MvG logo www.mvgcontact.org

Anne Wiegers van der Woude

Home



Potmarge Leeuwarden

De Eerste Mormoonse Zendeling in Friesland:
Anne Wiegers van der Woude

door: Janet Sjaarda Sheeres


Terwijl de een na de andere bootlading emigranten in het 19e eeuwse Europa zich inscheepte voor een westelijke koers naar Amerika, zwom een Fries, Anne Wiegers van der Woude, tegen de stroom in en keerde naar Nederland terug in het voorjaar van 1861. Wat was de drijfveer voor Anne om zo'n ondernemende reis te maken nadat hij zich veilig had gevestigd in zijn nieuwe vaderland?
Godsdienst. Van der Woude had zich tot het Mormonisme bekeerd en trok in 1853 naar Zion (Utah). Dank zij zijn kennis van de Nederlandse taal werd hij geroepen om als zendeling terug te keren naar zijn geboorteland.

Anne werd op 12 Juli 1812 geboren te Franeker, als een van elf kinderen van Wieger Pieters van der Woude en Catharina Gerrits. Als jongen voer hij met zijn vader over zee, en leerde verscheidene vreemde talen, waaronder Engels.
Later zou hij kapitein zijn op z'n eigen schip; z'n grafsteen vermeldt:
"Capt. A.W.Vanderwood." Op 16 april 1843 huwde hij te Leeuwarden: Siebregtje Zwart uit Dokkum, en Leeuwarden werd vanaf dat moment de thuishaven.
Hun vier kinderen werden in Leeuwarden geboren, laatstelijk in 1849.

Mormoonse zendelingen
Ergens tussen 1849 en 1852 verhuisde Anne en z'n gezin naar Cardiff in Wales en vestigde zich als scheepsreder. In Wales en in Engeland waren gote en bloeiende HLD-gemeenten (Heiligen der Laatste Dagen, een afkorting voor de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, ook bekend als Mormonen) met Liverpool als hoofdkwartier. Mormonen waren volgelingen van Joseph Smith, 'n Amerikaan die beweerde te zijn bezocht door God en Jezus in het voorjaar van 1820, toen hij veertien jaar oud was. In 1823 ontving hij opnieuw een visioen, dit keer middels een engel, Moroni genaamd, die hem openbaarde waar hij twee gouden platen zou kunnen vinden waarop gegraveerd de geschiedenis van de kerk door Jezus in de nieuwe wereld gesticht. Met behulp van vrienden publiceerde Smith in 1836 het Boek van Mormon en op 6 april van dat jaar stichtte hij de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Alhoewel Smith, die beweerde 'n profeet te zijn, vele volgelingen aantrok, trok hij echter ook vele tegenstanders aan, en zag hij zich verscheidene malen genoodzaakt met zijn volgelingen verder te trekken om bloedvergieten te voorkomen. Nadat Smith in 1846 in Carthage in de staat Illinois werd vermoord, werd het leiderschap overgenomen door 'n lid van de Raad van Twaalf Apostelen: Brigham Young, en deze leidde de groep naar Utah om aldaar Zion te vestigen en de heerschappij van Christus op aarde te bewerkstelligen. De beweging had vanaf het allereerste begin zendelingen uitgezonden over de gehele wereld, en de zendelingen in Engeland, Wales en Scandinavie hadden het meest succes.

De Eerste 'Hollanders' in Utah
Anne bekeerde zich in Wales tot het Mormonisme en werd op 30 oktober 1852 gedoopt door Elder George Taylor.
De Mormonen geloofden dat Utah in de Verenigde Staten de plek was waar Mormonen vanuit de gehele wereld Zion zouden gaan vestigen en de spoedige wederkomst van Christus af te wachten. Anne en zijn gezin maakte deel uit van deze grootscheepse emigratie naar Utah. Ze maakten deel uit van een groep Mormonen die, verdeeld over drie schepen, de zeereis begon op 23 januari 1853 te Liverpool en op 26 maart aankwam in New Orleans. In april bereikte de groep Keokuk in de staat Iowa, en met een karavaan van huifkarren ging het verder over prairies en bergen naar Utah, waar Anne een huis bouwde langs de rivier de Weber, nabij de plaats Ogden.
De Sheboygan Nieuwsbode, 'n Nederlandstalige krant die in de staat Wisconsin t.b.v. Nederlandse immigranten werd uitgegeven, deed verslag vanuit Keokuk in de editie van 17 mei 1853:

"Sinds 14 dagen zijn er aan de noord-zijde der stad circa 300 Mormons in bivouac, die weldra door nog meerdere (ca. 3.000) gevolgd zullen worden en, na aankomst der laatste, met een week of drie allen naar Salt lake zullen optrekken (...) Zoo ik verneem, zijn eenige Hollanders alhier woonachtig, voornemens met de Mormons naar Salt Lake op te trekken".

