MvG logo www.mvgcontact.org

The Technicolor Time Machine

Home



De Doos van Pandora

door George Tuffin

nummer 1 - januari 2011

Iedereen een HAPPY NEW YEAR 2011 toegewenst in deze filmrubriek !!
Deze keer geen nieuwe films, zoals: deel 3 van “The Chronicles of Narnia” (The voyage of the Dawn Treader), een aanrader natuurlijk. Ook de “Harry Potter” blijft goed hangen bij de jeugd en dan is er ook “Arthur deel 3”, enzovoort. Voor de volwassenen “Burlesque” met Cher en Christina Aguilera. “Fair game”, een spionnage drama, “The next Three days”, wat je zou doen als je vrouw onschuldig opgesloten wordt in een gevangenis. Maar daar ga ik het nu eens niet over hebben. Ik blijf lekker thuis hangen. Ik reis even naar Brussel om de meester Tovenaar van het Mormoonse Film Festival aan U voor te stellen. Verwacht u maar in maart en april weer aan een paar hoogdagen onder zijn leiding. De juiste datum van het visuele festijn zal hij zelf wel doorgeven).

Claude Bernard - filmliefhebber extraordinaire
Introductie: Claude Bernard woont al jaren in Brussel en is een filmcriticus van het eerste uur. Onze broeder is professor “communicatiewetenschappen” aan het Vesalius College en de Europese Communicatie School te Brussel, alsmede bij de Charles Peguy Instituut te Louvain-la-Neuve. Hij geeft ook les in “scenario schrijven” en “filmgeschiedenis”. Claude werd in New York geboren en is dus een Amerikaans staatsburger. Zijn vader was een Fransprekende Belg en zijn moeder kwam uit Jamaica. Hij woonde in Italië tot zijn 17 jaar. Als filmfan bekijkt hij allerlei films. “Dead Poets Society” en “Ordinary People” van Robert Redford zet hij bovenaan aan zijn lijst van beste films. Maar hij houdt ook van de gewone commerciële films en de bekende “blockbusters”. Voorlopig is hij teleurgesteld met de achteruitgang van de Franse film. Maar naar het schijnt zal de Franse film zich wel herpakken. Hij geeft toe dat hij de laatste Franse films nog niet bekeken heeft. De laatste die hij zag was “La Môme”. Ook bekeek hij “Angels in America” op DVD en het is zeker een pastiche te noemen. Maar het zou fijn zijn om een programma te kunnen opstellen waar niet-leden uit de filmindustrie hun kijk op de mormonen kunnen uiten. Claude werd grootgebracht in Italië. Na de dood zijn vader besloot zijn moeder om naar België te trekken, omdat daar nog familie van zijn vader woonde. Claude Bernard had grote problemen om zich daar aan te passen. De kerel had al zijn vrienden in Italië moeten achterlaten en kon zijn nieuwe omgeving niet de baas. In het begin was het daar zeer verwarrend, artificieel en nogal gecompliceerd. Het sociaal contact liep stroef. Na zijn doop verbeterde het menselijk contact vrij snel. Hij koos om “menswetenschappen” te gaan studeren. Maar hij begreep het Belgische academische systeem niet goed. Daarom sloot hij eerst zijn diploma “Engelse Literatuur en vreemde talen” te behalen aan de Universiteit van Maryland te Brussel. Een tijd daarna ontmoette hij de zendelingen en werd vrij vlug gedoopt en alles kwam in een stroomversnelling te zitten. Claude ging “interculturele communicatie” studeren. Door zijn Italiaanse achtergrond was hij al vrij kunstzinnig aangelegd. Zo combineerde Claude zijn interesse voor literatuur, film, en communicatie in één academische verhandeling. Hij verbond deze drie stromingen met elkaar. Hij vergeleek de Franse met de Amerikaanse film. Hij onderzocht de culturele verschillen die ontstaan wanneer Amerikanen een bestaande klassieke Franse film goed vonden om er een Amerikaanse “remake” van te maken. Zo werd hij docent “scenario schrijven” en “filmgeschiedenis”. Ook specialiseerde hij zich in “movie marketing”.

