Wat herbezoeken we?
Weet je het nog? Terug naar de spannende uren in Vilvoorde, Leuven, Antwerpen en steden in Engeland en Duitsland. We werkten toen mee aan een geschiedkundig docudrama en de regie was in handen van Lee Groberg van Groberg Films, Bountiful, Utah. Lee B. Groberg werd in 1951 geboren. Hij is een filmmaker van documentaires. Hij is ook lid van de mormoonse kerk. Veel van zijn films gaan dan ook over de mormoonse samenleving en de geschiedenis van Utah en de Kerk. Hij werd ook opgemerkt als de filmmaker van de documentaire over de Olympische Spelen in Salt Lake City. Groberg werd geboren en grootgebracht in Far West, Utah. Zijn eerste films waren prenten op aanvraag van lokale industriëlen die hun firma of fabriek wilden kenbaar maken aan de buitenwereld. Groberg is zeker bekend voor zijn documentaire van 1991 over de “American Gunmaker – The John M. Browning Story.” In de meeste films gebruikte hij T.C. Christensen als zijn cameraman. Deze werd later vervangen door Mark Goodman. Groberg en zijn vrouw Jeanene wonen in Bountiful, Utah. Zij zijn de ouders van 7 kinderen.
De Bijbelvertaling herdacht
Meer dan 80% van de King James Bijbel vertaling werd reeds in 1611 klaargestoomd door de Britse academicus en priester William Tyndale (1494-1536). In 1408 werd er een wet opgesteld die bekend staat onder de naam van “de grondwet van Oxford” en deze wet maakte het vertalen van de Bijbel onwettig. Daarom werd in 1523 het verzoek van Tyndale om de Bijbel te vertalen geweigerd. Daarom verliet hij Engeland en aan de hand van de originele Hebreeuwse en Griekse teksten vertaalde hij de Bijbel in het Engels. De Bijbel van Tyndale speelde een voorname rol in de Reformatiebeweging in Engeland. Maar het werd aanzien als een aanval op de katholieke kerk, de Britse kerk en de Staat. Ongelukkig had Tyndale een traktaat geschreven tegen de echtscheiding van koning Hendrik de Achtste en Catherine van Aragon en dat zette kwaad bloed. In 1536, werd Tyndale aangeklaagd voor ketterij, veroordeeld tot de doodstraf en verbrandt op de brandstapel te Vilvoorde bij Brussel. Enkele jaren na zijn dood gaf konin,g Hendrik de Achtste de toelating om de Bijbel in het Engels te vertalen. Deze werd in 1539 gedrukt en bevatte voor het grootste deel het werk van Tyndale. 75 jaar later liet koning James een nieuwe Bijbelvertaling maken en deze vertaling werd de basis voor de Engelsprekende wereld. Wederom werd het werk van Tyndale gebruikt. De koning James Bijbel vertaling bevat 66 boeken, 1.189 hoofdstukken en 31. 102 verzen. In 1620 werd één van de eerste versies van deze vertaling mee naar Amerika verscheept. De reizigers op de Mayflower maakte er gebruik van om de nieuwe wereld op deze Heilige Schriftuur te vestigen. Ne enkele 10-talle jaren verving de koning James vertaling de Zwitserse vertaling en werd de belangrijkste Bijbel in de Amerikaanse koloniën. In 1711 werd het 100 jarig bestaan van deze Bijbel gevierd. Het was de leidende schriftuur van die tijd en werd gebruikt op kerken, scholen en beïnvloedde de kunst, het theater en de literatuur. Hij motiveerde zelfs de wetenschappen en de vorsers van die tijd.
Utah neemt de handschoen op
Men had deze kerkelijke geschiedenis gewoonweg aan Hollywood kunnen geven om die dan op het grote doek te laten projecteren. Maar veel cinefielen denken dat Hollywood het zou verprutst hebben en het verhaal zouden verdraaien. Daarom is men tot op zekere hoogte blij dat een kleinere studio zich aan deze documentaire waagde. De echte acteur was Damien Hughes en daarna volgden een aantal figuranten van overal.