Er wordt niet vermeld wie deze "Hollanders' zijn die voornemens zijn met de Mormonen naar Utah te trekken; maar Attenberg, 'n amateur historicus uit Iowa, bestudeerde de groep en vermeldde hun namen die hij ontleende aan de drie scheepsregisters.
Vermeld werd 'n Nederlands gezin uit de plaats Cardiff te Wales; de van der Woude's. Het scheepsmanifest vermeldt Anne als gekwalifieerd zeevarende. Tenzij er onbekende Nederlanders in Utah waren voor de komst van de van der Woude's, dan is dit gezin uit Friesland de eerste Nederlandse familie in Utah die in de registers voorkomen.
De correspondent, John M. Huyskamp, eigenaar van een schoenenfabriekje in Keokuk, schreef in de editie van 24 mei 1853 van de Nieuwsbode
:
"Wij hadden voor eenige dagen het genoegen met een geloofwaardigen Hollander, de heer v.d. W. in kennis te geraken, die de Mormone zowel in Engeland als hier, zeer nauwkeurig heeft gade geslagen, terwijl hij met meer dan drie honderd heiligen de reis van Liverpool naar Nieuw Orleans heeft gamaakt".

Huyskamp schrijft positief over van der Woude, maar in negatieve zin over de mormonen in de rest van het artikel. Hij beschuldigt de leiders hun volgelingen te misleiden, door Utah als een paradijs af te schilderen, en hen niet te vertellen welke moeilijke tijden hen te wachten stonden. Huyskamp beschuldigt de mormonen verder van het willen bekeren van de vele bewoners van Nederlandse afkomst in de omgeving, als potentiele Nederlandssprekende zendelingen. Ook betreurt hij het dat zij zich bezighielden met kaartspelen, zang en dans, tot 's avonds laat.
Als van der Woude op de een of andere manier spijt had van zijn bekering tot het mormonisme en de groep zonder ophef had willen verlaten zou dit de perfekte plaats en tijd zijn geweest. Het zou voor hem heel eenvoudig zijn geweest zich onder de nederlanders te Iowa te vestigen. Al na drie maanden na zijn doop was hij geemigreerd, en wellicht onder invloed van z'n eerste begeestering voor zijn nieuwe geloof trok hij desalniettemin verder met z'n reisgenoten naar Utah.
Eenmaal in Ogden gevestigd, ver van z'n geboorteland en volk, kon hij niet hebben voorzien wat voor 'n historische rol hij nog zou gaan spelen in het brengen van andere Nederlanders naar Utah.

Terugkeer naar Europa
Acht jaar later, op 16 maart 1861, werd hij tot Ouderling geordend, en tijdens de Algemene Voorjaars Conferentie van 8 april 1861 aangesteld als zendeling naar Nederland. De handoplegging geschiedde door Wilford Woodruff, lid van de Raad van Twaalf Apostelen, die later president van de kerk zou worden.
Waarom het lange uitstel van de verordening tot Ouderling? Werd zijn ontwikkeling in de kerk gehinderd door de omstandigheid dat hij niet deel nam aan polygamie, 'n HLD verordening destijds? Had men hem eerder benaderd, maar had hij geaarzeld om op zending te gaan? Hoe het ook zij, tijdens de Algemene Voorjaars Conferentie te Salt Lake City van 1861 werd bekend gemaakt wie op zending was geroepen, en aan zendingsopdrachten diende gehoor te worden gegeven. Tijdens een tweejarige zending bleven vrouw en kinderen van 'n zendeling achter om boerenbedrijf of zaken gaande te houden. Op 22 april 1861 nam Anne afscheid van Siebregtje en de kinderen en vertrok hij vanuit Salt Lake City met een grote groep andere mannen die eveneens naar Europa op zending waren geroepen. Men trok over land naar het oosten en men nam vele ossewagens mee met jeugdige vrijwilligers op de bok; dit t.b.v. honderden behoeftige Europese heiligen die als immigranten van vervoer en reisbenodigdheden moesten worden voorzien voor hun reis over land van Iowa naar westelijk gelegen Utah.
Zendelingen werden geinstrueerd 'n dagboek bij te houden van hun wederwaardigheden en ook Anne hield 'n dagboek bij. Van 22 april tot maandag 1 juli, toen zij in Florence, Nebraska aankwamen, noteerde Anne getrouw weersgesteldheid, afgelegde afstand, en plaats van kampement. In Florence aangekomen verlieten ze de karavaan en namen ze een stoomboot naar St.Joseph, Missouri, en van daar ging het per trein verder naar Detroit, en over de rivier naar New York. Op 5 augustus 1861, twee en 'n half maand na vertrek uit Salt Lake City kwam Anne uiteindelijk aan te Rotterdam; zijn geboorteland weer betredend. En zoals altijd legde hij getrouw ieder onderdeel van de reis vast.

