De staf en het woord van God
door Jan Gillis
Vrij naar ‘Ezekiel As Evidence for the Book of Mormon’
van Hugh Nibley
“Mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: ‘Juda
en de Israëlieten en die bij hem horen’. Neem dan een tweede
stuk hout en schrijf daarop: ‘Jozef, of Efraïm, en heel Israël
dat bij hem hoort’. Voeg beide stukken dan samen … en er
weer één geheel van maak in mijn hand.”
Deze woorden van Ezechiël hebben al aardig wat godgeleerden uit
verschillende godsdienstige strekkingen, serieuze kopzorgen bezorgd.
Wat kon Ezechiël toch bedoeld hebben met dat woordje ‘hout’?
En hoe kon dat hout dan ‘één’ worden? Begrijpelijk
dat heel wat theologen van dat hout geen pijlen meer wisten te maken.
Ooit werd er geopperd om die verzen gewoon uit de Bijbel te schrappen.
Anderen stelden dan weer voor om de verzen te ‘herschrijven’
zodat ze verstaanbaar zouden worden. Genoeg redenen om dit even onder
de loep te nemen! Wat stond er origineel in de Bijbel?
Oorspronkelijk wordt er in de Bijbel het Hebreeuwse woordje ‘ETZ’,
E-T-Z, gebruikt. En dat woord wordt meermaals aangetroffen. Zo wordt
er in de Bijbel muziek gespeeld op een ‘etz’ en dan betekent
het woordje ‘harp’. Er wordt ook geschreven met een ‘etz’
en dan betekent het weer ‘pen’. Ook het land wordt bewerkt
met een ‘etz’ en dan wordt er natuurlijk een ‘ploeg’
mee bedoeld. Zelfs fruit groeit aan een ‘etz’ en dan is
het woordje ‘boom’ even aan de orde.
In de Bijbel staat er uitdrukkelijk dat de profeet Ezechiël gevraagd
wordt om te schrijven op een ‘etz’. Vele bijbelkenners hebben
hieruit besloten dat met ‘etz’ houten tabletten werden bedoeld.
De oudste gekende verklaringen over de tekst van Ezechiël zijn
gevonden bij o.a. de kerkvader Eusebius. Hij spreekt niet meer zo specifiek
over ‘hout’ maar wel over ‘houten staven’. Zitten
we nu al een stapje dichter bij de waarheid?
Via verhalen uit de Griekse mythologie weten we dat Hermes, de zoon
van Zeüs, dienst deed als boodschapper tussen de goden en de mensen.
Om die job te kunnen klaren, had Hermes van Zeüs een paar wonderlijke
sandalen gekregen. Maar de boodschappen die hij moest overbrengen, werden
wel neergeschreven op een staf: de Hermesstaf. Deze staf was omslingerd
door twee in elkaar gestrengelde slangen en was voorzien van twee vleugels
bovenaan. Misschien ook nuttig om te weten! Hermes begeleidde ook de
schimmen van de overledenen naar de onderwereld. Ook de koningen van
Babylon bezaten van die staven met schriftuurteksten erop. Op tijd en
stond werden die houten staven uit een zak geschud en naargelang ze
op de grond terecht kwamen, werd het beleid van het land vastgelegd.
Met hetzelfde systeem werd ook het lot van misdadigers bezegeld.
Na de uittocht uit Egypte leidde Mozes zijn morrend volk door de woestijn.
Nochtans! Telkens hij zijn staf, met een koperen slang erop, in de hoogte
stak, bleek dat voor de Israëlieten voldoende om terug op het rechte
pad te blijven. Ook voor die mensen had zo’n staf dus een welbepaalde
betekenis.
Het is nu aangetoond dat zowel bij de Egyptenaren als bij de Hebreeërs
de staf specifiek wees op ‘het woord van God’. De staf of
scepter staat symbool voor het woord van de godheid. Volgens sommige
theologen staat de staf ook symbool voor ‘de boom des levens’.
En volgens anderen dan weer als symbool voor ‘de opstanding’.
Werd Jezus Christus, volgens Johannes het levend geworden ‘woord’
van God, ook niet aan een grote staf genageld?
