Een boekbespreking van de hand van Stan de Laat van de Katholieke Tilburgse
Studentenkerk Maranatha.
Dit artikel is ook voor alleenstaande heiligen der laatste dagen heel
toepasselijk.
Waar de mormoonse theologie en cultuur vooral gericht zijn op huwelijk
en gezin, wordt echter ook heel duidelijk de positie van de alleenstaande
in de kerk erkend en zonder meer als positief beoordeeld. Geen tegenstelling
dus, maar meer 'n schets hoe zinvol en bevredigend het "alleenstaan"
kan zijn.
De kracht van het alleen zijn
Een boekbespreking door Stan de Laat
De Engelse historicus Edward Gibbon was een gelukkig man. Hij schreef:
"Mijn liefde voor het studeren, een passie die door vreugde wordt
gevoed, maakt van elke dag, van elk uur, een voortdurende bron van onafhankelijk
en rationeel genoegen." Desondanks had Gibbon nooit intieme relaties.
Anthony Storr voert dit voorbeeld op in zijn boek 'De kracht van
het alleen zijn' (Nederlandse vertaling van The School of Genius')
om zijn stelling te ondersteunen dat alleenzijn niet zielig is, en dat
er ook veel positieve kanten aan zitten.
Dat laatste past niet echt in de tijdgeest. Datingsites schieten als
paddestoelen uit de grond en pubers van twaalf vragen zich in alle ernst
af of ze eenzaam over zullen blijven omdat ze nog geen verkering hebben.
Je moet welhaast van een andere planeet komen als je, zoals ik, geen
relatie hebt. En volgens recent onderzoek zouden singles ook nog vaker
ziek zijn, minder snel genezen en korter leven dan leeftijdsgenoten
met een relatie. Nou, dat valt nog te bezien: ik ben vrijwel nooit ziek,
herstel snel en leef gezond. En ik heb volop tijd om interessante lectuur
te lezen rond het thema 'samen of alleen', zoals genoemd boek van Storr.
De auteur wil met het voorbeeld van Gibbon aantonen dat het te eenzijdig
is om te stellen dat je alleen gelukkig kunt worden in een intieme relatie
met een partner. "Liefde en vriendschap vormen uiteraard een belangrijk
deel van wat het leven de moeite waard maakt. Maar zij zijn niet de
enige bronnen van geluk." Ook zonder een relatie kun je
heel gelukkig worden. In plaats van op het persoonlijke kun je je ook
richten op het onpersoonlijke. Vele 'happy singles' leven zich uit in
een bepaalde interesse, van geschiedschrijven (zoals Gibbon) tot duivenmelken
of, zoals in mijn geval, het lezen van een goed boek. En ze zijn in
goed gezelschap: filosofen als Descartes, Locke, Spinoza, Kant, Schopenhauer,
Nietzsche en Wittgenstein brachten een groot deel van hun leven in afzondering
door. Want baanbrekende ideeen worden meestal niet geboren tussen de
poepluiers en de jengelende kinderen. Het creatieve proces vereist stilte,
rust en afzondering.
Ordening en individuatie
Waarom zoeken creatieve geesten toch zo graag de eenzaamheid? Door dit
in contact treden met je diepste gevoelens vindt een soort ordeningsproces
plaats, legt Storr uit -hetzelfde proces dat optreedt tijdens de slaap
en tijdens het creatieve proces. De hersenen hebben tijd, rust en afzondering
nodig om prikkels te verwerken. Creatieve ideeen sluimeren eerst tijdens
een zogeheten 'incubatie'-periode tot ze ineens doorbreken.
Zo kwam de Duitse scheikundige Kekule met zijn theorie over de ringstructuur
van benzeen na een droom van een slang die in zijn staart beet.In de
eenzaamheid ontdek je vaak ook beter wat je wezenlijke behoeften, gevoelens
en drijfveren zijn. Een goed voorbeeld is het rouwproces. Het verlies
van een dierbare is een pijnlijk en langdurig proces dat zich veelal
in eenzaamheid voltrekt. Maar het levert ook wat op: de rouwende gaat
beseffen dat er ook een leven zonder de partner mogelijk is. Er treedt
zo een verandering van attitude op. Ik heb het gezien bij mijn eigen
moeder. Jarenlang steunde ze op mijn vader, maar toen hij overleed leerde
ze steeds zelfstandiger in het leven te staan. Ook religie en afzondering
gaan goed samen. Mensen bidden vaak in hun eentje, omdat ze zo beter
de aanwezigheid van God voelen. Daarnaast trokken grote religieuze leiders
zich vaak eerst een tijdje terug voordat ze hun boodschap gingen uitdragen.
