Gedicht
voor een verloren vrucht
Het kleine levensvisje
Lag aangespoeld in 't zand
Zijn longen konden
De ijle lucht niet aan.
Mijn vlam van pijn
Verblindend licht
Toen plots ons vlees
Gescheiden werd...
Zo was het.
Hij kreeg geen naam.
Nooit zag ik zijn gelaat.
Hoewel ik een heel jaar
Haat droeg
Voor elke moeder in het park,
Toch rouwde ik niet
Om mijn schaduwkind.
Daarvoor vraag ik hem vergiffenis
Daarvoor laat ik eindelijk groeien...
Dit gedicht.
Esta Seaton
vertaling J.P. Oukjema
|
|