MvG logo www.mvgcontact.org

Niet-Mormoonse Ouders

Home




Niet-Mormoonse Ouders

Voortdurend worden mensen bekeerd tot het herstelde evangelie en treden zij toe tot de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Het gaat praktisch steeds om een enkeling in het gezin, of om een echtpaar (met of zonder kinderen). Deze bekeerlingen hebben meestal nog in leven zijnde ouders die niet mee toetreden, en die geconfronteerd worden met de uiterst gewichtige levensbeslissing van hun kinderen.

Hoe ervaren de ouders dit? Welke zijn klassieke problemen? Welke fouten worden er wellicht gemaakt zowel van de zijde van de bekeerlingen als van de zijde van de niet-mormoonse ouders? Hoe kunnen moeilijkheden opgelost of voorkomen worden?

Horizon bracht een groep bijeen van Nederlandse en Vlaamse mensen die deze situaties bij henzelf en bij anderen kennen: Marcel (26) , Anita (28) en Bart (32) zijn leden die als jongeren tot de kerk toetraden; Andre (48) en Jenneke (45) als echtpaar. Als "niet-mormoonse ouders" namen aan het gesprek deel het protestantse echtpaar Kees (44) en Marjan (43), ouders van Anita; het katholieke echtpaar Leo (57) en Henriette (59), ouders van Bart; alsmede weduwe Simonne (66) en vrijzinnig).

Ilse Ongena trad als gesprekleider op voor Horizon.

-o-o-o-o-o-

Horizon: Ik stel voor dat we eerst eens aan elkaar gaan vertellen wat we in onze situaties zoal meemaakten - en misschien ook van andere gevallen weten. Een opsomming van anecdotes, dus. Daarna kunnen we samen proberen oorzaken en gevolgen te ontleden, om tenslotte eenaantal positieve wenken te formuleren.

Enkele situaties

Andre: Nou ik wil graag bij het begin melden dat het in mijn geval eigenlijk probleemloos is gegaan. Ik zei tegen mijn ouders dat ik van kerk wilde veranderen en ze lieten mij rustig mijn gang gaan.

Marjan: Hoe kwam dat?

Andre: Ik was natuurlijk al getrouwd en weg van huis, maar zelfs vroeger was de sfeer bij ons thuis goed. Er heerste vrijheid, maar ook vertrouwen.

Horizon: Het is goed om dit te melden. We zullen ons in ons gesprek vermoedelijk vooral toespitsen op probleemsituaties. Maar deze vormen zeker geen algemene toestand. Heel wat ouders aanvaarden vrij meteen en zelfs met blijdschap dat hun zoon of dochter zich bij de mormoonse kerk aansluit, gewoon omdat zulke aansluiting een verzekering geeft van eerlijk en gezond leven, en van versterkte huwelijksbanden. Dus is ons gesprek niet bedoeld voor het groot aantal mensen die aan een mogelijk conflict voorbijgaan - echter wel voor de anderen.

Marjan: Ja, bij ons ging het inderdaad verkeerd. Mijn man en ik hadden de zendelingen twee of drie keer binnengelaten, eigenlijk uit medelijden. Na enkele weken zegt Anita, toen 19 jaar, dat zij gedoopt wil worden in de mormoonse kerk. Dat was een schok. We konden het niet ernstig nemen - we dachten dat ze verliefd was op een van de elders en dat alles op hol sloeg! Je moet het begrijpen: we zagen haar al vertrekken naar Amerika of zo. We hebben toen hevig gereageerd om haar te beschermen.

Bart: Ja, die hevige reactie kwam ook bij ons thuis. Ik was 21 en student en de zendelingen waren mij aan het onderwijzen. Ik had heel vlug een getuigenis en dacht dat mijn ouders het ook geweldig zouden vinden. Dus maakte ik een afspraak met de elders en mijn ouders. Het liep helemaal fout. We raakten in een zinloze discussie verwikkeld over priesterschap en doop en mijn vader verbood de elders nog ooit terug te komen. Toen ik dan zei dat ik gedoopt wilde worden... Er was elke dag ruzie over, ik mocht niet naar de kerk, kerkboeken mocht ik niet lezen, ik moest alleen mijn schoolstudie afmaken.

Henriette: Ja, onze reactie was hevig, maar ook die van Bart. Zie je, de zendelingen onderwezen hem op zijn studentenkamer en wij vernamen dat pas later. We waren heel bezorgd om zijn studies want er kroop veel tijd in die gesprekken en dan ook in de kerkactiviteiten. Bart was vroeger erg volgzaam geweest, maar toen we aan de mormoonse godsdienst probeerden te raken, reageerde hij heel fel.

