MvG logo www.mvgcontact.org

Nieuwe Wereld

Home



R.P.J. Tutein Nolthenius, 1851-1939


(Lees ook 'Mormoons Forum' onderaan deze pagina)

Nieuwe Wereld
door R.P.J. Tutein Nolthenius

INDRUKKEN EN AANTEEKEN1NGEN TIJDENS EENE RE1S DOOR
DE VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA (1902)

klik hier voor de volledige digitale versie van Nieuwe Wereld.
klik hier voor meer informatie over de auteur

van de MVG redaktie:
Nieuwe Wereld is een uniek document uit 1902 waarin een ondernemende Nederlander op reis gaat 'in den vreemde' en zijn ervaringen beschrijft over het wonderlijke Amerika. De auteur schrijft in zijn hoofdstuk 'Zwervers (De Mormonen)' over zijn kennismaking met Utah en haar bewoners. Een relaas dus van iemand die uit eigen ervaring spreekt over het mormonisme, een fenomeen dat we, zelfs meer dan honderd jaar later, maar nauwelijks tegenkomen in de media.
Auteur Tutein Nolthenius schrijft in een poetische stijl, met gevoel voor humor en realiteit, en is positief over de cultuur die hij aantreft onder de 'Heiligen der Jongste Dagen'.
Hij bevestigt uit eigen ervaring dat hij 'nimmer bij al zijne geschiedkundige navorschingen de waarheid te hebben moeten uitgraven van onder zulk een ontzettenden berg leugens als er omtrent dit volk zijn opeengestapeld."
Uitgesproken kritisch is hij echter over de profeet Joseph Smith en
verwijst o.a. naar de zgn. Spaulding-theorie die overigens in de loop der jaren reeds vele malen werd ontkracht, zelfs door critici van de kerk, maar dat kon de auteur uiteraard niet weten in 1902. Opvallend is het hoezeer hij ondanks zijn uitstekende ervaringen met de cultuur en levenwijze van de heiligen in Utah, de schriftuurlijke aanbeveling vergeet:
Elke boom kun je aan zijn vruchten herkennen (Lucas6:44).
Over polygamie maakt hij zich niet al te druk, d.w.z. hij schrijft er uitgebreid maar onbevooroordeeld over: "Het Mormonendom doet ons onwillekeurig afvragen of de
wijsheid onzer eeuw, die zichzelf onfeilbaar acht , wel veel meer is dan de aangewaaide geleerdheid van een jongen uit de laagste klasse der wereldschool ; wijsheid, die hem hulpeloos laat, waar het de oplossing van sociale raadselen betreft. Gelukkig dat
wij de ergernis van zoo onze onwetendheid te zien ontdekt , verbergen kunnen achter het masker der verontwaardiging over eene polygamie, die bijna zuiverheid van zeden is
tegenover wat de beschaafde wereld te aanschouwen geeft!"
Aan het eind van zijn relaas geeft de schrijver ons bovendien een kompliment dat ons niet mag ontgaan: hij vermeld waarom hij besloot: "zoo lang stil te staan bij dit eigen-
aardige theologisch socialisme : het eenige socialisme dat inderdaad vruchtbaar is gebleken !"

Z W E R V E R S. (De Mormonen)

I

Nu wil ik met u ver naar het Westen trekken, en langs
moeielijker wegen. Want de Hollanders konden Michigan be-
reiken langs rivieren, kanalen en meren - - op betrekkelijk
gemakkelijke wijze dus in die tijden in welke vervoer te land
nog zoo veel bezwaarlijker ging. Maar de weg die thans zal ge-
wezen worden, leidt niet langs wateren, rnaar over eindelooze
barre vlakten, over hooglanden, door nauwe bergkloven ; en de
talloozen, die daarheen trokken, hebben dien weg van meer dan
twee duizend kilometers lengte, ten deele afgelegd in ossewagens,
velen echter geheel te voet. En de weken , maanden, soms
jaren, welke de tocht vorderde al naarmate het jaargetijde
waarin die werd aangevangen -- waren tijden van ontbering,
van jammer en ellende ; en menigeen bereikte nimmer het beloofde
land : de toenmaals nog boomlooze dorre vlakte bij het Zoutmeer.

Heden ten dage gaat de tocht per spoortrein -- gemakkelijk
en snel - - en is slechts een afwisseling van natuur-indrukken ;
een oogenlust voor den tourist.

Na de uitgestrekte prairieen van Kansas -- waarvan reeds
vroeger verhaald werd -- te zijn doorgestoomd , wijkt de spoor
trein, na Denver, eerst zuidelijk voor de Rocky Mountains uit,
om deze dan eindelijk door de breede vallei van de Arkansas-
rivier binnen te dringen. Lang blijft het landschap vlak en
droomerig, totdat plotseling de trein een diepe, smalle bergkloof
instuift : de ,, grand Canyon" van de Arkansas, die nauwelijks
naast de rivier plaats laat voor de ijzeren baan. Meer en meer
wordt de stroom in de engte gedrongen ; hoog bruist hij op ;
ijlings jagen de wateren voort, als om aan die benauwdheid te
ontkomen - - beurtelings de klippen waarover zij schuren , ont-
dekkend en overstelpend. Rotstrappen rent de stroom af; doch
beneden gekomen, steigert hij wild omhoog, achteruitwaarts -
alsof hij de helling, waar hij afschoot, weder in even dolle
vaart wilde opsnellen; maar hem wordt geen tijd gelaten :
onzichtbare machten sleuren de wateren onverbiddelijk voort.
Dan weer ruw teruggestooten door de sombere rotsmassa s,
welke ter weerszijden omhoogrijzen, als schildwachten aan de
bergpoort - - voegen de weerkaatste golven, dwars afglijdend
over den stroom , zich in het midden samen tot een hoogen
schuimreep. En het is een verademing, als eindelijk eens -
waar tot grooter diepte de rotsbedding is uitgehold - - het
watervlak kalm glanzend golft . zooals het golven zoude door
een diepe breede dijkbreuk, daags na de doorbraak. Maar dat
is slechts een oogenblik : wederom wordt de stroom opgezweept
totdat hij vormt een schuimmassa; en boven het doffe gerommel
van den trein klinkt duidelijk uit het geknetter van de tallooze,
met lucht gevulde, kleine waterbolletjes. En dan weer dansen
bruingele moddergolven in het zonlicht vliegensvlug voorbij,
terwijl ter weerszijden van al dat gewemel, verweerde brokkelige
granietmassas passieloos hunne driehoekige toppen ten hemel
heffen, onbekommerd over wat daar voorvalt aan haren voet
- dien voet hoog met geel bespat, zooals de modderlaarzen
van een reus.

Doch dit alles duurt slechts kort als een droom : weldra wordt
de stroom weer rustig ; de bergen schuiven ter zijde weg, hunne
toppen zinken neer; nog wat verder, en de Arkansas wordt
een trage modderrivier in ruime vlakte. En slechts nu en dan,
als de stroom kronkelt of de spoorweg zich wendt , glanst de
drabbige massa als zilver.

Die vlakte ter zijde van de rivier is geheel verdroogd, stroo-
geel; nog geler door het wolkig groen, als van wilgen, dat
haar omzoomt, en waarachter oprijzen bergen in driehoeksvorm
zooals overal de Rocky Mountains driehoekig zijn. Donkere
dennebosschen dalen als stroomen af van de berghellingen. En
achter de tandlijn - - als van een zaag - - der bergreeks,
andere bergtoppen, verweg, over welke de sneeuw zich uitbreidt
als een aan flarden gereten, wit te wade. En nog hooger : een
starre, grijze wolkenmassa, wit omzoomd ; een winterlucht. Maar
toch geen winterlucht ; want waar de zon schuilt achter die
wolken, is het alsof een regen van licht neerdaalt. En dat
kan de winterzon niet.

Maar toch is het koud , al is het Juni. Hoe doordringend
koud moet het dan niet zijn s winters in deze eenzaamheid ? En
niettenmin zijn honderden vrouwen en kinderen zulke woestenijen
in het barre seizoen te voet doorgetogen; door de sneeuw
duwende en trekkende duizende kilometers ver de hand-
karren, waarop zich hare zuigelingen, bedden en levensmiddelen
bevonden ....

Die zoogenaamde handkar-emigratie is imsschien de verschrik-
kelijkste uittocht geweest, ooit door beschaafden ondernomen.
Tot 1856 waren de arme Mormonen uit Europa, die naar de
stad aan het Zoutmeer wilden opgaan, voor geringen prijs daar-
heen vervoerd per ossewagen. De geheele overtocht - - van
Liverpool tot Salt-lake city , voeding daarin begrepen - - werd
op niet meer dan 150 gulden berekend. Maar in het zooeven
genoemde jaar hunkerden zoovele bekeerden naar het nieuwe
Zion, die den overtocht niet konden betalen, dat te overleggen
was : hoe de kosten tot een minimum in te krimpen ?

Eindelijk werd er dit op gevonden: De emigranten zouden van
af een punt nabij de Mississippi : Iowa-city, te voet gaan, en hunne
bagage op handkarren medevoeren, terwijl wat extra voorraad en ,
de noodige tenten op wagens zouden geladen worden ; op die wagens \
zouden ook plaats kunnen nemen wie niet loopen konden. Op
deze wijze werden de uitgaven tot f 108 per hoofd teruggebracht ;
die wandeling - - ongeveer zoover als van Amsterdam naar /
Moskou -- spaarde derhalve een veertigtal guldens uit.

,, Aldus spreekt God door zijn profeet -- zoo luidt de procla-
matie van Brigham Young -- dat de armen tot ons komen met
handkarren en kruiwagens, dat zij hunne lendenen opschorten,
en te voet opgaan tot Zion; niets zal hun deren".

Te Iowa-city werden dus de handkarren gebouwd, zeer licht,
geheel van hout, wegende dertig kilo. Dertien honderd Mormonen-
emigranten verlieten Liverpool in het voorjaar, in de vaste over-
tuiging dat alles voor den tocht gereed zoude wezen ; doch toen
zij te Iowa-city aankwamen, bleek voor niets gezorgd te zijn.
Weken moesten zij dus wachten voordat alle karren gereed
waren. Drie afdeelingen konden betrekkelijk spoedig op marsch
gaan; zij kwamen behouden te Salt-lake city aan. Maar de
vierde afdeeling kon eerst opbreken tegen het midden van
Juli ; de vijfde eerst op het einde dier maand - - en zooals
blijken zal, was dit reeds bedenkelijk laat met het oog op de
barre , hoog gelegen streken, welke te doortrekken waren.

Volgens den aangenomen regel , was iedere afdeeling in troepen
van honderd verdeeld - - mannen , vrouwen en kinderen. leder
dergelijk troepje werd voorzien van twintig handkarren, vijf
tenten, drie of vier melkkoeien en een wagen -- getrokken
door drie span ossen -- voor de tenten en wat mondvoorraad.
Per hoofd mocht niet meer worden medegenomen aan lijf- en
beddegoed dan een gewicht van ongeveer acht kilo. Met inbe-
grip van het keukengerei werd op iedere handkar tot een gewicht
van 45 kilo geladen. Betrekkelijk dus niet veel, maar men houde
in toog: de lengte van den tocht en het kleine aantal flinke
mannen; allen telden mede: man, en vrouw, en kind.

Niet voorziende wat hun te wachten stond, trokken de af
deelingen welgemoed uit, zingende:

Hoera voor het kamp van Israel ,
Hoera voor het handkar-plan !
Hoera, hoera! veel beter is t .
Dan wagen en ossen-span !

Arme drommels; voor velen was dit juichlied een doodzang.
De afdeeling welke half Juli de reis aanvaardde en ongeveer
vierhonderd personen sterk was - - bereikte halverwege in Au-
gustus Winter-Quarters (een weinig ten noorden van Omaha)
op den rechteroever der Missouri. Hier werd eene algemeene
vergadering gehouden ten einde te beslissen over de vraag:
voorttrekken of den winter overblijven? Want er waren nog
1600 kilometers af te leggen, en met de uiterste inspanning
zoude men niet voor laat in November aan het Zoutmeer kunnen
zijn. Men liet de beslissing aan de ,, elders"; en al die ouder-
lingen waren, op een na, voor verder gaan en vertrouwen op
God die Zijn volk zeker met zou verlaten. Alleen L. Savage
vermaande: dat niet enkel op God ware te steunen, maar ook
op het door Hem geschonken gezond verstand ; en dat dit op grond
van ervaring moest weerhouden van zoo laat in t jaar de bergen
over te trekken met zoovele ouden van dagen, zieken, vrouwen
en kleine kinderen. Doch de andere ouderlingen bestraften
hem om zijn klein geloof. Broeders en zusters antwoordde
hij hierop - wat ik gezegd heb, weet ik dat waarheid is;
maar nu gij besloten zijt voort te gaan, zal ik met u trekken.
Moge God in Zijne genade ons behouden!

De afdeeling brak den 18 en Augustus op uit Winter-Quarters ;
en aangezien de wagens niet alles konden bevatten, moest op
iedere handkar nog een zak meel , wegende ongeveer veertig
kilo, worden bijgeladen. In de eerste weken werd per dag
ongeveer vier en een half uur gaans afgelegd ; alhoewel veel
oponthoud werd ondervonden , aangezien door de droogte en
het hobbelen over de slechte wegen, de spaken spoedig los-
rammelden , wat aanleiding gaf tot breken van wielen en assen.
Ook liepen die houten assen uit hetgeen sommigen trachtten
te verhelpen door die met leder te beslaan, anderen met blik,
waartoe zij borden en ketels van hun eetgerei aanwendden.
Ook smeerde men die met spek in, zelfs -- maar hiervan was
de voorraad klein -- met zeep.

Op zeker punt , waar veel wilde buffels waren, braken hunne
ossen los en renden die achterna ; zoo raakten zij er een dertigtal
kwijt, en nu bleef voor iederen wagen nog slechts een span
beschikbaar. Melkkoeien, kalven, en het vee, dat mede was
genomen om onderweg versch vleesch te schaffen, alles moest
nu helpen trekken; maar dit richtte weinig uit, en dus bleef
er niets anders over dan een tweeden zak meel op de hand-
karren te laden. Vleesch werd van toen af niet meer uitge-
deeld; de koeien gaven geen melk meer, en het dagelijksch rant-
soen werd ingekrompen tot op een pond meel, wat rijst, suiker,
koffie en spek -- alles te zamen een zoo kleine hoeveelheid, dat
sommige mannen hun deel verorberden aan t ontbijt, en verder
den geheelen dag moesten vasten.

