Mormonisme en Vakbonden
In West-Europa is het bestaan van vakbonden
en de rol van de vakbeweging een vanzelfsprekende zaak. In andere geindustrialiseerde
landen, zoals bijv. in de Verenigde Staten, is haar positie echter veel
zwakker, en in de meeste ontwikkelingslanden is de situatie nog veel
zorgwekkender. In een tijdperk van globalisering en vrije-handelsovereenkomsten
wordt echter steeds duidelijker dat arbeiders en hun gezinnen overal
ter wereld worden uitgebuit, en vaak niet in hun basisbehoeften kunnen
voorzien.
Profeten doen 'n beroep op ouders de verantwoordelijkheid voor hun
kinderen ten volle te nemen, en niet in 'n situatie te belanden waar
beide ouders buitenhuis werken met alle gevolgen van dien voor hun kinderen.
Veel bedrijven echter zoeken hun heil in ontwikkelingslanden, niet 'gehinderd'
door sociale wetgeving waardoor ouders gedwongen worden om beide voltijds
te werken voor zeer lage lonen.
Onze standaardwerken getuigen van God's zorg voor de armen, zorg ook
voor het gezin, en voor de gemeenschap in haar geheel. Het Mormonisme
is een praktisch geloof en heiligen der laatste dagen zijn historisch
gezien dan ook begaan met zowel het geestelijke als het materiele welzijn
van de mens.
God bekommert zich om de armen
Als heiligen der laatste dagen geloven we dat (draag) krachtige gezinnen
essentieel zijn voor de stabiliteit van het individu en van de maatschappij.
"Het Gezin: Een Proclamatie aan de Wereld" wijst er op dat
in Het Plan van Zaligheid van de Schepper, het gezin een centrale positie
inneemt.
Minder draagkrachtige gezinnen worden sneller geconfronteerd met allerlei
problemen die hun functioneren belemmeren: echtscheiding, verslaving,
emotionele en lichamelijke mishandeling, enz.
De standaardwerken veroordelen op niet mis te verstane wijze degenen
die zich niet om de armen en behoeftigen bekommeren.
Ja, wilt gij doorgaan met de armen en de behoeftigen uw rug toe
te keren en uw goederen aan hen blijven onthouden?
En ten slotte, gij allen, die in uw goddeloosheid wilt volharden, ik
zeg u, dat dezen degenen zijn, die zullen worden omgehouwen en in het
vuur geworpen, tenzij zij zich spoedig bekeren. (Alma
5: 55-56)
Ziet, ik spreek tot u, alsof gij aanwezig waart, hoewel gij het niet
zijt. Maar ziet, Jezus Christus heeft u aan mij getoond, en ik weet
uw handelingen.
En ik weet, dat gij in de hoogmoed van uw hart wandelt; en er is niemand,
slechts enkelen uitgezonderd, die zich niet in de hoogmoed van zijn
hart verheft, en geen zeer fijne kleding draagt, en niet afgunstig is,
niet twist, haat en vervolgt, en niet allerlei ongerechtigheden bedrijft;
en uw kerken zijn zonder uitzondering alle ontheiligd door de hoogmoed
van uw hart.
Want ziet, gij houdt meer van uw geld en van uw bezittingen, van uw
sierlijke kleding en van de versiering van uw kerken, dan van de arme
en de behoeftige, en van de zieke en de lijdende.
O, gij heiligschenners, gij huichelaars, gij leraars, die uzelf verkoopt
voor hetgeen zal verteren, waarom hebt gij de heilige kerk van God ontheiligd?
Waarom schaamt gij u de naam van Christus op u te nemen? Waarom denkt
gij er niet aan, dat de waarde van oneindige gelukzaligheid groter is
dan die ellende, die nimmer sterft - wegens de lof der wereld?
