Mitt Romney: een Mormoons Presidentskandidaat?
William Van Wagenen
We naderen de 2008 presidentsverkiezingen en er is een Mormoons kandidaat.
Het lijkt erop dat Mitt Romney, alhoewel 'n outsider, een kans heeft
om tot Amerikaans president te worden gekozen. Dat Romney misschien
tot president zal worden gekozen lijkt een aantrekkelijke gedachte voor
heel wat Mormonen, na een tijdperk van vervolging en vooroordeel in
de lange anti-Mormoonse geschiedenis. De vervolging is tegenwoordig
niet meer van gewelddadige aard, maar er is in de Amerikaanse samenleving
nog heel wat verbaal geweld jegens hen te bespeuren. De verkiezing van
een Mormoons president zou voor de Mormoonse kerk het aanbreken van
een nieuw tijdperk betekenen en haar een plaats doen verzekeren in de
Amerikaanse 'mainstream'.
De mogelijkheid dat een Mormoon de machtigste man ter wereld gaat worden,
leider van de machtigste ekonomie en haar allesoverheersende militaire
apparaat, schept ook de mogelijkheid dat een Mormoons president de waarden
zou kunnen uitdragen zoals deze worden verwoord in de Mormoonse schriftuur:
zorg voor armen en behoeftigen, naastenliefde voor vriend en vijand,
het verwerpen van oorlog. Dat laatste, het verwerpen van oorlog, lijkt
zeker van belang in het licht van recentelijke uitspraken van de president
van de Mormoonse kerk, Gordon B. Hinckley: "Ik haat oorlog en haar
hele aanstootgevende circus. ... Het is een levend, grimmig getuigenis
dat Satan, de vijand van God, de vader van alle leugen, leeft. Oorlog
is de hoofdoorzaak van menselijk lijden op deze aarde, de vernietiger
van het leven, de aanzetter tot haat, de verspiller van aardse schatten.
Het is de kostbaarste fout die de mens begaat, zijn meest tragische
misstap."
Als we Mitt Romney's visie op het buitenlands beleid echter onder de
loep nemen, vinden we daarin weinig terug van die meest elementaire
Mormoonse waarden.
In sterk contrast met Gordon B. Hinckley's afkeer van oorlog vormt de
kern van Romney's buitenlands beleid daarentegen: een toename van Amerikaans
militairisme en haar oorlogsinspanning. Romney is dan vooral ook voorstander
van een drastische verhoging van de Amerikaanse defensiebegroting, escalatie
van de oorlog in Irak, een verder optreden tegen transnationale Islamitische
militanten, en het treffen van voorbereidingen voor een militaire aanval
op Iran.
Een uitspraak van Romney in de juli/aug. 2007 editie van het conservatieve
blad Foreign Affairs: "Terwijl we oorlog voeren in Irak
en Afghanistan, is het niveau van Amerikaanse troepenaantallen en de
defensiebegroting procentueel gezien lager dan ooit sinds de Tweede
Wereldoorlog", er nostalgisch aan toe voegend: " De Verenigde
Staten getrooste zich enorme offers, investeerde een derde van haar
ekonomische activiteit t.b.v. de Tweede Wereldoorlog."
Met zijn voorliefde voor oorlog ziet Romney de Vietnam-oorlog dan ook
niet als een tragedie, in tegenstelling tot zijn vader George Romney,
een conflict waarbij de Verenigde Staten een nietig agrarisch landje
genadeloos bombardeerde, waarbij drie miljoen Vietnamezen om het leven
kwamen. In plaats daarvan is de enige les die Romney van die schandelijke
periode in de geschiedenis heeft geleerd, dat de VS haar militaire mogelijkheden
na de oorlog niet had moeten verminderen, terwijl hij bovendien voormalig
president Clinton verwijt in de defensiebegroting gesnoeid te hebben
na de val van de Soviet Unie: "Tot tweemaal toe in de laatste decennia,
na het eind van de Amerikaanse militaire betrokkenheid in Vietnam en
tegen het einde van de Koude Oorlog in jaren negentig, waren de VS op
gevaarlijk wijze onvoorbereid."
Romney benadrukt daarom dat "We allereerst ons aandeel in de nationale
defensiebegroting moeten verhogen" met 30 tot 40 biljoen dollar
per jaar om 's werelds absoluut machtigste militaire apparaat verder
te uit te bouwen. Een dergelijke verhoging zou een aanvulling betekenen
van het huidige jaarlijkse defensiebudget van het Pentagon van 439 biljoen
dollar, alsmede de 9,8 biljoen dollar die maandelijks wordt uitgegeven
om de oorlogen in Irak en Afghanistan te financieren, die tot nu toe
zo'n 450 biljoen dollar hebben gekost.
