Half-Maandelijksch, Tijdschrift van de Heiligen
der laatste Dagen.
(OPGERICHT IN 1896.)
Eén Heere, één geloof, één doop. EFEZE 4 : 5.
En in die dagen kwam Johannes de Dooper, predikende in de woestijn van Judea, en zeggende: Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. MATTH. 3 : 1,2.
Johannes was doopende in de woestijn, en predikende den doop der bekeering tot vergeving der zonden. MARK. 1 : 4.
Dit Evangelie des Koninkrijks zal in de geheele wereld gepredikt worden, tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen. MATTH. 24 : ]4.
No. 1. 1 Januari 1906. 11de Jaargang.
I N H O U D :
Stralen van Levend Licht . . . Blz. 1
Schooltijd tot 33 jaar in China . , „ 6
Reden tot dankbaarheid , . . „ 7
Notice ," » 8
De vorm der verordeningen . . . » 9
Gloei! ichten Blz. 13
Leef een dag tegelijk . , . ,/ 14
Up—to—date . . , . . ,/ 14
In de weegschaal . , , . « 15
Zendingsnieuws «16
STRALEN VAN LEVEND LICHT.
Door CHARLES W. PENROSE.
No. 9.
HEDENDAAGSCHE OPENBARING.
Een a l g e m e e n e Dwaling.
Wanneer de groote waarheden worden verkondigd, dat het eeuwenlange
stilzwijgen is verbroken; dat de stem Gods wederom van den
hemel gehoord is geworden; dat Jezus Christus, Zijn Zoon, zich in deze
laatste dagen heeft geopenbaard; dat engelen van den troon der heerlijkheid
in de tegenwoordige (de 19de) eeuw den mensen hebben bediend;
dat uit den grond is tevoorschijn gebracht een heilig verslag, waarin
de geschiedenis van een halfrond der wereld is ontvouwd, en waarin
de zelfde waarheden zijn vervat als in den Bijbel; dat de Profeet, Ziener
en Openbaarder is verwekt geworden om de laatste bedeeling in te
leiden; dat Apostelen en andere geïnspireerde dienstknechten Gods nu
in de bediening zijn; dat de Kerk van Christus, in geheel hare vroegere
samenstelling en met al hare vroegere verordeningen, gaven, teekenen
en geestelijke macht, wederom op aarde is georganiseerd; en dat mededeelingen
van de Godheid door mannen en vrouwen van geloof nu
kunnen verkregen worden, zooals te eeniger tijd in de geschiedenis der
wereld; — dan worden de dienstknechten Gods bejegend met de verklaring,
dat de dag van openbaringen reeds lang voorbij is, en dat zjj
noodzakelijkerwijs óf bedriegers óf misleid moeten zijn, want er zal
geen verdere Schrift, profetie, wonderen, engelenbediening, visioenen
- 2 -
of werkelijke openbaring van den hemel tot de aarde meer zijn. Deze
populaire dwaling wordt door de voorgangers in de verschillende zoogenaamd
Christelijke sekten gevoedsterd en verbreid, en wordt door
de massa van het volk aangenomen als een uitgemaakte zaak.
O p e n b a r i n g moet v e r w a c h t worden.
Op welken grond neemt men zulk een onredelijke positie? Verklaart
de Schrift niet, dat de Almachtige onveranderlijk is? Is Zijn werk op
aarde niet altijd door goddeiijk-gekozen, aangestelde en geïnspireerde
mannen bestuurd geweest? Is er in de 19de of 20ste eeuw niet evenveel
behoefte aan goddelijke openbaring om de veeten tusschen de
godsdiensten en de tegenstrijdigheden der leerstelsels te slechten, als
in eenig vroeger tijdperk? Zou het woord des Heeren niet van veel
meer waarde zijn dan de onderling verschillende meeningen van nietgeïnspireerde
mannen, hoe groot hunne menschelijke geleerdheid ook
moge zijn? Moesten de inwoners der aarde niet alleen gewillig, maar
ook begeerig zijn, om eene boodschap uit de eeuwige werelden te ontvangen?
De Belofte van C h r i s t u s.
„Ah!" roept de betwister uit, „maar er zouden na Christus geen
profeten meer zijn. Hij voleindigde het goddelijke plan en voltooide
de openbaringen van G-od tot de aarde. Hij waarschuwde Zijne discipelen
tegen valsche profeten en valsche Christussen, en zeide dat, indien het
mogelijk ware, zij zelfs de uitverkorenen zouden verleiden." Stelt ons
het feit zelf, dat Christus gezegd heeft dat er valsche profeten zouden
zin, niet voor, dat er ook ware Profeten zouden zijn? Indien er geen
ware Profeten meer zouden zijn, ware het voor den Heiland gemakkelijk
geweest om zulks duidelijk te zeggen, en er zou voor bedriegers geen
plaats meer gebleven zijn. Doch Hij verklaarde nadrukkelijk: „Daarom
ziet, Ik zende tot u Profeten, en Wijzen en Schriftgeleerden, en uit
hen zult gij sommigen dooden en kruisigen, en sommigen uit hen zult
gij geeselen in uwe synagogen, en zult hen vervolgen van stad tot
stad." (Matth. 23 : 34). Werden Profeten niet in de Kerk van Christus
gesteld, als leden van Zijn lichaam? Leest 1 Oor. 12 : 28: „En God
heeft er sommigen in de gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten
tweede profeten, ten derde leeraars, daarna krachten, daarna gaven der
gezondmakingen, behulpsels, regeeringen, menigerlei talen." Beloofde
Christus Zijnen discipelen niet dat, nadat Hij zou heengegaan zijn, de
Trooster zou komen ? En was niet een van de diensten van dien Geest,
hun „de toekomende dingen" bekend te maken? (Joh. 16 : 13). Werd
de gave der profetie niet op leden van de Kerk van Christus uitgestort,
als een van de openbaringon van den Heiligen Geest? (1 Cor. 12: 7,10.)
