kan blank worden" waarop vier foto's van Michael Jackson worden getoond waarop deze steeds blanker wordt!
Kort nadat ik Maher's film zag, bezocht ik op drie achtereenvolgende zondagen respectievelijk mijn eigen kerkelijke gemeente in de Santa Cruz Mountains, een dienst in de St.Petrus en Paulus Russisch-Orthodoxe Kerk vlakbij mijn huis, en een Jazz-dienst in de First Congregational Church in Santa Cruz.
Tijdens elk van de diensten die ik bijwoonde vroeg ik me af hoe iedere groep van gelovigen de dienst van de andere zou ervaren.
Zonder twijfel zouden degenen die de conservatieve hoogdravende liturgie van de Russisch-Orthodoxe Kerk bijwoonden - met haar ikonen, wierrook, bellen en gezangen - de Jazz viering vreemd en onsamenhangend gevonden hebben, oneerbiedig zelfs. Degenen die in hun handen klapten en hun lichamen ritmisch meebewogen met de klank van een saxofoon zouden de Orthodoxe dienst (alhoewel kleurrijk) vooral statig en statisch hebben gevonden.
Ik heb zo het idee dat Mormonen zich in beide diensten niet op hun gemak gevoeld zouden hebben.
Tijdens de verschillende diensten was ik me er ook van bewust hoe eenvoudig het zou zijn voor iemand die er op uit was de spot te drijven met de aanwezige gelovigen en hun kerkdiensten. Alles dat te maken heeft met geloof in bovenaardse dingen, en dat het metafysische als echt beschouwt, loopt het gevaar als onverklaarbaar en belachelijk te worden beschouwd, d.w.z. door iemand die de wereld door een andere lens ziet.
En dat is het probleem van het bespottelijk maken van dingen: men doet geen beroep op redelijkheid, maar op verdraaing, overdrijving, en afleiding, door te suggereren dat hetgeen belachelijk wordt gemaakt onmogelijk kan worden aanvaard door normale, weldenkende mensen.
Mijn broer en Bill Maher verschillen daarin niet wezenlijk van veel van de godsdienstige mensen die zij in een kwaad daglicht zetten. Net als de meeste gelovigen weten zij zich niet gehinderd door enige genuanceerdheid, twijfel, of complexiteit.
Als het over geloof gaat is alles zwart of wit, goed of slecht, waar of niet waar, rationeel of bespottelijk.
Dergelijke standpunten zijn eenvoudig in te nemen omdat ze geen nader onderzoek vereisen, men hoeft eigen denkbeelden en vanzelfsprekendheden niet te heroverwegen, deze dulden geen twijfel of onzekerheid. Wie de film Religulous bekijkt, merkt dat Maher net zo zelfverzekerd is als fundamentalistische Moslims en fundamentalistische Christenen zijn, en net zo intolerant t.o.v. andere gezichtspunten als de godsdienstige mensen die hij daarvan beticht.
Zijn film is net zo reductio ad absurdum als welke godsdienstige overtuiging of handeling dan ook, waarin hij zoveel genoegen schept deze bespottelijk te maken.
Neely Tucker schrijft in een recentie in de Washington Post over Maher's film: "Bij het bedrijven van satire is het een van de regels dat je geen zaken bespot die je niet begrijpt, maar Religulous lapt dat aan haar laars. Het is overduidelijk dat Maher's begrip van godsdienstigheid niet stoelt op meer dan oppervlakkige kennis van de Schriften en dat hij evenmin begrijpt dat er wel degelijk bedachtzame mensen zijn die er een geestelijk leven op na houden." 2
Rafer Guzman bespreekt de film in Newsday ; "Je hoeft zelf niet in God te geloven om de grootste moeite te hebben met Bill Maher's Religulous, een zogenaamde documentaire die godsdienst afdoet als bespottelijk, idioot, als gevaarlijk zelfs. Een gemene, arrogante en kleingeestige film, die zichzelf erg grappig vindt, maar uiteindelijk door de mand valt ... Maher zegt dat hij zich geroepen voelde om met rede en logica de drogredenen van religie te bestrijden, maar in werkelijkheid hanteert hij sarcasme en vernedering.
Al met al een hachelijke zaak, en dat zou Maher - die geen dwaas is - toch moeten weten. 3
Bij het als dwaasheid aanmerken van godsdienstige denkbeelden en praktijken zou hij zich de woorden van Paulus indachtig moeten zijn; namelijk dat "de wijsheid der wereld dwaasheid is voor God " (I Kor.3:19)
Hij mag zich troosten met de gedachte dat God zonder twijfel veel van de dingen die hij bespot eveneens als dwaasheden beschouwt, met dat verschil dat God ons liefheeft ondanks onze dwaasheden.
voetnoten:
1. Roger Ebert, "Religulous," The Chicago Sun-Times, 2 October 2008.
2. Neely Tucker, "This Spiritual Satire Falls Short," The washington Post, 3 October 2008.
3. Rafer Guzman, "Religulous," Newsday, 1 October 2008.
Sunstone Magazine - Issue 154 - May 2009
uit het Engels vertaald door Robert Poort
lees meer nederlandstalige Sunstone artikelen