MvG logo www.mvgcontact.org

Mormoonse Beschouwingen over Sterven en Dood

Home


Mormoonse Beschouwingen over Sterven en Dood

door Truman Madsen
vertaling: Kees van Soest

Inleiding

In geen enkele religie vindt men zo'n kalmte over het fenomeen van de dood, zo'n rustige vertrouwdheid met de realiteit van het nabestaan als in het mormonisme.
Bekijk ze maar, deze heiligen der laatste dagen: mensen die hun begrafeniskleding netjes hebben klaarliggen in een lade; oudjes die boodschappen aannemen om over te brengen aan overleden familieleden; de zekerheid dat de gestorvene werkelijk aanwezig is bij zijn begrafenisdienst of in de tempel; begrafenislofzangen - "Zullen wij elkaar ontmoeten aan de overzij van 't meer..." - die vrolijk van melodie zijn; begrafenistoespraken die het goede leven en de eeuwige toekomst bejubelen.

In een reeks kleine onderdelen vergelijkt Professor Truman G. Madsen, hoogleraar aan de Brigham Young Universiteit, enkele gebruikelijke religieuze en filosofische beschouwingen over de dood met die van het mormonisme. Het blijkt dat het herstelde evangelie van Jezus Christus een sterke en gave leer predikt aangaande sterven en dood. Deze leer reikt veel verder dan alleen maar een inzicht in het mechanisme van het overlijden. Het gaat om een enorm perspectief dat de eeuwige levenskracht, de majesteit van het verheerlijkte lichaam, de totaliteit van het bestaan, de paradijselijke aarde en de hemelse voortzetting van het gezin omvat. Het is pas in dit licht dat men de afwezigheid van traditionele rouwgewoontes onder de heiligen der laatste dagen kan begrijpen.

Dood in Meervoud

Een treffend inzicht in de mormoonse schriftuur aangaande de dood, is dat er vele soorten dood zijn. Zonder op de details in te gaan, kunnen we in de schriften ten minste vier karakteriseringen van de dood aantreffen:

1. De dood is een afwezigheid van Gods tegenwoordigheid.

2. De dood is het loon der zonde - het verliezen van de intensiteit van het leven. Zo is het bijvoorbeeld een duisternis van het gemoed, een zich verharden, en een verdoving van het geweten. Deze eigenschappen vertegenwoordigen de dood van ons innerlijke wezen en kunen de lichamelijke dood voorafgaan.

3. De dood betekent de scheiding van lichaam en geest.

4. De dood betekent dat de levenskracht is stopgezet, Dit is precies het tegenovergestelde van wat Afdeling 132 in de Leer en Verbonden "een volheid en een voortzetting van de nakomelingschap" noemt - een begrenzing dus van de creatieve en procreatieve kracht.

De rol van Christus is nu deze verschillende soorten dood in ons te overwinnen. En het wezen van ons leven is evenzeer het behalen van een overwinning op elke vorm van de dood. Wie te bezorgd en te angstig is om de derde vorm van de dood, de gebeurtenis zelf, getuigt hierdoor van innerlijke verwarring, een ziekte van de ziel. Zalig worden bestaat uit het overwinnen van al onze vijanden. De laatste vijand is de dood.

God en de Dood

In de grote godsdiensten van de wereld worden God en de onsterfelijkheid dikwijls gescheiden: men kan het ene bevestigen en het andere ontkennen. Het geloof in de onsterfelijkheid is bijvoorbeeld nooit sterk geweest onder de Joden, en toch is hun geloof in God altijd zeer krachtig geweest. Een filosoof als Charles Hartshorne beweert dat een levenschenkende en volledig volmaakte God niet alleen toelaat, doch zelfs eist dat de mens voor goed verdwijnt.

Aan de andere kant zijn er mensen die in onsterfelijkheid geloven en God ontkennen. Er zijn tegenwoordig geleerden die serieus streven naar de droom van Ponce de Leon - de mens door de wetenschap onsterfelijk te maken. Er zijn er die beweren dat we dit zullen bereiken voor het einde van deze eeuw. We krijgen misschien zelfs de keus te sterven, onder voorbehoud van het nog eens over te kunnen doen naar de wens van hen die ons overleven.