En kan iemand het ware getuigenis van Jezus bezitten zonder dien
Geest? De engel, die aan den Apostel Johannes verscheen, zeide: „Het
- 3 -
getuigenis van Jezus is de geest der profetie." (Openb. 19 : 10). Paulus
bad voor de Efeziërs: „Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus,
de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring,
in Zijne kennis. (Ef. 1 : 17). Indien openbaring en profetie met
Christus zijn opgehouden, hoe is het dan gesteld met het Nieuwe
Testament, dat geheel na Zijnen dood on opstanding is geschreven
door mannen die men nu houdt voor geïnspireerd? Heeft de Apostel
Johannes niet een heerlijk visioen aanschouwd en gewichtige openbaringen
ontvangen, toen hij op het Eiland Patmos verbannen was?
S c h r i f t u u r p l a a t s e n v e r k e e r d begrepen.
Hier wederom zal de tegenwerping gemaakt worden: „Maar die
openbaring was de laatste mededeeling van den hemel, en haar laatste
hoofdstuk verbiedt alle verdere openbaring." Dit ,is eene dwaling die
gaarne wordt aangenomen, en welke verkondigd wordt door mannen,
die beweren dienaren voor Christus te zyn, maar bevinden dat zij van
goddelijke macht en inspiratie ontbloot zijn. Ziehier den tekst dien zij
aanhalen: „Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie
dezes boeks hoort: indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal over
hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn." (Openb. 22:18).
Het is verbazend hoe de klare beteekenis van duidelijke, eenvoudige
woorden kan verdraaid worden om de doeleinden der drogredenearkunde
te passen. Er is in dien tekst niet één woord, dat de minste aanduiding
bevat, dat openbaring en profetie zouden ophouden, of dat God niot
meer tot den mensen zoude spreken. Het is een verbod aan den mensch
om iets bij te voegen tot hetgeen God openbaart. Het volgende vers
verbiedt om iets weg te nemen uit het „boek dezer profetie." Dat is,
het Boek der Openbaring. Die geboden hebben betrekking op dat ééne
boek, en dat boek alleen. De samenstellers van het Nieuwe Testament
hebben het aan het einde der verzameling Schriftuurboeken geplaatst,
en de gedwongen, onnatuurlijke, ongerijmde uitlegging, die gegeven is
aan de zooeven aangehaalde woorden, is gehecht geworden aan het
gansche boek des Bijbels. Dit is geheel verkeerd en belachelijk. De
meening, dat de Almachtige een zegel op Zijn eigen mond zou hebben
geplaatst toen Hij eenvoudig den mensch verbood om iets toe te voegen
aan hetgeen Hij had gesproken, is bepaald uiterst zonderling voor
menschen met gezond verstand. Indien dat begrip juist is, zoo hebben
beiden, de engel die de openbaring gaf, en Johannes, die ze ontving,
het hemelsch gebod overtreden, want wij lezen dat de engel aan Johannes
in beeldspraak eene zending opdroeg, die hij aldus bepaalde:
„Gij moet wederom profeteeren voor vele volken en natiën en talen en
koningen." (Openb. 10 : 11). Het is goed bekend, dat de zendbrieven
van Johannes geschreven zijn nadat hij de openbaring op het eiland
Patmos ontving.
- 4 -
De Kerk van C h r i s t u s geleid door Openbaring.
Zoolang de ware Kerk van Christus op aarde was, bleef ook de
geest dor openbaring en der profetie. Toen die geest verdween, bleef
er slechts een doode vorm over. Alleen door het herstel van goddelijke
mededeeling aan den mensch kon de Kerk van Christus op aarde weder
opgericht worden. Slechts door het verwekken van een Profeet om de
bedeeling der laatste dagen in te leiden kon onze Hemelsche Vader
Zijn vanaf het begin der wereld onveranderlijk beginsel handhaven.
En mannen die beweren Zijne dienstknechten te zijn, behoorden —
in plaats van goddelijke openbaring tegen te staan en te bestrijden —
het heropenen der hemelen met vreugde te huldigen en van blijdschap
uit te roepen dat de morgenstralen van het Duizendjarig Rijk tot de
wereld zijn doorgedrongen.
V o o r s p e l l i n g e n b e t r e f f e n d e de L a a t s t e Dagen.
Het is zonderbaar, dat menschen die met de profetische geschriften
van den Bijbel bekend zijn, de meening kunnen zijn toegedaan, dat er
in de laatste dagen geen openbaringen zouden plaats hebben. De Bijbel
is vervuld met profetiën van de heerlijkheid der laatste dagen, wanneer
de grootste wonderen door goddelijke macht ooit gewrocht, zullen verwezenlijkt
worden; wanneer God zou eene „banier onder de Heidenen"
oprichten, de „verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden uit
Juda vergaderen, van de vier einden des aardrijks" en de wonderen
van de Mozaïsche reis van Egypte naar Canaan niet alleen zou herhalen,
maar Zijne macht in zulke mate zou ten toon spreiden, dat men niet
meer zal zeggen: „Zoo waarachtig als de Heere leeft, die de kinderen
Israëls uit Egypteland heeft opgevoerd ! Maar: Zoo waarachtig als de
Heere leeft, die het zaad van het huis Israëls heeft opgevoerd, en die
het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen
waarhenen Ik ze verdreven had.'' (Zie Jesaja 11 : 6 — 16; Jer. 23:3—8;
Zach. 10 : 6—11). Niet alleen zal de Heere Israël en Juda vergaderen,
„door eene sterke hand, en door eenen uitgestrekten arm", maar Hij
„zal Zijne uitverkorenen bijeen vergaderen uit de vier winden der aarde."
Zij zullen opgaan naar den top der bergen, waar het huis des Heeren
zal vastgesteld zijn, vanwaar Zijne wet zal uitgaan en waar Zijn volk
van Zijne wegen zal leeren en in Zjjne paden zal wandelen. Wanneer
Hij de volkeren zal gestraft en de aarde van hare goddeloosheden zal
gereinigd hebben, zoodat de zachtmoedigen haar zullen beërven, zal Hij
Zijnen Geest uitgieten op alle vleesch, met het gevolg niet alleen dat
Zijne zonen en Zijne dochteren zullen profeteeren en visioenen zien,
maar zij „zullen van den Heere geleerd zijn" totdat „de aarde zal vol
van kennis des Heeren zjjn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken."
