MvG logo www.mvgcontact.org

Beschouwingen aangaande Tienden

Home



Beschouwingen aangaande Tienden

Aangezien "een rijke moeilijker in het koninkrijk der hemelen komt dan een kameel door het oog van een naald gaat", is het Evangelie van Christus vooral aantrekkelijk voor de armen dezer aarde - ook Jezus was tijdens Zijn aardse bediening immers niet rijk, maar had zelfs geen steen om Zijn hoofd op te rusten.

De meeste Pioniers uit de tijd van de Herstelling waren eveneens onbemiddeld, of zij werden dat alsnog door vervolgingen en berovingen door hun vijanden. Sommigen hadden zelfs geen trekdieren en waren genoodzaakt om met niet meer dan kruiwagens de grote trektocht naar het Westen te maken.

En alhoewel een enkele HLD het zich kan veroorloven om af en toe bijvoorbeeld met het hele gezin op safari te gaan (zie Jeffrey R. Holland, “Elder Dieter F. Uchtdorf: On to New Horizons" - The Uchtdorfs at Home - Liahona, Mar 2005), ook nu getroosten veel HLD zich aanzienlijke offers vanwege hun financiële situatie. Dit betreft zeker niet alleen de allerarmsten, maar zelfs gezinnen uit de middenstandsklasse, van wie je het misschien niet zou denken. Een paar concrete, reële voorbeelden van die offers zijn:

er moet worden afgezien van de aanschaf en het gebruik van een auto;

beide ouders werken; niet voor een luxe vakantie of een tweede huis, maar om "de eindjes aan elkaar te kunnen knopen";

één van beide ouders heeft twee banen, wat niet alleen zeer vermoeiend is, maar waardoor er ook niet veel contact kan zijn met het gezin;
een gezin verhuist naar een goedkopere woning, niet omdat ze in een luxe huis zouden wonen, maar omdat de financiële ontwikkelingen op lange termijn aangeven dat ze die woning dan niet meer zullen kunnen bekostigen;

één van beide ouders moet het gezin voor lange tijd verlaten om te gaan werken in het buitenland, waar de lonen hoger zijn.

Naast deze offers vraagt ook de kerk nogal wat offers. Joseph Smith onderwees immers dat een kerk die van haar leden geen offers vraagt, ook niet de macht heeft om hen te verlossen:

Er worden offers gevraagd aangaande onze tijdsbesteding voor o.a. kerkelijke roepingen, huisonderwijs en -bezoek. Degenen die hun tijd daar niet aan besteden, die gebruiken die tijd niet zelden om een extra inkomen te verwerven;

Van gezonde jongens wordt verwacht dat zij op eigen kosten twee jaar op zending gaan. Dat kost niet alleen het geld voor die zending, maar ook twee gederfde jaarinkomens;

Ook oudere echtparen worden aangemoedigd om na hun pensioen op zending gaan - de kosten daarvan zijn zeer hoog.

Inderdaad: Het Evangelie is een Evangelie van offers - dat is het altijd al geweest. Maar het Evangelie belooft óók zegeningen voor die offers. En over geen ander financieel offer is de Kerk meer expliciet dan over de Wet van Tienden. Wat is precies het offer dat hiermee van ons wordt gevraagd; wat wordt hiermee gedaan; welke zegeningen worden hiervoor beloofd, en welke zegeningen worden ervaren?

Het “naleven van de geboden” dient vooral vanuit een geestelijk perspectief beschouwd te worden. Daarom bij deze enkele beschouwingen om een andere dimensie te geven aan de Tiendenvereffening dan alleen de financiële aspecten daarvan.