Leo: Pas later zijn we gaan inzien wat die godsdienstige ontdekking voor Bart betekende. We hadden dan ook heel wat vooroordelen. We benaderden het als een bevlieging waartegen Bart beschermd moest worden. En Bart zal wel toegeven dat hij ons absoluut wou bekeren.

Bart: Ja, dat is waar. Je bent ook zo enthousiast , en je begrijpt niet waarom de anderen ook geen getuigenis krijgen.

Jenneke: Zoals Andre zei, hebben wij praktisch geen moeilijkheden gehad, hij nog minder dan ik. Maar we waren getrouwd toen we met de kerk kennismaakten en ver van huis. Mijn ouders waren wel wat bezorgd over de reacties van de verdere familie, maar dat liep vrij goed af. Ik ken echter wel enkele gevallen waar de bekering tot de mormoonse kerk tot gespannen familiale toestanden leidde. Bijvoorbeeld een gezin dat onlangs is toegetreden en waarvan de ouders nu weigeren hen nog te ontvangen. Ze kregen een brief thuis "Wij zijn vanaf nu gescheiden tot in God" en dat soort dingen.

Anita: Ik ken ook een situatie waar een jong mormoons gezin een kindje van twee jaar verloor. In plaats van deelneming te betuigen, maakte de niet-mormoonse familie het nog veel erger door te zeggen dat God hen nu strafte omdat ze het kindje niet hadden laten dopen. Ze weigerden naar de begrafenis te komen. Je kan je indenken hoe verschrikkelijk het voor die mensen was.

Kees: Ja, dat is werkelijk heel droevig en zoiets kan je onmogelijk goedkeuren. Het is normaal dat je bezorgd bent om het welzijn van je kinderen, maar als ouders moet je ook de grenzen zien. Alleen is dat in een geemotioneerde toestand niet makkelijk.

Marcel: Mijn ouders reageerden niet hevig over de godsdienst als zodanig, wel waren ze lastig over de veranderingen die het met zich mee bracht: ik dronk nu plots geen thee en koffie meer, 's zondags ging ik niet meer met hen op wandeltocht, al mijn vrije tijd ging naar kerkactiviteiten.

Bart: Jij hebt toch moeten wachten om gedoopt te worden, niet?

Marcel: Ja, ik was vijftien toen de zusterzendelingen bij ons kwamen. Ik had vlug een getuigenis, maar mijn ouders zeiden dat ik tot m'n achttien moest wachten.

Marjan: Ging dat zonder ruzie?

Marcel: Ja... Ik drong natuurlijk aan, maar mijn ouders waren kordaat. Echt ruzie was er niet. Wat wel gebeurde is dat mijn ouders plots veel aktiever werden in hun eigen kerk.

Horizon: Dat is een fenomeen dat nog voorkomt. Straks moeten we daarvan de oorzaken eens onderzoeken. Zijn er nog typische voorvallen?
Simonne: Ik was al weduwe toen mijn zoon lid werd van de mormoonse kerk. Ik moet eerlijk bekennen dat het heel erg voor me was - bijna alsof er opnieuw iemand overleed in het gezin. Gek natuurlijk, want op afstand ben ik echt trots dat m'n zoon nu zo actief is voor goede doelen. Hij is nu bisschop. Maar het probleem was toen dat ik tegen alles vocht wat mijn zoon van me kon weghalen. Het mormonisme kwam als een aanslag op ons vertrouwde leven. En het ergste was toen hij zei dat hij op zending wilde gaan. En hij is ook gegaan.

Horizon: Hoe verliep dat?

Simonne: M'n zoon had er al eens over gesproken, maar ik wilde er zelfs niet op ingaan. Op een dag kwam de zendingspresident met me praten - heel vriendelijk en heel begrijpend. Financieel was er niet direct een probleem en door die derde persoon liet ik me overtuigen. Maar toen de dag van het vertrek naderde was het heel moeilijk. Ik ben naar de afscheidsdienst gegaan en heb aan een stuk zitten huilen.

Jenneke: Zelfs voor mormoonse ouders, vooral voor de moeder, is zo'n vertrek al heel moeilijk - twee jaar zonder je zoon of dochter , soms in een ver land.