Maar de staf is niet alleen een abstract symbool voor het woord van
God. Het betekent wel degelijk de woorden zoals die in de Schriften
staan neergeschreven, zoals die in boeken staan neergeschreven. Maar
ook in onze moderne tijden wordt het woord ‘staf’ nog steeds
in verband gebracht met boeken. Denk maar aan het woord ‘boekstaven’!
Boekstaven betekent iets te boek stellen. Of neem het Duitse woord voor
‘spellen’ in de betekenis van een woord ‘spellen’.
‘Buchstabieren’ noemt men dat daar! Maar het is vooral de
Joodse traditie die ons nu interesseert.
Een zekere theoloog Louis Ginsberg (1909-1946) toonde aan dat de tabletten
waarop de wet geschreven stond en de staf van Mozes voor de Joden van
gelijke betekenis waren. In de staf van Mozes zouden niet minder dan
32 inscripties te lezen zijn geweest. De gegraveerde staf bleek dus
één van de oudste vormen van communicatie te zijn. Hierop
stonden dan ook meestal de oudste wetten te lezen.
Maar worden we vooral niet geconfronteerd met boekrollen? Denk maar
aan de rollen van de Dode Zee. Hoe is de evolutie van staf tot boekrol
juist gebeurd? De verklaring hiervan is eigenlijk heel evident. Stel
dat men een boodschap op een staf moest snijden. Op een bepaald moment
kwam die staf vol met tekens te staan maar de over te brengen boodschap
was nog lang niet af. Moest men dan een tweede staf nemen? Maar welke
van de twee staven moest men dan achteraf als eerste lezen? Of misschien
verzeilde de ene staf per ongeluk bij een andere boodschap! De oplossing
is heel simpel! Aan de staf bevestigde men een leren vel waarop de rest
van de boodschap werd neergeschreven. Als het vel dan gelezen was, werd
het gewoon rond de staf gewikkeld en opgeborgen. Op dit ogenblik gebruiken
de Joden in hun synagogen nog steeds die staven waarop de rollen van
de Talmud gewikkeld zijn. En deze boekrollen met de wetgeving erop worden
nog steeds als heilige scepters van de Allerhoogste beschouwd. De koningen
van Juda hielden steeds zo’n scepter bij de hand om op elk moment
van de dag rechtspraak te kunnen verrichten. Ook tijdens oorlogen werd
die scepter meegenomen.
Maar de staf hield nog een andere betekenis in. Ezechiël spreekt
over het ‘hout’ van Jozef en Juda. Hier dient de staf dus
meer als identificatie van een volk, een ‘stam’.De twaalf
zonen van Jacob werden achteraf allen stamvaders van de gelijknamige
stammen. De overeenkomst in symboliek tussen het woord ‘staf’
en het woord ‘stam’ is dus niet ver te zoeken. Iedere stam
werd bedacht met een staf waarop duidelijk hun persoonlijk symbool voorkwam:
de ‘leeuw’ voor de stam van Juda, ‘de wilde os’
voor de stam van Efraïm, de ‘Urim en Tummim’ voor de
stam van Levi, ‘de olijfboom’ voor de stam van Aser enz..
En wie kent er niet ‘de ster’ van David?
Tijdens het jaarlijkse nieuwjaarsfeest zamelde de hogepriester de scepters
van de twaalf stammen in. Die werden dan met een koord samengebundeld
en plechtig bovenop de Ark van het Verbond gelegd. De eenheid van God
met gans zijn volk werd alzo uitgebeeld. Het samenbrengen van het hout
van Jozef met het hout van Juda, zoals vermeld bij Ezechiël, zou
dus kunnen duiden op een soort politieke overeenkomst tussen die twee
stammen.
Maar dan blijft er nog de vraag: Hoe kunnen die staven, die stukken
hout waarover Ezechiël spreekt, één worden?
Nu komen we blijkbaar tot de essentie van de zaak. Eigenlijk heeft
het allemaal maar weinig te betekenen, zeker als men het begrip ‘kerfstok’
kent. Wat is een kerfstok? Wanneer heeft iemand iets op zijn kerfstok
staan?
