MvG logo www.mvgcontact.org

Gemeenschap der Heiligen

Home

 

Jezus ‘ familie, vrienden en kennissen.
door Jan Gillis

Over de jeugd van Jezus Christus bestaan er enkele totaal van elkaar verschillende tradities. De oudste en wellicht ook de meest waardevolle overlevering staat beschreven in het eerste evangelie van Jacobus ook wel het Proto – evangelie van Jacobus genoemd. Door de pausen van Rome werd deze tekst echter als ‘verboden lectuur’ verklaard.

In de plaats van deze traditie kwam er dan later een Middeleeuwse versie met een massa volkse fabeltjes en miraculeuze gebeurtenissen. Allemaal met Jezus als centrale figuur. Hierin wordt Jezus nog net niet als Superman voorgesteld. Maar de naam Superboy is niet veraf meer.

In al deze verhaaltjes kent onze superjongen aardig wat trucjes die bij zijn vriendjes, in plaats van op bijval, op heel wat nijd en vrees mogen rekenen. Zo hangt Jezus zijn waterkruik met succes aan een zonnestraal. Als één van zijn speelvriendjes hetzelfde probeert, kent dat desastreuze gevolgen. Maar geen nood! Met een simpele handbeweging wordt de kapotte kruik terug hersteld. Als Jozef, de timmerende voedstervader van Jezus, problemen heeft met het ineenkloppen van twee planken, zal een zegening van zijn zoontje met alle gemak dat probleem oplossen.

Soms speelde Jezus met heel onbehouwen kindjes! Zeg maar ruwe straatschuimertjes! Als één van die rakkers hem een geniepige stomp in de maagstreek bezorgt, wordt die op een woord van Jezus tot een miezerig klein duimpje verschrompeld. Als vanaf dan de andere straatboefjes weigeren om nog met Hem te spelen, verandert Hij met een vingerknip de ganse troep in een kudde blèrende geiten, enz.

Haakrecht tegenover die populaire Middeleeuwse literatuur bestaan er Griekse en Koptische manuscripten die ons een andere Jezus leren kennen. Die teksten zijn wel 700 jaar ouder dan voornoemde fabeltjes en zijn dus historisch gezien, veel aannemelijker. Opmerkelijk is wel dat bij beide strekkingen blijkbaar dezelfde oergeschiedenis werd behandeld. Als men de van later daterende legendes gewoon van hun fantastische franjes ontdoet, dan blijkt het alsof beide strekkingen wel dezelfde oorsprong hebben gehad.

Alle bronnen, zowel de vroegere als de latere, zowel de christelijke als de onchristelijke, geven toe dat de familie van Jezus zich dikwijls in moeilijkheden bevond en dat ze een soort zwerversbestaan leidden.

De eerste anti -christelijke auteurs zijn vooral te zoeken tussen de schriftgeleerden uit de tijd van Jezus. Zonder enige schroom maakten zij van de heilige familie het mikpunt van al hun spot. Volgens deze Farizeeërs bestond de familie van Jezus enkel uit zorgeloze nietsnutten. Om te overleven zwierven ze rond over het ganse land op zoek naar allerhande karweitjes. Volgens hen kwam Maria uit de laagste klasse van de bevolking en bezat ze, om welbekende redenen, een nogal twijfelachtige reputatie. Officieel was ze haarkapster van beroep … maar officieus? Toen Jozef bij haar een affaire met een Romeins soldaat had ontdekt, had ze hem zonder pardon eruit geschopt. Aan die buitenechtelijke affaire hield ze trouwens een kind over: Jezus. En ook de naam van de soldaat was gekend: Pantera. Volgens de Farizeeërs luidde de volledige naam van Jezus : Jezus Ben Pantera. Nog steeds volgens diezelfde bronnen was Jezus ooit met zijn lustige moeder in Egypte verzeild geraakt. Daar had hij aardig wat trucjes van een soort foorkramers geleerd. In elk geval! Toen hij terugkwam in Judea bezat zijn superego zo’n enorme trucjesdoos dat iedereen wel jaloers op hem ‘moest’ worden. Tel daarbij nog de bijkomende, onveilig aanvoelende omstandigheid dat hij zich terstond door een troep zwervers van verdacht allooi liet omringen! En ja hoor! Zoals verwacht ging die bende zowaar het ganse land afschuimen! Tot zover enkele Farizeese bronnen.

Maar er bestaan ook andere Joodse bronnen die de familie van Jezus veel positiever benaderen. Eigenlijk werden ze geschreven als ‘reactie’ op de schandaalgeschiedenissen van daarnet. Daarom ook leggen deze ‘andere’ bronnen meer de nadruk op de zuiverheid van Maria. Ook de vlucht naar Egypte belichten ze vanuit een totaal ander standpunt. En de uitzonderlijke ijver waarmee Jozef zijn zoontje wou grootbrengen, blijkt zeker niet uit de lucht gegrepen. Volgens Demetrius, een Koptisch Christen, was Jozef een noeste, harde werker en zijn zoon Jezus was steeds bereid om hem te helpen.

Op één punt komen zowel de negatieve als de positieve bronnen overeen. Het waren de Farizeeërs die een blaam op Jezus wilden werpen. De ‘moeilijkheden’ werden wel door Jezus veroorzaakt maar het waren wel degelijk de schriftgeleerden die de lokale bevolking tegen Hem en zijn familie trachtten op te ruien. Aangezien het volk zich door die Jezus geïntimideerd voelde, betekende het voor de Farizeeërs een niemendalletje om het volk tegen Hem op te jutten.

Het volk was trouwens bang voor Hem!

Zo is er het verhaal van de hulpvaardige weduwe die de heilige familie onderdak zou hebben verleend bij hun terugkeer uit Egypte. Maria en Jozef gingen daarbij gekleed in lompen maar ondanks hun schijnbare armoede werden ze onverwijld terug aan de deur gezet. Wat was er gebeurd? Op driejarige leeftijd had Jezus een gedroogde vis terug tot leven gewekt. Laat ons gerust dat ‘mirakel’ even vergeten! Maar weer krijgen we dat alarmerend bericht dat ze ongewenst waren. Werden zij trouwens bij de geboorte van Jezus in Bethlehem, ook niet uit de herberg geweerd? Volgens het pseudo – evangelie van Thomas zou Jozef ooit tegen zijn zoon hebben gezegd:

“Deze mensen moeten lijden, daarom haten en vervolgen ze ons.”

Maar wat precies deed die Jezus om zich al die moeilijkheden op de hals te halen? Als we Lucas 2:52 mogen geloven, was Jezus een slim kereltje die iedereen beminde:

“En met de jaren namen Jezus toe in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen.”

Zelfs de makers van de mirakelfabeltjes waren het erover eens. Hier een Koptische bron:

“Jezus groeide op zoals elk ander kind. Hij gehoorzaamde zijn ouders en verrichtte alleen die dingen die voor Hem juist waren om te doen. Hij noemde Jozef ‘mijn vader’ en Jozef instrueerde Hem als een zoon. En het kind gehoorzaamde hem als een goede zoon.”

Dus niet zozeer wat Jezus ‘deed’ zette bij de mensen kwaad bloed. Eerder wat hij ‘zei’ veroorzaakte alle heisa rond zijn persoontje. Enkel en alleen in die ‘vergeten’ bronnen staan uitspraken uit zijn prille jeugdjaren genoteerd. Een kleine bloemlezing:

“Mijn natuur is niet zoals de uwe. Ik bestond voordat u geboren werd.”

“Als je een vader wil worden, volg dan mijn leringen.”

“Niemand anders heeft het teken van het kruis gezien dat Ik gezworen heb te dragen.”

“Jij weet niet hoe je geboren werd of vanwaar je komt. Ik alleen weet dat!”

“Ik weet waar je geboren werd en ik weet het van mijn Vader die mij kent.”

Een jongeman verwondde zijn voet met een bijl. Als Jezus hem genas, zegde Hij tot de jongen het volgende:

“Sta op en denk aan Mij als je hout hakt.”

Het evangelie van Thomas noteert zelfs:

“Waar je hout hakt, daar ben Ik.”