Waarom versiert gij uzelf met hetgeen geen leven heeft, en laat gij
toch de hongerigen, de behoeftigen, de naakten, de zieken en de lijdenden
aan u voorbijgaan, zonder hen op te merken? (Mormon
8:35-39)
Daarom, indien iemand van de overvloed zal nemen, die Ik heb bereid,
en niet, overeenkomstig de wet van Mijn evangelie, van zijn deel aan
de armen en behoeftigen geeft, zal hij met de goddelozen zijn ogen in
de hel opslaan, en zich in kwelling bevinden. (Leer
en Verbonden 104:18)
In de schriften is zorg voor de armen niet
slechts 'n kwestie van liefdadigheid, maar vooral 'n kwestie van
rechtvaardigheid.
In het Boek van Mormon wijst Koning Benjamin er op dat in feite
niets dat we bezitten van ons is, doch werd gegeven als 'n rentmeesterschap
dat dient te worden aangewend t.b.v. de medemens.
En ook zult gij hun, die uw bijstand nodig hebben, zelf steun verlenen;
gij zult hun, die van node hebben, van uw goed geven; en gij zult de
bedelaar niet tevergeefs laten smeken, en hem niet wegzenden, zodat
hij omkomt.
Misschien zult gij zeggen: De man heeft zichzelf zijn ellende berokkend;
daarom zal ik mijn hand terughouden en hem niet van mijn voedsel geven,
noch hem mijn goed mededelen, zodat hij niet zou lijden; want zijn straffen
zijn rechtvaardig -
Maar ik zeg u: O, mens, wie dit doet, heeft grote reden om zich te bekeren,
en tenzij hij zich bekeert van hetgeen hij heeft misdaan, zal hij voor
eeuwig omkomen en geen deel aan het koninkrijk van God hebben.
Want ziet, zijn wij niet allen bedelaars? Zijn wij niet allen afhankelijk
van hetzelfde Wezen, namelijk God, voor alles, wat wij hebben, zowel
voor voedsel als kleding, voor goud en zilver en voor alle rijkdommen
van ieder aard, die wij bezitten?
(Mosiah 4:16-19)
De mormoonse wetenschapper Hugh
Nibley schreef uitvoerig over de betekenis van de schriften als
het gaat om rechtvaardigheid t.o.v. de armen. Volgens Dr. Nibley houdt
rechtvaardigheid in God's ogen in, dat 'n ieder recht heeft op 'n menswaardig
bestaan. De Heer gebood ons daarom de minderbedeelden indachtig te zijn,
inclusief de weduwen en de wezen, schuldenaren, vreemdelingen, en arbeiders.
En Ik zal tot ulieden ten oordeel naderen; en Ik zal een snel
Getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen degenen,
die valselijk zweren, en tegen degenen, die het loon des dagloners met
geweld inhouden, die de weduwe, en den wees, en den vreemdeling het
recht verkeren, en Mij niet vrezen, zegt de HEERE der heirscharen. (Maleachi
3:5) (zie ook: 3 Nephi 24:5)
Heiligen der Laatste Dagen en de vakbeweging
Openbaringen ontvangen door Joseph Smith vermaanden de heiligen:
Want indien gij niet gelijk zijt in aardse dingen, kunt gij niet
gelijk zijn in het verkrijgen van hemelse dingen.
(Leer en Verbonden: 78:6) ( zie ook: L&V 49:20; 51:9; 70:14)
In de eerste mormoonse gemeenschappen, deelden gezinnen hun eigendommen
met andere gezinnen en ontvingen in ruil slechts datgene terug wat nodig
was om in de eerste levenbehoefte te kunnen voorzien. Overmatig inkomen,
eigendommen, en levensmiddelen, werden onder gemeenschappelijk beheer
geplaatst, en vervolgens aangewend t.b.v. de armen. Het was te wijten
aan moeilijkheden binnen de geloofsgemeenschap en conflicten met de
omgeving, dat aan deze levenswijze een eind kwam, doch begrippen als
rentmeesterschap,verbondenheid, en gelijkheid, bleven bestaan onder
de heiligen der laatste dagen.
Een andere manier waarop men streefde naar meer economische gelijkheid
was het stichten van gilden en vakverenigingen.