De nieuwe wereld: zijn geloof en zijn bekering hielpen hem met zijn academische mogelijkheden. Het gaf hem focus. Het hielp Claude om zijn culturele moeilijkheden te verwerken. Het werkte onbewust. Claude begon naar andere zaken uit te kijken, vergeleek verschillende godsdiensten met elkaar en ondervond dat de Kerk in deze moderne tijden een “vrij open visie” bezat en de dialoog open hield met andere genootschappen. Soms hoorde hij de leden klagen, dat de Kerk zich niet teveel mocht bezig houden met de buitenwereld en zich op de achtergrond moest houden, zodat de wereld hun gemeenschap met rust liet. Dat klonk op het eerste gezicht zeer goed, maar dat is niet de bestemming van de Kerk. Natuurlijk zijn er ook bekende mensen van andere kerken die iets te vertellen hebben en zelfs een frisse kijk hebben op bepaalde onderwerpen. Zo apprecieerde Claude dat de Kerk o.a. de “Amish” gemeenschap prees, toen zij een grote tragedie te verwerken kregen. Wij als HLD kunnen steeds van medereizigers in het geloof wat opsteken. We kunnen enkel sterk staan als we met velen naar het “goede doel” streven. Mensen die goed willen doen, dienen ons respect af te dwingen. Goed doen laat ons toe om over onze grenzen en kortzichtigheid heen te springen en zo krijgen we de kans om elkaar op te bouwen. De eerste keer dat Claude uitgenodigd werd om naar een HLD film te gaan bekijken, was in een HLD kerkgebouw te Brussel. Men vertoonde daar “A Christmas Carol”, en Claude zou vandaag ineenkrimpen indien ze deze oude prent weer zouden vertonen. Maar het was een begin. Klasseer deze film maar bij “Oliver!”, “Tom Sawyer”, en “Fiddler on the Roof”, en dan zullen we ooit wel eens terug zin krijgen om ze keer op keer terug te willen zien.

Een stukje geschiedenis: Wat Claude over de mormoonse filmindustrie denkt, is dan weer een heel andere zaak. Hij kan niet in de toekomst kijken. Toch is Claude blij met de gang van zaken. Het is natuurlijk tegenwoordig zeer moeilijk om aan geld te geraken om een film op te starten. Het nieuwe is er af. Als we alles op een rijtje zetten, zaten er al HLD in de doofstomme periode van de film. Jaren geleden maakte de mormonen in “de muziekwereld” een geweldige doorbraak (The Osmonds) en zo werden de mormonen beter bekend in V.S en Europa. Nu is de “mormoonse literatuur” (Orson Scott Card, Stephenie Meyer en vele anderen) die op de voorgrond treedt. Er zitten HLD auteurs in de boekentoptien. Natuurlijk heeft “de mormoonse film” zich de laatste jaren ook vast geankerd in het moderne filmgebeuren. Deze prenten bezitten een eigen identiteit en beelden kunnen een enorme indruk op de kijkers achterlaten. Zo ontdekte Claude in de winkels van zijn buurt dat er veel HLD films in de Franse taal worden omgezet en in gewone videozaken te koop liggen. Alleen weten de klanten niet dat het over HLD films gaat. We zijn dus “mainstream” geworden en daar is niets mis mee. We kunnen onze manier van leven, onze kerkgeschiedenis, onze doctrine en ons geloof op de wereld los laten. Er zijn bepaalde aspecten die we aan andere mensen kunnen door geven, zodat het geestelijke onderdeel van onze leer ook op de voorgrond komt.