Boeddha trok zich lange tijd terug om onder een boom te mediteren over
het lijden in deze wereld, en bereikte toen naar zeggen de verlichting.
Jezus bracht veertig dagen door in de woestijn voordat hij begon aan
zijn prediking. En Mohammed trok zich leder jaar tijdens de maand Ramadan
terug in de grot van Hera. Sommige religieus gemspireerde mensen kiezen
zelfs voor een permanente afzondering. Om te werken aan eenwording met
God trekken ze zich terug uit de wereld en treden in in een klooster.
In de twaalfde en dertiende eeuw zorgden kloosters voor een intellectuele
opleving. "Misschien bevorderden de discipline van het klooster
en de afwezigheid van intieme persoonlijke banden niet alleen de relatie
van het individu met God maar cultiveerden zij ook de geleerdheid".
zo stelt Storr. Maar in de westerse samenleving is het niet meer zo
makkelijk om je voor zo'n lange periode terug te trekken. Lawaai is
alom en de plicht roept. Vandaar dat steeds meer mensen voor enkele
dagen de stilte van een klooster opzoeken. Zelf ben ik de laatste jaren
langzaam maar zeker verslingerd geraakt aan de magische stilte van de
gangen van onder meer de Sint-Paulusabdij in Oosterhout. Geen betere
plek om de werkstress los te laten, en in alle rust te wandelen, te
lezen en mee te doen met de getijdengebeden van de monniken.
Voor sommigen is dat niet genoeg. Een extreem voorbeeld is admiraal
Byrd, die in de winter van 1934 in volstrekte afzondering een weerstation
bemande op Antarctica.
Op een dag kreeg hij tijdens een wandeling een gevoei van volmaakte
vrede en harmonie. "In dat ogenblik voelde ik geen enkele twijfel
aan de eenheid van de mens met het universum", schreef hij in zijn
dagboek.
Remain Rolland, een kennis van Freud, sprak van een "oceanisch
gevoei van iets oneindigs en onbegrensds". Dit soort mystieke ervaringen
is onder meer door William James beschreven in 'The Varieties of Religious
Experience'.
Jung herkende dit soort ervaringen bij clienten van hem. Ze hadden
wat nu een 'midlife crisis' heet, en hij begeleidde hen bij wat hij
noemde het 'proces van individuatie'. Door aandachtig luisteren naar
de innerlijke stem van de psyche konden ze weer op het juiste pad komen.
Dit vereiste uiteraard veel rust en afzondering. Eindstadium van dat
proces was een toestand die hij 'heelheid' of 'integratie' noemde. Dit
was een toestand van volmaakte gemoedsrust waarbij alle elementen van
de psyche (zowel de bewuste als de onbewuste) werden samengesmeed tot
een nieuwe eenheid.
Binding en persoonlijkheid
Hoe leren mensen eigenlijk om alleen te zijn? Mensen hebben volgens
Storr twee tegengestelde drijfveren: de behoefte aan gezelschap en de
behoefte aan onafhankelijkheid. Onder invloed van de psychoanalyse is
men echter de eerste drijfveer als belangrijkste gaan beschouwen. Intieme
relaties en seksualiteit werden als essentieel beschouwd voor een evenwichtige
persoonlijkheid. Zo stelt John Bowlby dat een kind zich vanaf 6 a 9
maanden begint te binden aan bepaalde mensen - met name de moeder. Als
een kind zich veilig voelt en via dit soort hechtingsfiguren zelfvertrouwen
krijgt, zal het later als volwassene ook beter in staat zijn om relaties
aan te gaan met anderen.
Maar Storr vindt de hechtingstheorie te eenzijdig. "Intieme relaties
vormen een spil waarom het in iemands leven draait, maar niet noodzakelijk
de enige spil." Hij kan zich beter vinden in de ideeen van Donald
Winnicott, die stelt dat het vermogen om als volwassene alleen te zijn
wortelt in de eerste levensjaren. Het kind moet leren om een innerlijke
zekerheid op te bouwen: eerst nog met de moeder in de buurt, later langzaam
steeds meer zonder haar aanwezigheid. Dit gevoel is essentieel om in
contact te kunnen treden met zijn diepste innerlijke gevoelens. Zo leert
het kind zijn eigen persoonlijkheid te ontwikkelen, en naarmate hij
opgroeit keert hij ontdekken wat zijn behoeften en drijfveren zijn.