Het mormonisme echter stelt, ongeacht de triomfen van de geleerden, God, onsterfelijkheid en de opstanding op een lijn. Het leven, op het hoogste niveau, eist alle drie. Er is echter een verschil tussen eeuwig overleven en Eeuwig Leven. Iemand die het ware eeuwige leven bereikt, moet zoals de Eeuwige worden die het leven heeft leren beheersen - hij moet volmaakt zijn.

De Invloed van de Dood op het Leven

Wanneer mensen voor een dreigende dood staan, komen tegengestelde houdingen naar voren. Voor Martin Heidegger zit de mens, wat hij ook doet, steeds vast aan het "zum Tode sein" - leven naar de dood toe. Voor hem zit het bewustzijn van de dood op dit niveau verweven in het besef van het vlieden van de tijd, in het besef van plannen en van schuld. Om geheel andere redenen verklaren Jean-Paul Sartre en Albert Camus het wezen van het leven als de voortdurende dreiging van de dood, die op de een of andere manier naar de existentiele deugd van de authenticiteit leidt. Voor hen leeft men het meest intens als men dicht bij het sterven staat.

In het herstelde evangelie is de dood inderdaad ook een uiterste grens. Maar het is ook de prijs die men betaalt, wanneer men een zending voor Christus vervult. Soms bestaat dit uit een langzaam martelaarschap, zolas wanneer men "zijn leven afmat met het uit de duisternis tot het licht brengen." "Weest getrouw, zelfs al kost het uw leven," onderwees Joseph Smith al vroeg. De dood kan vervulling, verzoening en verlossing geven. "Weest niet verontrust, broederen, zij kunnen niet meer doen dan wat ze vroeger met de heiligen deden. Ze kunnen alleen maar het lichaam doden." De heiligen namen dit ter harte, daar deze woorden hen troost gaven wanneer het gepeupel hen bedreigde. Doch het is duidelijk dat voor Joseph Smith de dood niet gewoon maar een gebeurtenis was, omdat het lichaam goedkoop of waardeloos zou zijn. Neen: het lichaam is uiteindelijk onverwoestbaar. De kwaliteit van de opstanding van de mens hangt af van de wijze waarop hij het voorbeeld van Christus volgt. Wie Christus verraadt om zijn sterfelijk lichaam in stand te houden, ondergaat uiteindelijk een dood die nog erger is dan de lichamelijke dood.

Het Lichaam als Vijand?

Bij vele godsdiensten, oude en moderne, wordt het lichaam beschouwd als hinderpaal voor het geestelijke leven, als een Gnostische gevangenis, of zoals Plato het uitdrukt, "een vreemdsoortige poel." Bij de Boeddhisten wordt het lichaam of SKHANDA tenslotte als inferieur en zelfs als onwerkelijk beschouwd. Zo ook in de "Christian Science." Bij die religies uit het verre Oosten, die aan de beslommeringen van het leven willen ontsnappen, wordt het leven in het lichaam als een aanhangsel beschouwd van KARMA, eigenlijk een soort straf. En het lichaam wordt dan ook getuchtigd en gekastijd met het verheven doel alle verlangens en lusten te overwinnen. In de katholieke kloostertraditie en ook in vrome protestantse tradities vinden we eveneens een dergelijk streven, dikwijls aan Paulus toegeschreven. Het uit zich voornamelijk in de ascese. Augustinus en Calvijn waren aldus grootmeesters in het kleineren van het vlees.

In tegenstelling tot deze filosofieen, leert het mormonisme het volgende:

1. Wij zijn in de wereld gekomen om een lichaam te ontvangen en om het zuiver en rein aan God aan te bieden in het celestiale koninkrijk. De verdrukking in onze niet-belichaamde, voorsterfelijke staat kwam juist voort uit het niet-bezitten van een lichaam. "Alle wezens die een lichaam hebben, hebben macht over diegenen die er geen hebben" (1).

Zoals Joseph Smith het uitdrukte:"Het opzettelijke doel van God, toen hij de geest een tabernakel gaf, was om de geest tegen de macht der duisternis te wapenen" (2).
Elders leerde hij dat onbelichaamde intelligenties de kracht niet hebben om zich te verdedigen tegen hen die een tabernakel van vlees bezitten. Als geest is het een voorrecht in een lichaam te wonen, zelfs in een kreupel, gehandicapt of en ziek lichaam.