Of deze bronnen nu juist zijn of niet, ze blijven nog steeds zowat de oudste bronnent. In het Nieuwe Testament zijn er slechts drie referenties die verwijzen naar de jeugd van Jezus. Steeds spreken die over zijn fenomenale wijsheid. Zelfs de grootste geleerden in de tempel van Jeruzalem stonden verbaasd over zijn begrip en antwoorden die Hij gaf.

Bijzonder interessant in die oude verhaaltjes is de vermelding van de locaties waar de familie zich zoal ophield. Uit één van die verhaaltjes komt men bijv. het volgende te weten.

Wanneer Jezus acht jaar jong was, wandelde Hij met zijn familie van Jericho naar de Jordaan. Dat is dwars door de streek waar de ‘Dode Zee rollen’ gevonden werden. Onderweg, zo wordt ons verteld, verliet het kind de karavaan om op zijn eentje een grot in de omliggende heuvels te gaan verkennen. In die grot lag een leeuwin met enkele van haar welpen. Grote consternatie in de karavaan! Zeker Maria bestierf het van angst toen ze zag dat haar jongste telg één van de welpen aaide. Maar de leeuwin likte slechts de hand van het kind om dan met haar welpen de woestenij in te lopen . Komt misschien vandaar de naam ‘Ben Pantera’? Wie weet?

Is dit een verzonnen verhaaltje? De streek waarover hier sprake is, ligt inderdaad bezaaid met grotten. En tot na de Kruistochten werd er ginder op leeuwen gejaagd. En is het niet typisch voor een achtjarig kind , een kind dat zich van geen enkel gevaar bewust is, om juist een leeuwin te strelen? De latere Middeleeuwse legende maakt van dit ‘idyllisch’ verhaaltje een veel ongeloofwaardiger iets. Jezus nadert een grot vol draken die hem terstond gehoorzamen. Daarna volgen al de dieren uit de woestijn de heilige familie tot ze in alle glorie de Jordaan bereiken.

Daar de oude versie van het leeuwenverhaal aan de verleiding weerstaat om er een eerste mirakel aan te koppelen, blijft dat voor mij een heel sterk argument om de authenticiteit van deze geschiedenis te aanvaarden.

Een Koptisch schrift vertelt hoe Elisabeth haar zoon, de latere Johannes de Doper, in haar armen sloot en met hem naar de woestijn van Torinê vluchtte. Een ander document weet dan weer te vertellen dat Elisabeth daar met haar zoon wel enkele jaren verbleef. Serapion , een bisschop uit de vroegste tijden na de dood van Christus, weet zelfs mee te delen dat Elisabeth tijdens een bezoek van Maria, haar nicht het volgende vroeg :

“Oh Maria! Hoe heeft u deze plaats gevonden? Wie heeft u de verblijfplaats van Zacharias getoond?”

Bij de dood van Elisabeth kwamen Maria en haar toen zesjarig zoontje terug naar de woestijn om zich over de zevenjarige Johannes te ontfermen. Over het lot van Johannes had Maria wel bange voorgevoelens:

“Wee mij! “ weende zij “Je bent nu alleen in de woestijn zonder iemand.”

Doordat Johannes als ‘alleen’ wordt beschouwd, is het vrijwel zeker dat Zacharias, zijn vader, ondertussen al vermoord was geworden. Nog wat verder verklaart Serapion, de bisschop:

“Ze gingen niet weg voordat ze Johannes hadden geleerd hoe hij in de woestijn kon overleven.”

Jozef en Maria moeten dus wel serieuze woestijnexperts geweest zijn. Op zijn beurt verzekerde de kleine Jezus zijn familie dat Johannes nooit alleen zou zijn. Altijd zou die zich in de ‘gemeenschap’ van engelen en heiligen bevinden. Heeft Christus het hier over de woestijngemeenschappen die zich sinds 150 jaar, vooral in Qumran hadden gevestigd? Waarom leefden die Joden (Essenen) teruggetrokken in de woestijn? Wilden zij in vrede een weldra te verwachten rijk van God uitbouwen? Wilden ze, ontdaan van alle aardse rijkdommen, daar hun God beter leren kennen? Zoals we weten uit de bijbel trok Jezus meermaals naar de woestijn en diat al sinds zijn jeugd. Volgens het Thomas evangelie leefde de heilige familie in de woestijn totdat in Jeruzalem alles terug kalm werd. Ook Jacobus beaamt iets dergelijks in zijn evangelie:

“Ik Jacobus, die dit schrijf, ging naar de woestijn toen er in Jeruzalem oproer uitbrak bij het overlijden van Herodes.”

De woestijn intrekken, bleek voor het entourage van Jezus, wel de normaalste zaak van de wereld te zijn.

In verband met de zwangerschap van Maria onthult Jacobus ons een opmerkelijk gebruik bij de woestijnbewoners. Aangezien de maagdelijke zwangerschap van Maria in de gemeenten op de nodige twijfels werd onthaald, moest Jozef in de woestijn een zuiverheidtest ondergaan. Eerst werd hij ondergedompeld in water en dan de woestijn ingestuurd. Als hij na een opgelegde periode nog levend uit de woestijn kon terugkeren, was zijn eer van alle blaam gezuiverd. En nu komt er iets heel raars! Ook de zwangere Maria werd daarna aan dezelfde test onderworpen en ook zij werd vrijgesproken. Wanneer er over de zuiverheid (heiligheid?) van een persoon uit de groep dus enige twijfel bestond, zou een test uitwijzen of die man of vrouw zijn gesloten verbonden met God nog kon nakomen of niet. Misschien nog even deze randinformatie. Volgens een oud Egyptische bron zouden Maria en Jozef zich juist in zo’n woestijngemeente met elkaar verloofd hebben.

Volgens deze bronnen kunnen we de periode dat Jezus een kind was, gemakkelijk in volgende punten resumeren. Zijn familie was ogenschijnlijk arm en zeer hardwerkend. Ze reisden veel en leidden haast een nomadenleven. Bovendien vertelde de jonge Jezus zaken die de mensen zowel verwonderden als ergerden. De lokale politieke en religieuze leiders zochten dan ook moeilijkheden met deze familie en waren niet vies aan vuile praat. Jozef, Maria, Jezus en aanverwanten onderhielden relaties met de Qumran gemeenten in de woestijn.

Is dit alles wat er over Jezus geweten is?

In het Britse Wapencollege (Harral MS in British Museum) werd er een soort kwartierstaat gevonden van Jozef van Arimathea (ik laat buiten beschouwing of het over een vervalsing gaat, of niet). Zoals iedereen weet is dat de man die zijn graf ter beschikking stelde om de dode Jezus in te kunnen begraven. Nog dezelfde dag van het overlijden van de Verlosser was Jozef kordaat naar Pontius Pilatus gestapt om het lijk van de overledene op te eisen. Zonder moeilijkheden werd er direct aan zijn wensen voldaan en mocht Jozef over het lichaam beschikken. Om het huis van de landvoogd Pilatus zomaar te betreden, had Jozef zelfs geen stoute schoenen moeten aantrekken. De vraag dringt zich op: wie was deze Jozef van Arimathea?

Voor zijn tijd was Jozef van Arimathea een hooggeschoold man die ook bekend stond als een bijzonder succesrijk zakenman. Volgens enkele historici was hij ‘de’ metaalmagnaat van die tijd en bezat hij zowat de grootste private koopvaardijvloot ter wereld. Vooral in tin en lood was de man geïnteresseerd en samen met hem natuurlijk ook de Romeinen. Onder zijn talrijke vrienden rekende hij onder andere Nicodemus, één van de invloedrijkste Farizeese denkers uit Jeruzalem. Omwille van zijn werkzaamheden woonde hij in Jeruzalem maar als het enigszins kon, bracht hij zijn vrije tijd door in de familiale eigendommen gelegen in Arimathea. Waar ligt Arimathea? Algemeen wordt aangenomen dat deze plaats Ramah is, het huidige Ramallah. Het was de geboorteplaats van de profeet Samuel en volgens de Septuagint wordt de locatie ook Arimathaim genoemd. Flavius Josephus noemt het in zijn verslagen Amartha. Ramallah ligt zo’n 15 kilometer noordwaarts van Jeruzalem op de hoofdweg naar Nazareth.

Volgens de Talmud zou Joachim, de vader van de maagd Maria, de jongere broer geweest zijn van … Jozef van Arimathea. Maar wat vermeldt de gevonden kwartierstaat uit Engeland? Volgens dit document had Jozef van Arimathea nog twee zusters: Bianca en Anna!