Volgens Romney zijn dergelijke uitgaven noodzakelijk om het hoofd te
bieden aan wat hij beschouwd als aantastingen van de nationale veiligheid
van de VS, m.a.w. aantasting van Amerikaanse toegankelijkheid tot energiebronnen
door uiteenlopende olie-producerende regio in de wereld, inclusief Irak,
Venezuela, en Iran. De oorlog in Irak moet worden voortgezet omdat een
Amerikaanse terugtrekking "ernstige risico's met zich zou meebrengen
voor de VS en voor de wereld. De mogelijkheid bestaat dat Iran het Shiitische
zuiden zou veroveren, Al-Qaeda het Soenietische westen en Koerdische
nationalisten de grens met Turkije zouden destabiliseren.
Romney legt niet uit waarom controle van Iran over het zuiden van Irak
"een ernstige bedreiging voor de VS en de wereld" zou betekenen,
maar de redenen voor de Amerikaanse bezwaren zijn algemeen bekend. Het
is zeker waar dat bij een Amerikaanse terugtrekking het zuiden van Irak
onder grote Iraanse invloed zou komen , (dat is in feite al het geval
ondanks de huidige Amerikaanse bezetting) , maar dat zou een veel natuurlijker
gang van zaken zijn dan de huidige controle over de regio door de VS,
i.v.m. de nauwe culturele, religieuze, en ekonomische banden tussen
de Shiieten van zuidelijk Irak en de Shiieten in Iran, en ook i.v.m.
de algemene antipathie voor de Verenigde Staten onder de Shiieten in
Irak .
Het probleem met het Shiietische zuiden van Irak, onder evt. toekomstige
controle van Iran, komt vanuit Amerikaans oogpunt niet voort uit zorg
voor de mensen die er wonen, maar heeft te maken met de vrees dat een
Iraans regime, al olie-rijk in eigen land, bovendien controle zou verkrijgen
over het grote aantal olliebronnen in Irak, die qua omvang de tweede
of derde plaats van oliereserves in de wereld vertegenwoordigen. Dit
betekent een strategisch gevaar voor de VS m.b.t. de energiebronnen
in de regio, met de dreiging van een oliecrisis zoals in het verleden,
hetgeen Romney van groot belang acht.
Teneinde zich van de oliestroom van het Irakeese volk te verzekeren,
staat Romney verdere escalatie van het conflict voor, dat momenteel
per jaar zo'n 34.000 Irakezen het leven kost. Om dit te bereiken zonden
de VS een aanvullende legermacht van 100.000 man naar Irak om er het
grootscheepse verzet tegen de Amerikaanse militaire aanwezigheid het
hoofd te bieden, verzet van zowel inheemse Shiietische militia's als
van plaatselijke opstandige Soenitische groepen.
Het voeren van een aanvallende oorlog met als doel controle over buitenlandse
energiebronnen, is tegenstrijdig met de leringen van het Boek van Mormon,
waarin het volk van Nephi werd vermaand "nimmer het zwaard op te
nemen, tenzij het tegen een vijand was en tenzij uit zelfverdediging".
(Alma 48:14)
Het artikel van Romney in Foreign Affairs besteedt ook uitgebreid
aandacht aan de dreiging van militante Islamitische groeperingen. Romney:
"Veel mensen begrijpen nog steeds niet hoe groot het gevaar is
van een radikaal Islam, in het bijzonder van de zijde van extremisten
die een gewelddadige Jihad tegen de VS en de universele waarden die
zij vertegenwoordigt, willen ontketenen." Wat Romney betreft is
het gevaar van dergelijke extremisten "net zo groot" als destijds
van Hitler en Stalin. De bewering dat de 'terroristen" ons haten
voor onze "waarden" is echter achterhaald, maar getuigt wel
van Romney's uitzonderlijke onwetendheid over zowel de Islam als over
de Amerikaanse geschiedenis van mitilaire interventie in het Midden
Oosten. Als Romney echt bezorgd zou zijn over de dreiging van militante
Islamitische groeperingen, dan zou hij aandacht besteed hebben aan voorspellingen
van de CIA dat een invasie in Irak de dreiging van terroristische "Jihad"-aanvallen
zou doen toenemen, of aandacht hebben besteed aan een Nationaal Inlichtingen
Rapport uit 2006 dat e.e.a. zo'n drie jaar na de eerste Amerikaanse
aanval nog eens bevestigde. Mark Mazetti van de New York Times rapporteert
dat dit rapport na gesprekken met vertegenwoordigers van de inlichtingendienst
"de eenstemmige mening vertolkt van zestien afzonderlijke inlichtingendiensten
van de Amerikaanse overheid" en dat het rapport aangeeft dat "de
Amerikaanse invasie en bezetting van Irak heeft bijgedragen aan het
kweken van een hele nieuwe generatie van Islamitisch radicalisme en
dat de dreiging van terroristische aanslagen na 11 september is toegenomen."