2. Het doel van het leven is niet boven het vlees uit te stijgen, doch om het te herscheppen. "Het grootse beginsel van geluk bestaat uit het bezitten van een lichaam."

3. Een volheid van vreugde is onmogelijk zonder de onscheidbare verbinding van lichaam en geest. "En wanneer ze gescheiden zijn, kan de mens geen volheid van vreugde ontvangen." (3).

4. Deze sterfelijke proeftijd moeten we trachten te verbeteren, want "een mens kan evenveel in een jaar doen tijdens dit leven als in tien jaar in de geestenwereld zonder lichaam" (4).

5. De sterke wil dit leven te ondergaan, zelfs in pijn, is door God in ons geplant zodat we aan het leven zouden vasthouden en zodoende de plannen van onze Schepper zouden kunnen volbrengen." Zo sprak Joseph Smith eens tot Wilford Woodruff (5).

6. Er is een grond van waarheid in de opmerking, "de goeden sterven jong," want, zo stelde Joseph Smith, "ze zijn te rein, te beminnelijk om op aarde te leven" (6). Over 't geheel genomen leerde Joseph Smith evenwel: "Het is droevig een kind te zien sterven, want het heeft het doel van zijn schepping niet vervuld en de overwinning op de dood niet behaald" (7). Deze kinderen zijn uiteraard onschuldig maar ze hebben aardse ervaringen gemist. Toch zullen ze nog in de gelegenheid worden gesteld in het vlees met ervaringen en tegenstellingen te kunnen afrekenen, al is het in de worsteling na het Millenium. Ze krijgen zeker een plaats in het celestiale koninkrijk, doch alleen wanneer ze aan de voorwaarden hebben voldaan.

7. De dood als scheidingsproces is een vijand. Het mag dan de geest betamen naar de dood te verlangen (wegens het ouder worden, ziekte, het verstrikt raken in zonde), doch we zullen de afwezigheid van de geest uit het lichaam als een vorm van 'gevangenschap" beschouwen. (8)

Selectieve tegenover Universele Onsterfelijkheid

Vele wereldgodsdiensten zijn de mening toegedaan dat de dood universeel is, doch dat de onsterfelijkheid uiterst selectief is, gereserveerd voor de elite, de uitverkorenen, de 144.000, de sterksten, de verlichte geesten, of wat dan ook.
Sommige godsdiensten ontkennen zelfs dat de mens een ziel heeft en sluiten zeker de dieren en de lagere levensvormen hiervan uit. Het herstelde evangelie zegt evenwel: Ieder wordt geboren om te sterven. En alle mensen zullen opstaan. Een ieder moet de onsterfelijkheid ingaan. De mens loopt geen gevaar uit te sterven.

Wat andere levensvormen betreft, leerde Joseph Smith: "Elk levend wezen dat verstandig genoeg is om weg te lopen als je het bedreigt neemt deel aan de opstanding."
Dit betekent niet alleen maar dieren, vissen en vogels; het betekent mieren, torren, (waarvan er niet minder dan negenduizend soorten bestaan) en muggen.
Joseph leert ons ook dat de Openbaring van Johannes over dieren in de hemel spreekt, niet alleen in de rijke symbolische termen, doch in letterlijke beschrijving: er zijn dieren in de hemel. Volgens Benjamin F. Johnson, zei Joseph Smith eens dat alle opgestane dierenrijken "zouden blijven onder de heerschappij en dus onder het beheer van hen, die met scheppingskracht bekleed worden door de macht van het eeuwige leven." Hij verwachtte, zei hij, zijn zwarte paard Joe Duncan en zijn getrouwe hond Major weer terug te zien.

