Historisch overzicht van emigratie vanuit Nederland
Historisch bezien waren de motieven van Nederlandse emigranten naar
Amerika zowel sociaal, politiek, economisch als religieus. De eerste
Nederlandse emigratie vond plaats in 1623 toen de Nederlandse Westindische
compagnie een groep van dertig gezinnen uitzond, die zich vestigden
aan de mond van de Hudson rivier. Tenslotte leefden er omstreeks 1664
ongeveer 10.000 Nederlanders in Amerika.
De volgende opmerkelijke emigratie naar Amerika vond plaats in 1846.
Deze werd de nieuwe immigratie of grote migratie genoemd. De oorzaken
waren gedeeltelijk sociaal en economisch, maar voornamelijk religieus.
De afgescheidenen, een in 1834 afgescheiden groep van de officiele
Hervormde Kerk in Nederland, had een belangrijk aandeel in deze "nieuwe
immigratie". De regering had een wet uitgevaardigd, die de Afgescheidenen
verbood om met meer dan 20 leden tegelijk te vergaderen. Zij werden
niet alleen in de uitoefening van hun godsdienst belemmerd, maar ook
economisch gediscrimineerd.
Voor alles was het streven van de Staat erop gericht de Afgescheidenen
in bedwang
te houden. Hiervoor maakte men gebruik van politiemaatregelen, geldboetes
en
gevangenisstraffen. Daarnaast was er het discriminatieprobleem, want
de publiek
opinie nam het feit, dat deze groep zich van de bestaande kerk afkeerde,
zeer
hoog op.
De Afgescheidenen zagen Amerika als een ontzaglijke onbewoonde uitgestrektheid.
Zij geloofden ook, dat zij daar niet door religieuze beperkingen aan
banden
zouden worden gelegd.
Ook katholieke emigranten van Nederland bevolkten Amerika gedurende
deze Nieuwe
Immigratie, eveneens uit religieuze overwegingen. Zij vestigden zich
voornamelijk
in het district van de Fox River in Wisconsin. Ook zij hadden moeilijkheden
met
de Nederlandse Staat gehad. De regering had hen namelijk geen toestemming
willen
geven om een organisatie van bisschoppen op te richten.
"Ons werd geen toestemming gegeven een onderwijssysteem op te
zetten dat in overeenstemming was met de traditionele principes van
ons geloof."
Hoewel de religieuze motieven van de Nederlandse katholieken om te
emigreren sterk waren, waren zij toch niet zo alles overwegend als
de motieven van de afgescheidenen. Ook Nederlanders van Hervormde
origine verlieten Nederland om zich in Amerika te vestigen. Deze kwamen
vooral terecht in Michigan, Ohio, Illinois, Indiana, Wisconsin, Iowa,
Minnesota, de Dakotas, New York en New Jersey.
In de dertiger en veertiger jaren van de negentiende eeuw veroorzaakte
een economische depressie, evenals de politiek ten opzichte van de
afgescheidenen een motief voor emigratie. Belastingen werden verhoogd,
in het bijzonder slagers en molenaars werden zwaar belast. Het gebrek
aan aardappelen in de jaren 1845 en 1846 was een nationale ramp, Vlees
verdween van de tafel van de arbeiders-klasse.
In 1848 nam het aantal emigranten af, Politieke veranderingen verbeterden
de
sociale en economische omstandigheden door het afschaffen van zware
belastingen
en er werden wetten opgesteld die een einde maakten aan kinder- en
vrouwenarbeid,
Sommigen van deze vroege Nederlandse emigranten sloten zich bij de
Mormoonse
Kerk aan. In de zomer van 1853 werden enkele Nederlanders die in Keokuk,
Illinois, leefden in de buurt van een Mormoonse nederzetting, Nauvoo
genaamd,
Mormonen en begonnen hun grote trek naar Utah.