Bovendien "geven eerdere rapporten aan dat de werkwijze van de
Amerikaanse regering de Jihad-beweging zou aanmoedigen; zoals het voor
onbepaalde tijd vastzetten van gevangenen in Guantanamo Bay en het misbruik
dat aan het licht kwam in de Abu Graib gevangenis." Romney had
kunnen aandringen op een Amerikaanse terugtrekking uit Irak, alsmede
sluiting van de Amerikaanse gevangenis in Guantanamo teneinde de dreiging
van terreur terug te dringen. In plaats daarvan is Romney voorstander
van verdere uitbreiding van de Amerikaanse aanwezigheid in Irak en is
bovendien van mening dat de plannen van pres. Bush om Guantanamo na
verloop van tijd te sluiten "niet de weg is die moet worden bewandeld."
"Volgens mij", zo legt Romney uit in een onlangs gehouden
debat, "moeten we Guantanamo verdubbelen."
Naast het verdedigen vaneen escalatie van de oorlog in Irak, met de
te verwachten toename van terrorisme, heeft Romney ook aanhoudelijk
aangedrongen op het beginnen van een oorlog tegen Iran i.v.m. haar pogingen
om kernenergie op te wekken, waartoe zij, volgens het verdrag van 'nuclear
non-proliferation' dat zij ondertekende, gerechtigd is. Het gebruik
van kernenergie door Iran werd meer dan dertig jaar geleden aangeduid
door de toenmalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Henry
Kissinger, toen de VS behulpzaam was bij de ontwikkeling van kernenergie
programma's voor Iran. Het "introduceren van kernenergie zal de
economische groei van Iran zeker ten goede komen en de aldus ongebruikte
olie-reserves zullen kunnen worden aangewend t.b.v. uitvoer of t.b.v.
de verwerking ervan tot petrochemische produkten.
Romney is echter van mening dat Iran's enige motief om kernwapens te
verkrijgen de mogelijkheid is om volkerenmoord op de staat Israel te
plegen. In een interview met ABC-News werd hij gevraagd of hij gewapend
ingrijpen tegen Iran zou overwegen om te voorkomen dat deze kernwapens
zou gaan produceren (en Iran's kernenergie-programma zou daarop wijzen).
Romney's antwoord: "Welnu, niet niet direkt. Maar gewapend ingrijpen
zal natuurlijk een mogelijkheid moeten blijven. Alle presidentskandidaten
zullen u hopelijk zeggen dat militair ingrijpen altijd mogelijk zal
moeten zijn in het geval van een natie die tot genocide geneigd is,
en in zekere opzichten zelfs tot zelfmoord. Het was dacht ik voormalig
president Rafsanjani die zei dat voor Israel slechts één
bom nodig was, dat slechts één bom voldoende zou zijn,
maar dat Iran een bom zou kunnen overleven. Dat is toch ongelooflijk!
Bedoelde hij werkelijk dat je een bom voor lief neemt als je daarmee
een ander volk zou kunnen uitroeien? We hebben het over een land met
een angstaanjagende neiging tot genocide en om een dergelijk land kernwapens
te laten produceren is onaanvaardbaar voor dit land en voor het Midden
Oosten. Daarom ben ik van mening dat we geen gezellig gesprek met Iran
moeten aangaan, maar de religieuze leiders en het volk duidelijk moeten
maken dat de consequenties van een nucleaire ontwikkeling heel erg onaantrekkelijk
zijn. Dat is de boodschap die we overal ter wereld zouden moeten uitdragen."
