MvG logo www.mvgcontact.org

Een Bijbelse Deoxyribonucleicacide Geschiedenis

Home


Een Bijbelse Deoxyribonucleicacide Geschiedenis
door MVG columnist Jan Gillis

Reeds heel wat mensen op deze kleine planeet hebben al minstens ‘iets’ over ‘het Boek van Mormon, een getuige van Jezus Christus’ gehoord. Naast de Bijbel bestaat er dus een tweede getuigenis over Jezus, een getuigenis dat zich op de wereldbol diametraal tegenover het land Israël heeft afgespeeld. Dit boek vertelt ons de boeiende geschiedenis van de nakomelingen van Lehi, een volk dat afkomstig zou zijn uit de stam van Manasse. Manasse werd geboren uit het huwelijk van Jozef met de Egyptische Asenat.

Jozef! Eén van de twaalf zonen van de stamvader Jacob uit het Oude Testament.

Het boek verhaalt hoe dat volk 600 jaar voor Christus, Jeruzalem ontvluchtte. Volgens het boek leefden ze dezelfde goddelijke wetten na als hun achtergebleven broeders in Israël. Na een wonderlijke zwerftocht over de oceanen, vestigden zij zich op het Amerikaanse continent. Wegens zondigheid verdween echter ook ‘hun’ kerk zo’n 400 jaar na de dood van Jezus. Door Moroni, één van de laatste overlevenden, werden de platen met de ganse geschiedenis van het verdwenen volk, aan de aarde toevertrouwd. Een engel zou later (begin 19de eeuw) dit boek aan de wereld terugbezorgen. Op die wijze werd de Kerk van Jezus Christus terug hersteld.
En juist dat boek met de getuigenissen van de nakomelingen van Jozef wordt door wetenschappers serieus onder vuur genomen.

‘DNA testen spreken het Boek van Mormon tegen’, luidt het eenstemmig.

Op haar beurt beweert de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste dagen dat de resultaten van het onderzoek in hun nadeel werden gemanipuleerd om zo het geloof van trouwe leden gemakkelijker te kunnen aantasten. Op welke studie steunt al die nieuwe heisa rondom het Boek van Mormon? Blijkbaar heeft Satan zijn strijdbijl terug opgegraven en wil hij er serieuze klappen mee uitdelen. Ter verduidelijking! DNA staat voor deoxyribonucleicacid en is een chemisch product dat gevormd wordt in de chromosomen. Uw DNA, waarop de afzonderlijke genen liggen, is de drager van erfelijke informatie. Het maakt dus de chemische basis uit van genetica en erfelijkheid. Zo zorgde uw DNA ervoor dat je als mens op aarde kwam en niet als tortelduif.

In de jaren negentig van de voorbije twintigste eeuw bezorgde Simon G. Southerton de vijanden van het mormonisme gratis ammunitie. Southerton, een gediplomeerd moleculair bioloog, was bovendien … een bisschop in de mormoonse kerk.

Vuurwerk verzekerd!

Southerton werkt als onderzoeker bij de Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation in Australië en zijn stelling luidt als volgt:

‘Genetisch onderzoek laat me eindelijk toe om religieuze inzichten te vergelijken met mijn wetenschappelijke opleiding.’

Genetische testen verricht op Joden over gans de wereld hadden al aangetoond dat ze op DNA gebied een gemeenschappelijke afkomst vertoonden met de inwoners van het Midden Oosten. Men ontdekte zelfs dat 7 vrouwen (oermoeders) aan de basis lagen van het huidige Jodendom. Southerton onderzocht DNA afstammingslijnen bij Polynesiërs en inheemse volkeren uit Noord, Centraal en Zuid Amerika. IJverig onderzocht hij de DNA – lijnen van zo’n 7300 Amerikaanse inboorlingen afkomstig uit 175 stammen.

Bij hedendaagse Indianen in Amerika vond Southerton helemaal geen spoor van DNA – materiaal uit het Midden Oosten, noch bij de eilandbewoners in de Stille Zuidzee.
In zijn boek ‘Losing a Lost Tribe’ gepubliceerd in 2004, besluit hij dat het Mormonisme –zijn geloof trouwens voor een periode van ruim dertig jaar – herbekeken moest worden. Hij besefte dat zo’n maatregel de grondvesten van het Mormonisme zou kunnen doen daveren.

En gelijk kreeg hij! Consternatie alom!

Officieus keurden de leiders binnen de kerk een alternatieve interpretatie van enkele apologeten goed. Tot op heden werd door de mormonen traditioneel aangenomen dat vroeger alleen Hebreeërs de eerste en enigste bewoners van het Amerikaanse continent waren. Volgens deze apologeten moet echter de tekst in het boek van Mormon anders geïnterpreteerd worden. De gebeurtenissen in dat boek betreffen slechts een volk dat leefde in een smal gebied gelegen in Centraal Amerika (ik veronderstel in het zuiden van Mexico, daar waar ongeveer nu de huidige provincie Chiapas is gelegen). Deze Hebreeuwse stam was klein genoeg om achteraf toe te laten dat zijn DNA volledig door andere en grotere stammen werd ‘overweldigd’ (zeg maar ‘opgeslokt’).

Murphy, voorzitter van de afdeling antropologie in het Edmonds Community college in Lynnwood, Washington, houdt er nog een andere opinie op na.

