Ooit waren het radicale pacifisten: Weg met de kruisraketten! Nu zijn
de leden van De Linker Wang gematigd en lopen ze nog maar zelden achter
een spandoek. Het platform voor gelovigen binnen GroenLinks viert in
2007 zijn vijftienjarig bestaan.Het onrecht in Nederland moet bestreden
worden, dat is nog steeds de boodschap van De Linker Wang. „Onrecht
raakt bij ons een emotionele snaar, dat kunnen we niet hebben. Je kunt
onrecht wel met heel mooie verhalen wegpoetsen, maar dat mag niet, dat
kan niet.”
Cor Ofman (1952), scheidend voorzitter van De
Linker Wang, zegt het met bewogenheid. Hijzelf is misschien wel
de verpersoonlijking van De Linker Wang. Gereformeerd opgevoed, lid
van de ARP, raakte het vertrouwen kwijt in de christendemocraten, stapte
over naar de Evangelische Solidariteitspartij en werd in 1986 voorzitter
van de progressieve Evangelische Volkspartij (EVP). In het dagelijks
leven is hij pastor bij kerkelijk centrum De Open Deur en diaconaal
consulent voor de Protestantse Diaconie van Amsterdam.
‘Mijn oren zijn vooral
gespitst op onrecht’
‘Ik vind dat het CDA geen sociaal gezicht meer heeft’
Baukje Burggraaff
Pastor Cor Ofman (52) is iemand die op rechtvaardigheid hamert. Als
het Rijk het laat afweten, dan moet de diaconie inspringen, vindt Ofman.
Bijvoorbeeld als iemand van niets moet rondkomen omdat zijn dossier
kwijt is. ‘Ik kan me daar zo boos over maken!’
‘Ik ben iemand die luistert naar levensverhalen, verdrietige
ervaringen en problemen van anderen. Als er moeilijkheden zijn, dan
help ik.’ Cor Ofman zit aan een lange houten tafel in de gespreksruimte
van kerkelijk centrum ‘de Open Deur’ op het Begijnhof, waaraan
hij als protestants pastor is verbonden. Hij heeft blauwe ogen, lichtgrijs
haar en een baardje. Vaak komen vluchtelingen, illegalen en minima bij
hem langs voor advies of een gesprek. Ofman: ‘ In het doolhof
van voorzieningen ben ik de tolk.’
Ziekte
De pastor groeide op in Groningen. Ofman: ‘Ik kom uit een arm
gezin omdat mijn vader ziek was. Hij had het aan zijn hart en longen.
Op een bepaald moment konden we echt niet meer rondkomen en klopten
aan bij de diaconie van de kerk om financiële hulp. Twee diakenen
kwamen op bezoek om te kijken hoe arm we waren. Ze controleerden het
hele huis en kwamen tot de slotsom dat we geen geld nodig hadden. We
moesten onze mooie oude linnenkast die in de slaapkamer stond maar verkopen.
Dat hebben mijn ouders als heel beledigend ervaren.’
Ofman werd streng gereformeerd opgevoed. ‘Ik heb dit niet als
negatief ervaren. Het was zoals het was. Zondags twee keer naar de kerk,
nooit naar de bioscoop, je brood halen bij de gereformeerde bakker en
het vlees bij de gereformeerde slager. Maar het geloof beleden we niet
alleen met de mond. We handelden er ook naar. Mijn oren zijn vooral
gespitst op onrecht door mijn eigen christelijke opvoeding.’
Toen Ofman zes jaar was kreeg zijn vader zijn eerste hartinfarct. Hij
zou nog een jaar te leven hebben, maar uiteindelijk is hij overleden
toen Ofman achttien was. ‘De impact van ziekte van een ouder kan
ernstig zijn voor een kind. Ik zat steeds in spanning of het wel goed
kwam met hem. Zijn ziekte had ook invloed op mijn schoolprestaties.
Door die spanning thuis zocht ik activiteiten buitenshuis. In de kerk
en bij de Arjos, de jongerenorganisatie van de ARP, de Anti Revolutionaire
Partij van de protestanten.’ Ofman’s ervaringen met ziekte
en armoede hebben hem opener gemaakt naar mensen die in dezelfde situatie
zitten. ‘Men weet niet waar mensen doorheen moeten die ziekte
of werkloosheid kennen. Ik kan me heel goed verplaatsen in de verhalen
en problemen van mensen die ik nu bij de Open Deur te horen krijg.’
Opa
Hij vertrok op zijn twintigste naar Amsterdam om theologie aan de Vrije
Universiteit te studeren. ‘Ik werd eeuwige student omdat ik heel
actief was in de politiek en de kerk. In mijn wijkkerk in Oud-West werd
ik jongerenwerker.’
‘De contacten met de buurt waren niet gemakkelijk omdat er veel
CPN’ers woonden, die vaak een aversie tegen de kerk hadden. Maar
ze vonden wel, dat als er actie moest worden gevoerd, de kerk er ook
bij moest worden betrokken. Verrassend! We demonstreerden samen tegen
kruisraketten en we kwamen op voor de minima. De lonen moesten omhoog,
de huren omlaag. Ik heb in die tijd achter elk spandoek aangelopen.’
Zijn studie maakte hij nooit af.