De eerste emigranten van de Kerk van de Heiligen der Laatste
Dagen
Hun godsdienstzin, en niet in de eerste plaats economische motieven,
bracht de Mormoonse Nederlander naar Utah. Deze emigratie, die in
1863 begon, werd ge-inspireerd door een religieus geloof in een goddelijk
bevel om zich in Utah te verzamelen.
Mormoonse zendelingen kwamen voor het eerst in 1861 in Nederland aan.
Dit was in de tijd dat de burgeroorlog over de Verenigde Staten raasde.
Niettemin moedigden zendelingen bekeerlingen aan om zich in hun Zion
in de Rocky Mountains te ver-gaderen.
In juni 1863 verlieten de eerste Nederlandse emigranten, Christina
Suzanna Meyers en Cornelia Ages Nederland om naar Utah te gaan. Zij
voeren vanuit Londen met het S.S. Amazone. A.W.van der Woude, een
van de eerste zendelingen, die de boodschap van het herstelde evangelie
in Nederland bracht, begeleidde deze eerste emigranten van Nederland
naar Amerika,
Een jaar later vertrok de eerste belangrijke groep emigranten naar
Zion. Deze groep bestond voornamelijk uit bekeerlingen, die vroeger
tot een secte behoorden, de Zwyndrechtse Broederschap genaamd, ook
werden zij wel nieuwlichters genoemd. Zij beschouwden de boodschap
van de Utah-zendelingen als een vervulling van hun eigen verwachtingen.
Zij waren geen gevormde theologen, maar gewone kinderen uit het volk.
Stoffel Mulder, hun leider, was een schipper, Maria Leer, hun profetes,
een heel gewone vrouw. Zij stichtten een religieus-communistische
broederschap. Zij werkten voornamelijk in de jaren 1816 tot 1840,
jaren van oorlog en geweld, zowel in politiek als in geestelijk opzicht.
Voor dat de tijd rijp was om aandacht aan hen te besteden, waren zij
reeds vertrokken. Zij werkten op hun eigen manier. Zij verhieven net
geestelijk leven in een geestdodende tijd, zij verhieven hun
stemmen tegen afval van het evangelie, zoals zij het verstonden, zij
predikten een verheven ideaal, een navolging van Christus en realiseerden
dat in hun leven.
Een van hen, een matroos, genaamd Timmotheus Mets, raakte met de eerste
zendelingen, Schettler en van der Woude, bekend en trad tot de Kerk
toe. Later traden vijftig personen van de broederschap tot de Mormoonse
kerk toe. In 1864 haalde Mets zijn familie en de ouders van zijn vrouw,
de familie Heystek, over om zich aan te sluiten bij een compagnie
van zestig personen, die van plan was om naar Utah te emigreren. De
volgende bekeerlingen van de nieuwlichters sloten zich bij deze compagnie
aan:
Van Heukelom kwamen de families Exzalto, De Heus en Van Dam, evenals
twee alleenstaan.de personen, P.Oliviver en J.van Dam;
Van Gorinchem de weduwe Tol met haar kinderen, Keetje Valk en J.Pol;
Van Werkendam de families W.Heystek en A.Kuyk, alsmede B.Keyzer en
zijn dochter; van Rotterdam de familie J.Huisman, de weduwnaar Bosch
en zijn kinderen en de weduwe Mets en haar kinderen; Uit Gelderland
kwam de familie T.Bunne.
Deze compagnie Nederlands-Mormoonse emigranten verliet Rotterdam op
1 juni 1864 en vertrok via Engeland naar Utah. Zij voeren van Liverpool
naar New York aan boord van het s.s. Hudson. Gedurende deze reis stierven
negen kinderen en werden drie babies geboren. De dood was een gevolg
van mazelen, die onopgemerkt door een Joodse familie aan boord werd
gebracht. Dit werd pas drie dagen na het vertrek ontdekt,
De compagnie kwam op 19 juli in New York aan. Deze groep emigranten
bereikte Salt Lake City op 26 oktober met de William Hyde compagnie.