Bianca huwde met Eli. Maar vrij vlug stierf de man en liet Bianca troosteloos … en kinderloos achter. Zoals het gebruikelijk was in die tijd huwde ze dan met de broer van Eli, Jacob. Niets aan de hand zou je zeggen! Niets is dus minder waar! Bianca was wel de zuster van één van de rijkste mannen ter wereld en zou dus niet huwen met de eerste de beste die ze tegenkwam. De vader van die Jacob was dus wel Mattan, en diens vader Eleazar, en dan kwamen er nog Eliud, Achim, Sadok enz. De reeks voorvaders loopt nog wel even door en vernoemt zelfs David, Salomon, Juda, Jacob, Izaak, Abraham, Peleg, Noach, Set om uiteindelijk te belanden bij … Adam! We kunnen dus gerust stellen dat de echtgenoot van Bianca geboren werd in de koninklijke lijn van koning David. Ten tijde van zijn huwelijk met Bianca was Jacob wellicht niet meer zo rijk als zijn koninklijke voorvaderen. Maar had Juda een vrije, onafhankelijke natie geweest zonder ,.Romeinse bezetting, dan had hij wel over Juda geregeerd als een vorst. Dan was Jacob zonder twijfel de koning der Joden geweest. En die echtgenoot had Jozef van Arimathea kieskeurig uitgezocht voor zijn zuster Bianca. Het jonge paar werd gezegend met twee kinderen! Voor hen werd een echte koningswens vervuld want het paar kreeg een jongen en een meisje! De jongen werd genoemd naar haar vader, Jozef. Het meisje kreeg de wondermooie naam Elisabeth mee. Elisabeth zou later met de hogepriester Zacharias huwen en een zoontje baren, Johannes. Die Johannes die later de beruchte Doper zou worden. Ook Jozef stapte in het huwelijksbootje met een zekere Maria en kregen ook een zoontje … Jezus! Maar wat is er geweten over die Maria?

Volgens de gevonden kwartierstaat had Jozef van Arimathea geen jongere broer die Joachim heette maar bezat hij naast Bianca nog wel een andere zuster, Anna. Ook Anna huwde. En ja hoor! Ze huwde met Joachim. Joachim was dus niet de jongere broer van Jozef maar wel de jongere schoonbroer. Maar om een echt onderscheid tussen broer, halfbroer, schoonbroer en kozijn te maken, bestond er indertijd blijkbaar geen woord. Ook Anna en Joachim brachten een dochtertje op de wereld en noemden haar Maria. En Maria zou later met Jozef, de zoon van haar tante Bianca, trouwen. Jozef en Maria waren dus neef en nicht van elkaar en bezaten een gemeenschappelijke oom … Jozef van Arimathea, één van de rijkste mannen van ’t land.

Maar Joachim, de echtgenoot van Anna en vader van Maria, stierf. Volgens de bovenvernoemde kwartierstaat hertrouwde Anna met een zekere Klopas ook Cleopus (Grieks) of Alfeüs (Aramees) genaamd. Of Anna van Alfeüs ook kinderen op de wereld had gezet, of dat Alfeüs uit een vorig huwelijk ook enkele kinderen bezat, is niet duidelijk. Maar weer slaat het noodlot onverbiddelijk toe! Anna sterft! Daar hij wel wat kinderen heeft, ziet Alfeüs één oplossing … hertrouwen. En dat doet hij dan met een zekere Maria. Van die Maria krijgt Alfeüs waarschijnlijk ook nog twee kinderen: Jacobus (de Jongere) en Jozef (van Barseba). Het gezin telt echter nog meerdere kinderen waarvan de herkomst, zoals zojuist vermeld, niet meer zo duidelijk is: Simon, Judas en Matteüs ook Levi genaamd. Het gezin telde in ’t totaal dus vijf jongens en enkele meisjes :

“Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jacobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?”

Matteüs (Levi) wordt hier niet vermeld maar volgens een andere tekst in de Bijbel wordt die wel vernoemd als zijnde een zoon van Alfeüs . De zojuist vermelde vraag die de toehoorders van Jezus zich indertijd stelden, heeft al voor heel wat herrie gezorgd. Wordt hier niet gezegd dat Jezus broers en zusters heeft? Is de maagd Maria dan helemaal geen maagd geweest? De oplossing is dus weer dezelfde reden van daarnet: er bestond in het Aramees geen woord om een onderscheid te maken tussen broer, halfbroer en neef. Opmerkelijk is wel dat vier van de vijf vermelde broers later apostel zouden worden in de kerk van Jezus Christus: Jacobus (de Jongere), Simon (de Zeloot), Judas (Taddeüs) en Matteüs (de evangelist).

Maar in de Bijbel worden er nog een paar opmerkelijke gezinnen vermeld, namelijk dat van Zebedeüs en Lazarus. Twee gezinnen die ik zo goed of zo kwaad als ik kan, nog zal trachten toe te lichten.

Zebedeüs woonde aan het meer van Genesareth (Kafarnaüm) en bezat er een bloeiend visserijbedrijf. Hij was de trotse eigenaar van enkele vissersboten en had twee zonen die heel goed met hem samenwerkten: Jacobus en Johannes die ook de bijnaam ‘zonen van de Donder’ mochten gebruiken. Zebedeüs was uiteraard gehuwd maar in de Bijbel knelt hier een beetje dat spreekwoordelijk schoentje. Volgens sommige overleveringen was de naam van zijn vrouw ook Maria maar volgens de Bijbel – na een beetje zoekwerk en afleiding – heette ze Salomé. Onder het kruis stonden volgens Matteüs :

“Onder hen bevonden zich Maria Magdalena, Maria de moeder van Jacobus en Jozef en de moeder der zonen van Zebedeüs.”

Maar volgens Marcus bevonden zich onderaan het kruis:

“Maria Magdalena, Maria de moeder van Jacobus de jongere en van Joses (=Jozef), en Salomé.”

De Salomé van Marcus zou dus de moeder der zonen van Zebedeus bij Matteüs kunnen zijn. Ook in de gevonden kwartierstaat uit Engeland staat een huwelijk van Salomé met Zebedeüs vermeld. In die kwartierstaat geeft men zelfs de indruk dat Salomé ook een naast familielid van Jozef van Arimathea zou geweest zijn. Ook leeft er de veronderstelling dat de hogepriester Annas - de hogepriester waarvoor Jezus na zijn gevangenneming als eerste moet verschijnen - iemand uit haar familie zou geweest zijn. Begrijpelijk dus dat Annas de betichte Jezus doorstuurde naar zijn schoonzoon Kajafas. Op die manier vermeed hij een fikse ruzie binnen zijn eigen familie.Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen dat Salomé en Zebedeüs met elkaar waren gehuwd en twee zonen hadden: Jacobus en Johannes, weer twee apostelen. Als men alles op een rijtje zet, kan men besluiten dat er in ’t totaal zes apostelen waren die familiale banden met Christus bezaten. Interessant genoeg om die zes personages even door te lichten. Wie waren deze apostelen?

Jacobus, zoon van Alfeüs, werd ook Jacobus de jongere genoemd om hem te onderscheiden van Jacobus zoon van Zebedeüs. Jacobus zijn echte naam luidde echter Jonathan Annas en hij was een leider in de ‘Donder partij’. Het hogere Joodse priesterschap werd geleid door een driemanschap die elk een patriarchale naam kreeg toegewezen. Die namen waren steeds Abraham, Isaak en Jacob. Jonathan Annas kreeg voor een periode de naam van de stamvader Jacob toegewezen. Vandaar zijn naam als apostel.

Simon maakte deel uit van het gezin van Klopas en werd ook Simon ‘de Zeloot’ genoemd . Naar alle waarschijnlijkheid was deze apostel lid van de afscheidingsbeweging die, indien nodig, met geweld het Romeinse juk van zich wilden afschudden. Simon zou één van de apostels van de Britten worden en er op 10 mei 44 AD de marteldood sterven.

