De vroegste bekeringsmethoden
Voor 1900 bekeerden de zendelingen hoofdzakelijk door het verspreiden
van boeken en tractaten en door het houden van vergaderingen in de
huizen. Na 1900 werden verscheidene nieuwe methoden gelntroduceerd.
De methode van het verspreiden van tractaten
Het verspreiden van tractaten bleek de meest succesvolle manier te
zijn in de negentiende eeuw. J.W.F.Volker, zendingspresident van 1885-1889,
beschreef hoe dat werd gedaan:
"Ik begon mijn arbeid te Amsterdam en vertaalde het "Evangelie
van Christus" in het Nederlands. Hiervan liet ik 10.000 exemplaren
drukken. Deze verspreidde ik langs de huizen met de mededeling, dat
ik over drie dagen terug zou komen. Dit plan gaf mij een goede gelegenheid
om met de mensen thuis te spreken."
De directe resultaten van dit huis-aan-huis verspreiden van tractaten
was niet altijd bemoedigend, maar aan het uiteindelijke resultaat
viel niet te twijfelen. De zendingspresident meldde:
"Groot is het aantal gevallen, waarin slechts een persoon werd
gevonden door zo'n tractaat, maar deze bracht dan naderhand de ene
familie na de andere in de Kerk."
Zendelingen beweerden dat het in hoofdzaak de "armen" waren,
die door de distributie van tractaten tot de Kerk werden bekeerd.
"Wij hebben duizenden tractaten onder rijke en arme mensen verspreid.
De rijken namen zelden de moeite ze te lezen en joegen ons van de
deur. De armen daarentegen accepteerden onze tractaten gretig en gaven
ons dikwijls de gelegenheid om hen de principes van het eeuwige leven
uit te leggen. Het is tot deze armen dat wij het evangelie kunnen
brengen. Het zijn de allerarmsten die de offers van leven en zaligmaking
willen accepteren. Velen zijn overtuigd van deze waarheid en zij zouden
het evangelie graag aannemen als zij de moed konden opbrengen om te
breken met de verkeerde tradities van hun voorvaderen of met de kerken,
waaraan zij reeds verbonden zijn."
De methode van huisvergaderingen
Een zendeling meldde in 1896 dat huisvergaderingen werden gehouden
als middel om het Mormonisme in te voeren:
"Omdat het tegen de wet van dit land is om straatpreken te houden,
hebben wij overal, waar wij de beschikking over huizen konden krijgen,
huisvergaderingen gehouden. Deze huisvergaderingen blijken vaak
de beste manier te zijn om hier het evangelie te verspreiden, want
zij hebben ons vele onderzoekers gebracht en zelfs enkele gevallen
van personen die vroegen om te mogen worden gedoopt."
In ieder huis, waarvoor zij toestemming kregen, werd door de zendelingen
vergaderd. Na het ontvangen van de toestemming gingen de zendelingen
het blok rond waar het huis stond en nodigden alle buren uit tot het
bijwonen van de vergadering. Meestal werd de vergadering ook aangekondigd
in het nieuwsblad.
Discussies
Publieke discussies waren ook dikwijls een heel goede methode om het
Mormonisme te propageren. In Nederland was het rond 1900 de gewoonte
om tegengestelde meningen door discussies nader tot elkaar te brengen.
Op 12 juli 1896 debatteerde een mormoonse ouderling met een baptistendominee
uit Ougree, Belgie. Er waren vele baptisten in het gehoor en zij kwamen
onder de indruk van de bewijzen, die de principes van de Heiligen
der Laatste Dagen ondersteunden. Na het debat verlieten velen de baptistenkerk
en werden in de ware kerk gedoopt.
Moeilijke jaren
In de negentiende eeuw gebruikten de zendelingen geen bepaald systeem
bij het
onderwijzen van het Mormonisme. Mormoonse ouderlingen lazen de principes
van
Kerk voor en daar werd dan over gediscussieerd.
Van 1900 tot 1926 bleef het houden van publieke debatten en het distribueren
van tractaten de belangrijkste methode om het Mormonisme te verspreiden.