‘Het Boek van Mormon is zuivere fictie’, beweert hij, ‘maar het betreft wel een fictie die door God werd geïnspireerd’.

Begrijpelijk dat in de kerk zijn opinie niet zo dadelijk in wierookwalmen belandde.

Dat Southerton en Murphy hun werk en hun uitspraken met goede bedoelingen aan de man hebben willen brengen, stel ik hier niet in vraag. Maar ergens vraag ik mij toch af of men zich niet blind zit te staren op dat DNA-onderzoek. Welke gegevens vergelijken onze academici trouwens met elkaar? Hoogtijd om de bijbel te raadplegen om een plausibele verklaring voor dit DNA -conflict te vinden.

Het betreft hier wel mijn persoonlijke versie, mijn persoonlijk standpunt! … Maar eerst nog een kort sportberichtje!

In de Vlaamse krant ‘Het Nieuwsblad’ van 18 juli 2006 (de door doping geteisterde wielerwedstrijd ‘Tour de France’ was toen nog volop aan de gang) werd nogmaals een middeltje aan de hand gedaan om het gebruik van ‘dopingproducten’ bij de deelnemers een halt toe te roepen:

Terwijl Ullrich weigert om een DNA - staal af te staan aan de Spaanse onderzoekers, stelde zijn landgenoot Jens Voigt (CSC) voor dat elke renner in de toekomst een DNA - staal zou afstaan.
“Zo’n genetische vingerafdruk zou tien jaar houdbaar zijn. Dat zou een hulpmiddel zijn in de dopingstrijd”, aldus Voigt in een interview aan de Duitse krant Süddeutsche Zeitung, waarin hij ook uithaalde naar de renners die in opspraak kwamen in ….

Een heel merkwaardige vaststelling! Want volgens de sportwereld is zo’n staal schijnbaar maar TIEN JAAR geldig! Waar of niet waar? Misschien zullen mijn volgende alinea’s hierover wat meer klaarheid kunnen scheppen.

Mijn verhaal begint duizenden jaren geleden (+/- 3700) toen Isaak (zoon van Abraham) zijn zoon Jacob de opdracht gaf om naar het land Paddan-Aram te reizen.

‘Ga naar het huis van de Arameeër Betuël, de vader van je moeder Rebekka en huw daar met één van de dochters van Laban, de broer van je moeder!’ (Gen. 28:2)

Wellicht kent iedereen nog de amoureuze lotgevallen van Jacob. Smoorverliefd werd hij op de jonge Rachel. Om haar te bezitten moest hij echter zeven jaar voor zijn aanstaande schoonvader werken. Na die lange diensttijd kreeg de goedgelovige Jacob tijdens een wel heel donkere huwelijksnacht een vrouw voorgeschoteld. Dat bleek achteraf Labans oudste dochter, Lea te zijn. Als huwelijksgeschenk kreeg Jacob van haar vader er wel haar slavin Zilpa als toetje bovenop. Jacob morde maar schoonpapa bleef onwrikbaar. Eerst moest de oudste van de baan vooraleer de jongere kon uitgehuwd worden. Uiteindelijk bood Laban zijn schoonzoon een (aanlokkelijk?) voorstel aan! Werk nog eens zeven jaar voor mij en dan krijg je ook Rachel en haar slavin Bilha van mij cadeau.

En zo geschiedde …

Rachel, zijn lievelingsvrouw, kon moeilijk kinderen krijgen. Lea daarentegen, had daar helemaal geen problemen mee en zou dan ook de meeste kinderen baren. Maar ook de twee slavinnen mochten gerust hun kindje bijdragen. Hier volgt, in chronologische volgorde, een samenvatting van al de bevallingen bij de vier vrouwen, 12 zonen en 1 dochter (Dina) in ‘t totaal. De twaalf zonen zullen uitgroeien tot de twaalf stammen van Israël (Na zijn gevecht met een man van God in Silo mocht Jacob zijn naam in Israël veranderen):

-Lea: Ruben, Simeon, Levi, Juda
-Bilha: (slavin van Rachel): Dan, Naftali
-Zilpa: (slavin van Lea): Gad, Aser
-Lea: Issakar, Zebulon, Dina
-Rachel: Jozef, Benjamin

Het nageslacht van Juda worden Joden genoemd (heden met +/- 14 miljoen in aantal). Buiten de stammen Juda en Levi werden rond 720 voor Christus alle andere stammen gevankelijk uit Israël weggevoerd (ook die van Jozef) en verdwijnen voorgoed van de aardbodem. Wanneer ook Juda dreigt gedeporteerd te worden, besluit Lehi, een nazaat van Jozef, rond 600 voor Christus met zijn familie uit ‘het land’ Jeruzalem weg te vluchten. Na heel wat omzwervingen bereiken ze uiteindelijk Amerika.