Bijna halverwege werden zij ingehaald door eenige ouder-
lingen der kerk, die van zendingen in het buitenland huiswaarts
keerden. Dezen spraken hun moed in. ,,A1 mocht het stormen
te rechter en te linker, de Heer zal uwen voet bewaren, en gij
zult Zion in veiligheid bereiken". Aldus troostten zij , en reden
toen voort in hunne rijtuigen, nadat eerst ter hunner eere
eenige der koeien geslacht waren, welke de te voet gaanden zoo
noode konden missen. De arme handkar-sloven staarden die
wegsnellenden na met een zucht; en onwillekeurig doet het
tafreel denken aan het schilderij van Rembrandt, waar op den
voorgrond in de schaduw langzaam voortsjokt met zijn vrachtje
de barmhartige Samaritaan, terwijl in de verte zich koesterend
in t zonlicht, pijlsnel de Leviet voortrolt in de met zes paarden
bespannen koets, met het aangenaam vooruitzicht weldra te
zullen zijn in de stad met de vele torens.

Te Laramie (ongeveer halverwege) -- aldus hadden de voor-
bijsnellende ouderlingen beloofd - - zouden zij, zoo mogelijk,
mondvoorraad achterlaten, en daarheen hulp zenden uit Salt-
lake city. Te Laramie vonden de afgetobden niets; de rant-
soenen werden dus nogmaals ingekrompen : wie de handkarren
moesten trekken , ontvingen dagelijks 3 kilo brood ; de vrouwen
en grijsaards 4 kilo; de kinderen 4 kilo.

En met den honger kwam de koude; de bedekking s nachts
werd onvoldoende. Daar, in de bergen, wachtten hen de winter-
storrnen op; als bladeren vielen de ouden en zwakken af, en
ook den gezonden mannen begaf de kracht. Enkelen bleven
hun handkar voorttrekken tot den dag voor den dood, sommigen
zelfs tot enkele uren voor hun sterven. Zelden werd een kamp
opgebroken, of eerst waren een of twee tobbers te begraven.
Juist op den morgen van den eersten sneeuwstorm werd de
laatste portie meel uitgedeeld ; en nog twee en twintig kilometers
waren af te leggen voor dat een punt kon bereikt worden, geschikt
voor het eerstvolgend kamp. De ondergang scheen nabij ; doch
tegen den middag kwamen een paar mannen uit Salt-lake city,
die mededeelden dat binnen enkele dagen wagens met ligging
en voedsel hen zouden bereiken. Vervolgens trokken die be-
richtgevers dadelijk verder, want het stond te vreezen, dat de
afdeeling, welke enkele weken later onderweg was gegaan, in
nog ellendiger omstandigheden zoude verkeeren.

Opgewekt door het vooruitzicht op redding, spanden nu allen
himne krachten in tot op t uiterste; en tegen den avond be-
reikten zij inderdaad het punt, waar het kamp kon opgeslagen
worden; doch verscheidene beesten waren intusschen omge-
komen, en s nachts stierven door vermoeienis en koude vijf der
tochtgenooten. Bij het s morgens ontwaken bleek de sneeuw
een voet hoog te liggen en de geheele voorraad bestond nog
slechts uit twee vaatjes beschuit, eenige ponden suiker, wat
gedroogde appelen en een kleinen zak rijst ! Twee ossen, die
toch niet meer voort konden, werden geslacht; en aan de tocht
genooten medegedeeld , dat met dit vleesch en met wat be-
schuiten rond was te komen totdat er hulp zoude opdagen
want het overige was voor zieken en kinderen te bewaren.
Besloten werd niet verder te trekken, doch in het kamp de
hulp af te wachten, terwijl een paar mannen deze te gemoet
gingen om tot haasten aan te sporen. De kleine portie vleesch
en beschuit was al den eersten dag verorberd ; toen werden -
den volgenden dag -- nogmaals een paar beesten geslacht, en
deze gegeten zonder iets. En den derden dag viel er niets te eten :
meerdere beesten konden niet gemist worden. Doch geen hulp
daagde op: het convooi was door denzelfden sneeuwstorm be-
loopen, welke de emigranten teisterde.

Velen hunner werden ziek, velen overleden in deze drie
dagen ; sommigen bliezen den adem uit in de armen van wie
op het punt stonden zelf den geest te geven ; moeders trokken
nog in haren doodstrijd de gesleten en gescheurde kleederen
vaster om de uitgeteerde lichaampjes hunner kleinen; en
krachtige mannen , door honger geperst, bedelden om een
brok van het voedsel, dat gespaard moest blijven voor zieken
en hulpeloozen.

Het was nu de avond van den derden dag, en alsof de
natuur zelve den ongelukkigen wilde doen inzien het hopelooze
van verderen strijd, daalde de zon in heldere, vriezige atmosfeer
achter de met sneeuw bedekte bergen, openbarende met hare
langgerekte, laag over het landschap strijkende stralen, hoe berg-
keten na bergketen, tot in eindelooze verheid, zich opvolgden
in t westen, alwaar eerst aan den afhang van t gebergte -
het doel lag van den pelgrimstocht. Verscheidenen dergenen, die
naar t westen staarden, terwijl de dalende zon .zoo het eindeloos
pad verlichtte, verwachtten niet getuigen te zullen zijn van haar
weer opgaan op den volgenden morgen ; trouwens velen hadden
alles verloren wat het leven waard maakt te leven! Met lang-
zamen stap en gebogen hoofd traden zij de tenten binnen, om
zich Gode te bevelen voor het ingaan der rust, uit welke zij
wellicht hier nimmer zouden ontwaken. Daar barst plotseling
een juichkreet los : van een hoogte in t westelijk deel van het
kamp zijn huifkarren gezien , vergezeld door de uitgezonden
mannen! Weldra zijn die in t kamp; de helft der levens-
middelen wordt afgeladen, dekens en warmere lichaamsbedek-
king uitgedeeld , het overige doorgezonden ten behoeve van de
achteraan komende afdeeling.

Doch hiermede was de ellende niet uit : sommigen waren
alreeds te zeer verzwakt,. om te kunnen herstellen ; enkelen
waren krankzinnig geworden ; anderen had de wanhoop ver-
stompt. En elken dag nam de koude toe ; van velen bevroren
vingers, teenen of ooren ; van een zieken man, die op een
wagen geheschen - - zich aan den rand vastklemde , ten einde
bij het hotsen over den weg niet te zeer te schudden, waren
alle vingers bevroren. Vijftien personen werden in een kampe-
ment begraven -- hiervan waren er veertien doodgevroren.

Eindelijk werd de laatste bergpas bereikt ; daar ont-
moetten zij anderen, die uitgezonden waren met nieuwen voor-
raad ; en aan de boomen rondom het kamp werden groote
stukken sappig vleesch opgehangen een schilderij , getuigt
een der geredden, bij verreweg mooier dan de beste der oude
meesters.

Toen ook werd de natuur milder, en voortdurend voorzagen
hen in hunne behoeften nieuwe convooien -- die daarop verder
togen, ten einde de nog achtergebleven afdeeling bij te staan.

Van de 420 personen dezer afdeeling was ongeveer het
zevende deel onderweg gestorven. Van de 600 der achteraan-
komende afdeeling waren er daarentegen slechts enkelen ge-
bleven : de sneeuwstorm overviel haar voor de eigenlijk berg-
achtige strekking van den weg werd bereikt, doch ook bij deze
emigranten was de nood tot het hoogst gestegen.

Erger was het een twintigtal mannen vergaan , die deze
afdeeling halverwege die bergen achterliet bij de koopwaren ,
het vee en de bagage, welke om sneller te kunnen reizen ,
tijdelijk in den steek werden gelaten. Deze mannen zouden
dan in het voorjaar, als de wegen beter begaanbaar werden,
met dat achtergelatene nakomen. Er viel veel sneeuw; gedeelte-
lijk werd het vee door de wolven verscheurd ; veel stierf er
door koude. Het overige werd geslacht, en dat bevroren vleesch
maakte het eenige voedsel uit ; de kleine voorraad meel en zout
was spoedig verbruikt. Daar het wild schaars was in den
omtrek, zoo bleek hoe zuinig zij ook huishielden -- hun
vleeschvoorraad onvoldoende om tot het voorjaar te strekken.
Twee mannen bestegen dus de beide eenig overgebleven paarden
om hulp te zoeken, doch zij raakten hunne paarden kwijt en
moesten met ledige handen terugkeeren.

Nu was alle vleesch verbruikt; slechts bezaten zij nog eenige
huiden. Deze werden in smalle reepen gesneden, en na van
haren te zijn ontdaan, gekookt. En toen ook dit voedsel was
genuttigd, bleven hun enkel hunne laarzen over en stukken
leer van de wagens. Zelfs een stuk buffelleer dat tot deurmat
gediend had, werd verorberd. Zoo hielden zij tot aan t voor
jaar er het leven in; toen konden zij, daar de sneeuw smolt ,
wortels van distels en wilden knoflook opgraven. Eindelijk
kwam hulp opdagen uit Salt-lake city.

Aldus eindigde de beruchte handkar-tocht , welke zeker niet
zoo befaamd ware geworden indien de afdeelingen slechts wat
vroeger in t jaar op het pad hadden kunnen gaan, en zij niet
in evenredigheid met het aantal flinke mannen te veel zwakken,
vrouwen en kinderen hadden geteld. Dat overigens het denk-
beeld geenszins op zich zelf afkeurenswaardig was, bewijst een
tocht in het voorjaar van t volgend jaar. Toen bereikten 74
zendelingen uit Salt-lake city op dezelfde wijze in 48 dagen
Missouri - - den halven tijd van dien , welke per ossewagen
noodig ware geweest.

II

Zoo trekken in onze gedachten deze armzaligen voorbij terwijl
wij ons behagelijk neervlijen op de breede kussens van den
Pullmanwagen , die zonder schokken of stooten ons in minder
dan een etmaal voert door bergstreken waarin die ongelukkigen
maanden tobden, gekluisterd aan die zware handkarren, welke
zoo licht schenen bij het vertrek.

De sneeuwzoom daalt als het ware tot ons af: steeds stijgt
de spoorbaan. Hoewel bijna zomer, zijn de nachten hier nog
zeer koud, en is de sneeuw dus nog niet gesmolten. Wel wordt
naarmate men verder spoort , de vlakte van lieverlede groener :
dat komt van al het water dat uit de sneeuw lekt en door
t gras kronkelt als slangetjes, flikkerende in t zonlicht.

Smaller en smaller wordt de bergstroom ; en het modderige
water klaart zich, wordt helder als pas gesmolten sneeuw. De
stroom wordt tot een kleine beek , haast tot een sloot ; de sneeuw
daalt tot in de vlakte, die geheel drassig staat en waaruit overal
water opborrelt. Plots: volslagen duister een tunnel, doch
geen lange --en weder in het daglicht gekomen, blijkt mi het
water in tegengestelde richting te stroomen : vlucht voor ons
weg, in plaats van zooals steeds tot nu toe, ons te gemoet te
snellen. Derhalve is de waterscheiding overgetrokken tusschen
het oostelijk en het westelijk deel van Amerika. Nu zijn wij
in het gebied van den Stillen Oceaan \ de laatste band met het
moederland is verbroken: Adieu Europa!

Het is alsof aan gene zijde van de waterscheiding de stroom
nog wilder afschiet naar de diepte, door een zoo nauwe vallei ,
dat zij bijna een kloof schijnt. Tot hooge golven kookt het water
op; de waterspiegel schijnt bol, afhangend naar de kanten.
Soms springt de stroom over een den weg dwars versperrenden
boomstam; elders schieten de wateren ter zijde op, als waren
zij de richting bijster; om weldra daarna weder in stralen van
de rotsblokken te druipen. En evenals op het zeestrand de
aansnellende golf steigert tegen de af vloeiende watersprei , zoo
krullen ook hier de golven om, en schieten blankgekuifd -
schijnbaar weer de helling op, terwijl het schuimend vocht duikt
en springt als een waterdier.

Op de groote rotsblokken, die als naar beneden getuimeld
zijn, en daartusschen -- in de diepe berggleuven rijzen slanke
dennen omhoog , aan welker voetingen een maaswerk ligt van
doode stammen: boomen die daar te voren stonden, en in de
droge atmosfeer der Rocky Mountains niet verrotten, maar
eerst na vele jaren langzaam zullen verteerd zijn. Hier en daar
tegen de hellingen blokhutten, nauwelijks een man hoog en
met bijna plat dak - - alsof zij zich bukken uit angst voor de
winterslagen.

De avond valt : over de boomen, over de bergen trekt eene
haast onbestemde, vaalbruine kleur ; alleen het schuim van den
bruisenden stroom licht nog met matten schijn. De wolken
staan stil en slapen - - het is nacht. . . .

Hoe geheel anders het landschap van den volgenden morgen!
Al slapend heeft ons de trein onbewust uit de bergengten ge-
voerd; nu wijken de bergen al ver weg: gruisbergen, die den
indruk geven van verweerde hoopen grond, waarin de regen
diepe voren heeft gegroefd. Zij rijzen botweg op uit de vlakte,
die een oneindigheid schijnt, en het oog vreemd aandoet, dat
zoovele dagen als gevangen was tusschen de bergglooiingen. Die
vlakte is ook geheel anders dan alle tot nu toe in Amerika geziene :
Zij is als een ideaal-Nederland. Overal steken omhoog
als feestpluimen, Italiaansche populieren ; overal is het bouw-
land afgezet met groen struikgewas ; steeds kruist de trein
smalle kanaaltjes met snel vlietend water en met gras omzoomd. .

Schalksche witte huisjes schuilen. weg tusschen groote boom-
gaarden. Dit is het vroolijkste, prettigste, bedrijvigste land-
schap dat men zich denken kan; een paradijs, een land van
belofte, na de woestenijen van zoo straks. En na een paar
uur sporens houdt de trein stil in het moderne Zion : van alle
westersche steden de meest landelijk schoone, en welker breede
straten omzoomd zijn met statig, zwaar groen.