Definitie van de omvang van het te betalen bedrag:

LEER EN VERBONDEN AFDELING 119
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 juli 1838 te Far West (Missouri) in antwoord op zijn smeekbede: „O Heer! Toon uw dienstknecht hoeveel Gij verlangt van het bezit van uw volk als tiende.? (History of the Church, 3:44.) De wet van tiende, zoals wij die vandaag begrijpen, was de kerk voorafgaand aan deze openbaring nog niet gegeven. Met de term tiende in het zojuist aangehaalde gebed en in eerdere openbaringen (64:23; 85:3; 97:11) werd niet uitsluitend een tiende deel bedoeld, maar alle vrijwillige offergaven of bijdragen aan de kerkelijke middelen. … De profeet had de Heer gevraagd hoeveel van hun bezit Hij voor heilige doeleinden verlangde. Het antwoord was deze openbaring.

1 VOORWAAR, aldus zegt de Heer: Ik verlang dat al hun a overtollig bezit in handen wordt gegeven van de bisschop van mijn kerk in Zion,
2 voor de bouw van mijn a huis en voor het leggen van het fundament van Zion en voor de priesterschap, en voor de schulden van het presidium van mijn kerk1.
3 En dat zal het begin zijn van de a vertiending van mijn volk.
4 En daarna zullen zij die aldus zijn vertiend, jaarlijks een tiende deel van al hun opbrengsten2 betalen, en dit zal voor eeuwig een vaste wet voor hen zijn, voor mijn heilige priesterschap, zegt de Heer.
5 Voorwaar, Ik zeg u: Het zal geschieden dat allen die zich tot het land a Zion vergaderen, hun overtollige bezittingen als tienden zullen afdragen, en die wet zullen naleven, anders zullen zij niet waardig worden bevonden om onder u te verblijven.

Hier wordt gedefinieerd over welk bedrag Tienden worden betaald. Dit is schriftuur die behoort tot de standaardwerken3 van de kerk.

Vraag: Wanneer is geopenbaard dat er Tienden moeten worden betaald over het bruto inkomen?

Besteding van Tiendengelden:

Vanuit L&V 119:1 wordt verwezen naar L&V 42:33 waarin staat waaraan Tiendengelden besteed zouden moeten worden:

L&V 42: 33 (33-34), 55.
En voorts, als er na deze eerste toewijding meer bezittingen in handen van de kerk of van haar leden zijn dan voor hun onderhoud nodig is, hetgeen een a overschot is dat aan de bisschop toegewijd moet worden, dan moet het bewaard worden om er van tijd tot tijd van te geven aan hen die niet hebben, opdat eenieder die iets nodig heeft in ruime mate wordt voorzien en naar zijn behoeften ontvangt.

Hiervoor in de plaats is de vastengave gekomen, en als er daardoor te weinig inkomsten zijn, dan krijgen we dat te horen in een Avondmaalsvergadering. Daaruit blijkt echter ook dat Tienden niet meer besteed worden voor ondersteuning van de noodlijdenden.

Vraag: Waarom is dat zo, en wanneer is geopenbaard dat dit de nieuwe policy is? Is dit geen aanleiding om de L&V te herzien?

Vraag: In de Algemene Conferenties doet de kerk verslag over de statistieken; waar worden de Tiendengelden wel aan besteed, en waar kan ik dat lezen?

1 In de eerste dagen van de Herstelling was de kerk armlastig en had schulden, waarvan hier wordt gesproken. Dat heeft decennia lang geduurd, maar de voorbije tientallen jaren heeft de kerk zich ontwikkeld tot een zeer rijke organisatie. Wordt het dan geen tijd voor een nieuwe openbaring hierover?
2 In de Engelstalige Doctrine & Covenants wordt gesproken van “interest”. Kramers? Engels woordenboek: “interest” = rente
3 Opvallend is dat er tussen de verschillende vertalingen ook verschillen zijn in de definitie; in de Nederlandse vertaling wordt gesproken van “opbrengsten”, maar in de Engelse en Spaanse van “rente” en in de Duitse van “Ertrag” = opbrengst, oogst of winst (Van Dale). In het Frans wordt zelfs het homoniem “revenu” gebruikt, dat “opbrengst”, “rente” of “inkomen” kan betekenen (Van Dale). Waarom al die verschillen in de diverse vertalingen van de L&V? Is de kerk er zelf nog niet helemaal uit?

