
Er gaat een Jovo Centrum van start in Koewarasan - als middelpunt van drie units - waar naar schatting ongeveer 25 tot 30 Jovo’s aan deel zullen nemen. Het is het allereerste Jovo Centrum in de West Indies Mission. Het onderstaande artikel geeft wat internationale achtergrondinformatie.
Een plek waar vrede wordt gevonden
Na Rotterdam, Den Haag, Groningen en Den Bosch zijn er nu ook in Deventer en Antwerpen enthousiaste plannen in de maak voor een zgn. Outreach Centrum: een plek waar jongeren in een ongedwongen sfeer bijeen kunnen komen. Om u een indruk te geven hier alvast een Liahona artikel uit 2005; binnenkort meer hierover.
zie ook:
Facebook Jongvolwassenen Centrum Antwerpen
Facebook Jongvolwassenen Centrum Rotterdam
Facebook Jongvolwassenen Centrum Den Haag
Facebook Jongvolwassenen Centrum Amsterdam
Facebook Jongvolwassenen Centrum Deventer
Facebook Jongvolwassenen Centrum Groningen
JANET THOMAS
Kerkelijke tijdschriften
Voor Vishakha is het
allemaal in India begonnen
Daar werd Vishakha
Ram door een vriendin uitgenodigd
voor iets wat het ‘instituut’ werd
genoemd. Ze aarzelde omdat ze niet echt
iets ophad met religie, maar besloot uiteindelijk
toch mee te gaan. In het instituut
trof ze een groepje aan dat les kreeg
in hoe men zich kan voorbereiden op
een eeuwig huwelijk. Vishakha was verbaasd. ‘Ze spraken erover alsof het heel vertrouwd was. Ik ben als hindoe opgegroeid
en wij kennen geen eeuwig huwelijk.
Maar wat mij aansprak was dat alles zo zuiver
en helder werd uitgelegd. Het was alsof ik
parels bewonderde. Het was echt mooi.’ Vishakha kreeg niet de kans om in India
tot de kerk toe te treden, omdat ze naar
Berlijn ging in het kader van een studentenuitwisselingsproject.
Maar ze kon de kerk en
de instituutsles die ze zo interessant vond,
niet vergeten. Toen ze in Berlijn was, belde ze
de zendelingen, die haar meenamen naar het
instituut. Ze kwam juist op tijd om getuige
te zijn van een grote verandering in het instituut
in Berlijn. De kerk had het bestaande
ringgebouw uitgebreid met een vleugel voor
het instituut. Dit multifunctionele gebouw
bestaat uit een sportzaal voor volleybal en
basketbal, keuken, hal, bibliotheek en voldoende
leslokalen. Het centrum vormt de
basis van een nieuw initiatief van het instituut: instuif.
Warm welkom
Ruim anderhalf jaar geleden ging er in
Midden-Europa een uitgebreid experiment
van start. De vraag was: Hoe kunnen de kerkleden
hulp en steun bieden aan de actieve
jonge alleenstaanden, de jongeren heractiveren
die minderactief zijn geworden, en meer
jongeren in die leeftijdsgroep interesseren
voor de kerk?
Het antwoord: Reik de jonge alleenstaanden
de hand; geef ze een plek waar ze zich
op hun gemak voelen, een ontmoetingsplek,
een plek waar ze cursussen kunnen volgen.
De eerste stap was te zorgen voor een
geschikte ontmoetingsplek, waar activiteiten
konden worden gehouden en cursussen
gegeven. Al snel werden er vier geopend. De
eerste vier centra, instuifcentra genoemd,
bevinden zich in
Kopenhagen,
Berlijn, Hamburgen Leipzig. Daar is er nog een in
Düsseldorf aan toegevoegd. Andere
staan op stapel. Deze centra zijn de
hele dag of van ’s middags tot ’s
avonds open. De jongeren kunnen
gewoon binnenlopen voor een les
of een activiteit, ze kunnen bij hun
studie gebruikmaken van de bibliotheek
en de computers, of samen
een maaltijd bereiden, zodat ze niet
eerst naar huis hoeven om vervolgens
weer naar het instituut te komen voor
een cursus. Voor sommigen is de afstand tussen
school of werk en hun huis te groot om op
tijd op het instituut te kunnen zijn.
Bij instuifcentra gaat het zowel om de plek
als om wat er gebeurt. Het is een laagdrempelig
ontvangstcentrum waar jonge alleenstaanden
komen om te leren, vriendschap
te sluiten met gelijkgestemden en zich op
hun gemak te voelen terwijl zij weer volledig
actief worden. Ook kunnen de zendelingen
er hun onderzoekers in deze leeftijdsgroep
mee naartoe nemen.
Ouderling Karl Webb en zijn vrouw,
Deanna, het zendingsechtpaar dat geroepen
is als gebiedscoördinatoren voor de instuifcentra,
leggen uit: ‘Hier kunnen de jongeren
komen voor allerlei activiteiten, om opgenomen
te worden in de groep en de Geest te
voelen. Het is een plek waar je weer terugkeert
in de kerk.’
Verandering in het zendingswerk
Het instuifaspect waar het bij het instuifcentrum
om draait is zendingswerk. Er worden een of twee koppels zendelingen en een endingsechtpaar
aan elk centrum toegewezen.
Zij dienen zich te concentreren op de 18 t/m
30-jarigen — actief, minderactief of niet-lid.
Daarom bevinden de centra — een samenwerkingsverband
tussen de ringen en de kerkelijke
onderwijsinstellingen — in steden met
een universiteit en een groot aantal jongeren.
