De twee werkgevers
door Jan Gillis
“Niemand kan twee heren dienen: hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.” (Matteüs 6:24)
De theorie van Darwin is ‘in’! Via prestigieuze TV - documentaires worden we dagelijks geconfronteerd met zowat alle diersoorten. Van de kleinste amoeben tot de meest reusachtige vleeseters, alles maakt zijn opwachting op ons kleine scherm. Tot in de kleinste details zien we hoe de grotere diersoort de kleinere besluipt en overvalt. Tevens mogen we mee genieten van de complete zege van de triomfator als die na enig peuzelwerk zijn slachtoffer uiteindelijk heeft verorberd. En sinds het ontstaan van de wereld is dit de enige echte gang van zaken. Alles eet ten koste van iets anders. Altijd! En dat principe heeft ons gemaakt tot wat we nu zijn. Alleen de leer van Darwin is de sleutel tot onze vooruitgang. En vergeet niet dat al deze dieren als ze niet aan ’t eten zijn ofwel slapen ofwel jagen. En als ze niet jagen moeten die dieren er toch tenminste voor ‘werken’. In de wereld van de natuur, de echte wereld, kan men niet gratis eten. Voor elk levend wezen is eten de enige reden van bestaan. En alles eet ten koste van iets anders. ‘De wet van de sterkste’ noemt men deze continue overlevingsstrijd. En dan lezen we in de Bijbel het verhaal van Mozes. Veertig jaren lang zwierf hij met het Godsvolk door de woestijn. Gelukkig kon hij rekenen op al dat snoepgoed dat zomaar uit de hemel viel (Exodus 16). En wat moet onze Darwin wel denken over het scheppingsverhaal? Daar wordt zowaar de ganse voedselvoorraad vanuit de hemel naar de aarde gebracht. Alle zaden vermeld in de dikste encyclopedieën werden op aarde volgens een speciaal programma ingeplant. Op die manier werd de aarde op haar roeping voorbereid:
“Adam! We hebben voor u deze aarde geschapen en hebben alles wat u nodig zou kunnen hebben, erop geplaatst. Alles is tot in de perfectie verzorgd en staat klaar om door u geconsumeerd te worden. Bedien u maar, van alles mag u eten.”
Zat Adam verveeld met zo’n situatie? Ondermijnde zo’n gemakkelijk leventje zijn karakter niet? Wees gerust! Onze Adam vond dat heel plezant! Maar om zo’n behandeling te verdienen, moest Adam van God wel een test ondergaan. De aarde herbergde nog een ander soort bezoeker! Een wezen met een enorme ego en ontzettend sluw. En dat wezen werd daar door God opzettelijk vrijgelaten om Adam en Eva uit te testen. En wat gebruikte deze persoon om onze oudste voorouders in verleiding te brengen? … Juist ja! Eten! We kunnen de situatie heel eenvoudig schetsen. Twee werkgevers trachten de diensten van Adam en zijn nageslacht voor zich te winnen. Adam zit letterlijk en figuurlijk tussen twee vuren. Enerzijds heb je de duivel die de mens voortdurend verleidt om kwade werken te doen en anderzijds heb je God die de mens steeds aanspoort om het goede te doen. De eerste werkgever biedt ons ‘meer’ eten aan dan de tweede! En aangezien voedsel iets is dat we dagelijks nodig hebben, zit de duivel in een uitstekende uitgangspositie om met ons over een werkcontract te onderhandelen. Vooraleer u het contract te laten tekenen, legt hij u wel in geuren en kleuren uit dat hij de enige eigenaar is van de aarde. Hij alleen heeft het recht om ‘zijn’ mineralen en ertsen te verhandelen. Hij is de enige aandeelhouder van het fabriek ‘aarde’! Alle trafieken van goud, olie, zilver, uranium enz. worden door hem gecontroleerd. En voor die controle beschikt onze duivel over een legertje personeel. Moeiteloos ontvangt hij de welwillende samenwerking van het leger. Soms staan kerkelijke of politieke functionarissen vol ongeduld op hun oh zo zwakke beentjes te trappelen om toch maar hun diensten aan die strateeg te mogen aanbieden. De aarde krioelt inderdaad van talloze organisaties die waarschijnlijk ongewild voor de duivel werken. De heerschappij van de duivel veroorzaakt dus heel wat commotie op dit aardbolletje! Maar zodoende houdt hij wel de touwtjes strak in handen. Wie maakt zich trouwens nog zorgen over al dat bloed dat dagelijks nutteloos vergoten wordt? En de duivel blijft gul!
