Aankoop van bezittingen
Een van de voornaamste redenen, waardoor een ring in Nederland kon
worden georganiseerd, was dat de Mormoonse kerk de noodzakelijke gebouwen
bezat om zo'n organisatie te huisvesten. De door de kerk in Den Haag
gebouwde kapel werd ringgebouw, omdat het de noodzakelijke kantoorruimte
voor de presiderende functionarissen bevatte.
Voor de twintigste eeuw werden de vergaderingen in gehuurde zalen
gehouden. Kort na de eeuwwisseling (in 1908) kocht de Nederlandse
Zending echter haar eerste gebouw. Dit was de Excelsior Hal in Rotterdam.
Dit gebouw werd uitsluitend als kapel voor vergaderingen gebruikt.
Voor de gemeentevergaderingen ging men door met het pachten of huren
tot 1920. Omdat er een tekort aan te huren gebouwen was in die tijd,
werd het noodzakelijk dat de zending haar eigen vergaderruimten kocht.
Het was bijna onmogelijk om behoorlijke ruimten te huren, die aan
de behoeften van de gemeenten tegemoetkwamen. Dientengevolge begon
de zending huizen aan te kopen. Deze werden gerenoveerd en geschikt
gemaakt om een kapel en klasruimten te bevatten. Alle eigendommen
werden door de zending gekocht onder de naam "Corporatie van
de presiderende bisschop van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen
der Laatste Dagen" Op enkele uitzonderingen na werd deze politiek
om gebouwen te kopen en geschikt te makers voor de kerkprogramma'
s tot I960 voortgezet.
De eerste door de Kerk gebouwde kapel in Nederland
In 1937 werd in Rotterdam grond geschikt gemaakt voor de bouw van
de eerste
kapel in Nederlande De eerste steen werd gelegd door Joyce Murdock,
het zes
jaar oude dochtertje van de zendingspresident Franklin J. Murdock.
Het was een
Nederlandse gewoonte een klein kind te laten deelnemen aan de ceremonie
van de
eerste steenlegging van nieuwe gebouwen.
De kapel werd de vergaderplaats voor conferenties. Een lid van de
Raad van
Twaalven wijdde de nieuwe kapel op 3 april 1938 in. Het gebouw kostte
17.000
dollar.
Helaas werd het gebouw slechts anderhalf jaar gebruikt. Begin mei
1940
bombardeerden de Duitsers Rotterdam, waardoor ongeveer een vierkante
mijl van
het hart van Rotterdam in de as werd gelegd. De kapel werd tijdens
deze aanval
volledig vernield.
Gedurende de oorlog waren er speciale vergunningen van het gouvernement
nodig
om kapels te bouwen.
In 1953 kreeg de zending toestemming de Overmaas kapel te herbouwen.
Op ongeveer een kwart mijl afstand van het vorige gebouw werd door
de regering
een ander en groter stuk grond voor de nieuwe kapel toegewezen.De
nieuwe kapel
werd op 24 juli 1955 door een lid van het Quorum der twaalf apostelen ingewijd.
Het gebouw kostte f. 120.000,-. Zij bevatte een kapel met tweehonderdenvijftig
zitplaatsen met een opening naar de recreatiezaal, waar gedurende de conferen-
ties nog eens 250 mensen konden zitten.
Op 7 mei 2008 ontving de MVG redaktie een suggestie van broeder P.J. van Hensen van Uningen, facility manager van de kerk, om het bovenstaande originele (rode) tekstgedeelte te vervangen door de navolgende (groene) verbetering:
Dit gebouw was voor de leden van Rotterdam een grote zegen, want bij het Duitse bombardement van het hart van Rotterdam werd het andere Kerkgebouw van Rotterdam in het centrum van de stad aan de st.Jansstraat, (een door de kerk aangekocht bestaand pand met de naam ""Exelsior"" en dat bestond uit meerdere verdiepingen en een woonhuis voor zendelingen), volledig verwoest.
Noodgedwongen werd de nieuwe kapel in Zuid (overmaas) tijdelijk door beide gemeenten gebruikt.Later werd het weer alleen door Rotterdam zuid gebruikt.
Meer dan een halve eeuw heeft dit gebouw de leden gediend.
In 1992 werd het gebouw verkocht en kreeg Rotterdam Zuid een nieuw, moderner gebouw aan het Schoonveld. In 1953 kreeg de Kerk op ongeveer een kwart mijl afstand, van de regering een ander en groter stuk grond toegewezen om het verwoeste gebouw van de Rotterdam Noord gemeente te kunnen herbouwen; dat werd het grootste gebouw dat de kerk ooit gebouwd had in Nederland en bestemd voor oa landelijke conferenties. De nieuwe kapel
werd op 24 juli 1955 door een lid van het Quorum der twaalf apostelen Spencer W Kimball ingewijd.
Het gebouw kostte f. 120.000,-. het bevatte een kapel met tweehonderdenvijftig
zitplaatsen met een opening naar de recreatiezaal, waar gedurende de conferenties nog eens 250 mensen konden zitten.
Aankoop van zendingsgebouwen
Het eerste zendingshuis werd gehuurd in Rotterdam. Dit huis, en later
nog een ander huis in dezelfde straat, diende als zendingshoofdkwartier
tot 1937. Toen werd er een nieuw gebouw in Den Haag gekocht. De Excelsiorhal
werd verkocht. De zendingspresident meldde:
"Wij zijn er in geslaagd ons zendingshuis in Rotterdam voor 14.000
gulden te verkopen. In Den Haag hebben wij nu voor 12.000 gulden een
nieuw gebouw gekocht. Ons nieuwe hoofdkwartier ligt aan een bijzonder
goede straat in de residentie. Het gebouw verkeert in zeer goede staat.