De Tiendengelden van de actieve kerkleden vormen een aanzienlijk bedrag; waar wordt dat aan besteed? Ooit was het bestemd voor de armen (L&V 42:33) maar inmiddels wordt het alleen nog besteed voor de kerk zélf (zie b.v. Oaks “Tithing”, Ensign, May 1994). Wanneer heeft de Heer eigenlijk geopenbaard dat de bestemming van de Tiendengelden op die manier moest worden gewijzigd? Het vermogen van de kerk wordt inmiddels geschat op honderden miljarden dollars. Zou het ook Gods bedoeling van de Wet van Tienden zijn geweest dat de kerk die Zijn Naam draagt een dergelijk vermogen opbouwt - zelfs ongeacht of dat wél of níet afkomstig is van de Tienden? Is het beeld van een tamelijk berooide Christus nog wel herkenbaar in zo'n vermogende kerk?

We leven in een economische crisis, die sinds de jaren 1930 zijn gelijke niet meer heeft gehad. Ook HLD zullen de dans niet ontspringen, maar mogen zij, volgens de beloften rondom de Wet van Tienden, geen zegeningen verwachten waardoor zij toch nog het hoofd boven water kunnen houden, waar zij anders zouden verdrinken? Of kent u getrouwe kerkleden die, ondanks hun getrouwheid aan de Wet van Tienden tóch "verdrinken" in deze economische crisis - die bijvoorbeeld hun baan zijn kwijtgeraakt, en die, doordat ze het ook mét baan al niet erg breed hadden, geen financiële reserves hebben kunnen opbouwen? Hoe is dat dan te verklaren - immers, aan het onderhouden van de geboden zijn toch beloften verbonden (zie bijvoorbeeld L&V 82:10; L&V 130:20-21)?

Misschien is de verklaring de volgende: De kerk onderwijst óók dat de Heer meestal werkt via onze medemensen, én via de kerk. President John Taylor begreep dat, en stelde het volgende voor: Zie L. Tom Perry, “„A Meaningful Celebration,” Ensign, Nov 1987, 70; lees vanaf “In the general conference of 1880, President John Taylor announced a Jubilee Year of the Church.”4
In the general conference of 1880, President John Taylor announced a Jubileum Jaar (Lev 25:10) of the Church. He proposed to the body of the Church several ways to celebrate the Jubilee Year—ways that drew the community of Saints more closely together. President Taylor said:

“It occurred to me that we ought to do something, as they did in former times, to relieve those that are oppressed with debt, to assist those that are needy, to break the yoke off those that may feel themselves crowded upon, and to make it a time of general rejoicing” (in Conference Report, Apr. 1880, p. 61).

President Taylor then proposed that— ...

Second, the poor would be released of the back tithing they had committed for.

Wordt het in de huidige economische crisis niet weer eens tijd dat de kerk haar prioriteiten verlegt naar de zorg voor de minder bedeelden? Wordt het niet weer eens tijd voor een nieuw Jubileum jaar, waarin de kerk haar vele miljarden dollars aanspreekt
om de armen, o.a. die onder haar leden, te ondersteunen in hun noden, in de geest van het Evangelie van Christus dat zij predikt?

4 Dit artikel is één van de vele bewijzen dat er in de loop van de geschiedenis van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen verschillende interpretaties zijn gegeven aan de Wet van Tienden, omdat de redenen daartoe en de omstandigheden van de kerk en haar leden ook meermaals zijn gewijzigd. Dit geeft stof tot nadenken; de financiële situatie van de kerk is nu immers veel rooskleuriger dan bijvoorbeeld ten tijde van de Herstelling.