Slechts zeer kort werd in stad vertoefd: want groote plak-
katen kondigden aan dat s namiddags ter eere van den 98e ge-
boortedag van Brigham Young -- den in 1877 gestorven leider
der Mormonen -- een feestelijke bijeenkomst zoude plaats vinden
te Salt-air beach ; een casino uitgebouwd in het Zoutmeer. Dat
er iets feestelijks aan de hand was, bleek reeds dadelijk uit de
reusachtige Amerikaansche vlag, welke over een der langszijden
van den Mormonenternpel was uitgespreid : dertig meter hoog,
zestig meter breed, en den grijzen steenen wand geheel bedek-
kend. Overigens was in de stad niets van feestdrukte te be-
merken, hoewel van de vijftig duizend inwoners ongeveer twee
derde deel Mormoon is. Doch het koude en regenachtig weder
zal hieraan grootendeels schuld zijn geweest. Want ook het peil
van enthousiasme kan men op den barometer aflezen.

Die ongunstige weersgesteldheid zal ook wel de reden zijn ge
weest, waarom in de Casinozaal van Salt-air beach slechts een
2500 tal geloovigen vergaderd waren; trouwens die zeer groote
ruimte is aan alle zijden open, wat bij warm weder zeer aangenaam
moge zijn, doch nu veel tocht veroorzaakte. Op een kleine verhevenheid
in nisvorm anders voor orkest bestemd had de familie Young plaats-
genomen (Brigham is een voornaam, zooals Jan of Piet),
alsmede een aantal burgerlijke autoriteiten :
de gouverneur van den Staat Utah, de opperrechter, de vorige
opperrechter, eenige apostels en andere kerkelijke grootwaardig-
heidbekleeders.

Eerlijk verklaard, heb ik eerst later uit de couranten bemerkt,
dat zich op het podium zoo vele hooggeplaatste personen be-
vonden. Op t oog scheen het een sjofel troepje; slecht gekleed
althans voor Amerikanen , die in den regel zeer smaakvol en keurig gekleed zijn -
- en alles behalve passende bij den luchtigen, eleganten bouwstijl der zaal.
Plechtig was de samenkomst evenmin. Een tingel-tangel piano laat zich
hooren ; eenige paartjes beginnen te walsen, zelfs enkele damespaartjes
want de zaal was op verre na niet door de opgekomenen gevuld ;
daar klinkt plotseling van het podium een gezang, wat van
zelf lokt tot dichterbij treden. Een zevental heeren, een beetje
aftandsch en alles behalve gedistingeerd , een zevental dames-
voor wie (naar mij toescheen) buiten het Mormonendom
geen huwelijksheil was weggelegd - - heffen samen uit gezang-
boeken een tweetal liederen aan. De wijze van het laatste is
welbekend : Gretchens hemelvaart uit de Faust van Gounod.
Tusschen de beide liederen in wordt een lang gebed uitge-
sproken door een leelijk mannetje, dat steeds de handen uitge-
spreid houdt opgeheven.

Na het gezang treedt naar voren een goede zestiger, met
dicht om den hals gewikkeld een grooten witten foulard ; hij
is van middelmatige gestalte en gezet. Wat treft, is: de kop
- een verweerde stierenkop, zooals men zich dien denkt uit
hout gesneden, voor den boeg van een Oceaanstoomer ; neer-
ziend op de golven, welke opstuiven tegen het ijzeren gevaarte,
dat ze in rustigen gang doorklieft en achterlaat, recht op het
doel aanstevenend. De oogen bijna dichtgeknepen als steeds
loerend ; de neus forsch gebogen ; een witte ringbaard , welke
borstelig vooruitsteekt , omlijst de machtige kinnebakken. De
kruin ietwat kaal, doch overigens de haardos nog lokkig. Deze
spreker verheft zijn stem niet ; hij verontschuldigt zich wegens
zijne gezondheid, en gaat spoedig weder zitten. lemand helpt
hem eerbiedig dadelijk zijn overjas aantrekken.

En zonder dat de naam genoemd wordt. weet ik wie die
spreker is: het levend beeld van zijn vader Brigham (Spreek uit: Briehem.)-
- den leider der Mormonen - - diens naamgenoot en een der twaalf
apostelen.

Na hem treedt naar voren een quasi-Engelsche dominee en
vraagt: Wij waren mannen des vredes. Een leger werd tegen ons uitgezonden.
Hadden wij de wet geschonden? Neen -
klinkt het met innige overtuiging naast mij ; ik neem mijn
buurman op: oud, witgebaard, mager maar veerkrachtig , een
knapzak op den rug dragende en zeer eenvoudig gekleed. Blijk-
baar een der vele boeren, wier karretjes afgespannen staan op
het veld, en die van allerwege zijn samengestroomd. Zijn dracht
steekt trouwens niet af bij die der anderen. De geheele ver-
zameling heeft iets zeer eenvoudigs, bijna huiselijks; er is niets
in wat aan een feest herinnert : men zoude zeggen een samen-
komst van Hollanders uit den kleinen burgerstand , ter bespreking
van eene gewichtige aangelegenheid. Want waarlijk er steekt
iets Hollandsch in, evenals in het landschap waardoor wij trok-
ken v66r Salt-lake city werd bereikt.

Niet Hollandsch is daarentegen het landschap dat door de
open bogen van de Casinozaal wordt gezien, en zoo verrukkelijk,
dat ik de weinig belangwekkende redevoering niet verder aan-
hoor, doch naar buiten treed op het balkon, dat rondom de
ovaalvormige ruimte is aangebracht.

Aan de landzijde , achter de stad : hooge sneeuwbedekte bergen ;
onder den voet : hel groen water als van den Oceaan ; in het
meer en ter zijde: hooge rotspartijen -- zooals in de baai van Napels,
en ook van dat eigenaardige lichtende rievelblauw -
die breed oprijzen uit het effen water vlak, dat zich in de verte
verliest. Men denkt trouwens niet aan een besloten kom : dit
meer heeft de afmetingen van een zee, is zelfs grooter dan onze
Zuiderzee. Voor wie de Rocky Mountains is doorgetrokken , en
uit de bergengten afdalend, in de vlakte komt en staart op dit
groene water, is het inderdaad of nu eindelijk bereikt is de grens
van het vaste land, of een nieuw Palestina zich uitstrekt langs
een andere Middellandsche zee. En met enkel door afmeting
en kleur doet dit water denken aan eindelooze water vlakten ,
66k door het zoutgehalte. Dit is hier zelfs veel grooter dan op
den Oceaan; wil men de hand in t water steken, dan biedt
dit vreemd gevoel tegenstand ; men moet geweld gebruiken.
Wordt die hand vervolgens niet afgedroogd , dan bedekken haar
weldra kleine schitterende kristallen.
Vijf deelen water geven een deel zout (Aldus Bancroft in zijne History
of the Pacific States"; Baedeker spreekt van een zoutgehalte van 14 ten honderd.),
en er staan dan ook dicht bij den oever van
het meer, in de moerassige vlakte, vele hoopen als van ge-
bluschte kalk : zout dat gewonnen werd door het water te laten
verdampen op groote vlakten lands, die tot een weinig beneden
het peil van den zeespiegel zijn afgegraven.

Zoovele zouten bevat dan ook de bodem rondom , dat hetgeen
nu inderdaad een land overvloeiende van melk en honing mag
heeten, weinig meer was dan een troostelooze woestenij , ten
tijde dat de Mormonen hier voor t eerst den voet zetten. En
die dorre vlakte, waar bijna geen regen valt, kon dan ook slechts
een beloofd land heeten voor wie zulke vervolgingen hadden
doorgestaan eerst te Independence, later te Nauvoo voor
wie allereerst zochten een schuilplaats, zoo eenzaam, dat geen
vervolger den moed zoude hebben hen daar te verontrusten.

En na den kamp met den mensch -- trouwens slechts een
oogenblik gestaakt volgde een strijd met de natuur. Er
groeide toenmaals geen enkele boom, en slechts dicht aan den
voet der bergen had het van de hoogten afvloeiend water vol-
doende den grond uitgeloogd, om daar dadelijk akkervruchten
te kunnnen telen. Aan landbouw op grooter schaal konden dus
de eerste nederzetters niet denken : vooraf waren de bergstroomen
op te vangen en een net van bevloeiingskanalen aan te leggen.
Doch zoo iets vordert tijd, en zoo groot was het aantal discipelen,
die reeds het eerste jaar naar het nieuwe Zion togen , dat hoogst
zuinig met den beschikbaren voorraad graan was om te gaan,
en deze evenals bij een schipbreuk , zorgvuldig afgewogen en
met rnondjesmaat werd toebedeeld.

Wie zal dus den schrik beschrijven, die de nederzetters in
het tweede jaar om t hart sloeg, toen tegen het einde van
Mei - terwijl de velden prijkten in t weelderigst voorjaars-
groen - plotseling de lucht verduisterd werd door zwarte
wolken krekels , en deze op de akkers neervielen ! Het waren
zwermen als eenmaal die der sprinkhanen in Egypte. Waar de
krekels over been trokken , was geen grasspriet meer te be-
kennen het land was als door vuur verschroeid ! Mannen,
vrouwen en kinderen, de geheele bevolking, toog uit om de
plaag te bestrijden : zij dreve de krekels in greppels of in t riet ,
en staken dan alles in brand.

Doch de plaag nam zulke ontzettende afmetingen aan, dat
door vermoeidheid overmand , het verdedigen van den oogst was
op te geven. Welk een toestand! De mondvoorraad welken zij
op den uittocht hadden medegenomen , genoegzaam verteerd ;
al het zaad uitgezaaid ; en de naastbij liggende plaats waar
ander voedsel was te krijgen, op twee duizend kilometer ver-
wijderd - als naar t oosten werd gegaan en op dertien-
honderd kilometer, als naar Californie werd getrokken; zoo-
ver weg dus als van ons Petersburg en Florence. En de
krekels onderwijl alles wegvretende wat groen was! Is het niet
alsof na de menschen , nu ook God zich tegen de zwervers keerde ?

En een nieuwe plaag volgt de eerste op den voet : Toen alle
pogingen tot verdediging zijn opgegeven, en men moedeloos
aanziet hoe de krekels voortgaan met het veldgewas te vemielen ,
komen - nu van over het Zoutmeer, -- nieuwe myriaden ,
ditmaal van witgevleugelden. Waar zij van daan komen, welk
hun doel zij, is den emigranten onbekend: een nieuwe geesel
Gods hun voor hunne zonden toegelegd? Wacht echter en aan-
schouw : Het blijken meeuwen te zijn, die ook zwermen over
de velden en er op neervallen; maar nu om de verdelgers te
verslinden. Zelfs als zij van krekels verzadigd zijn, zwelgen zij
voort, telkens het te veel ingeslokte weder uitbrakend! Nu
vluchten de krekels in hun angst bij millioentallen in t water,
waar zij verdrinken. Tegen den avond vliegen de meeuwen op
in de richting van het Zoutmeer, en verdwijnen in de verte,
doch in den morgen bij zonsopgang keeren zij weder, en zoo
telkens, totdat de plaag voorbij is. Gods gezanten zijn dus
deze witgevleugelden ! Wie durft nu nog twijfelen dat de
Heiligen der jongste dagen (Mormoon is een bij- of scheldnaam)
uitverkorenen zijn van den Heer?

Overdreven kan dit verhaal met toeschijnen aan wie weet
hoe nog telkens de Afrikaaiische oevers van de Middellandsche zee
door sprinkhanen geteisterd worden , en welke groote sommen,
o. a. door de Algerijnsche regeering, tot bedwinging van die
plaag worden uitgegeven.

Had ik geweten welk deftig gezelschap op het podium van
het Casino troonde, dan zoude ik zeker de bijeenkomst tot het
eind toe hebben bijgewoond; nu , bij den terugkeer in stad op
hoogte gebracht door de couranten, bleef niets over dan zich
na den eten opnieuw naar Salt-air beach te begeven en de
avond-vermakelijkheid bij te wonen, al was het weder koud en
de aan alle kanten open Casinozaal voor een niet enthousiast
feestvierder weinig aanlokkelijk. Maar ik kon den lust niet
weerstaan om van wat meer nabij de familie Young te aan-
schouwen, vooral de weduwen van den Mormonenleider. Want
gelijk voor zoo velen, had ook voor mij het Mormonendom zich
van lieverlede samengedrongen tot het begrip ,,veelwijverij" ; en
wie zoude ongebruikt laten voorbijgaan deze eenige gelegenheid
om den harem te zien van wijlen een Christen-sultan?

Het publiek in de zaal was s avonds iets minder talrijk dan
in den namiddag, en verzonk eigenlijk in de onmetelijke ruinate
van het Casino ; daarentegen was het podium goed bezet : en
onder de aldaar gezeten dames en heeren bevonden zich niet
minder dan zes der weduwen van den leider der Mormonen
(mimmers 9, 13, 14, 20, 22 en 23 van den catalogus hierna).
De oudste telde vijf en zeventig jaren, de jongsten waren goede
zestigers; alien zagen er zeer fatsoenlijk uit , eenvoudig gekleed
- tante Stastok s, maar in t dikke. Die nummers en leeftijden
zoude ik niet zoo precies weten, indien niet een kort geleden
verschenen quasi officieele beschrijving van het huisgezin van
Brigham, met portretten, hieromtrent de meest openhartige be-
kentenis had afgelegd. Die openbaarmaking is te merkwaardiger,
omdat de Profeet langen tijd tegenover de buitenwereld zeer
geheimzinnig was omtrent zijne huiselijke | omstandigheden; en
ik kan dan ook niet de verzoeking weerstaan , om met be-
hulp dier gegevens de ommestaande lijst samen te stellen.
(zie voor deze gegevens de volledige oorspronkelijke tekst van Nieuwe Wereld)

B R I G H A M YOUNG.

Geboren 1 Juni 1801 te Whitingham (Vt); als Mormoon gedoopt op 14 April
1832; tot eea der twaalf apostelen verkozen op 14 Febr. 1835; als zendeling
der Mormonen werkzaam 1839 41; tot president benoemd op 5 Dec. 1847;
gestorven te Salt-lake city op 29 Aug. 1877, nalatende 17 vrouwen, 16 zonen
en 28 dochters.

