MvG logo www.mvgcontact.org

Woord en Daad - John-Charles Duffy

Home



John-Charles Duffy


Waarom waren Laman en Lemuel zo gehoorzaam?


Terwijl ik dit jaar Nephi's verslag over zijn leven las (1 Nephi 1 - 2 Nephi 5), verbaasde het me dat alhoewel Nephi zowel Laman als Lemuel als de eeuwige klagers afschildert, ze in feite niet besluiten om terug te keren, ze zich ook niet van de rest van de familie afkeren (wanneer de familie uiteindelijk uiteenvalt in het beloofde land, is het de Nephi-groep die vertrekt), en terwijl Nephi's verslag hun klagen en opstandigheid benadrukt doen ze uiteindelijk altijd hetgeen Lehi en Nephi willen, en niet altijd onder dwang. Ze volgen hun vader de wildernis in ondanks dat ze het waanzin vinden. Ook de opdracht om de koperen platen op te halen vinden ze waanzin, maar ze gaan. Er zijn momenten (bijv. in 1 Nephi 22:1), dat ze naar Nephi komen om raad, klaarblijkelijk uit vrije wil, waarbij ze hem als hun leraar aanvaarden, een rol die hem naar zijn zeggen van Gods wege is toebedeeld. Lehi en Nephi houden zich vooral bezig met de vraag waarom Laman en Lemuel niet gehoorzamer kunnen zijn; maar tijdens de leesopdrachten van dit jaar, vraag ik me juist af waarom Laman en Lemuel zo gehoorzaam zijn.

Ik dacht aan een aantal verschillende mogelijkheden die elkaar niet uitsluiten. De eerste mogelijkheid is dat Laman en Lemuel vinden dat ze geen keus hebben dan te volgen- of, wanneer ze e.e.a. absoluut niet meer kunnen verdragen, op gewelddadige manier opstandig te zijn. Misschien zijn ze jeugdiger dan dat we ze ons doorgaans voorstellen. Misschien zijn te te jong om zich van hun vader af te keren; misschien ontbreekt het hun aan mogelijkheden om naar Jeruzalem terug te keren en in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. Misschien vinden ze door hun opvoeding de patriarchale autoriteit van Lehi dermate vanzelfsprekend dat ze deze niet echt ter discussie stellen- zoals soldaten die onophoudelijk over hun officieren klagen, en soms muiterij nabij zijn, maar onder wie ongehoorzaamheid normaliter niet voorkomt. (ik dacht daaraan toen ik las dat Lehi tegen Nephi zei dat hij van Laman en Lemuel eiste dat ze de koperen platen zouden bemachtigen (1 Nephi 3:5). Misschien veroorzaakte Lehi dermate veel tegenstand in Jeruzalem dat Laman en Lemuel met de familie mee moeten vluchten voor hun eigen veiligheid; en als ze dan eenmaal midden in de woestijn zijn, hebben ze nauwelijks een andere keus dan bij de groep te blijven, al vinden ze dat hun vader wel érg veel besluiten neemt op dromen gebaseerd. (ook dacht ik: stel je een situatie voor waarin de Liahona, net als bij de gouden platen van Joseph Smith, nooit door de groep als geheel werd aanschouwd, zodat Laman en Lemuel wel moesten accepteren hetgeen door Lehi en Nephi werd verklaard- dat ze werden geleid door een mysterieus kompas)

Verder is er het probleem van hoe autoriteit werkzaam is binnen deze kleine groep. Vanaf zijn bekeringservaring in de wildernis in 1 Nephi 2, is Nephi er van overtuigd dat God hem heeft aangesteld als leraar en heerser over zijn broeders (2:22). Het lijkt dat Lehi die overtuiging deelt, maar Laman en Lemuel verwerpen die veronderstelling, zelf in een mate dat wanneer Nephi zijn autoriteit wil laten gelden, ze hem willen doden. we zien hier dat deze kleinschalige gemeenschap vanaf het allereerste begin onder druk staat van een machtstrijd, een diepgaand conflict over hoe autoriteit binnen de groep zou moeten functioneren. Wie zal de patriarchale mantel overnemen? Wie wordt de opvolger? Volgens Laman en Lemuel is het hun inherente recht te mogen leiden als oudste zoons. Nephi zegt dat God hém het recht gaf te leiden. Lehi kiest de zijde van Nephi. Het resultaat is een voortdurende afkeer aan de kant van Laman en Lemuel en de zonen van Ishmael, die vinden dat hun rechten met voeten getreden zijn. Als er zich weer eens een crisis voordoet, als ze vinden dat Nephi onuitstaanbare, onredelijke en onrealistische eisen stelt, ontaardt hun afkeer in muiterij: ze binden Nephi vast en laten hem voor dood achter, ze proberen hem in de oceaan te verdrinken, etc. Nephi geeft in zijn verslag zijn visie op de machtstrijd, en stelt eenvoudig: God heeft mij aangesteld te leiden; Laman en Lemuel verwerpen mijn autoriteit (vermaningen, smeekbeden, enz.), omdat ze God verwerpen.