“Wat wil je vandaag van me hebben Adam? Irak? Of Afghanistan? Of misschien ben je vandaag ietwat zwartgallig en prefereer je een brokje Afrika?”
En hij kan zich dat inderdaad nog permitteren ook! Heeft hij zichzelf niet uitgeroepen tot God van deze aarde. En heeft God persoonlijk hem niet de vleiende titel ‘Prins van de wereld’ geschonken. En al degenen die niet voor hem willen werken, beschuldigt hij van wereldverraad. Zelfs boodschappers uit de hemel moeten hieraan geloven. Als die met zalvende woordjes komen verkondigen dat de mens alleen maar dat mag gebruiken wat hij dagelijks minimaal nodig heeft, dan slaan bij de duivel zowaar alle stoppen door. Zonder blozen beschuldigt hij die hemelse wezens van bedrijfsspionage en ondermijning van zijn wereldlijk gezag. Alles wat er te koop is, wil de duivel aan de homo sapiens verlappen. Maar dan moeten er voor hem wel de nodige sollen over tafel rollen. Dat principe van ‘juist genoeg bezitten’ vindt onze Satan dus maar niks. Dat zou immers alleen maar overeenstemmen met dat ‘eten’ waar andere wilde dieren nog voor op jacht moeten gaan. Voor zijn menselijke werknemers wil de duivel een hoop leukere extraatjes in petto hebben. Een tijger toont zijn macht en stilt tegelijkertijd zijn honger door een weerloze antiloop op te vreten. Om een mens volop te laten genieten van zijn macht en rijkdom heeft de duivel wel duizend en één mogelijkheden uitgedokterd.
“Met geld is in deze wereld alles verkrijgbaar!”
Natuurlijk is daar het eten bij inbegrepen!
Heeft trouwens de wereldgeschiedenis al niet meermaals aangetoond dat we alleen maar met geld aan eten kunnen geraken? En aangezien iedereen wat te eten moet hebben, besef je meteen met welk geheim wapen Satan alles onder controle tracht te houden. Een klein voorbeeldje: “In Ethiopië en Niger wonen er veel arme mensen die sterven van de honger. Het probleem bij deze paupers is dat ze moeten sterven omdat ze geen geld hebben.” “Waarom hebben ze geen geld?” “Omdat ze geen gewassen kunnen winnen uit hun grond en ook geen kostbare ertsen.” ”En waarom gaat dat niet?” ”Door de eenzijdige ontginning van hun land werd de verdorring in de hand gewerkt. En voor de verwerking van hun ertsen bestaan er spijtig genoeg nog geen fabrieken ter plaatse.” “En waarom zijn die er niet?” “Omdat de wereld niet meer in een uitgedroogd land geïnteresseerd is.” “En wiens schuld is dat?” “Oh!” repliceert de duivel al ietwat opgewonden maar toch nog bloedserieus “Is dat niet de schuld van God? Die heeft toch alles gemaakt?”Geen enkel wezen op aarde trof dus schuld in deze catastrofe. Want wie kan er nu opboksen tegen de wetten van de natuur? Laat staan tegen die van God! Van de duivel krijgt de mens zijn eten dus vast en zeker niet gratis aangeboden.
“Alleen voor geld, een hoop geld, zal ik hem zijn eten bezorgen … en denk eraan …er alleen maar voor werken is voor mij ook niet voldoende!” Tot zover de duivel. Maar stel je even voor dat er iemand het volgende tegen hem zou zeggen:
“Ik heb je eten niet meer nodig!”
