Het begint telkens met een boek
In 618 voor Christus liet koning Josia de tempel in Jeruzalem herstellen, want die was al lang niet meer gebruikt (zie II Kon. 22, 23). Bij de restauratie vond men een boekrol ingemetseld in de muur van de tempel. Toen de koning de rol zag, scheurde hij zijn kleren en liet de profetes Chulda komen om te zeggen wat dit betekende. Zij voorspelde de ondergang van Jeruzalem omdat men zich van de Heer had afgekeerd. Josia liet het volk samenkomen om te luisteren, want de rol bevatte ‘de tekst van de wet’, en daar had het volk zich de laatste twee generaties niet aan gehouden: ze aanbaden Baal. Bij de ingang van de tempel las Josia zelf ‘het verbondsboek’ voor, en samen zwoeren koning, priesters en volk zich weer te gaan houden aan het verbond met de God van hun voorouders. Daarna maakte Josia grondig een eind aan alle afgoderij: de dienst aan Baal was voortaan afgelopen in Juda. Dit wordt genoemd de ‘hervorming van Josia’ en vormt de herstart van de Joodse religie: vanaf dat moment stonden de tempel, de wet en de profeten centraal. De boekrol in kwestie vormt nu het merendeel van Deuteronomium, een boek vermoedelijk geschreven is voor het doeleind van Josia.
Joseph Smith’s restoratie start ook met een boek, niet in een muur, maar in de grond gevonden, niet in de tempel maar in de ‘wildernis’, in elk geval een boek dat op grond van ouderdom autoriteit claimt. Wij gebruiken dit geschiedenispatroon weinig, maar het is er wel. God start een nieuwe tijd kennelijk met een boek, een oud, of – zeker in het geval van Josia – zogenaamd oud boek dat ons verbindt met de geschiedenis van Gods volk en daarmee met onze eigen historie. Oud of niet is eigenlijk niet belangrijk, want het gaat erom dat de herstelling via het ‘nieuwe oude’ geschrift de verbonden uit het verleden weer actueel maakt voor ons. Een nieuwe bedeling van het evangelie begint met een boek, waarin opnieuw de oude boodschap toepasbaar blijkt op ons, een oud boek dat werd ingemetseld of begraven voor later, om ons ‘bij de les’ te houden, wanneer ook geschreven. Aan ons om het boek echt te lezen, niet om te ‘bewijzen dat het waar is’ (want we beseffen nauwelijks wat we daarmee bedoelen) maar bij de les en bij God te blijven.
Wouter van Beek
Lees meer artikelen van de hand van Wouter van Beek.