MvG logo www.mvgcontact.org

Mormoonse Dominees aan Slag

Home


Mormoonse Dominee's aan Slag

Honkbal, zowel baseball als softball, werd door jonge Amerikaanse zendelingen met veel plezier en groot succes gespeeld en onderwezen in het kader van het zendingswerk in Nederland.

Dat sport verbroedert is tegenwoordig niet altijd even duidelijk, maar het was zeker het uitgangspunt voor het zendingswerk gedurende de jaren 1925-1938 en in de zestiger jaren, toen honkbal door jonge Amerikaanse zendelingen met veel plezier en groot succes werd gespeeld en onderwezen in de Nederlandse zendingsdistricten.

Bekeringswerk door sport

In de jaren 1925-1938 werden door de zendelingen basketball en baseball teams gevormd. De zendingspresident bevorderde sportdeelname om het doel te bereiken jonge mensen in het programma van de Mormoonse Kerk te interesseren. In 1938 werd het zendelingen baseball team erkend. Na het beeindigen van de competitie bood de Nederlandse Club in Amsterdam het team een medaille aan met de volgende inscriptie: "Aan de Mormoonse zendelingen ter herinnering aan de fijne baseball spelen die wij hebben gespeeld". 1.

Zendelingen Kampioen van Nederland

'n anekdote aangetroffen op de honkbalsite.com:
De brede visie van Bleesing bleek ook weer in 1939. Onder de naam Salt Lake City speelden het jaar daarvoor Mormoonse dominees vriendschappelijke partijtjes. Ze konden er wel wat van. Bleesing maakte dat deze zendelingen in het nieuwe seizoen onmiddellijk in de hoogste klasse van de vaderlandse competitie werden geplaatst. De Seagulls - hun nieuwe naam - werden prompt landskampioen en alleen voor Blauw Wit (7-1) en HHC (6-2) moesten de Amerikanen opzij.
Hun thuiswedstrijden op het legendarische IJsclub-terrein en de uitwedstrijden in Amsterdam en Haarlem trokken veel belangstelling. De kreten 'Shuppy' - hun korte stop - en 'come on, baby boy' waren niet van de lucht en werden door onze honkballers overgenomen. Het hele optreden van de Seagulls was een brok propaganda, hoewel er tegen het 'Amerikaanse geblèr' hier en daar wat bezwaren aangetekend werden. Dit gebeurde later ook bij de start van ons softbal. Alleen werd 'Amerikaans geblèr' toen 'luidruchtig honkbalgedoe' genoemd. Ja, honkbal was duidelijk op weg een volkssport te worden; de zgn.- betere kringen spraken in die dagen van 'slagerscricket'.

Bleesing trok er zich weinig van aan. Zijn sport ging vooruit en de directeur van de bekende Boldoot-fabriek kwam bij iedere club kijken of bracht op verzoek 'zijn handel' mee. Vrijwel geen sportzaak zag brood in de import van honkbal-attributen uit dat verre Amerika. Geen probleem, Bleesing liet het zelf komen en zonder winstbejag stond hij voor iedereen klaar. Je kon kiezen: een handschoen voor f3,50 of f4,50. 2.

Bekeringswerk onder de jeugd

In 1962 moedigde (zendingspresident) Volker de zendelingen aan om tezamen met het Dyerplan softbal teams onder de Nederlandse jongens te organiseren. Hieraan gevolggevend, vormden de zendelingen uit meer dan zevenhonderd jongens in de leeftijd van twaalf tot vijftien jaar meer dan zeventig softball teams. ledere zendeling in het Nederlandse zendingsveld probeerde een softball team te organiseren. Er werden wedstrijden gespeeld en hieruit werden districtsploegen als winnaar aangewezen.
Deze districtwinnaars speelden tegen elkaar en hieruit kwamen de zonekampioenen
te voorschijn. Het winnende team ontving een softball. Hierop stond de hand
tekening van Prins Bernard, de man van Koningin Juliana.
Het doel van deze methode was om toegang tot de woningen van de softball spelende jongens te krijgen. Er werden een aantal van deze jongens met hun
ouders door de Mormoonse Kerk gedoopt. Dit programma werd ondersteund door het Atletiekcomite van Nederland. Hieruit kwam een grote publiciteit voort. Zende­
lingen werden uitgenodigd om op de televisie te verschijnen om dit programma
aan te kondigen. Ook via de radio werd er meerdere malen over gesproken. Het
belangrijkste resultaat van dit programma was echter de grote publiciteit over
het gehele land. 1.