De Verheerlijkte Aarde

Niet alleen is het leven dierbaar in dierlijke vorm, maar ook in de vorm van planten en mineralen. God heeft al het leven lief. De aarde zelf is organisch, en ergens leeft ook zij.
In de zin van een scheiding van lichaam en geest, zal ook de aarde uiteindelijk sterven. Bovendien zal zij onschuldig sterven. De aarde vervult op onberispelijke wijze het doel van haar schepping - ze gehoorzaamt aan de wetten van haar organisator, dus heel anders dan de opstandige mens. Al te dikwijls heeft de mens de aarde geexploiteerd inplaats van geheiligd, vervuild inplaats van verlost. In de zondvloed werd de aarde gedoopt door onderdompeling, evenzo zal zij gedoopt worden in de geest door vuur, hernieuwd tot haar paradijselijke staat, en verheerlijkt tot een schoonheid die alle beschrijving te boven gaat. (9)
Dan zal ze terugkeren tot haar positie in de kosmos vanwaar zij werd weggehaald na de val. Zij wordt "teruggerold in Gods tegenwoordigheid."
En alleen de rechtvaardigen zullen haar beerven.

De geschiedenis van Moeder Aarde weerspiegelt dus de geschiedenis van de geheiligde mensheid. Het is ook een model, een voorproef als het ware van talrijke andere werelden die wij zullen kunnen scheppen en tot overvloedig leven brengen.
Christus en en opgestane heiligen zullen op deze aarde regeren tijdens het duizendjarig rijk, maar niet voorgoed, want daarna zullen ze "komen en gaan, om de aarde te bezoeken en te besturen." naar wat Edward L. Stevenson Joseph hoorde zeggen. (10)
De verwantschap van het leven met het leven wordt dan compleet. Er zal dan geen behoefte zijn voor het fantasierijke voorstel dat een hemel voor muskieten gecombineerd zou kunnen worden met een hel voor de mens.
Neen, de hemel zal dezelfde zijn voor beiden.

Is de Mens in zijn Totaliteit Onsterfelijk?

Sommige wereldgodsdiensten beweren dat slechts een aspect of fragment of gave of vorm van de mens blijft voortleven. Voor Plato is dit de onsterfelijke ziel. Voor Aristoteles is het de NOUS of de rede. Voor de Boeddhisten is het de uiteindelijke aard van de verlichte BODHI in een onderscheidloos Nirvana. Voor Christian Science is het zuiver gemoed.

Volgens Joseph Smith is de mens onsterfelijk in zijn reele totaliteit: het verstand, de geest en het lichaam. De condities die we hier op aarde kennen zijn dus heel analoog met die van het hiernamaals. Er zijn echter ook kritieke verschillen. Het belangrijkste verschil tussen het huidige vergankelijke lichaam en de onkreukbare opstanding is wel het feit dat het verheerlijkte lichaam geen bloed heeft, doch een geestvloeistof. "Vlees en bloed kunnen daar niet binnengaan, doch vlees en beenderen bezield door de Geest van God wel". (11) Voor Joseph Smith wordt de verheerlijkte mens dan betrokken in eeuwige spiralen van zich ontplooiende activiteiten, beheerst door liefde - "alle hoogten en alle diepten." Bespiegelende, actieve en creatieve levensvormen zijn allen deel van het eeuwige leven, in hoge mate geintensiveerd tot de pracht en luister van celestiale vreugde.

De Belangrijkheid van de Proeftijd

Het denkbeeld van zielsverhuizing of opeenvolgende geboorten, zelfs in dierlijke gedaanten, werd door Josepgh Smith een "leer van de duivel" genoemd. (12)
Die leer is inderdaad foutief om drie redenen.

Ten eerste moeten alle mensen sterven en weer opstaan in hun eigen lichaam. Dat is de wet. Het laat geen enkele ruimte voor enige variatie, zij het in lichaamsverwisselen, het slapen van de ziel of totale vernietiging.

Ten tweede is er geen overgaan tot andere dierlijke geslachten. De mens kan geen kakkerlak worden of vice-versa; heilige koeien kunnen geen god worden. Ons lichaam, het lichaam dat we nu hebben, is in al zijn essentiele elementen voor eeuwig van ons. Onze beslissing een lichaam te ontvangen werd geheel vrijwillig genomen. Nu die beslissing eenmaal gemaakt is, kan er niet meer op worden teruggekomen. Uw lichaam is even permanent van u als u permanent u bent. Zelfs de zonen des verderfs krijgen een opstanding.