Het werd gebouwd door de Kerk van de Zevendedags Adventisten en het
is een uitstekende plaats voor ons zendingshoofdkwartier in Nederland."
Op 7 mei 2008 ontving de MVG redaktie een suggestie van broeder P.J. van Hensen van Uningen, facility manager van de kerk, om het bovenstaande originele (rode) tekstgedeelte te vervangen door de navolgende (groene) verbetering:
Het eerste zendingshuis werd gehuurd in Rotterdam.(Crooswijksesingel #7b).. Dit huis, en later nog een ander huis in dezelfde straat, (#16b) diende als zendingshoofdkwartier tot 1937. Toen werd er een nieuw gebouw in Den Haag gekocht. (De Excelsiorhal werd verkocht.) Fout! zou er uit moeten. De zendingspresident meldde:
"Wij zijn er in geslaagd ons zendingshuis in Rotterdam voor 14.000 gulden te verkopen. In Den Haag hebben wij nu voor 12.000 gulden een nieuw gebouw gekocht. (Laan van Poot 292) Ons nieuwe hoofdkwartier ligt aan een bijzonder goede straat in de residentie. Het gebouw verkeert in zeer goede staat. Het werd gebouwd door de Kerk van de Zevendedags Adventisten en het is een uitstekende plaats voor ons zendingshoofdkwartier in Nederland."
Tijdens de tweede wereldoorlog werd dit zendingshuis ontruimd en later
tenge-
volge van de Duitse bezetting beschadigd. Na de oorlog werd het hersteld
en
als kantoorruimte gebruikt. Tot 1961 bleef Den Haag het hoofdkwartier
van de
zending.
Na de organisatie van de Nederlandse ring onttrok de zendingspresident,
Henry J.Volker, het zendingskantoor aan dit gebied. Hij besloot hiertoe
door
gebrek aan ruimte op het hoofdkwartier, de toename van het aantal
zendelingen
en omdat de leden van de ring doorgingen op de zendingspresident in
hun problemen
te betrekken. Een andere reden om het te verplaatsen, was om dichter
bij de
luchthaven te zijn.
Op 15 mei 1961 werd een nieuw zendingshuis te Huizen gekocht. Prijs
f. 60.000,-.
Het Haagse gebouw werd een Genealogisch Microfilm Laboratoriuin. Het
nieuwe
zendingshuis bestond uit een groot herenhuis met een behoorlijk stuk
grond.
Het vergde f. 60.000,- om het herenhuis te renoveren. Het kwam op
15 januari
1962 gereed.
Kerkbouwprogramma in Nederland
De verbouwing van het nieuwe zendingshuis in Huizen maakte deel uit
van het Mormoons-Europese bouwprogramma in Nederland. Hiertoe was
besloten op een yergadering van alle europese zendingspresidenten,
die op 9 juni I960 in Frankfurt, Duiisland, werd gehouden.
Het was de bedoeling om in vier of vijf jaar $ 50.000.000 te besteden
aan de bouw van kerken over geheel Europa. Van dit bedrag was $ 5.000.000
bestemd voor de bouw in Nederland. Er werden plaatselijke bouwzendelingen
geroepen om met dit bouwprogramma te helpen.
Het hoofdkwartier voor Scandinavie, Belgie en Nederland werd in Nederland
gevestigd, waar een kantoorgebouw werd gekocht. In Nederland werden
zes plaatsen uitgezocht, waar de nieuwe gebouwen met voorrang zouden
worden gebouwd. De bouwpolitiek van de Mormoonse Kerk was er op gericht
om alleen kerken in nieuwe snelgroeiende steden te plaatsen.
In Nederland was er geen prive-eigendom te koop. Alle eigendommen
moesten van de stedelijke overheid worden gekocht. Helaas werd in
1961 in Nederland een wet aangenomen, dat er geen kerkgebouwen meer
mochten worden gebouwd omdat er gebrek aan materiaal en arbeidskrachten
was. Dit hield in dat alle bouwplannen voor Nederland gedurende meer
dan een jaar moesten worden opgeschort. Later kregen de kerken van
de regering toestemming tot de bouw van kerken. Van het totale aantal
vergunningen was echter 50% bestemd voor katholieke kerken, 40% voor
protestante en 10% voor alle andere gezindten.
De Mormoonse Kerk had meer kerkgebouwen gepland dan het totaal aantal
vergunningen dat werd afgegeven. Toch werd, onder strenge supervisie
van de regering, een kerkgebouw in het oostelijk deel van Amsterdam
gebouwd. Het was moeilijk om hiervoor toestemming te krijgen, omdat
het anders zou worden dan de normale kerkgebouwen. Nooit eerder in
de geschiedenis had een kerk een gebouw met een kapel, klassen en
recreatieruimte onder le'n dak gebouwd.
Nadat een maquette van het gebouw aan het Nederlandse Bouw- en Woningtoezicht
was getoond werd echter toestemming verkregen. Officieel werd op 16
maart 1963 de eerste steenleggingsceremonie gehouden. In 1966 waren
de achtendertig door de kerk in gebruik zijnde ruimten in de Nederlandse
zending en ring als volgt verdeeld:
1. zes door de Kerk gebouwde kerkgebouwen
2. zestien gerenoveerde eigendommen
3. zestien gehuurde vergaderruimten.