Hier ontdek ik al een eerste mogelijk verschil in DNA - materiaal: de moeder van Juda was Lea, de moeder van Jozef, Rachel. Natuurlijk waren beiden zusters. Laban was immers hun vader. Maar bezaten ze wel dezelfde moeder? Als men het bijbelverhaal aandachtig leest, komen hier en daar kleine en minderkleine familiegeschillen opduiken. Lea houdt helemaal niet van Rachel en Laban kan blijkbaar met moeite afstand nemen van zijn jongste dochter. Bovendien is Rachel adembenemend mooi. Blijkbaar oogde ze fysisch totaal anders dan haar oudere (half?)zus. Bezat Rachel een blekere huid? Bezaten haar ogen andere karakteristieken? Was ze ‘anders’ dan de andere vrouwen uit het dorp? Om zijn aanstaande te zoeken bevond Jacob zich immers al in het gebied van de Oosterlingen (Gen. 29:1). En haar zoon Jozef ‘erfde’ blijkbaar haar zelfde karakteristieken over. Bezat hij ook de charmes en gereserveerdheid van zijn moeder? Was hij zo uitermate intelligent dat ook zijn halfbroers hem om die redenen mateloos bleven benijden? Zoveel is zeker! De jaloezie die Lea jegens Rachel niet kon verbergen, werd kritiekloos overgeheveld naar haar kinderen. Omdat Jozef zowel uiterlijk als innerlijk anders was, besloot het nazaat van Lea en de twee slavinnen hem aan slavenhandelaars (per toeval Ismaëlieten?) te verkopen. Eerst wilden ze hem gewoon vermoorden maar Juda stelde voor hem te verkopen. Wellicht was Juda van oordeel dat hij aan die ‘vreemde vogel’ die toch maar alles aan zijn vader overbriefde, uiteindelijk toch nog iets mocht bijverdienen. Opmerkelijk is wel dat de bijbel de ‘indruk’ wil scheppen dat Juda en Ruben nog getracht hebben het leven van Jozef (toen amper 17 jaar) te redden. Weet wel dat, uitgezonderd Juda, later alle andere stammen praktisch van de aardbodem zullen verdwijnen. Is deze tekst achteraf door de Joden ‘bijgewerkt’ geworden zodat Juda later door de rest van de wereld niet meer als een broederhater afgeschilderd zou kunnen worden?

Dat er indertijd met de bijbel kon gesjoemeld worden, bewijst het verhaal van Abraham die op vraag van God, zijn zoon moest offeren. Zoals de Joodse traditie het wil, krijgt Isaak, de grootvader van Juda, de eer om opgeofferd te worden. Volgens de Koran dan weer wil Abraham zijn eerstgeborene Ismaël offeren. Ismaël werd door hem bij de slavin Hagar verwekt en die concubine was wel aartsvijandin nummer één van Sarai, Abrahams rechtmatige vrouw. Ismaël hielp uiteindelijk zijn vader om de Ka’aba in Mekka te herbouwen, een gebouwtje (met de enige steen uit het aards paradijs?) dat eerder door Adam was gebouwd, maar totaal in verval was geraakt. Besef wel dat Ismaël als een stamvader van de Arabieren wordt aanzien. Begrijpelijk dat Juda en Ismaël zich de dag van vandaag nog steeds niet kunnen luchten?

Maar terug naar de verdere belevenissen van Jozef! Als een twintig jaar later, tijdens de zeven jaar durende hongerssnood, Jozef voor de eerste maal terug wordt geconfronteerd met zijn broers, schijnen die hem niet meer te herkennen. Zelfs Juda, zijn aartsvijand, herkende hem niet meer. Maar weerom speelt Juda een te opvallende en verrassende rol van ‘helpende tussenpersoon’. Met heel wat gevoel voor melodrama, kan hij zijn oud geworden vader Jacob ervan overtuigen om Benjamin (op vraag van Jozef) bij hun tweede tocht naar Egypte, mee te sturen (lees Genesis 43:8-10). Ook als Jozef achteraf de kleine Benjamin in Egypte wil houden, borrelen bij Juda ‘plots’ de edelste familiale gevoelens naar boven. Zonder schroom voor het theatrale, trekt hij alle registers open (Genesis 44:18-33). Juda drijft het zelfs zover dat Jozef zich uiteindelijk aan zijn broers bekendmaakt.

Welke smerige oorlog moet er zich op dat kleine, sublieme ogenblik in het hoofd van Juda hebben afgespeeld? Om aan graan te geraken had hij wellicht tientallen keren het hoofd voor de onderkoning van Egypte moeten buigen. En nu bleek die onderkoning niemand minder dan zijn reeds lang doodgewaande halfbroer te zijn. Die puber die hij destijds voor twintig sikkel zilver aan mensenhandelaars had verkocht, beheerste nu volkomen zijn leven. Begrijpelijk dat heel wat theologen de mening zijn toegedaan dat het verhaal van Jozef een voorafspiegeling was van dat van Jezus en dat het verhaal van Juda parallel loopt met dat van … Judas.

Wellicht zou een blijvende, steeds groeiende haat tussen de twee stammen, de voedingsbodem kunnen hebben gevormd van volgende hypothese! Iemand van Juda zou nooit meer met iemand uit de stam van Jozef mogen huwen … en omgekeerd! Is zo’n stelling veronderstelbaar? Grijpen we even naar het begin van het Boek van Mormon hoofdstuk 1.

Ik Nephi, maak een kroniek in de taal van mijn vader, die uit de geleerdheid der Joden en de taal der Egyptenaren bestaat. …Lehi begaf zich onder het volk en begon te profeteren en hun de dingen te verkondigen die hij had gezien en gehoord.
En de JODEN bespotten hem om de dingen die hij van hen getuigde … hun boosheden en verfoeilijkheden … En toen de JODEN dit hoorden, werden ze boos op hem … en ook trachtten zij hem het LEVEN te BENEMEN.