(Joel 2 : 28-32; Jesaja 11: 9; Micha 4:l-7; Jesaja 35; Jesaja 54 :13.)
- 5 -
De B e d e e l i n g van de V o l h e i d der T ij den.
Dat er een nieuwe en laatste bedeeling zou zijn na den grooten
afval van het eerste Christendom, door de Apostelen voorspeld, is duidelijk
uit de verklaring van Paulus in zijnen zendbrief aan de Efeziërs.
Hjj zegt: „Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijnen
wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven,
om in de bedeeling van de volheid der tijden wederom alles tot één te
vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde
is, in Hem." (Ef. 1 : 9, 10.) Hoe kon deze, de grootste aller bedeelingen,
geopend worden zonder een Profeet en zonder openbaring van God?
Heeft de Almachtige, sedert de wereld begon, ooit een bedeeling ingeleid
zonder een Profeet om Zijn woord te verklaren, en zonder Zijnen
wil bekend te maken ? De Apostel Petrus noemt deze groote bedeeling
„de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft
door den mond van al Zijne heilige profeten van alle eeuw," wanneer
Jezus Christus zal komen in heerlijkheid. (Hand. 3 : 20, 21.) Indien
alle dingen in de bedeeling der vergadering moeten hersteld worden, dan
moeten Profeten, openbaring, engelenbezoek, gaven, teekenen en wonderen
hersteld worden, zooals in vroegere dagen. Want, de vervulling
aller dingen zal tot stand komen, en de aarde zal toebereid worden
voor de tegenwoordigheid van haren rechtmatigen heerscher, haar Verlosser
en Koning.
Gods Werk der L a a t s t e Dagen is begonnen.
Zij het allen menschen bekend, dat de Heere, in Zijn oneindige
genade, wederom de hemelen geopend en Zich aan den mensch heeft
geopenbaard. De laatste bedeeling is begonnen. Do stem van Christus
is wederom gehoord geworden. Engelen zijn van den hemel tot de
aarde gekomen. Profeten, Apostelen en andere geïnspireerde mannen
verkondigen het woord en den wil des Heeren. Een heilig verslag van
de oude volkeren van een groot vasteland in uit den grond voortgebracht,
en geeft, vereenigd met den Joodschen Bijbel, getuigenis dat
God dezelfde is — gisteren, heden, en altoos — en dat het menschdom
in alle eeuwen door geloof van Hem kan leeren en verbinding met
Hem kan hebben. Het Evangelie van Jezus Christus wordt in de
geheele wereld gepredikt als een getuigenis aan alle volkeren, de doop
wordt bediend door goddelijke volmacht tot vergeving der zonden, de
Heilige Geest wordt geschonken als van ouds, door de oplegging der
handen van mannen bekleed met het Heilige Melchizedeksche Priesterschap,
de eenigheid des geloofs wordt genoten, de kranken worden
gezond gemaakt, profetiën worden uitgesproken, de gave der vreemde
talen en der uitlegging der talen is in het bereik, en door visioenen
en droomen en het getuigenis van den Trooster getuigt God tot degenen
die Zijn woord aannemen, dat Hij het groots werk der Laatste Dagen,
waarvan Zijne heilige Profeten gesproken hebben, is begonnen.
- 6 -
De g r o o t e P r o f e e t der L a a t s t e Dagen.
De man door God gekozen om het werk van de laatste bedeeling
te openen, was Joseph Smith, die te Carthage, Illinois, omgebracht
werd, om het woord van God en het getuigenis van Jezus. Geen
profeet die ooit op de aarde heeft geleefd, uitgezonderd de Zoon van
God Zelf, heeft een grooter werk volbracht, meer waarheid voortgebracht
of grootere openbaringen uit de hoogte ontvangen dan hij. Toen
hrj de gewichtige zending welke de Heere van hem verlangde, had
volbracht, heeft hij zijn getuigenis verzegeld met zijn bloed, en staat
hij bij de martelaren, die in de tegenwoordigheid van God en het Lam
zullen gekroond worden als koningen en priesters voor immer. De
waarheid van dit getuigenis is op de harten van vele duizenden menschen
verzegeld geworden, on zij verblijden zich in de vaste wetenschap,
dat zij door God zijn aangenomen. En deze kennis kan verkregen
worden door iedere ziel, die in Christus wil gelooven, zich van zonde
bekeeren, gedoopt worden tot vergeving der zonden, en de oplegging
der handen ontvangen voor de gave des Heiligen Geestes- Daarom,
o lezer! Kom tot het licht, gehoorzaam het Evangelie en wordt gered!
Dit is de eenige weg tot het eeuwige leven en eindelooze gelukzaligheid
in de tegenwoordigheid des Vaders.
SCHOOLTIJD TOT 33 JAAR IN CHINA.
Het onderwijs van den Chinees begint op zevenjarigen leeftijd en
duurt 26 jaar, n.1. 9 jaar in de lagere school, 8 jaar in de middelbare
school en 9 jaar in de Academie en Universiteit. Er bestaat geen leerplicht,
doch in de school wordt tevens godsdienst, — d. i. de leer van
Confucius — en trouw aan den Keizer, als de zoon des Hemels, geleerd.
Vreemde talen worden in de middelbare scholen geleerd, waar Engelsch
en Japansch verplichtend zijn, Fransch, Duitsch en Eussisch echter
facultatief. De scholen zijn alleen voor mannelijke leerlingen, en het
schijnt ons toe, dat de Chineezen die al die 26 jaar onderwijs doormaken
òf buitengewoon wijs, òf buitengewoon dom moeten zijn.