Romney's inschatting dat Iran tot volkerenmoord geneigd is, is gebaseerd
op uitspraken van president Rafsanjani op 28 oktober 2005. "Als
de Islamitische wereld net als Israel ooit eveneens met soortgelijke
wapens zou zijn uitgerust, dan zal de strategie van de imperialisten
een halt worden toegeroepen omdat het gebruik van slechts één
kernbom alles in Israel zal vernietigen. Zoiets zou echter de Islamitische
wereld slechts ten dele schade berokkenen. Een dergelijke gang van zaken
te overwegen is niet onredelijk."
M.a.w. de Islamitische wereld zou een strategisch evenwicht met de VS/Israel
bereiken omdat dan beide zijden over kernwapens zouden beschikken. Dit
zou een pat-stelling v.w.b. het gebruik van dergelijke wapens veroorzaken,
zoals destijds tussen de VS en de Soviet Unie. De VS/Israel zouden dan
verder niet in staat zijn hun wil aan Iran of aan andere Islamitische
staten op te leggen, zoals nu het geval is (de VS konden in 2003 ongehinderd
Irak binnenvallen, zoals Israel in 2006 ongehinderd Libanon kon binnenvallen
en bombarderen) ze zouden beseffen dat dan een gewapend conflict een
nucleaire reactie zou kunnen veroorzaken die vernietigend voor Israel
zou zijn, een land met beperkte geografische afmetingen. Vanuit Rafsanjani's
oogpunt zou een Islamitische staat met een kernwapen als afschikkingsmiddel
kunnen dienen m.b.t. aggressie van de kant van de VS/Israel en de regio
daardoor in feite veiliger zou kunnen maken. De omstandigheid dat de
VS een machteloos Irak binnenviel, een land zonder massavernietigingswapens,
maar een aanval op Noord Korea achterwege liet, een land met een heus
militair afschikkingsapparaat, geeft een dergelijke benadering geloofwaardigheid.
Rafsanjani laat echter nergens met zoveel woorden blijken genocide op
het Joodse volk in gedachte te hebben, laat staan toe te staan dat tientallen
miljoenen Moslims zouden omkomen om een dergelijk doel te bereiken.
Romney verdraait maar al te graag uitspraken van Rafsanjani om daarmee
steun te vergaren voor zijn oproep tot aggressie tegen Iran, tegelijkertijd
bewust voorbijgaand aan het feit dat niet de president, maar Iran's
hoogstgeplaatste leider en de echte machthebber in Iran, Ayatollah Ali
Khamenei, een bindende religieuze verklaring aflegde waarin word gesteld
dat de produktie, het opslaan, en het gebruik van kernwapens tegen het
Islamistische geloof is. Khamenei maakte ook het Iraanse standpunt duidelijk
t.o.v. de staat Israel, een staat die door de veel Moslims word gezien
als een rasistisch regime op Palestijns grondgebied opgericht d.m.v.
het verdrijven van de meerderheid van haar inheemse Moslim en Christelijke
bewoners. Khamenei: "We nemen een eerlijk en logisch standpunt
in m.b.t. Palestina. Tientallen jaren geleden riep de Egyptische staatsman
Gamal Abdel Nasser (populair onder de Arabische bevolking) uit dat Egypte
de Joodse bezetters van Palestina de zee in zou drijven. Jaren later
zei Saddam Hussein, de meest gehate Arabische leider, dat hij het Palestijnse
land grotendeels in brand wilde steken; maar wij kunnen deze beide uitspraken
niet goedkeuren. We zijn van mening dat, volgens onze Islamitische overtuiging,
het in zee drijven van de Joden, noch het in brand steken van het Palestijnse
land, logisch en redelijk is. Het is onze positie dat het Palestijnse
volk haar rechten moet terugkrijgen. Palestina is van de Palestijnen
en de toekomst van Palestina zal moeten worden bepaald door het Palestijnse
volk.
Palestina is een maatstaf om de geloofwaardigheid te toetsen van degenen
die beweren democratie en mensenrechten te bevorderen. De Islamitische
Republiek Iran bood een eerlijke en logische oplossing voor de situatie.
We stelden voor dat alle oorspronkelijke Palestijnen, of het nu Moslims,
Christenen, of Joden betreft, in staat zouden moeten worden gesteld
deel te nemen aan een algemeen referendum onder internationaal toezicht
om een Palestijns bestuur te kiezen.
Huidig Iraans president Ahmadinejad, vaak beschuldigd dat hij er op
uit is "Israel van de kaart te willen vegen" met behulp van
kernwapens, verklaarde in een interview met Time Magazine: "We
zijn tegen kernwapens. Volgens ons zijn ze uitsluitend ontworpen om
menselijke wezens te doden. Ze zijn niet dienstbaar aan de mensheid.
