MvG logo www.mvgcontact.org

Op het Oosten

Home





Op het Oosten

Een toneelstuk geschreven door Carol Lynn Pearson

Nederlandse vertaling door Petra Chardon

Op het Oosten is een uniek toneelstuk dat prachtig aansluit bij de huidige maatschappelijke en kerkelijke discussie over aanvaarding van homoseksualiteit. Hoe dringend een dergelijke dialoog is, moge blijken uit het thema van dit toneelstuk dat gaat over de emotionele verwerking van de zelfmoord van de homoseksuele zoon van een mormoons echtpaar.
Dankzij toestemming van Carol Lynn Pearson kan MVG de volledige nederlandstalige tekst van "Op het Oosten" met u delen, en naar verluiden bestaat zelfs de mogelijkheid dat een nederlandstalige toneeluitvoering het licht zou kunnen zien.


Petra Chardon vertaalde "Facing East" vanuit
het Engels in het Nederlands.

 

 

 

OP HET OOSTEN

EEN TONEELSTUK

Carol Lynn Pearson

Pivot Point Books
1384 Cornwall Ct.
Walnut Creek, CA 94597
www.facingeasttheplay.com
c 2006 Carol Lynn Pearson
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN

BELANGRIJK: Professionals en amateurs worden hierbij gewaarschuwd dat OP HET OOSTEN onderworpen is aan royalty. Het is volledig beschermd onder de copyright wet van de Verenigde Staten van Amerika en alle andere landen van de Copyright Union. Alle rechten, inclusief professioneel, amateuristisch, film, voorlezen, lezing, publiek lezen, radio uitzending, televisie, Internet verspreiding en het recht om te vertalen in een vreemde taal zijn strikt voorbehouden.

Voor informatie over productie van het toneelstuk of vragen betreffende dit werk, neem contact op met Carol Lynn Pearson op clp@clpearson.com


OP HET OOSTEN van Carol Lynn Pearson onderging zijn wereldpremière in het Plan-B Theater in Salt Lake City, Utah in November 2006. Plan-B Theater presenteerde toen OP HET OOSTEN op het Atlantische Toneel 2 in New York voor een beperkte off-Broadway produktie in mei/juni 207 met dezelfde spelers en productie team.

Designers: Cheryl Ann Cluff: Geluid; Jerry Rapier: Kleding; Randy Rasmussen: Set; Cory Thorell: Verlichting en Rekwisieten. Toneel manager: Jennifer Freed. Regie: Jerry Rapier. De spelers waren:

ALEX, een man achterin de vijftig.............................................................. Charles Lynn Frost
LOES, Alex’ vrouw van rond dezelfde leeftijd............................................................Jane Luke
MARCUS, de homoseksuele partner van hun overleden zoon.....................................Jay Perry

DE TIJD: heden ten dage
DE PLAATS: een begraafplaats in Salt Lake City
SCÈNES: dit toneelstuk wordt gespeeld zonder pauze

Recensies en reacties
naar aanleiding van de première van “Op het Oosten” in Utah

“Een propvolle huiselijke tragedie… op dit moment zeer relevant…durft belangrijke vragen te stellen over geloof, dood en overleven.”
-Salt Lake Tribune

“Zou wel eens het beste kunnen zijn wat Carol Lynn Pearson ooit heeft geschreven… (met haar) welsprekend, overbeladen geschreven script… er wordt weinig met de vinger gewezen, maar veel voedsel voor een gezonde discussie… “Beste toneelstuk en Beste actrice 2006.”
-Deseret Morning News

“OP HET OOSTEN reikt in de complexe psyche die in ieder Amerikaans gezin heerst. Ik was vooral geraakt door de diepte van de emoties en de naakte eerlijkheid van Alex en Loes, ouders die worstelen met de harde realiteit van de homoseksuele zoon die ze nooit echt hebben leren kennen. Als Uitvoerende Directeur van PFLAG haal ik enorme hoop en inspiratie uit het toneelstuk van Carol Lynn Pearson, in de wetenschap dat miljoenen mensen iedere dag worstelen met zaken van geloof, gezin en acceptatie. OP HET OOSTEN is een meeslepend stuk wat iedereen gezien moet hebben die probeert begrip te ontwikkelen voor de uitdagende kruispunten van enerzijds geloof en anderzijds gezin en de onbetwistbare band die liefde moet brengen op dat pad.”

-Jody Huckaby,
Uitvoerend Directeur, PFLAG

“Het theater was afgeladen met zulke emoties dat je er met een mes doorheen kon snijden. Ik ben er van verzekerd, dat iedereen daar, een verhaal had – van pijn, verraad, van verwarring, van opoffering en strijd voor liefde. Ze kwamen er om verlossing te vinden, en hoop en een eerlijkheid die wonden dicht brandt, ongeacht de prijs. Dank u wel dat u zich niet heeft ingehouden. U hield de intensiteit hoog, behalve met de incidentele gave van humor, zodat we konden ademhalen. Er was een gezamenlijk medeleven die ons op een plaats brachten die niet te beschrijven valt in woorden. Het was een wonderlijke ervaring om deel van uit te maken.”

“Toen ik tegen mijn man zei dat we naar het toneelstuk gingen, zei hij dat hij zich niet prettig voelde bij het idee, maar hij kwam toch mee. Toen we het theater verlieten, waren zijn eerste woorden: “Het zal een hele tijd duren voor we weer zoiets krachtigs zullen zien.” Hij vergeleek het met Raisin in the Sun wat emotionele impact betreft.”

“Ik woonde het stuk bij met mijn moeder en twee zussen. De discussie hierover is daarna in onze familie onophoudelijk aan de gang.”

“Na het stuk lag ik wakker en vroeg mezelf: Heb ik leerstellingen onderwezen die iemands hart kunnen breken? Is het belangrijker dat ik gelijk heb dan om te huilen met diegenen die in pijn leven?”
“Kijken naar OP HET OOSTEN was een keerpunt voor mij. “God houdt van me en ik ben homoseksueel”- die mooie woorden raakten, op een wonderbaarlijke manier mijn hart en ik heb de afgelopen weken ervaren dat ik, ook, door God liefgehad word.”

BELANGRIJK:

“Bijna 30% van de geslaagde zelfmoorden onder jeugd, worden gepleegd door homoseksuele jongens en meisjes.”
-U.S. Department of Health and Human Services

“Utah heeft het hoogste percentage zelfmoorden onder jonge mannen tussen de 15 en 24 jaar oud, vergeleken met andere Amerikaanse Staten.”

-Deseret Morning News, 23 april 2006


OP HET OOSTEN

Een begraafplaats in Salt Lake City. Beneden voor op het toneel is een nieuw, leeg graf. ALEX en LOES, duidelijk gekleed voor een begrafenis, staan een eindje bij elkaar vandaan. LOES kijkt naar haar man, kijkt rond en dan weer naar haar man, alsof ze op hem wacht. Hij is aan het wegdromen.

LOES. Alex?

(ALEX antwoordt niet. Er is een oncomfortabele stilte.)

Alex? Ze willen het volgooien. Misschien kun je terugkomen. Later.

(Nog steeds geen antwoord.)

Het is een mooi uitzicht. Daar ben ik blij om. Op het Oosten. Elk graf op de begraafplaats ligt op het Oosten. Voor de morgen van de opstanding. Kijk, zo. Iedereen hier komt omhoog. Met het gezicht naar de opkomende zon. En de Heer.

ALEX. En hoe zit het met de arme zielen die begraven zijn met hun gezicht naar het Zuiden? Wat gaan die doen?

LOES. Gewoon, een beetje rondspringen, tot je in de juiste positie komt. Lijkt me niet moeilijk.

(Een moment stilte.)

Het eten wordt koud, Alex. De zusters hebben er zo hun best op gedaan.

(Weer een lang moment stilte.)

Ik heb ze gevraagd de aardappels te maken zoals André ze lekker vond: met kaas door de zure room heen gemengd, dat door de aardappelen heen en ook wat kaas eroverheen. En wat fijngesneden ui. Dat vond hij lekker.

(LOES is in haar eigen wereld. ALEX geeft geen antwoord.)

Ik had liever gehad dat die boom niet in de weg stond. Dan zou hier op deze plek heel veel licht vallen. Ik hou niet van schaduw.

(Een moment stilte.)

Mama zei dat tante Ellis haar liet beloven – dat was toen er nog geen panty’s bestonden – dat als ze dood ging, mama erop zou letten dat ze haar kousen niet tot haar knie zou omhoog trekken, wat ze had zien gebeuren, maar dat ze die kousen heel stevig vast zou maken aan haar jarretel gordel.

ALEX. (Verbaasd.) Wat?

LOES. Nou, ze wilde niet op de morgen van de opstanding opstaan met als gevolg dat haar kousen in elkaar gefrommeld bij haar voeten zaten.

ALEX. Oh, verdomme, Loes!

LOES. Ik heb niet gezegd dat ik het geloofde. Ik zei dat tante Ellis het geloofde. En in haar gevoel zou ze voor schut staan! Iedereen keek toe op de meest belangrijke dag van het eeuwige leven en…

(Kijkt naar haar voeten.)

…Oh, hemel!

(Er is weer een lang moment stilte.)

Alex. Het eten.

ALEX. Ik moet het je vragen. Vanaf het moment dat dit is gebeurd, heb ik het gevoel –

(LOES loopt naar de bloementorso’s aan het hoofd van het graf en haalt er een roos uit. Vele van de hierna volgende zinnen zijn tegen haarzelf in haar eigen gedachten en niet in conversatie met ALEX.)

LOES. Ik had er één voor tante Edna mee moeten nemen. Een rode.

ALEX. – dat je opgelucht bent –

LOES. Ze drogen zo mooi als je ze ondersteboven ophangt. En er spray overheen spuit.