Voor meisjesscholen zorgt de wet niet; zij zegt, integendeel, uitdrukkelijk
„dat de zeden in China op het oogenblik de opening van scholen
voor vrouwelijke leerlingen niet mogelijk maken en drukt de vrees uit,
dat jonge meisjes, die te veel hebben geleerd, vrijheid zullen verlangen
in de keuze van den echtgenoot en zich zullen willen onttrekken aan
het gezag der boven hen geplaatsten, man, vader, moeder, schoonvader
en schoonmoeder."
Zou er nog wel een meisje zijn, dat zich beklaagt omdat zij niet
in China geboren is!
- 7 -
REDEN TOT DANKBAARHEID.
De leercursus in liet Kindergarten-departement onzer Zondagscholen
zal dit jaar eindigen met de vraag: Is er iets, waarvoor wij dankbaar
behooren te zijn? En wat? En waarom? — Gedachtig aan de woorden
van onzen Heiland aan Zijne discipelen: „Indien gij u niet verandert
en wordt gelijk de kinderkens, zoo zult gij in het koninkrijk der hemelen
geenszins ingaan," betaamt het allen menschen om, gelijk de kleine
kinderen, afhankelijk te gevoelen, en om dankbaarheid te beoefenen.
Om deze deugd ten volle te ontwikkelen, is het noodig om God als de
gever alle goede gaven te erkennen. Er zijn vaak personen, die oordeelen
dat zij recht hebben om geheel onafhankelijk te gevoelen, inzooverre
zij toch door hun eigen verstand en met hun eigen krachten
hunne bezittingen hebben verworven. In hunne kortzichtigheid overwegon
zij niet, dat God de tijdgrenzen van hun leven in Zijne handen
heeft, en dat het door Zijne gunst is, dat zij in staat zijn de zegeningen
die zij genieten, te ontvangen. De Schepper van goede dingen heeft
rechtmatig aanspraak op de erkentelijkheid van de verstandelijke wezens
die deelgenooten van het geschapene zijn.
Ondankbaarheid is onnatuurlijk en misstaat den mensch, en kan
zijn geluk niet bewerken. Dankbaarheid verwekt liefde tot den Schepper
en opent de harten der menschen voor de liefde tot hunne medemenschen;
en de vruchten van deze edele eigenschap zijn, weldaden aan den hulpen
vriendbehoevenden. Er is geen edeler geluk dan hetwelk verkregen
wordt door anderen gelukkig te maken.
Geen volk op aarde heeft meer reden om dankbaar te zijn dan de
Heiligen der Laatste Dagen. Boven de aardsche zegeningen, welke zij
met andere volken gemeen hebben, zijn zij in het bezit van de sleutelen
tot de grootste verlossing, verhooging en ontwikkeling, die de mensch
ooit kan ontvangen. Het begin van een nieuw jaar doet ons stil staan
bij de bizondere zegeningen in ons bereik geplaatst door het aannemen
van het ware Evangelie. Terwijl de groote meerderheid der Christenen
hun best doen, om zich te verlustigen aan een ledige tafel, doordien
zij de krachten, gaven en voorrechten van het Evangelie „vergeestelijken"
en tot het gebied der verbeelding verdringen, zitten de Heiligen aan
de tafel der werkelijkheid. Terwijl eerstgenoemden zich met galmende
woordenpraal en moderne wijsheid zoeken te vergasten aan de herinnering
van de zegeningen en wonderen door de ouden genoten, worden
de harten van de Heiligen der Laatste Dagen verkwikt door de eenvoudige
woorden des levens en de teekenen die behooren bij het ware
Evangelie in zijne werking. Zij hebben de gave van profetie in hun
midden; vreemde talen van tijd tot tijd; kranken zalven zij met olie
en leggen de handen op hen en zij worden gezond; dooden worden
opgewekt; duivelen worden uitgeworpen; en bovenal, zij hebben de
gave des Heiligen Geestes ontvangen door gehoorzaamheid aan de
Waarheid. Die Geest geeft hun getuigenis dat het Evangelie van den
hemel is hersteld door openbaring, en dat God Zijn koninkrijk in de
laatste Dagen heeft opgericht, en dat zij bij volharding in hetzelve
zullen zalig worden. Die Geest heeft hun de Schriften en de profetiën
duidelijk gemaakt, zooals nooit te voren. Zij hebben profeten, apostelen
en andere geïnspireerde mannen om hen te onderwijzen, terwijl hunne
medemenschen geleerd worden door de wijsheid der menschen. De
Heiligen hebben een bepaalder doel des levens en een heerlijker verwachting
der toekomst. Zij verstaan de teekenen der tijden, en nemen
waar, hoe die samenwerken tot het verwezenlijken van het groote plan
Gods tegenover deze aarde.
Sommigen hebben gedurende het verloopen jaar en in 't verleden
niet al de zegeningen genoten, die hun deel hadden kunnen zijn. Het
tekort aan zegeningen is dikwijls het gevolg van een teveel van afwijkingen
en van een gebrek aan toewijding van de zijde der personen
zelf. Het is niet waarschijnlijk dat zij beseffen, wat zij daardoor misten,
en het zou hun ook niet aan het verstand kunnen gebracht worden.
Het is voor hen verborgen tot zij waardig worden het te ontvangen.
God werkt, en met een wijs doel, volgens dit plan: „Hetgeen het oog
niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des
mensehen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem
liefhebben." „Die Mijne geboden heeft, en ze bewaart, die is het, die
Mij liefheeft."
Laat een ieder trachten dankbaar te zijn voor de mate van zegening,
die hij heeft genoten, en er naar streven om grootere zegeningen waardig
te zijn en een grooter geluk te ontvangen. De aanvang van het jaar
schijnt een geschikt haltpunt te zijn, om in betrachting te nemen, op
welke wijze het wat? en waarom? met Gods hulp, na den verloop van
andere twaalf maanden kan verbeterd zijn.
Notice.
The presiding Elders who receive the Ster directly from the printer,
are requested to send me a complete list of names of all parties receiving
the Ster through them, if they have not done so during the last few days.
They should also forward to this office all extra copies left over from past
issues.
Your Brother,
JACOB H. TRAYNER.
De toetssteen keurt het goud — of 't fijn of slecht is, —
't Goud keurt der menschen hart — of 't valsch of recht is.