Ervaring opdoen: Bij zijn cursus “scenario schrijven” geldt dan weer de bekende vuistregel dat “de praktijk” u ondervinding geeft en bekwamer maakt. Soms is het scenario zo goed, dat het van de eerste keer raak is en kan men zijn materiaal aan de Hollywood bonzen kwijt. Maar u moet je talent steeds aanscherpen en je kunt veel leren van de oude meesters in het vak. Als een professor tracht Claude zijn studenten aan te moedigen om kennis op te doen, zodat ze “de verhalenvertellers” van het verleden beter leren kennen. Film is geen schilderkunst. Het is een vrij jonge kunstvorm, nauwelijks 100 jaar oud en er is veel studiemateriaal voorhanden om verwerkt te worden. Men kan zijn aandacht op de laatste “blockbusters” werpen, maar men moet ook open staan voor het verleden en de buitenlandse filmmakers bestuderen. Dat vraagt tijd, maar zo wordt men niet bevooroordeeld en krijgt men een brede kijk op het filmgebeuren. Men ontdekt nieuwe dialogen en we zoeken nog steeds naar de Rossellinis, de Bergmans, en de Kazans van vandaag en morgen. Het potentieel is onder ons. Door de techniek (technologie) is het nu mogelijk om met een digitale camera overal te gaan filmen. Maar al die moderne toestellen doen het niet als we geen goed en betekenisvol verhaal bezitten waar we op kunnen bouwen. Daarom blijven Italiaanse neorealistische films nog steeds in de belangstelling en die werden meestal met verouderd materiaal gefilmd. Natuurlijk maakt het een verschil uit of je een Europese of een Amerikaanse filmmaker bent. Als mormoonse kunstenaar in België kan Claude niet zo veel aan - als de kunstenaars in bekendere plaatsen in de filmwereld wel kunnen. Het zit hem in de aantallen. Toen Claude zijn licentiaatdiploma op zak had, reisde hij naar Californië en woonde daar voor 3 jaar. Hij voelde het verschil dadelijk aan omdat daar meer HLD op zondag samen kwamen. Daar Claude zich in films interesseerde, realiseerde hij zich dat de mormonen een grote bijdrage konden leveren in de bestaande filmgeschiedenis. Van “Casablanca” tot met “Schindler’s List, er zijn steeds HLD kunstenaars en regisseurs geweest die iets te vertellen hadden. We krijgen de mogelijkheid om van dit modern medium “film” gebruik te maken. We kunnen verhalen brengen die onze kant van het verhaal vertellen. Een kleine kern is niet altijd een zwak punt. Natuurlijk kan er een grotere pioniersgeest aanwezig zijn, maar omdat ze niet met zo velen zijn, kan men niet zo veel professioneel werk afleveren dan in de bekende filmsteden dan weer wel kan.

Het filmfestival: vijf jaar geleden startte Claude met het Brusselse “HLD Film Festival” dat nu uitgebreid werd tot het “Mormoonse Kunst en Cultuur Festival”. Claude hoopt met zijn werk een belangrijke rol te kunnen spelen, zodat er goede relaties opgebouwd worden met andersdenkenden. Hij kreeg het idee om in Brussel een “HLD Film Festival” op te richten van de filmregisseur Christian Vuissa. Deze Amerikaan had het “LDS Film Festival” in Orem, Utah opgestart. Het Brusselse filmfestival startte met 1 DVD toestel dat een aantal films tegen de keldermuur projecteerde van het Instituut van Religie te Brussel. Het hardwerkende zendelingenechtpaar, Br. En Zr. Tolley, hielpen Claude bij het opzetten van dit project. Ze hadden geen enkel idee wat voor een response ze zouden krijgen. Ook huurde Claude, zelfs zonder budget, een kleine filmzaal en vertoonde daar “States of Grace”. Hij hoopte dat de leden genoeg mondelinge reclame zouden maken om de zaal vol te krijgen. Het verliep vrij positief en iedereen werd enthousiast. Niet iedereen vond die eerste film denderend. Maar op dat moment was deze prent voor de Europeanen de beste keuze. Claude wilde mensen van bij ons kennis laten maken met de filmwereld van de HLD. Het was belangrijk om niet te veel te gaan selecteren, zodat er enkel klassieke HLD films vertoond werden, waar we zo graag onze “doctrine” in duidelijk wilden maken. (zie http://www.imdb.com/title/tt0395561/). Als een regisseur het aandurfde om een ander onderwerp aan te snijden over vervlogen tijden toen er grote misverstanden bestonden tussen de Kerk en de buitenwereld dan was Claude reeds in zijn nopjes. Met “States of Grace” reageerde hij zeer persoonlijk op het onderwerp van de film. Het hielp hem om “het verzoeningswerk” beter te begrijpen. Gelukkig behoort Claude niet tot die groep van mensen die enkel HLD films in zijn leven toelaat. Ook weet hij niet of er een grote toekomst is voor HLD films. Hij heeft geen kijk op toekomst van HLD filmgebeuren. Claude houdt wel van het feit dat huidige HLD regisseurs, schrijvers, producenten nu de kans krijgen om hun kunde te tonen. Zo kunnen HLD tegelijkertijd “verhalen” samenstellen die hun kijk op de wereld verduidelijkt. Zo hield Claude van de ruwe, drastische aanpak van “States of Grace” en ook werd hij opgebouwd door klassiekers als “The Work and the Glory”, “Emma Smith” en de komedie “The Best Two Years”. De HLD films moeten in de diversiteit der dingen hun weg nog vinden. Daar Claude een brede smaak bezit in de verschillende kunstvormen kon hij alle opties verkennen en die onderbrengen in het programma van het filmfestival. Claude tracht films te selecteren die de harten van de mensen zullen raken en een reactie bij hen zal te weeg brengen. Een film kan iemands zijn geloof versterken en inzicht geven in het leven van anderen, die zelf al zo veel voor hun geloof hebben opgeofferd. Het hoogtepunt het festival was toen regisseur Christian Vuissa zelf zijn films “Errand of Angels” en “Father in Israel” kwam voorstellen. Deze laatste kreeg op DVD een nieuwe titel mee: “One Good Man”. Claude hield zich ook bezig met een “film workshop” en daar kroop veel tijd in. Mark Arnett, reisde toen naar Engeland, maar sprong Brussel binnen om zijn prijs in ontvangst te nemen. Dat was voor de film “Baby Boomerang” die de festivalgangers hun harten had beroerd. Het jaar daarna kroop het festival uit de filmkelder en kon Claude gebruik maken van een aantal echte cinemazalen. Dat was een grote stap voorwaarts. Zo toonde Claude “Return With Honor” in een gewone zaal. Het werd de afsluiter van het festival. In het tweede jaar was hij onder de indruk van de kwaliteit van de film op het grote scherm. Niemand wist dat hij toen DVD films op het scherm projecteerden.