ALEX. –bijna blij.

(LOES prikt haar vinger aan een doorn.)

LOES. Ah! Mag ik je zakdoek, Alex? Al mijn Kleenex is op.

(ALEX haalt een witte zakdoek uit de borstzak van zijn nette pak en geeft het aan haar.)

Bloed gaat het beste weg met koud water en wat bleekmiddel.

ALEX. Ben je-

LOES. (Onderbreekt ALEX). Iedere dag van mijn leven ga ik wakker worden met de vraag hoe ik kan leven in een wereld zonder André.

(ALEX gaat naar zijn vrouw en neemt haar in zijn armen.)

ALEX. Ik weet het, lieverd. Ik weet het.

(ALEX haalt zijn armen van Loes af.)

Maar ben je opgelucht?

LOES. Hij is nu bij zijn Hemelse Vader. Vrij van zonde.

(ALEX beweegt zich weg van zijn vrouw. LOES kijkt rond.)

De Geest mag bij het lichaam blijven, tot aan de begrafenis. André is waarschijnlijk – hier aanwezig.

ALEX. De mensen op de begrafenis waren opgelucht.

LOES. Misschien gaat die boom dood of wordt-ie verwoest vóór de opstanding. Maar waarschijnlijk niet.

(Een moment stilte.)

Het was een fijne dienst, Alex. De toespraak van de Ringpresident over de verzoening van Jezus voor de zonden van de wereld. De opname van André die cello speelt.

ALEX. Het was een leugen! En ik zat erbij en liet de leugen een leugen!

LOES. Zoveel mensen die van ons hielden, van hem hielden!

(ALEX gaat naar LOES en eist dat ze naar hem kijkt en naar hem luistert.)

ALEX. Ze hielden niet van hem. Niemand in die kapel kende hem! Niemand zou op een begrafenis mogen worden toegelaten als ze de persoon die stierf niet kenden. Ik had niet op André’s begrafenis mogen komen!

LOES. Alex!

ALEX. Jij had niet op André’s begrafenis mogen komen.

LOES. Hij was mijn zoon!

ALEX. Ik staarde naar de kist voor me. Ik luisterde naar de woorden, de verhalen.

Ik probeerde mijn zoon te vinden in de foto voor op het programma.

(MOMENT VAN HERINNERING: GROOT LICHT MINDER, SPOTLIGHT FELLER op LOES en ALEX, die recht voor zich uit kijken en luisteren. GELUID: DIEPE KLANKEN VAN EEN CELLO, die langzaam en vakkundig een Suite van Bach spelen. GROOT LICHT FELLER. Geagiteerd gaat ALEX weer naar het graf.)

LOES. Alex, we moeten gaan. Ze wachten op ons.

ALEX. De grond is omgeschept. Ik weet niet waar ik mijn voeten neer moet zetten. Loes, help me.

LOES. Satan heeft deze ronde gewonnen.

ALEX. Naar de hel met Satan!

LOES. Oh, dat klinkt heftig, Alex.

ALEX. Ik heb een nieuwe begrafenis nodig! Een dienst die de waarheid spreekt. Ik verlaat deze plek niet, voordat we onze zoon een betere begrafenis hebben gegeven.

(ALEX stapt naar het publiek.)

Broeders en zusters-

LOES. Alex! Je hebt al vier dagen niet goed geslapen. Je zegt rare dingen.

ALEX. Broeders en zusters, we zijn hier vandaag bijeen-

LOES. Alex! Je bent niet lekker!

ALEX. –met ons gezicht naar het Oosten – of Westen – of…

LOES. Hier mag je niet mee spotten, Alex. Niet vandaag, niet hier!

ALEX. Om het verlies van mijn zoon te betreuren! Wij zijn hier bijeen vergaderd waar bomen staan, door elkaar, kronkelend, misschien niet perfect – niet in een stenen kerkgebouw. Misschien gaat een vogel getuigenis geven en misschien gaat een wolk een paar tranen vergieten. Hier waar verwarde geesten die aan de aarde zijn gebonden vergaderen en zich afvragen wat er in ’s hemelsnaam is gebeurd.

(Een moment stilte.)

Dit is het graf van mijn zoon. André David McCormick. Niemand onder ons – kende hem.

(Pakt uit zijn achterzak een stuk papier.)

Misschien hebben jullie dit gelezen. Deseret Morning News. “André David McCormick is gestorven op 19 september 2010 op de leeftijd van 24 jaar in Salt Lake City, Utah. Na zijn eindexamen op de East Middelbare School en het Juliard Conservatorium, ging André op zending voor de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in Minnesota en behield altijd een sterk getuigenis van het herstelde evangelie. André was een getalenteerde cellist en speelde in de periode voor zijn overlijden in de Utah Symphonie. Nabestaanden zijn beide ouders, een broer en een zus. De begrafenis zal plaatsvinden….” Leugens!

LOES. Leugens?

ALEX. Ik heb dat geschreven. Met, natuurlijk enige heel zenuwachtige hulp van André’s moeder. Maar nu is het gedaan met leugens. We zijn hier bijeen vergaderd, broeders en zusters, om de waarheid te spreken. Dus laten we beginnen met een eerlijk overlijdensbericht, dat waar ik niet de moed voor had om die te schrijven.

LOES. Alex!

ALEX. André David McCormick stierf op de leeftijd van 24 jaar door een schotwond aan het hoofd, die hij zichzelf had toe bediend. Hij is door een tuinman naast de Mormoonse Tempel van Salt Lake City gevonden, alleen en liggende in een bloemenbed. André was een getalenteerde musicus en een liefdevolle, liefdevolle zoon, broer, oom en vriend. Hij was ook – een homoseksuele man.

LOES. Dat was niet wie hij was, Alex. Dat was zijn kruis!

ALEX. Na jaren van onderdrukking en angst en gefaalde herstellingstherapie, gebed en vasten, zei zijn dokter hem uiteindelijk te stoppen en ging André een relatie aan met een man die hij innig liefhad en niemand in André’s familie wilde hem ontmoeten. André’s vader wil graag de Ringpresident, een vriend van de familie, bedanken dat hij huilde toen hij zijn zoon de brief met de excommunicatie overhandigde. André wordt overleefd door zijn vader – die hem in de steek liet.

LOES. Je liet hem niet in de steek..

ALEX. Zijn vader, de hypocriet, de zeer bekende radio-persoonlijkheid “Eén-Minuut-Pa”, die het hele land vertelde hoe ze hun tijd met hun kinderen kwalitatief konden doorbrengen, terwijl zijn eigen jongste zoon zijn leven in eenzaamheid beëindigde.

(GROTE LICHT dimt. HERINNERINGSSPOTLIGHT schijnt op Alex.)

(Helder.) Hé, hier is weer “Eén-Minuut-Pa” met een geweldig idee van zestig seconden voor alle vaders die luisteren. Weet je, kleine liefdesbriefjes zijn niet alleen voor romantiek bedoeld. Stel je voor dat je kind het moeilijk heeft met leeftijdsgenoten en denkt dat hij of zij net als al die anderen moet zijn. Wat denk je ervan om in de broodtrommel van je zoon of dochter of in één van hun schoolboeken een klein kaartje te stoppen waarop staat: “Moet je horen, weet je hoe trots ik op je ben? – Gewoon zoals je bent. Trek je maar niets aan van hoe anderen vinden dat je je moet gedragen. Durf anders te zijn! Zoek dat heldere, goede licht in jezelf. Look for that Bright Little, Right Little Light inside. Vertrouw maar op dat licht. Ik hou van je. Pa.”

(GROOT LICHT gaat weer aan)

LOES. Niet een hypocriet, Alex. Ik had zo’n vader als jou willen hebben. Je bent een geweldige vader.

ALEX. Sta me toe, broeders en zusters, om jullie iets meer informatie te geven om jullie te helpen deze – catastrofe - te begrijpen.

LOES. (Wijst op haar horloge.) Alex!

ALEX. Utah is een rode staat, een vlammende rode staat, excuseer de “imagery”. In de burgeroorlog die over het land zwiepte, behielden wij een positie van leiderschap. Denk je dat de term “Burgeroorlog” te sterk is? Nou, kijk maar goed. Hier. Een ongeluk. “Collateral damage!”

(Alex is een moment stil.)

LOES (Vriendelijk). Lieverd. Laten we nu gaan.

ALEX. Ik – ik wil nu graag de tijd overdragen aan André’s moeder voor een aantal opmerkingen.

(LOES staart met een lege blik naar ALEX.)

André was een heel bijzonder kind. Oh, ieder kind is bijzonder , zeggen jullie dan. Maar André was – ongewoon. Ik laat zijn moeder daar nu over vertellen.

(LOES laat haar blik zoekend over het publiek gaan.)

LOES. Alex. Het zijn gewoon – bomen.

ALEX (Ferm, smekend). Alsjeblieft, Loes. Ze wachten.

LOES. En dan gaan we terug naar de kapel. De zusters hebben zo hard gewerkt.

ALEX. Vertel ze over André.

(LOES kijkt weer zoekend langs de mensen in het publiek. Tevreden dat er niemand is, kijkt ze haar man aan, treedt halverwege zijn fantasie binnen, zet haar goede mormoonse glimlach op en begint.)

LOES. Nou, André was – bijna perfect. André betekent “mannelijk, moedig”. En dat was hij, meestal. Ik keek wel eens naar hem en dan dacht ik: “We zijn zo gezegend, zo enorm gezegend.” Nou, al onze kinderen zijn prachtig; ja, zijn grote zus Jeanet en zijn broer Kenneth zijn allebei op zending geweest en allebei getrouwd in de tempel. Jeanet woont vlakbij ons, dus dat is heel prettig. Drie kinderen, geboren binnen het verbond tussen twee gelovige ouders, die getrouwd zijn in de tempel. Dat is belangrijk. Veel belangrijker dan mijn “master” in muziektheorie – als moeder. Ik wilde meer – kinderen – maar André was ons laatste kind. Soms, als we alleen waren, zei ik:

(Zingt.)