S. VAN BEAUMOMT.
- 8 -
Pres. HEBER J. GRANT, Pres. JACOB H. TRAYNER, en al de Zendelingen (op drie na) der Ned.-Belg. Zending, in Conferentie vereenigd te Rotterdam, 10 tot 12 Juni 1905. (foto in oorspronkelijk document)
DE STER.
Nederlandsch Orgaan van de Heiligen der laatste Dagen.
DE VORM DER VERORDENINGEN.
In iedere verordening van het Evangelie is de wijze van bediening,
van groot gewicht. Hoewel het niet de uitwendige vorm is die aan
het beginsel leven geeft, zoo is het nochtans de uitwendige vorm die
het beginsel aanschouwelijk houdt voor de wereld. Zoo is het ook
niet het lichaam, dat aan den geest het leven geeft, maar het verschaft
den geest een geschikte verblijfplaats, en houdt het leven van den geest
zichtbaar voor zijne metgezellen. De passende, juist-voorstellende vorm
geeft de nauwkeurigste uitdrukking aan het beginsel. Zonder den
juisten vorm verliezen sommige verordeningen of beginselen ook hunne
beteekenis, kracht en geldigheid. De ware vormen behooren daarom
nauwlettend gevolgd te worden in het bedienen van de verordeningen
van het Evangelie. In sommige gevallen zijn de juiste woorden die
moeten gebezigd worden, geopenbaard. In zulke gevallen behoort men
zich aan den geopenbaarden vorm te houden. De bewoording zooals
geopenbaard, geeft de beteekenis volmaakt weer. Deze openbaring van
het juiste formulier is gegeven in de plechtigheid van den doop en in
die van het avondmaal des Heeren. Voor de andere verordeningen is
geen bepaalde bewoording geopenbaard. Zij wordt grootelijks aan den
persoon overgelaten. In deze ceremoniën moet echter een bepaalde
beteekenis uitgedrukt worden, en men behoort woorden te kiezen,
welke de bedoelde beteekenis het best zullen uitdrukken. In al deze
vormen zijn er zekere noodzakelijke punten, waarvan niet één mag
verzuimd of weggelaten worden.
Ieder persoon die eene verordening van het Evangelie bedient, moet
den tot die verordening vereischten graad van het Priesterschap dragen,
zonder hetwelk de bediende verordening niet geldig zou zijn. Het bekleed-
zijn met een hoogeren dan den vereischten graad geeft hem recht
tot de bediening van iedere verordening behoorende tot de lagere ambten.
Het is ons doel om de noodige inlichting aangaande de vereischte
juiste wijze van bediening der verordeningen van het Evangelie hier te
geven, en nemen daarby aanwijzingen uit handboeken voor de studies
der Jongelingsvereenigingen onzer Kerk, van welke gezamenlijke vereenigingen
Pres. Joseph P. Smith, Eerste of Algemeene President is.
DE DOOP. — „De doop moet op de volgende wijze bediend worden
aan al degenen die zich bekeeren: De persoon die van God beroepen
is en volmacht van Jezus Christus heeft om te doopen, zal in het water
afdalen met den persoon die zich aangeboden heeft tot den doop, en
- 10 -
zal zeggen, hem of haar bjj name noemende: Ik, zijnde gemachtigd
van Jezus Christus, doop u in den naam des Vaders, des Zoons en des
Heiligen Geestes, Amen. Dan zal hij hem of haar in het water onderdompelen
en weder uit het water opbrengen." (Leer en Verb. 20: 72 - 74.)
De noodige zorg behoort te worden besteed voor de geriefelijkheid en
veiligheid van den candidaat voor den doop; en de plaats voor het
doopen met beleid te worden gekozen, enz.
De doop kan slechts bediend worden door personen, die den graad
van Priester of een hoogeren graad van het Priesterschap dragen.
DE BEVESTIGING. - Deze verordening bestaat uit twee vereischten:
1e Den gedoopten persoon te bevestigen tot lidmaat van de
Kerk, en: 2e Den Heiligen Geest op hem over te dragen. De ouderling,
die deze verordening bedient, moet woorden gebruiken die aan de twee
doeleinden zullen beantwoorden. Bovendien mag hij, indien de inspiratie
van den Geest des Heeren zulks ingeeft, aan dengene die bevestigd
wordt, verdere zegeningen geven en hem verdere beloften maken. Dit
moet echter gedaan worden volgens de inspiratie bij de gelegenheid.
Zij die de verordening bedienen, moeten het Melchizedeksche Priesterschap
dragen. Den ouderlingen, daarmede bedoelende allen die het
Hoogere Priesterschap dragen, is tot plicht gesteld om degenen die
gedoopt zjjn, tot leden van de Kerk te bevestigen door het opleggen
der handen, voor den doop des vuurs en des Heiligen Geestes, volgens
de Schriften." (Leer en Verb. 20 : 41.)
HET AVONDMAAL. — De woorden te gebruiken bij het zegenen
van het brood en het water van het Sacrement zijn geopenbaard, en
kunnen gevonden worden in de Leer en Verbonden, hoofdst. 20, verzen
77 en 79; alsook in het Boek van Mor non, Moroni 4 en 5. De juiste
woorden, zooals daar aangegeven, behooren door hen die de verordening
bedienen, gebruikt te worden; en iedere ouderling en priester behoort
die woorden van buiten te leeren en ten allen tijde bereid te zijn om
bij het Avondmaal dienst te doen. Er is evenwel in de formulier Leer
en Verb. 20 : 79, waarheen wij zoo even verwezen, één woord veranderd
ten behoeve van de Avondmaalbediening onder de tegenwoordige omstandigheden.
Die wijziging is eveneens door openbaring aangegeven,
in Augustus 1830, en heeft betrekking op het gebruik van water in
plaats van wijn. Het gebruik van water werd aan de Kerk opgedragen,
tot de Heiligen hun eigen nieuwen wijn zouden maken, en verboden
werd om wijnen (zijnde, bijna algemeen, geesthoudend) te koopen.