Vernieuwing: het festival kreeg daarom een nieuwe naam. Het festival van “mormoonse kunst en cultuur”. Claude verruimt het festival met andere onderdelen van de kunstwereld. De eerste keer keken we uit naar de mormoonse film. Zelfs de leden waren niet op de hoogte van deze revolutie op het audiovisuele gebied. De realiteit vertelt ons dat de HLD film zou blijven bestaan. Natuurlijk zitten we in een aanpassingsfase: De zakenwereld krijgt met ons te maken en er zal veel heen en weer gepraat moeten worden. Vijf jaar geleden gebruikte Claude films uit de jaren 2000 – 2005. In 2010 loopt hij parallel met het HLD Film Festival in Utah. Claude kan zelfs films in België vertonen die de V.S. nog niet bereikt hebben. Hij heeft de kans om Europese en Zuid Amerikaanse regisseurs in de kijker te zetten. Natuurlijk zijn HLD niet enkel uniek in het filmgebeuren en daarom is het festival een springplank voor verdere communicatie. De PR mensen in de Kerk kunnen ook hun deel van het werk doen. Door deze aanpak kunnen buitenstaanders meer over ons te weten komen en zo kunnen we ons culturele en artistiek standpunt aan hen tonen. Daarom dienen we ook MCC, concerten, tentoonstellingen, lezingen en forums te houden tijdens dit festival. Voorlopig blijft het Film Festival de kern van de zaak. Maar we gaan ook een stap verder. Met de jaren kregen we een vast aantal bezoekers bij elkaar. Een aantal kerkleden komt naar de nieuwste films kijken. Flyers, posters en mond tot mond reclame zorgde voor harde kern aan niet-leden. Natuurlijk wil Claude na het festival in Brussel ook graag andere Franstalige kerkgemeenten en culturele zalen bezoeken met zijn programmal. Maar de laatste jaren deden zich een aantal interessante ontwikkelingen voor. Lokale leden kregen de kans om hun werk te publiceren, zelfs als hun materiaal niet uitgesproken mormoons was. Ook komen onze muzikanten meer aan bod. Daarom hoop ik dat we in de nabije toekomst uit die bron mogen putten en dit in het festival kunnen laten zien dat er meerde kunstvormen voor ons open liggen. Het leven in Brussel is zeer interessant omdat men hier multicultureel aangelegd is. Ook in de kerk merkt men dat vlug. Onlangs smolten de twee wijken samen en er worden diensten, lessen en activiteiten gehouden zowel in het Frans als in het Engels. De de leden op zondag zijn een wirwar van nationaliteiten en culturen. En daar Brussel de hoofdstad van Europa is, komen we in ieder geval in de diversiteit terecht. Daarom ontstaat er een samen smelten van zaken. We zijn geduldig, tolerant met elkaar, begrijpen elkaar beter en we verrijken ons aan die goddelijke kwaliteiten. Zo kan Claude als kunstenaar een belangrijke rol spelen in onze samenleving. Hij kan zijn stem verheffen en “een geleider” zijn voor een reeks van emoties die anders niet kunnen geuit worden. Persoonlijk vindt ik dat we Claude Bernard ook in het MCC programma thuis hoort – Misschien kan RDM hem eens uit nodigen. Er kan voor vertaling gezorgd worden. Maar dat is maar een hint en een voorstel voor RDM in Antwerpen. Want nu kan Claude o.a. ook in Frankrijk terecht. Hij blijft met Vuissa in het Instituut van Religie te Parijs verder werken. Dat is een grote stap voorwaarts en dat wordt een jaarlijks evenement. Hij zou daar de niet-leden bij kunnen betrekken. Het is het moment dat de buitenstaanders hun ogen geopend worden. Jaren geleden werd Claude door een student gecontacteerd die een verhandeling moest schrijven over de mormonen. Omdat deze opgave in het festival periode viel, nam hij de student mee naar de vertoningen. Later vertelde de student aan Claude dat de films hem hadden geholpen om de mormonen beter te begrijpen hoe ze hun religie van dag tot dag beleefden. Claude is blij dat de kerk sinds haar ontstaan tijd vond om het geestelijke te combineren met modern onderwijs. Ze onderdrukt het belang van de bestaande kunstvormen niet. Zijn favoriete project moet hij nog waar maken. Hij hoopt dat het klein filmfestival meer kleur en een eigen identiteit te geven. Zo zou hij door Europa kunnen reizen en de grootsteden aandoen om hen te laten delen in de grote geestelijke ervaringen die andere mensen reeds gehad hebben. Claude was enorm blij toen hij gevraagd werd om een aantal films van Franse ondertitels te voorzien voor een Canadees filmcongres over het mormonisme. Dat werd in november 2010 door niet-leden in Canada georganiseerd. Het programma zag er fantastisch uit en hij kon daar veel bijleren. Terug thuis zou hij graag het festival openen en de lokale niet-leden erbij betrekken. Hen uitnodigen om enkele korte reacties naar voren te brengen. Natuurlijk moeten we de krachtlijnen, de parameters voor zo’n ding en de inhoud bespreken. Zo kan hij andere gevoeligheden en benaderingen aanbrengen die enkel de luisterende toeschouwers kan verrijken.