Naast deze opvatting waarom Laman en Lemuel zo veelvuldig gehoorzaam zijn, leek me het ook mogelijk dat zij Lehi's, en zelfs Nephi's, profetische verklaringen in getrouwheid en geloof aanvaarden, zo zeer zelfs dat ze bereid zijn alles achter te laten en op hun vader vertrouwen hen in de wildernis te leiden. Maar hun geloof is niet zo sterk als dat van Lehi en Nephi. Het valt hen niet mee hun geloof en optimisme te bewaren onder levensbedreigende omstandigheden en vaak plotselinge, schijnbaar weinig realistische verwachtingspatronen die hun profeten er volgens hen op na houden. Je zou kunnen zeggen dat hun geloof minder dogmatisch is als dat van Lehi en Nephi. Ze vragen zich door de gebeurtenissen voortdurend af: had ik mijn geloof wel in deze mensen mogen stellen? Had ik het volkomen bij het verkeerde eind?

Vanuit dit oogpunt lijken Laman en Lemuel eigenlijk heel veel op degenen die zich bij Joseph Smith's jonge geloofsgemeenschap aansloten. Ze hadden geloofsversterkende ervaringen die hen vertrouwen deed stellen in de herstellings beweging- en hun geloof was sterk genoeg dat ze bereid waren zich opofferingen te getroosten. Ze waren bereid hun woningen achter te laten, gewillig naar een andere streek te trekken. Maar na de heiligen zover gekregen te hebben dat zij een ongelooflijk vertrouwen ontwikkelden in zijn status als profeet, doet Joseph dingen die hun geloof op de proef stellen en sommige leden, waaronder een aantal hooggeplaatste leiders die in nauw verband met Joseph hebben samengewerkt, voelen zich zo gedesillusioneerd en verraden, zijn zo woedend, dat zij, net als Laman en Lemuel, naar geweld grijpen.

Lehi en Nephi- en in feite Joseph Smith - hebben nauwelijks sympathie voor volgelingen wiens geloof minder onverstoorbaar en dogmatisch is als het hunne. Lehi en Nephi verwachten meer dan volledige toewijding. Als zij zeggen bergen te verzetten, pak dan je schop. Wanneer zij spreken, is de discussie afgelopen. Als God ons heeft geboden, hoe kun je dan terugdeizen? Merk op dat het hier niet zo zeer gaat over Laman en Lemuel's geloof in God- alhoewel Nephi daar anders over denkt, maar over hun onmacht om vertrouwen te bewaren in bepaalde menselijke wezens die beweren namens God te spreken. Lehi en Nephi twijfelen natuurlijk niet aan hun eigen profetische roepingen. (M.u.v. misschien Lehi's moment van twijfel wanneer de boog van Nephi breekt; wanneer Nephi momenten van twijfel kent, vertelt hij ons daar niet over, alhoewel de Psalm van Nephi in 2 Nephi 4 anderszins kan doen vermoeden.) Het is vanwege hun dogmatische opstelling dat Lehi en Nephi niet in staat lijken begrip op te brengen voor mensen die zich niet met hart en ziel en zonder meer kunnen identificeren met wat zij (Lehi en Nephi) immers als geboden van God beschouwen. Nadat Laman en Lemuel dus als offer alles hebben achtergelaten en de woestijn in trokken; en alhoewel ze mee blijven doen aan zaken waarvan ze niet zeker zijn of ze de moeite waard zullen blijken te zijn; zelfs nadat ze naar Nephi luisteren als hij de schriften en zijn vaders visioenen aan hen uitlegt, toch blijven Lehi en Nephi hen krachtig toespreken. Ze blijven tot hen prediken en vermanen hen: waarom verharden jullie je harten? Waarom zijn jullie niet rechtvaardiger? Jullie staan snel klaar om kwaad te doen... Ik maak me zorgen om jullie zieleheil.
Maar weet je, het heeft niet de bedoelde uitwerking. Dat is waar het om gaat in dit verhaal, waarschijnlijk ondanks de bedoelingen van de auteur. Prediken tot mensen wiens geloof minder dogmatisch is dan het eigen geloof heeft niet de bedoelde uitwerking. Misschien kan ze mensen in het gareel krijgen om bepaalde zaken te realiseren. Lehi's familie geraakte erdoor in het beloofde land. Het droeg echter niets bij om de spanning, weerstand en vervreemding
op te heffen die de groep uiteindelijk op deed splitsen. Je zou zelfs kunnen veronderstellen dat de prediking dergelijke weerstanden in de hand werkte. De dogmatische houding van Lehi en Nephi - hun eis dat de rest van groep zich moest onderwerpen aan hun goddelijke autoriteit zonder te twijfelen, zonder te klagen, zonder te verzwakken, met volkomen toewijding - die dogmatische houding veroorzaakte conflicten die de groep opsplitste en die uiteindelijk, honderden jaren later, een hele beschaving ten onder doen zou gaan. Nephi realiseert zich het niet, maar hij helpt het zaad van de ondergang van zijn eigen volk te zaaien.