Het gebed bij den drinkbeker van het Avondmaal zal dus luiden: „....dit
water te zegenen....," in plaats van „...dezen wijn te zegenen...."
De ambtswaarneming bij het Avondmaal kan slechts geschieden door
Priesters of de hoogere graden van het Priesterschap, doch in het uitdienen
mag hulp verleend werden ook door de mindere ambten dan
dat van den Priester.
- 11 -
VERORDINEERING TOT HET PRIESTERSCHAP. - Tot het verordineeren
van iemand tot een ambt in het Priesterschap behooren woorden
gebruikt te worden, die nauwkeurig de bedoeling van den persoon die
verordineert, uitdrukken Alle onnoodige woorden en ijdele herhalingen
moeten vermeden worden. De wijze waarop de ouderlingen onder de
Nephieten tot het bedienen dezer verordening te werk gingen, wordt
in het Boek van Mormon aldus aangegeven: „De wijze waarop de
discipelen, die de Ouderlingen der Kerk genaamd werden, Priesters en
Leeraars verordineerden: Nadat zij tot den Vader in den naam van
Christus gebeden hadden, legden zij hunne handen op hen en zeiden:
In den naam van Jezus Christus verordineer ik u om een Priester te
zijn, (of zoo hij een Leeraar moest zijn) verordineer ik u om een Leeraar
te zijn, om bekeering en vergeving der zonden te prediken door Jezus
Christus, door de volharding van het geloof in Zijnen naam tot het
einde. Amen. En op deze wijze verordineerden zij priesters en Leeraars
volgens de gaven en roepingen van God aan den mensch; en zij verordineerden
hen door de macht des Heiligen Gtestes, welke in hen
was." (Moroni 3.) In dit verslag zjjn drie gewichtige punten bizondere
aandacht waard: 1e. De ceremonie ging met plechtig gebed gepaard;
2e. De mannen werden verornineerd volgens de gaven die zij bezaten,
d.i., hunne particuliere geschiktheid voor dat ambt; 3e. Zij werden
verordineerd door inspiratie.
Leeraars en Diakenen hebben geen volmacht om anderen tot eenig
ambt van het priesterschap te verordineeren. Personen die hoogere
ambten bekleeden dan genoemde twee, kunnen anderen slechts verordineeren
tot den graad van het Priesterschap dien zij zelf dragen, en tot
een minder ambt. In georganiseerde afdeelingen van de Kerk moet
de macht van verordineering tot het Priesterschap niet anders uitgeoefend
worden dan onder de leiding der presideerende ambtenaren.
„Niemand moet tot eenig ambt in deze Kerk verordineerd worden,
waar eene behoorlijk georganiseerde veriakking derzelve is, zonder de
stemmen van die Kerk." (Leer en Verb. 20 : 65.)
INZEGENING VAN KINDEREN. - „Ieder lid van de Kerk van
Christus, dat kinderen heoft, behoort ze tot de Ouderlingen te brengen
voor de Kerk, en die zullen hunne handen op hen leggen in den naam
van Jezus Christus, en hen zegenen in Zijnen naam." (Leer en Verb.
20 : 70.) Deze plechtigheid heeft gewoonlijk plaats in de maandelijksche
vasten-vergaderingen der gemeente. Aan het kind wordt terzelfdertijd
een naam gegeven, welke naam in het boek der gemeente wordt ingeschreven,
met de namen zijner ouders. Krachtens de naamgeving in
de Kerk blijft de naam van het kind in het boek der gemeente opgeschreven
tot de jaren van verantwoordelijkheid zijn bereikt, wanneer
het kind gedoopt wordt en lid wordt van de Kerk. Dat de Ouderling
de twee noodzakelijke punten dezer plechtigheden in gedachte houdende
- 12 -
— n. 1. het zegenen van het kind, en het geven van een naam, — zich
voor de te gebruiken woorden verlate op de ingevingen van den Geest
des Heeren. Daar de zegening aldus gegeven uitdrukkelijk een vader's
zegen is, zou de vader van het kind, indien mogelijk, gebruik moeten
maken van het voorrecht, dat hem van rechtswege toekomt, om de
ambtwaarnemende ouderling te zijn.
HET WIJDEN VAN OLIE. - De ouderling, die in deze verordening
voorgaat, behoort directe, duidelijke woorden te gebruiken, die de beteekenis
der ceremonie nauwkeurig weergeven. De olie moet geheiligd,
gewijd, en afgezonderd worden voor het genezen der kranken. Dit
moet gedaan worden krachtens het priesterschap en in den naam van
Jezus Christus, en hierin bestaat het vereischte tot de verordening.
Woorden zooals b.v. deze, kunnen dus gebruikt worden: „In den
naam van Jezus Christus en krachtens het Melchizedeksche Priesterschap,
hetwelk ik draag, heilig en wijd ik (of, hetwelk wij dragen,
heiligen en wijden wij) deze olie, en zonder ze af (of, en zonderen ze
af) tot het genezen der kranken."
Het is soms gebruikelijk om er een gebed bij te voegen, om God te
vragen de olie te zegenen en geloof te schenken en gezondmakende
kracht aan hen die ze zullen bedienen, en aan degenen aan wie ze zal
bediend worden. Dit is echter geen onmisbaar deel van de plechtigheid,
en wordt geheel en al aan het goeddunken, onder de inspiratie des
Heeren, van den dienstdoenden ouderling overgelaten. Nadat de olie
zoo is gewijd, is zij heilig en mag voor geen ander doel dan het genezen
der kranken gebruikt worden.
Nauwkeurig behoort men zorg te dragen, om geen andere dan
zuivere olijfolie, — die reeds zelve heelende eigenschappen bezit, — te
laten inzegenen en aan de zieken te bedienen.
HET ZALVEN DER KRANKEN. - „Is iemand krank onder u?
dat hij tot zich roepe de Ouderlingen der gemeente, en dat zij over
hem bidden, hem zalvende met olie in den naam des Herren: En het
gebed dos geloofs zal den zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten,
en zoo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden.''