Toneel: In de toekomst zal Claude trachten om het toneel bij het filmfestival te betrekken. Dat is iets voor 2011 of later. In Brussel hebben enkele lokale professionele HLD theater acteurs zich opgegeven om een toneelstuk te maken over de briefwisseling tussen Joseph en Emma Smith. Een BYU professor was zo lief om Claude een kopie op te sturen van deze originele brieven. Claude moet ze naar het Frans vertalen. Jean-François Demeyère, een Belgische regisseur, zou de inhoud voor het toneel aanpassen. Zo komen er een aantal kerkleden op de scène. Claude is benieuwd wat het eindproduct zal worden. Hij hoopt dat dit het eerste toneelstuk van vele experimenten mag zijn. Op een bepaald moment vroeg men ook aan Claude om een toneelstuk te schrijven. Het onderwerp is de ontmoeting tussen Victor Hugo (Franse schrijver) en broeder Louis Bertrand (zendeling en de vertaler van het Boek van Mormon naar het Frans). Ze hadden zich op het eiland Jersey leren kennen en het is één van de projecten van Claude. Maar hij stelt het altijd uit. Niettemin ligt het toneel hem nauw aan zijn hart. Dan keert hij terug naar zijn basis. Laten we daarom hopen dat ooit over Louis Bertrand begint te schrijven. Maar momenteel noemt Claude zich geen kunstenaar, hij is een “doorgeefluik” en vindt het zijn persoonlijke opdracht om het bestaande “festival” verder open te trekken.

(GT- december 2010 – gebaseerd op het gesprek van “The Mormon Artist - issue 12”, een virtueel magazine, op het internet en mijn briefwisseling met Claude).

Bekijk ook de website van Claude Bernard: http://www.artistesmormons.org/

lees meer bijdragen van George Tuffin