Judas is de Griekse vorm van het Hebreeuwse Juda en betekent ‘geprezen zij God’. Ook hij kwam ook uit de familie van Klopas en was een bevelhebber van de Zeloten. Men noemt hem ook Labbaüs of Lebbetis (Arabisch voor ‘wortel’) en Taddeüs (Hebreeuws voor ‘hart’). Vanaf 9 na Christus was Judas voor ruim vijftig jaar het hoofd van de Therapeuten, een ascetische orde die zich ontwikkelde te Qumran. Taddeüs bleek een trouwe bondgenoot van Jozef, de vader van Jezus, te zijn en nam deel aan de opstand tegen Pontius Pilatus in het jaar 32.

Matteüs werd ook Levi genoemd, een Hebreeuws woord dat ‘geschenk van Jehovah’ betekent. Voluit heette hij Matteüs Annas (broer van Jonathan) en zou vanaf 42 hogepriester worden. Die functie zou hij blijven uitoefenen tot Herodes Agrippa hem als hogepriester zou afzetten. Als opvolger van Jonathan (Jacobus de jongere) werd hij de voornaamste Levitische priester, vandaar zijn titel ‘Levi’. In het burgerleven was hij een tollenaar, zeg maar belastingontvanger. Met dit beroep was hij zeker niet geliefd bij de Joden. Matteüs zorgde er immers voor dat hun geld in de Romeinse staatskas terechtkwam. Dat iemand van hun eigen ras een dergelijk ambt aanvaardde, was voor de Joden dus bijzonder aanstootgevend.

Jacobus (ook de Rechtvaardige genoemd) en Johannes (betekent: de Heer is genadig) waren de zonen van Zebedeüs en werden ook de ‘zonen des donders’ genoemd. Was Zebedeüs misschien de leider van de reeds vernoemde ‘Donder partij’?

Tot zover de zes apostelen die mogelijk familie van Jezus waren. Van de overige zes is weinig geweten.

Simon Petrus (Grieks) of Kefas (Syrisch of Aramees dat ‘steenrots’ betekent), was een zoon van Jona (Johannes) en had een broer Andreas (betekent ‘manhaftig’) die ook een apostel was. Beiden waren woonachtig in Betsaïda. Petrus had een schoonmoeder die ooit door Christus genezen werd . Waarschijnlijk werkten beide broers als visser in het bedrijf van Zebedeüs.

Natanaël (ook Bartolomeüs genaamd) was de zoon van een zekere Tolmai. Zijn naam betekent ‘God heeft gegeven’.

De naam Filippus komt dan weer volledig van het Grieks en betekent ‘paardenvriend’. Wellicht is hij een Joodse Griek geweest.

Thomas wordt in het Grieks ‘Didymus’ genoemd en betekent ‘tweeling’. Misschien had Thomas nog een tweelingbroer?

En als allerlaatste de gekende maar tevens door iedereen verguisde apostel Judas Iskariot. Hij was de zoon van Simon Iskariot en kwam waarschijnlijk uit het dorpje Keriot. Een andere verklaring is het Aramese woord ‘Kariot’ dat ‘man met dolk’ oftewel ‘bedrieger’ betekent.

Maar nu even terug naar Zebedeüs en zijn familie. Informeel is het geweten dat Jozef, de vader van Jezus, heel goed bevriend was met Zebedeüs. Dat kan betekenen dat Salomé, zijn echtgenote, toch familie van Jozef van Arimathea was. Begrijpbaar dus dat Jezus in de rederij te Kafarnaüm altijd welkom was. In elk geval kwam de jonge Jezus er vrij regelmatig over de vloer. Vandaar dat sommige vorsers de bedenking maakten dat Jozef en zijn zoon op de één of andere manier voor Zebedeüs zouden gewerkt hebben. Nazareth lag trouwens niet zo ver van het meer van Genesareth (of Tiberias). Leverde Jozef als timmerman het nodige materiaal om nieuwe vissersboten te bouwen? Waren Jozef en Jezus soms de herstellers van de boten van Zebedeüs? Meer zelfs! Ontwierp Jezus de nieuwe boten van die man? Iemand zoekt toch altijd zijn woonst daar waar zijn werk is. Wel! Jezus vestigde zich in Kafarnaüm . Feit is wel dat Hij zich op boten volkomen thuis voelde. Van op een boot sprak Hij een toegelopen menigte toe . Als Hij moe was, nam Hij de boot om op het meer tot rust te kunnen komen . Zelfs bij hevige storm bleef Hij gewoon doorslapen. Ofwel was Hij op dat moment zodanig moe dat Hij de storm niet meer hoorde, ofwel kende Hij het fenomeen storm ondertussen zo perfect, dat Hij de veiligheid van zijn zelf ontworpen boten moeiteloos kon inschatten .

En nu kom ik tot een nieuwe cruciale vraag. Was het omwille van Jezus ‘ kennis over boten dat ook Jozef van Arimathea zo in zijn grootneefje geïnteresseerd raakte? Want zoals reeds geweten had de grootoom van Jezus heel wat scheepjes op zee ronddobberen. Bootjes die zelfs tot in Cornwall Engeland vaarden om daar tin in te kopen. Volgens de Engelsen meerden de boten van Jozef aan in Falmouth. Voor de terugweg waren er twee mogelijkheden. Soms was de lading aangekochte goederen zo groot dat bij de terugkeer één boot niet meer volstond. Dan bracht men een gedeelte van de lading per boot naar Morlais (in Frankrijk, niet zo ver van Brest) om vandaar met pakezels verder tot in Marseille vervoerd te worden. Daar zou dan een andere boot van de vloot van Jozef de lading komen ophalen. De rest van de vracht volgde de normale zeeroute via de straat van Gibraltar. Maar sommigen zijn er heilig van overtuigd dat Jezus (samen met zijn vrouw Maria? Zie later) minstens één van die zeetochten naar Cornwall zou hebben meegemaakt. Feit is wel dat de eerste zendelingen onder leiding van Simon de Zeloot en Jozef van Arimathea al in 37 na Christus in Engeland aan wal kwamen. Op de plaats waar ooit Jezus in een hutje zou hebben overnacht, werd de allereerste christelijke kerk ter wereld gebouwd, namelijk in Glastonbury (+/- 70 na Christus). Engeland was dan ook de eerste natie ter wereld die in 170 na Christus het Christendom als officiële godsdienst aanvaardde (dus nog voor Constantinus de Grote in 312 het christendom legaliseerde). Een familielid van Jozef van Arimathea (een zekere Anna, dochter van Jezus?) huwde in Engeland (toen de Cassiterides genoemd) Beli de Grote. Het is deze man die de grote voorvader van de legendarische koning Arthur en van de Tudors zou worden. Koning Arthur zou zelfs voor een tijdje in de kerk van Glastonbury begraven hebben gelegen. Ook de ‘Heilige Graal’ zou er te bewonderen zijn geweest. Reden genoeg en dus begrijpelijk dat vele Engelsen met zo’n voorgeschiedenis graag uitpakken. Met enige trots beweren ze dan ook dat Christus met de schaapstal waar ‘nog andere schapen’ leefden , zonder twijfel Engeland bedoelde.

“Ik heb nog andere schapen, die niet uit deze schaapstal zijn. Ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem luisteren en het zal worden: één kudde, één herder.”

Met deze zin uit de Bijbel willen de Engelsen aantonen dat Jezus heel goed wist waar ze leefden en wie ze waren. Met al hetgeen ik zojuist heb verteld, wil ik gewoon aantonen dat Jezus in zijn jeugd wellicht niet bij de pakken is blijven zitten. De kans is zeer groot dat Hij het Middellandse zeegebied vrij grondig kende en dat Hij zelfs tot in Engeland verzeild is geraakt. Tevens was Hij als timmerman een bekwaam vakman waarop meermaals beroep werd gedaan. Denkelijk door brute pech werd Hij in Bethlehem in een stal (van een saraai, een karavaanhotel?) geboren. Maar dat betekent dus helemaal niet dat Hij en zijn familie op dat moment behoeftig waren.

Maar nu over naar die andere belangrijke familie die in het Nieuwe Testament vermeld wordt. De familie van Lazarus! Ter info! De naam Lazarus betekent ‘God heeft geholpen’.