Gedaan met commanderen!
Plots kan de duivel die man niet meer verplichten om voor hem te werken. Hoe kun je trouwens iemand voor jou laten werken als die je eten niet lust? Maar onze werkgever laat zich niet in een hoekje drijven. Constant blijft hij erop hameren dat gratis eten ‘nergens’ te verkrijgen is. Voor die paar onnozelaars die het dan toch proberen om zomaar uit het rijtje te stappen, heeft hij volgende waarschuwing: “… euh … je biedt dus je ontslag aan … of euh … beter gezegd … ik ontsla jou.”
En dan triomfantelijker
“En wat ga je nu beginnen? Van wie ga je nu je eten krijgen? Vertel me dat nu eens … onnozele sul!
Zo’n taal schrikt iedereen voldoende af! Zowel de arbeider aan de band als de voorzitter van de ondernemingsraad krijgt er grijs haar van! Gewoon maar denken aan zo’n luguber idee, doet hen al verstijven van angst.
Maar laat ons eerst even horen wat onze andere werkgever nog te bieden heeft. Onze vraag naar meer eten heeft hij zonet al in de prullenmand gekeild.
“Vergeet toch al dat eten! Je mag daar zelfs niet aan denken! Wees niet bezorgd voor uw leven, wat ge zult eten of wat ge zult drinken, en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken” (Matteüs 6:25)
God lijkt in een goede bui maar met onze werknemer valt schijnbaar niet te praten.
“Wat zal er van mij geworden?” pruilt de bang geworden loonslaaf.
“Trek je dat toch niet aan” antwoordt God beminnelijk “We zullen je eerst het evangelie verkondigen en vervolgens zul je beseffen dat eten slechts het minste van je zorgen had moeten wezen.”
Dat is krasse taal! En dat komt zowaar uit de mond van God! De Schepper belooft ons plechtig dat Hij ons gedurende de opleidingsperiode op aarde, voldoende zal voorzien van de nodige middelen. Tijdens onze scholing zal Hij ons zowel fysisch als geestelijk op gepaste wijze assisteren. Uiteraard zal Hij onze school regelmatig met een bezoekje vereren. En aan de hand van enkele onschuldige vraagjes, zal Hij constant het niveau van zijn leerlingen toetsen.
“Hoe gaat het ermee?” vraagt Vader.
“Alles goed met mij” antwoord je nonchalant weg “dank zij Uw milddadigheid”
“Studeer je veel?” vraagt God duidelijk geïnteresseerd.
“Oh ja!” antwoordt je vurig “Ik maak ontzettend veel vooruitgang.”
“En voor welke vakken heb je dan gekozen?” Zelfs God kan op zo’n momenten zijn nieuwsgierigheid moeilijk verbergen.
“Wel … euh …ik volg die cursussen die me later meer eten zullen bezorgen!”
Diepe ontgoocheling!
“Wat!… Studeer je alleen maar dat? En dat de ganse tijd die ik je heb gegeven?
“Ja!” vervolg je betweterig “Ik had er eerst aan gedacht om wat anders te studeren. Zoiets in de richting van het eeuwige leven. Maar ja! Na een poosje is de aardigheid er wel af! Daarenboven! Als puntje bij paaltje komt, tellen toch maar alleen die vakken die ‘frieten met een dikke biefstuk’ opleveren!”
“Frieten met dikke biefstukken? Maar mijn beste jongen toch!” God is duidelijk diep geschokt door de bekentenis van zijn kind.
“Ik geef je toch al lang te eten? Ik geef je toch nog altijd alles wat je NODIG hebt?”
Je zelfzekerheid groeit zienderogen. Toch kun je enige verbittering niet verdoezelen.
“Dank zij U ben ik op dit ogenblik wel geholpen! Maar de doelen die ik mijzelf heb gesteld, zijn veel grootser! Ik wil MEER dan ik NODIG heb! Als ik het dan toch aan de top zal waarmaken, wil ik dagelijks bij Bocuse gaan tafelen.