Vroeger werd een kerfstok gebruikt om er een soort contract op te griffen.
Symbolen die de aard van de overeenkomst aanduidden, werden in die stok
gekerfd. Dit in de aanwezigheid van een soort notaris die de koning
vertegenwoordigde. Ook de namen van de twee betrokken partijen werden
op de stok vermeld alsook de goederen of betalingen die erbij betrokken
waren. Dan werd de stok doormidden gespleten, recht door de aangebrachte
symbolen. Daarna kreeg iedere partij een helft van de stok. De kerfstok
was dus een uitstekend bewijsmiddel van een aangegane overeenkomst.
Als beide partijen aan de regels van het contract hadden voldaan, trok
ieder met zijn helft van de stok naar de koning. Voor die was het dan
nog maar een koud kunstje om de twee stukken samen te voegen. Als de
stukken terug ineenpasten, was voor de koning het contract volbracht.
Zo’n kerfstok was ook heel veilig want geen van beide partijen
kon ‘op eigen houtje’ iets aan de tekens veranderen. De
koning zou dat bij het ineenpassen direct opmerken. Maar als alles in
orde was kon de koning met een gerust gemoed de twee stukken samenbinden
en veilig wegbergen. Voor hem was alles ‘één in
zijn hand’. Als Ezechiël zegt dat ‘ Jozef en Juda één
zullen zijn in mijn hand’, betekent dat overduidelijk dat die
twee stammen voor de Heer hun verbond hebben nageleefd. Vanaf nu zullen
ze voor de Heer één koninkrijk vormen. Maar hiermee is
het probleem nog helemaal niet van de baan.
In totaal waren er twaalf stammen van Israël (andere naam van
Jacob) geweest. Waarom werden er nu maar twee van die stammen terug
verenigd? En waarom juist die twee?
Sommigen dachten dat met Juda en Jozef het Oude en het Nieuwe Testament
werden bedoeld. Anderen dachten dan weer meer in de richting van een
verbroedering tussen de ‘Joodse Synagoog’ en de ‘Katholieke
Kerk’. Nog anderen beweerden dat hiermee gewoon de ‘Joden’
en de ‘Heidenen’ werden bedoeld. Maar wat heeft Juda of
Jozef in godsnaam te maken met het Nieuwe Testament of de heidenen?
Niets! Bij het ontstaan van het Nieuwe Testament werd trouwens het Oude
bijna dadelijk bij het Nieuwe gevoegd. En daarin hebben Jozef noch Juda
een aandeel gehad.
Aangezien Ezechiël ongeveer 600 jaar voor Christus leefde, wist
hij mogelijk dat Lehi, een nazaat van Jozef, samen met zijn familie
het land ging verlaten. In het boek van Mormon kan men lezen dat wegens
hun goddeloosheid de inwoners van Jeruzalem veel geheimen zouden onthouden
worden. Wellicht heeft Jeruzalem zich dus nooit gerealiseerd dat één
van haar inwoners met gans zijn familie was vertrokken. Maar als profeet
werd Ezechiël zeker niet door die vloek getroffen en wist hij maar
al te goed dat er aan de andere kant van de aarde nog een ander godsvolk
leefde.
Ook bij Origines vinden we nog een markante uitspraak:
De werelden die aan de andere zijde van de Oceaan liggen, worden geregeerd
door dezelfde God als die aan deze zijde.
Had ook Origines een flauw vermoeden dat er een tweede godsvolk aan
de overzijde van de Oceaan bestond? Zelfs Jezus sprak over zijn tweede
kudde (Johannes 10:16) :
“Ik heb nog andere schapen, die niet uit deze schaapstal zijn.
Ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem luisteren en het
zal worden: één kudde, één herder.”
Bedoelde Jezus hiermee de heidenen die bij de kudde moesten worden
gebracht? Of het nageslacht van Lehi dat over de Oceaan leefde? Of de
Britten die op de verre Cassiterides woonden? Om dit te kunnen begrijpen
moet men blijkbaar beschikken over heel goede oren om te horen en over
perfecte ogen om te zien want iedereen heeft op deze vragen zowaar zijn
eigen antwoordjes klaar.
Ook ik!