Simonne: Nu, ik heb het overleefd, hoor. Eigenlijk is het een goede verplichte leerschool geweest voor ons beiden. Anders had ik mij misschien nooit kunnen losmaken. Hij schreef zeer regelmatig, altijd positief. Het heeft onze relatie beter gemaakt, namelijk te weten dat je niet in hetzelfde huis hoeft te wonen om goed met elkaar om te kunnen. Toen hij terug kwam waren we allebei enorm gerijpt door de ervaring.

Horizon: Er kunnen zeker nog tientallen situaties verteld worden - bij elkeen ligt het iets anders. Toch hebben wij hier enkele krachtlijnen genoteerd voor die gevallen war het eerder moeilijk gaat: - het conflict is in het begin vaak hevig en geemotioneerd, om later volledig af te zwakken: - problemen ontstaan soms over doctrinale punten, soms over de verandering in leefgewoontes; de woorden "bescherming van de kinderen", "aanslag op het vertrouwde leven", "vooroordelen" zijn gebruikt. Misschien kunnen we van hieruit eens nadenken over oorzaken en gevolgen.

Oorzaken en gevolgen

Bart: De vooroordelen lijken mij een belangrijke oorzaak. Vele mensen kennen de mormoonse kerk niet, of laten zich leiden door valse informatie. Er zijn nog altijd goedkope periodieken die al eens op de mormoonse kerk afgeven.

Andre: Ook is er dan de verzekering met marginale groepen die meespeelt. Ik ken mensen die denken dat Mr. Moon de stichter is van de mormoonse kerk, of dat wij ons bezig houden met oosterse mystiek. In die sfeer duikt dan de vrees op dat een secte per definitie mensen weglokt van huis, of ophitst tegen de familie. En dan zie je ouders normaal beschermend optreden.

Kees: Ik ga ermee akkoord dat de mormoonse kerk nog enigzins onbekend is bij sommigen. Maar ook overgaan naar een bekende godsdienst schept vaak moeilijkheden met de familie - bijvoorbeeld een katholiek die protestant wordt of omgekeerd. Het gaat immers altijd om een zeker verraad tegenover de familietraditie. Dat verraad wordt natuurlijk nog sterker aangevoeld indien het een zogenaamde sete of een kerk 'uit den vreemde' lijkt. De godsdienstige overtuiging is immers erg verweven met de diepste gebruiken, met de levenscultuur zelf. Van Godsdienst veranderen geeft de indruk dat je die cultuur verloochent, zeker in een traditioneel milieu.

Henriette: In dat verband hebben wij ook iets anders ervaren als oorzaak van conflict: toen Bart lid wilde worden van de mormoonse kerk, was het net alsof wij in onze opvoeding gefaald hadden. We kregen de indruk beschuldigd te worden dat heel ons geloof waardeloos was. Ik maakte toen voortdurend de opwerping: 'Zo'n kerkje uit Amerika kan toch niet vergeleken worden met het machtig katholicisme. Wat een lef hebben die jonge, onervaren elders om hier hun waarheid te verkondigen.'

Marjan: Ja, dat had ik ook, vooral het gevoel gefaald te hebben in de opvoeding. Mijn man en ik hadden onze dochter toch eerlijk en gelovig opgevoed - waarom kon zij dan onvoldaan zijn? En als mens verzet je je dan tegen die onverdiende beschuldiging.

Leo: Later besef je dat er geen beschuldiging was. Je leert in te zien dat je kind iets hogers heeft ontdekt, althans vanuit zijn gezichtshoek, juist dank zij de basis van de gegeven opvoeding.

Marcel: Ik vind het geweldig dat u dat zegt. Mijn ouders zijn nog niet zo ver. De situatie lag wel iets anders: zij waren nogal inactief in hun kerk en toen ik bij de mormoonse kerk wou maakten ze zich verwijten dat het hun schuld was. Als compensatie zijn ze nu aktiever geworden in hun kerk. Ze voelen nog altijd dat het 'hun fout' is dat ik van religie veranderd ben, alhoewel ze met de tijd het positieve van mormoonse kerk hebben leren kennen.

Simonne: Ik zou nog iets willen zeggen over de tradities die gebroken worden, tenminste de vrees die je daarover in het begin hebt. Ik denk dat ouders soms hevig reageren omdat ze bezorgd zijn over de mensen - wat men erover zal zeggen - niet alleen in de familie, maar ook op school, op het werk, enz. Toen mijn zoon een Heilige der Laatste Dagen wilde worden, zei ik dat hij dan nooit werk zou vinden, en dat hij altijd afgezonderd zou staan. In werkelijkheid is het net andersom geworden.