Gedurende deze tocht stierven nog twee personen.
Bijdragen van Nederlands-Mormoonse emigranten
Onder de leden van de eerste belangrijke groep Nederlands-Mormoonse
emigranten bevond zich Timmotheus Mets. Hij vestigde zich op een boerderij
in Morgan County, Utah, in 1865. Later begaf Mets zich in de handel
en tenslotte werd hij superintendent van de Morgan Coop (een
door de Kerk gesteunde codperatieve winkel). Dit gebeurde in 1874.
In 1891 keerde Mets als zendingspresident naar Nederland terug, alwaar
hij tot 1892 bleef. In die jaren werd Belgie aan de Nederlandse zending
toegevoegd.
Een ander belangrijk lid van deze groep was Dirk Bockholt. Ook hij
keerde als zendingspresident terug naar zijn geboorteland. In het
gewone leven was hij ambtenaar van Salt Lake county.
De volgende emigranten namen eveneens hun plaatsen op een waardige
manier in: De gebroeders Ekker van Eureka en Mammoth, die in de vroege
zeventigerjaren naar Utah kwamen, werden uitzonderlijke veefokkers;
Gerrit de Jong Jr., professor in de moderne talen aan de Brigham Young
Universiteit, vertegenwoordigde de universitaire klasse van Nederlande
emigranten in de Verenigde Staten.
Gevolgen van de emigratiepolitiek op de zending en de Nederlanders
ledere bekeerling tot de Mormoonse Kerk was een potentiele emigrant.
Hoewel ook de zendelingen de leden instrueerden om in Zion te vergaderen,
bleek ook in de bekeerlingen zelf een verlangen om te emigreren te
groeien. Millennial Star van 22 december 1866 zegt hierover:
"Het is niet nodig om de vergadering van de broederen hier te
prediken, want alien die in het Evangelie geloven en hieraan gehoorzamen,
zijn klaar om hun vaderland vaarwel te zeggen en zich bij Gods volk
te voegen, maar velen zijn helaas verstoken van de hiervoor noodzakelijke
middelen."
Vele Nederlanders waren gelnteresseerd in het Mormonisme, omdat dit
de mogelijkheid van emigratie naar de Verenigde Staten vergrootte.
Dikwijls verkeerden zij in de veronderstelling dat de Kerk de kosten
hiervan op zich zou nemen. In 1866 rapporteerde Joseph Weiler, zendingspresident,
dat hij was bezocht door enkele relaties, die het deden voorkomen
alsof zij in de principes van de Herstelde Kerk geloofden. Na hierop
wat dieper te zijn ingegaan merkte hij, dat zij weinig of niets van
de principes van de Kerk wisten, maar in de veronderstelling
verkeerden dat de Kerk hen zou laten emigreren. Zij zouden een beter
leven in Utah hebben? maar ik gaf hen te verstaan, dat de Kerk op
deze manier geen zaken deed. Weilers verwanten leefden in Heukelom.
Hij had gehoopt vele bekeerlingen tot de Kerk in deze plaats te kunnen
vinden.
Later gaf een brief van een emigrant uit Heukelom een verslag van
de omstandig-heden in Salt Lake City. Hij schreef, dat als hij 's-morgens
opstond, hij dacht dat er lichte sneeuw was gevallen. Hij beschreef
hoe hij ontdekte dat een laag zout, die die nacht vanuit de grond
was opgestegen, de aarde bedekte, Verder schreef hij dat hij de helft
van wat hij verdiende, aan de Kerk moest afstaan, Ook werd er een
tiende gevraagd voor het dorsen van het graan, een tiende voor het
malen en dan nog een extra tiende. Toen deze bref in Heukelom werd
gelezen toonde niemand meer interesse in de leerstellingen van de
Kerk.