“Last the best of all the game!”

(HERINNERINGS-SPOTLIGHT valt op LOES en ze knielt. Ze wiedt onkruid uit een bloemenbed.)

Zie je haar al, lieverd?

(De zinnen van ANDRÉ worden vanuit het duister gezegd door de ouder die niet in het licht staat in de herinneringsscène.)

ALEX ALS ANDRÉ. Nee, mama, haar auto is nog niet terug.

LOES. Wat denk je dat ze zegt, André, als ze terugkomt van de winkel en ziet dat haar bloemenbed zo schoon is? Geen onkruid, alleen bloemen. Zou ze denken dat er engelen op bezoek zijn geweest?

ALEX ALS ANDRÉ. Vast wel. Engelen. Is dit een bloem, mama?

LOES. Dat is onkruid, schat. Die moet eruit. Jij gaat weg bij de bloemen, Meneertje Onkruid. Jou willen we hier niet! Wat is dit, André: een bloem of onkruid?

ALEX ALS ANDRÉ. Dat is een bloem.

LOES. En deze?

ALEX ALS ANDRÉ. Onkruid.

LOES. Hé, kijk hier nou eens, André. Wat is dit: een bloem of onkruid?

ALEX ALS ANDRÉ. Dat ben ik, mama!

LOES. Bloem of onkruid?

ALEX ALS ANDRÉ. Ik ben een bloem, mama!

LOES. Natuurlijk ben je dat! En we zorgen ervoor dat al het onkruid bij jou uit de buurt blijft, nietwaar, schattebout?

(Zingt.)

“I have a garden, a secret garden
Where thoughts, like flowers, grow day by day,
‘Tis I must choose them
And tend and use them
And cast all wrong ones like weeds away.”

Dat doe je wel, nietwaar, André?

ALEX ALS ANDRÉ. Natuurlijk, mama.

LOES. Dan ben je als deze roos. En deze iris. En deze petunia. En deze –

ALEX ALS ANDRÉ. Mama, dat ben ik!

LOES. Oh, sorry. Mijn fout. (Kietelt hem. Ze lachen.)

(HERINNERINGS-SPOTLIGHT verplaatst zich van LOES naar ALEX.)

ALEX. (Helder en vrolijk, als “Eén-Minuut-Pa”.) En vergeet nooit, vaders: het belangrijkste werk wat je ooit doet, doe je binnen de muren van je eigen huis. Of misschien ergens hoog in de Uintah Bergen, of welke plaats maar speciaal is voor jou, waar je samen met je zoon of je dochter bent. Gewoon jullie tweetjes en meer niet.

(GELUID: KREKELS, KIKKERS. André’s zinnen worden vanuit het duister gesproken door zijn moeder.)

LOES ALS ANDRÉ. Pa?

ALEX. Ja?

LOES ALS ANDRÉ. Doet het pijn bij de vrouw, als je doet wat je net vertelde?

ALEX. Ah, nee, zoon. Nou, misschien de eerste keer, een klein beetje, dus moet je heel voorzichtig zijn, heel zacht. Maar nee. Ik weet dat het hele verhaal - lachwekkend klinkt en, en misschien shockerend – maar ze vindt het ook fijn. Jullie vinden het allebei fijn. De komende jaren begrijp je dit nog niet, maar het is het mooiste geschenk wat God of de natuur aan deze wereld heeft gegeven. Zoiets als het mooiste kerstkado wat je je kunt voorstellen. En wachten tot het juiste moment, dat is belangrijk, André. Kinderen willen alles gelijk. Of net als, weet je nog hoe je op de kleuterschool dat kleine zaadje opgroef uit het potje om te zien hoe het ermee ging?

LOES ALS ANDRÉ. Ik ben nu negen, dat zou ik niet doen.

ALEX. Had meer tijd nodig.

LOES ALS ANDRÉ. Mag ik nu een vraag stellen?

ALEX. Natuurlijk, zoon. Vraag maar.

LOES ALS ANDRÉ. Kunnen we morgenochtend kikkers gaan vangen?

ALEX. Zeker weten. (In zichzelf, giechelt.) Kunnen we kikkers vangen?

(Een moment stilte.)

Nog één ding, André. Ben je nog wakker?

LOES ALS ANDRÉ. (Gaapt.) Ja.

ALEX. Mijn vader heeft me verteld dat het huwelijk toewijding is en seks. “Als je toewijding hebt en seks,” zei hij, “dan heb je een goed huwelijk.” Mijn vader zat ernaast. Nog beter dan seks is verliefd zijn. Het is familie van elkaar, maar verliefd zijn, dat is net als, net als Kerstmis het hele jaar lang. Het is net als – dat je niet kunt stoppen met glimlachen, ook al zou je het proberen. Het is net zoiets als dat je het rot vindt, dat je medelijden hebt met iedereen in de wereld die jou niet is. Uiteindelijk verandert dat in een ander soort liefde. André, ben je nog wakker?

(Een moment stilte.)

André?

LOES ALS ANDRÉ. Huh? Ja, ik ben wakker.

ALEX. André, luister naar me. Ttrouw nooit, totdat je diep en helemaal verliefd bent. Een huwelijk is moeilijk. En zonder dat, kan het – te moeilijk zijn.

LOES ALS ANDRÉ. En dan laten we ze vrij.

ALEX. Wat?

LOES ALS ANDRÉ. De kikkers. We laten ze vrij.

ALEX. Ja – we laten ze vrij.

(HERINNERINGSLICHT dooft, ALGEMEEN LICHT gaat aan.)

LOES. Ze zeggen dat een moeder te dichtbij haar zoon komt en hem niet op een juiste manier laat opgroeien. Of misschien gebeurt er iets in de baarmoeder. De hormonen van de moeder doen iets met de hersenen van de baby. Dat heb ik gelezen.

ALEX. Niemand weet het precies, Loes.

LOES. Òf dat, òf ik heb hem teveel bemoederd. Of je het nu op de ene manier bekijkt of op de andere, het komt er op neer dat het mijn fout is. Helemaal tot aan Eva zijn wij degenen die de schuld hebben.

ALEX. Niemand geeft jou de schuld, Loes.

LOES. Misschien is het makkelijker om mezelf te verafschuwen, dan –

ALEX. Loes. Ach, nee. Je bent een goede vrouw, een goede moeder.

(ALEX gaat naar Loes en doet zijn armen om haar heen. Na een moment trekt ze zich terug.)

LOES. Sommigen zeggen dat dit – iets – in jouw genen zit. Niet onze genen, nee meneer. Beide zijden goed ontwikkeld, mannelijke mannen. Leiders.

(Wijst naar het graf dichtbij haar.)

Opa hier. Alex’ opa. Zijn mensen stammen af van de pioniers. Sterke vechters voor het recht. Die hadden nooit dit probleem waar we het over hebben. En André’s vader, mijn man, een echte leider. Zijn stem wordt elke dag door twee miljoen mensen beluisterd.

ALEX. Een leider die niets meer zeker weet! Wat boven is, wat beneden is en wie in de opstanding opstaat met hun verdomde panty’s rond hun enkels.

LOES. Je hoeft me niet uit belachelijk te maken, Alex. Het doet pijn, daar hebben we het over gehad. En niet vloeken. Niet vandaag.

ALEX. Naar de hel met vandaag!

LOES. (Naar het publiek). Dat is zijn enige fout, ik wil dat jullie dat weten. Hij vloekt, maar meestal niet zoveel als nu en ook niet de echte slechte woorden. Alleen verdomme en naar de hel.

ALEX. En soms bullshit.

LOES. En waarom hij me vandaag belachelijk maakt – op deze dag – dat weet ik echt niet. Nou, eigenlijk twee fouten. Hij vloekt. En – hij is me ontrouw geweest.

ALEX. (Alsof hij is geknepen). Ah!

LOES. Dat was hij! Dat was je!

ALEX. Eén kus, Loes. Eén kus!

LOES. Emotioneel ontrouw aan me.

ALEX. Oh, kom op nou!

LOES. De waarheid? Heb ik je horen zeggen dat je de waarheid wilde?

ALEX. Dat heeft niets te maken met –

LOES. Nou, misschien toch wel! Misschien waren het niet mijn hormonen die onze zoon hebben beschadigd. Misschien was het omdat zijn vader niet van zijn moeder hield –

ALEX. (Oprecht). Loes, ik hou van je.

LOES. (Bijna in tranen). – op de manier waarop mensen liefgehad willen worden.

ALEX. Alsjeblieft, Loes.

LOES. Vertel het ze, Alex!

(ALEX loopt naar één van de vouwstoelen en gaat zitten, uitgeput.)

Daar gaan we dan. Het gaat om een lief meisje op de universiteit. Haar naam was –

(Alsof ze een slecht woord zegt.)

- Diana. En Alex was gek van haar en ze verloofden zich. Maar ze maakte het uit terwijl hij op zending was. Toen verloofde ze zich met iemand anders en Alex had een gebroken hart. En toen kwam hij thuis en wij begonnen elkaar te zien en wij werden verliefd. Ik werd verliefd.

ALEX. (Zacht). Ik hou van je, Loes.

LOES. Maar het was aan en dan weer uit en op de ochtend van onze bruiloft liep hij buiten in de regen en hij probeerde te een besluit te nemen of hij met me ging trouwen. En ik was in de tempel en weigerde mijn trouwjurk aan te doen, want ik wist het niet… En we wachtten en wachtten. En toen -

ALEX. (Gelaten.) - toen kwam ik binnen, Loes.