De inleiding
Jean Huysmans vertelde het volgende: “Zoals je weet ken ik dr. Woods, van de pater Damiaan viering, zeer goed. Toen ik in SLC bezocht was zijn goede vriend Rush bij hem en vroeg hem of hij in België niemand kende die hem wat wegwijs zou kunnen maken en zou kunnen introduceren op belangrijke plekken gerelateerd aan Tyndale. Dr. Woods belde me op en een dag later zaten we met z'n drieën rond tafel en beloofde ik Rush dat ik alles zou doen om hem te helpen zijn film succesvol te maken. En zo ben ik in het zaakje gerold. Ik heb initiële contacten gelegd in Vilvoorde en in het Plantijn Moretus museum te Antwerpen, enz. en toen bleek dat ik tijdens de filmmomenten in Polen zat heb ik beroep gedaan op Eddy en Sven omdat ik wist dat ze ook iets in de filmwereld hadden willen doen.”
Filmen
Er werd gestart met filmen in oktober 2010 en de Belgische productie was initieel in handen van Jean Huysmans en later bij Eddy Martens (Assistant Producer + Production Assistant) en Sven Liégeois (Casting Director + Production Assistant).
Eddy Martens en Sven Liégeois zorgden dat er gefilmd kon worden, dat een aantal technische mensen werden aangeworven en vrijwilligers gezocht werden voor de figuranten van de documentaire. Zo was er een dame en heer uit Vlaams Brabant die altijd in Middeleeuwse projecten meededen en die ook een rol gingen spelen in de documentaire. Bij de mormoonse krachten vermelden we: Sam Yamta als veiligheidsagent, Steve Bache en Andre Sprockeels als chauffeurs en klusjesmannen. Steve en Andre mochten ook figuranten zijn.
Enkele figuranten waren: André Sprockeels, George Tuffin, Andy Thomas, Andrew Renick. De grimmage was voor Nathalie De Hen, zeer bekend om haar werk in “Code 37” op TV. Het lekkers en de catering was voor Kurt Schepens uit Antwerpen. De Belgische set dresser was Jean Pierre van Calster en de Brits Amerikaanse firma “Angels”zorgden voor de kledij. Het was dezelfde firma die voor de Harry Potter film gewerkt had. Namen zijn: Becky, Swasey, Shary en Megan. Andre Sprockeels en Steve Bache (UK) waren in vele gevallen de chauffeurs van dienst voor de vrachtwagens.
De werkagenda van Andre Sprockeels
Donderdag, 21 oktober 2010.
Andre werd zoals bij de andere figuranten via Sven aangepord om mee te doen als figurant. Maar al vlug ontdekte men dat hij ook bruikbaar was als camionchauffeur. Zo reisden hij door België en Duitsland met het filmgezelschap mee. In de ochtend bracht Steve Bache de dozen met kledij mee uit Engeland. Steve is een lid van de Kerk. Hij is bisschop geweest en was de productiemanager van de film voor de zaken in het Verenigd Koninkrijk. Je kan hem op facebook vinden. In die dozen zaten de kledij voor de figuranten. De kledij kwam van hetzelfde “Angels” bedrijf dat de kledij voor de Harry Potter films verzorgde. In de namiddag huurde Andre een camion bij de firma Dockx. Samen met Steve werden de dozen uitgepakt en de binnenkant van de Dockx camion werd omgebouwd tot rijdende kleedkamer. De hemden, broeken, overgooiers en schoenen werden uit de dozen gelicht en deze werden zorgvuldig opgehangen op kapstokken en deze gingen dan in de gemonteerde rekken in de laadruimte van de camion. Sven had een lijst gestuurd naar alle figuranten en vroeg hun maten van een hemd en een broek op te geven alsmede maat van schoenen. Zo kon elke figurant de geschikte kledij aantrekken. Door tijdsgebrek liep dat helaas mis en iedereen zat met te grote of te kleine kledingstukken opgescheept. Ook de schoenen knelden of vielen af je voeten indien je te snel stapte.
Vrijdag, 22 oktober 2011.
Werd er in Antwerpen om 6h het filmmateriaal en de kledij gelost in de Pelgrimstraat te Antwerpen. De camion werd opgesteld in de buurt van het Steen en Sam Yamta diende deze te bewaken en de meisjes van de kledingwinkel in het oog houden. Wat hij natuurlijk graag deed.