Behalve de familie Young bevond zich dien avond op het
podium een zestiental muzikanten, die met het on-talent van
een Duitsch kermisorkest lustig dansen bliezen. Doch v66r het
eigenlijke bal begon, werd een kring gevormd om een soort
quadrille, een kleine quadrille van rneest heel oude menschen,
potsierlijk toegetakeld. Of eigenlijk t was geen quadrille, maar
een oud-Engelsche rondedans, bekend onder den naam van ,,Sir
Roger de Coverley". Een der danseuses veertig jaren geleden
jong - - danste in haar mooie japon van 1860; wat met het
oog op de vrouwelijke ijdelheid in t algemeen, misschien nog
wel t meest verbazingwekkende was, wat ik in Amerika mocht
aanschouwen. Een oude heer sprong rond in hemdsmouwen en
bretels ; een snoeperig meisjesgezicht ging schuil in de stijfge-
streken huif van een ouderwetsche Sun-bonnet; een vlugge
spring in t veld huppelde rond in zijns vaders beste jas van
1849 ; waarlijk , de nagedachtenis van den nieuwen Mozes te
eeren door zulk een vasten-avondpret gaat boven het begrip
van een ,, gentile" (heiden) ! Doch vermoedelijk met het oog op
den leeftijd der deelnemenden , duurde deze vertooning slechts
kort; en nu begon de heusche dans: honderde paartjes zweefden
door de groote ruimte bijna zonder ophouden den geheelen avond
door. Het orkest blies enkel walsen, en deze werden uiterst
keurig en hoogst betamelijk gedanst ; slechts enkele meisjesparen
werden gevormd : het manvolk was in ongeveer even groot getal
aanwezig en niet traag met de beenen.

De zon stond op t punt van in het meer te verzinken.
Hare laatste stralen deden den gladden dansvloer mat lichten ?
terwijl het schijnsel van tallooze gloeilampjes -- als sterretjes
in de donkere welfholte der zaal geprikt - - over die doffe
spiegeling een lang, geelglanzend gestreep trok. Onder de hooge
open bogen, waarop de koepel rustte, straalden de blauwe
bergen in zee, alsof zij inwendig lichtten. Bovenwaarts van de
scherp getrokken sneeuwlinie der Rocky Mountains dreef als
een wollig wit kleed - - een blanke mistnevel , waarboven hier
en daar een bergtop zweefde, als vrij gemaakt van de aarde.
Doch van lieverlede stierven alle kleuren weg, en enkel de groote
casinoholte bleef roerig lichten in de strakke, donkere
zeestilte. Want als een stoomer op den Oceaan drijft het casino een-
zelvig op het meer: heinde en ver wordt geen woning, geen
boom , geen struik gevonden. Het strand is niet begaanbaar :
moerassen vormen den langzaraen overgang van water tot vasten
grond ; en eerst dicht bij de stad - - welke een drietal uren
gaans verwijderd ligt - - begint het akkerland. Zulk een casino
symboliseert wel eenigszins het geheel van de overige wereld
af gescheiden , doch daarom nog geenszins in treurigheid doorge-
brachte leven der Mormonen.

Doch het is daar buiten al te frisch, en dus wordt weder naar binnen
gegaan , waar dicht bij het podium , de apostel
Brigham Young welgevallig de dansende paartjes nastaart. Het
aanbieden van een naamkaartje diende tot introductie en
alhoewel ik nog nooit een apostel had gesproken, voelde ik mij
geenszins bedremmeld, want -- van dichtebij gezien -- geleek
deze kerkelijke hoogwaardigheidsbekleeder als twee druppelen
water op een onzer welbekende groote aannemers , met wien ik
meermalen in aanraking was geweest. Het gesprek liep natuurlijk
eerst over het dansen , en ik nam de vrijheid eenige verwonde-
ring te kennen te geven over dit onder de vleugelen der kerk als t ware
plaats vindende feest. In Holland zeide ik tot
verklaring -- is de kerk allesbehalve vlugvoetig. Och luidde
het antwoord wij zijn steeds voorstanders van onschuldige ver-
maken, en zien liever dat er onder ons toezicht gedanst wordt,
dan in het geniep; zoodoende blijft het ordentelijk. Trouwens
ook onze ouderen van dagen dansen nog gaarne : in den ronde-
dans van straks trad een man van acht en vijftig jaren op, die
de derde persoon is in onze kerk. Ook ik zelf aldus ver-
volgde hij hoewel al zestig, houd veel van dansen, maar
mijne longen en een aanval van rheumathiek verhinderen mij mede te doen.
Doch zoodra het weder zachter wordt, ga ik kam-
peeren , (iets wat de Amerikanen zoo gaarne doen, en dank zij de
ruirnte waarover zij beschikken , ook kunnen doen) en dan eet ik
geen ander dierlijk voedsel dan wild. Open lucht is mijn medicijn."

Van dansen kwam vanzelf het gesprek op de komedie. Ook
de komedie wordt door de kerk in bescherming genomen -
verklaarde de apostel. ,,Vroeger speelden verscheidene mijner
zusters en kinderen; doch in den laatsten tijd treden nieer too-
neelspelers van beroep op, en laten wij troepen van elders komen.
Doch het lastigste is: steeds stukken van betamelijken inhoud
te vinden; voor "t overige houden wij veel van het theater, ook
de ouderen.

Toen werd aarigeroerd het in niet minder grooten getale in
de nieuwe wereld dan in de oude , trekken van de jongelui van
het land naar de stad, en hunne minachting voor het land-
bouwbedrijf. - - Dit deel van het onderhoud werd reeds vroeger
behandeld. En met de mededeeling dat het zijn voornemen
was de scholen meer in te richten met het oog op den haiiden-
arbeid , zoodat zij jongens zullen afleveren die niet afkeerig zijn
gemaakt van smids-, timmermans- en dergelijk werk, integendeel
daarvoor goed onderlegd zijn, nam de apostel afscheid. Gedachtig
aan het spreekwoord : ,,ori ne parle pas de corde dans la maison
du pendu , had ik de vrouwenkwestie natuurlijk buiten be-
spreking gelaten.

Handenarbeid op school, ziedaar dus het nieuwe credo der
Mormonen; en wel mag het eigenaardig heeten dat hetgeen
deze vertegenwoordiger van een landbouwvolk beseft te zijn een
eisch des tijds, niet minder sterk gevoeld wordt door de eerste
milliardaire van Amerika. Denzelfden namiddag toch hadden
de dagbladen medegedeeld dat M rs . Leland Stanford te San
Francisco haar geheel fortuin -- behoudens een jaargeld voor
haar zelve en hare dochter - - geschonken had aan de door
wijlen haren echtgenoot opgerichte Universiteit. En hoe zij
uitdrukkelijk had verzocht, dat op deze inrichting welke zoo
doende over ruim zestig millioen gulden beschikt -- leergangen
zouden ingesteld worden voor den handenarbeid , opdat de hand
der studenten niet minder geoefend zij dan hun hoofd. En dit
drukt zij curatoren op het hart: de leeraren in den handenarbeid
moeten in him vak met minder bekwaam zijn, dan die der
theoretische leergangen; ook mogen geldelijk de inrichtingen
voor handenstudie niet achtergesteld worden bij de inrichtingen
voor wetenschap.

Zoo zal dus in Amerika de twintigste eeuw weder goed maken
wat de negentiende eeuw verzuimde, die in haren parvenu-af keer
van den arbeid der handen , moedwillig heeft vergeten dat als
een lid lijdt, alle leden lijden. Zal al te geleerd Nederland
achterblijven?

Tot het bovenstaande bepaalde zich de persoonlijke aanraking
met de Morrnonen. Doch hoe kort die ook ware, de indruk
was buitengewoon gunstig. Als waterstaatsingenieur hadden
zij mijn hart gestolen door hun kanalennet: het uitmuntende
stelsel van bevloeiing dat die woestenij had herschapen in een
land van overvloed ; als bouwkundige eischten zij mijne bewon-
dering voor hunnen tabernakel : de eenige zaal ter wereld waar
negen duizend toehoorders inderdaad kunnen hooren, en welke
in 3 a 4 minuten zonder gedrang weder door alien kan verlaten
worden l . En als beminnaar van het schoone kon ik niet anders
dan waardeeren dat zij hunne hoofdstad in een architectonisch
zoo fraai gebouwd landschap hadden gesticht, en de natuur een
zoo ruim aandeel lieten in den stedenbouw.

En als mensch? Ze waren blijkbaar onderling zeer hartelijk,
gedroegen zich uiterst fatsoenlijk; hunne kleeding was eenvoudig
doch smaakvol - - en zij dansten uitstekend. En toen te tien
uur de gong de komst en tevens het vertrek van den laatsten
trein aankondigde, vond er geen dringen of stooten plaats -
hoewel maar enkele der wagens dicht waren, en t onaangenaam
frisch was; zoo frisch zelfs dat tijdens het wachteii op het
onbeschutte plankier, dicht bij mij een man zich van zijn jas
ontdeed en in hemdsmouwen bleef staan, ten eiiide met het
uitgetrokken kleedingstuk zijn kleinen knaap te verwarmen.
In den trein geen joelen, geen ruwe woorden ; verscheidene
vrouwen met op schoot bundeltjes kleine kinderen, die in slaap
vielen : een eenvoudig huiselijk tafereel, gelijk men er gaarne
ziet en te zelden bijwoont.

1 De zaal kan nog het best vergeleken worden met een in de lengte doorge-
sneden ei, de lange as van den ellipsvormigen vloer bedraagt 71 M, de korte
40 M. De hoogte in het midden bedraagt 21| M. De zaal staat geheel vrij
en telt twintig uitgangen.

Ongetwijfeld is dat weinige allerminst voldoende om een
oordeel te kunnen vellen omtrent dit vreemde volk ; doch dit is
zeker: de indruk was een geheel andere dan ik had verwacht.
Wie trouwens is niet omtrent de Mormonen bevooroordeeld ?
H. H. Bancroft, die Utah behandelt in het 21e deel van zijne
reusachtige geschiedenis der Pacific States, zal dan ook door
niemand van overdrijving beschuldigd worden waar hij in het
voorbericht verklaart : nimmer bij al zijne geschiedkundige na-
vorschingen de waarheid te hebben moeten uitgraven van onder
zulk een ontzettenden berg leugens als er omtrent dit volk zijn
opeengestapeld.

Hubert Bancroft s blijkbaar niet minder onpartijdige, dan
uitvoerige studie legt een gunstige getuigenis af omtrent de
steeds bespotte, veel geplaagde en somwijlen zeer streng ver-
volgde mannen, die wij Mormonen noemen, en wien een nieuw
geloof de noodige kracht schonk om dit alles niet slechts weer-
stand te bieden , maar ook tegen de verdrukking in te groeien.

Eerbied gevoelt zeker een ieder voor die Hollanders in Michigan,
die om der geloofswille zoo veel moesten lijden, hun vaderland
vaarwel zegden, en onder veel ontbering, de woeste wouden van
lieverlede ontginnende , eindelijk door onverdroten arbeid tot
betrekkelijke welvaart zijn gekomen. Maar hunne vervolging
om der geloofswille is kinderspel, de door hen geleden ontbering
is weelde en comfort, vergeleken bij de ellende en de vervolging
ondergaan door de Mormonen in hetzelfde land dat voor de ge-
vluchte Nederlanders een land der vrijheid was. Doch evenveel
grooter dan de smaad was, evenveel schitterender is dan ook de
victorie; en wie weten wil -- niet enkel wat mannen over heb
ben voor hunne heiligste overtuiging, maar ook wat mannen door
hun geloof kunnen tot stand brengen, die heeft te gaan
niet naar Michigan, doch naar hetgeen wij noemen Utah 1 J en
de bewoners zelven Deseret : het land van de honingbij , de
vestiging der Latter- Day Saints".

O, ik weet het wel : reeds het woord Mormoon uit te spreken,
staat gelijk met in gedachte bij slecht gezelschap te verwijlen,
en zeker zoude het te gewaagd zijn u eeiiige oogenblikken te
onderhouden over dat opmerkelijke verschijnsel op theologisch-
sociaal gebied, hetwelk Mormonisme heet, indien niet de ge-
beurtenissen van den jongsten tijd vooral den Nederlander hadden
geleerd hoezeer men er zich voor moet wachten om
enkel op hooren zeggen een vonnis te vellen. Is toch niet
bijna geheel Engeland door couranten en boeken tot de over-
tuiging gebracht dat niets in domheid , onbeschaafdheid en ge-
meenheid overtreft dat volk in Zuid-Afrika, hetwelk aan ons,
stamgenooten , de bewaarders toeschijnt der Oud-Testamentische
deugden: een volk van landbouwers, wandelende voor den
Heer? En waarom die afkeer van de Transvalers? Is het om
wat zij doen, dan wel om wat zij zijn 7 Is het niet omdat zij
een Staat vormen naast dien Staat, die met vrijheid voor alien op de lippen, in werkelijkheid alleen zich zelven duldt : die
heerschen wil, het koste wat het koste, en dus geen voor-
wendsel versmaadt om tot het doel te geraken?

Wie de geschiedenis van de Transvaal begrijpt, kent ook
zonder verder lezen die der Mormonen. Voor ons , die slechts
van uit de verte en oppervlakkig zien , moge Mormonendom
veelwijverij zijn en niets anders, voor wie dieper in het wezen
der zaak doordringt, is het Mormonisme niet enkel de meest grandiose
proefneming op godsdienstig-maatschappelijk gebied,
welke deze eeuw heeft zien geboren worden, doch ook verreweg
de best geslaagde. Dit is aan twee oorzaken te danken : de
buitengewone kracht , welke uitging van de leiders der bewe-
ging niet enkel mannen des geloofs maar ook mannen van
de praktijk; en de buitengewone eenheid der volgelingen. Want
de Mormonen zijn een van geest, en gedisciplineerd als een
Europeesch leger.