Sinds 1987 is Ofman pastor bij de Open Deur. Deels werd hij ook voor
deze functie gevraagd omdat hij homoseksueel is. Want sinds de jaren
zestig kwamen veel mensen met vragen over homoseksualiteit en geloof
naar de Open Deur. Zijn moeder zei over zijn homoseksualiteit dat als
God hem zo gemaakt heeft, hij daar dan zijn bedoeling mee zal hebben
gehad. ‘Dat is heel wat voor de gereformeerde achtergrond waar
wij uit komen.’ Ook in de wijkkerk in Oud-West ondervond hij geen
negatieve ervaringen vanwege zijn homoseksualiteit. De pastor heeft
zelf geen kinderen maar heeft toch het gevoel dat hij veel kinderen
heeft: ‘Vluchtelingen die ik geholpen heb, beschouwen mij als
hun vader. Eén van de eerste vluchtelingen, die ik hielp, kwam
later met zijn kindje naar mij toe. Hij wees op mij en zei: ‘Kijk,
dat is opa.’
Pacifist
Ofman bleef altijd actief in de politiek, onder meer als bestuurslid
van de Evangelische Solidariteitspartij, opvolger van de Evangelisch
Progressieve Volkspartij, die in 1975 het levenslicht zag. Zes jaar
later ontstond door een fusie de Evangelische Volkspartij (EVP). Van
deze partij was Ofman vijf jaar voorzitter. In 1991 ging de EVP op in
Groen Links. Hij werd eerst lid en later voorzitter van de Linker Wang,
een tweemaandelijks blad voor geloof en politiek. ‘Het is een
blad met leden die actief zijn op het vlak van kerk en samenleving.
De leden zijn mensen die opkomen voor minderheden en minima.’
Waarom Ofman politiek actief is? ‘Om te strijden voor een rechtvaardiger
wereld met betere economische verhoudingen, een beter milieu en een
vreedzamer wereld. Dat laatste houdt voor mij ook in: geen leger en
geen kernwapens. Ik ben een pacifist.’
Via de politiek, netwerken en beïnvloeding probeert hij voor minderheden
en minima een beter beleid te ontwikkelen: ‘Namens je partij moet
je hameren op rechtvaardigheid.’
Ofman vindt dat in Nederland het politieke klimaat de laatste jaren
is veranderd. ‘Er is een gevoel ontstaan dat vreemdelingen hier
eigenlijk niet horen. Dat staat haaks op mijn idee dat volgens de bijbel
er juist aandacht moet zijn voor de vreemdelingen in ons midden. Het
uitzettingsbeleid van minister Verdonk, daar worden mensen letterlijk
ziek van. Van die 26 duizend mensen die Nederland moeten verlaten, zit
het grootste gedeelte nog in een procedure die twee tot drie jaar kan
duren. Het kan zijn dat ze mogen blijven. Maar Verdonk wil dat ze dan
Nederland hebben verlaten. Ze wil ze zo snel mogelijk afboeken.’
Dreigcultuur
Momenteel wordt in ons land de discussie gevoerd waar we de zwaarste
lasten neerleggen. De pastor vindt dat alleen aan de minima kan worden
gevraagd zuinig aan te doen als de sterkere schouders zwaardere lasten
dragen. ‘De groepen die het kunnen betalen moeten meer belasting
betalen: dat heet solidariteit. Maar de belastingen van de hogere inkomens
zijn fors verlaagd. Een bonus van 100.000 euro is vanzelfsprekend maar
als je 100 euro verdient naast de uitkering, dat wordt dan gekort. De
verhoudingen zijn zoek.’
‘Het CDA zou moeten voorgaan in het beschermen van de laagste
inkomens. Ze moeten kwetsbare groepen niet dreigen met korten of het
stopzetten van de uitkering. Het is een dreigcultuur. Ik vind dat het
CDA geen sociaal gezicht meer heeft.’
Hobby
Naast pastor bij de Open Deur is Ofman ook diaconaal consulent. Hij
brengt in kaart waar hulp moet worden geboden voor vluchtelingen, illegalen
en mensen die onder het bestaansminimum leven. Er is veel stille armoede.
Als het Rijk het laat afweten, dan moet de diaconie inspringen, vindt
Ofman. ‘Bijvoorbeeld als iemand van niets moet rondkomen omdat
zijn dossier kwijt is en op een beslissing wacht van de Sociale Dienst.
Ik kan me daar zo boos over maken!’
Momenteel werkt Ofman aan een medisch paspoort voor illegalen om voor
hen toegang tot de zorg te garanderen. Naast zijn werk gaat zijn tijd
bijna helemaal op aan de politiek en vrijwilligerswerk, dat veel weg
heeft van zijn werk bij de Open Deur. Ook preekt hij over mensen in
knelsituaties.
In de weinige vrije tijd die overblijft draait Ofman klassieke muziek,
rookt een pijp of maakt een wandeling door Amsterdam. ‘Dat is
voor mij totale ontspanning.’ Maar hij moppert niet. ‘Mijn
werk is mijn hobby. Het is het leukste werk wat er is. Soms ben ik wel
moe van de lange dagen die ik maak. Maar het geven van aandacht geeft
ook veel terug. Ik geniet van de contacten. Dat geeft mij veel energie.’
lees ook:
De Linker Wang
Strijders voor een rechtvaardige
wereld (interview Reformatorisch Dagblad)
Groen Mormonisme
On the left: Pioneers
Ancestors and the International Church