“Ik kan u enkel wat over vrijdag, 22 oktober 2010 vertellen. Dat was het grote filmmoment voor mij. Ik mocht mee doen als 62 jarige figurant. De eerste ploeg was er al op 6h30 en hadden hun werk reeds afgehandeld. Ik moest op de Oude Koornmarkt zijn in nummer 26. Daar aangekomen stootte ik op een professor uit Leuven die als verteller van de film diende. Gelukkig kwam er een Amerikaan uit de zijstraat (steeg) opgedoken en moesten we via een steegje langst de achterkant van het gebouw naar de derde verdieping hoppen. Men had daar een filmstudio, een ontbijttafel, een badkamer met WC en een grim hoekje in verschillende kamers samengeperst. De eigenaars hadden de drie kamers in 16-eeuwse stijl bewaard en waren dus perfect voor de filmsessie. Sven Liegeois herkende ik direct en hij stuurde me dadelijk weg om mijn kledij te gaan halen op de kaai bij het Steen. Onderweg kwam ik André Sprockeels een twee Brabantse figuranten tegen. Ik werd naar de twee DOCKX trucks met kledij en filmmateriaal verwezen. Daar wachten de engelen en Sam Yamta op mij. Hij was “veiligheidsagent” en glimlachte toen ik hem vroeg of hij “007” was. Dan werd ik door drie dames overvallen en toen ze mijn naam had opgegeven zochten ze naar mijn onderkleding, bovenkleding, sokken en schoenen. Als een echte Mel Gibson trok ik met mijn naamkaartje en vier kapstokken kledij terug naar het 16-eeuwse pand. Sam bleef natuurlijk de dames en de trucks in het oog houden. Op de filmset werd het omkleden geblazen. Er was één dame in ons gezelschap die voor man moest spelen en zij kreeg de badkamer als kleedkamer. De heren moesten het maar in de slaapkamer doen. We stelden al vlug vast dat de kledij niet pasten en we moesten met elkaar omruilen totdat we iets vonden dat wel paste. Dat lukte niet echt en ik moest uiteindelijk mijn schoenen met servetten en WC papier opvullen. Een Amerikaanse schone kwam me helpen en onze kledij vies maken zodat het leek of we er een hele dag in gewerkt hadden. De eerste scène was voor de verteller rn we moeten onze monden snoeren. Daarna was er een pauze en mochten we van de ontbijttafel wat smikkelen. De ploeg van half zeven was ook binnengesprongen, maar die vertoonden uitputtingsverschijnselen en hier en daar viel iemand in slaap. Sven en Eddy namen wat foto’s van onze ploeg. Er was één collega reeds in slaap gevallen en een technicus lag in de gang te dutten. We werden ook onder handen genomen door de mooie Nathalie, de grim specialiste. Daarna waren wij aan de beurt om gefilmd te worden. Ik moest mijn bril afzetten en veranderde dadelijk in een blinde mol. Al strompelend vond ik mijn weg en de actie ging beginnen. De Belgische technicus legde uit wat we moesten doen. Ook Lee, de regisseur, bracht de nodige veranderingen aan. Eerst werd er wat geoefend en dan kwam de man met de klapper aanzetten en begon de camera te draaien. Het was de scène waar Tyndale zijn drukwerk oprolde en in zakken met meel verstopte met de hulp van de molenaar en zijn knecht. Die zakken zouden dan naar Engeland gaan om daar ontdaan te worden van de Bijbelteksten. Dit deden we zo een keer of vijf totdat de regisseur vond dat we de handelingen onder knie hadden en er een echte “shoot” werd opgenomen. Daarna moesten we onze kledij terug naar de kostuumwagen brengen en mochten we naar huis. Er werd geroepen dat de lunch in de Pelgrom werd opgediend. Maar dat was voor Eddy, Sven, Steve, Andre en de Amerikanen. Naar het schijnt was het geen groot diner. Maar een lichte lunch.” (GT).
