MvG logo www.mvgcontact.org

Mirakuleus Beeldeken in Jezus Eik

Home


Mirakuleus Beeldeken in Jezus Eik
door Jan Gillis

commentaar n.a.v. de onderzoekingen door de mormoonse historicus Craig Harline zoals beschreven in zijn boek: De Wonderen van Jezus Eik.


Voor zo’n klein landje als België zijn bedevaartplaatsen als Jezus-Eik enorm groot in aantal. Probleemloos kan ik gemakkelijk nog een tiental andere bedevaartsoorden (van dezelfde soort) bij Jezus-Eik voegen: Banneux (Maagd der armen), Beauraing (het gouden hart van Maria), Chèvremont (koningin van de wereld), Dadizele (basiliek Maria onbevlekt ontvangen), Foy-Notre-Dame (100 plafondschilderijen), Gaverland (O.L.V. van het Waasland), Halle (de Zwarte Madonna), Hasselt (Virga Jesse), Mechelen (O.L.V. van Hanswijk), Heppeneert (Maaseik, O.L.V van rust), Kortenbos (Toevlucht voor gehandicapten), Moresnet (Toevlucht voor christenen), Oostakker (grot O.L.V. van Lourdes), Pironchamps (O.L.V. van Fatima), Scherpenheuvel (internationale Mariabedevaartplaats), Tongeren (kind Jezus van Praag), Tongre-Notre-Dame (duizendjarig beeld), Vellereille-les-Brayeux (O.L.V. van de goede hoop), Verviers (zwarte Maagd), Walcourt (Troosteres van de bedrukten).

Wat hebben al deze plaatsen gemeen? Met welke ‘constante’ moesten al die locaties rekening houden? … Een Mariabeeld! En al de wonderen die er in de loop der tijden zouden gebeurd zijn, werden allen toegeschreven aan de maagd Maria … en alleen aan haar. Zodoende kreeg Maria vrij vlug de titel van middelares tussen de mensen en God (Christus).

Waarop is de legende van Jezus-Eik gebaseerd?

Rond de jaren 1600 baatte een man in Brussel een winkel uit. Vrij dikwijls kwam hij door het bos (Zoniënwoud) naar Overijse om er zijn geërfde goederen te beheren. Aan de zoom van het bos moest hij dan telkens voorbij een reusachtige eik, de Duivelseik, die herhaaldelijk door de bliksem was getroffen. Deze boom werd in de volksmond ook de "Jezukens-eik" genoemd daar er ‘vroeger’ een kruisbeeld aan bevestigd was. De boeren, boswachters en handelaars maakten een kruis wanneer ze er voorbij kwamen om het onheil te weren. … Maar om de haverklap bleef de bliksem er inslaan! De man uit Brussel kreeg een idee. Die boom zou hij terug de status van vroeger bezorgen. Hij liet echter geen kruisbeeld aan de stam bevestigen zoals vroeger, maar wel een Maria beeldje (gekocht op een lokale markt in Brussel). Ik zeg ‘liet’ want volgens bepaalde bronnen overleed de man aan de pest (1635) en was het zijn dochter die het beeldje twee jaar na zijn dood (1637) aan de boom liet bevestigen.

Ter inlichting! Achteraf is gebleken dat die man een notaris was bij de raad van Brabant, een ‘agent de la Cour’ en dat hij tevens de ‘Heer’ was van een reusachtig groot domein in de omgeving van Sint-Stevens-Woluwe bij Brussel.

Maar plots gebeurden er rondom die eik een aantal wonderen!

"In den jaere 1642, een kind Maria Coremans, geboren tot Neeryssche, oud zynde zeven jaeren, heeft een vlek op haere oogen gekregen, met groot perykel (gevaar) van haer gezigt te verliezen, de ouders verstaen hebbende den toeloop van het volk tot het mirakuleus Beeldeken in Jezus-Eik (dus waren er al wonderen gebeurd), betrouwende dat zy aldaer bequaemer hulpe zouden verkregen als zy tot nog toe van de Chirurzyns verworven hadden, hebben hunne toevlugt genomen, tot de H. Maget in Sonien-Bosch, ende aldaer gekomen zynde, ende hun Gebed gesproken hebbende, is het kind ter plaetse volkomenflyk genezen."