Volgens overleveringen noemde zijn vader Cyrus en zijn moeder Eucharis. Ze waren welstellend en hadden drie kinderen: Lazarus, Martha en Maria. Waarschijnlijk waren ook zij via het één of ander familielid verbonden met de koninklijke stamboom van David. Wegens hun hogere leeftijd hadden Cyrus en Eucharis netjes hun eigendommen tussen de drie kinderen verdeeld. Enkele kilometers verwijderd van Jeruzalem onderhield Martha in Bettanië het ouderlijk huis met aanpalende bezittingen. Maria kreeg de landbouwgronden met veestapels en boerderijen van Magdala onder haar hoede (sommige bronnen spreken zelfs over een waar kasteel te Magdala) terwijl Lazarus de bezittingen binnen Jeruzalem onder zijn beheer kreeg. Veel van haar tijd bracht Maria dus in Magdala door, vandaar haar naam Maria van Magdala of Maria Magdalena. Voor alle duidelijkheid! Deze Maria Magdalena heeft helemaal niets te maken met de zondares die met haar hoofdhaar de tranen van Jezus ‘ voeten afdroogde maar is wel de vrouw die de Heer met geurige olie had gezalfd en achteraf zijn voeten met haar haren had afgedroogd.

Dat Christus met Lazarus heel goed bevriend was, staat als een paal boven water. Toen Lazarus heel erg ziek werd, stuurden Martha en Maria volgende boodschap naar Jezus :

“Heer, hij die Gij lief hebt, is ziek.”

Als Lazaus uiteindelijk toch sterft en Jezus vier dagen later bij diens graf toekomt, staat hierover in de Bijbel het volgende te lezen:

“Jezus begon te wenen zodat de Joden zeiden: Zie eens hoe Hij van hem hield.”

Dat Jezus tijdens zijn openbaar leven heel graag langs Bettanië kwam en er meer dan eens bleef logeren, is geweten. Misschien kan volgende passus uit het evangelie van Lucas meer hierover verduidelijken:

Martha had een zuster, Maria, die gezeten aan de voeten van de Heer, luisterde naar zijn woorden. Martha werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bijstaan en zei: ‘Heer, laat het U onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Martha, Martha, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden.’

Op eerste zicht, een vrij onschuldige passage.

Mannen zullen hier gewoon uit besluiten dat Martha eerder praktisch was aangelegd. Ze interesseerde zich voor stoffelijk dienstbetoon en was van natuur gastvrij en zelfverloochenend. Maria, haar zuster, was echter meer beschouwend en geestelijk ingesteld. Ze toonde haar toewijding door Jezus gezelschap te houden en zijn woorden te waarderen.

Vrouwen echter kunnen deze passage totaal anders interpreteren. Vertoont Jezus hier niet voor de eerste maal een echt macho gedrag? Hetgeen we hier lezen, is dat geen dagdagelijkse gebeurtenis tussen man en vrouw te noemen? Misschien als de bovenstaande tekst op een andere manier wordt verteld, dat alles een beetje duidelijker wordt.

Maria en Jezus zitten samen in de zitplaats … alleen. Martha is op haar eentje in de keuken het eten aan ’t koken. Misschien koesterde Martha de ijdele hoop het koppeltje op iets te kunnen betrappen. Al lachend komt ze binnengestoven en zegt:

‘In plaats van hier met u bezig te zijn, zou Maria mij niet beter komen helpen in de keuken?’

Jezus glimlacht even. Zich bewust van zijn mannelijkheid grapt Hij:

‘Maar Martha, Martha toch! Als Maria moet kiezen tussen mij en de keuken is het toch logisch dat ze het beste van de twee pakt … en dat ben Ik’

En nu voegt Jezus nog iets heel belangrijks aan zijn antwoord toe! Wellicht het belangrijkste wat Hij Martha te vertellen had:

‘… en ze kunnen mij van haar nooit meer afpakken.’

Wanneer kan een man niet meer van een vrouw ontnomen worden? Toch maar alleen als er tussen die twee een bindend huwelijk bestaat? Zou het mogelijk zijn dat Jezus en Maria Magdalena dan toch gehuwd waren? Niet alleen omwille van de hierboven aangehaalde tekst is die kans reëel te noemen.

Als huwbare jongeling woonde Jezus met zijn ouders in Nazareth en werkte daar met zijn vader als timmerman. Regelmatig moest Jezus -op dienstreis – naar Zebedeüs in Kafarnaüm. Laat ons de route bekijken die Jezus moest volgen om, samen met zijn met hout beladen ezel, in Kafarnaüm te geraken.

Bij het ochtendkrieken verlaat Jezus het ouderlijk huis te Nazareth en begeeft zich op weg. Na twee kilometer passeert hij het gehucht Kana. Nog geen twee kilometer verderop belandt hij in Magdala bij het meer. Dan resten hem nog enkele luttele kilometertjes om het bedrijf van Zebedeüs in Kafarnaüm te bereiken. Men kan gemakkelijk de veronderstelling maken dat Jezus ook ’s avonds dezelfde tocht, maar dan in omgekeerde richting, met zijn ezel af te leggen had. Dat betekent dat Jezus in zijn jeugd, haast dagelijks Magdala voorbijkwam. Heeft hij zo misschien Maria Magdalena leren kennen?

Laten we veronderstellen dat voor die twee de huwelijksklokken inderdaad hebben geluid. Waar is dan de huwelijksfeest gegeven geworden? In Nazareth? In Magdala? Of ergens tussenin? Waarom zouden ze niet gekozen hebben voor een rustig plaatsje tussen die twee gehuchten?

De bruiloft te Kana ! Werd daar de bruiloft van Jezus met Maria Magdalena gevierd?

In de Bijbel wordt er geen gewag gemaakt over de identiteit van de trouwers. Wel behoren Jezus, Maria zijn moeder, en enkele van zijn leerlingen tot de gasten. Tot grote ontstentenis van de aanwezigen raakt de wijn op. Niet op algemene aanvraag maar op vraag van zijn moeder, verricht Jezus hier zijn eerste wonder. Hij verandert water in wijn en dan nog wel in wijn van de allerbeste soort. Klein vraagje! Is dit echt gebeurd of werd hier aan de tekst uit de Bijbel geprutst? En als die tekst inderdaad werd bijgewerkt, zeg maar gemanipuleerd, dan door wie en waarom?

Christus heeft tijdens zijn leven heel wat wonderen verricht. Zo genas Hij ondermeer volgende mensen: de zoon van een hofbeambte, de lamme van Betesda, een blindgeborene, een melaatse, de knecht van een officier (honderdman), de schoonmoeder van Petrus, twee blinden en een stomme. En volgende mensen wekte Hij terug tot leven: Lazarus, het dochtertje van Jaïrus en een jongeman uit Naïn. Bovendien dreef Hij met alle gemak duivels uit, bedwong Hij stormen en vermenigvuldigde tot tweemaal toe broden en andere eetwaren … en Hij veranderde water in wijn.

Veronderstel dat ik nu een psychologische test van de lezer zou willen afnemen. Welk wonder hoort niet thuis in deze lijst? Met een woordje uitleg erbij kan ik het u misschien iets makkelijker maken.

Bij de genezing van de knecht van de honderdman zegt Jezus tot hen die Hem volgden:

“Voorwaar, Ik zeg u: Bij niemand in Israël heb ik een zo groot geloof gevonden.”

En tot de honderdman zei Hij uiteindelijk:

“Ga, zoals ge geloofd hebt, geschiede u.” En op datzelfde ogenblik werd de knecht gezond.

Dit verhaal is niet uitzonderlijk te noemen. Steeds weer doet Jezus beroep op het geloof van diegene die Hem om een gunst komen vragen. Het verhaal over de genezing van de lamme kent een identiek verloop:

Men bracht een lamme die op een bed lag, naar Hem toe. Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme: ‘Heb goede moed, uw zonden zijn u vergeven …Sta op, neem uw bed en ga naar huis.’

Omwille van het geloof van die massa mensen die toegestroomd kwamen om naar zijn woorden te luisteren, zorgde Hij voor voldoende eten om al die hongerige magen te vullen. Omwille van het geloof dat mensen in Hem hebben, wekt Hij zelfs doden op.

Het motto van Jezus is overduidelijk: “Heb geloof in Mij en dan volgt het wonder wel.” En niet andersom! Christus heeft nooit een wonder verricht opdat de mensen in Hem zouden geloven.

“Uw geloof heeft u gered!” zegt Hij, en niet “Ik heb u gered dus geloof nu maar in Mij!”