(Jak. 5 : 14, 15.) „En wie onder u ziek zijn en geen geloof hebben om
gezond gemaakt te worden, maar geloovigen zijn, kunnen in alle teederheid
met kruiden en zacht voedsel gevoed worden, en zulks niet door
de hand van een vijand. En de ouderlingen der Kerk, twee of meer
zullen geroepen worden en zullen voor hen bidden en hunne handen
op hen leggen in Mijnen naam; indien zij sterven, zoo sterven zij in
Mij, en indien zij leven zoo leven zij in Mij En wederom,
het zal geschieden dat hij die geloof in Mij heeft om gezond gemaakt
te worden, en niet tot den dood is aangewezen, zal gezond gemaakt
worden." (Leer en Verb. 42 : 43, 44, 48.)
- 13 -
De verordening van de bediening der zieken bestaat gewoonlijk
uit twee deelen: de zalving, en het gebed des geloofs. Het eerste wordt
gewoonlijk door een van de Ouderlingen gedaan. Het verzegelen der
zalving wordt gedaan door al de Ouderlingen, die zich rond de persoon
scharen en hunne handen op hem of haar leggen, terwijl een hunner
in het gebed voorgaat. De te gebruiken woorden zijn niet voorgeschreven.
Bij de zalving is het noodig om den naam van den Messias
te gebruiken en de macht van het priesterschap in te roepen; getuigende
dat de zalving wordt gedaan tot gezondmaking. Bij het verzegelen der
zalving moeten dezelfde naam en volmacht gebruikt worden, en de
verklaring gemaakt worden dat de zaking tot het gezondmaken van
den zieke verzegeld is en de kwaal bestraft. Alle toevoegsels, voorwaarden
of beloften, door de inspiratie van den Geest Gods voorgeschreven,
moeten natuurlijk in het gebed worden uitgesproken. Zij
die deze verordening bedienen, behooren het sterkst mogelijke geloof
voor de herstelling van den zieke te oefenen en zich geheel en al
onder den invloed van den Geest des Heeren te plaatsen; want in zulke
gevallen hangt veel af van het geloof der ouderlingen en van den geest
dio hen begeleidt. Geloof om kranken gezond te maken is een van
de meest gewenschte gaven van het Evangelie, en zou door alle ouderlingen
gezocht moeten worden; en zij behooren ten allen tijde gereed
te zijn om die macht ten behoeve der geteisterden uit te oefenen.
GLOELICHTEN (Hum. Album).
De alledaagsche mensch vergeet spoedig zijne nederlagen, de edele
zijne overwinningen.
Wanneer men zelf zijne deugden verheerlijkt, is de duivel de eerste
om te applaudisseeren.
Wat men tact noemt, is meestal niet meer dan tactiek.
Het best is, om brj alle berekeningen niet op anderen te rekenen.
Van ieder menschelijk wezen bestaat er niet één, maar drie: de
mensch, zooals hij anderen voorkomt; de mensch, zooals hij zichzelven
voorkomt; en de mensch, zooals hij werkelijk is.
De hoofdfout der hedendaagsche opvoeding is, dat haar zwaartepunt
ligt in 'tgeen men weet, niet in 'tgeen men is.
Wilt ge weten, hoe uw vrienden over u spreken als ge afwezig zijt,
luister naar 't geen zij zeggen van anderen in uw tegenwoordigheid.
LEEF EEN DAG TEGELIJK.
Het geheim van Christus' machtig leven is to leven zonder bezorgdheid.
Wees dan niet bezorgd. Let op de leliën des velds, hoe zij wassen;
zij arbeiden niet en spinnen niet, en ik zeg u, dat Salomo in al zijne
heerlijkheid niet gekleed was gelijk een van deze...., Wees dan
niet bezorgd voor den dag van morgen; want de dag van morgen zal
zijn eigen zorgen hebben. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
Leef één dag tegelijk. Dat is het geheim voor het beste werk en
voor het zwaarste, voor de grootste rust, voor het reinste geluk en
alle genietingen. Dezelfde levensopvatting ligt in deze bede: Geef ons
heden ons dagelijksch brood.
Leef één dag tegelijk; leef ernstig uw leven; breng vurig uw dank;
bid ernstig; vergeef uwe vijanden, beken eerlijk uwe zonden en weersta
de verzoeking; wees van harte blijde, draag geduldig de moeiten en
verdrietelijkheden des levens; doe uw werk zorgvuldig en leg daarna
vermoeid uw hoofd ter ruste, en waar ge ook zult zijn, en of uw bed
zacht gespreid is in een paleis of dat ge onder den blooten hemel overnacht,
of ge op den oceaan zwerft of op 't oorlogsveld zijt, het doet er
niet toe als ge u stelt onder de al-omvattende zorg des Eeuwigen.
Als men zoo het geheim des levens verstaat, dat ieder mensch
moet ontdekken, zal men een nuttig en blijmoedig leven leiden. Na
jaren van strijd zal men, gelouterd door 't leven, ten laatste rustig
zijn hoofd kunnen neerleggen en den dood van een rechtvaardige
sterven. Uw einde zal gezegend zijn. — GOEDE RAAD.
EEN MONUMENT.
Een eenvoudig monument is door de Heiligen der Laatste Dagen opgericht
ter eere van den Profeet Joseph Smith, ter gelegenheid van den
l00sten verjaardag zijner geboorte. Het gedenkmaal is in den vorm eener
obelisk van gepolijst graniet en is opgesteld te Sharon, Windsor County,
Vermont, op het landgoed zelf waar de profeet geboren was. In de punt
der obelisk is ruimte gemaakt voor het insluiten eener verzegelde koperen
kist bevattende de hoofdboeken der kerk en eenige portretten.
UP-TO-DATE.
„Neem me niet kwalijk, mevrouw," begon de zeer beleefde bedelaar,
„maar ik ben dringend om contanten verlegen." — „Zeker om er drank
voor te koopen?" meesmuilde de dame. „Als ik je dit 2½ centstuk
gaf, wat zou je er mee doen ?" „Uwe edelmoedigheid zou me overweldigen,
mevrouw; 'k zou per briefkaart u 'n schriftelijk bedankje zenden."
