MvG logo www.mvgcontact.org

De Mormonen - J.H.Schoemakers - 1880

Home


De Mormonen
door J.H.Schoemakers

uit:

De Vrije Kerk
Vereniging van Chr. Geref. Stemmen
onder redactie van H. Beuker, prediker te Amsterdam

Zesde Jaargang
Amsterdam - P. van der Sluys Jr - 1880

October Aflevering - blz. 459

Klik hier voor de tekst in PDF formaat zoals aangetroffen op Google Books.

 

DE MORMONEN.

Voor eenige weken gebeurde hier iets, dat aanleiding gaf tot een druk gesprek overv de ^Mormonen". Voor mij was het een prikkel tot nadere kennismaking met genoemde secte. Daar vele lezers van de Vrije Kerk wellicht niet in het bezit zijn van boeken of geschriften, die hun van de Mormonen eenige inlichting geven, zoo wil ik hen gaarne dienen met hun eene korte schets van genoemde secte te geven. Ik bepaal mij voor ditmaal alleen bij hare geschiedenis; wellicht geef ik u later nog iets wat meer betrekking heeft op hare leerstellingen en gebruiken.

Het is van algemeene bekendheid, dat de Mormonen eene secte zijn in deVereenigde Staten van Amerika. De stichter van deze secte was Jozef Smïth, die in 1805 te Sharon in den staat Vermant geboren werd. Hij was de zoon van een dweepzieken vader. Toen hij 10 jaar oud was, vertrokken zijne ouders naar Palingra in New-York. Volgens zijne eigene mededeeling was hij in zijne jeugdige jaren reeds zeer bezorgd over de redding. Op zekeren dag ging hij in een bosch, zeer zeker nabij de ouderlijke woning, om den Heere te zoeken. Op eenmaal werd hij met een wonderbaar licht omschenen, en zag hij in verrukking van zinnen twee glansrijke personen. Van hen ontving hij vooreerst de verzekering, dat al zijne zonden vergeven waren, en vervolgens werd hem medegedeeld, dat alle kerken zoo diep bedorven waren, dat de Heere geen van haar voor de zijne erkende, en dat hem mettertijd het volle Evangelie zou bekend gemaakt worden. Eenigen tijd later (het was op 21 September 1823) had hij weer eene heerlijke verschijning, waarbij hem werd geopenbaard dat Jezus' wederkomst voor de deur stond, en dat er een volk moest worden toegerust om den Heere op te wachten, en dat Mj daartoe het bijzondere werktuig zou zijn. Ook werd hem bij die gelegenheid medegedeeld, dat een van Israels latere profeten, met name Mormon, een boek had geschreven, waarin de gebeurtenissen van de laatste dagen voorspeld waren en dat hij dit boek aan de wereld moest bekend maken. Op den volgenden dag werd hem de plaats aangewezen, waar dit heilige boek begraven was. Op de bestemde plaats vond hij het en wel onder een steenen plaat, die hij met een breekijzer van hare plaats moest lichten. Dit boek was nagenoeg 8 duim dik en had den vorm van een kwartbijbel. De bladen hadden het aanzien van goud en waren zeer dicht beschreven. Zoodra hij dit boek zag, stond weer een hemelsch wezen voor hem en verklaarde hem, dat nu dit boek het volle Evangelie insloot, hetwelk aan de wereld moest worden gepredikt. Niet aanstonds, maar eerst vier jaren later werd hem deze schat toevertrouwd met een soort bril er bij, bestaande uit twee doorschijnende steenen, waardoor hij in staat gesteld werd het geschrift te kunnen lezen.

Heel spoedig verkreeg hij eenigen aanhang en daaronder ook iemand met geld, die hem behulpzaam was in de uitgaaf van het boek. Benevens dit boek gaf hij ook nog een ander uit, zijnde eene verzameling van openbaringen, die hem persoonlijk ten deel gevallen waren. Het was op den 6 April 1830, dat »de Kerk der heiligen van den jongsten dag" te Manchester voor het eerst gesticht werd, waarbij volgens het verhaal van J. Smith, vele heerlijke dingen plaats grepen. Van dien tijd af ging het werk met groote snelheid voort.

Door een samenloop van verschillende omstandigheden vond hij het geraden van woonplaats te veranderen, hij koos vooreerst zijn zetel in den Staat Ohio. Van daar deed hij met een van zijne getrouwe helpers een soort van ontdekkingsreis naar het verre westen, en zij vonden een schoon en heerlijk land in de uiterste grenzen van den staat Missouri. Aldaar verkreeg hij dadelijk eene openbaring, dat in dit Paradijs de heilige stad moest gebouwd worden. Nadat hij land gekocht had keerde hij naar Ohio terug. Nu werkte hij met krasht zoowel om zijne volgelingen, als ook om schatten te vermeerderen. Het eene zoowel als het andere gelukte hem. Eindelijk besloot hij naar het verre westen te trekken, namelijk naar Missouri. Het was nu ook meer dan tijd, dat hij deze streken verliet; hij had zich zoo gehaat gemaakt dat hij zijn leven niet zeker was. Om maar iets te noemen: op zekeren nacht haalde men hem uit zijn bed, dompelde hem in een vat teer, rolde hem daarop in eene menigte vederen en liet hem zoo heengaan.