Maar is er op die regel dan nooit een uitzondering geweest? Tijdens de bruiloft in Kana raakte de wijn op. Niemand daar vroeg Hem om hulp behalve zijn moeder. Jezus zei tot haar: ‘Is dat soms uw zaak?’ Een mens zou haast gaan denken dat Maria aan de drank was verslaafd. Maar of er nu geloof bij gemoeid was of niet, Jezus verrichtte te Kana blijkbaar zijn eerste wonder. ‘Een begin met de tekenen die zijn heerlijkheid openbaarden’.

En nu kom ik terug op mijn testvraag van daarnet! Welk wonder hoort er niet thuis in het opgenoemde rijtje? Is het wonder dat Christus in Kana verrichte niet ‘onchristelijk’ te noemen? Dat wonder verliep helemaal niet volgens het boekje dat Hij normaal hanteerde. Het vertoonde niet de normale kenmerken van zijn andere wonderen. Men zou kunnen stellen dat Jezus te Kana eerder zijn eerste circusnummer aan het grote publiek kwam voorstellen. Stel je voor! Voor de ingang van de feesttent, een enorm reclame bord met daarop in koeien van letters:

Jezus, de grote tovenaar, verandert voor uw ogen water in wijn!

Het zou me niet verwonderen dat Jezus, vanaf dat wonder, op al de volgende bruiloften in Kana en omstreken uitgenodigd werd.

Maar is het niet veel logischer dat Jezus te Kana ‘zijn’ bruiloft vierde en dat Johannes juist daarom van die feest melding heeft gemaakt? En dat de bruid Maria van Magdala was, is toch ook niet zo vreemd? Is het niet Maria Magdalena waaraan Hij na zijn verrijzenis het eerst verschijnt?

Daarop zei Jezus tot haar: ‘Maria!” Zij keerde zich om en zei tot Hem: ‘Rabboeni’ wat leraar betekent. Toen sprak Jezus: ‘Houd me niet vast, want Ik …’

Ze wou Hem zelfs vastgrijpen! Is het niet normaal dat een vrouw die plots ontdekt dat haar man nog leeft, hem onmiddellijk in haar armen wil drukken? En zeker na al die gruwelen die er met Hem waren gebeurd!

Maar als er met het verhaal van de bruiloft werd geknoeid, blijft de grote vraag: door wie en waarom?

Zou het invoeren van het beruchte celibaat bij priesters aan de basis van die tekstwijziging kunnen liggen? Petrus was gehuwd zowel als de meeste andere apostelen. Zelfs de gerenommeerde ‘vrouwenhater’ apostel Paulus was getrouwd! Was hij het niet die in een brief aan de Korinthiërs verkondigde :

“Het is goed voor een man geen omgang te hebben met een vrouw.”

“Ja! Maar met het oog op de vele gevallen van ontucht is het beter, dat iedere man zijn eigen vrouw heeft en iedere vrouw haar eigen man.”

In zijn brief volgen die twee zinnen elkaar op. Ikzelf zet ze heel bewust even apart. Waarom? Deze brief van Paulus is een schriftelijk antwoord op enkele vragen die hem (ook per brief) werden gesteld. En de aangehaalde tekst geeft een antwoord op ‘twee’ vragen.

De eerste vraag luidde mogelijk als volgt:

Vooraleer een man op zending vertrekt, mag hij dan omgang hebben?
Antwoord van Paulus: het is goed geen omgang te hebben.

Tweede vraag van de Korintische gemeenschap:

En als een man op huwen staat of al gehuwd is, mag hij dan ook nog op zending vertrekken?
Antwoord Paulus: Ja! Maar …

Voor het invoeren van het celibaat kon de Kerk van Rome wel beroep doen op deze brief van Paulus, maar erg overtuigend klonk die nu ook weer niet. Maar stel dat Jezus ook niet zou gehuwd zijn … ? Dan zouden de kaarten toch wel anders kunnen geschud en verdeeld worden? Maar waarom zou de kerk van Rome er toen zo op gebrand geweest zijn om het celibaat in te voeren? Hebben ze dat trouwens geen tweemaal geprobeerd?

Zoals bij alle hervormingen zijn de bedoelingen van de hervormers altijd goed te noemen. Ook in dit geval was de houding van de kerk als ‘begrijpbaar’ te catalogeren. Zoals iedereen weet, bestaan er enkele zwarte bladzijden in de geschiedenis van de Roomse kerk Om het nut van het celibaat begrijpelijker te maken, lijkt het me zinnig een paar oude koeien uit de gracht te halen. Hier volgt één klein voorbeeldje uit een prachtige bloemlezing van zwarte bladzijden. We bevinden ons in Rome anno 904.

Leo V besteeg de Heilige Stoel in het jaar 904 maar werd binnen twee maanden in de gevangenis geworpen door Christoffel, een van zijn kapelaans. Die nam zijn plaats in bezit maar werd, op zijn beurt, kort daarna uit Rome weggejaagd door Sergius III. Die had zich in het jaar 905, met behulp van het leger, van het pontificaat meester gemaakt. Volgens het getuigenis van die tijd, leefde deze man in misdadige gemeenschap met de prostitué Theodora die samen met haar dochters, Marozia en Theodora, eveneens levend van de prostitutie, een bijzondere invloed op hem uitoefenden. Johannes X deelde in de liefde van Theodora. Door de liefde van Theodora kon hij het pausschap veertien jaar lang behouden. Door het gekonkel en de haat van haar dochter Marozia werd hij ten val gebracht. Zij overrompelde hem in het Lateraan; vermoordde zijn broer Petrus voor zijn ogen en wierp hem in de gevangenis. Naar men zegt, stierf hij daar de verstikkingsdood door een kussen. Na een poos maakte Marozia haar eigen zoon tot paus als Johannes XI in het jaar 931. Velen beweerden dat paus Sergius zijn vader was …. Enz.

Zou men niet voor heel wat minder het celibaat hebben willen invoeren? En met de aanpassing van de tekst van ‘de bruiloft’ sloeg men meteen twee vliegen in één klap! Vooreerst het celibaat … plus …!

Als Christus in het begin van zijn openbaar leven al water in wijn kon veranderen, zou het dan voor de kleine gelovige niet aannemelijker worden dat Jezus voor zijn kruisdood ook nog eens wijn in zijn bloed kon veranderen? De leerstelling over de transsubstantiatie kreeg plots steun uit een onverwachte hoek. In ’t kort samengevat luidt deze leerstelling als volgt:

Het brood en de wijn die tijdens de mis worden gebruikt, verliezen bij de consecratie hun eigen karakter en worden werkelijk het vlees en het bloed van de gekruisigde Christus. De verandering wordt verondersteld op zo’n mystieke wijze plaats te grijpen, dat de zintuigen worden misleid. Hoewel zij werkelijk vlees en werkelijk bloed zijn, lijken de bestanddelen nog steeds op brood en wijn. Deze leerstelling werd officieel gevestigd als dogma van de kerk door de Raad van Placentia in 1095. Bovendien werd het verheven tot een essentieel artikel van het geloof rond 1160. Innocentius III bevestigde in 1215 het dogma als een verplicht geloofspunt van de kerk. Eerst in de 17de eeuw werd deze leerstelling ook door de Grieks Orthodoxe kerk aangenomen.

Heeft Jezus tijdens het laatste avondmaal, werkelijk brood en wijn in zijn lichaam en bloed veranderd? Of wou Hij net zoals zijn Vader, die omwille van zijn nieuw verbond met Noach het teken van de regenboog aan de hemel plaatste, gewoon een nieuw teken voor de christelijke gemeente stellen.

“Telkens als je het brood breekt en de wijn drinkt, zul je mijn Zoenoffer gedenken.”

Aan de lezer de keuze uit beide mogelijkheden. En tot zover ook mijn zienswijze over de beruchte bruiloft waarop Jezus met Maria Magdalena zou gehuwd zijn. Natuurlijk is iedereen vrij te geloven wat hij wil! Of het echtpaar gezegend werd met een kind of kinderen, blijft ook voor mij een open vraag.