En Hoofdstuk 5:

En mijn vader Lehi vond ook … dat hij een afstammeling van JOZEF was.

Blijkbaar was zeshonderd jaar voor Christus de familievete tussen Juda en Jozef nog helemaal niet bijgelegd.

Maar nog even terug naar de stamboom van Jacob en zijn vrouwen Lea en Rachel. Jacob was de zoon van Isaak en Rebekka. Zoals reeds vermeld, was de hoger vernoemde Laban de broer van Rebecca. Hun vader was Betuel (geen vermelding van de respectievelijke moeders) die op zijn beurt een zoon was van Nachor. Nachor nu was gehuwd met Milka, de dochter van Haran, zijn broer. Nachor was echter ook de broer van Abraham die gehuwd was met Sara (Sarai), een andere dochter van zijn broer Haran. In de familie van Abraham werd dus lustig aan inteelt gedaan.

Van Jacobs kroost was Jozef nummer twaalf. Benjamin zou nummer dertien worden. Aangezien Rachel bij de geboorte van Benjamin stierf (vandaar 13 ongeluksgetal ?), heeft ze slechts één eigen kind gekend: Jozef. Die werd door haar op haast volmaakte wijze grootgebracht. Zo nam Jozef altijd de juiste beslissingen, en waar het vooral op aankwam, hij deed dat steeds om de juiste reden. Nadat hij door de Egyptenaar Potifar als slaaf werd aangekocht, trachtte Jozef er nog altijd het beste van te maken.
Ter inlichting! De naam Potifar betekent ‘hoofd van de slagers of slachters’. Sommigen denken daarom dat hij hofmeester in het huis van farao was. … Of was hij de offermeester?
Anderen dan weer geloven dat hij het hoofd van de lijfwacht van farao was, de man die verantwoordelijk was voor het uitvoeren van diens doodvonnissen. … De beul dus.
In het oude Egypte werd de integriteit van Jozef door iedereen aanvaard. Hij kreeg de naam Safenat Paneach en moest met koninklijke eer behandeld worden. Als huwelijkspartner kreeg hij van farao de vrouw Asenat, de dochter van Potifera, een priester van On (Heliopolis). Jozef raakt dus ‘verwant’ met een van de aanzienlijkste families van Egypte. Van Asenat heeft Jozef twee zonen: Manasse (het gemis van mijn familie heeft God mij doen vergeten) en Efraïm (God heeft mij vrucht doen voortbrengen).
Dat ook Jacob deze twee kleinkinderen hoog in zijn vaandel droeg (en hen daarom als ‘volwaardige en verwante stammen’ aanvaardde), bewijst zijn afzonderlijke patriarchale zegens die hij vlak voor zijn dood zowel over Efraïm als Manasse zou uitspreken. Ook over Jozef sprak Jacob een patriarchale zegen uit (Gen. 49:26: … je vaders zegen gaat verder nog dan de zegeningen van de oude bergen, dan het heerlijkste van de eeuwige heuvels). Ook Juda (Gen. 49:9-10: … met roof ben je opwaarts geklommen … en … van Juda zal de scepter niet wijken) en zijn andere broers ontvingen van hun vader nog een patriarchale zegen. Maar extra schouderklopjes zoals bij Efraïm en Manasse, mochten hun kinderen van hun stervende opa gerust vergeten. Na de dood van Jacob, stemde het de broers van Jacob wel een beetje bangelijk:

Als Jozef zich nu maar niet op ons gaat wreken en ons zwaar laat boeten voor het kwaad dat wij hem aangedaan hebben. (Gen. 50:15)

Maar Jozef stelde hun gerust (Gen.50:21):

Wees niet bang: ik zal voor jullie en je kleine kinderen zorgen.

Hoe het nazaat van Jozef later met de kinderen van die ‘kleine kinderen’ zou omspringen, wordt in de bijbel niet meer vermeld. Alleszins kan men stellen dat Juda zich wel bijzonder waakzaam zal gehouden hebben.

Wellicht kan hier nu best een woordje uitleg over de Hyksos worden gegeven. De Hyksos is de benaming voor de bevolkingsgroepen uit o.a. Klein-Azië die omstreeks 1800 voor Christus Egypte binnenvielen. Pas na meer dan 250 jaar kwam er een einde aan hun overheersing (van Neder-Egypte). De term Hyksos is afkomstig van het Egyptische ‘Hekaoe-khasoet’ of ‘leiders van de vreemde landen’. Daarnaast werden ze ook aangeduid als amoe, wat Aziaten betekent. Waarschijnlijk kwamen aanvankelijk de Hyksos vreedzaam Egypte binnengesijpeld. Omwille van een nogal zwakke regering, bleek het voor hen een peulschilletje om de delta binnen te dringen. Rond 1730 v. Chr. heeft er dan toch nog een soort invasie plaatsgevonden waarbij de Hyksos een sterk rijk stichtten in de deltamonding van de Nijl met als hoofdstad Avaris. Langzamerhand namen ze het schrift en de godsdienst van Egypte over. In tegenstelling tot de Egyptenaren, stonden ze vrij open voor andere landen en culturen (ze bezaten o.a. een vrij goed contact met de Minoïsche beschaving op Kreta) en hun handelsrelaties reikten heel erg ver. Enkele honderden jaren later kon de Thebaanse Dynastie het noorden van Egypte terug heroveren. Achteraf beschouwd, betekende die inval van de Hyksos helemaal geen ramp voor Egypte. Door hun inval werd immers een inslapend rijk hardhandig wakker geschud en werd op militair vlak … heel belangrijk voor de mormonen … het paardenspan en de bronzen wapens geïntroduceerd.