De jaren 1922 tot 1935 bleken echter erg moeilijke jaren voor het
zendingswerk
te zijn. Dit werd gedeeltelijk veroorzaakt door een economische depressie:
"Duizenden lopen langs de straten zonder werk en verschillende
Heiligen zijn onder deze onfortuinlijke mensen. De arbeidsvoorwaarden
in Nederland zijn erg slecht en de prijzen voor voedsel en kleding
erg hoog en buiten het bereik van deze arme mensen."
Dit was er de oorzaak van dat "de mensen de Kerk verlieten om
tijdelijke verlossing te vinden in een van de vele politieke organisaties
." In deze moeilijke jaren vonden de zendelingen alleen onderzoekers
en bekeerlingen cnder de werklozen en steuntrekkenden.
Nieuwe zendingsmethoden
Ondanks de depressie bleken de jaren 1925-1935 een nieuw tijdvak van
weer
andere bekeringsmethoden in de Nederlandse zending te zijn. Door de
zendings
president werden de volgende nieuwe methoden van zendingswerk in de
Nederlandse
zending ingevoerd:
Bekeren zonder beurs of male;
Openluchtbijeenkomsten ;
Bekeringswerk per boot.
Ook werd er een trainingsschool voor zendelingen geopend en de zending
ontving
geillustreerde lectuur vanuit het kerkhoofdkwartier in Salt Lake City.
De methode van Openluchtbijeenkomsten
Voor 1927 was het houden van straatbijeenkomsten, in het bijzonder
die van religieuze aard, door de Nederlandse regering verboden. In
1927 werden zij echter voor het eerst toegestaan.
"Van de officiele autoriteiten in de grote steden is nu toestemming
ontvangen om openluchtvergaderingen te houden. Dit voorrecht werd
ons vroeger onthouden. Wij denken dat dit het begin van een tijdvak
van :: meer religieuze tolerantie is en van minder tegenstand tegen
het "Mormonisme" ." John P.Lillywhite, zendingspresident
van 1926-1929, rapporteerde:
"Al deze vergaderingen werden onder politiebescherming gehouden
en ons werd door deze mensen alle mogelijke medewerking gegeven die
wij maar konden verlangen."
Deze openluchtvergaderingen resulteerden in een toename in het verspreiden
van tractaten, bekeringen tot het evangelie en bezoek aan onderzoekers.
In deze tijd meldde de zendingspresident dat zelfs Rotterdam de zendelingen
voorrecht toestand:
"In de laatste week van het jaar kregen wij van de stad Rotterdam
toe-stemming om regelmatig straatvergaderingen te houden. Dit was
voor het eerst in de geschiedenis van de zending dat zo'n vergunning
werd gekregen en het schijnt dat er een nieuw tijdvak in de zending
is aangebroken."
In de eerste jaren werden deze straat- en parkvergaderingen regelmatig
in de meeste gemeenten gehouden. In deze periode werden er twee nieuwe
districten voor het zendingswerk geopend. Een was het Overijsselse
district en de ander het Zeeland district.
Bekeringswerk zonder beurs of male
In 1926 besloot president Lillywhite de zendelingen in plaats van
naar de grote steden, waar zij tot dusver hadden gewerkt, naar het
platteland van Nederland te sturen:
"Ik overweeg juist nu een andere methode van zendingswerk, waarbij
ik hoop in staat te zijn de zendelingen enige werkelijke zendingservaringen
te geven en hen in staat te stellen een bepaalde groep mensen te bereiken,
die tot dusver niet de kans gehad hebben om van het evarigelie te
horen. Ik ben van plan de zendelingen twee aan twee naar de verschillende
plattelandsdistricten te sturen, waar zij zoveel mogelijk zonder geld
moeten reizen en daarbij de mensen beproeven. Dit is werkelijk de
enige succesvolle methode om zendingswerk te doen, maar het is nieuw
in de zending. Ik heb 6 goede mannen uitgezocht die de Nederlandse
taal spreken, die zeer serieus in hun werk ziin en die bereid zijn
om deze nieuwe methode om het evangelie te prediken, in hun land uit
te proberen. Ik verwacht van tijd tot tijd bij hen te zijn om deze
methode te controleren. Als zij deze methode met succes kunnen toepassen,
opent dit een fantastische reeks van nieuws mogelijkheden voor onze
zendelingen, welke hen in staat zal stellen beter met God en Zijn
Werk bekend te worden, waardoor zij nog betere resultaten zullen kunnen
bereiken.