In mijn toespraak vorig jaar voor de Algemene Vergadering van de VN
stelde ik dan ook voor dat er een comite zou moeten worden opgericht
met als doel alle landen die kernwapens bezitten te ontwapenen... We
zijn duidelijk over onze positie aangaande de Palestijnse kwestie: we
stellen dat dit een natie is die uit eigen land is verdreven, door degenen
die niet de oorspronkelijke bevolking uitmaakten, en uit alle uithoeken
der aarde kwamen om hun huizen te bewonen. We stellen voor dat de vijf
miljoen Palestijnse vluchtelingen naar huis komen en dat vervolgens
de gehele bevolking een referendum houdt en hun eigen bestuursvorm gaat
kiezen, een democratische en populaire aanpak. Heeft u misschien andere
voorstellen?"
Omdat er meer Palestijnse Moslims en Christenen zijn dan Israelische
Joden, zou een referendum dat alle bewoners van zowel Israel als het
door Israel bezette Palestina hun eigen bestuursvorm zou laten kiezen,
leiden tot de transformatie van de "Joodse staat", waar momenteel
word gediscrimineerd op basis van godsdienst en bevolkingsgroep, in
één staat voor al haar burgers zoals de Verenigde Staten.
Ahmadinejad is dus voorstander van democratie in Israel/Palestina op
basis van één natie, iets dat zelfs veel niet-Zionistische
Joden voorstaan, zoals bijv. de Israelitische wetenschapper Uri Davis.
Het Iraanse voorstel komt overeen met de transformatie die plaats vond
in Zuid Afrika na de Apartheid, waar de blanke regering uiteindelijk
de macht overdroeg en zwarte Zuid Afrikanen gelijke rechten toekende,
inclusief het stemrecht, of toen de regering van de VS uiteindelijk
gelijke rechten toekende aan zwarten en de oorspronkelijke indiaanse
bevolking. Men kan van mening verschillen over de betekenis en mate
van rechtvaardigheid van "één staat" als oplossing
voor het Israel/Palestina conflict, maar om te stellen dat het Iraans
leiderschap genocide op Israel wil plegen, zou net zo iets zijn als
te beweren dat Nelson Mandela destijds genocide op het oog had in zijn
strijd tegen Zuid Afrika's blanke minderheidsbewind.
Ahmadinejad, in een artikel in de New York Times, beweert er niet dat
Israel "van de kaart moet worden geveegd", maar dat "de
bezettingsmacht van de kaart moet worden geveegd", daarbij duidelijk
doelend op een andere regering i.p.v. de vernietiging van een hele natie
en volk. Een dergelijke opstelling komt overeen met die van het streven
van de VS om een andere regering in Iran te bewerkstelligen, met dit
verschil, dat de VS duidelijk heeft gemaakt daarbij militair ingrijpen
niet uit te sluiten, terwijl Ahmadinejad daarentegen een geweldloze
verandering van regime in Israel voorstaat middels een democratisch
referendum. Dat Ahmadinejad geen tweede holocaust tegen de Joden teweeg
wil brengen moge blijken uit zijn uitspraken in hetzelfde artikel waarin
hij de ondergang van Iran's voormalige regime onder de pro-westerse
Shah, vergelijkt met de in zijn ogen wenselijke ondergang van het huidige
Israelische regime dat over miljoenen Palestijnen heerst d.m.v. een
militair dictatoriaal regime. Immers, de val van het pro-Amerikaanse
regime van de Shah en het oprichten van de Islamitische Republiek kwam
niet tot stand door het Iraanse volk uit te roeien. En verder: er wonen
zo'n 20.000 Joden in Iran, en er is een afgevaardigde in het parlament.
Als het Iraanse leiderschap soortgelijke plannen als Hitler destijds
had, dan zouden de Iraanse Joden al lang ter dood zijn gebracht.