In navolging van Carl Jung worden mensen onderverdeeld in introverte
en extraverte types. Lang werd gedacht dat het beter was om extravert
te zijn, omdat je je dan meer op de buitenwereld zou richten. Maar zo
eenvoudig ligt het niet. Zo plaatste Liam Hudson 'convergeerders' tegenover
'divergeerders'. Convergeerders zonderen zich graag af, zijn goed in
harde vakken en scoren goed met gesloten vragen. Divergeerders daarentegen
begeven zich graag onder de mensen, zijn goed in zachte vakken en scoren
beter met open vragen.
Daarnaast maakte Howard Gardner onderscheid tussen 'ontwerpers'
en 'dramatici'. Ontwerpers zijn goed in analyseren en ordenen, terwijl
dramatici
zich vooral richten op sociale interactie. Storr stelt nu dat afzondering
zeker niet negatief hoeft te zijn. De stereotiepe beta-nerd is veelal
een 'convergeerder' en een 'ontwerper'. Zo iemand is vaak in staat om
afstand te bewaren tot het leven van alledag en om structuur aan te
brengen in onze chaotische wereld - en daar hebben gezelligheidsdieren
op hun beurt niet altijd kaas van gegeten.
Gevangenschap en isolement
Alleenzijn kan naast vrijwillig ook verplicht zijn opgelegd, bijvoorbeeld
als gevangenisstraf. Eenzame opsluiting is voor velen een zware beproeving,
vooral in combinatie met marteltechnieken zoals die in totalitaire regimes
gebruikelijk zijn. Sommige gevangenen weten deze beproeving echter door
hun uitzonderlijke geestelijke veerkracht te doorstaan. Dr. Edith Bone
bracht zeven jaar in een Hongaarse gevangenis door, waarvan vijf maanden
in volledige duisternis in een kerker. Ze hield zich staande door haar
woordenschat te oefenen in de zes talen die ze sprak en door denkbeeldige
wandelingen te maken door allerlei steden. Overigens zijn er ook voorbeelden
van schrijvers die juist in gevangenschap hun belangrijkste werken schreven.
Voorbeelden zijn 'De vertroosting van de filosofie' van Boethius en
The Pilgrim's Progress van John Bunyan - maar ook 'Mein Kampf van Adolf
Hitler. De schrijver Arthur Koestler ervoer tijdens zijn gevangenschap
in Spanje "een gevoel van innerlijke vrijheid, van alleenzijn en
van een confrontatie met uiteindelijke waarheden". Zelfs in de
hel kun je nog een glimp van de hemel opvangen. Omgekeerd vormt de voortdurende
aanwezigheid van anderen vaak een rem op de creativiteit. Volgens Storr
is dat de reden dat er zo weinig schrijvers uit de laagste klassen komen:
daar was nooit gelegenheid om je af te zonderen. De meeste schrijvers
komen volgens hem uit de middenklasse, waar vaak meer privacy is. De
verbeeldingskracht van een aantal van die schrijvers is gestimuleerd
doordat ze een eenzame jeugd hadden. Storr noemt onder meer kinderboekenschrijfster
Beatrix Potter, die lang enig kind was thuis les kreeg van een kinderjuffrouw.
Nooit kwam ze in contact met andere kinderen. Haar creativiteit wist
ze echter te botvieren in tekenen en schrijven van dierenverhaaltjes,
waarmee ze veel succes zou hebben. Ook schrijvers als Rudyard Kipling
en P.G. Wodehouse gebruikten hun verbeelding als compensatie voor hun
isolement - en met succes. Dit wil overigens niet zeggen dat louter
een eenzame jeugd schrijvers kweekt; je moet er daarnaast wel aanleg
voor hebben.
Levenspad
Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Door gebeurtenissen in je jeugd verschillen
in
temparement, en andere factoren zoeken sommige mensen liever de eenzaamheid
op.
En daar is zeker niks mis mee. Want dit vermogen om alleen te zijn vormt
volgens
Storr een waardevolle hulpbron. die een stimulans vormt voor denken,
innovatie en
fantasie. Zelf denk ik ook dat ieder mens een levenspad heeft dat hij
moet zien te
ontdekken. De een zoekt het in een relatie, de ander vindt het alleen
ook prima.
Dus laat voor mij al die datingsites maar zitten. Want met een goed
boek en een rustig muziekje ben ook ik volmaakt gelukkig.
Samen of alleen?
Vooralsnog zeg ik nog: alleen. Ik probeer echter nog te ontdekken wat
mijn levenspad is. De een vindt zijn vervulling in een relatie, de ander
niet. De tijd zal het leren.
Stan de Laat is geen lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen
der Laatste Dagen, maar de maatschappelijke dialoog met 'andersdenkenden'
en het openstaan voor elkaars denkbeelden in deze tijd spreekt hem bijzonder
aan. We hopen in de toekomst meer van hem te horen.
10-2005