Horizon: Als ik even mag samenvatten hebben we reeds voldoende oorzaken van conflict aangehaald: onwetendheid over de mormoonse kerk, waardoor negatieve vooroordelen en verwarringen met secten optreden; vervolgens het gevoel dat de familiecultuur verraden wordt, met eventueel het zelfverwijt gefaald te hebben in de opvoeding; tenslotte de vrees voor de sociale omgeving - de bredere familie, de school, de werkkring.

Anita: Andere oorzaken van conflict liggen bij onszelf als onderzoekers of als gedoopte leden. In het geval van Bart bijvoorbeeld, is het duidelijk dat zijn enthousiasme te vlug ging voor zijn ouders.

Bart: Ja, je bent gewoon zo gelukkig over je getuigenis dat je echt hoopt, en heel diep verlangt, dat je ouders er in willen delen. Als dat niet meteen zo gaat, probeer je te forceren, met goede bedoelingen, maar zo stuur je direct aan op een conflict.

Jenneke: Zelf heb ik het niet meegemaakt, maar ik ken verschillende families waar zulke conflicten zijn ontstaan. Ik geloof dat we moeten onderstrepen hoe vreselijk pijnlijk die situaties kunnen zijn, omdat het hier gaat om volledig nieuwe en ingrijpende zaken. Als een zoon of dochter van godsdienst wil veranderen, is dat voor hem of haar reeds een enorme stap die met een hele mentale omwenteling gepaard gaat: geloof bloeit open, gebed wordt innig, de hele mensheid krijgt een ander aanschijn. Als dan ouders, om de begrijpelijke redenen die we net meldden, te bruusk reageren, door bijvoorbeeld te spotten, of door kordaat af te wijzen, of door het als een gekke bevlieging te bestempelen, dan wordt het kind ontzettend diep geraakt.

Andre: Ja, dat trauma is niet te onderschatten. Het kind komt in een heel moeilijke positie terecht: aan de ene kant gelooft het nu plots veel intenser in liefde voor de medemens, in respect voor de ouders, in diepe evangelische waarden, aan de andere kant wordt het tegelijkertijd geconfronteerd met het afwijzen van die waarden zelf, en dan nog door de eigen ouders!

Leo: De ouders willen natuurlijk niet bewust tegen die waarden ingaan, maar tegen hun interpretatie van het gebeuren. Ook voor hen komt de geloofsverandering van hun kind als een te plotse schok waarop zij niet zijn voorbereid. En het kind begrijpt ook niet meteen dat de ouders meestal uit liefde, uit oprechte bezorgdheid reageren.

Kees: Zo'n conflict is eigenlijk een enorm misverstand van beide zijden.

Positieve wenken

Horizon: We wilden tenslotte een aantal positieve wenken meegeven.

Henriette: Ik geloof dat vooreerst de ouders op de hoogte moeten zijn dat hun kind onderwezen wordt, tenminste als het minderjarig is.

Marcel: Dat is trouwens een regel voor de zendelingen: zij moeten steeds eerst het gezinshoofd erkennen en met zijn toestemming optreden.

Andre: Jenneke en ik waren meerderjarig toen we de zendelingen ontmoetten, en zelfs in die situatie werden we aangemoedigd onze ouders op de hoogte te stellen.

Marjan: Wat ook veel helpt is het zoveel mogelijk samen deelnemen aan de gesprekken met de zendelingen. Het is volgens fout indien de ouders niet geinteresserd zijn en zelfs niet willen meeluisteren. Als je er als ouders aan deelneemt, leer je tenminste wat het mormoonse geloof en de mormoonse kerk inhouden en kan je van oude vooroordelen afstappen.

Bart: Het is dan wel nodig dat de ouders zo eerbiedig mogelijk staan tegenover de boodschap van de zendelingen. Ik bedoel: je kan natuurlijk vragen stellen en ook niet akkoord gaan, maar moet zeker vermijden te spotten of te beledigen.

Kees: Hetzelfde geldt voor de kinderen: hun enthousiasme mag de ouders niet kwetsen - dus aanvallen op het geloof van de ouders, of aggressieve houdingen zijn te vermijden. Ouders hebben even tijd nodig om de nieuwe levensvisie van hun kind affectief te verwerken.