LOES. Hij kwam binnen. En ik trok mijn jurk aan en we trouwden voor tijd en alle eeuwigheid. En toen, toen we op het punt stonden op huwelijksreis te gaan, gaf zijn moeder hem een brief - van Diana – die ze drie weken ervoor had verstuurd, maar zijn moeder had hem bewaard zodat ze het feestje niet zou verpesten en ook omdat ze van me hield en natuurlijk ben ik heel blij dat iemand van me houdt.

ALEX. Ik hou van je, Loes.

LOES. Dus wie ging er mee op onze huwelijksreis, die trouwens een ramp was! En uiteindelijk zei ik: “Alex, waarom ter wereld ga je steeds weg om te lezen?” En dus vertelde hij me dat er een brief van Diana was geweest en dat zij haar verloving had verbroken, omdat ze zich had gerealiseerd – “Ik wil bij jou zijn, Alex, meer nog dan dat ik elke ochtend wakker word.” Nou ja, jammer dan, Diana! Heel jammer, Loes! Heel jammer voor ons allemaal –

ALEX. Loes, niet doen.

LOES. – voor tijd en alle eeuwigheid! En toen heeft hij haar tien jaar later gezoend.

ALEX. Eén kus.

LOES. Op de reünie van de universiteit. Hij kwam thuis en het eerste wat hij vertelde was –

ALEX. Bekende. Ik wilde niet dat er iets –

LOES. – over de kus –

ALEX. - tussen ons in kwam staan, in het verborgene. Ik deed echt mijn uiterste best. Je hebt geen flauw idee hoe hard ik mijn best deed.

LOES. Nou, misschien was dat het wel. Misschien was het dat wat rechtstreeks mijn hormonen binnening, zo mijn melk in en onze jongen totaal in de war heeft geschopt! Het feit dat verliefd worden en trouwen –

ALEX. Het spijt me, Loes.

LOES. – niet is wat mensen zeggen dat het is.

ALEX. We hebben een goed huwelijk.

LOES. Weet je welke vraag ik het eerste ga stellen als ik aan de andere kant aankom? Waarom heeft U dat seks-gedoe zo belangrijk gemaakt?

(Schreeuwt naar de hemel.)

Ik wil antwoorden, want dat heeft mijn zoon kapot gemaakt!

ALEX. (Na enkele ogenblikken). Toen hij omging met Karin, zei hij: “Ik heb zo mijn best gedaan.”

LOES. Ze was verliefd genoeg voor hen allebei. Nog steeds. Ik heb haar bekeken op de begrafenis.

ALEX. Toen hij me vertelde over…

(Een moment stilte.)

Ik hoop dat hij verliefd was.

LOES. Hij verbrak zijn tempelverbonden. Dat is niet liefde.

(Een moment stilte.)

Hij had met Karin moeten trouwen. Niemand krijgt een perfect huwelijk. Ik heb hem artikelen gestuurd. Ze hadden het samen tot een succes kunnen maken.

ALEX. Steekt uw handen uit de mouw.

LOES. Precies.

ALEX. Doe uw werk.

(Zingt met overdreven blijdschap.)

Doet uw plichten met een lied in uw hart.

LOES. Hij en die man hadden het nooit tot een succes kunnen maken. Dat soort relaties duren niet lang.

ALEX. Iedereen mag verliefdheid tenminste wel een kans geven.

(Een moment stilte.)

LOES. Ik hoop dat ze de grafsteen er snel inzetten. De muzieknoten, de witte duif. Dat was een goede keuze, denk ik. Denk je niet, Alex?

(Alex antwoordt niet.)

Zijn muziek maakte me altijd bang. Natuurlijk was ik erg trots, maar…

(ALGEMEEN LICHT WORDT MINDER terwijl HERINNERINGS-SPOTLIGHT FELLER WORDT op LOES.)

André, lieverd. Ik heb eens zitten denken. Misschien moet je maar niet meer naar celloles gaan. Ik bedoel, iedereen moet een instrument leren spelen en jij hebt de cello al zo goed leren spelen! Zelfs Dvorak! Sjonge! Maar je besteedt er zoveel tijd aan. Denk je niet dat een jongen van 12 meer buiten hoort te zijn, weet je, om jongensdingen te doen, voetbal, dat soort dingen? Ik bedoel: je bent nu op weg om een man te worden.

ALEX ALS ANDRÉ. Mannen spelen ook cello, ma. Dat heb ik gezien.

LOES. Natuurlijk gebeurt dat, lieverd. En als jij echt van de cello houdt…

ALEX ALS ANDRÉ. Je weet dat ik van de cello houdt.

LOES. Eigenlijk zou je vader hier eens met je over moeten praten.

ALEX ALS ANDRÉ. Dat doet hij.

LOES. Oh, goed.

ALEX ALS ANDRÉ. Hij zei dat ik misschien niet woorden als fantastisch zou moeten gebruiken. En misschien zou ik je niet moeten helpen met brood maken.

LOES. We willen gewoon dat je opgroeit tot de beste man die je kunt worden.

ALEX ALS ANDRÉ. Ma?

LOES. Ja?

ALEX ALS ANDRÉ. Wist je dat ze lang geleden in Hawaii een probleem met slangen hadden? Het hele eiland werd ermee geplaagd. Dus toen brachten ze allemaal mongooses naar het eiland om van de slangen af te komen. Maar toen gingen de mongooses in plaats daarvan alle vogels doodmaken.

(HERINNERINGSSPOTLIGHT WEGDRAAIEN; ALGEMEEN LICHT AANDRAAIEN.)

LOES. Hij was het liefste kind was je je kunt voorstellen.

(Tegen het publiek.)

Dat was hij echt. Hij begon de schriften helemaal uit zichzelf te bestuderen – hij bleef dan laat op en bestudeerde de Bijbel en het Boek van Mormon, alsof zijn leven ervan af hing. Hij was ook niet moeilijk voor ons. Soms vonden we het raar dat hij zo’n goede jongen was. Nou ja, er waren wel een paar incidenten. Het illegale vuurwerk. En de keer dat hij loog. Hij was vijftien.

(Loes stokt in haar woorden en kan niet meer praten. Ze draait haar rug naar het publiek.)

ALEX. (Tegen het publiek). Hij vertelde ons dat hij ging trainen met basketballen.

(HERINNERINGSLICHT op ALEX.)

Je bent al twee manden niet meer naar basketballtrainingen geweest, André. Wat heb je in die uren gedaan?

LOES ALS ANDRÉ. Ik – ik heb een baan. Conciërgewerk in het centrum. Neem de bus.

ALEX. Waarom?

LOES ALS ANDRÉ. Ik had geld nodig.

ALEX. Geld! Waarvoor?

LOES ALS ANDRÉ. Dat kan ik niet vertellen.

ALEX. André. Je kunt me alles vertellen! Ik beloof je, wat het ook is – wat het ook maar is – we komen er samen door.

(HERINNERINGSSPOTLIGHT abrupt uit. Het toneel is donker.)

LOES ALS ANDRÉ. Ik ben naar – een therapeut geweest, pa. Er is iets mis met me.

(ALGEMEEN LICHT aan. ALEX pakt een stoel, brengt hem dichtbij het publiek en gaat zitten.)

ALEX. Er is iets anders wat we aan het licht moeten brengen tijdens deze dienst. Het heeft – alles beïnvloed. Mijn hele hebben en houwen zijn in handen van twee organisaties: de Mormoonse Kerk en de Familie van Morgen. Ben twee keer bisschop geweest. Voelde altijd dat de Kerk iets speciaals had. De profeet, het hoofd van de Kerk, heeft een kantoor daar, op Temple Square. Maar de directeur, bij mij thuis in ieder geval, is Loes. Zij houdt mij op het rechte pad.

(Loes toont een reactie, maar kiest ervoor niets te zeggen.)

De profeet – sorry, het hoofd – van de Familie van Morgen is Jim Lawson, die me twintig jaar geleden in dienst nam. Hij heeft een hekel aan de New York Times, aan Martha Stewart, Michael Moore, aan illegale buitenaardse wezens, aan Nieuwe Tijds Boekenwinkels – en hij had een hekel aan homoseksuelen. Nee, hij weet het niet van mijn zoon. De dood, ja. De organisatie heeft een groot bloemstuk gestuurd. Maar hij wist niet dat mijn zoon –

LOES. En dat hoeft hij ook niet te weten.

ALEX. De directeur – die voor zowel het tijdelijke als het eeuwige zorg draagt – is vastbesloten om ons huis daar boven veilig te stellen en ook ons mooie huis hier op de Bench.

LOES. Vertel ze het goede nieuws, Alex. Vertel ze van de brief.

ALEX. Nou, er gaan belangrijke dingen gebeuren in mijn carrière. We moeten waarschijnlijk naar Washington D.C. verhuizen, zodat ik kan …. Met de grote …. We gaan van honderd vijftig radiozenders die “Eén-Minuut-Pa” uitzenden en twee miljoen luisteraars elke dag naar een publiek van vier miljoen luisteraars in meer dan dertig landen. En een heel leuke salarisverhoging!

(Loes heeft een brief uit haar tas getrokken.)

En omdat de Familie van Morgen is opgekocht door de Rechterhand van Jezus, krijg ik de gelegenheid om in de sterkst mogelijke bewoordingen die gevreesde plaag aan de kaak te stellen, die plaag die zich over het land beweegt en die een samenzwering is van al die homo’s in San Francisco en – mijn zoon. De Rechterhand van Jezus is eigendom van Frank Canton, wiens boek “De bedoeling achter homoseksualiteit: de werkelijke bijlen van het kwaad” u kunt vinden in uw lokale boekwinkel.”

(Een moment stilte.)

Dus kunt u zich de vraag stellen, wat dit onderwerp betreft – met aan de ene kant de Mormoonse Kerk en aan de andere kant de Rechterhand van Jezus - : Wat is de rots en wat is de onbegaanbare plek?

