Darwin, de Heilige Geest en de taal van de
engelen
van columnist Jan Gillis
Toen Charles Robert Darwin (1809-1882) in 1859 voor het eerst zijn
studie ‘On the Origin of Species’ publiceerde, had hij wellicht
nooit gedacht dat zijn boek de wereld op zijn grondvesten zou doen daveren.
Zijn hypothese dat alle dingen (traag) evolueerden door natuurlijke
selectie, werd vooral in godsdienstige kringen op heel wat gejoel onthaald.
Want een bende apen als voorouders van Adam en Eva, zoiets zag de gelovige
goegemeente niet zitten en vonden ze ronduit ketters.
Eigenlijk is heel die Darwin theorie een storm in een glas water geweest.
Zelfs als het ooit zou blijken dat de theorie voor 90% juist is (want
het is nog steeds een theorie, denk maar aan ‘de ontbrekende schakel’),
doet dat niets af aan de ‘waarheid’ van het scheppingsverhaal
zoals dat in de bijbel beschreven staat. Zegt Petrus niet in zijn brief:
:
“Eén ding echter mag u niet ontgaan: Voor de Heer is één
dag als duizend jaren en duizend jaren als één dag.”
Dat het ondertussen wetenschappelijk bewezen is dat de aarde al miljoenen
jaren oud is, kan ik met een evenwaardige theorie aan die van Darwin
ontzenuwen. Wellicht is mijn theorie iets moeilijker te bewijzen, maar
daar mag ik me niet door laten ontmoedigen! … En de lezer ook
niet! Laat ons gewoon veronderstellen dat God bij het scheppen van de
aarde, ook restanten van andere, reeds vergane werelden zou hebben gebruikt.
Men mag er gerust van uitgaan dat God bij het ‘samenstellen’
van zijn nieuwe aarde gebruik heeft gemaakt van bestaande, natuurwetenschappelijke
wetten. Spijtig genoeg kennen wij, op dit moment, die natuurwetten nog
niet allemaal. … Maar God kent die wel! En het ene door God gebruikte
restant zal wel wat ouder geweest zijn dan het andere. En in het ene
zaten er misschien nog wat overblijfselen van een stel dinosaurussen
en in het andere zal – na enig zoekwerk - wel een pterosaurus
te vinden zijn enz.
Ik ben helemaal geen theoloog met universitaire studies achter de rug.
Ik ervaar God alleen maar op mijn manier en daar hoef ik niet voor gestudeerd
te hebben. Trouwens! Welk beroep hadden de eerste apostelen? Het merendeel
van hen was visser of oefende een aanverwante ambacht uit. Degene die
het meest gestudeerd had, was blijkbaar Matteüs. En die bezat in
zijn tijd de kwalijke reputatie van belastingontvanger. Ik wil alleen
maar aantonen dat de Schriften helemaal niet zo moeilijk te lezen zijn
als het merendeel van ons wel denkt. Ze zijn geschreven voor elke mens
die bestaan heeft, die nu bestaat en die later nog zal bestaan. En dan
neem ik met plezier, dat uitgelezen clubje theologen er ook maar bij.
Als mensen de bijbel lezen gebeuren er soms rare dingen. Op onverklaarbare
wijze vinden sommigen er een boodschap in die blijkbaar al eeuwen op
hun aandacht zat te wachten. Anderen dan weer beweren dat het ganse
boek op verzinsels berust en als dusdanig voor niemand van belang is.
Volgens deze laatste categorie van mensen is het lezen van de bijbel
één van de (doeltreffendste) middeltjes om rustig in slaap
te dommelen.
Hoe komt het dat sommige mensen het evangelie wel kunnen begrijpen,
terwijl anderen er kop noch staart aan krijgen? Bestaat er dan zo ’n
soort select leespubliek dat voorbestemd lijkt om de Bijbel ‘zondermeer’
te snappen? Ondertussen blijft er toch ook nog een massa volk rondlopen
met het vastgeroest idee dat ze met dat boek zelfs nog geen ei kunnen
leren bakken? Willen we die bijbel ‘ten volle’ verstaan,
moeten we onmiskenbaar over bepaalde gaven beschikken. ‘Het bekomen
van uitleg tussen de regels in’, is blijkbaar één
van die gaven.
Hoe kunnen we die gaven bekomen? Veel hangt af van onze persoonlijke
ingesteldheid t.o.v. God. Als we bij het lezen van die teksten ons hart
volledig openstellen en ons duidelijk voornemen om te ‘luisteren’
naar datgene wat God ons te vertellen heeft, dan zijn we voorlopig al
een heel eind op de goede weg.
Tot de rijke jongeman zei Jezus indertijd ‘… en kom dan
terug om Mij te volgen’ . Als wij zouden beslissen om Jezus ook
eens te volgen, al is het maar voor enkele uurtjes tijdens het ‘doorblaren’
van de bijbel, misschien komt er dan ooit wel een tijd dat we ons van
onze zonden willen bekeren. Misschien krijgen we ooit zelfs de goesting
om in Zijn voetsporen te treden.
Bij aardig wat kerken is de Heilige Geest de spilfiguur, zeg maar het
antiek schouwgarnituur waarmee serieus gepocht wordt. Dat die Geest
nu een wezen is dat op zichzelf bestaat, ofwel de geest van God of Christus
is, laat ik voorlopig in ’t midden. Feit is dat er diep in ons
hart een stemmetje huist dat ons constant raadgevingen schijnt door
te seinen. Misschien heeft u volgende ervaring ook al eens meegemaakt?
U zit met grote problemen en u probeert al een tijdje een oplossing
voor die rotzooi uit je mouw te schudden. U overdenkt daarbij alle mogelijkheden
en, raar maar waar, je praat daarbij haast constant met jezelf. Eén
nadeel! Als je jezelf vragen begint te stellen, moet je meestal ook
zelf de antwoorden ophoesten. Maar tijdens dat denkproces raakt er opeens,
zonder dat je ’t merkt, een tweede partij betrokken. En die plotseling
opduikende belanghebbende tracht ook zijn antwoord naar voor te schuiven.
Als het antwoord van jezelf komt, aanvaard je dat meestal zonder commentaar.
Maar als een ‘onbekende’ het voortouw tracht in handen te
nemen, dan word je wel alerter. Ga je het voorstel van die stem aanvaarden
of niet? Ontneem je die stem haar mogelijkheid om te ‘spreken’,
zeg maar haar stemkracht, of laat je ze juist haar gangetje gaan? Versta
je dan die stem? En welke taal wordt er gesproken? Als het de Heilige
Geest is die verstaanbaar tot je spreekt, dan mag je er zeker van zijn
dat je ook zijn taal spreekt. Ook engelen spreken door de macht van
de Heilige Geest. En hun woorden zullen u alles zeggen wat gij moet
weten en doen. Zij zullen u vertellen wat waar is en wat niet. Zij zullen
u toelaten om in de Schriften tussen de regels door te lezen en ‘alles’
te verstaan. Want plots begrijp je ‘de taal van de engelen’.
… Of niet?