Alleen al een plek te hebben voor jongeren
is voor het zendingswerk een grote stap voorwaarts.
Ouderling Webb vertelt hoe twee zendelingen
op de universiteitscampus in contact
probeerden te komen met jonge alleenstaande
studenten. Ze kregen nul op rekest
bij de eerste tien mensen die zij aanspraken.
Toen veranderden zij hun gespreksthema en
brachten het nieuwe centrum voor jongeren
ter sprake, waar allerlei activiteiten en cursussen
plaatsvonden. De zendelingen zeiden dat
ze met 28 van de 30 daarna benaderde mensen
een heel serieus gesprek hadden gehad.
Zula Tenges is een jonge vrouw die de zendingsinvloed
ervoer. Ze kwam uit Mongolië
naar Duitsland. Ze wilde Engels leren en kon
dat doen aan het instituut. ‘De cursus was
gratis’, zegt Zula. ‘Dat sprak mij aan. Ik ontmoette
een paar zendelingen, die mij meer
christendom.’
Zula (21) uit de wijk Tiergarten voelde
zich aangetrokken tot de activiteiten en de
vriendschap die ze in het instituut in Berlijn
is tegengekomen. ‘Het was echt supergezellig
in het instituut. Ik heb er zoveel vrienden bijgekregen.
Veel van hen zijn nu op zending.
Het is een goede plek om de kerk te leren
kennen.’ Zula heeft zich een jaar geleden
laten dopen.
Al veertig jaar verliefd
Christina Marinkovic (23) uit de wijk
Tiergarten vindt een voltijdzendingsechtpaar
in het centrum echt een goed idee,
omdat deze veteranen in kerkwerk een heel goed voorbeeld zijn voor de jonge alleenstaanden.
Christina was met haar zus naar het instituut gekomen. ‘Ik had aanvankelijk geen interesse’, zegt Christina, ‘maar
ik voelde me er wel goed over. Het sprak mij aan dat ik
jonge mensen goede keuzes zag maken en het goede zag
doen. En ze hebben plezier. Ze hebben plezier zonder
sterkedrank. Dat was voor mij een klein wonder. Nu ben
ik net zo.’ Christina is in contact gekomen met ouderling Thomas
Alexander en zijn vrouw Marilyn, het zendingsechtpaar
dat aan het centrum is toegewezen. ‘Ze voegen iets toe
aan het instituut. We zien een goed voorbeeld van een
geslaagd huwelijk. Het doet mij goed om een gelukkige
man en een gelukkige vrouw te zien die al veertig jaar verliefd
op elkaar zijn. Ze flirten nog steeds met elkaar. Dat is
zo lief om te zien.’
Birgit Pless (24) uit de wijk Dahlem is het daarmee
eens: ‘Het instituut is een mooie plek waar een fantastische
sfeer heerst. We hebben daar geweldige zendingsechtparen.
Het is er leuk en er heerst een ongedwongen
sfeer.’
En het vervult onmiddellijke behoeften. In Hamburg
was een jonge man die weer actief wilde worden. Hij had
geen werk. Het zendingsechtpaar hielp hem om zijn curriculum
vitae op de computer op te stellen. Hij voelde zich
op zijn gemak bij hen in het instituutscentrum en is weer
helemaal actief geworden.
Een jonge man die in Leipzig als soldaat gelegerd
was, vond het instuifcentrum en woonde zoveel mogelijk
activiteiten en cursussen bij. Het soldatenleven
verschilde zoveel van zijn leven thuis dat hij ernaar verlangde
om weer in het gezelschap te zijn van mensen
met dezelfde idealen. ‘Op zekere avond’, zegt ouderling
Griffiths, ‘kwam hij binnenwandelen op het moment
dat de activiteit zo goed als voorbij was. We vroegen
hem waarom hij zo laat toch nog gekomen was. Hij antwoordde: “Ik moest gewoon langskomen. Dat had ik
nodig.”’
Terug naar Vishakha
Anderhalf jaar na haar doop werd Vishakha (26) uit de
wijk Lankwitz geroepen als voorzitter van de studentenraad
aan het instituut. Nu zijn er bijna elke avond van de
week activiteiten of cursussen in het instuifcentrum in
Berlijn. Zij volgt de cursus kerkgeschiedenis met nog 25 anderen. Voor hun instituut ‘is die klas reusachtig groot’,
zegt Vishakha. Ze wil heel graag nog meer activiteiten van
de grond zien komen, meer uitstapjes naar musea en concerten,
meer leuke activiteiten, meer spelletjes, misschien
een filmavond, en meer getuigenisbijeenkomsten. ‘Tot nu
toe heeft er nog geen dansles op het programma gestaan.
Dat willen we ook gaan doen.’ De instuifcentra beginnen hun vruchten af te werpen.
De jonge alleenstaanden hebben een wijkplaats gevonden,
een plek waar er in hun behoeften wordt voorzien. Als ze
thuis het enige lid van de kerk zijn, kunnen ze in het centrum
een gezinsavond bijwonen. Als ze advies nodig hebben,
is er altijd wel een luisterend oor te vinden. Als ze
zich willen ontspannen zonder hun normen op het spel te
zetten, kunnen ze daarvoor in het centrum terecht. En als
ze meer over de Heer en zijn kerk willen weten, kunnen ze
een cursus volgen.
De instuifcentra zijn er om hulp te bieden op welk
gebied ook. Het zijn wijkplaatsen voor de levensstormen,
een plek waar vrede wordt gevonden.
bron: Liahona Magazine Aug. 2005