LOES. Vierendertig landen.

ALEX. Heb jij die brief vandaag bij je?

LOES. Ik wil het vanavond aan bepaalde mensen laten zien. Familieleden die trots op je zullen zijn, Alex. Niet iedereen ontvangt een dergelijke brief.

(Leest voor.)

Beste Alex, het was prettig je afgelopen maand te ontmoeten. Maak je geen zorgen, vriend. Ik ben er zeker van dat jij, met jouw populariteit goud waard bent en ook al ben je Mormoon, is je rechterhand toch voor Jezus.

Nog iets: we willen dat je volgende maand een artikel schrijft voor “Het Zoeklicht”. Een soort van “Portret van jouw geweldige gezin”. Wil je alsjeblieft een bladzijde schrijven over ieder van jouw kinderen? Beschrijf wat ze doen en hoe jij in hun leven de sterke normen waar jij je leven aan hebt gewijd ziet weerspiegeld. Dit is erg belangrijk voor mij in verband met de plannen voor jouw toekomst.

Gefeliciteerd, Alex! Moge jouw stem een nog grotere trompet worden voor de Heer, Frank.

(LOES stopt de brief weer terug in haar handtas.)

Bijzonder, hè?

ALEX. Begrijpen jullie nu wat ik bedoel? Ik ben eigendom van de Rechterhand van Jezus.

(Een moment stilte.)

En soms wou ik wel willen dat de linkerhand van Jezus wist wat Zijn rechterhand deed.

(Een moment stilte.)

En ik zou wel willen – ik zou wel willen dat, toen Frank Canton me een gesigneerd exemplaar gaf van zijn boek, ik het lef had gehad om te zeggen: “Hé, dat is wel mijn zoon waar je het over hebt.”

(Een moment stilte.)

Misschien doe ik dat alsnog. In dat artikel. “En mijn derde kind…

(Zijn stem breekt bijna…)

…een zoon waar iedere vader trots op zou zijn. Mijn homoseksuele zoon André.” Of misschien…

(met pijnlijk sarcasme.)

Hé, al jullie vaders onder de luisteraars. Ik bedoel jullie met een homoseksueel kind. Ik spreek tot jullie vanaf het graf van mijn homoseksuele kind. Wat dacht je ervan dit briefje in zijn lunchpakket te stoppen: “Moet je horen, weet je eigenlijk wel hoe trots ik op je ben? Gewoon om wie je bent. Intelligent en positief en homoseksueel. Kijk naar dat heldere kleine, goede kleine. Just look for that Bright Little, Right Little…

(ALGEMEEN LICHT gaat uit, terwijl HERINNERINGSLICHT sterker wordt op ALEX.)

ALEX. André, je hoeft volgend jaar niet mee te doen met die hertenjacht van het gezin. Je hoeft helemaal niets te bewijzen. Het spijt me van die stomme grap.

LOES ALS ANDRÉ. Wat is een vegetariër?

ALEX. Ja.

LOES ALS ANDRÉ. “Een vegetariër is een oud Indiaans woord voor onbeholpen, onhandige jager.”

ALEX. Stomme grap.

(Een moment stilte.)

LOES ALS ANDRÉ. Ik zag vanochtend een hert, pa. Een vier-punter. Plotseling was hij daar, recht voor me. Bewoog helemaal niet, alsof hij was bevroren. We keken elkaar alleen maar aan. Zo dichtbij. Ik richtte het geweer –

(Een moment stilte.)

-en keek hem alleen maar aan. Hij was zo mooi. Ik bracht het geweer naar beneden -en hij rende weg tussen de bomen.

(Een moment stilte.)

Had ik hem maar van veraf gezien, bijvoorbeeld op de heivel of zoiets. Dan had ik hem denk ik wel dood kunnen schieten. Maar hij was zo dichtbij… Ik kon zijn ogen zien.

(Een moment stilte.)

Ik wilde dat u trots op me zou zijn.

ALEX. Dat ben ik. Dat moet je nooit vergeten.

LOES ALS ANDRÉ. Ik weet niet wat ik zou doen als ik het idee zou krijgen dat u niet trots op me zou zijn.

(Een moment stilte.)

Ik sprak afgelopen zondag nog met de bisschop. Ik zei tegen hem dat hij de papieren voor mijn zending mocht opsturen.

ALEX. Dat is geweldig!

LOES ALS ANDRÉ. Ik denk dat ik het wel red.

ALEX. Jij wordt een hele goede zendeling.

(LOES stapt uit het donker in één van de zachte HERINNERINGSSPOTLIGHTS. Zij en ALEX zijn allebei in een ander spotlight. Ze kijken en spreken naar voren toe en niet naar elkaar toe.)

LOES. Alex? Ben je wakker?

ALEX. Ja.

LOES. Heb je het koud?

ALEX. Nee. Jij?

LOES. Ja.

ALEX. Kom hier.

LOES. Hij had niet op moeten geven. Jarenlang is hij moedig geweest.

ALEX. Het is nog steeds onze zoon, Loes.

LOES. Ik dacht dat André niet hetzelfde was als hen. Hij zou – hij zal dat nooit doen. Hij weet wel beter.

ALEX. Het ging goed op zijn zending. Daar komen de meeste van hen in de problemen.

(Een moment stilte.)

LOES. Ik had net een droom. André was een kleine jongen, misschien was hij vijf jaar oud. Hij wilde vliegen en bleef maar springen en zwaaien met zijn armen en ik lachte en vertelde hem dat mensen niet kunnen vliegen. Maar hij bleef het proberen. En toen sprong hij omhoog en bleef in de lucht zweven en hij zweefde door de kamer als een kleine ballon. Ik was verbaasd. Hij zei: “Ma, dit kun jij ook.” En ik sprong en bleef ook in de lucht zweven. Hij pakte mijn hand en zei: “Nu uit het raam, nu uit het raam.” Ik zei: “Oh, maar wat zullen de mensen er wel niet van zeggen?” Toen ging hij zonder mij en ik keek hem na en dacht: “mijn zoon kan vliegen!” En toen werd ik wakker. Ik huilde. En toen moest ik er weer aan denken.

(Een moment stilte.)

Ik haat die man.

ALEX. Zijn naam is –

LOES. Ik wil zijn naam niet horen. Nooit!

ALEX. Probeer nog wat slaap te krijgen, Loes.

LOES. Hij is niet eens lid van de Kerk.

ALEX. En als hij dat wel was, hadden ze dan wel in de tempel kunne trouwen?

LOES. Hij heeft niet het juiste onderricht gehad. André heeft wel het juiste onderricht gekregen.

(Een moment stilte.)

Ik krijg die beelden maar niet uit mijn hoofd – van wat die man doet met onze zoon.

ALEX. Je zoon is volwassen, Loes. Hij doet –

LOES. (Bijna hysterisch.) Stop! Stop!

(ALGEMEEN LICHT weer aan. LOES kijkt naar de plek waar de grafsteen zal komen te staan.)

LOES. Een goede keuze, denk ik. De witte duif.

(ALEX is stil en staart naar het graf. LOES gaat naar hem toe.)

LOES. (Vriendelijk.) Alex, “Alle dingen werken samen voor hen die goed doen en God liefhebben.” Jij kunt nu als getuige van een trieste waarheid erover vertellen. De homoseksuele levensstijl vernietigt mensen!

ALEX. (Staart haar aan in ongeloof.) Wie ben jij?

LOES. Nou, jij bent toch zoveel beter dan andere mensen, nietwaar, meneer? Nee, er zijn geen mensen die artikelen over mij schrijven. Maar geloof me: ik heb een aantal dingen te zeggen. Ik heb zelf ook door een dal van diepe duisternis gegaan en ik denk dat je dat wel weet. En ik kwam er aan de andere kant weer uit omhoog. Hij zou er aan de andere kant uit omhoog hebben moeten komen!

(Tegen het publiek.)

Niemand weet dit. Niemand, behalve mijn gezin. Maar omdat hier nu alleen maar – bomen staan. Een jaar geleden zat ik op mijn knieën – en dit was nadat André ons had verteld dat hij verliefd was op die man – en ik hoorde een stem die zei: “Loes, verwacht je dat je zoon zijn zonde zal overwinnen, terwijl jij de jouwe niet kunt overwinnen?” Twee jaar lang na mijn auto-ongeluk was ik verslaafd aan Methadon! Iedere keer als Alex me ermee confronteerde, loog ik. Ik kon ’s ochtends niet opstaan en de pijn verdragen – ik dacht dan aan mijn zoon, mijn André, die zijn geboorterecht opgaf, zijn plaats in Gods Koninkrijk – om homo te zijn – om samen met die man te zijn.

En dus loog ik. Ik nam de pillen en kwam de dagen door. Maar na die stem tijdens mijn gebed wist ik het. En ik wist dat het ’t moeilijkste was wat ik ooit zou doen, maar ik vertelde het aan mijn gezin en ik zei dat ik wilde dat André degene was die me zou helpen, want iemand moest me helpen of je kunt het niet overwinnen en hij zei dat hij me zou helpen en we gingen naar onze berghut in Little Cottonwood Canyon, waar niemand me zou kunnen horen schreeuwen.

Niemand, behalve André. Vier dagen lang was hij er om mijn braaksel op te ruimen en om me vast te houden als ik trilde.

(ALGEMEEN LICHT uit en HERINNERINGSSPOTLIGHT aan. LOES spreekt recht naar voren; zwak, alsof ze bedwelmd is.)

Ah, jongen van me – lieve, lieve André van me. Het spijt me zo. Maar dat jij het nu moest zijn.

ALEX ALS ANDRÉ. Neem nog wat water, ma.

LOES. Nu weet je het. Ik heb iets toegelaten en het werd sterker dan ik. Maar ik heb het laten zien, nietwaar?