En bij die Hyksos kwam Jozef terecht!

Wat bewoog de tien broers van Jozef (Benjamin was nog te klein) om hun broer naar Egypte te doen verdwijnen? Waarom droeg Jozef juist die dag zijn pronkgewaad? Was dat –zoals de bijbel laat doorschemeren - een kleed dat hij als eerstgeborene van Jacob had mogen ontvangen? Jozef was dan wel de eersteling van Rachel maar wel de twaalfde in rij in het huis van Jacob! Of was dat kleed nog door Rachel zaliger voor haar enige zoon geborduurd geworden? Zaten in dat kleed patronen verweven die Jozefs echte afkomst ‘verraadden’? Was die bewuste dag Jozef door zijn broers verplicht geworden om dat kleed te dragen? Moest hij voor de voorbijtrekkende karavanen als blikvanger dienen? Het lot heeft er anders over beslist! Geen Hyksos maar een karavaan handel drijvende Ismaëlieten raakten in Jozef geïnteresseerd! Maar voor hen moest dat kleed wel verdwijnen! Moest er belastend bewijsmateriaal weggemoffeld worden? Wilden ze soms verhinderen dat de Hyksos er lucht van zouden krijgen dat iemand van hun eigen volk als slaaf werd gekocht en verkocht?

Zoals iedereen weet, vestigt het hele gezin van Jacob zich achteraf in Egypte (een zeventigtal mensen). Voor enkele honderden jaren kunnen de stammen van Israël zich daar vreedzaam uitbreiden. Aangezien de kinderen van Jozef sowieso bij de Hyksos werden grootgebracht, veronderstel ik dat ze zich grotendeels ook met hen zullen hebben voortgeplant. Als na een paar eeuwen een einde aan het bewind van de Hyksos komt, veronderstel ik evenzo dat een groot deel van het huis van Jozef mee met de Hyksos uit Egypte is gevlucht. Voor het resterende huis van Israël breken bittere tijden van slavernij aan. Tot Mozes hun het land kan uitleiden. Volgens de schriften zouden bij de exodus de Israëlieten met zo’n twee à drie miljoen geweest zijn. Die cijfers kloppen helemaal niet! Blijkbaar berust de ganse verwarring (het probleem van de grote getallen in het Oude Testament) bij twee Hebreeuwse woorden: ‘eleph’ (duizend) en ‘alluph’ (stamhoofden). Bijzonderheden laat ik hier achterwege maar uiteindelijk zouden zo’n 72.000 zielen (verdeeld over de twaalf stammen) de exodus hebben meegemaakt. De stam Levi telde ongeveer 2200 mensen. Ephraïm wordt echter aangerekend als een kleine stam (dus nog minder dan 2200?).

Ephraïm was ook een vechtlustige stam. Dus niet voor niks dat Mozes bij het binnenvallen van het Heilig Land Josua, een Ephraïmiet, als opvolger had aangeduid (Num. 13:8-16). Eens in Israël krijgt Ephraïm het gebied ter hoogte van het huidige Tel Aviv toegewezen. Zijn noorderbuur wordt Manasse, zijn zuiderbuur Benjamin. Hetgeen nog overblijft van het nageslacht van Rachel blijft dus opvallend mooi verenigd. Ephraïm ging er bovendien prat op dat Silo (waar Jacob met de engel had gevochten en daardoor de verbondsplaats nummer één van Israël was geworden) en Sichem op zijn grondgebied lagen. Was dat misschien de hoofdreden waarom Juda onder koning Salomon de (onverplaatsbare) stenen tempel later in Jeruzalem wou vestigen? Nadat de noordelijke stammen zich van het rijk van Salomon hadden afgescheurd, werd de stam Ephraïm de drijvende kracht in het nieuwe koninkrijk Israël. Hun eerste koning werd Jerobeam, een Ephraïmiet (1Kon.11:26) en Sichem werd hun hoofdstad. Door hun afscheuring van Juda, konden de noordelijke stammen de tempel niet meer bezoeken. Niet verwonderlijk dus dat aloude gebruiken uit Egypte, zich terug manifesteerden. Allerlei altaren voor goden die de Hyksos indertijd nog vereerden, werden vlug als surrogaat opgericht. Koste wat kost wou Ephraïm beletten dat mensen uit zijn koninkrijk naar Juda zouden overlopen … en dat omwille van de tempel. Nog eenmaal trachtte koning Hiskia van Juda al de stammen terug te verenigen. De verloederde tempel in Jeruzalem liet hij terug opkalfateren en inwijden. … En voor het volgende paasfeest nodigde hij al de stammen uit. Ook Ephraïm en Manasse waren van de partij … Maar het vreedzaam verzoek van Hiskia werd op algemeen hoongelach ontvangen. Ondertussen volgde Assyrië angstvallig al die schermutselingen ... en sloeg toe. In het jaar 722 voor Christus was iedereen uit het Noordelijk Rijk (10 stammen) gevankelijk weggevoerd geworden!

Iedereen?