“Maar” stamelt nu onze tweede werkgever “Dat… dat … is helemaal niet het werk dat Ik jou wou laten doen! Ik droomde ervan dat je enkel aan Mijn werken zou gedacht hebben. Dat je als een volleerde barbaar andere mensen in een kudde zou bijeendrijven om die dan, via hun werkzaamheden, als een wellustige bloedluis uit te zuigen, dat lag helemaal niet in Mijn bedoeling. Bedenk toch dat Ik je altijd heb gezegd: je bent wel ‘in’ deze wereld maar niet ‘van’ deze wereld. Niet als een wild dier maar als een uitverkoren mens heb Ik jou op deze aarde geplaatst. Als een exclusief juweel heb ik jou behandeld, je waarde heb Ik geheiligd ( Deut.7:6) . Blijf toch steeds je verleden indachtig. Als geest had je vroeger niets. Dank zij Mij heb je nu alles. Koester toch nooit de leugen dat je al die fortuinen dank zij eigen werk hebt kunnen vergaren. Zonder Mijn hulp zou noch de kracht van je handen noch de klaarheid van je geest daartoe in staat zijn geweest. Alles heb Ik je moeten geven. Heb Ik de Israëlieten in de woestijn geen 40 jaren lang hun dagelijks voedsel verschaft? Eens uit de woestijn kregen ze geen hemels manna meer. Maar als ze Mijn geboden onderhielden, ontvingen ze wel hun dagelijkse portie regen en zon die hun gewassen deed groeien. Ik blijf alles met jou delen als jij ook alles met de anderen blijft delen. Doe je dat niet dan verdwijnen ook mijn zegeningen. Als iemand jou om brood vraagt omdat hij honger heeft en je geeft het hem niet, dan breek je Mijn wet. Omgekeerd! Neemt de hongerige nu meer dan hij nodig heeft om zijn honger te stillen dan wordt hij hebzuchtig en breekt ook hij Mijn wet. Tegenwoordig zijn er veel die hongeren naar geld terwijl de echte hongerlijdenden in de kou blijven staan. Een beetje vasten zou de mensheid trouwens echt niet misstaan en de armen zouden er heel wat baat bij hebben. Trouwens niemand kan van twee tafels tegelijk eten. Niemand kan voor twee werkgevers tegelijk werken. Zowel schatten vergaren op aarde als in de hemel is onmogelijk. Je kunt niet tegelijkertijd Mij en Mammon (Mammon: Hebreeuws woord dat keiharde ‘business’ betekent vooral wat geldzaken betreft) dienen. Nogmaals! Wees niet bezorgd voor uw leven! Wees echt niet bezorgd!”
Tot zover het monoloog van God. Veel mensen trekken die laatste woorden van Hem wel duchtig in twijfel. Ik veronderstel dat wij die woorden echter juist ‘bloedernstig’ moeten nemen. Moest Jezus ‘ bloed niet eerst vloeien voordat onze redding kon bezegeld worden? Maar als we ons dan niet druk hoeven te maken over eten, drinken en kleding, wat moeten we dan wel doen? Naar wat moeten we dan nog wel op zoek gaan?
“Zoek eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid.” ( Matteüs 6:33)
Hebben we dan helemaal geen behoefte meer aan eten of drank? Natuurlijk blijven die zaken voor ons van belang en Vader weet dat maar al te goed.
“Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt. Maar zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid DAN ZAL ALLES U ERBIJ GEGEVEN WORDEN.”
Als je in God blijft geloven en dagelijks met Hem praat over al je wel en wee, dan zul je via die gesprekken wel te weten komen wat Vader nog van jou verlangt en naar wat je nog moet zoeken. En wees gerust! Hij zal je keer op keer, elke dag weer, in datgene voorzien wat je nodig hebt om je zoektocht naar Zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid te doen slagen.