Ondanks dergelijke moeilijkheden gingen de zendelingen door met het
prediken van
de leerstellingen van de vergadering van Zion. Hoewel het vele bekeerlingen
on
brak aan de middelen om te emigreren, waren zij toch na jaren van
sparen in staat
naar Utah te vertrekken. De verslagen tonen aan dat van 1861 tot 1879
169 be
keerlingen door de zendelingen. werden gedoopt. In diezelfde periode
vertrokken
202 Nederlanders naar de Verenigde Staten. Deze statistische gegevens
tonen aan
dat gedurende de eerste achttien jaar van de zendingsgeschiedenis
het aantal
emigraties en dopen gelijke tred hield.
De tachtiger en negentigerjaren, een nieuw tijdvak van Nederlandse
emigratie
Van 1880 tot het begin van de negentiger jaren nam de emigratie van
zowel mormonen als andersdenkenden toe. Tussen 1893 en 1898 echter
verminderde het aantal mormoonse emigranten en nam het aantal niet-mormoonse
emigranten toe. Wellicht was dit een gevolg van de financiele depressie
in Amerika. Een andere factor was de Spaans-Amerikaanse oorlog in
de jaren 1897-1898. Daarna nam de emigratie weer toe.
Er zijn vele redenen te noemen, o.a. de vergaderingspolitiek van de
kerk, die als oorzaken van het grote aantal emigranten in de laatste
jaren van de negentiende eeuw mogen worden verondersteld. Een van
die redenen was ook de bevolkingstoename in die jaren. Ook de economische
depressie mag als reden worden aangenomen. Daartegenover stond dat
in Amerika de graanproduktie toenam. als gevolg hiervan vonden vele
arme boeren en arbeiders het maar het beste om te emigreren. Verder
werd Amerika dichter bij Nederland gebracht door de vestiging van
de Holland-Amerikalijn in 1873. Stoomschepen vormden een directe verbinding
tusse Rotterdam en New York. In 1885 ontstond er grote concurrentie
tussen verschillende stoombootmaatschappijen, welke de prijs van transport
naar de Verenigde Staten tot het belachelijke bedrag van tien of twaalf
dollars verlaagde. In dit nieuwe tijdvak van Nederlandse emigratie
ondernam de Mormoonse Kerk stappen om de leden aan te moedigen en
te helpen om naar Zion te emigreren. In 1885 raadde de zendingspresident
John W.P.Volker de heiligen aan om een emigratiefonds te stichten.
Hij adviseerde de leden om 10 cent per persoon per week opzij te leggen
voor het emigratiefonds.
Verandering in de emigratiepolitiek
Bij de eeuwwisseling waren om en nabij zeshonderdenvijftig leden van
de Kerk van Nederland naar Amerika geemigreerd. In diezelfde perioden
doopten de zendelingen 1950 bekeerlingen.
In het begin van de twintigete eeuw introduceerden de autoriteiten
van de Kerk van Jezus Ghristus van de Heiligen der Laatste Dagen een
nieuwe emigratiepolitiek.
Leiders van de Kerk uit Salt Lake City bezochten de Nederlandse zending
en in-strueerden de Heiligen om in Nederland te blijven. Francis M.Lyman,
lid van de raad van twaalven, bracht de nieuwe politiek in 1903 tijdens
een conferentie in Rotterdam ter sprake:
"Wij wensen dat u hier in Nederland blijft. Wij wensen dat hier
priestersehap blijft. U bent geboren en opgegroeid in Nederland en
als u weggaat, zal bet moeilijk zijn om terug te keren. Wij willen
ook dat de zusters in Nederland blijven. "
Sommige leden hadden al het besluit genomen om naar Amerika te vertrekken.
Elder Lyrnan sprak zijn misnoegen uit over onbedachtzame emigratie
en adviseerde
deze leden orn de raad van de presiderende broederen te vragen over
vertrek
naar Utah.