Ook wie zelf geen honkbal speelt voelt iets van het enthousiasme waarmee jonge Amerikaanse zendelingen hun favoriete sport beoefenden tijdens hun zending. Sportieve kwaliteiten verbinden met geestelijke aspecten moge in een tijd waarin eerder agressiviteit gepredikt lijkt te worden op de sportvelden, misschien wat vreemd overkomen. Ondanks het feit dat sommige zendelingen hun pupillen soms wel erg snel naar de wateren des doops leidden, bleek deze benadering van zendingswerk toch succesvol en bracht ze leven in de brouwerij onder zowel zendelingen als lokale leden, en lijkt dit ook anno 2006 zeker nog het overwegen waard.
Zendingswerk langs de deuren wordt helaas door velen in de samenleving ervaren als een inbreuk op de privacy en de zendelingen worden in negatieve zin dan ook heel wat toegewenst. Dat de combinatie honkbal en zendingswerk ook nu nog een heel andere, meer positieve, geest teweeg kan brengen blijkt uit de reactie aan het eind van het volgende relaas.

Bill en Bob

Aan het begin van het nieuwe seizoen meldden zich twee nieuwe leden aan bij onze Honk- en Softballvereniging. Het waren twee Mormoonse jongens uit het verre Salt Lake City die door hun kerkgenootschap een jaar naar het voor hun verre Nederland waren uitgezonden om bij te dragen aan het goede doel. Na een jaar zieltjes winnen in Nederland, zouden ze een beurs krijgen aan de Universiteit van Salt Lake City. De jongens, ik schatte ze op een jaar of achttien, zagen er een beetje bleekjes uit.

Bill wilde graag pitchen. Hij had in de VS zijn hele leven lang gehonkbald en hij wilde graag een kans krijgen om zich te bewijzen, zodat wij konden beoordelen of hij goed genoeg was om op de heuvel te staan. Dat was geen probleem, in een honkbalteam met twaalf spelers is een extra speler altijd welkom. Bill kreeg van ons een handschoen en een paar sportschoenen en ging naar de plaat. Na de eerste bal was het ons al duidelijk dat Bill , en niemand anders, dit seizoen onze eerste werper zou zijn. Wat kon die gast gooien... dropcurves, outside curves, noem maar een curvebal en hij gooide hem. Met een welhaast perfecte controle vond hij de hoeken van de slagzone. Zijn beste pitch was de fastball. Ik weet niet of je wel eens iemand echt hard hebt zien gooien. Bill gooide nog harder. Bill gooide radioballen: je hoorde ze wel, maar je zag ze niet.

Tijdens deze eerste training met onze Yanks raakte ik een van de ballen van Bill, ik voel de knuppel nog steeds trillen in mijn handen die daarna een minuut of twee volkomen verkrampt waren ('t was wel een tweehonkslag, de enige honkslag die Bill tijdens deze training tegen kreeg... humhum). U raadt het misschien al, we werden dat seizoen kampioen. Een goede pitcher is 80% van de defensie.

Toen Bill en Bob na een jaar terugkeerden naar de VS, kreeg ik van hen een afscheidsgeschenk. Het Boek van Mormon met een persoonlijke opdracht voorin geschreven: "Henk, het was goed met je te honkballen."

Bill en Bob, het genoegen was geheel wederzijds. Het ga jullie goed. 3.


bronvermelding:

1. De Geschiedenis van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in Nederland en Vlaanderen (MVG - Mormonen voor Vrede en Gerechtigheid)

2. http://www.honkbalsite.com/frindex.html?/informatief/anekdotes.html

3. http://homepage.mac.com/henktukkers/iblog/C836512485/index.html
Vr - September 16, 2005

Mei 2006 - Robert Poort