Iedereen verwachtte in Jezus-Eik een meer goddelijke bijstand die de hulp van de toenmalige dokters sterk overtrof. Waren de dokters van toen dan zo slecht? Schijnbaar wel … en hoogstwaarschijnlijk ook heel duur! Te duur voor een bevolking die moest leven van de opbrengst van een ‘gepacht’ stuk grond. ‘Geloof’ kon wellicht wonderen verrichten (als de kwaal tenminste ook op een natuurlijke wijze kon genezen) en was niet zo duur als het ereloon van zo’n ‘Chirurzyn’ (chirurg). Ten hoogste moest men wat geld uitgeven aan wat kaarsen en aan plaatselijk eten of onderdak. Het zou me echt niet verwonderen dat onze man uit Brussel niemand minder dan de eigenaar van hun ‘gepachte’ gronden was … met alles erop en eraan.

Maar waarom een Maria beeldje i.p.v. een kruisbeeld? In heel Vlaanderen heerste er in die tijd de overtuiging dat aan Maria veel gemakkelijker om een gunst kon gevraagd worden. Juist zoals bij zovele ouders in die tijd (de kindersterfte lag toen heel hoog) had Maria het lijden van haar kind ook aan de lijve moeten ondervinden. Bovendien was Maria in haar leven altijd een persoon van vlees en bloed geweest. Christus daarentegen was altijd een godheid geweest, zowel voor, tijdens als na zijn leven hier op aarde. Voor een ‘simpele’ bevolking kwam zo’n hooggeplaatst personage helemaal niet in aanmerking om via een ‘direct’ contact zomaar een gunst af te bedelen. De devotie tot Maria kreeg ‘omwille van de heersende armoede’ een enorme voedingsbodem! En dat hadden de plaatselijke ‘rijken’ ook meteen begrepen!

Na de eerste mirakelen ontfermde een abdij uit Heverlee zich over het gloednieuwe (en goed renderende) bedevaartsoord. Zo werd er in oktober 1642 voor de eerste maal een plechtige mis opgedragen aan de voet van de eik in het bijzijn van een groot aantal bedevaarders.

Dan volgde er een eerste kapel uit hout. Het is dan ook op dat moment dat de beroemd geworden eik gedeeltelijk werd afgezaagd (men kan trouwens dat stuk eik nog altijd ‘bewonderen’ onder het altaar van de huidige kerk). De mening van Craig Harline deel ik echter niet. De boom werd niet omgezaagd omwille van de verering van de eik zelf. De inslaande bliksems zorgden echter nog steeds voor een te groot gevaar voor de van overal toestromende pelgrims … En vooral! Vergeet niet! De kapel was en bleef nog steeds eigendom van … Eén blikseminslag kon de pas ontdekte goudmijn in één klap vernietigen.

Voor 1800 gaat de groei van het dorp traag. De belangrijkste bezigheid is de bouw van de kerk en de opvang van de pelgrims of bedevaarders. Naast die taken is bosontginning en landbouw veruit de belangrijkste bezigheid. Amper een 100 tal inwoners maakten de millenniumsprong naar de 19e eeuw. Dat betekent dat van het bedevaartsoord de plaatselijke bevolking zeker en vast niet rijk is geworden (maar wie dan wel?). Jezus-Eik was toen nog een zelfstandige gemeente. Dat verandert in 1810 als onder Napoleon Jezus-Eik met Overijse gefusioneerd wordt.
Vanaf 1950 gaat alles in versnelling. De expansie van Brussel en de verbeterde mobiliteit zorgen ervoor dat eerst de landbouw en daarna ook de druiventeelt verdwijnen voor de inplanting van enorme verkavelingen. Jezus-Eik krijgt een nieuwe bestemming: het villadorp.
Ook het bedevaartsoord krijgt een nieuw gezicht. De bedevaarders maken er plaats voor de toerist. Vanaf de jaren 60 is Jezus-Eik het 'mekka' voor de 'autotoerist' op terugweg van een bezoek aan de Ardennen. De kriekenlambiek vloeit er rijkelijk, de boterhammen met platte kaas vliegen er de deur uit. Gastronomie is de nieuwe trekpleister. … Naar het eenzame Maria beeldje bovenop het altaar wordt niet meer gekeken. Waarom trouwens? De wonderen zijn toch ook gestopt?