De autoritetten in Salt Lake City stuurden instructies naar de zendingspresident
William T.Cannon, dat de leden eerst op de proef moesten worden gesteld
alvorens
te emigreren, zodat zij in staat zouden zijn om aan de verleidingen
en moeilijk-
heden weerstand te bieden en niet tussen de wal en het schip zouden
raken na
hun aankomst in Utah.
De redenen voor deze nieuwe politiek waren tweezijdig:
1. het versterken van de kerk in Nederland
2. de leden helpen om onnodige beprcevingen te vermijden, die vele
emigranten
in Utah onder ogen moesten zien.
Kerkleiders vertelden de Heiligen dat er geen efficienter manier was
om het evangelie te prediken, dan door middel van grote, actieve wijken.
In het jaar na de intrcductie van deze nieuwe politiek nam het aantal
emigranten af. Dit was echter slechts een tijdelijk verschijnsel.
Daarcm legdsn de autoriteiten van de Kerk in 1910 nog eens de nadruk
op de emigratiepolitiek van de Kerk:
"We leggen er nog eens extra de nadruk op dat het tegen de prircipes
en het advies van de autoriteiten van de Kerk is dat mannen hun vrouwen
en kinderen verlaten om naar Amerika te emigreren."
De autoriteiten benadrukten nogeens de moeilijkheden van emigratie.
Zij memoreerden dat de wetten van het land streng waren, dat vele
beproevfngen op het pad van de emigrant kwamen zoals de noodzakelijkheid
om een nieuwe taal te leren, de moeilijkheden bij het vinden van werk
en de ervaring had ook geleerd dat vele Nederlanders in Amerika hun
verwanten misten.
Emigratie sinds de eerste wereldoorlog
Na de eerste wereldoorlog herleefde de emigratie zowel voor Heiligen
der Laatste Dagen als niet-mormonen een korte tijd. Dit duurde echter
niet lang. De Verenigde Staten beperkte het aantal emigranten tot
3.153 jaarlijks bij de emigratiewet van 1924. Dit veroorzaakte een
sterke daling van het aantal emigranten. In 1923 vertrokken 180
leden en 3.783 nfet-mormonen naar Amerika, maar in 1924 vertrokken
er slechts 25 mormonen en 1753 niet-mormonen, Na 1929 nam de emigratie
af ten gevolge van de economische depressie in de Verenigde Staten.
Het laagste punt werd in 1933 bereikt toen geen enkele heilige emigreerde
en slechts 174 niet-mormonen. Tengevolge van deze verlaagde emigratie
werden de takken van de Kerk in Nederland meer stabiel. De zendingspresident
interpreteerde dit als een overgangsperiode in de Nederlandse zending.
Voor de depressie vertrokken praktisch alle leden naar Amerika, ondanks
de politiek van de Kerk. Toen evenwel de gevolgen van de depressie
werden ondervonden, waren velen die hun naam reeds bij het Amerikaanse
consulaat op een lijst hadden laten plaatsen, niet meer in staat hun
plannen ten uitvoer te brengen. Vele leden dachten dat vrienden en
verwanten in Amerika wel de middelen voor hun vertrek zouden verschaffen,
maar ook de Verenigde Staten waren in een staat van recessie:
"In gevallen, waarin een deel van de familie al reeds in Aroerika
is, is het vanzelfsprekend dat de rest hen wenst te ontmoeten. Velen
Velen echter volgen het advies op om te blijven waar zij zijn en te
helpen om de lokale takken op te bouwen. Langzamerhand begint het
gedrag van de heiligen te veranderen. Het is hun duidelijk gemaakt,
dat er in Utah erg moeilijk aan werk is te komenf alsook in de rest
van Amerika en dat vele emigranten erg zijn teleurgesteid. De autoriteit
wordt in handen van plaatselijke leiders gesteld. Bit versterkt de
indruk dat de heiligen hier moeten blijven."