Volgens André werd er omstreeks 15 uur terug gefilmd op een andere locatie. De filmploeg stelde zich op aan het Begijnhof en de Rode straat aan de universiteit. Maar men kwam figuranten te kort en Sven rende op straat om studenten te bewegen om mee te spelen in een historische documentaire. Gelukkig kwam dat in orde en om 19 uur werd de filmdag afgerond en kon iedereen naar huis of naar het hotel om uit te rusten.
Zaterdag, 23 oktober 2011
Dan werd er naar Leuven getrokken. Er werd daar een hele dag gefilmd in het Groot Begijnhof.
Maandag, 25 oktober 2011
Terug naar Antwerpen en er werd een hele dag in het Plantijn en Moretus Museum gefilmd.
Dinsdag, 26 oktober 2011
De trek naar Duitsland. Waar er een hele week in twee steden werd gefilmd. In Rothenburg ob der Tauber was er werk tot en met donderdag 28 oktober.
Vrijdag, 27 oktober 2011
De reis naar Eisenach en om 12 uur werd daar heel de middag gefilmd. Eigenlijk de laatste filmdag.
Zaterdag 28 oktober 2011
Dan werd alles afgebroken en ingepakt. Iedereen mocht naar huis. Andre naar Antwerpen, Steve met de kledij terug naar Engeland en de Amerikanen naar de Verenigde Staten.
Vandaag – de première
Nu in 2011 had Eddy Martens - die ooit een filmopleiding had gevolgd bleef na het filmen van “Fires of Faith” het contact met Russ Richins onderhouden. Hij vertelde het volgende nieuws.
“De werkgroep legt de laatste hand aan de film “Fires of Faith”. Maar ik kan niet alle details opsommen omdat ik er niet bij betrokken was. Maar ik vermoed dat de première vlug zal door gaan en dat de nodige reclame reeds circuleert onder de HLD en ook op BUYTV kan met het voorstukje of de trailer bekijken en zo geraakt het ook op het internet. “ - Onder de BYUTV vindt je het onder "The Making of the King James Bible" en Het filmfragment in de tweede link gaat deels (kort) over Vilvoorde.
http://lds.org/church/events/documentary-on-making-of-king-james-bible-to-air?lang=eng http://byutv.byu.edu/watch/e24ba932-19b9-4d6a-97da-60a9e4d99c26 Je moet de zaken maar aanklikken en je ontdekt de trailer wel. Op zondag, 16 oktober 2011 wordt alles gelanceerd. De DVD laat nog wat op zich wachten. Lee Groberg zal wel van zich laten horen en ik kijk nog steeds terug naar de goede ervaringen die we in België hadden en natuurlijk de tijd die we doorbrachten in Duitsland en Engeland. Ik hoop om nog eens naar jullie terug te keren want het was aangenaam om onder jullie te verblijven.”
Volgens de PR mensen komt er een speciale voorstelling van de film te Brussel. Lee Groberg komt naar Brussel om alles toe te lichten en wij kunnen alleen maar wachten totdat het filmnieuws hier in België wordt doorgespeeld en zo staan we te springen om naar dat filmfeest te gaan. Hopelijk kunnen de figuranten een DVD als geschenk meekrijgen.
Deel 2 – “17 Miracles”
Op 15 oktober 2011 mochten we gratis in cinema Vendome naar een HLD film gaan kijken. De activiteit was door Claude Bernard opgezet en de meeste leden en niet-leden waren Brusselaars en Franstalige Belgen. Er was zelfs een dame van adel onder de genodigden. Ik ontmoette Serge Vanderdriesche daar. Samen met mij waren wij de twee enige Vlamingen daar. We kregen nog eerst een kortfilm over 9/11 te zien over een welstellend mormoons advocaat die in NYC werkte - ver van zijn gezin – hij diende elke dag 4 uren te pendelen. Zijn bureau bevond zich in één van de twee torens die door de vliegtuigen naar beneden werd gebracht. Hij overleefde de aanslag en keerde ongeschonden naar huis terug, werd meer betrokken bij zijn gezin, werd ondersteund door zijn bisschop om het trauma te verwerken en de Schriften hielpen hem om zijn vrede terug te vinden.