Daarin schuilt hunne kracht. Maar daaruit dreigt dan ook
gevaar voor den Amerikaanschen Staat ! Deze vrees - - en
niet verontwaardiging over veelwijverij is de eigenlijke reden
van den bitteren haat, de verguizing en vervolging waaraan
zij blootstaan. Waarom keert zich in een Katholiek land als
Frankrijk, de geheele clericale macht als een man tegen wat
in Protestantsche landen vrijwel oiiopgemerkt voorbijgaat: de
Vrijmetselarij? En omgekeerd , waarom wordt zelfs in Pro-
testantsche landen zoo heftig uitgevaren tegen de orde der
Jezuieten? Het willeloos worden als een lijk, het samenpersen
van een groote menschenmassa tot eene eenheid, tot een
lichaam met duizend armen om te slaan en een hoofd om den
slag te richten, dat is wat gevreesd wordt in elke maatschappij,
hoe ook samengesteld. Een Staat in den Staat, maar krach-
tiger dan die groote Staat, duizendmaal krachtiger, omdat die
algemeene Staat niets anders is dan een verdrag tusschen
duizende willen , en elk oogenblik dat verdrag gevaar loopt te
worden opgezegd door ontevredenen, - - een trust op sociaal
gebied, duizendmaal geduchter dan een trust van nijverheids-
ondernemingen , omdat de drijfveer niet is: dorst naar goud,
maar dorst naar Waarheid !

En vooral in eene republiek als de Amerikaansche. welker
fondament s: de gelijkstellnig der individu s; in een Staat
waar telkens de macht overgaat van republikeinen op democra-
ten, gelijk een weversspoel schiet van rechts naar links, van
links naar rechts - - moest een aaneengesloten massa ....
kiezers , die niet telkens van richting veranderde, ,,a solid
vote", een abominatie zijn in t oog van de beide groote staat-
kundige partijen.

Dit verklaart dan ook de heftige aanvallen waaraan de Mor
monen blootstonden , reeds lang voor dat de veelwijverij tot
hunne leerstellingen behoorde. Wel waren de Mormonen tijdens
hunne eerste nederzettingen nog maar weinigen in aantal, doch
ook de nederzettingen om hen heel waren klein, en deze waren
op staatkundig gebied zeer verdeeld. Hun ,,solid vote", hun
opkomen als een man, beheerschte dus bijna geheel de plaatse-
lijke verkiezingen. Zelfs maakten om die reden, voor dat re-
publikeinen en democraten het gevaar inzagen, beiden hen het
hof, hopende zoo him stemmeninvloed tot zich te trekken.

Doch weldra weerklonk uit beide kampen de oorlogskreet
tegen die derde vreemdsoortige partij , welke zich niet liet om-
koopen noch overtuigen. Reeds drie jaren na de eerste open-
bare prediking van het nieuwe geloof, komt het tot een uit-
barsting, en geldt het de Mormonen te verdrijven uit hunne
voornaamste reeds bloeiende nederzetting : Independence, dicht
bij Kansas-city - - toen de uiterste grens der beschaving. Tegen
het midden van Juli 1833 komen drie honderd burgers uit den
omtrek samen , en stellen en onderteekenen de volgende ver-
klaring: De burgers van Jackson County, den invloed vree-
zende, welken op de maatschappij kan uitoefenen eene zoo-
genaamde godsdienstige secte -- geestdrijvers en schobbejakken
- die zich hier tracht te nestelen , hebben besloten door alle
mogelijke middelen hen te verdrijven. En wel om de navol-
gende redenen : godslasterlijk beweren zij persoonlijk gemeen-
schap te houden met het Opperwezen, openbaringen te ont-
vangen, wonderen te kunnen doen, zieken te genezen, duivelen
uit te werpen, en dergelijke waanbeelden meer; zij zijn het
uitvaagsel der maatschappij , bij elkaar gebracht door leiders
met bijoogmerken ; zij zijn lui en vol ondeugden. Zij zijn
haveloos. Zij plegen gemeenschap met slaven en vrijgelatenen.
Zij verklaren dat het land der Indiaansche stammen hun toe-
behoort als goddelijk erfdeel".

Eindelijk komt de aap uit de mouw! Gelijk wegens het post-
scriptum de vrouwenbrief wordt geschreven, zoo is om die laatste
beschuldiging het geheele manifest opgesteld : arm en haveloos
mochten de Mormonen zijn, bijeengeraapt uit de laagste standen
der maatschappij --de omwonenden stonden geen haar hooger,
en wat ordentelijkheid betreft, vele meters beneden hun peil;
doch de eigenlijke grief was deze: dat zij door het van aller-
wege toestroomen van bekeerden, weldra de machtigsten zouden
zijn, en dan zeker niet schromen het erfdeel dat zij beweer -
den him door God te zijn toegedacht - - inderdaad te nemen.
Het was met een strijd op godsdienstig terrein, maar een
worsteling om landbezit. Geen wonder dan ook dat republikeinen
en democraten als een man opstonden tegen de Mormonen, en
gewapender hand hun goed recht trachtten te bewijzen. De
Mormonen boden tegenstand ; van weerszijden vielen enkele
dooden. Toen riep de gouverneur van Missouri de gewapende
macht ter hulpe, en liet zich onder voorgeven van bescherming
te zullen verleenen, de wapenen der Mormonen uitleveren. Nu
was verdere tegenstand hopeloos ; de bedrogenen een vijftien
honderdtal vluchtten naar alle kanten ; en om wederkomst
voor goed onmogelijk te maken, staken de verbondenen de ver-
laten woningen -- drie honderd huizen --in brand.

Wat aldus te Independence geschiedde in het klein, wordt
enkele jaren later een honderdtal kilometers noordwaarts herhaald:
Geheel Missouri komt in opstand (1838) en de staatstroepen ,
ter bescherming opgeroepen , helpen de vervolgers om de Mormonen
op te jagen. Langer verblijf in dien Staat is dus onmogelijk
geworden; midden in den winter moeten zij opbreken en blijft
hun niets anders over dan weer oostwaarts te gaan -- want
toenmaals strekte het Westen zich niet verder uit dan Missouri.
Nu dus naar Illinois!

Houd wel in gedachte dat er noch tijdens de eerste, noch
tijdens de tweede vervolging van veelwijverij sprake was. De
broodnijd kon toenmaals nog niet de leuze doen weerklinken,
welke de vernietiging der Mormonen tot christenplicht maakte.

Maar ook zonder die leuze weet een Christen zich te redden. \

Nu stichtten de ten tweeden male verdrevenen een nieuwe
groote nederzetting te Nauvoo (niet ver van Keokuk). Ziehier
wat een dagblad uit dien tijd schrijft: (de St. Louis Atlas, 1841.)

Betreffende het volk te Nauvoo heerschen grove wanbegrippen. Het zielen-
aantal bedraagt thans tusschen acht- en negen duizend ; het is derhalve de
grootste stad in Illinois. (Let wel op dat grootste" 1) Zij zijn zeer ondernemend,
vlijtig en spaarzaam. Wat fatsoen betreft, staan zij ininstens gelijk met de
andere burgers van dezen Staat; al moet toegegeven worden dat zij in sommige
opzichten zeer zonderling zijn. Want hun godsdienst is noch die der Boedhisten ,
noch die der Makomedanen , Joden of Christenen ; doch zij houden vol dat hun
geloof geenerlei ondeugd of ouzedelijkheid aanmoedigt, gehoorzaamheid aan de
wetteu en zeden des lands voorschrijt t , en geen veelwijverij of gemeensckappelijk
bezit van goederen toelaat. Zij gebruiken geen sterken drank, en hebben bijna
allen een afschuw van tabak.

Het komt ons voor, dat het bezwaarlijk aangaat de Monnonen het land uit
te jagen, op grond dat zij geen whisky drinken en geen tabak pruimen ; doch
in alle geval raden wij aan de zaak eerst rijpelijk te overwegen , en hopen wij
dat althans hunne rechters geen vonnis zullen vellen alvorens zij hun eigen
whisky- en sigarendampen hebben weggeslapen.

Een ander schrijver, die in 1843 uittoog met het vaste voor-
neinen om naar ongerechtigheden te speuren, komt tot zijne
eigen verbazing eveneens platzak thuis :

,,Ik keek te vergeefs uit naar iets dat naar onzedelijkheid
geleek, en was evenzeer verwonderd als aangenaam gestemd
wegens het mislukken van mijn onderzoek. Op straat zag ik
leegloopers noch dronkaards; geen boeventronies kwam ik tegen,
vlegels noch onbeschaamden. Ik hoorde nooit vloeken, ik zag
geen gluiperige gezichten ; ieder was beleefd , opgewekt en
bedrijvig."

Van veelwijverij was dus ook toen nog geen sprake. . . . Doch
wat behelsde dan toch die godsdienst, welke noch joodsch, noch
christelijk was? Feitelijk was hun godsdienst een mengsel van
beide: de Mormonen geloofden alles. Zij namen het Oude
Testament aan en het Nieuwe. Maar daarenboven nog eene
openbaring: het boek van Mormon. De lotgevallen van dat boek van Mormon
zijn voor zoover kan worden nagegaan - - in hooge mate fantastisch.
In 1830 werd het gedrukt en uitgegeven. Zekere heer Spaulding hoort
bij toeval een gedeelte uit dat voorgewend profetisch geschrift:
,,Maar dat ken ik -- roept hij verbaasd uit: mijn overleden
breeder, de dominee heeft dat geschreven! Die was een ijverig
snuffelaar naar oudheden, en vooral hield hem bezig de vraag:
wie zijn toch de oorspronkelijke bewoners geweest van Amerika,
die overal zulke geheimzinnige terpenbouwsels hebben achterge-
laten, en blijkbaar op een hoogeren trap van beschaving stonden
dan de Indianen, welke ons werelddeel later bevolkten? Zijne
verbeelding is toen aan t werk gegaan, en zoo kwam hij er toe
een denkbeeldige geschiedenis van dat verdwenen volk te schrijven.
Van deze heeft hij mij en anderen brokstukken voorgelezen, en
eindelijk besloot hij die uit te geven als een soort van roman.
De druk ondervond vertraging wegens moeilijkheden met den
uitgever: mijn broeder stierf intusschen , en om de een of andere
reden kwam er van de uitgave niets. Het handschrift werd
vergeten en is waarschijnlijk bij den drukker gebleven. De
titel waaronder mijn broeder zijn roman had willen uitgeven ,
luidde: Het gevonden manuscript.

Is dus de ware oorsprong van het boek van Mormon ontdekt,
men heeft eveneens kunnen nagaan hoe de prefect der Mormonen,
Joseph Smith, aan dat handschrift is gekomen. Zekere Sidney
Rigdon die bij bedoelden drukker werkzaam was -- een man
van twaalf ambachten en dertien ongelukken, doch iemand van
groote talenten als godsdienstredenaar -- heeft vermoedelijk na
zijne kennismaking met Smith hem dat manuscript in handen
gespeeld. In hoeverre Smith den waren oorsprong van het
boek van Mormon kende : in hoeverre hij het zelf voor eene
Goddelijke openbaring hield, is natuurlijk niet uit te maken.
Joseph Smith was een dier velen, die op het punt van gods-
dienst als het ware erfelijk belast zijn: de boerenfamilie uit
welke hij stamde, vond hare vreugde in godsdienstige twist-
punten; hij zelf had al op vijftienjarigen leeftijd visioenen ,
zocht naar verborgen schatten zij het ook aardsche schatten
in een woord : was abnormaal. Dergelijke menschen regeeren
niet hunne verbeelding, maar worden er door geregeerd ; zijn
aan auto-suggestie onderhevig ; en dus is het geenszins onwaar-
schijnlijk dat Smith in het bezit van Spaulding s manuscript
gekomen, zich zelf heeft overtuigd dat Goddelijke voorzienigheid
hem dit boek had doen kennen. Zulke profeten zijn bedriegers,
maar zij zijn zelf het eerste slachtoffer van hunne lichtgeloovigheid.

Het boek van Mormon dat volgens Smith op wonderbaar-
lijke wijze in zijn bezit was gekomen -- werd gezegd oorspron-
kelijk te zijn gedrukt op metalen platen in vreemd schrift en
vreemde taal. Door hem -- Goddelijk voorgelicht -- in t En-
gelsch overgebracht, bevat het in hoofdzaak het volgende, waaruit
inderdaad duidelijk valt te herkennen de eenigszins onbeholpen
romanproeve van een. met het Oude Testament doorvoeden oud-
heidkundigen dominee, gelijk Spaulding was.

Na de Babylonische spraakverwarring, welke de verstrooiing
der volkeren over de geheele aarde tengevolge had, leidde de
Heer een stam over den Oceaan naar Amerika. Vijftien hon-
derd jaren later (600 jaren voor Christus) werd deze wegens
zijne boosheid vernietigd. Tot die oorspronkelijke kolonisten
behoorde Jared, wiens af stammeling : de profeet en geschied-
schrijver Ether, getuige was van dien ondergang. De Heer
wees dezen de plek aan waar hij zijne geschriften moest be-
graven. Daar werden zij gevonden door een tweede emigratie
van Joden - - ditmaal van den stam van Joseph -- die uit
Europa scheep ging ongeveer ten tijde dat de eerste kolonie
werd vernietigd. Zoo werd Amerika 600 jaren voor Christus
op nieuw bevolkt.

De nieuwe emigranten zetten zich neder ter plaatse van hunne
voorgangers, vermenigvuldigden zich in voorspoed , en splitsten
zich na verloop van tijd in twee naties : de Nephieten en La-
manieten - - aldus genaamd naar hunne stamvaders Nephi en
Laman. De Nephieten namen in beschaving toe : de Lama-
nieten vervielen wederom tot barbaarschheid : zij zijn de eigen-
lijke voorvaderen der Indianen. De Nephieten waren de uit-
verkorenen Gods. Zij zagen visioenen : engelen gingen tot hen
in; Christus verscheen hun en gaf hun heilige schriften. Maar
na de gouden eeuw kwamen tijden van beproeving : Drie, vier
eeuwen na Christus vervielen ook zij tot zonde, en de Lama-
nieten werden het werktuig hunner vernietiging.

Ten tijde van hun diep verval leefde de profeet-geschied-
schrijver Mormon; deze, het kort begrip van de geschiedenis
zijns volks voltooid hebbende, overhandigde het geschrift aan
zijn zoon Moroni, die het op koperen tafelen gegrifte werk be-
groef in den heuvel van Cumorah, opdat de Lamanieten het
niet zouden vinden. Daar ontdekte het Joseph Smith door
goddelijke ingeving.