Toch niet! Niemand weet juist waarom, maar een groot gedeelte van de stam Ephraïm en Manasse mocht in Israël achterblijven! Was er dan toch een band tussen deze stammen en de bezetter? Blijkbaar wel! De achterblijvers vormden een assyrische provincie met de naam Samaria. De inwoners ervan noemde men Samaritanen! En iedereen weet maar al te goed hoe ten tijde van Christus, de Joden over Samaritanen dachten!

… En geslachtsgemeenschap? … Hadden ze zeker niet met elkaar!

En hoe verging het ondertussen Juda toen zijn broer tegen wil en dank in Egypte vertoefde? Tot groot ongenoegen van Jacob huwde hij een Kanaänitische vrouw, Batsua geheten. Sua behoorde niet tot het verbondsvolk en aanbad haar eigen familiegoden. Voor Juda baarde ze drie zonen Er, Onan en Sela. Juda huwde zijn eerstgeborene Er uit aan Tamar. Er stierf echter voordat Tamar hem kinderen kon schenken. Daarom moest, naar het heersende gebruik, de broer Onan inspringen om Tamar toch nog een nageslacht te bezorgen. Als straf omdat hij zijn zaad bij Tamar op de grond verloren had laten lopen, stierf ook Onan. De stakkerd wou nu eenmaal geen kind bij de vrouw van zijn broer verwekken. Bleef nog alleen Sela over maar die peuter was nog te klein voor het grote voortplantingswerk. Tamar werd dan maar terug naar haar vader in Timna gestuurd om daar te wachten tot Sela groot genoeg was.

Maar het noodlot slaat opnieuw toe! Jaren later komt ook Juda (per ongeluk?) in Timna terecht en doet daar beroep op de diensten van een publieke vrouw. Die publieke vrouw (die voor de gelegenheid gesluierd was) scheen niemand minder dan zijn schoondochter Tamar te zijn. Negen maanden later wordt de tweeling Peres en Zerach geboren.

Het levenspad dat Juda bewandelde, stond dus lijnrecht tegenover dat van Jozef. Juda huwde bewust een heidense vrouw en was achteraf blijkbaar niet vies aan buitenechtelijke slippertjes die bij hem zelfs tot (ongewilde?) incest zouden leiden. Jozef huwde ook een heidense vrouw (omdat hij niet anders kon) maar kwam wel terecht in de hoogste maatschappelijke kringen uit die tijd. Voor de rest mag ik gerust besluiten dat het tussen de stammen Juda en Jozef (Ephraïm en Manasse) nooit goed heeft geboterd. Erger zelfs! Ze stonden vijandig tegenover elkaar! Dat het nageslacht van Juda en Jozef minstens af te rekenen kreeg met totaal verschillende erfelijkheidsfactoren en DNA - patronen, is nu duidelijk genoeg aangetoond geworden.

… Hoop ik tenminste!

Vandaag zijn we enkele duizenden jaren verder. Minstens al honderd generaties hebben ondertussen de wereldgeschiedenis mogen schrijven (en herschrijven?). Tijdens elke generatie worden per persoon vijfentwintigduizend genen ‘herschikt’ om rekening te houden met de nieuwe vader en de nieuwe moeder. De eigenschappen van het nieuwe organisme, zoals vastgelegd in het DNA, zijn op deze wijze van beide ouders afkomstig. Tussen twee mensen kunnen meerdere banden van bloedverwantschap bestaan, bijvoorbeeld naarmate ze meer gemeenschappelijke voorouders hebben. Bloedverwante personen hebben meer genen met elkaar gemeen dan op grond van het toeval verwacht kan worden. Zo heeft iedereen 50% van zijn genen gemeen met zijn vader en moeder; en 25% met ieder van zijn twee grootvaders en twee grootmoeders. En die reeks eigenschappen kan probleemloos verder worden aangevuld met de rest van de voorouders: 12,5% met de overgrootouders, nog slechts 6% met de betovergrootouders, amper 3% met de oud-ouders. En dan staat er nog een ontelbare schare oud-grootouders, oud-overgrootouders, oud - betovergrootouders, stamouders, stamgrootouders en nog meer edel, edel - oud, edel -stam en voor –ouders vol ongeduld te drummen om toch maar een fractie van hun gegevens nog vlug in jou te kunnen stoppen. Zo kunnen voorouders van 20 generaties geleden nog maar slechts 0,0001% van hun eigenschappen in een hedendaags individu kwijtraken …

Aan de lezer om uit te rekenen wat er qua erfelijkheid nog kan resten na honderd generaties.

Bij het bepalen van bloedverwantschap kan DNA een grote rol spelen. Soms blijkt bij genetisch onderzoek naar erfelijke aandoeningen dat iemand met een overgeërfde ziekte, twee kopieën van een defect gen heeft geërfd van dezelfde al dan niet verre voorouder. Wanneer een broer en zus of neef en nicht met elkaar kinderen krijgen, zou dit verschijnsel in sterke mate kunnen optreden.

Maar is het niet juist de stam Juda die in de loop van zijn geschiedenis er steeds nauwlettend heeft op toegekeken dat de clan zoveel mogelijk beschermd bleef? Huwen met een niet - Jood was voor hen - en nu nog steeds - gewoon ondenkbaar. Maar zoals we verder zullen zien, kan zo’n afschermende levenswijze ook een ‘versterkend effect’ hebben. En blijkbaar heeft de Heer zijn dienaar Juda hier rijkelijk mee gezegend. Vandaar dat het berucht onderzoek van Southerton volgens mij uitwees dat de Joden van nu nog steeds een gemeenschappelijke afkomst op DNA gebied vertoonden met de inwoners van het huidige Midden Oosten. Voor de afstammelingen van Jozef had hij zich hoogstwaarschijnlijk dieper in Azië moeten begeven.