ALEX ALS ANDRÉ. Ja, dat heb je gedaan.

LOES. Ik keek het recht in de ogen en ik deed de wapenrusting Gods aan en ik heb dat voor jou gedaan, André. Jij kunt dat ook. Wij zullen je vasthouden, zolang als nodig is en jij zal ook de duisternis uitlopen.

ALEX ALS ANDRÉ. Het voelt niet als duisternis.

LOES. Oh, lieveling van me, zo voelde Methadon ook niet! Dat is één van Satans beste trucs! Daarom moet je luisteren naar degenen die God heeft uitgekozen om voor Hem te spreken.

(ALGEMEEN LICHT aan.)

Waarom was hij niet sterk genoeg? We hebben het hem goed geleerd! We hebben hem alles geleerd wat hij moest weten om zijn weg terug te vinden naar zijn Hemelse Vader!

(ALEX staart in stilte naar het graf. Na een lange stilte begint hij te praten.)

ALEX. (Heel zacht.) Ik las dat tegenwoordig heel veel duiven, die op weg naar huis zijn, verdwaald raken.

(LOES draait zich om, geërgerd.)

Ze denken dat het waarschijnlijk door de moderne technologie komt. Miljoenen mobiele telefoons. De hersenen van de duif raken in de war en het kan de weg naar huis niet meer vinden.

(Ze zijn een aantal momenten stil.)

LOES. Ik dacht dat ze zeiden dat de grafsteen een week gaat duren. Ik zal erover bellen om het te verifiëren. Ik wil niet dat hij – ongeïdentificeerd is.

(MARCUS komt op: een jonge man van vroeg in de dertig. Hij draagt een overhemd met een stropdas. Na een paar stappen ziet hij ALEX en LOES en stopt.)

MARCUS. Ik dacht dat iedereen weg zou zijn.

(Een moment stilte.)

Ik kom later wel terug.

(MARCUS draait zich om met de intentie om weg te gaan.)

ALEX. Niet weggaan.

LOES. (Zacht.) Alex!

ALEX. Jij bent…

MARCUS. (Knikt.) Jullie foto’s staan op onze boekenkast. Het spijt me.

(Draait zich om en met de intentie weg te gaan.)

Ik kom later wel terug.

ALEX. Nee? Ik wil dat je hier blijft!

LOES. Alex! Dat is verkeerd!

ALEX. Blijf hier. Alsjeblieft!

MARCUS. Deze stropdas. Eentje van hem.

ALEX. Die heb ik hem nog gegeven. Afgelopen verjaardag.

MARCUS. Oh.

LOES. We moeten er vandoor, Alex.

ALEX. Was jij niet op de begrafenis?

MARCUS. Jeanet kwam om me op te halen. Zei dat ze wilde dat ik naast haar kwam zitten.

LOES. Jeanet?

MARCUS. Ik heb nee gezegd. Dat jullie je er ongemakkelijk bij zouden voelen.

LOES. Ken jij Jeanet?

MARCUS. Ze bezoekt ons nu en dan. Met de kinderen.

LOES. Met de kinderen?

MARCUS. Eerst niet.

LOES. Dat heeft ze me nooit verteld.

ALEX. Surprise, surprise.

MARCUS. André vond het leuk als de kinderen kwamen. Hij maakte ze aan het lachen.

LOES. (Tegen Alex.) Heeft ze het aan jou verteld?

ALEX. Nee.

(Tegen Marcus.)

Ik doe het nog een keer.

MARCUS. Pardon?

ALEX. De begrafenis. Ik doe hem nog een keer. Hier. Vertel me over mijn zoon.

LOES. Ik wil niet over mijn zoon horen van deze man. Vandaag niet. En nooit!

ALEX. Ga anders maar terug naar de kapel, Loes, als je dat wilt. Vertel me alles.

MARCUS. Uw zoon was de mooiste man ter wereld. Maar dat weet u al.

ALEX. Hebben jullie elkaar ontmoet op zijn zending?

MARCUS. Hij belde bij me aan. Ik kon mijn ogen niet van zijn stralende gezicht afhouden. Bijna gedoopt, alleen vanwege hem. Toen ik hem vroeg of een homoseksuele man lid kon worden, kreeg hij een bepaalde uitdrukking op zijn gezicht: een hele verdrietige uitdrukking. Ik wist het, op dat moment van hem. De Mormoonse Kerk. Wat een reuze ervaring. De eerste keer dat ik naar de Kerk ging, zoveel liefde, kwam allemaal naar me toe. Vaders in witte overhemden die hun baby’s vasthielden. Iedereen glimlachte, gepraat, omhelzingen. Ze omhelsden mij! En ik droeg niet eens een wit overhemd. Wat een reuze ervaring.

LOES. (Verbitterd.) Dus volgde je hem hier naartoe.

MARCUS. Mijn bedrijf plaatste me over naar Utah. En ik dacht: hé, ik zoek McCormick op. Dus in dit geval belde ik bij hem aan.

LOES. Hij was erg depressief! En daar maakte jij misbruik van!

MARCUS. Hij had juist zijn naam onder een zelfmoordbrief gezet.

ALEX. Dat wist ik niet.

MARCUS. Hij zei dat ik van de verkeerde kant kwam als antwoord op zijn gebed. Zo zei hij dat. En nee, mevrouw McCormick, ik heb geen misbruik van hem gemaakt. Dat zou ik niet doen. Het heeft maanden geduurd voordat we intiem werden. Maar ik trok die dag wel bij hem in. Ik had de indruk dat ik naar Utah was gestuurd om André’s beschermengel te zijn. Iedere avond liet ik hem een lijst maken van dingen waar hij voor moest leven. De Zondagskrant in bed lezen. Celine Dion. Zijn vijf jaar oude cellostudente, “Twinkle, Twinkle, little Star” speelt. De tekening van een regenboog met glitters die zijn nichtje heeft getekend.

LOES. Helen.

MARCUS. Ik liet het hem aan de spiegel in de badkamer ophangen en liet hem hardop zeggen: “God houdt van me en ik ben homoseksueel. God houdt van me en ik ben homoseksueel.” Ik geloof niet echt in God, maar André wel. Ik liet het hem opzeggen: “God houdt van me en ik ben homoseksueel.!”

ALEX. Ga verder.

(MARCUS is een aantal momenten stil en loopt dan naar opa’s graf.)

MARCUS. Grappig. André nam me hier een paar maanden geleden naartoe. Wilde dat ik het graf van zijn overgrootvader zag. Vertelde me hoe hij de hele afstand over de prairies had gelopen., toen hij acht jaar oud was. Vertelde me hoe de baby ergens in Wyoming werd begraven; diep genoeg, zodat de wolven haar niet zouden vinden.

(Een moment stilte.)

André was heel trots op het gezin waar hij uit kwam. Liet me al die genealogie dingen zien. Foto’s. Verhalen. “Wij zijn pioniers.” zei hij. “Van mijn moeders kant kwamen we met Lafayette mee om te helpen tijdens de Amerikaanse Revolutie. Van mijn vaders kant kwamen we uit het Westen met Brigham Young mee.”

(Duidt op opa’s graf.)

André stond precies op deze plek toen hij de inscriptie aan me voorlas: “David Joseph McCormick. Pionier. Eén stap tegelijk.”

ALEX. Iedere keer als iemand aan opa David vroeg hoe hij dertienhonderd mijl had gelopen, zei hij: “Eén stap tegelijk.”

MARCUS. “Als je bergopwaarts klimt en slechts een paar stappen tegelijk voor je kunt zien –

MARCUS EN ALEX. (Tegelijk.) – dan neem je steeds één stap tegelijk.”

MARCUS. André zei op een keer: “Ik denk dat ik eigenlijk ook een pionier ben. Nooit hierom gevraagd, deze lange, uitgestrekte wildernis.”

LOES. (Aarzelend.) Heb je familie, Marcus? Waar?

MARCUS. Wisconsin. We zouden er volgende maand heengaan. Mijn ma en pa wilden André heel graag ontmoeten. Ik had zoveel over hem verteld. Ma wilde dat André haar zijn broodbak geheimen vertelde. De hare rezen niet zo goed als zou moeten.

(Een moment stilte.)

Hij heeft alles opgeschreven, zijn dagboek. Wisten jullie dat?

ALEX. Nee.

MARCUS. Hij schreef het in dat grote genealogieboek, bij al die andere verhalen. “Queer Pioneer” “Rare/Homoseksuele pionier” schreef hij. “Ik wil dat ik begrepen word. Misschien op een dag.”

(Een moment stilte.)

André vond het prettig om hier naartoe te komen. Het scheen hem te helpen.

(Draait zich rond, woedend/fel.)

Ik keek toe hoe André’s prachtige licht vocht voor het leven, onder de deken die jullie en jullie Kerk over hem hadden heen gegooid. Ja, dat is het gekke van alles. Jullie en jullie Kerk hebben de man geschapen waar ik van hield. En vernietigd. Daar zal ik jullie altijd om verafschuwen.

(Een moment stilte.)

En altijd om liefhebben. Jullie liefhebben vanwege alle goede dingen die jullie je zoon hebben geleerd. Opmerken of het wel goed ging met andere mensen en proberen te bedenken wat hij er aan kon doen. De wereld een betere plek maken. Zo hard streven naar – perfectie. Zichzelf van het leven benemen om te zijn wat God van hem verlangde en wat hij nooit, nooit kon zijn, omdat datgene wat hij was en wat hij niet stop kon zetten een gruwel was in de ogen van God!

LOES. Die gevoelens hebben is niet het probleem. Alleen als je –

MARCUS. ze in praktijk brengt.

LOES. Ja.

MARCUS. Ah! Hé, boom! Ik hou van je, boom! Alleen heb ik een hekel aan dat gebloesem wat je elke lente doet. Een hekel heb ik aan dat gebloesem. Maar ik hou van je!