Alhoewel er weinig reden is om de zo op het oog gematigde uitspraken
van het Iraans leiderschap te vertrouwen, net zo min als die van de
leiders in de VS, zou het toch alleszins redelijk zijn om van Romney
te verlangen dat hij ten minste enig bewijs levert dat verder gaat dan
uit hun verband getrokken, verdraaide, uitspraken, om zijn beweringen
te staven dat een natie watertandend uit is op volkerenmoord. Dit is
des te belangrijker omdat dergelijke beschuldigingen door Romney en
anderen, de voorbode zou kunnen zijn van een aanval van de VS op Iran
'uit voorzorg', met alle dood en vernietiging die daarmee gepaard zal
gaan, en Romney zinspeelt duidelijk op een dergelijk dreigement. Het
lijkt er op dat Romney net zo weinig bewijs voor Iran als bedreiging
nodig acht, en het te bombarderen en mogelijkerwijs binnen te vallen,
als destijds Hitler toen deze verklaarde dat Tsjechoslowakije "een
dolk gericht op het hart van Duitsland" was en dat daarom "uit
voorzorg" een dergelijke bedreiging moest worden uitgeroeid. Hitler's
werkwijze van het binnenvallen van Tsjechoslowakije en andere buurlanden
in Europa "uit voorzorg" werd na de Tweede Wereldoorlog tijdens
het Neuremburg-proces aangeduid als een misdaad, de "aggressie",
waarvan " zij als ernstigste internationale misdaad, zich alleen
daarin van andere oorlogsmisdaden onderscheidde, dat zij een opeenhoping
van soortgelijk kwaad in haar vertegenwoordigt."
De pogingen van Romney om het Amerikaanse publiek aan te zetten tot
een oorlog van aggressie tegen een land dat hen nimmer aanviel, in het
kader van zijn presidents-campagne, doet niet alleen denken aan de misdaden
van Hitler, maar ook aan die van Amalickiah, de beruchte koning van
de Lamanieten waarover werd geschreven in het Boek van Mormon: "hij
begon de Lamanieten tegen het volk van Nephi op te hitsen; ja, hij stelde
mannen aan, om de Lamanieten van hun torens af toe te spreken, tegen
de Nephieten. En aldus stookte hij hen op tegen de Nephieten ... Hiertoe
had hij zijn plan ten uitvoer gebracht, want hij had het hart der Lamanieten
verstokt en hun verstand verblind, en hen zodanig tot toorn opgehitst,
dat hij een talrijke menigte had bijeengebracht om tegen de Nephieten
ten strijde te trekken." (Alma 48:1-3)
Dergelijke pogingen van Romney om het Amerikaanse volk tot geweld op
te stoken, "en hen zodanig tot toorn op te hitsen", komen
we ook elders in het Boek van Mormon tegen. Jezus Christus die uit de
hemel nederdaalde teneinde zijn verrezen lichaam aan het volk van Nephi
te tonen op het Amerikaanse continent, onderwees: "Hij die de geest
van twisten heeft, is niet van mij, maar is van de duivel, die de vader
van twisten is, en hij hitst het hart der mensen op om in toorn met
elkander te twisten. Ziet, het is niet Mijn leer om het hart der mensen
tot toorn tegen elkander op te hitsen; maar dit is Mijn leer, dat zulke
dingen zullen worden weggedaan." (III Nephi 11:28-30)
Romney's lidmaatschap van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen
der Laatste Dagen is een veelbesproken onderwerp i.v.m. zijn kandidaatstelling
voor president. Zijn grote bereidwilligheid tot oorlog is in tegenspraak
met veel van de beginselen van het Mormonisme; door zo enorm veel in
oorlog te investeren gaat het moeilijk worden voor Romney om zich te
richten op armoedebestrijding in zowel de VS als daar buiten, doch dit
is elementair in de Mormoonse theologie. Ten gevolge daarvan zou het
wel eens zo kunnen zijn dat Romney's geloofsgenoten daardoor gaan kijken
naar kandidaten buiten de Mormoonse geloofsgemeenschap, kandidaten als
Dennis Kucinich of Ron Paul, ten einde iemand te vinden die het het
land zou kunnen besturen op een wijze die de goedkeuring kan dragen
van onze Heer en Heiland Jezus Christus.
|
Gelukkig zijn er ook andere Mormoonse geluiden , zoals die van
Democratisch
Fractieleider Harry Reid, die uiterst kritisch is t.a.v. het
beleid van pres. Bush.
|
| 
|
Burgemeester Ross
Anderson leverde kritiek op pres. Bush toen deze Salt Lake
City bezocht. De TV zender FOX vindt vrije meningsuiting onfatsoenlijk...
|
|
Ondanks het conservatieve imago van de kerk,
proberen gematigd-progressieve mormoonse
politici de politieke balans in evenwicht te houden.
|
|
Meer over politiek
en Mormonisme met de beginselen van vrede en gerechtigheid als uitgangspunt
en meer over Mormonisme en politiek
in de Verenigde Staten. |
| |
|