Maar hoe verder men teruggaat in de tijd, met des te meer mensen men in de verte verwant blijkt te zijn. Iedereen - en volgens onze reeds vermelde onderzoekers zeker ook het nazaat van Jozef - zou dus bepaalde DNA eigenschappen moeten vertonen, die nog steeds een gemeenschappelijke afkomst verraden.

Maar!

DNA kan ook door verschillende oorzaken beschadigd worden. Gekende voorbeelden van die oorzaken zijn UV- straling (met het ontstaan van verschillende rassen als gevolg) en mutagene stoffen. Bij een mens treden er dagelijks wel 104 tot 106 beschadigingen per cel op. Daarom zijn er DNA -herstelmechanismen aanwezig die het DNA kunnen repareren. Bij kleine beschadigingen gebeurt dit probleemloos, maar bij grote treden er problemen op die kunnen leiden tot een mutatie. Mutaties zijn ‘wijzigingen’ die aangebracht worden in het DNA, waardoor veranderingen in genen ontstaan. Die veranderingen kunnen functioneel zijn of mogelijk alleen maar informatie verschaffen over de ‘vernieuwde werking’ van deze genen. Dit kan door experimenten veroorzaakt worden (in biomedisch onderzoek) of door natuurlijke oorzaken (straling, virussen etc.). Al in 1596 schreef een zekere G. Baudin over mutanten. De gevolgen van mutaties kunnen verschillend zijn, maar het komt neer op "functieverlies" (het gen dat gemuteerd wordt, werkt niet meer) of "functieverandering" (het gen werkt op een andere manier).

Maar wordt er in het Boek van Mormon ook geen gewag gemaakt van mutaties? Vanwege hun zondigheid (verlaging van seksuele normen?) kregen de Lamanieten een donkerder huidskleur dan de Nephieten. Wat hiervoor fysisch aan de grondslag heeft gelegen, is nog steeds een raadsel. Maar medicijnen van verdacht allooi die destijds achteloos door tovenaars aan zieken werden voorgeschoteld of … wie weet …een ganse bevolkingsgroep die via seksuele weg besmet raakte door een nog ongekend virus, zijn zeker niet als onmogelijke oorzaken te beschouwen.

Toch is mutatie de drijvende kracht achter de evolutie!

Soms resulteren in de natuur voorkomende mutaties tot betere eigenschappen of hogere resistentie (zie als voorbeeld terug de Joden waar een huwelijk buiten de stam niet wordt getolereerd) en zullen deze mutanten na verloop van tijd de ongemuteerde vormen verdrijven (natuurlijke selectie). Het kan ook voorkomen dat de ongemuteerde en gemuteerde vorm lange tijd naast elkaar blijven bestaan omdat ze beiden evenveel overlevingskansen bezitten. Maar deze verhouding kan door kleine veranderingen in de omgeving ineens worden verstoord. Een van beiden krijgt dus vrij plots de bovenhand (en zo werden Juda’s buitenechtelijke slippertjes in de loop der tijden verdoezeld).

Genetische vingerafdruk (DNA profilering) is de naam voor een methode om uit het DNA van een individu (mens, dier of plant) bepaalde stukjes te selecteren en die dan met het analoge gebied (de overeenstemmende stukjes) in een ander individu van dezelfde soort te vergelijken. Deze methode werd dus door Southerton gebruikt. Maar hoe?
Er zijn delen van het DNA die tussen alle individuen van een soort maar heel weinig variatie vertonen. Er zijn echter ook segmenten waarvan de samenstelling tussen individuen sterk kan verschillen. Dit zijn de zogenaamde microsatellieten! Door een dergelijk hypervariabel stuk te kiezen kan een patroon worden verkregen dat met een hoge mate van waarschijnlijkheid volstrekt uniek is voor het betreffende individu. Als Southerton dus enkel microsatellieten ter vergelijking heeft gebruikt, kunnen we met een gerust gemoed een kruis over zijn studie maken. Een overeenstemmend detail tussen de twee bevolkingsgroepen zal hij dan nooit kunnen vinden. Denkelijk om die reden dat de kerk afstand neemt van Southertons ‘bewijsvoering’. Zijn studie is niet meer dan een goedkope truc om goedgelovige zielen op het verkeerde been te zetten.

Wat kan men met zo’n genetische vingerafdruk nog zoal oplossen? Er kan mee worden bepaald of iemand de vader of moeder van een ander is of niet. Zo kunnen onidentificeerbare lichamen of delen daarvan, toch nog worden geïdentificeerd door het DNA met dat van nog levende familieleden te vergelijken. Na een tiental jaar is deze identificatie nog steeds mogelijk! Zo konden de lichamen van de Russische Tsaar Nicolaas II en zijn familieleden, die een jaar na de oktoberrevolutie van 1917 waren vermoord, op die wijze worden geïdentificeerd. Op identieke wijze kon de vrouw die jarenlang beweerde prinses Anastasia te zijn, worden ontmaskerd als een leugenaarster. Ook van de beruchte Duitse kamparts Jozef Mengele kon door DNA - analyse in 1985 worden bewezen dat hij in Brazilië was overleden en daar begraven lag onder de naam Wolfgang Gerhard. Maar enkele tientallen jaren lijkt wel een maximum te zijn. Nadien kan het DNA - patroon van het lijk door chemische reacties reeds teveel mutaties hebben ondergaan.