Ten derde is er slechts een sterfelijke proeftijd, en dat is van het allergrootste belang. Er zijn bepaalde trappen daarvoor en ook daarna en men kan in een spiraal terecht komen, doch nooit in herhaling en ook niet in een cirkel. De ernst, het risico en het geluk van het sterfelijke leven worden ondermijnd zodra men denkt dat er meer dergelijke proeftijden komen. Het is een valse troost wanneer men te horen krijgt, zoals de wenende weduwe bij de crematie van haar echtgenoot in India, "Huil maar niet, hij is hier al een miljoen keer doorheen gegaan." Fysisch zowel metafysisch is dat onmogelijk.

Dit betekent ook dat ontologische zelfmoord (d.w.z. zelfmoord van ons bestaan, het verlangen naar volkomen vernietiging) een dwaling en een begoocheling is. De positieve boodschap van het evangelie is: we moeten leren met onszelf te leven.

Het Gezin als Individu

Een groot gedeelte van de Joods-Christelijke theologie betwijfelt of ontkent de onsterfelijkheid van het individu: evenzo de wetenschappelijke materialisten. Het zelf wordt opgeslokt in een of ander kosmisch reservoir, even absoluut als in de "enorme totale dood van het zonnestelsel", zoals Bertrand Russell het voorstelt. Toch bieden sommige godsdienstige strekkingen de troostende gedachte van een "sociale onsterfelijkheid." Dit zou betekenen dat de mens in zijn nakroost als het ware gekopieerd wordt, of dat hij ten minste overleeft in de herinnering van zijn vrienden.

We hebben gezien dat Joseph Smith de eeuwige individuele identiteit in beide richtingen onderwijst. In dit verband is onze individuele onsterfelijkheid een gezinsaangelegenheid. Op die manier worden we of tesamen verhoogd of in 't geheel niet. Anderen zijn dus van kritiek belang voor de kwaliteit en de intensiteit van ons eeuwige leven. Man en vrouw worden "een vlees' in hun kinderen. En deze ouders zijn op hun beurt verbonden aan een ononderbroken keten van voorouders. Dit is een verheldering van het groot Israelitisch inzicht dat geheel Israel en uiteindelijk de gehele mensheid als een individueel geheel voor God zal staan. We kunnen de 'laatste vijand", namelijk de dood, niet overwinnen totdat we inzien dat onze voorouders "zonder ons en wij zonder hen niet volmaakt kunnen worden." Vandaar de onmisbaarheid van "verzegeling" in de hoogste en diepste zin. Er is een kern van waarheid in het oosterse begrip dat onze voorouders ons kunnen kwellen zowel als zegenen. De positieve waarheid is dat ze tot op zeker opzicht ons kunnen verlossen, evenals wij hen, en dat onze hoogste vervolmaking ten nauwste met die van hen is verweven.

We kunnen dit fundamentele punt wel eens over het hoofd zien, wanneer we zeggen dat de wederopstanding onvoorwaardelijk is, maar dat de verlossing van de zonden afhankelijk is van Christus. In feite is het zo dat de opstanding op zich onvermijdelijk is, doch de ware dimensie van de opstanding hangt niet alleen af van onze broeder Christus, maar van alle broeders oude en jong, de gehele familie van Christus. In geen enkele godsdienst staat dit thema van een gezinsgerichte eeuwigheid centraler en wordt het, door het tempelwerk, verder in de praktijk doorgevoerd.

Fatalisme en de Dood

Staat de tijd van de dood al van te voren vast? Er bestaan determinitische godsdiensten die hier ja op antwoorden. Onder de Griekse Stoicijnen was het onderworpen zijn aan de noodzaak van de dood , alsmede aan de tijd van de dood, het wezen van de wijsheid. Onder de Romeinen werd her Griekse idee van de MOIRA of het noodlot de troefkaart van menselijke moed: Shakespeare laat Julius Caesar zeggen dat hij geen vrees kent, omdat "de dood, een noodzakelijk einde, komt op zijn tijd."