Na de Hemelvaart van Christus verkochten Maria Magdalena, Martha en Lazarus al hun bezittingen. In navolging van Christus werd de opbrengst van die verkoop tussen al de arme leden van de toenmalige kerk verdeeld. Ik zeg wel duidelijk ‘in navolging van Christus’ want hoewel Jezus tijdens zijn jeugd niet al te veel zal hebben moeten ontberen, heeft Hij vlak voor de aanvang van zijn openbaar leven afstand van al zijn aardse goederen gedaan. Had Hij nog rijk geweest zijn, met welk recht had Hij dan tot de rijke jongeman kunnen zeggen :

“Om het eeuwig leven te verwerven …ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om Mij te volgen.” Dit woord ontstelde de jongeling en ontdaan ging hij heen.

Was Jezus van geboorte arm geweest, zou de jongeling nooit getolereerd hebben dat een armoedzaaier hem zomaar de les spelde. Enkel het voorbeeld van Christus kon hem zo van de wijs brengen.

Een legende vertelt dat rond het jaar 46, Maria Magdalena (zonder kind), Lazarus, Martha, Sidonis (de blindgeborene) en het lichaam van de overleden Anna (moeder van Maria) door de Joden met een boot naar het midden van de Middellandse Zee werden gebracht. Daar werd het ganse gezelschap in een bootje zonder zeilen en roeispanen aan hun lot overgelaten. Volgens dezelfde legende hebben zij dank zij de hulp van God, het Zuiden van Frankrijk kunnen bereiken. Lazarus zou de eerste bisschop van Marseille (waar ook de transithaven voor tin was) geweest zijn. Andere bronnen dan weer vermelden dat hij bisschop van Cyprus is geweest

Omstreeks 42 werd Jacobus de Rechtvaardige in Jeruzalem onthoofd. Samen met enkele andere volgelingen van Christus werd zijn stoffelijk overschot ook mee op zee genomen (met één van de boten van Jozef van Arimathea?). Uiteindelijk werd het lijk in de noordwestelijke uithoek van Spanje, het huidige Santiago (Heilige Jacob) de Compostella, begraven. Waren deze leerlingen onderweg naar Glastonbury? Betekende een fikse storm het ongeplande einde van hun reis naar de Cassiterides?

Samen met Maria, de moeder van Jezus, belandde de apostel Johannes in de havenstad Efese in Klein-Azië. Genageld aan het kruis had Jezus immers zijn moeder aan Johannes toegewezen. Later werd Johannes naar het eiland Patmos verbannen waar hij de Apocalyps schreef. De historische site Efes is tegenwoordig een drukke pleisterplaats voor toeristen in het zuidwesten van Turkije geworden. Door uitdroging ligt het weliswaar niet meer vlak bij de zee. Even buiten het historisch centrum bovenop een heuvel ligt het huisje waar Maria zou gewoond hebben (Miryam hani). Dat huisje is er nog steeds te bezichtigen.

Dat de gezagsdragers uit die tijd, Jezus niet direct op hun handen droegen en hem veel liever vogelvrij lieten verklaren, is helaas ook verklaarbaar. Toen Jezus in armzalige omstandigheden werd geboren, regeerde over ’t land Herodes de Grote. Herodes volgde zijn vader Antiter op en was een Idumeeër van niet-joodse afkomst. Toen het in Palestina hardnekkig gonsde van geruchten over de komst van een koninklijke bevrijder van ’t volk, werd voor Herodes dat rumoer net iets te dreigend. Hij stuurde zijn spionnen uit en onderzocht de stamlijn van David. Vrij vlug lokaliseerde hij Jacob, de vader van Jozef. Die bleek echter gehuwd met de zuster van de invloedrijkste man uit Judea, Jozef van Arimathea. Dadelijk wist Herodes waar hij de vermeende bevrijder van het Joodse volk moest gaan zoeken: Ramallah. Hij zal ook wel geweten hebben dat Jacob twee kinderen had: Jozef en Elisabeth. Zijn bronnen meldden dat Jozef nog steeds ongehuwd was! Elisabeth was echter wel gehuwd met Zacharias ,de hogepriester, en zij hadden een zoon, Johannes. Bingo! Was dat de Messias? En plots doken er in Jeruzalem een paar Wijzen uit het oosten op die beweerden de ster van de koning der Joden te hebben gezien! Herodes raakte er zowaar het Noorden bij kwijt. Hals over kop organiseerde hij een soort volkstelling in Bethlehem (die trouwens niet in de annalen van de Joden staat vermeld) voor de nakomelingen van David. Zoals door iedereen geweten, werd Jozef door een engel tijdig over het voornemen van Herodes op de hoogte gebracht. Uiteraard verwittigde hij direct zijn zuster Elisabeth en haar man Zacharias. In allerijl vluchtten die met de kleine Johannes naar de grotten van Qumran waar ze door de Yahad (gemeenschap) een onderduikplaats kregen toegewezen. Waarom zocht Jozef voor zijn gezin daar ook geen onderkomen? Op het moment van Jezus ‘ geboorte was Jozef misschien al koning der Joden? Dat Jozef voor Egypte koos en niet voor het vertrouwde Qumran, kan van tweeërlei aard geweest zijn.

Op de ‘Tempelrol’ gevonden in grot 11 staat in kolom LXVI het volgende te lezen:

“Hij zal zijn vrouw niet mogen wegsturen, zolang hij leeft. (denk even terug aan het gesprek tussen Jezus en Martha met Maria als inzet) … ONBESCHREVEN … Maar indien deze beschuldiging waar is en de maagdelijkheid bij het meisje niet gevonden is, dan zal men het meisje voor de ingang van het huis van haar vader brengen en de mannen van haar stad zullen haar STENIGEN, zodat zij sterft. Omdat zij een schanddaad in Israël gepleegd heeft door in het huis van haar vader ontucht te bedrijven. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen.”

Op teksten gevonden in grot 4 (het Damascusgeschrift) staat er op fragment 9, kolom 11:

“Wanneer een vrouw moeder wordt en een kind van het mannelijk geslacht baart, zal zij zeven dagen onrein zijn als bij haar maandelijkse afzondering.”

Mocht Maria na de geboorte van Jezus Qumran wel binnen?

Fragment 10

“ … zal zich afscheiden en als … en hij zal zijn kleren wassen …”

Fragment 11

“ … het … zal niet eten … de DOODSTRAF … aan de zuigeling in haar onreinheid … Als haar vermogend niet toereikend is, zal zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen … “

Wellicht deden die troosteloze vooruitzichten voor zijn vrouw, Jozef besluiten om niet naar Qumran af te reizen. Dat Herodes nog de kans zag om zowel in Bethlehem als in Ramallah enkele kinderen te laten vermoorden, bewijst de evangelist Matteüs die ter staving een profetie van Jeremia aanhaalt :

“Een klacht werd in Rama (Ramallah) gehoord,
geween en luid gejammer:
Rachel wenend om haar kinderen,
Wil niet getroost worden,
Omdat ze niet meer zijn.”

Door jaren nadien toch nog Zacharias te laten vermoorden, bewees Herodes dat hij zijn mislukte aanslagen van toen nog helemaal niet vergeten was. Werd Jozef, de man van Maria, ook een slachtoffer van Herodes de Grote of van diens opvolger Herodes Antipas? Of vond de voedstervader van Jezus, na dat voorval in Jeruzalem met zijn twaalfjarige Zoon, een definitieve schuilplaats in de anonimiteit en geborgenheid van Qumran?

Dat ondertussen het leven van Jezus constant in gevaar bleef, hoeft eigenlijk geen betoog. Zeker als men zich realiseert dat ook later Johannes de Doper zal onthoofd worden. Vandaar dat ik dat beruchte Paasfeest, dat zonet vernoemde voorval te Jeruzalem, nog ‘terloops’ wil becommentariëren.Veel gelovigen hebben zich al afgevraagd hoe het toch mogelijk was dat Jozef en Maria zo maar hun zoon in Jeruzalem konden achterlaten. Dat wordt heel begrijpelijk als men zich terug even herinnert dat Ramallah slechts een tiental kilometer ten Noorden van Jeruzalem op de weg naar Nazareth bevindt. Het Joodse Paasfeest duurt zeven dagen. Veronderstel dat Jozef en Maria nog van plan waren om hun familie in Ramallah te bezoeken. Wellicht woonde Maria haar moeder, Anna, nog altijd in die stad. En ter gelegenheid van het Paasfeest zouden mogelijk nog heel wat andere familieleden van Jozef van Arimathea daar samengekomen zijn. Jozef en Maria besloten dus om al na de vierde dag Jeruzalem te verlaten … zonder Jezus. Ze hadden Hem opgelegd om hen later in Ramallah te komen vervoegen. Eén voor één arriveerden de andere familieleden in het ouderlijk huis. Ook voor Jozef en Maria zal het weerzien met de ganse familie bijzonder hartelijk geweest zijn. Totdat de allerlaatste in de woonst van Jozef van Arimathea was aangekomen. Stilaan maar zeker kwamen die bange voorgevoelens bij Jozef en Maria bovendrijven. Als dan tenslotte ook Jozef van Arimathea geen weet had over Jezus ‘ reilen en zeilen, begon de grote zoektocht naar de jongen. Uiteindelijk vonden ze hem drie dagen later, levend en wel,in de tempel. Eén zaak wordt hier zeker en vast bewezen: men vreesde nog steeds voor het leven van de jonge Jezus.