Nog in ’t kort een ander fenomeen!

Sommige onderzoekers koppelen de oorsprong van Amerikaanse Indianen aan een (volgens mij plausibele) volkerenmigratie uit (het wel ontzettend grote) Siberië (alleen het uiterste zuidwesten ligt op Russisch grondgebied maar beneemt daar wel 56% van het ganse land). Er zijn bronnen die beweren dat de naam Siberië afkomstig zou zijn van een taal uit de Turkic talengroep (Siberië: het slapende land). De Turkic talen vormen samen een groep van zowat dertig verschillende talen. Het Turks telt het meeste aantal gebruikers. Andere nog gangbare talen zijn o.a. het Azeri, het Tartaars, het Kazaks, het Yakut etc.. Een groot deel van Oostelijk Europa, Siberië (Azië) en Westelijk China (Azië) spreekt nog steeds één van die talen. De Turkic talen behoren eveneens bij de Altaïsche talengroep.

In Turkije, meer bepaald in de streek van zuidoost Anatolië, ligt de stad Urfa. Volgens moslim overleveringen (de ruïnes zijn er trouwens nog steeds te bekijken) heeft Abraham het hier serieus aan de stok gehad met de legendarische koning Nemrod. Deze tiran stond Abraham zelfs naar het leven en liet hem ooit (volgens de overlevering) vanuit zijn paleis gelegen op de flank van een berg, katapulteren in een brandend bos. Toen Abraham erin terechtkwam werd het vuur terstond water en de takken werden allemaal vissen. Nu nog kan men in Urfa de moskee bezoeken die door Abraham achteraf zou zijn gebouwd aan de rand van de bewuste vijver. De ‘overbevolking’ aan vissen mag men er nog steeds naar hartelust voeren maar … je vislijn uitwerpen is er spijtig genoeg niet toegelaten. Nemrod zelf stond bekend als een groot jager maar volgens bepaalde historici joeg hij enkel maar op mensen die het monotheïsme durfden belijden. Klaarblijkelijk had Abraham ook in die streek ooit zijn tenten opgeslagen.
In het noordoosten van Turkije (vlak op de huidige grens met Iran) kan men terecht op de berg Ararat (oorspronkelijke Turkse naam: Agri Dag: de berg der pijn). Op die steeds besneeuwde bergtop strandde Noë na de zondvloed ooit met zijn ark. Dus ook Noë scheen in deze contreien rondgezworven te hebben.

En nu spreken we niet meer over het Midden-Oosten!

En weer stel ik de vraag: Vanwaar was Rachel, de vrouw van Laban, afkomstig? Was zij een telg afkomstig uit de oorlogsbuit die Abraham maakte na zijn vele overwinningen op al die overige oosterse koningen (Gen.14:1-16)?

Een misschien onbenullig fait divers als afsluiting?

Op 19 mei 1974 werd Iván Jonathan, de zoon van Sergio Iván Vázquez Barrera en Rita Luna de Vázquez in Mexico Stad geboren. Op 28 juni 1974 werd de kleine gedoopt in de parochie van Nuestra Señora De Fátima … en ik mocht de trotse dooppeter van het kind zijn. Vanaf dat moment waren de vader Ivan en ik voor het leven ‘compadres’ geworden.
Samen met mij werkte Ivan in Mexico D.F., de hoofdstad. Maar van geboorte was hij afkomstig uit Merida Yucatán. Trots vertrouwde hij mij toe dat zijn voorvaders ‘rasechte’ Maya indianen waren geweest. Ivan bezat dan ook dat speciale huidtintje waar Westerse vrouwen, vooral tijdens hun verlof, stapelgek van werden.

Op 15 juni 2006 genoot ik van één van mijn laatste dagen verlof in Hongarije. Luilekker zat ik samen met mijn zus Elly en mijn hond Flodder te niksen op het terras van een gezellig eethuisje. Ja hoor! Het godvergeten dorpje droeg een naam: Balatonfökajár. Bij het weinige personeel heerste er grote bedrijvigheid. Zo dadelijk zou de directeur van het lokale dorpsschooltje er het startsein geven voor een heus banket waaraan al de geslaagde leerlingen van het schooltje naar hartelust mochten aanschuiven. Met zijn dertig waren ze! Eén jongen viel me dadelijk op! Zestien was hij, meer niet. Al zijn aandacht focuste zich direct op Flodder. Nog geen minuutje later of onze herdershond kon van hem op heel wat snoepjes rekenen. … En nog wat later stond gans het schooltje aan ons tafeltje in rij aan te schuiven!

‘Poetchie! Poetchie!” klonk het van overal.

Nog nooit heeft onze Flodder zoveel pootjes mogen geven. Maar György, die zestienjarige knaap die haar als eerste streelde, bleef wel haar beste vriend.

Leuk detail! Mijn Mexicaanse compadre uit 1974 en die Hongaarse schooljongen uit 2006 leken op mekaar … als twee druppels water!

En toegegeven! György oogde beeldig … met zijn indianenkleurtje!

 

 

September 2006 - Jan Gillis