Het zendingswerk heeft zich in de historie van deze zending bijna
steeds beperkt tot de grote steden. Ik geloof dat wij een heel andere
geest in de zending zullen kunnen krijgen als wij dit systeem van
routine kunnen doorbreken en in een nieuwe staat van zendelingenleven
kunnen ingaan."
Zendingsschoo1
In deze periode van activering van de zendelingen, stichtte president
Lillywhite een school of trainingsklas. Na hun aankomst in Nederland
werden de zendelingen een maand in deze school geplaatst om te worden
geinstrueerd omtrent de mogelijkheden van het land, het volk, de taal
en de boodschap van het Mormonisme.
Bekeringswerk per boot
Omdat er in Nederland vele kanalen, stromen en meren zijn, werd er
besloten dat de meest economische manier, om mensen in afgelegen dorpen
te bereiken, het water was. Daarom werd er een kleine motorboot gekocht
die accommodatie bood aan vier zendelingen:
"Het werk van deze bootzendelingen houdt in het verspreiden van
tractaten en het uitlenen van kleine boekjes aan de mensen en hen
in de gelegenheid te stellen de zendelingen uit te nodigen om het
doel van hun zending en hun kostbare boodschap bij hen achter te laten.
Deze zendelingen hebben veel succes in het vinden van zoekenden naar
de waarheid. In een maand tijds werden er negenenzestig vrienden gevonden,
die later ernstige onderzoekers werden."
In deze periode van economische depressie werden de Nederlanders beschreven
als "lezers van de bijbel" en "religieus van nature".
In deze tijd werd de bijbel in vele scholen onderwezen.
Gelllustreerde lectuur als middel tot bekering
Vanuit de Kerk in Salt Lake City werd filmmateriaal ontvangen, Dit
materiaal stelde de zendelingen in staat meer contacten te leggen
in vergaderzalen en dorpsvergaderingen.
Bekeringswerk door sport
In de jaren 1925-1938 werden door de zendelingen basketball en baseball
teams gevormd. De zendingspresident bevorderde sportdeelname om het
doel te bereiken jonge mensen in het programma van de Mormoonse Kerk
te interesseren. In 1938 werd het zendelingen baseball team erkend.
Na het beeindigen van de competitie bood de Nederlandse Club in Amsterdam
het team een medaille aan met de volgende inscriptie: "Aan de
Mormoonse zendelingen ter herinnering aan de fijne baseball spelen
die wij hebben gespeeld".
Het resultaat van de nieuwe bekeringsmethoden
Hoewel 1925-1935 een tijdperk was van nieuwe bekeringsmethoden, nam
het aantal dopen af. Dit werd gedeeltelijk veroorzaakt door de economische
depressie, het niet geinteresseerd zjn in religie, en een vermindering
van het aantal zend lingen. In deze tijd nam het aantal dopen af met
83% en het aantal zendeling met 55%.
Het Anderson plan
Na de tweede wereldoorlog verbeterden vier achtereenvolgende plannen
de doel matigheid van het zendingswerk. Het eerste plan, aangenomen
door de Nederlandse zending in 1951, was genoemd "Een plan voor
effectief zendingswerk" of "Het Anderson Plan". Dit
plan behelsde een verhandeling over het Boek van Mormon. Het bevatte
in totaal achtentwintig mogelijke gespreksonderwerpen voor huis-vergaderingen.
Om dit plan te doen slagen was de geest van God en een grondige kennis
van de schriften nodig. In tegenstelling met de traditionele maar
minder effectieve vroegere methoden was het de bedoeling dat de zendelingen
nu van deur tot deur gingen en moesten trachten in de huizen te komen
om daar nun boodschap achter te laten. Zij moesten het stellen van
vragen stimuleren om de onderzoekers in de discussies te betrekken.