Was er een alternatief? Ik weet het niet. Ik weet niet zeker of het Boek van Mormon er een antwoord op heeft. Misschien kan ze slechts het probleem aankaarten: misschien is nieuwe openbaring nodig om het antwoord op die vraag te bieden. Maar als het de bedoeling is een samenleving te stichten waar mensen één van hart en één van geest zijn - dan lijken dogmatische beweringen over goddelijke autoriteit niet de oplossing, indien het Boek van Mormon ons daarover iets wil leren. Die oplossing werkt alleen wanneer we degenen 'afsnijden' die zich niet aan onze autoriteit willen onderwerpen, door ze op de een of andere manier van het toneel te laten verdwijnen. In het Boek van Mormon en in de geschiedenis van de heiligen der laatste dagen, neemt dat 'afsnijden' verschillende vormen aan: het excommuniceren van degenen die protest aantekenen; de eigen kleine groep wegvoeren om ergens anders een eigen gemeenschap te stichten; uitzien naar de dag dat God de verdorvenen zal verdelgen en de rechtvaardigen het land zal doen toekomen. Het is niet verbazingwekkend dat een dergelijke visie op de totstandkoming van een verenigde en rechtvaardige maatschappij in geweld uitmondt. Een dergelijke visie vereist op de een of andere manier geweld. Uit het Boek van Mormon hoor ik de waarschuwing klinken dat het geweld dat uit een dergelijke visie voortkomt, kan escaleren totdat ze alles waarvan je dacht dat je voor strijdde, verwoest.

Ik wil niet al te kritisch zijn over Nephi. Zijn krachtige geloof spreekt me zeker aan. Uit de aantekeningen die ik met potlood aan de kantlijn van mijn Boek van Mormon schreef zo'n vier jaar geleden, kun je opmaken dat ik me geinspireerd voelde door Nephi's model van vertrouwen en zijn vasthouden aan zijn overtuiging ondanks tegenslag, aan het vertrouwen op de schriften en persoonlijke openbaring teneinde tegenslagen het hoofd te bieden. Nephi's dilemma maakt ook nu nog een diepe indruk op me: hoe dring je tot mensen door wiens harten gesloten lijken? Hoe open je hun ogen voor een ambitieuzer of een nogal onverwachte visie aangaande Gods wil? Ik begrijp dat probleem maar al te goed. Deze keer voelde ik me echter gedrongen om aandacht te besteden aan de keerzijde van Nephi's zelfvertrouwen- de misschien onvermijdelijke tendens om mensen van elkaar te vervreemden en onderling te verdelen.

John-Charles Duffy is eveneens auteur van de Internet-site: LiberalMormon.net waarin hij en geloofsbenadering beschrijft die zich vanuit een brede mormoonse visie vrijzinnig opstelt. (nederlandstalig)