Dat Smith s verbeelding niet minder krachtig werkte dan die
van Spaulding, bewijst hetgeen de profeet mededeelde omtrent
de wijze waarop hij de metalen tafelen vertaalde. Het nieuw
Egyptisch , waarin zij - - volgens hem - - waren opgesteld , kon
hij natuurlijk niet lezen, doch bij die tafelen lag een wonder-
bril bewaard : wie dezen opzette, kon eensklaps dat schrift
verstaan !

Dat onnoozele wonderbaarlijke ,,pakte" in dien tijd van gods-
dienstige reveils, en voor zooveel het boek van Mormon nog
leemten overliet, werd hierin voorzien door de goddelijke open-
baringen, welke Joseph Smith, de profeet der nieuwe leer, op
geheimzinnige wijze ontving. Deze werden verzameld in het
boek van de Leerstellingen en van het Heilig Verbond.

Door de aanhangers der nieuwe leer wordt dit nieuwe boek ,
met het boek van Mormon, geacht te zijn voor het westelijk
halfrond, wat Oud en Nieuw Testament zijn voor het onze :
terwijl Jozeph Smith voor die nieuwe wereld is, wat Mozes was
voor Israel. En wel verre dat er strijd zoude bestaan tusschen
al deze heilige boeken , vormen zij een geheel ; en niet minder
dan de ordineeringen van het Nieuwe Testament zijn de voor-
schriften van het Oude van kracht. Het door handenoplegging
genezen van zieken, het spreken in vreemde talen, het profe-
teeren, het zien van gezichten, dit alles is den geloovigen toe-
bedeeld ; het Mormonisme, geenszins huldigende het moderne
denkbeeld : dat ook op godsdienstig gebied de verschillende be-
grippen zich uit elkander hebben ontwikkeld en alleen in ge-
schiedkundige volgorde mogelijk zijn, beschouwt die daarentegen
alle als gelijktijdig bestaanbaar. En om dit door een eenvoudig
voorbeeld begrijpelijk te maken : wel verre van den mensch eerst
te doen zijn kind, dan jongeling, dan man, eindelijk grijsaard,
is voor den Mormoon de mensch: kind, jongeling, man en grijs
aard tegelijkertijd.

Zulke denkbeelden kunnen natuurlijk alleen gangbaar blijven,
zoolang niet te scherp wordt onderzocht, niet te lang wordt na-
gedacht ; zoolang derhalve de omstandigheden dusdanige zijn,
dat tot zulk onderzoek en nadenken ^elesrenheid ontbreekt. En
die omstandigheden waren en zijn daar nog aanwezig. Trouwens
in eigen land kennen wij te vele schakeeringen van Christen
dom , dan dat wij ons verwonderen mogen dat veel eenvoudiger
geesten, in veel primitiever omgeving, zulk een godsdienstig
samenstel opbouwen en in stand kunnen houden.

Zelfs is het niet billijk de geestvermogens der bekeerden zoo
laag te schatten : Van de 352 geloovigen bijvoorbeeld, die in
1852, in eene maand Liverpool verlieten om naar het nieuwe
Zion over te steken , waren ongeveer het derde deel arbeiders ,
doch de overigen : boeren, meubelmakers, schoenmakers, touw-
slagers, horlogemakers, bankwerkers, wevers, kleermakers, metse-
laars, slagers, bakkers, schilders, pottebakkers, verwers, vormers,
glassnijders, spijkermakers, mandemakers, houtzagers, geweer-
makers, zadelmakers, mijnwerkers, smeden en scheepstimmerlieden.
Van het totale aantal bekeerden, die in het tijdperk 1850 1854
emigreerden , waren 28 pCt. arbeiders, 14 pCt. mijnwerkers,
27 pCt. handwerkslieden ; per twee honderdtal trok een. be-
diende, een schaapherder en een drukker uit ; per vijf honderd
tal een schoolmeester. Ook bevonden zich onder die scheep-
gaanden enkele academisch gevormden - - meestal zonder be-
trekking , dansmeesters, dokters, tandmeesters en oud-officieren.

Uit deze opgave blijkt niet enkel dat het intellectueele element
voldoende vertegenwoordigd was, maar dat inderdaad eene Mor-
monen-nederzetting geen hulp van buiten behoefde , en zich
geheel kon afsluiten van het overige menschdom ; zoodat dus
niets den discipelen der nieuwe leer verhinderde hun ideaal te
verwezenlijken : het tegen-ideaal van den tegenwoordigen
tijd kerk en staat een ondeelbaar geheel !

En alsof dit alles hen nog niet genoeg vervreemdde van het
overig menschdom , namen zij nu uit het Oude Testament over
datgene , wat voor goed alle gemeenschap af sneed : het beginsel
der veelwijverij.

Welke de juiste beweegredenen waren, die tot aanneming van
dit beginsel leidden, is niet bekend. De zielkundige geschiedenis
der Mormonen is nog niet geschreven, en zal ook wel nimmer
geboekstaafd worden : Zij zelven zullen begrijpelijkerwijze steeds
zwijgen; en van de ,,heidenen" die om en bij hen waren,
benevelde vooroordeel te zeer den blik. (Hoezeer ook ,,onder
onsjes" vormende, steeds woonden er grootere of kleinere ge-
tallen ongeloovigen in hun midden). Mocht eene gissing ge-
waagd worden , dan zoude het deze zijn : dat onder de aan-
leidende oorzaken te rekenen is eene groote overmaat van
vrouwen. Vrouwen toch zijn in den regel voor godsdienstige
indrukken gevoeliger dan mannen; het aantal vrouwelijke be-
keerlingen zal dus grooter geweest zijn dan dat der mannelijke;
daarenboven zal het ruwe inspannende leven veel mannen vroeg-
tijdig hebben weggenomen. Een der hoofd voorwaarden der
veelwijverij : onevenredige verhouding tusschen beide sexen was
dus daar aanwezig. En het voorbeeld van de aartsvaders zal
bij dit landbouwende, inderdaad op oud-testamentische wijze
levende volk, wel het overige hebben gedaan.

Wat hiervan zij : zeker is het dat de Mormonen zich wel-
bewust waren hoe de storm die toch reeds tegen hen woei
aanwakkeren zoude tot een orkaan, indien de heidenen er achter
kwamen, dat de veelwijverij bij openbaring wederom in eere was
hersteld bij de Nieuw-Israelieten. Want hoewel feitelijk reeds
in 1841 het veelvoudige huwelijk door den profeet zelven in
praktijk was gebracht, kort daarna door eenige hoogwaardig-
heidsbekleeders, en dit sacrament in 1842 officieel was ingesteld,
duurde het nog verscheidene jaren voordat de Mormonen tegen-
over vreemden het bestaan er van durfden erkennen. Doch van
lieverlede groeiden zij in den smaad, welken zij hierom te ver-
duren hadden ; en als martelaars van echten bloede, dankten
zij God, dat Hij hen waardig achtte zoo zeer door de wereld
te worden verguisd.

Met die veelvoudige huwelijken zaj ik u niet verder bezig-
houden. Polygamie en polyandrie zijn in alle staten van Europa
nog te zeer in zwang, dan dat het noodig zij omtrent zulke
onderwerpen licht te halen uit het verre westen. Charite bien
ordonnee commence par soi-meme. En de lotgevallen van den
profeet Joseph Smith zijn eveneens te weinig belangrijk om
daarbij verder stil te staan.

Met diens dood eindigde echter een tijdperk van betrekkelijke
rust en welvaart, en ving een nieuw tijdperk aan van zwerven
en vervolgd worden. De profeet werd verraderlijk vermoord in
de staatsgevangenis, waarin hij was opgesloten als hebbende
geschonden de vrijheid . . . der drukpers! Want als burgemeester
van Nauvoo had hij overeenkomstig een raadsbesluit, de uitgifte
van een min of meer pornografisch blad verhinderd. Die moord,
onder de oogen der militaire macht geschied, voorspelde vol-
doende aan de overigen wat hun te wachten stond, indien zij
in die streken bleven; en dus gaven de Mormonen Nauvoo op
- een stad waaraan zij veel ten koste hadden gelegd : alleen
reeds hun tempel vertegenwoordigde een waarde van twee en
een half millioen gulden !

Westwaarts trokken zij dus de wildernis in; eigenlijk niet
wetende waarheen. Elk oord ware hun goed, mits zoo afge-
legen, dat geen ongeloovigen de lust konde bekruipen 66k
daarheen te trekken. Want naburen beteekenden voor hen :
vervolgers. Bittere ervaring , reeds op zoovele plaatsen ver-
kregen: Independence, Far West, Nauvoo! - - En inderdaad
vonden zij zich dan ook in de vallei van Utah -- waar zij
toen zich nederzetten -- zoozeer afgesloten van de gerneenschap,
dat wederom op de wijze der eerste volken, ruilen in de plaats
trad van koopen. Dikwijls hadden in de eerste jaren van de
vestiging te Salt-lake city welvarende kolonisten geen enkelen
dollar specie in huis. Had een Mormoonsche boer bijv. kleederen
noodig voor zijn huisgezin, dan ging hij naar wie in manufac
turer! handelde, en kwam met dezen overeen hem in ruil voor
de benoodigde stof een zeker aantal vrachten hout te leveren.
Had de boer zelf dat hout niet, dan moest hij bij een buurman
aankloppen, en eerst diens hout ruilen, bijv. voor boter en
kippeii. Misschien had die buur geen kippen of boter noodig,
rnaar grint voor zijn weg; dan moest de eerste boer iemand
uitvinden, genegen om zijn boter en eieren tegen grint te ruilen;
vervolgens ontving hij hout voor grint ; en dit aan den winke-
lier brengende, werd zoo eindelijk zijne familie gekleed.

Voor een toegangsbiljet tot de komedie werden bijvoorbeeld
een paar bloemkoolen aan de kas geofterd ; voor hulp op t veld
eenige watermeloenen ; en zelfs de belastingen werden in den
regel aan den Kerk-Staat in natura betaald.

Vele jaren duurde deze toestand , en wellicht zouden de
Morrnonen nimmer tot aanzien en macht zijn gekomen, indien
niet eene reeks omstandigheden - - van welke sommige aan-
vankelijk hunnen ondergang schenen te voorspellen -- zich ten
hunnen gunste hadden gekeerd ; wat hen dan ook zeker niet
weinig sterkte in het geloof dat zij waren een uitverkoren volk.

In de eerste plaats : het uitbreken van de Californische goud-
koorts. Deze prikkelde de avonturiers van het Oosten voldoende
om hen de gevaren en vermoeienissen van den toenmaligen
langen tocht over land, licht te doen tellen. En Utah lag toe-
valligerwijze half weg het Oosten en het Westen. Daar werd
dus halt gehouden; nieuwe voorraad ingekocht, en voor een
spotprijs van de hand gedaan wat de zware gang door de prairieen
en de Rocky Mountains geleerd had, dat toch niet verder kon
worden medegesleept. Zoo werden de Mormonen van uitsluitend
landbouwend volk, tevens handeldrijvers; en deze nieuw-Israelieten
opkoopers, even als hunne oud-testamentische voorgangers.

Doch hoe krachtig en de discipline en het geloof der Mormonen
was, wordt wel het best hierdoor bewezen: dat die algemeene
stroom naar het goudland die in het Oosten tot zelfs professors
uit hunne katheders, en geestelijken van hunne predikstoelen
spoelde - - niet in staat was hen te doen verwikken. Rustig
bleven zij ter plaatse den landbouw beoefenen.

En Brigham Young die tot Smith s opvolger was gekozen
en krachtig het regiment voerde , hield zelfs zooveel mogelijk tegen het zoeken naar delfstoffen - - vooral naar goud - - in
den eigen bodem van Utah. Want deze geniale leider van
menschen besefte maar al te goed het gevaar, dat nu dreigt de ondergang te worden van Transvaal: de stroom van goudzoekers zoude niet te keeren zijn geweest, indien het eenmaal bekend ware geworden dat de bodem schatten bevatte. En die
gelukzoekers zouden zeker het bestuur der Mormonen omver, geworpen hebben, en de belangen der landbouwers aan die der mijnspeculanten hebben opgeofferd.

Meer nog dan die doortrek naar California, heeft echter den
Mormonen tot zegen gestrekt wat hunne hateren beraamden tot
hunnen ondergang: In 1857 zonden de Vereenigde Staten een
leger tegen hen uit. De Mormonen werden namelijk op grond
van valsche inlichtingen verdacht zich onaf hankelijk te willen
verklaren en een nieuwen Staat te stichten.

Toen dit leger - - het best uitgeruste dat tot toen ter tijd
in Amerika was samengesteld - - na vele wederwaardigheden ,
doch zonder tegenstand te ondervinden, in Juni 1858 het kamp
bij Salt-lake city betrok, was het alsof een tweede Moskow
den overwinnaars wachtte: De geheele bevolking - - dertig
duizend zielen - - had de stad en den omtrek verlaten ; slechts
enkele mannen waren achtergebleven ten einde den brand te
steken in de huizen, zoodra de troepen de stad zouden binnen-
trekken. De deuren waren alle op slot, terwijl op alle binnen-
plaatsen en in de woningen stroo en andere licht ontvlambare
stoffen waren opgestapeld.

En niet slechts te Salt-lake city, ook in het noorden van
Utah braken de nederzettingen op. De gouverneur dien de
Vereenigde Staten reeds vroeger hadden aangesteld, verhaalt hoe
hij al in April van dat jaar -- toen het gerucht werd verspreid
dat het leger in aantocht was eindelooze reeksen van wagens
zag voorbijtrekken, beladen met levensmiddelen en huisraad,
begeleid door vrouwen en kinderen , van welke velen zoo schamel
gekleed waren, dat nauwelijks hunne naaktheid bedekt was:
sommigen gehuld in linnen zakken, anderen met een stuk karpet
over de schouders bij wijze van mantel, velen barrevoets en een
bloedend spoor in de sneeuw achterlatende. Evenals voor tien
jaren, toen zij uit Nauvoo wegtrokken, wisten deze menschen-
kudden niet waarheen ; doch aldus was de wil van God , hun
geopenbaard door den Profeet !

Doch toevallig een zeldzaam geluk, zoowel in die dagen,
als in vroegere of latere stond aan het hoofd van het leger,
dat verderf moest brengen, toenmaals een menschlievend en
dienschkundig generaal. Hij trok zijne troepen terug naar een
verder van de stad gelegen kamp, en vermeed zorgvuldig alles
wat de wanhopige Mormonen tot strijd zoude dwingen.