In 1936 waren er 129 emigranten. Het jaar daarop slechts 33. Deze
verlaging nam toe tot 1939. Toen brak de tweede wereldoorlog uit,
Gedurende deze oorlog verliet geen enkele mormoon Nederland,
Emigratie sedert de tweede wereldoorlog
Na de tweede wereldoorlog volgde een nieuwe toevloed van Nederlandse
emigranten naar Amerika en Canada. In 1946 emigreerde geen enkele
heilige en slechts 353 niet-mormonen. Na het einde van de oorlog ontstond
er een sterke toename van het aantal emigranten,, In 1947 emigreerden
160 mormonen en 2936 niet-mormonen. Tengevolge van het ondervonden
lijden gedurende de oorlog verlangden vele Nederlanders te vertrekken.
Velen probeerden ook hun economische positie te verbeteren door zich
in andere landen te vestigen,
Ook de Nederlandse regering stimuleerde het emigreren na de oorlog.
In 1950 werd door de regering een actief emigratiebeleid op touw gezet
am huip te verlenen, aan hen die wensten te emigreren. In 1952 werd
een emigratiewet aangenomen. Deze wet beloofde aan iedereen die wenste
te emigreren in de ncodzakelijKe kosten
hiervan bij te dragen,
De voornaamste reden voor deze wet was de slechte economie tengevolge
van over
Bevolking:
"De regering is van oordeel, dat door het geven van een mogelijkheid
om ergens anders in de wereld een nieuw leven te beginnen en de emigrant
in staat te stellen zijn mogelijkheden te ontwikkelen -iets dat in
het eigen land niet mogelijk is, zij een bijdrage levert die niet
alleen de emigranten en Nederland zelf bevoordeelt, maar ook het ontvangende
land, welks algemene welvaart wordt bevorderd door de invloed van
deze emigranten."
De bevolking van Nederland was toegenomen van 5.2 miljoen in 1900
tot 11.7 miljoen in 1962. Gedurende deze jaren was de bevolking met
gerniddeld 140.000 per jaar toegenomen. De regering voelde, dat als
zij de emigratie niet zou aan moedigen, de bevolking zou toenemen
tot 14.3 miljoen in 1980. Tn verband hiermede vond de regering emigratie
wenselijk. Tussen 1945 en 1962 emigreerden 390.000 Nederlanders met
regeringshulp. De meeste van deze emigranten vestigde zich in Canada,
Australie en de Verenigde Staten.
De emigratiewet van 1952 veroorzaakte het vertrek van vele heiligen
uit Nederland Ondanks de pogingen van Mormoonse leiders om emigratie
tegen te gaan, veroorzaakte dit een groot verlies aan plaatselijke
leiders en ervaren leden. Met uitzondering van de oorlogsjaren, waarvan
geen verslagen bestaan, werden tussen 1907 en 1954 door de zendelingen
6684 bekeerlingen en 1615 kinderen gedoopt. In diezelfde periode werden
tweehonderdvijfenzeventig leden geexcommuniceerd en waren er 7076
die stierven of emigreerden. Dientengevolge werd de groei in Nederland
sinds 1907 tot 1000 leden beperkt.
Le Grand Richards, een lid van het Quorum van de twaalf apostelen,
vermeldde dat emigratie de zending danig bemoeilijkte in de ontwikkeling
van het ledental en het leaderschap:
"De zending heeft enkele handicaps, veroorzaakt in eerste instantie
door
het feit, dat de Nederlandse regering wil betalen voor haar inwoners,
die wensen
te emigreren naar andere landen, omdat Nederland zelf overbevolkt
is. Het
resultaat is dat er slechts een paar honderd leden meer zijn dan 43
jaar geleden
Met andere woorden, het aantal emigranten is praktisch gelijk aan
het aantal
bekeerlingen, zodat het erg moeilijk is om praktisch leiderschap in
de zending
te ontwikkelen."