Middels openbaring aan Joseph Smith, werden mormoonse arbeiders opgedragen
'zich te organiseren' teneinde een gemeenschapshuis te bouwen. (L&V
124:62-63)
Te Nauvoo stemde Joseph Smith in met een cooperatief van spinners
en consumenten om in werkgelegenheid te voorzien en om de prijs van
goederen laag te houden.
(Davies, Deseret's Sons 33)
Later was er in de begindagen van Utah de zgn. 'Typografische Vereniging
van Deseret', om deugdzaam gedrag onder de arbeiders te bevorderen,
te bemiddelen tussen werknemer en werkgever, en om nijverheid te bevorderen.
Dit was de eerste vakbeweging in Utah, met als leden o.a. William W.
Phelps, Orson Pratt, George Q. Cannon, en Wilford Woodruff, die later
profeet zou worden. Ter gelegenheid van de oprichtingsvergadering in
1852, sprak Brigham Young een gebed uit.
(Davies, Deseret's Sons 37-38; "Utah Labor"
204)
Kerkleiders waren soms bezorgd over de doelstellingen en werkwijze van
vakbonden van buitenaf, doch onderstreepten het belang van 'vereniging',
teneinde zowel redelijk loon als werkomstandigheden te verkrijgen.
"Er is geen enkel bezwaar tegen 'n krachtig en aanhoudend streven
voor het recht der arbeiders", zo verklaarde President Joseph F.
Smith uitdrukkelijk, "als het een eerlijk streven is en het binnen
de grenzen van het redelijke blijft." (415)
Soortgelijke uitspraken zouden later gedaan worden door zowel President
Heber J. Grant als President David O.McKay.
J. Reuben Clark, raadgever in het Eerste Presidentschap, over de vaak
onrechtvaardige behandeling van arbeiders: "Ik heb me nimmer kunnen
verenigen met de wapens van het kapitaal: zwarte lijsten, buitensluiting,
maximalisering van de winst en minimale lonen, hongerlonen zelfs. Maar
al te vaak werden arbeiders op die manier behandeld, en we moeten er
voor zorgen dat 'n dergelijke onrechtvaardigheid niet wordt herhaald."
(Tullis 241)
Vakbonden speelden een belangrijke rol om dergelijke onrechtvaardige
toestanden te voorkomen. Vakbonden zorgden voor
behoorlijk loon en veilige werkomstandigheden voor o.a. mijnwerkers
en spoorarbeiders in Utah. Al meer dan 150 jaar heeft de vakbeweging
er toe bijgedragen levensomstandigheden in zowel gezinnen als in de
maatschappij te verbeteren.
Het belang van vakbonden
President Gordon B. Hinckley: "Ik
denk niet dat de Heer zijn volk wil zien veroordeeld tot armoede."
(53)
Er zijn 'n aantal factoren die armoede
in de hand werken, maar de voornaamste oorzaak is, om met Howard W.
Hunter te spreken: gebrek aan 'volwaardige arbeidsplaatsen', d.w.z.
werk dat "genoeg inkomen verschaft om gezinnnen te ondersteunen
die zichzelf kunnnen bedruipen." (122)
Maar al te vaak moeten ouders in behoeftige gezinnen langdurig
en minderwaardig werk verrichten om in hun levensonderhoud te kunnen
voorzien. In 'n dergelijke situatie kunnen ouders onvoldoende aandacht
aan hun kinderen besteden - of aan elkaar. Duidelijk is dat dit alles
noch aan hun materiele, noch aan hun geestelijk welzijn ten goede komt.