De nadruk werd gelegd op het lezen van het Boek van Mormon als sleutel
tot bekering:
"God openbaarde het Boek van Mormon om de eerlijken te overtuigen.
Hij verlangt van ons dat wij het gebruiken."
Voordat het Anderson Plan werd aangenomen, werd er een zendingstrainingsschool
in Den Haag geopend voor alle nieuwe zendelingen. De school werd "Van
negen tot vijf" genoemd, de uren die door ieder op die school
werden doorgebracht. Het programma bevatte een tweeweekse trainings
cursus voor het lesplan en het : • onderwijs in de Nederlandse
taal.
Om het Andersonplan te begeleiden werden er in 1951 speciale onderzoekers-vergaderingen
belegd. Wanneer de zendelingen zo'n onderzoekersvergadering had vastgesteld,
concentreerden alle zendelingen in het district zich op het in contact
komen met gezinnen, die zij dan uitnodigden om die vergadering te
be-zoeken. De zendingspresident, John P.Lillywhite, rapporteerde:
"Het werk in Nederland neemt nog steeds toe. De zendingsactiviteiten
zijn toegenomen en gelntensiveerd. Er worden speciale vergaderingen
voor onderzcekers gehouden over het gehele land en in verschillende
wijken."
In deze periode stond een zendelingen basketball team de zending terzijde
in haar bekeringspogingen. Tijdens een basketball tournee gedurende
een sportweek in Nederland won het zendelingenteam het kampioenschap.
Films van de wedstrijden werden in theaters over het gehele land getoond.
Dit veroorzaakte hoogst welkome publiciteit voor de Kerk.
Een plan met systeem
In 1952 publiceerden kerkautoriteiten in Salt Lake City een nieuw
lesplan, getiteld "Systematisch programma voor het onderwijzen
van het evangelie", De Nederlandse zending nam dit plan in 1953
aan, Huis-aan-huis bezoek bleef het belangrijkste middel om onderzoekers
te vinden. Dit plan bevatte zeven discussies tijdens het bezoek. De
wijken werden aangemoedigd om het onderwijzen van nieuwe bekeerlingen
na hun doop ter hand te nemen. Het kerkelijk vertaalinstituut in Salt
Lake City vertaalde het plan in het Nederlands en zond het naar Nederland.
Het Dyerplan
Aan het "plan met systeem" werd in 1960 een supplement toegevoegd.
In maart van dat jaar kwam Alvin R.Dyer, assistent van de Raad van
Twaalven, in Nederland aan. President David 0 McKay stuurde hem als
Europees zendingspresident. Hij intro-duceerde een nieuw lesplan:
"De Boodschap van de herstelling" genoemd. De "Boodschap
van herstelling" bevatte de wijze van benadering, de manier van
het houden van bekeringsdiscussies, het geven van inlichtingen en
een uitdaging. De zendelingen herinnerden zich een introductie, die
door hen was(gebruikt bij huis-aan-huis werk. Nadat zij toegang in
een huis hadden gekregen, begonnen zij niet meteen met de doctrines
van de kerk, maar boden een korte boodschap aan, welke handelde over
de noodzakelijkheid om de waarheid te leren kennen door de Geest van
God. Daarna volgden zes lessen, die gelijk waren aan die van het systematische
plan. Hierna werd de boodschap van de herstelling gebracht:
"Een positief "eerste contact" of wijze van benadering
is om de boodschap te brengen door de kracht van getuigenis, dit zal
een kans op een onmiddellijke goede ontvangst door de mensen bevorderen,
Dit zal hen leiden naar een onderzoek van de waarheid van het evangelie.
De wijze van bekering, onze "eerste afspraakles" legt er
de nadruk op, dat door ons getuigenis en de kracht van de Heilige
Geest, de onderzoeker de waarheid te weten kan komen en hoe de
waarheid over de dingen van God kan worden begrepen door de invloed
van de Geest. De lessen over inlichtingen en uitdaging voor de doop,
zijn bedoeld om de interesse van de onderzoeker op te wekken en hun
bereidheid om aan de invitatie om zich op de doop voor te bereiden,
gehoor te geven, zeker te stellen."