Te Missouri, waar zich alreede eene kolonie verzameld had, had hij eene betere ontvangst; aldaar werd hij feestelijk als profeet en hoogepriester ingehaald of opgewacht. Tijdelijk scheen het, dat zij nu metterdaad het beloofde land gevonden hadden; toch later werd het openbaar, dat alhier voor de lieïlige stad ook geen ruimte was. De bevolking dier streken werd zoo verbitterd tegen de Mormonen, dat zij besloot hen uit het land te verdrijven. Wel trachtte de overheid hen nog tegen overlast te beschermen, maar toen de Mormonen zelve met een leger te velde trokken, werd door de Regeering eene niet geringe, macht tegen hen opgeroepen. En nu begrepen Smith en zijne handlangers, dat het tijd was om te onderhandelen, zij moesten hunne wapenen overgeven en zich verbinden den Staat Missouri te verlaten. Vandaar zijn zij verhuisd naar den Staat Illinois, waar zij met open armen werden ontvangen omdat men gehoord had, dat zij arbeidzame lieden waren. Met eene bijna ongelooflijke snelheid vermeerderde alhier hun getal.S poedig werd besloten alhier eene stad te bouwen, en nog eer twee jaren verloo- pen waren, stonden tweeduizend huizen kant en klaar. Smith was schier in elk opzicht de eerste! hij was Profeet, Priester, Burgemeester en Rechter, ja ook Generaal. Nu werd het dan ook tijd een Heiligdom te bouwen, waartoe heel spoedig eene groote som gelds bij elkander was. Het begon er nu waarlijk naar te gelijken, dat zij spoedig konden spreken van een nieuw Jeruzalem te bezitten. Doch neen, nieuwe stormen barstten tegen hen los. Wat gebeurde er dan? Men kwam te weten dat Smith volgens eene goddelijke verordening de veelwijverij had ingevoerd, dat ontzettende schandalen onder hen plaats grepen, die niet gestraft werden, en waarvan zij ook aan de Regeering geen verantwoording wilden doen. De Regeering begon van hare macht gebruik te maken, maar bemerkte al spoedig dat het bloed zou kosten. Om dit te voorkomen, liet zij Smith en zijn broeder opeischen en beloofde hun dan tegen overlas^ in bescherming te nemen. Dit geschiedde; Smith en zijn broeder werden naar Garthago gevoerd en aldaar in de gevangenis bewaard. Het volk was echter zoo verwoed op Smith, dat het de gevangenis bestormde en de beide broeders van het leven beroofde.

Als opvolger van Jozef Smith werd in 1844 Brigham Young verkozen, die zijn voorganger in bekwaamheid overtrof. Hem gelukte het de rust weer een weinig te herstellen, ook het bouwen van den tempel werd voortgezet en eindelijk voltooid. Die rust was echter niet van langen duur; zij werden weer zoo vermetel en voerden eene zoo stoute taal, dat het volk begon te zeggen: »Er is aan geen rust en vrede te denken, zoolang niet de Mormonen uit het land verdreven zijn. De Gouverneur zag zich eindelijk genoodzaakt handelend op te treden en de stad te belegeren. Door den nood gedrongen moesten zij zich overgeven en de harde voorwaarde aannemen van het land te ruimen. Om nu voor het nieuwe Jeruzalem eene geschikte plaats te vinden! De leiders hadden alreede een oog in 't zeil gehad; zij kwamen spoedig overeen naar het groote Zoutzeedal te trekken.

In Februari 1846 ging eene voorhoede van 1600 zielen op reis. Welke ellende deze voorhoede heeft ervaren is met geen pen te beschrijven: de meesten zijn op den weg omgekomen. In Juli 1847 kwam de zeer gedunde voorhoede in het »Zoutdal" aan. Het duurde niet lang of anderen volgden hen. Zij hadden hier een land gevonden, dat uitmuntte in vruchtbaarheid. Met ijver en moed gingen ze aan den arbeid; ook om weer eene stad te bouwen. Weldra echter hadden zij weer met nieuwe bezwaren te kampen; de oogst werd bijna geheel door sprinkhanen vernield. Van dit ongedierte werden zij in de eerste jaren bij herhaling geplaagd; doch later verminderde dit en hebben zij dikwerf gezegende oogsttijden gehad. Maar zij werden ook weer in andere moeielijkheden gewikkeld: de veelwijverij, die tot dusver voor de buitenwereld nog zoo wat in het geheim gedreven was, werd nu openlijk verdedigd. Het was hierdoor dat zij in botsing kwamen met de Regeering .der Vereenigde Staten, die zelfs gewapend tegen hen optrad en Young, die 19 vrouwen en 51 kinderen had, dadelijk in de gevangenis wierp. Van dien tijd af werd en wordt de veelwijverij weer meer in het geheim gedreven. Voor ruim drie jaar is Brigham Young gestorven en in zijne plaats werd een van de andere oude leiders, met name John Taylor verkozen.

En hoe is het thans met de Mormonen? Volgens de berichten wonen tegenwoordig te Utah 150,000 Mormonen, hunne zendelingen zijn over de wereld verstrooid, en werken met kracht aan de uitbreiding van het Mormonisme.

Dedemsvaart, September 1880.

J. H. SCHOEMAKERS.

P.S. Bij het ontwerpen van deze korte schets heb ik veel dienst gehad van de Reformirte Kirchtenzeituttg.it J. H. S.