Daarna kwam de grotere kluif aan de beurt, de film “17 Miracles”. De regie is van de aloude bekende T.C. Christensen en het genre was een historische HLD Western, met als acteurs: Jasen Wade als Levi Savage, Nathan Mitchell als kapitein James G. Willie, Bruce Newbold als de reiziger (de reddende engel), Emily Wadley als Elizabeth Panting en Tomas Kofod als Jens Nielson. Deze film een Western noemen was misschien een beetje teveel van het goede. Want de geschiedenis is vrij vroeger te plaatsen dan de films waar echte revolverhelden en colts geladen met zes kogels opduiken. Hier gebruikt men nog een mes, een musket en een pistool dat nog met kruit moet geladen worden en een loden bol afvuren.
De film vertelt over een groep pioniers die naar de Salt Lake vallei trekken. Britse, Deense en Ierse bekeerlingen die vanuit Europa de trek naar het Westen wagen om het beloofde Zion te bereiken. Het gaat hier over de bekende (of fatale) Willie compagnie en het Martin gezelschap die allerlei tegenslagen kenden onderweg. In dit avontuur waren er deze keer geen ossen en huifkarren te bespeuren. Was het hout te duur geworden in Salt Lake? Zat er niet genoeg geld meer in het emigratiefonds van de Kerk? Het was in ieder geval een feit dat de pioniers die in Amerika aankwamen en Iowa City bereikten geen geld meer hadden om een dure huifkar en een os te kopen. Brigham Young bedacht toen de goedkopere handkarren en deze schenen het niet slecht te doen. Er waren reeds twee groepen pioniers met deze handkarren veilig aangekomen in de Bijenkorfstaat. Maar bij Willie en Martin kreeg men met allerlei gevaren en tegenslagen af te rekenen. Het was vooral de honger en de koude daar zij té laat in het jaar naar Zion vertrokken. De held van de film is Levi Savage die vroeger een soldaat was geweest en door Brigham Young op zending naar Siam werd geroepen. Broeder Savage bereikte zijn zendingsveld niet omdat daar een revolutie woedde en bracht zijn zending door in Bombay, India.
Wanneer hij eindelijk thuis komt, wordt hij opgeroepen om kapitein Willie bij te staan om de handkarpioniers naar de Zoutvallei te brengen. Levi Savage, een weduwenaar, heeft al jaren zijn zoontje moeten missen dat hij bij een bereidwillige zuster heeft achtergelaten. Hij was het enige lid dat tegen de plannen van kapitein Willie durfde in te gaan. Hij was ervan overtuigd dat na de warmte van de trek over de vlakten de koude van de winter hen de das zou omdoen. Willie wilde dat niet horen en het leek even of Levi Savage in onmin van de Kerk zou geraken. Maar hij kon de trekkers niet alleen laten en vroeg om vergeving en werd terug in de groep opgenomen. Hij zou er alles aan doen om zijn medebroeders en zusters naar Zion te brengen. Maar bij de Willie en Martin groepen liep het mis. Er stierven 65 mensen onderweg. Niettemin zijn er gezinnen en enkelingen die schijnbaar op een bovennatuurlijke wijze in hun lijden geholpen worden en daarom worden er 17 mirakels genoteerd die geschiedkundig niet in de juiste volgorde worden verteld, maar het verhaal zeer spannend houden. Ik ga u deze momenten niet verklappen. Ze zijn het bekijken waard.
En als alle hoop schijnbaar vervlogen is, en het eten op is en de koude de meeste leden verzwakt heeft, daagt een groep ruiters op. Door de hoge sneeuw komen de longriders van SLC de pioniers tegemoet. Er is nog meer hulp op komst. Joseph A. Young, een zoon van Brigham Young, was de aanvoerder van de redders. De wagens met eten en warme kledij gingen de gestrande heiligen opvangen en hen naar de Zoutvallei begeleiden. De film eindigt met een opsomming van de leden die hun einddoel bereikten. De gezichten van de acteurs wordt vergeleken met de echte foto of schets van die pionier en maakt het docudrama tot een waar geheel. Zeker een aanrader onder ons als heiligen. Maar misschien was hij in zijn totaliteit wat te mager om zich met een Hollywood productie te meten.