Dat later de Farizeeën en de Sadduceeën zich tegen Hem zullen keren, was ook te verwachten. Als Essener had Jezus zich al herhaaldelijk de woede van deze twee godsdienstige groeperingen op de hals gehaald. Als men dan na al die jaren plotseling te weten komt (via Judas Iskarioth?) dat Jezus helemaal niet de zoon van Jozef de timmerman was, en als die zoon dan bovendien nog propageert dat God persoonlijk zijn Vader is, dan is voor vele Schriftgeleerden het hek van de dam. Zelfs nadat Jezus al ter dood was veroordeeld en op weg was naar Golgotha, zagen de woedende hogepriesters nog de kans om Pilatus te wijzen op zijn grove fout :

De hogepriesters van de Joden nu zeiden tot Pilatus: ‘Ge moest er niet op zetten: de Koning van de Joden. Maar ‘Hij heeft gezegd: Ik ben de Koning van de Joden.’
Pilatus antwoordde: ‘Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.’

De hogepriesters deelden de mening van Jezus helemaal niet! Zo klaar is duidelijk.

Op dezelfde ‘Tempelrol’ gevonden in grot 11 van Qumran staat in kolom LXIV nog het volgende te lezen:

“Wanneer een man zijn volk in diskrediet brengt, zijn volk aan een vreemd volk uitlevert en kwaad bedrijft tegen zijn volk, dan zult ge hem aan het hout ophangen, zodat hij sterft. (op verklaring van 2 of 3 getuigen) … En gij zult hen dezelfde dag nog begraven want vervloekten door God en mensen zijn de gehangenen aan een hout.”

Heeft ook Qumran lijdzaam toegekeken naar de kruisdood van Christus? Hoog tijd om toch iets meer over die verborgen gemeenten in de woestijn te verklappen.

De Esseners telden ongeveer een 4000 leden verspreid over Palestina en Syrië. De meeste gemeenschappen (Yahad) leefden in verspreide grotten rondom Khirbet Qumran aan de Dode Zee, de plaats waar de eerste rollen werden gevonden. Door de versnippering van al die gemeenschappen was het voor een opgejaagde van de Romeinse wet heel gemakkelijk om er als lid onder te duiken. Elke gemeenschap op zich vormde een gemeente (Edah). Elke gemeente stond onder de controle van een Opziener. Door hun aantal was het een beweging van aanzienlijke omvang en had het uiteraard een nationaal karakter.

De leden van de groepering gaven zichzelf vele namen: de kinderen van het licht, de leden van het nieuw verbond, de armen, de vromen, de eenvoudigen , de Velen. Populair was echter de groepsnaam: de Zonen van Sadok. Blijkbaar was Sadok zo’n 200 jaar voor Christus de stichter van de commune geweest. Maar Sadok was ook de vader van Akim, en Akim van Eliud, en Eliud van Eleazar, en Eleazar van Mattan, en Mattan van Jacob, en Jacob van Jozef, en Jozef van …

Wat waren zowat de kenmerken van deze organisatie? Er heerste een volledige gemeenschap van goederen, niemand bezat persoonlijke eigendommen. Volgens de specifieke noden van de leden werd alles rechtmatig verdeeld. Ondanks de hitte van de woestijn heerste er een extreme vorm van zuiverheid. Er werd regelmatig gebaad (dopen?) in koud water en iedereen droeg lange witte gewaden. Vloeken of zweren werd niet gedoogd. Er mochten geen dieren worden geofferd, aanmaken van wapens was ook totaal uit den boze en handel mocht er niet gedreven worden. Een volwaardig lid kon men pas worden na een testperiode van drie jaar. Het overtreden van sommige regels kon leiden tot excommunicatie. Ze waren de eersten sinds mensenheugenis die slavernij als een schending van de mensenrechten aanzagen.

Aan het hoofd van gans de groepering stond de zogenaamde ‘Leraar der Gerechtigheid’. Van hem is geweten dat hij een man met ontzettend veel levenservaringen moest zijn. Hij kende zowel lijden, vervolging als verlating. Zijn eigen zondigheid moest hij kunnen beheersen en over de genade van zijn goddelijke verlossing moest hij steeds zekerheid bezitten. In zijn taak werd hij geholpen door de zonen des hemels, de engelen. Indien nodig kwam zelfs Gods opperengel ‘de Vorst der lichten’ de Leraar der Gerechtigheid een handje toesteken. Ook van God krijgt hij regelmatig openbaringen. Op die manier werd te Qumran van voor de komst van Christus, het einde der tijden voorspeld. Hij onderkent de bestaande ontoereikendheid van de erediensten in de tempel van Jeruzalem. Vandaar dat hij ‘vervolledigde’ erediensten in Qumran laat plaatsgrijpen opdat het goede zou kunnen zegevieren. Uiteindelijk zal later de definitieve ‘Vorst’ van gans de gemeenschap, de koninklijke Messias zijn.

In de hen omringende woestenij huisde Azazel, de boze geest. De grote baas van Azazel was Belial, zeg maar Satan, de grote tegenstander van de leden. Ergens in Palestina woonde de Goddeloze Priester. Deze priester deed als hogepriester dienst in de tempel van Jeruzalem. Voorts liep er in Palestina nog ergens de Man van de Leugen rond. Tussen deze Man van de Leugen en de Leraar der Gerechtigheid heerste er heel wat onenigheid. Zo gaven beiden een totaal verschillende interpretatie aan de Bijbelse voorschriften met betrekking tot de tempel, de eredienst en de reinheid van personen en zaken..

Wie droeg ten tijde van Christus de titel ‘Leraar der Gerechtigheid’? Was dat Jacobus de rechtvaardige? Of misschien Jozef in zijn waardigheid van koning? En wie kon dan wel die ‘goddeloze hogepriester’ in de tempel van Jeruzalem geweest zijn? Annas? Zacharias? Of terug Jacobus? En wie ging er schuil achter de omschrijving ‘Man van de Leugen’? Judas Iskarioth? Jozef als vermeende vader van Jezus? Of Christus die zich ‘Koning der Joden’ noemde ofschoon Jozef niet zijn natuurlijke vader bleek te zijn? Bij al de gevonden rollen bij de Dode Zee is het grote probleem dat er nooit namen worden vermeld. Of toch! In grot 4 werd een rol met ‘Bestraffingen’ gevonden en daarop staan wel enkele namen vernoemd. Daar er op al de andere gevonden rollen nergens nog een naam te bespeuren valt, veronderstel ik dat de hier vernoemde namen toch wel erg belangrijke personen moeten zijn geweest.

Fragment 1, kolom II:

“Ze hebben bestraft Jochanan, de zoon van Mattattias omdat hij kortaangebonden was en ook een pochende geest bezat. En Chananja Notos omdat hij de geest van de gemeenschap liet afwijken van de Weg . Ook de zoon van Jozef werd bestraft omdat hij gehecht was aan de zaadlozingen van zijn lichaam en ook Chananja, de zoon van Simeon omdat hij ook daaraan gehecht was.”

Wie was die masturberende zoon van Jozef?

Was dat Josephes, de zoon van Jozef van Arimathea? Of was dat … ? Of betrof het misschien toch maar een illustere onbekende?

Hopelijk wordt de ware identiteit van die man nooit achterhaald! Van de golf van verontwaardiging en ongeloof, die dan wel eens als een mega tsunami op gans het christendom zou kunnen inbeuken, blijven we dan God zij dank gespaard!


Mei 2006 - Jan Gillis