En zoo doende werd zijn leger, uitgezonden ten verder ve,
inderdaad ten zegen. Want de meeste Mormonen waren dood-
arm: wat vee, wat landbouwgereedschap, maakten al hunne
bezittingen uit. Als voedsel moesten zij zich tevreden stellen
met eenig mais, melk en groenten. Doch nu konden zij met de
soldaten en den aanzienlijken legertros ruilhandel drijven ; hen
landbouwproducten verwisselen tegen thee, koffie, suiker, en
vooral tegen geld het artikel dat van alle het meest schaarsch
bij hen was. Inderdaad dagteekent van toen af hunne finan-
cieele opkomst ; want van de zeven en veertig millioen gulden ,
welke de vierjarige bezetting van Utah aan de Vereenigde
Staten heeft gekost, is het grootste deel terecht gekomen in
den zak van hen , tegen wie dit machtsvertoon bedoeld was.
Zoo werden bijv, , toen wegens het dreigen van den secessie-
oorlog de legermacht aftrok , de voorraad van allerlei aard
welke zich in het kamp Floyd bevond (en die op tien millioen
gulden was geschat) , voor weinig meer dan twee ten honderd
van de waarde, aan de ingezetenen verkocht. Want van mede-
nemen was in die spoorweglooze streken geen sprake. De mili-
tairen moesten zich dan ook vergenoegen met de ammunitie
onbruikbaar te maken , en de kanonnen te doen springen of
in diepe waterputten te werpen. Dit laatste heeft niet belet
dat de Mormonen die hebben opgevischt, en ze nu afschieten
bij feestelijke gelegenheden ; zoo onder andere op den gedenk-
dag welke hierboven werd geschetst.

Slechts een bedenkelijke zijde had deze militaire bezetting;
de legertros bestond natuurlijk uit het schuim der maatschappij ;
zoodat drinken, spelen en stelen - tot nu toe onbekende
ondeugden te Salt-lake city er even algemeen werden (1859)
als later in de mijnkampen van Nevada en Colorado. Het
eenige afdoende middel was: niet tusschen beiden te komen,
wanneer dit gespuis door drank verhit, elkander te lijf ging.
Want zoo hielden zij zelven opreddering.

Doch ook deze beproeving kwamen de Mormonen te boven,
dank zij hunne krachtige organisatie. En ten slotte verkeerde
ook zij in een voordeel. Want nu bleek het der gansche
wereld zonneklaar, dat dit volk , hetwelk men een ordeloos
samenraapsel waande, ordentelijker was, dan zij die uitgingen.
om het tot de orde te roepen.

En eindelijk (1866) trok de Pacific-spoorweg , die, het oosten
met het westen verbond, hen niet enkel uit hunne afzondering,
maar maakte hunne nederzetting inderdaad tot het middelpunt
van een wereldverkeer. Had zulks eenige jaren vroeger plaats.
gevonden, dan zouden de Mormonen te zwak zijn gebleken om
zich met goed gevolg te kunnen staande houden tegen den
toevloed van andersgezinden, welke van dien spoorwegaanleg
het gevolg was. Dan zouden zij wederom het land hunner
keuze hebben moeten verlateii, om ergens in het barre noorden
een nieuw Zion te stichten, gelijk zij zulks nu reeds ten derderi
male hadden gedaan. Maar zij waren thans krachtig genoeg
geworden om elken nieuwen aanval te weerstaan. En aanvallen waren te
gemakkelijker geworden, omdat zij zich ver-
bergen konden achter het masker van christelijke verontwaar-
diging ; veelwijverij was de ergernis geworden, en op die zwakke
plek van hun harnas werden alle stooten gericht. In 1882
werd de wet-Edmunds uitgevaardigd , die in het geheele gebied
der Vereenigde Staten het samenleven met meer dan eene
vrouw verbood, t zij in, t zij buiten huwelijk. Zij ontnam
tevens den polygamisten het kiesrecht en het recht om ambten
te bekleeden. Terwijl aan een vroegere wet (1862) van gelijke
strekking nooit de hand was gehouden, werd deze daarentegen krachtdadig
toegepast gelukkig (merkt Bancroft op) alleen tegen de Mormonen,
daar anders wel voor half mannelijk Amerika zich de poorten der
gevangenissen zouden ontsloten hebben.

En onverzoenlijk werd zelfs in 1887 bij eene wet een groot
deel van het kerkelijk vermogen der Mormonen verbeurd ver-
klaard.

Eindelijk moesten dan ook de Mormonen toegeven : in 1890
werd door de Kerk zelve officieel de veelwijverij verboden -
en eerst daarna, doch zelfs nog niet zonder dralen, werd over-
eenkomstig den zoo dikwijls te kennen gegeven wensch, Utah
in de rij der Staten opgenomen (1896).

Is mi de strijd ten einde? Tijdens mijn verblijf in Amerika
werd door Utah een Mormoon: Roberts, tot Senator verkozen.
Een storm brak los door de Vereenigde Staten. Van allerwege
kwamen smeekschriften in bij den Senaat om hem met toe te
laten, als zijnde polygamist - - en na lang te hebben doen
wachten, is hem ten slotte de toegang tot s lands vergader-
zaal ontzegd.

Doch is het Mormonisme overwonnen ? In eene groote samen-
komst der baptistengemeenten in den zomer van 1899 te San
Francisco, liet een baptisten-geestelijke, die in Salt-lake city
gevestigd was, zich aldus uit. ,,Nooit is het Mormonendom
zoo bloeiend geweest als nu. Het zond verleden jaar 460
zendelingen uit; 71,000 meetings zijn door de Mormonen ge-
houden, 167,000 traktaatjes en 143,000 boeken door hen ver-
spreid. En wanneer zij in de eerstkomende vijf jaren even-
veel vooruitgaan als in het laatste vijftal, dan hebben zij
in de Pacific States de meerderheid en zullen het Congres beheerschen."

Zoo denkt niet alleen deze baptistenleeraar ; maar zelfs een
lid van het Engelsche parlement heeft eenige jaren geleden
dezelfde voorspelling gewaagd. Na te hebben medegedeeld dat
hij naar Utah was gegaan met sterke vooroordeelen , eindigt
hij met te zeggen: Afgescheiden van de veelwijverij, welke mij
een tijdelijk uitwas toeschijnt, zal het Mormonisme, naar mij
voorkomt, niet slechts blijven bestaan , maar op den duur de
godsdienst worden van den geheelen boerenstand in de berg-
achtige streek gelegen tusschen de Rocky Mountains en California."

Terecht noemde bovenbedoelde Engelsche beoordeelaar de
polygamie een tijdelijk uitwas. Trouwens reeds in den aanvang
bracht dit vraagstuk twist te weeg onder de Mormonen en
veroorzaakte zelfs scheiding. Doch het ontbrak den afgescheidenen
aan leiders van het gehalte van Brigham Young, en zij zijn
uit de geschiedenis verdwenen.

Ook de veelwijverij moet verdwijnen ; want dat inderdaad in
eene beschaafde maatschappij geen plaats is voor meervoudige
huishoudens, bewijst het door haar zelf geschreven levensverhaal
eener beschaafde vrouw: Mrs. Stenhouse, die meer dan twintig
jaren het Mormonisme beleed, doch het toen met haren man
- een zendeling, later journalist verzaakte. Bancroft, die
het werk van den echtgenoot over de Mormonen zeer prijst, (al
is deze volgens den geschiedschrijver niet steeds billijk jegens
zijne vroegere geloofsgenooten) heeft ook een woord van waar-
deering over voor het boek der vrouw. Maar Bancroft is zelf
een voorbeeld van taai geduld --en eerlijk moet ik bekennen
deze doorloopende dames-jeremiade niet ten einde te hebben
kunnen aanhooren. In de voorrede verhaalt de schrijfster hoe
een Mormoon, toen zij lezingen hield over hare geloofsverzaking,
spottend haar had aangeraden : niets te verzwijgen. En dezen
geniepigen raad heeft zij argeloos opgevolgd : het boek is door
lengte onleesbaar geworden. Daarenboven heeft de schrijfster
het Mormonisme verlaagd tot ,,une question de femme" - wat
dan toch waarlijk slechts de kleinste zijde is van dat sociaal-
politiek verschijnsel.

Het eenige m. i. belangrijke deel harer bekentenissen is dat
waarin zij hare eigen gevoelens beschrijft , wanneer haar man
- half gedwongen, half uit neiging besluit tot een dubbel
huwelijk. Omtrent die gebeurtenis behoef ik echter niet verder
uit te weiden : iedere fijngevoelige vrouw zal zich den toestand
van Mrs. Stenhouse kunnen voorstellen. Inderdaad, de polygamie
is in strijd met hoogere beschaving.

Maar de veelwijverij moge een tijdelijk uitwas zijn -- met
het oog op den beschavingstoestand waarin de meesten van
dat vooral landbouwend en niet verfijnd volk verkeeren, is het
bezwaarlijk te voorspellen hoe lang dat tijdelijke zal duren.
Bij dames van de soort als waarvan Mevrouw Stenhouse er
eene ontmoet, is alles mogelijk ; en ik kan niet nalaten om der
curiositeitswille stil te staan bij het geval dat de schrijfster zelf
zulk een belang inboezemt, dat zij voor een oogenblik haar
eigen gejaramer er door vergeet :

Niet lang nadat wij de Mormoonsche leer hadden afgezworen, outving ik be-
zoek van eene invj welbekende dame.

Zuster Stenhouse, zeide zij, je zult wel verwonderd ziju, mij zoo te zien.
Ik ben overtuigd dat ik een toonbeeld der wanhoop ben , en zoo voel ik mij
ook. O, je weet niet war ik moet lijden, en hoe schandelijk ik behandeld ben !

Integendeel, ik vind dat je er nog al goed uitziet; doch het spijt me dat ge
moeilijkbeden hebt, zeide ik, toen zij een oogenblik ophield ten einde op
adem te komen.

Och, dat zeg je maar zoo, antwoordde zij, maar ik weet zeker dat je zoo niet
denkt. Warempel, ik heb niet eens mijn hoed goed opgezet viel zij zich-
zelf in de rede, terwijl zij steelswijs in den spiegel keek en ik beu op een
drafje hierheen geloopen , want bet was mij alsof ik dood zoude gaan, als ik
met al mijn smart kon uitstorten in den boezem van een trouwe vriendin. ,
ik ben schandelijk en schandelijk behandeld, en ik voel dat /eer want ge weet hoe terughoudend van aard ik ben , en hoe zelden ik tegen iemand ter
wereld spreek over huiselijke zaken ; zelfs niets tegen mijn beste vriendinnen !

Maar wat scheelt er dan toch aan? vroeg ik. Want tot nu toe weet ik niets.

Zuster Stenhouse, zeide zij, ik weet: je hebt eenige onaangenaamheden in je
leven ondervonden ; maar dat alles is niets , vergeleken met de verschrikkelijke
onwaardigheden , die ik in de laatste dagen heb ondergaan. Nooit had ik ge-
dacht, dat het zoover zoude komen! Ik haat iederen man hier in stad , en
mijn eigen man het meest van alien; en ik verafschuw zijne vrouwen; en ik
vervloek broeder Brig. . .

Maar zuster Anna, wat brengt je toevallig zoo van streek? viel ik haar in
de rede.

Wat toeval ? riep zij uit terwijl zij in verontwaardiging van haar stoel
vloog ik verklaar je, zuster Steuhouse, t was niet toevallig; niets gebeurde
onvoorbedacht: hij deed het met zijne oogen open en tegen mijn raad in ik
zeg je, hij deed het expres!

Deed wat? vroeg ik en wie deed wat? Maar ik kreeg al een flauw
vermoeden wie de schuldige was.

Wel, hij trouwde die ellendige, kleine peulschil van een meid, met blauwe
oogen en rood haar, en zoo sentimenteel alsof ze morgen dood zou gaan. Hij ,
hij Henri, mijn man huwde haar juist vandaag, en ik verklaar je, hij deed het met opzet !

Ja t Spijt mij dat je zulks hindert, zeide ik, maar naar alles wat je mij vroeger
wel eens toevertrouwde , dacht ik dat het je geheel onverschillig was geweest ,
al had hij een half dozijn vrouwen genomen om niet te spreken van haar,
die hij van morgen trouwde, en die, zooals je zelf zegt, maar heel klein is.

De afmeting doet het niet, zuster Stenhouse antwoordde zij met over-
tuiging de kleur der oogen en die van het haar zijn van veel meer belang.
Als die ellendige kleine heks groene oogen of zwart haar had gehad, durf ik
zweren dat Henri geen sikkepit om haar gegeven zou hebben , tenzij enkel uit
baloorigheid, want alle mannen zijn gaarne dwars. Doch hij is verzot op
blanwe oogen; dat hoorde ik hem zelf haar betuigen, toen ik eens door het
reetje van de deur luisterde en zij niet wisten dat ik zoo dichtbij was. Maar
ik was te veel gegriefd om mij stil te kunnen houden ; en dus vloog ik de
kamer in . en zei : Henri , hoe durf je zulke schandelijke nonsens tegen dat
kind uitkramen in mijne tegenwoordigheid?

Maar ik wist niet dat gij daar waart, antwoordde hij.

"Wil ik je eens wat zeggen, vervolgde ik, ik heb een walg van je! Wat,
een man met drie vrouwen , en IK een ran die , te ti ekkebekken met een kleine kakelheks, met kattenoogen en rood haar!

Gouden haar , lieve merkte hij op Charlotte heeft gouden haar.