In het oosten is er de KISMET (noodlot), een ontkenning bijna van het toeval of van willekeurige factoren in het proces van het leven en de dood. Men zegt dat een op vijf westerlingen op een andere manier in astrologie gelooft en bijgevolg meent dat de tijd van de dood door de sterren wordt bepaald. De man die de waarzegger vroeg waar hij zou sterven, riep uit, bij het horen van het antwoord: "Dan ga ik daar nooit heen!" Het is duidelijk: de Griekse tragedie en het moderne determinisme verkondigen dezelfde boodschap: we hebben eenvoudig geen keus.

Het mormonisme schaart zich niet onder de fatalisten. Toegegeven, de moderne openbaring spreekt over het "aangwezen zijn om te sterven" (13) en de profeet Joseph Smith kreeg in de gevangenis te Liberty de belofte: "Uw dagen zijn bekend, en uw jaren zullen niet worden verkort" (14). Vele heiligen der laatste dagen zijn ook van mening dat de bozen hun leven verkorten, terwijl de rechtvaardigen slechts worden weggenomen wanneer "hun tijd" komt.

Nochtans zijn deze beloften allemaal voorwaardelijk. Het leven kan verlengd worden door de vereende krachten van de gelovigen. De preciese belofte aan Joseph was dat als hij naar de stem van de Heilige geest zou luisteren, hij nog ongeveer vijf jaar te leven zou hebben. Het "indien" evenals de omschrijving van het tijdstip lieten ruimte voor zijn eigen initiatief. Beloften van bescherming, van het vervullen van een zending, van veiligheid aan de gelovigen, komen niet als een onafhankelijk, onafwendbaar fatalisme, maar als resultaat van een vrijwillige verbondsverhouding waarin de wil van de mens met die van God samenspeelt. Zolang men getrouw is, is het verbond geldig, anders niet.

Rouwgewoonten

De verdovende schok van de dood kan men op vele manieren proberen te verwerken. Onder de Joden was de eerste reactie van een SHIVA, een rouwperiode van zeven dagen. Men blijft dan thuis, temidden van sympathiserende vrienden. Dan komt de SLOSHIM: men vermijdt alle soorten van vermaak en volgt rituele gebeden. Voor ouders die een kind verloren hebben wordt dir gevolgd door een heel jaar in de rouw. Dergelijke praktijken bestaan eveneens in andere wereldgodsdiensten.

De heiligen der laatste dagen kennen geen bepaalde rouwgewoonten, noch hechten zij veel waarde aan het rouwen op zich, hoewel er wel een eenvoudige begrafenisdienst wordt gehouden. Moderne openbaring geeft de vermaning: "Gij zult het verlies van hen, die sterven, bewenen, vooral dat van hen, die geen hoop hebben op een heerlijke opstanding." En de belofte "Zij die in Mij sterven zullen de dood niet smaken, want deze zal hun zoet zijn" wordt tot hen die achterblijven gericht. (15)

Wanneer de dood volgt op de gezegende climax van een goed leven, is er zelfs geen merkbare pijn, doch wel het warme gevoel dat een hoogtepunt bereikt is, en soms zelfs de uiting van vreugde.

Ik heb vier jaar lang op een begraafplaats gewerkt en ben getuige geweest van begrafenissen, rituelen en gewoonten van ongeveer elke nationaliteit en van elke strekking. Ik kan u dit zeggen: de beste vergelijking met een mormoonse begrafenis is een zendingsvaarwel. Men neemt en bedroeft en vreugdevol afscheid van de gestorvene omdat hij naar een ander land op zending gaat. We hebben hier te maken met een groep mensen die elkaar liefhebben, niet met een harde uitdrukking op hun gezicht en stoicijns, niet leeg en verdoofd, doch uiterst gevoelig. Kennelijk is er droefenis, doch geen wanhoop. Er is warmte en belofte. We kunnen dir samenvatten met behulpvan de woorden van Wilford Woodruff (vierde president van de kerk) en in de vorm van een lijstje met situaties die anders onverklaarbaar zouden zijn.