Marcel: Een gouden wenk vind ik dat de ouders ook kennismaken met de sociale aspecten van de kerk, namelijk enkele leden leren kennen, eens naar een vergadering of een activiteit meegaan. Zo kunnen ze zelf ervaren dat Heiligen der Laatste Dagen normale mensen zijn en dat er niets verkeerds in schuilt. het is toch evident dat goede ouders zich ook interesseren in wat hun kinderen boeit.

Marjan: Op voorwaarde dat de zendelingen die gewilligheid niet meteen interpreteren als een stap om ook lid te worden! Ik heb me vroeger eens erg boos gemaakt toen een van de elders ons plots een doopdatum gaf.

Henriette: Nog een raad betreft het Woord van Wijsheid. Ik vind dat kinderen de familiegewoontes niet agressief mogen bruuskeren door plots bij een ontbijt aan te kondigen dat ze vanaf nu geen koffie en thee meer drinken.

Anita: Het Woord van Wijsheid is natuurlijk belangrijk voor ons. Ik denk dat het eerder de stijl van benadering is die telt. Een kind zou eerst rustig moeten uitleggen dat het het Woord van Wijsheid wenst te volgen, zonder de ouders in een vervelende situatie te zetten. Als de ouders dan van hun kant begrijpend reageren, kan het zonder problemen gaan.

Leo: Een volgende stap is dan de doop zelf. Ook hier zouden zoon of dochter, en ook de zendelingen, met het nodige geduld en tact het onderwerp moeten aanbrengen, zeker in gezinnen waar makkelijk een conflict kan ontstaan.

Marcel: Bijzonder fijn is het indien de ouders dan gewillig zijn om ook bij de doop aanwezig te zijn, natuurlijk niet met een lijkbiddersgezicht. Ik vind het heel jammer als ouders pertinent weigeren naar de doop te komen.

Bart: Een moeilijk punt vind ik als de ouders de doop verbieden of minstens een uitstel eisen van verscheidene jaren, gewoonlijk tot hun zoon of dochter 18 is, of zelfs 21. Welke raad kan je hier geven?

Marjan: Dat is toch begrijpelijk: je wil beschermen tegen onbezonnenheid, je weet toch heel goed dat je kind nog niet rijp is om te beslissen.

Henriette: Misschien is dat zo onder de 13 of 14 jaar, maar daarboven geloof ik dat een kind in onze maatschappij al heel wat rijpheid heeft.

Jenneke: Enkele weken of zelfs een paar maanden bezinnings- en voorbereidingstijd vind ik niet slecht, zeker niet voor een 15 of 16-jarige, maar de doop langer verbieden of uitstellen is minder goed: men schept een langdurig spanningveld, waarbij het kind echt verbitterd of opstandig kan worden. Men verbiedt immers het kind 'heilig' te zijn. Ik ken een geval waarbij het kind uiteindelijk afbrak met zijn goede bedoelingen en uit overreactie het verkeerde pad opging.

Bart: We hebben in ons gesprek niet veel aandacht geschonken aan de verschillen in verband met de leeftijd van de kinderen en in verband met de hechtheid van de relaties. Een meisje van 15 dat wil gedoopt worden is een heel andere situatie dan een meerderjarige dochter die reeds jaren op zichzelf woont. Of nog het verschil tussen een gezin waar hechte banden bestaan, tegen een gezin waar men erg onafhankelijk leeft.

Andre: Dat is waar, en het spreekt dat die verschillen meespelen. Maar hoe de situatie ook is, ik geloof dat het toetredingsproces tot de mormoonse kerk telkens een kans is om gezinsrelaties te versterken door innig en eerbiedig met elkaar te praten, door samen over de levenswaarden na te denken. Ontstaan conflicten ook niet vaak omdat de gezinsleden geen ervaring hebben om over diepere dingen samen te spreken? Er heerst dan een malaise die men onhandig tegen elkaar afreageert.

Simonne: Dat is heel juist. Ik hoop van ganser harte dat ouders niet de fouten zullen maken die ik gemaakt heb. Het beste dat je zoon of dochter kan overkomen is lidmaatschap in een sterke, morele kerk. Ik zeg dit niet om onze mormoonse vrienden plezier te doen, maar je kan het gewoon niet ontkennen. De verzekering dat je kind eerlijk, rechtvaardig, gelovig, liefdevol wil zijn voor de rest van zijn leven, is dat niet het beste wat ouders kan overkomen?

 

 

Niet-Mormoonse Ouders werd overgenomen uit:
Horizon, tijdschrift over de mormoonse gemeenschap