Openbaringen en Tienden:

Bij gebrek aan openbaring over wat dan ook, zoals uitgebreid beschreven in mijn eerder verschenen essay “Samuel”, worden er ook geen nieuwe openbaringen ontvangen aangaande de Tienden, dus is LV 119 nog steeds van toepassing, en zouden wij 10% dienen te betalen over de toename van ons inkomen.

Een vaak gebruikte tekst aangaande de Tienden als “brandverzekering” is L&V 64:23. Nader beschouwd, en gelezen in context, staat het er nét iets anders:

L&V 64:23
Zie, nu wordt het a heden genoemd, tot aan de b komst van de Zoon des Mensen, en het is voorwaar een dag van c offerande en een dag voor de vertiending van mijn volk; want wie d vertiend wordt, zal bij zijn komst niet worden e verbrand.
24 Want na het heden komt de a verbranding — dit is volgens de spreekwijze van de Heer — want voorwaar, Ik zeg: Morgen zullen alle b hoogmoedigen en zij die goddeloosheid bedrijven als stoppels zijn; en Ik zal hen in brand steken, want Ik ben de Heer der heerscharen; en Ik zal niemand sparen die in c Babylon blijft. (Zijn dat niet o.a. degenen die de lof en eer van de wereld nastreven, zoals beschreven in hoofdstuk 7 van mijn essay “Samuel”?)

Meten met twee maten:

Wilford Woodruff zei eens het volgende: “The Lord has required at our hands many things that we have not done, many things that we were prevented from doing. The Lord required us to build a temple in Jackson county. We were prevented by violence from doing it. He required us to build a temple in the Far West, which we have not been able to do. A great many things have been required of us, and we have not been able to do them, because of those that surrounded us in the world.

The Lord has given us commandments concerning many things, and we have carried them out as far as we could; but when we cannot do it, we are justified. The Lord does not require at our hands things that we cannot do.” (Woodruff, Wilford. The Discourses of Wilford Woodruff. Edited by G. Homer Durham. Salt Lake City, Utah: Bookcraft, 1946: An Explanation of the "Manifesto" Given to the General Conference, October 6, 1890)

Dit is strijdig met 1 Ne 3:7, maar dit argument werd wél gebruikt om de policy van het meervoudig huwelijk te beëindigen. In het algemeen geeft het aan dat omstandigheden een reden kunnen zijn om af te wijken van een gebod- zelfs terwijl God altijd met die omstandigheden bekend is, en lang voordat ze zich voordoen.

Vraag: Waarom wordt een vergelijkbare policy niet toegepast op actieve kerkleden die financiële problemen? Waarom een Tempelaanbeveling hen onthouden? Zo wordt deze kerk als een “kerk voor de rijken” en wordt de Tempel een vergaderplaats voor de rijke elite, zoals de Zoramitische synagogen dat eens waren (zie Alma 32:2-5) . Waarom trekt de kerk voor zichzelf een andere lijn dan voor haar leden, en wanneer is geopenbaard dat dit de procedure moet zijn?

Slot: Andere schriftuurlijke beschouwingen:


In aansluiting op de Proclamatie aangaande het Gezin:

1 Timoteüs 5:8 Wie niet voor de eigen familie zorgt, zelfs niet voor huisgenoten, heeft het geloof verloochend en is slechter dan een ongelovige.

Conclusie: Het betalen van Tienden mag nooit ten koste gaan van het gezin!

Jezus sprak dan ook geen vleiende woorden over hen die zeer trouw Tienden betaalden, maar die belangrijker zaken nalieten:

Matteüs 23:23 Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw, …

Andere Schriftuurlijke tekst met betrekking tot de Tiende:

2 Korintiërs 9:7
Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.

Dit is in strijd met het onthouden van een tempelaanbeveling wegens het niet betalen van Tienden.



Menno Feenstra, Wijk Arnhem