LOES. Het celibaat is een bewonderenswaardige keuze.

MARCUS. Dat is zo.

(Een moment stilte.)

Alhoewel de meeste mensen de lente moeilijk kunnen weerstaan.

LOES. Een man en een vrouw is hoe het hoort te zijn! Een man en een vrouw is wat de Profeet ons vertelt!

ALEX. Hield je van mijn zoon?

MARCUS. Dit was het gelukkigste jaar uit mijn leven.

ALEX. En hield hij van jou?

(HERINNERINGSSPOTLIGHT gaat aan. MARCUS “wordt” André. Dit is de enige keer tijdens het toneelstuk dat we André “zien”, de overige keren hebben we hem alleen gehoord door de stemmen van zijn moeder en vader. GELUID VAN KREKELS EN KIKKERS.)

MARCUS ALS ANDRÉ. Ga je morgen mee kikkers vangen, Marcus? Dat deden mijn vader en ik altijd als hij me hier naartoe bracht. Daarna lieten we ze los.

(Als zijn vader.)

“Want kikkers, zoon, kikkers horen in hun kikkerhuis bij andere kikkers. Ze horen bij hun eigen soort.” Mijn pa is zo’n ontzettend goede man. Hé Marcus –

(Zingt.)

“Have I told you lately that I love you?”

Jij bent de beste kikker en ik ben blij dat ik een kikkerhuis heb gevonden met een andere kikker, net als ik.

(Lacht.)

Ik zei niet “flikker”, ik zei “kikker”, jij flikkerige kikker, jij.

(Diepe, tevreden zucht.)

Dus ik lig hier in mijn slaapzak op deze planeet aarde me af te vragen welke van al die sterren daarboven Kolob is. Dat is waar God woont, heb ik je dat wel eens verteld? In ieder geval, dat is wat de mormonen geloven. Kolob, Kolob. Welke is het?

(Een moment stilte.)

Whoja! Vallende ster! Hoop dat ’t niet Kolob was.

(Met diepe stem.)

Houston, we have a problem.

(Een moment stilte.)

Misschien hebben mormonen het mis, over God.

Mijn moeder is er heilig van overtuigd dat de wensen die je doet als er vallende sterren zijn uitkomen. Ze gelooft ongeveer net zo in vallende sterren als in het Boek van Mormon.

Mijn moeder. Ik hou zoveel van haar. Als ik eraan denk hoeveel pijn ik haar bezorg… Soms, als ik daar teveel over nadenk, moet ik een lofzang zingen.

Weet je wat ik heb gewenst met elke vallende ster en met iedere verjaardagstaart, sinds ik het wist? Ik heb elke keer gewenst dat ik niet meer homoseksueel zou zijn. Eerst deed ik die wens en dan blies ik heel hard die kaarsjes uit. En dan was ik nog steeds homoseksueel. En dan zag ik een vallende ster en dan deed ik een wens en ik wenste en wenste. En nog steeds was ik homoseksueel.

Whoja! Daar is er weer één!

Nee, gekkie. Ik wens – dat iedere persoon op deze wereld net zo gelukkig zou kunnen zijn als ik ben op dit moment. Nee – op dit moment. Nee – dit moment. Want op dit moment heb ik medelijden met iedere persoon die mij niet is. Behalve misschien jij dan.

Hé, lieveling, laten we gewoon hier blijven, oké? Laten we niet weer de berg afdalen. Ik ben bang. Laten we hier in onze slaapzak blijven en als we alle Oreo’s op hebben, sterven we van honger en dan sturen ze helikopters en dan kunnen ze ons maandenlang niet vinden en dan uiteindelijk vinden ze twee skeletten dicht tegen elkaar aan liggen en hun lichamen met elkaar verstrengeld.

Ik wil iets voor je afspelen. Nee, het is niet Shastakovich. Op een keer reed ik in mijn vaders auto en ik hoorde dit nummer op zijn CD. Ik dacht even dat mijn hart stopte. Ik leende de CD van hem en maakte een kopie. Ik speelde het nummer dan af en droomde ervan dat ik op een dag misschien iemand zou ontmoeten en dat we dan samen naar dit nummer zouden luisteren en daarna met elkaar de liefde bedrijven. Luister maar.

(GELUID: MANDY PATINKIN ZINGT “GIVE ME A KISS TO BUILD A DREAM ON.” Of mogelijk zingt MARCUS het.)

Give me a kiss to build a dream on
And my imagination will thrive upon that kiss.
Sweetheart, I ask no more than this –
A kiss to build a dream on.

Give me a kiss before you leave me
And my imagination will feed my hungry heart.

(LICHTEN AAN tot ALGEMEEN. MARCUS’ ogen zijn gesloten, zijn hoofd gebogen.)

Leave me one thing before we part –
A kiss to build a dream on.

(MUZIEK uit.)

MARCUS. We hadden in de bergen moeten blijven.

(Een moment stilte.)

Hij hoorde soms het Tabernakel Koor zingen, of hij zag een gezin op weg naar de Kerk langs lopen , of dan weer las hij in de krant het laatste lokale verzet tegen het homohuwelijk – al die dingen van jullie Kerk waar hij gek van werd. En natuurlijk, na de excommunicatie – had hij elke dag dat gezicht. Dat vervloekt door de God die hij liefhad gezicht. Dat vervloekt door de kerk die hij liefhad gezicht.

(Woedend.)

Ik zal jullie vertellen waarom jullie zoon doodging. Hij geloofde meer in jullie Kerk dan in zichzelf. Klinkt als een grafschrift, nietwaar? Graveer het maar in marmer! Hier!

LOES. Hij had één van die vaders in witte overhemden die hun baby’s vasthielden moeten zijn. Niet uitgeworpen. Hij had met Karin moeten trouwen.

MARCUS. Jullie bisschop. Nee, degene die de tweede plaats inneemt –

ALEX. Eerste Raadgever. Gert Taylor.

MARCUS. Hij kam op een avond op bezoek – na de kerkrechtzaak – met zijn vrouw. Zij had een grote schaal brownies meegenomen.

LOES. Annelies Taylor?

MARCUS. Hij zei dat hij van André hield sinds hij zijn padvindersleider was geweest en dat niets dat ooit zou veranderen. En toen hield hij een soort toespraak hoe een stel zich moest gedragen tegenover elkaar, hoe ze elkaar lief moesten hebben, elkaar op de eerste plaats moesten zetten, nooit moesten gaan slapen als ze nog ruzie hadden en hoe ze kleine verrassinkjes voor elkaar moesten bedenken. En dat ze elkaar altijd moesten vergeven. Een soort toespraak die ze houden als er een huwelijksceremonie plaatsvindt.

LOES. Hij ging dus niet - ?

MARCUS. Nee. Verre van dat. Hij zei dat hij het jammer vond dat hij geen huisonderwijzers kon roepen om ons iedere maand te bezoeken, maar of we het een bezwaar zouden vinden als hij en Annelies nu en dan op bezoek zouden komen om te zien of alles wel goed met ons ging. En wij zeiden dat we dat op prijs zouden stellen. En toen vroeg hij of we konden knielen en samen een gebed hebben.

(Ontroerd.)

Hij zegende ons huis en zei dat we zeer geliefde zonen van God waren. En het was…

(HERINNERINGSSPOTLIGHT op MARCUS. Beide OUDERS spreken om beurten als André vanuit het donker.)

LOES ALS ANDRÉ. Marcus?

MARCUS. Ja?

LOES ALS ANDRÉ. Er gaat iets ergs gebeuren.

MARCUS. Wat?

LOES ALS ANDRÉ. Iets heel ergs.

MARCUS. Hou daarmee op, André. Ga maar slapen.

ALEX ALS ANDRÉ. Je maakt me te gelukkig.

MARCUS. Hou daarmee op!

ALEX ALS ANDRÉ. Toen ik tien was en als ik dan slechte dingen dacht, stak ik een potlood in mijn handpalm, zodat Jezus mijn zonden niet in zijn eentje hoefde te dragen.

MARCUS. André.

ALEX ALS ANDRÉ. Toen ik dertien was werkte ik in de zomer bij mijn oom in Idaho op de boerderij. Er was daar een jongen. We deden niets, egenlijk, alleen wat aanraken. Ik wist dat het slecht was, dus deed ik dingen bij mezelf.

LOES ALS ANDRÉ. Op een dag, toen ik dat grote stuk land aan het maaien was, liep ik langs de omheining en duwde mijn blote arm in het prikkeldraad. Want ongerechtigheid brengt nimmer geluk voort.

MARCUS. Jij verdient geluk!

LOES ALS ANDRÉ. Dat denk ik niet. Er gaat iets ergs gebeuren.

MARCUS. Nee! Als er een God is –

ALEX ALS ANDRÉ. Iets heel ergs.

MARCUS. – dan wil Hij dat je gelukkig bent.

ALEX ALS ANDRÉ. Jezus heeft voor iedere zonde de prijs betaald.

MARCUS. Stop hiermee, André. Nu!

LOES ALS ANDRÉ. Misschien is dit de enige zonde die buiten Jezus’ macht ligt, zo groot is-ie.

MARCUS. Denk nou niet op die manier, André. Dat heb je achter je gelaten.

ALEX ALS ANDRÉ. Iets ergs…

MARCUS. Shh, schatje. Laat me je vasthouden. Shh. Ja, zo.

(MARCUS neuriet even, niet een speciale melodie. LICHTEN weer aan naar ALGEMEEN LICHT.)

(Furieus.) Dit had nooit mogen gebeuren! Niemand heeft het recht een ander te vertellen wat God van hem denkt. Of het nu de mormoonse Kerk is of terroristische zelfmoordenaars.