En ik zeg je het is rood! het is brandrood, zoo rood als rood zijn kan,
riep ik uit en toen vochten wij er over. Niet dat het tot slaan kwam,
maar we peperden het elkaar in , en hij sloop weg en liet ons alleen. Toen
werd die kleine slet brutaal en ik weet niet hoe het kwam , maar toen ons
gesprek ten einde was, vond ik wat van Charlotte s roode haar tusschen mijne
vingers; en oordeel nu zelve , zuster Stenhouse (met het ouschuldigste gezicht
ter wereld een lok kastanjebruin haar van niet onbeduidende afmetingen voor
den dag halende) is dat nu rood of is dat niet rood? Gelukkig behoefde
Mrs. Stenhouse deze teedere vraag niet te beantwoorden , want zonder haar hiertoe tijd te laten, smeet hare opgewonden bezoekster de gestolen haarlok op den "grond
en vervolgde:

Ik wed, zuster Stenhouse, dat je mij een weinig opvliegend vindt ; en toch
onder mijne vriendinnen ben ik spreekwoordelijk bekend voor de bezadigdheid
en gelijkmatigdheid van mijn humeur, maar ze hebben mij te erg getreiterd in
den laatsten tijd neen, val me niet weer in de reden , mag ik ook niet even
een paar woordjes spreken? ik heb je ook eens wat te vertellen dat je de
oogen zal doen open gaan omtrent de verdorvenheid en ondankbaarheid van het
manvolk. Het verwondert mij niets dat gij de kerk hebt verlaten; ik denk er
ook over zulks te doen ; en dat zal je wel niet verwonderen , als je hoort wat
ik te zeggen heb. Wat zeg je er wel van: dat ik de kerk wil verlaten? Zullen
de menschen er niet van opkijken ? Ik verzeker je op mijn woord, zuster
Stenhouse, ik ga bepaald uit de kerk, zoo gauw als ik mijn nieuwen hoed....

Wat? riep ik verbaasd uit je nieuwe hoed? wat heeft die met de kerk
te maken ?

Omdat, lieve, ik dan veel zal worden nagekeken. Alle zusters zullen dan
op mij letten, en zelfs de Heidenen zullen zeggen : zie , daar is de dame, die
den moed had de Mormoonsche kerk te verlaten en van een ondankbaren echt-
genoot te scheiden, die barer niet waardig was. En je begrijpt, zuster Stenhouse,
t zou niet aangaan mij door iedereen te laten aanstaren en te laten bepraten
voordat ik eeu nieuwen hoed had !

Deze reden om de afzwering van het geloof uit te stellen , was niet onver-
makelijk, en geheel in den geest van mijne vriendin. Ik sprak haar dus maar
niet tegen , doch trachtte uit haar te krijgen hoe alles in elkander zat.

He ! ik dacht dat ik je dat al verteld had zeide zij verwonderd maar
t is waar, ik was zoo boos over wat juist gebeurd was, dat ik al het andere
vergat. De zaak is: mijn echtgenoot is een man, en er is geen peil op te trekken
wat een man zal doen. Vrouwen, dat weet ge, zijn spreekwoordelijk stand-
vastig in hare genegenheid; zij veranderen niet licht van gevoelens. Wanneer
je met een vrouw spreekt, weet je dat ze een vrouw is, en je weet precies
wie je voor hebt; maar met een man is dat heel wat anders. Op een man kau
je niet rekenen; je kunt hem niet peilen. Als je alles wel en goed overlegd
hebt, en eindelijk weet wat je te doen staat, wel, dan wil de man als t is
dat je met hem te doen hebt juist den anderen kant uitgaan , en terwijl je
al het mogelijke hebt gedaan om hem den eenen weg effen te maken, zal hij
juist den tegenovergestelden opgaan. Tk weet zoo zachtjes aan wat mannen zijn,
en spreek uit ondervinding! Juist zoo was het met Henri en die meid. Hij ging hierin ten opzichte van mij juist tegen het heil in en dat hinderde
mij te meer, omdat hij altijd zoo meegaand was, en steeds er op uit om te
doen wat ik verlangde. Maar nu kan het hem geen cent meer schelen of ik
in mijn humeur ben of niet hij denkt alleen aan die roodharige feeks. Hij
is bepaald dol op haar; en als het zonde is om ons geloof af te zweren , be-
denk dan wel dat hij er mij als het ware toe dwingt !

Maar dat vind ik toch niet heelemaal waar waagde ik op te merken -
want het was je immers wel bekend dat hij nog meerdere vrouwen mocht nemen ?

Juist zoo riep zij uit hij mag vrouwen nemen ; dat is zijn recht, maar
mijn recht is het die voor hem uit te kiezen ! Ik ben eene goed Mormoonsche, en t is mij geheel onverschillig hoeveel vrouwen mijn man trouwt, als
hij ze maar trouwt volgens de regels. Maar, zuster Stenhouse, ik wil geen
troepje jonge meisjes in huis. Ik ben zoo weinig verzot op heerschen, dat
zooals ik Henri zeide ik er zelfs niets tegen zou hebben als hij vrouwen
nam, die wat ouder waren dan ik ; maar ik wil geen jongere in huis. Die
maken Henri zoo mal. Wel, als je hem ziet met die meid Charlotte, die nog
niet half mijn leeftijd heeft neen , dat meen ik niet, ze is maar een beetje
jonger dan ik dan zou je warempel gelooven dat hij meer van haar houdt
dan van mij ! Ik weet wel dat zulks niet het geval is Henri heeft het mij
zelf verzekerd maar wie hen te zamen ziet, moet heelemaal een verkeerden
indruk krijgen.

Wanneer trouwde hij dan Charlotte? vroeg ik. Je sprak zoo vlug, zuster
Anna, dat ik je niet heelemaal begrepen heb.

Wanneer? Wei van morgen. Ik dacht dat ik je dat al verteld had; t is
juist afgeloopen. Hij zeide mij dat hij gaarne heden zijn gemoedsrust wilde behouden , dus liet ik hem ecus een staaltje van mijn gemoedsrust kijken, en
zoo duidelijk legde ik hem uit hoe dwaas hij zich zelf aanstelde, dat je het
hem kon aanzien. Om je de waarheid te zeggen , zuster Stenhouse, in den
laatsten tijd was hij tamelijk onhandelbaar.

Maar, zuster merkte ik op ik dacht zoo dat hij door zelf eene vrouw
uit te kiezen , je heel wat moeite bespaarde.

Zeker niet, zuster Stenhouse, die moeite had ik mij juist niet gespaard
willen hebben. Naar mijne meening hebben de mannen niets uit te staan met
de keuze hunuer vrouwen , behalve wat de eerste betreft. Ik weet wel dat alle
mannen zulks doen , maar t is misbruik maken van hunne macht. Ik wil
maar vragen : is het voor mij van niet veel meer belang dan voor mijn man,
welke vrouw hij heeft? In alle geval, ik wilde niet dat hij dat roodharige mis-
punt zou trouwen, en dat zeide ik hem: en wat denk je dat die onmensch
antwoordde? Je hebt mij nu al zoovele jaren willen overhalen een andere
vrouw er bij te nemen , hoewel ik er al drie heb , en nu ik er een begin mede
maak, beknor je me. Ik geloof dat ik even goed als ieder ander recht heb
om te zeggen wie ik trouwen wil en wie niet." Heb je ooit van zulk een
ondankbaarheid gehoord, en zou je zoo iets van je man dulden, zuster
Stenhouse?

Ik zeide haar dat mijn echtgenoot tegelijk met het Mormonisme de veelwijverij
had afgezworen , en dus vervolgde zij :

Wel , ik trachtte hem tot reden te brengen , maar het hielp niet. En toen
verklaarde ik hem dat die meid nooit een voet in huis zou zetten zoolang ik
er in bleef. Dat was erg onvoorzichtig van mij. Want ik geloof dat hij juist uit vrees voor mij , tot toentertijd die deem zooveel mogelijk achterbaks had
gehouden; maar toen ik dat had gezegd, verklaarde hij denkelijk om zijne
waardigheid op te houden dat zij dienzelfden namiddag nog thee zou komeu
drinken, en dat hij haar ging halen ; en dat deed hij. Eerst wilde ik niet
naar beneden gaan om thee te drinken , hoewel de beide andere vrouwen er
waren , en hij mij vroeg te komen ; maar dat was te veel voor mijn trots.
Eindelijk verveelde het mij zoo alleen te zijn , en ik bedacht dat ze misschien
samen plezier hadden zonder mij , en dus ging ik naar beneden , om te zien of
ik ze niet met het een of ander ergeren kon. En ik ging naar beneden: en
Henri, een en al lievigheid, stelde mij die deern voor als zuster Charlotte" en sprak over haar alsof hij haar al jaren kende! Schandelijk, niet waar?

Zoo laat zuster Stenhouse hare vriendin voortratelen. Wist
men niet dat zij haar boek schreef met het doe! daarmede het
Mormonisme een doodelijken stoot toe te brengen, men zoude
zweren dat Labiche hare pen bestuurde. Of blijft eene vrouw
vrouw ; en evenals zuster Anna s afzwering wachtte op het
thuisbezorgen van haren nieuwen hoed, wilde wellicht zuster
Stenhouse dat men niet enkel medelijden zoude hebben met
haar lot, maar ook een beetje haren geest bewonderen ? Hoe
dit zij , aangezien men moet aannemen dat dit boek geene op-
zettelijke onwaarheden bevat, zijn uit een menschkundig oogpunt
de gevolgen van dat huwelijk met ,,zijn vieren" te merkwaar-
dig om die niet eveneens hier mede te deelen:

Weken later komt Mrs. Stenhouse de beleedigde echtgenoote
toevallig op straat tegen , en vraagt haar : waarom zij niet weer
eens is aangekomen?

O, zuster Stenhouse antwoordde zij ik ben zoo blij je te zieu ! Ik
heb steeds aan je gedacht , maar ik moest zoo hard werken , o zoo hard , dat
ik voor niets tijd over had, zelfs niet voor afzwering van het geloof. Je begrijpt, ik had mijn handen vol ! Als je wil maken dat een man een vrouw
verontachtzaamt en genoeg van haar krijgt, dan is t beste om een nog bekoor-
lijker vrouw op zijn weg te plaatsen. Derhalve dacht ik nog eens goed na
eu besloot -- t kostte wat het kostte op staanden voet een andere vrouw
voor mijn man te vinden. t Kon me nu niet schelen of ze jong of oud was,
mooi of leelijk, als ze maar dat roode creatuur den bons deed geven. Ik zocht
de heele stad door, en vloog hierheen en daarheen , alleen om zijnentwil, hoe-
wel hij er mij nooit dankbaar voor was. En nu, eindelijk, heb ik geloof
ik - - werkelijk het meisje gevonden, dat ik noodig heb. Ze is op en top
brunette : ravenzwart haar, pikzwarte oogen , donkere gelaatskleur. Als hij haar trouwt en hij zal haar trouwen dan zal ze hem een prettig leventje doen
leiden , al lijkt ze een lievertje; dat verzeker ik je! Voor geen geld van de
wereld zou ik in zijn schoenen willen staan , als zij zijne vrouw is geworden!
Maar ik weet dat ik haar meester kan blijven, want ik heb een beteren kijk
op karakters, en heb mij zelf beter in de macht. Zij zal juft er Charlotte op
haar plants zetten, en zorgen dat Henri dat ook doet. t Zal hem goed doen;
ik doe het alles om zijn bestwil volstrekt niet uit ijverzucht of omdat ik
ontstemd zou zijn ; dat begrijp je wel.

Naar het bleek, was inderdaad dit plan om de eene vrouw tegen de andere
uit te spelen , in dit geval een probaat middel , want waarlijk, zes maanden na dit laatste gesprek, trouwde Henri de brunette, en zij en hare kastanje-bruine voorgangster vormden een belangwekkende tegenstelling , als zij bij toeval eens
met haren gezamenlijken man in het openbaar versclienen. Heel veel vriend-
schap ging er niet tusschen hen verloren. Na aldus te zijn geslaagd en haren Henri zooals zij zeide tot rede te hebben gebracht, gaf mijne praatgrage vriendin alle gedachten aan geloofs afzwering op; en toen ik haar t laatst zag, zeide zij mij in vertrouwen : ik zoek nu een aardig meisje, want mij dunkt: een man in Henri s positie moet
stipt de voorschriften van zijnen godsdienst opvolgen, en minstens seven vrouwen hebben want het getal zeven, zooals je weet, ... brengt geluk aan !

Arme Mormoon ! . . . .

Yoor wie, nog niet afgeschrikt, weten wil hoe een meervoudig
huwelijk is te voltrekken, diene dat het Mormoonsche huwelijks-
altaar cirkelvormig en zeer groot is; man, vrouw en bruid
knielen daaromheen met eenige tusschenruimte, zoodat zij elkan-
der over het altaar de hand kunnen reiken. De vrouw legt
alsdan de hand der bruid in die van den man, als een teeken
van hare toestemming. Hoewel het altaar groot genoeg is om,
wanneer de man reeds meer dan eene vrouw heeft , deze allen om het altaar te doen knielen, en zoo een ,,moulinet" te vor-
men, is zulks -- geloof ik -- geen gewoonte, en blijft het voor-
recht der uithuwelijking alleen aan de eerste vrouw.

Ofticieel moge de veelwijverij in 1890 door de kerk der Mor-
monen zijn afgeschaft, of zij het in werkelijkheid is: wie kan
dat zeggen? Die afschaffing werd door dwang verkregen ; en
wat door dwang verkregen wordt, niet door overtuiging, heeft
in Amerika al even weinig op eerbiediging te rekenen. ais in
Europa. Ook vormen de Mormonen een zoo aaneengesloten
geheel, dat wie daar buiten staat slechts den schijn, niet het wezen bespeurt.
Van hun leven is slechts het uiterlijke bekend, en van dat uiterlijke geeft de Mormoon niet eens de juiste verklaring : Toen mij op het feest ter eere van Brigham
Young geantwoord werd, dat de kerk het danen veroorloofde
omdat zij het beter acht dat gedanst wordt onder t oog van
de opzichthebbenden dan elders, was dat antwoord bevredigend
voor mijne opvatting der beschaving; maar een juist antwoord
kon dit niet zijn, als passende niet bij hunne beschavings-opvatting.
Steunende op het Oude Testament, is de dans wel verre van
een abominatie te zijn, zooals bij zoovele orthodoxen in ons halfrond - - voor de heiligen der jongste dagen een uiting van het geloof.
Zoo dansten Israel s koningen voor de arke des verbonds !

En niet enkel in tijden van vreugde dansen de Mormonen :
Verwonderd keek het volk van Iowa toe, als op den eersten
avond na den uittocht uit Nauvoo , het kamp was opgeslagen ,
en na het algemeen gebed, een dans volgde. En toch zal het
hart niet van vreugde hebben opgesprongen ; die ballingen lieten
achter zich de vrucht van jaren harden arbeid : een geheele stad, honderde boerderijen; alles tegen spotprijzen verkocht -- en
voor hen lag de eindelooze prairie, en in bar seizoen. een tocht naar t onbekend