Toen Dyer zijn nieuwe bekeringsplan introduceerde, gaf hij de Nederlandse
zending de uitdaging om vijf bekeerlingen per zendeling te dopen.
Dit betekende een totaal aantal dopen van vijfhonderdentachtig aan
het eind van dat jaar. De zendingspresident was van mening, dat het
hem "in zijn bol was geslagen". Nooit in de geschiedenis
van de zending waren er in een jaar zoveel dopelingen geweest. Het
hoogste aantal, ooit in een jaar bereikt, was driehonderdenzesennegentig
in 1950. De uitdaging werd echter aangenomen.
In de maanden september tot en met november bereikten de zendelingen
eenhonderd en twaalf dopen. Dit was het hoogste aantal dopen in maanden
in de geschiedenis van de zending. Het jaar eindigde met zevenhonderdennegen
dopen. Het jaar daarop (1961) doopten de zendelingen negenhonderdentweeentwintig
bekeerlingen. Dit succes was gedeeltelijk een gevolg van de teehnieken,
die in het Dyerplan ontplooid waren.
Gedurende het gebruik van het Dyperplan werden er in totaal 1600 dopen
verricht. Dit betekende een gemiddelde van 13.5 in I960 en 17.8 in
1961.
Reorganisatie van de zending
In 1938 was de Nederlandse zending in vijf districten verdeeld met
acht zendelingen en vier afdelingen in ieder district. Dit werd gedaan
om een betere supervisie te verzekeren. Met de introductie van het
Dyerplan werd door de zendingspresident de administratieve organisatie
van de zendelingen veranderd. J.Henry Volker, zendingspresident van
1960-1962, deelde de zending in twee ; secties, bestaande uit ieder
vijf districten. De zendelingen, die deze districten presideerden,
werden "toezichthoudende ouderlingen" genoemd. Later werd
d naam veranderd in "districtsleiders"
De twee secties stonden onder toezicht van ouderlingen, die "reizende
ouder- lingen" werden genoemd.
Naderhand werd de zending nogmaals gereorganiseerd. Ditmaal werden
de districten gehergroepeerd in vijf zones. Het doel van deze reorganisatie
was het bereiken van een efficientere werkmethode, het krijgen van
betere rapporten en de afname van het aantal districten, geplaatst
onder een zonesupervisor.
Bekeringswerk onder de jeugd
In 1962 moedigde Volker de zendelingen aan om tezamen met het Dyerplan
softbal
teams onder de Nederlandse jongens te organiseren. Hieraan gevolggevend,
vormden
de zendelingen uit meer dan zevenhonderd jongens in de leeftijd van
twaalf tot
vijftien jaar meer dan zeventig softball teams. ledere zendeling in
het Neder
landse zendingsveld probeerde een softball team te organiseren. Er
werden wed-
strijden gespeeld en hieruit werden districtsploegen als winnaar aangewezen.
Deze districtwinnaars speelden tegen elkaar en hieruit kwamen de zonekampioene
te voorschijn. Het winnende team ontving een softball. Hierop stond
de hand
tekening van Prins Bernard, de man van Koningin Juliana.
Het doel van deze methode was om toegang tot de woningen van de softball
spelende jongens te krijgen. Er werden een aantal van deze jongens
met hun
ouders door de Mormoonse Kerk gedoopt. Dit programma werd ondersteund
door het
Atletiekcomite van Nederland. Hieruit kwam een grote publiciteit voort.
Zende
lingen werden uitgenodigd om op de televisie te verschijnen om dit
programma
aan te kondigen. Ook via de radio werd er meerdere malen over gesproken.
Het
belangrijkste resultaat van dit programma was echter de grote publiciteit
over
het gehele land.