LOES. Waag het niet ons te vergelijken met –

MARCUS. (Lacht verbitterd en duidt naar het graf.) Mevrouw, knoop de eindjes aan elkaar!

ALEX. (Een moment stilte.) Marcus, deed hij het op het tempelterrein om een punt te maken naar de Kerk toe?

MARCUS. Hij zei die eerste dag tegen mij: “Als ik mezelf ooit van het leven beneem, dan ga ik het dichtbij de tempel doen, omdat er dan vriendelijke engelen rondzweven en die zullen dan voor me zorgen.”

(LOES en ALEX zijn perplex gedurende een lange stilte.)

ALEX. We dachten dat het beter ging met hem. Er moet iets gebeurd zijn.

MARCUS. Na die brief…

ALEX. Welke brief?

MARCUS. Die brief over uw promotie. Uw kinderen, uw normen.

LOES. Ik ga nu weg, Alex.

ALEX. Ik heb hem nooit een kopie van die brief gegeven!

(LOES is bezig weg te gaan. ALEX houdt haar tegen.)

Loes! Heb jij dat gedaan? Heb jij André een kopie van die brief gestuurd?

LOES. Ik heb voor alle kinderen kopieën gemaakt, zodat ze trots op jou konden zijn en zien hoeveel bewondering jij krijgt.

ALEX. Jij wist hoe hij zich dan zou voelen!

LOES. Ik dacht het uitiendelijk datgene zou zijn waardoor hij het licht zou zien. Datgene waardoor hij thuis zou komen!

ALEX. Jij speelt voor God in dingen die jouw zaken helemaal niet zijn, Loes! Net als mijn moeder!

LOES. Ik had – dit – nooit verwacht!

(ALEX zakt bij het graf op zijn knieën.)

ALEX. Hij dacht dat hij mij in de weg stond.

LOES. Het was toch wel gebeurd, Alex! Nietwaar, Alex?

MARCUS. Dat zullen we nooit weten.

LOES. Ja, het was sowieso gebeurd! En op de lange termijn is het een zegen. Als je dat niet inziet, Alex, dan moet ik het maar voor ons tweeën inzien. Hij was steeds dieper en dieper in het duister weggeraakt. En waar zou ons eeuwige gezin dan blijven? Een lege plek waar André had moeten zijn!

Ik heb er zo hard aan gewerkt om een celestiaal gezin te creëren, eentje die ik mee terug zou kunnen nemen naar de hemel en waarvan ik dan zou kunnen zeggen: “Kijk, hier is mijn gezin – en U kunt de mensen van de lijst opnoemen, Hemelse Vader, want al mijn kinderen, ieder van hen, is aanwezig!

Jij hebt jouw werk, Alex en miljoenen mensen luisteren naar jou en kijken tegen je op. Jij hebt jouw Priesterschap. Mijn roeping, mijn enige roeping, het enige waaraan ik kan laten zien dat ik een succesvol persoon ben geweest op deze aarde, is mijn gezin! Ik heb alles opgegeven voor mijn gezin. En God weet dat we alles hebben gedaan wat binnen onze macht ligt. Hij is de enige persoon die André kan helpen zijn gebroken tempelverbonden te herstellen.

ALEX. Verbonden? Weet je wel welke verbonden jij en ik hebben gebroken, Loes? Verbonden die we elke zondag sluiten als we op die bank zitten en van het avondmaal namen –

LOES. Nee!

ALEX. – om elkaars lasten te dragen – hen te troosten –

LOES. Dat hebben we gedaan!

ALEX. – die troost nodig hebben. Hem altijd in gedachten te houden –

LOES. Dat hebben we gedaan! We hebben onze zoon nooit de rug toegekeerd. Hij was altij welkom in ons huis. Zelfs daarna. Als ik het ontbijt opruimde, dan bad ik voor André. Als ik zat te bedenken wat we voor avondeten zouden hebben, dan bad ik voor André. Als ik in de winkel was, moest de bediende me tweemaal aanspreken, omdat ik zat te bidden voor mijn zoon!

ALEX. Wij zijn hier schuldig aan, Loes. Ik was de Priester en jij was de Leviet en we zagen de Joodse man die was geslagen en lieten hem langs de kant van de weg liggen. Onze eigen zoon.

LOES. Nee!

ALEX. Wij waren de dieven die hem beroofden van zijn spullen en hem wonden toebrachten en toen weggingen, terwijl hij halfdood achterbleef.

LOES. Ik wil niet horen –

ALEX. De enige verbinder van zijn wonden die ik hier zie staan is deze verachtelijke, uitgeworpen, onreine, homoseksuele Samaritaan – vriend, die niets anders dan God in onze zoon zag! Wij liepen aan de andere kant van de weg voorbij en lieten hem aan zijn lijden over. En het afschuwelijkste, het meest afschuwelijke van alles is dat wij beter zijn dan dat!

LOES. (Snikkend.) Er is niets wat we niet hebben gedaan voor André. De aanmoediging, de therapeuten, de gebeden, het gezinsvasten, zijn naam op de tempelrollen elke twee weken in zeven verschillende tempels. Hij wist dat we van hem hielden. Nietwaar, Marcus?

MARCUS. Ja, dat wist hij.

LOES. (Tegen Marcus.) Vertel me wat we nog meer voor hem hadden kunnen doen!

(Tegen Alex.)

Vertel me wat we nog meer hadden kunnen doen!

ALEX. We hebben onze zoon niet in onze armen gehouden en in de ogen gekeken en tegen hem gezegd: “André, wat wij willen, wat wij meer dan wat ook willen, is dat jij gelukkig bent.”

LOES. Ongerechtigheid brengt nimmer –

ALEX. We vertrouwen je, zoon, dat je het licht in je eigen ziel volgt – om je eigen weg naar huis terug te vinden.

LOES. We konden hem niet een zegen geven over zijn zonde! Je weet dat dat hetgeen was wat we nooit hadden kunnen doen!

ALEX. Zijn zonde. Dat is een steen, Loes, die ik niet langer bereid ben te werpen. Stel dat wij het nu helemaal, helemaal – mis hadden?

LOES. (Langzaam, na een lange stilte.) Als wij het mis hadden, dan is mijn hele leven een verspilling van tijd geweest en dan zou ik wensen dat ik naast mijn zoon in dat graf lag. En dan zou ik hopen dat er niet een morgen van de opstanding zou zijn.

ALEX. Loes…

(LOES maakt aanstalten om weg te gaan, stopt dan en draait zich om.)

LOES. Ik wil dat je weet, Marcus, dat ik weet wat voor mooie man mijn zoon was. Hij was – al de muziek die ik nooit heb kunnen spelen. Hij speelde het magnifiek. Maar, sterker nog – hij was de muziek. En ik wil je ook vertellen dat die vriendelijke engelen, dat die er waren, zwevend rondom de tempel, klaar om voor André te zorgen. Want zolang ik moeder ben heb ik elke dag engelen naar beneden geroepen om er voor mijn kinderen te zijn, waar ik er niet voor hen kon zijn.

(LOES maakt aanstalten om weg te gaan.)

ALEX. Loes.

(Ze stopt en draait zich niet om.)

Ik hou van je, loes.

(LOES draait zich om en neemt een aantal stappen naar MARCUS toe.)

LOES. Vertel je moeder – over het brood – dat het water misschien te heet is voor de gist.

(De TWEE MANNEN kijken hoe LOES weggaat. Dan komt ALEX naar het publiek toe.)

ALEX. Ik denk dat we nu gaan afsluiten. U kunt ieder uw eigen slotgebed zeggen, op welke manier u maar wilt. Ik wil u bedanken voor alle liefde en vriendelijkheid die ieder van jullie ooit hebben gegeven aan mijn zoon. Dat u heeft geprobeerd, op uw eigen struikelende manier, om iets van het onuitsprekelijke verdriet wat hij droeg te verlichten – een verdriet wat hij grotendeels nooit zou hebben hoeven dragen, als het niet vanwege ons was.

U kunt nu gaan. En nu jullie verwarde geesten die aan de aarde gebonden zijn: misschien is het nu tijd voor jullie om jullie weg naar het licht te vinden. Jullie kunnen mijn zoon volgen. Lange jongen. Donker haar. Vingers van een musicus.

(Een moment stilte.)

Ik ben zo moe.

(ALEX gaat naar het graf toe en knielt neer.)

En, André – het spijt me zo enorm.

(Er valt een lange stilte.)

MARCUS. Meneer McCormick, er is nog iets waarvan Alex zou willen dat ik het tegen u zeg. Hij zei dat, toen hij jong was en een cellostuk instudeerde en in zijn verlangen het perfect te spelen hij fouten maakte die hem tot tranen brachten, u dan naar hem toe kwam, een hand op zijn schouder legde en zei –

“Wees niet zo hard voor jezelf, zoon. Je doet het geweldig! Je hebt de hele eeuwigheid om het goed te leren spelen. Eén stap tegelijk.”

(MARCUS maakt aanstalten om weg te gaan.)

ALEX. Marcus.

(MARCUS stopt, maar draait zich niet om. ALEX gaat staan.)

Zou jij… Ik vroeg me af of je misschien een keer ergens met me wilt eten.

MARCUS. Dat zou ik fijn vinden.

ALEX. Volgende week. Donderdag. Hou je van spareribs?

MARCUS. Ja, lekker. Kent u een goed restaurant?

ALEX. Ik ken een – fantastische plek. Ik bel je nog.

MARCUS. Oké dan.

(GELUID van CELLOMUZIEK gaat aan. MARCUS draait zich zo dat hij naar ALEX kijkt. LICHTEN gaan langzaam helemaal uit.)

EINDE

 

Bekijk een YouTube video met een bespreking van "Facing East" door Alec Kerr en een bekijk ook een aankondigings-affiche. Neem ook een kijkje op de website van Carol Lynn Pearson.