Hum. Album.
- 14 -
- 15 -
IN DE WEEGSCHAAL.
Dr. A. W. Bronsveld zegt in zijn October-nummer van Stemmen voor
Waarheid en Vrede: „Er zijn oogenblikken, waarin wij de toekomst der
Ned. Herv. Kerk donker inzien. Het valt niet te ontkennen, dat zij afbrokkelt
. . . . Er moeten veel meer predikanten zijn, zal onze kerk
niet hoe langer hoe meer leden verliezen, en verdrongen worden uit
het leven van ons volk." Er bestaat voor die afbrokkeling ontegenzeggelijk
reden. In de vorige eeuw is een macht ontstaan, die nieuw licht
werpt in de godsdienstige wereld, en zachtkens maar zeker verder dringt
in de harten der menschen. Naarmate zij van dat licht in zich opnemen,
direct of indirect, zullen zij de overleveringen hunner vaderen vaarwel
zeggen. Niet „meer predikanten" maar wat meer eeuwige waarheden is
den geleerden voorganger aan te bevelen.
De Mahomedaansche godsdienst wint voet onder de negers van
Midden-Afrika. De Fakkel, in de Oranje Rivier Kolonie uitgegeven, bevat
een schrijven van den Secretaris der Sudansche Zending, waarin hij
verklaart: „Het Mahomodanisme breidt zich al meer en meer uit. Een
stam na den ander gaat tot het Islam over." Die overgang is voor die
wilde stammen misschien een eerste stap in de richting van het licht.
De kracht en sterkte der organisatie van de Kerk van Jezus
Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, die verklaart dat haar
oorsprong op openbaring is gegrond, wordt van jaar tot jaar meer
algemeen erkend als te boven gaande alle andere bestaande instellingen.
Ds. John Alex Dowie heeft in haar ongetwijfeld zijn beste voorbeeld
gevonden, heeft zich twaalf apostelen gekozen, en kondigt aan dat hij
aanstaande maand Juni opzieners, i. a. w. bisschoppen, zal aanstellen,
terwijl hij zichzelven uitgeeft voor Elia, die gekomen is.
„De vaste éénheid van de Mormoonsche Kerk in Utah wordt door
geen van de Christelijke kerken in de wereld geëvenaard. Er is een
eigenaardige leidskracht die door de leden wordt gevolgd met een
vreemd geloof in de leerstellingen die worden geleerd." Aldus uitte
zich onlangs Dr. Talbot, een der voorgangers der sekte der Methodisten,
die sedert enkele jaren trachtende is om de „Mormonen van het
dwaalspoor" af te brengen. Hij is tot het besluit gekomen dat de
Methodisten met de gevoerde taktiek nooit zullen winnen. Zooals wel
bekend is, zjjn hunne wapenen die van geweld geweest, namelijk laster
en onzinnige beschuldigingen. Wij zouden hun liever voorstellen, dat
het meest effectieve middel zou zijn, overtuigde menschen te overtuigen
dat hunne leer niet de ware is.
- 16 -
ZENDINGSNIEUWS.
Twee onzer zendelingen zijn in de maand December naar Charleroi
gezonden om daar het werk te openen. Charleroi is een stad van fabrieken
en mijnen, en is gelegen in de provincie Henegouwen, België.
Het werk is ook hervat te Brussel; en een zendeling is geplaatst
te Dieren, bij Arnhem.
Hierbij zij ook gemeld, dat sedert drie maanden is gewerkt in de
volgende nieuw-geopende velden: Veendam, door een zendeling; Sneek,
twee zendelingen; Apeldoorn, een; Verviers (prov. Luik, in België),
twee zendelingen.
Wij meldden in ons nummer van 15 Nov. j.1. onder titel Terug te
Nauvoo in 1905, dat onze zendelingen voor het eerst na het verdrijven
van de Heiligen uit Nauvoo, in die stad eene Conferentie hadden gehouden,
en daar een paar ouderlingen zouden blijven om den arbeid op
te nemen. Wij vernemen, dat deze eene Zondagschool hebben georganiseerd,
die iederen Zondag in de oude woning van den Profeet Josoph
Smith samenkomt. De Zondagschool is reeds tot 50 leden aangegroeid,
zoodat de plaats nu te klein wordt. Openbare vergaderingen worden
ook gehouden, en worden goed bezocht.
De Heiligen en vrienden te Lorna, Colorado (Ver. Staten) houden
thans hunne vergaderingen in hun eigen kerkgebouw. Het westelijke
gedeelte van dat, het Colorado-Zendingsveld, hield in het nieuwe gebouw
op 18 en 19 Nov. een Conferentie. Het gebouw werd 19 Nov. ingewijd.
Hetzelfde voorrecht om in hun eigen kerkgebouw te vergaderen
geniet de vertakking te Jacksonville, in het zendingsveld van den Staat
Florida (Ver. Staten). Dit gebouw is ook onlangs voltooid geworden, en
het feit dat de Mormoonsche predikers hunne gekleede jassen aflegden
en met eigen handen al het timmer- en verfwerk konden doen en deden,
was voor de bevolking dier streek iets nieuws en blijft het onderwerp
der gesprekken.
I N H O U D :
Stralen van Levend Licht . . . Blz. 1
Schooltijd tot 33 jaar in China . , „ 6
Reden tot dankbaarheid , . . „ 7
Notice ," » 8
De vorm der verordeningen . . . » 9
Gloei! ichten Blz. 13
Leef een dag tegelijk . , . ,/ 14
Up—to—date . . , . . ,/ 14
In de weegschaal . , , . « 15
Zendingsnieuws «16
Uitgave van JACOB H. TBAYNER, Boezemsingel 116, Rotterdam.
Verkrijgbaar in alle vertakkingen der Zending in Nederland.
Abonnementsprijs per jaar:
Nederland f 1.80, België fr. 4.50, Buitenland f 2.50, Amerika $ 1.00.
Per exemplaar 10 cent.