Zendingsplan voor de gehele wereld
Zendelingen gebruikten de "Boodschap van het Herstellingsplan"
van maart I960 tot oktober 1961. In juni 1961 werd echter in Salt
Lake City de eerste vergadering gehouden voor zendingspresidenten
van de gehele wereld. Het doel van deze vergadering was het coordineren
van alle zendingsactiviteiten van de Kerk en hetbereiken van een uniforme
methode van onderwijzen van de principes van het Mormonisme over de
gehele wereld.
De Nederlandse zendingspresident, J.Henry Volker, woonde de vergadering
bij.Aan het einde van de vergadering werd een nieuw bekeringsplan
"Een uniform systeem voor het onderwijzen van onderzoekers"
uitgedeeld om in de zendingsgebieden van de Kerk te worden gebruikt.
"Dit plan, bestaande uit zes huisdiscussies, vertoonde een verfijning
van de principes en technieken, die in vroegere werkmethoden, zoals
o.a. het Anderson Plan en het systematische plan, waren ontwikkeld.
Het is gebaseerd op de ervaringen en suggesties van verscheidene zendingspresidenten
en kerkleiders en werd over de gehele wereld gebruikt."
Na het aannemen van dit wereldwijde zendingsplan, daagde President
David OMcKay alle Heiligen der laatste dagen uit om aan de bekeringspogingen
op twee manieren deel te nemen:
1. door het geven van namen van potentiele onderzoekers aan de zendelingen.
Dit werd het verwijzingsplan genoemd.
2. leden werden aangemoedigd om vrienden, die geen lid waren, in hun
huizen uit te nodigen zodat de zendelingen hen de principes van het
mormonisme konden uitleggen. Dit werd een groepsvergadering genoemd.
In samenhang met dit plan vermaande de president de heiligen, dat
zij minstens een bekeerling per jaar moesten vinden.
Studie gemaakt van het aantal dopen van 1959-1963
Een onderzoek, in 1961 ingesteld onder honderd bekeerlingen in Nederland,
toonde aan dat 40% daarvan door bemiddeling van leden en 60% door
de zendelingen in contact met de Kerk waren gekomen.
In 1962 verrichte Don van Slooten, de toenmalige zendingspresident,
een verge-lijkende studie tussen doop in de Nederlandse zending en
in de Nederlandse ring. Het doel van deze studie was te ontdekken,
welk percentage bekeerlingen actief bleef in de Kerk. Een overzicht
volgt hieronder:
Jaar ............Dopen......... Actief......... Semi-actief.......
Inactief
1959.............61.............. 41 % ..........10 % ...............49
%
1960........... 314............. 25 % ............9 %................65
%
1961 ...........435 .............20 % ...........10 % ..............70
%
1962 ...........183 .............32 % ...........14 % ..............54
%
1963 ...........196 .............66 % ...........15 % ..............19
%
De zendingspresident besloot deze studie met de volgende opmerking:
"Deze studie wijst nadrukkelijk uit, dat een werkelijke bekering
noodzakelijk is alvorens tot doop over te gaan."
Om inactiviteit bij toekomstige leden tegen te gaan, stelde Van Slooten
de volgende restricties voor de doop samen:
"Tengevolge van deze bevindingen eisten wij, dat de zendelingen
het gehele lesplan moesten onderwijzen, voordat de kandidaat kon worden
gedoopt, dat de kandidaat het woord van wijsheid moest nakomen, dat
hij regelmatig de kerk moest bezoeken en dat de kandidaat bekend moest
zijn met de wet van tienden en zich bereid verklaarde om tiende te
betalen."
Verder moedigde president Van Slooten de zendelingen aan in contact
met de nieuwe leden te blijven, totdat men voelde dat ze volledig
in de Kerk waren opgenomen. Om het integratieproces te vergemakkelijken,
werd er een serie begeleidingslessen ontworpen. Ook instrueerde hij
de zendelingen om hun bekeringswerk meer onder de meer ontwikkelde
klassen van de bevolking te doen. De zendingspresident geloofde dat
de praktijk, om het bekeringswerk voornamelijk onder de allerarmsten
te doen, er de oorzaak van was dat het aantal dopen na 1961 was afgenomen.