Op haar beurt heeft dit een negatieve weerslag op de samenleving. Het
verkrijgen van een volwaardige arbeidsplaats vormt de oplossing bij
armoede, en het is dit beginsel dat heiligen der laatste dagen hanteren
bij het bestrijden van armoede. Als voorbeeld: het onlangs opgerichte
'Perpetual Education Fund' ( 'n studiefonds voor ontwikkelingslanden)
financiert de studies van teruggekeerde zendelingen in ontwikkelingslanden,
opdat zij op die wijze werk kunnen vinden dat in voldoende mate hun
gezinnen ondersteunt. Het oprichten van 'n vakbond, en 'n lidmaatschap
ervan, is een van de meest effectieve manieren voor arbeiders om zich
te verzekeren van volwaardig en veilig werk. Vakbonden kunnen bemiddelen
t.b.v. betere lonen en werkomstandigheden, alsmede t.b.v. secundaire
arbeidsvoorwaarden, als 'n eerste stap om armoede te bestrijden. De
navolgende uitspraak van B.H. Roberts (Algemene Conferentie 1903) heeft
ook na meer dan 100 jaar nog niets aan waarde ingeboet:
"Teneinde redelijk loon voor hun arbeid te kunnen ontvangen, voelde
men zich genoodzaakt zich aldus te beschermen... Ondanks bepaalde uitwassen,
en hoezeer deze ook te betreuren zijn, is de vakbeweging een absolute
noodzaak gebleken voor het werkende volk." (97)
Vakbonden zijn, zoals alle maatschappelijke instellingen, niet volmaakt,
maar zijn desalniettemin heel belangrijk om onrechtvaardigheid op de
werkvloer aan de kaak te stellen, en aldus levensomstandigheden in gezin
en samenleving te verbeteren.
Vakbonden kunnen een belangrijk hulpmiddel zijn om "het welzijn
der armen en behoeftigen te bepleiten." (L&V
124:7)
"als de AFL-CIO vakbondsvertegenwoordiger voor de regio Utah,
ben ik in de gelegenheid aan zowel kerkelijke als vakbondsverplichtingen
te voldoen. Ik vertegenwoordig werknemers met persoonlijke, financiele
en gezondheidsproblemen.
Humanitaire zorg is traditioneel 'n belangrijke rol die de vakbond vervult.
" En ziet, ik vertel u deze dingen, opdat gij wijsheid moogt leren,
en moogt weten, dat, wanneer gij in de dienst van uw naaste zijt, gij
louter in de dienst van uw God zijt."(Mosiah 2:17)
Vanuit zowel de vakbondsgemeenschap als kerkelijk lidmaatschap, heb
ik me tot dienstverlening verplicht. - Michael Lester
Door het gehele land komen vakbonden en geloofsgemeenschappen samen
op voor het verbeteren van levensomstandigheden, thuis en op de werkvloer.
Men zegt wel eens dat 'n samenleving moet worden beoordeeld naar de
mate waarop ze haar minst krachtige leden tegemoet treedt, niet naar
de mate waarop ze haar meest prominente leden behandelt.
Onze verplichtingen als heiligen der laatste dagen t.o.v. het gezin
en de maatschappij, vinden hun oorsprong in de schriften en in een historisch
streven naar vereniging en ondersteuning van zowel arbeiders als behoeftigen.
Het is vanuit die visie dat we als heiligen der laatste dagen naar samenwerking
streven met de vakbeweging om samen een rechtvaardige en gelijkwaardige
maatschappij op te bouwen.
Bronnen:
Davies, J. Kenneth. Deseret's Sons of Toil. Salt Lake City: Olympus
Publishing, 1977.
---. "Utah Labor Before Statehood." Utah Historical Quarterly
34 (Summer 1966): 202-217.
Hinckley, Gordon B. "The Perpetual Education Fund." Ensign
(May 2001): 51-53.
Hunter, Howard W. "Prepare for Honorable Employment." Ensign
(Nov. 1975): 122-124.
Nibley, Hugh. Approaching Zion. Ed. Don E. Norton. Salt Lake City &
Provo: Deseret Book, FARMS, 1989.
Roberts, B. H. Conference Report (Apr. 1903): 97.
Smith, Joseph F. Gospel Doctrine. Comp. John A. Widtsoe. Salt Lake City:
Deseret Book, 1939.
Tullis, Lamond. "Mormonism and Revolution in Latin America."
BYU Studies 16 (Winter 1976): 235-249.
uit: "Latter-day Saints and Workers"
(MESJ-AFL CIO)
September 2006 - vertaling R.Poort