Hernieuwde aankondiging van non-emigratiepolitiek
In de vijftiger jaren werd het onderwerp emigratie een moeilijk punt
onder de heiligen in Nederland. Toen het eerste presidentschap Donovan
van Dam, zendings-president van 1952 tot 1956, naar Nederland stuurde,
adviseerde het hem om de kerkleden aan te moedigen in de zending te
blijven. Er waren twee redenen voor deze politiek:
1. het iokale leiderschap in de zending moest worden ontwikkeld en
2. zij wensten dat de zendingen opgebouwd zouden worden, zodat ringen
zouden
kunnen worden georganiseerd.
In hetzelfde jaar dat de nieuwe zendingspresident in Nederland aankwam,
werd de emigratiewet door de Nederlandse regering aangenomen. In het
jaar daarop, 1953 herhaalde het eerste presidentschap van de kerk
de boodschap om niet te emigreren. Zij zond een officiele brief aan
de zendingspresident, waarin werd vermeld dat er geen verandering
kwam in de opvattingen van de Kerk betreffende emigratie. President
van Dam meldde met betrekking tot deze brief:
"Wij ontvingen een zeer uitvoerige brief van het eerste presidentschap
van de Kerk, waarin ons wordt gevraagd om emigratie van de heiligen
naar de Verenigde Staten tegen te gaan en hen te belnvloeden om in
Nederland te blijven om te worden getraind om leiders in de Kerk te
worden. Door in Nederland te blijven zult u zendingswerk doen en er
aan medewerken dat de Kerk in Nederland zal groeien."
De zendingspresident ontving in 1953 twee brieven, die hem instrueerden
om emigratie zoveel mogelijk af te raden. De autoriteiten in Salt
Lake City in-strueerden hem om de leden aan te moedigen in him eigen
plaatsen te blijven en te helpen om de gemeenten van de zending te
versterken. Een van deze brieven bevatte de volgende tekst:
"Het is de bedoeling van de Kerk om alles te doen wat maar mogelijk
is om te voorzien in de behoefte aan tempels over de gehele wereld,
zodat de leden de gelegenheid krijgen de zegeningen van de tempel-verordeningen
te ontvangen, ook als zij in nun eigen omgeving blijven. Hierdoor
zal het mogelijk zijn dat in de kortst mogelijke tijd het Woord des
Heren zal worden bewaarheid, dat het evangelie zal worden verspreid
onder alle naties, tongen en volkeren."
Deze twee brieven waren kennelijk het gevolg van het passeren van
de Refugee Relief Act van 1953 door het Congres van de Verenigde Staten.
Kerkautoriteiten voelden dat het passeren van deze wet in het hart
van de leden het verlangen zou kunnen doen ontstaan naar de Verenigde
Staten te emigreren.
Een nieuwsblad in Den Haag vermeldde in haar kolomen dat de Kerk van
Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen had gewaarschuwd
tegen emigratie. De verslaggever meldde dat de Kerk streng tegen emigratie
waarschuwde en gaf een uittreksel van deze brief:
"Daarorn zeggen wij nog eens nadrukkelijk dat de Kerk niet kan
voorzien in sponsors, huis of werk. Het wordt steeds moeilijker om
werk in Amerika te vinden. Het is zeer twijfelachtig of iemand er
economisch beter op wordt door naar Amerika te emigreren. Vele Nederlanders,
die cnlangs zijn geemigreerd zijn ontevreden met hun situatie in Amerika."
President Van Dam berichtte, dat leden van de Kerk het bericht van
de non-emigratiepolitiek slecht hadden ontvangen. Hij meldde dat hij
helaas weinig verandering in de houding van de leden kor ontdekken
en dat slechts weinigen besloten in Nederland te blijven. Emigratie
bleef de groei van de zending en de ontwikkeling van het leiderschap
bemoeilijken. Meestal emigreerden juist de meest geschikte leden.