Eerst President Woodruff:

"... Het is mijn wens dat mijn lichaam gewassen wordt en in schoon wit linnen gekleed, volgens de orde van het heilig priesterschap; dat het in een eenvoudige, behoorlijke doodskist wordt gelegd, van inheems hout gemaakt. Ik wil niet dat er enig zwart wordt gebruikt aan mijn kist of aan het voertuig dat mijn lichaam naar het graf vervoert. Ik wil niet dat mijn familie of mijn vrienden tekenen van rouw dragen, noch op mijn begrafenis, noch daarna, want, indien ik getrouw blijf tot de dood, is er geen enkele noodzaak om te rouwen... Indien de wetten en gebruiken van de geestenwereld dit toelaten, zou ik graag mijn begrafenis willen bijwonen, maar ik zal me richten naar de raad die ik in de geestenwereld ontvang" (16).

Nu de lijst met enkele kenmerkende situaties:

- De oude moeder die vrolijk haar eigen witte begrafeniskleren naait.

- De welbekende spreker die zijn eigen begrafenistoespraak op de band zet en die doet sprankelen met de liefde voor het leven.

- Een persoon, bij wie de dood nadert, als hemelse postbode benoemen om boodschappen aan geliefden door te geven. "Doe mijn moeder de groeten," of "Zeg tegen Tante Marie dat alles goed gaat met ons." Hier zien we een volkomen afwezigheid van angst voor de dood. Heiligen der laatste dagen kunnen er vertrouwelijk over spreken.

- Humor die niet luguber is of gedwongen, wanneer een man, die bij bewustzijn komt na een apoplexie, met zijn ene goede oog kan knipogen en tot zijn familie, die bezorgd om zijn bed staat, kan zeggen: "Heb ik jullie daar even te pakken!"

- Het zich tot de overledene richten, alsof hij of zij aanwezig is bij de begrafenistoespraak of aan het graf.

- De glimlach die zo dikwijls bij de gelovigen gevonden wordt, alsof de laatste sterfelijke gelaatsuitdrukking een geliefde herkende die hem wenkte.

- Het gevoel van een opdracht vervuld te hebben: het tegemoet zien van de dood is de prijs die men betaalt voor de weg naar Christus.

- De muziek die helemaal niet lijkt op een sombere lijkzang, maar haast vrolijk hoop en voldoening uitdrukt: "Ja, ik zal, ja, ik zal u daar ontmoeten...!"

De grol van een J. Golden Kimball (algemene autoriteit uit het begin van deze eeuw, bekend om zijn grappige en krachtige uitspraken): "Ik verlang ernaar te sterven om te zien of al dat gedoe dat we prediken nu allemaal wel waar is," samen met de nuchtere getuigenis: "Wanneer ik mijn Vader ontmoet, weet ik dat Hij me zal begrijpen en dat konden jullie niet."

Heilige Grond

Is een begraafplaats heilige grond? Bij vele godsdiensten is dit het geval. Op het betreden van een Indiaanse begraafplaats staat de doodstraf.Denk ook aan de buitensporige luxe van de gemummificeerde farao's, de rijke kunstvoorwerpen, en de bescherming van de pyramiden in een poging de heiligschennis van grafplunderaars te voorkomen. Bij vele kerken functioneerde eeuwenlang het recht op een kerkhof begraven te worden als een geestelijk teken van goedkeuren; wie werd geweigerd werd in feite posthuum geexcommuniceerd.

Het herstelde evangelie van Jezus Christus bevestigt en ontkent tegelijkertijd deze tradities. Aan de ene kant worden pracht en praal volledig geweerd: elke mormoonse begrafenis is identiek in zijn eenvoud en in zijn verloop - een openingsgebed, enkele lofzangen en enkele toespraken, een slotgebed. Elk graf is uiterst eenvoudig: een steen en een opschrift.

Aan de andere kant wordt wel belang gehecht aan de plaats als zodanig, maar zuiver affectief en toekomstgericht. Joseph Smith prees het verlangen van de Joseph van het Oude Testament om zijn beenderen terug te laten brengen naar het familiegraf te Sechem. Voordat Joseph Smith de gevaarlijke mars van "Zion's Camp" ondernam, gaf hij Brigham Young de opdracht, indien hij kwam te overlijden, zijn lichaam terug te brengen naar Kirtland. "Ik gelast je dit te doen in de naam van de God van Israel." Toen Joseph vernam dat de zendeling Lorenzo Barnes op vreemde grond werd begraven, sprak hij breedvoerig over dit thema. In 1844, het jaar van zijn marteldood, vertelde hij zijn trouwe vrienden Alpheus Cutler en Reynolds Cahoon dat hij bij zijn vader in een graf te Nauvoo begraven wilde worden, tenzij zijn vijanden beslag zouden leggen op zijn lichaam zoals zij hadden gedreigd. Eenzelfde verzoek richtte hij tot Emma. John Taylor herinnert zich zijn redenen hiervoor:

"Ik hoorde Joseph Smith zeggen, toen hij een grafsteen liet maken in Nauvoo, dat hij verwachtte, als het zover was, dat het graf zou worden opnegereten, dat hij zou opstaan en zijn vader en moeder omarmen en zijn vrienden de hand schudden. Hij had een verzoek geschreven dat goede vrienden erop zouden toezien dat hij bij zijn gezin zou worden begraven, zodat wanneer hij en zij zouden opstaan op de morgen van de eerste opstanding, hij ze zou kunnen omarmen met de woorden: Vader, Moeder! (17).

Besluit

Men zou uit dit alles kunnen concluderen dat voor de heiligen der laatste dagen de dood een illusie is. Een grotere fout kan men niet begaan. Het sterven is immers niet alleen maar het stellen van een grens waarachter het lichaam zich tijdelijk oplost. Neen: terwijl we ons in dat lichaam bevinden, kunnen we zozeer het gif van de zonde indrinken dat we nu reeds min of meer een permanente doodslag moeten incasseren, Een sleutel om alle verordeningen van het evangelie te begrijpen, beginend bij het watergraf en de wedergeboorte van de doop, en culminerend in de verzegelingen van de tempel, is dat al deze verordeningen instrumenten zijn om de dood van het lichaam en de dood in het lichaam te overwinnen.

In de mormoonse theologie is de tegenstander de aarts-vernietiger: zijn duivelse doel is de vleugels van het leven te kortwieken. Voor zover hij de intensiteit van ons leven ka verminderen, wint hij. Het is een tragische dwaling te veronderstellen dat zijn winnen slechts tijdelijk is. Een derde van de hemelschare won hij al voor zich omdat ze een belichaming verwierpen.Nu zijn zij in een eeuwige dood geworpen. Hij is op zelfs nog grotere schaal met de gehele mensheid in een strijd op leven en dood, in de letterlijke zin, gewikkeld.

De Nephietische profeet Jakob bidt: "Moge God u door de kracht der opstanding uit de doden opwekken en tevens uit de eindeloze dood door de kracht der verzoening, opdat gij in het eeuwige koninkrijk Gods moogt worden ontvangen en Hem, dank zij Zijn goddelijke genade, moogt loven. Amen" (18).

 

voetnoten

(1) Uit William Clayton, MS 188, Brigham Young University, Special Collection, p. 8.
(2) Zie het notulenboek van William P.McIntyre, 8 januari 1840 - 20 april 1845, MSC 1014, Historical Department of the Church, Salt lake City, Utah.
(3) Leer en Verbonden 93:34.
(4) Zie Oliver B. Huntington in They knew the prophet (Salt Lake City: Bookcraft, 1974), p. 61.
(5) Zie het dagboek van Charles L. Walker, augustus 1877, BYU Special Collections,p. 576.
(6) Joseph Smith, Teachings of the Prohet Joseph Smith (Salt Lake City: Deseret Book Co., 1938), p. 196.
(7) Zie Early History of Provo, 1849-1872, Bisschopsvergaderingen van de Utah Stake, 17 juli 1868.
(8) Leer en Verbonden 45:17.
(9) Leer en verbonden 84:25-26.
(10) Edward L. Stevenson, Life of Edward L.Stevenson, BYU Special Collections, p. 104.
(11) Joseph Smith, Teachings, p. 326.
(12) Ibid., p. 104-105.
(13) Leer en Verbonden 42:48.
(14) Leer en Verbonden 122:9.
(15) Leer en Verbonden 42:46.
(16) Mathias Cowley, Wilford Woodruff, Deseret News, 1909, p. 622.
(17) John Taylor, Gospel Kingdom (Salt Lake City: Bookcraft, 1943), p. 23.
(18) 2 Nephi 10:25.