Emigratie roomde constant het aanwezige leiderschap af, waardoor de
oudere priesterschap overbleef. Deze konden echter niet in de open
plaatsen worden aangesteld: .,
"Velen van de oudere priesterschapsleden hebben hun staatsburgerschap
verloren door verkeerde politieke activiteiten gedurende de oorlog.
Zij kunnen geen officiele functies krijgen en kunnen ook niet emigreren.
Tot nu toe hebben wij ons afgevraagd of zij geschikt kunnen worden
geacht om het plaatselijke leiderschap over te nemen."
Deze verkeerde politieke activiteit van sommige priesterschapsdragers
bestond u±t het intreden in een nationaal-socialistische organisatie,
bekend als N.S.B. Deze groep sympatiseerde met de Nazi Partij en steunde
deze in de oorlog. Vele Nederlanders waren tot deze partij toegetreden
om werk te vinden, teneinde hun gezinnen van de hongerdood te redden.
Factoren die de emigratie beinvloedden
Verscheidene factoren hadden gedurende de geschiedenis van de Nederlandse
zending invloed op de toename van het aantal emigranten zowel onder
de mormonen als onder niet-mormonen. Financiele depressie beperkte
dikwijls emigratie:
"Het feit dat het aantal Nederlandse emigranten in de crisisjaren
van 1857, 1873 en 1897 scherp afnam, wijst op een begrijpelijke terug-trekking
om de moeilijkheden, die hen in Amerika in een periode van financiele
depressie wachtten, onder ogen te zien."
Ook in de oorlogsjaren nam de emigratie af.
In 1861, het eerste jaar van de Burgeroorlog, waren er slechts 283
emigranten,
in 1871, tijdens de Frans-Pruisische oorlog 993,
in 1897 en 1898, gedurende de Spaans-Amerikaanse oorlog waren er respectievelijk
890 en 767 emigranten.
Tussen 1820 en 1949 verlieten 265.539 Nederlanders hun vaderland.
In vergelij
king met de emigratie van andere Europese landen, was het aantal Nederlandse
emigranten relatief klein:
de duitsers voerden met een totaal van 6.119.957 de lijst aan.
Daarna kwamen de Italianen met 4.764.480, de Ieren met 4.611.643,
de Russen
met 3.343.889 en de Engelsen met 2.743.252. Zweden leverde 1 .225.930
emigranten
Noorwegen 812.693, Denemarken 339.524 en Griekenland 439.402.
Rapporten van het United States Bureau of the Census toonden aan dat
er in
1850 geen Nederlanders in Utah leefden, er waren er 12 in 1860, 122
in 1870,
141 in 1880, 254 in 1890, 523 in 1900, 1392 in 1910, 1980 in 1920,
2325 in 193
1857 in 1940, 2336 in 1950 en 8127 in 1960.
De statistieken van 1950 tonen aan dat Utah tiende was op de lijst
van Staten
van de Verenigde Staten met in het buitenland geboren Nederlandse
inwoners.
Gedurende de 105 jaar zendingsactiviteit in Nederland (1861-1966)
emigreerde
6529 van de 14.307 bekeerlingen. Deze cijfers illustreren dat ongeveer
50%
van het totale ledental in Nederland is geemigreerd.
Sinds 1959 is de emigratie van leden van de herstelde kerk afgenomen.
Dit
werd gedeeltelijk veroorzaakt door de voltooiing van de Londen Tempel
in 1958.
De inwoners van Nederland, die lid waren van de Kerk van Jezus Christus
van de
Heiligen der Laatste Dagen, behoefden nu niet meer te emigreren om
naar een
tempel te kunnen gaan. Andere factoren welke hielpen om de emigratie
onder de
mormonen te beperken waren:
1. de vestiging van de Hollandse ring in 1961
2. het bouwprogramma van de Kerk in Nederland, dat startte in 1962.