Duitse collega
Het enige contact dat de Nederlanders hadden met mormoonse zendelingen voor Anne's komst was dat n.a.v. een kort bezoek van Apostel Orson Hyde in 1841. Hyde was op weg naar Jeruzalem en deed Rotterdam aan in juni 1841.
Tijdens een kort verblijf nam hij contact op met 'n Joodse Rabbijn om zijn zending toe te lichten. De Rabbijn sprak echter geen Engels en Hyde geen Nederlands, dus er was vrijwel geen communicatie. Tussen 1841 en Anne's komst in 1861, werd Nederland af en toe aangedaan door HLD-zendelingen op doorreis van Groot Brittanie, Duitsland, Zwitserland en Scandinavie. Anne's collega, de Duitser Paul A. Schettler, was in 1858 naar de Verenigde Staten geemigreerd, in 1860 in New York bekeerd tot het Mormonisme en trok kort daarna naar Utah. Schettler had familie in Zeist die behoorde tot de Moravische Broederschap, en als Duitser was hij enigzins op de hoogte van de taal en de gebruiken in Nederland. De twee mannen baden enige tijd samen en gingen vervolgens ieder hun weg; Schettler naar familie in Zeist en van der Woude naar Amsterdam.Toen echter de bloedverwanten van Schettler bemerkten dat deze Mormoon was geworden en van plan was hen te bekeren, wilden zij niets meer met hem te maken hebben, en aldus zocht hij Anne op in Amsterdam. Anne was ondertussen op bezoek gegaan bij twee zussen van hem die in Amsterdam woonden, en alhoewel door hen ontvangen, werd hij niet gevraagd te blijven logeren. In plaats daarvan huurden Schettler en hij een kamer in de Reestraat voor zes gulden per maand.

Dopelingen te Broek bij Akkerwoude
Op 21 Augustus, liet Anne Schettler achter in Amsterdam en vertrok richting Friesland, waar hij de volgende dag in Workum aankwam. Hij vond daar een van zijn zussen die hem hartelijk onthaalde. De dag daarop predikte hij in Workum. Anne schreef in een verslag naar Utah dat de prediking in die plaats heel wat opwinding veroorzaakte. "De bijeenkomst bleek heel druk bezocht. Een dominee maakte bezwaar en probeerde ons het spreken te beletten. Ik had het er daar heel druk."
Klaarblijkelijk was van der Woude aardig opgewassen tegen de gereformeerde dominee's; hij schrijft: "Op de 28ste had ik een lang gesprek met een dominee die m.b.v. de schriften wilde aantonen dat zijn leerstellingen juist waren en de onze vals. Overigens tevergeefs, hij werd beschaamd en verliet zonder een woord uiteindelijk de bijeenkomst."
Op 29 Augustus arriveerde Anne in Leeuwarden waar hij door zijn familie hartelijk werd onthaald. Mormoonse zendelingen werden niet alleen aangemoedigd de mormoonse leer te prediken aan familie, vrienden en bekenden, maar ook om de diensten van andere religieuze groeperingen bij te wonen en toestemming te verkrijgen om hen toe te mogen spreken. 'Tot Heil des Volks' was een zo'n groepering in Leeuwarden, welke doopsgezinde groep was gesticht door de (eerwaarde?) Jan de Liefde.
Anne maakte melding van zijn aanwezigheid tijdens deze bijeenkomst.
"Ik bezocht de bijeenkomst en bemerkte dat alhoewel ze hun kinderen een zegen gaven, ze hen niet doopten, niettemin waren ze tegen de Mormonen wegens de polygamie en andere zaken, zodat ik er weinig kon doen.." In een ander verslag naar Utah schreef hij: "Op de 31ste vertrok ik van Leeuwarden naar Dokkum, waar ik tot de 18de September voor het Mormonisme de spits afbeet onder bloedverwanten (van mijn vrouw) in de stal van Metske Tabes Kooistra, die overvol zat met mensen. Er waren ongeveer tweehonderd mensen in de stal aanwezig en met uitzondering van enkelen werd mijn prediking door de meesten goed ontvangen. Men hoorde mij gaarne aan en wilde dat ik de volgende zondag weer zou spreken in een andere boerenstal te Broek nabij Akkerwoude". De volgende Zondag, de 22e September, predikte hij in de werkplaats van Eelke Tabes Kooistra. "Dit opende de deur, en ik doopte een man en twee vrouwen. Er zijn in dit land vele eerlijke en goedhartige mensen die naar waarheid zoeken, maar omwille van de valse geruchten over het mormonisme, is het moeilijk veel vooruitgang te boeken".

Vasthouden aan Traditie's
De ene man en de twee vrouwen die door Anne werden gedoopt waren zijn broer Gerrit Wiegers van der Woude, Gerrit's vrouw Baudina Potgieter, en Elizabeth Monsma, echtgenote van Derk Wolters. Andere familieleden waren niet zo enthousiast in het aanvaarden van Anne's boodschap. In z'n dagboek noteerde hij dat zijn familie niet vereend maar overwegend verdeeld was door onze geloofsopvattingen. "Ik bezocht mijn familie en moest heel wat argumenten over en weer over me laten gaan m.b.t. het evangelie dat zij niet begrepen. Mijn broer Hendrik en zijn vrouw waren heel koeltjes. Ze hadden over mij gehoord en hielden afstand. Hendrik's vrouw Wietske (Bates Kalsbeek) maakte zelfs hele lelijke opmerkingen over mijn geloof."
Oude kennissen werden opgezocht, en ook markten werden regelmatig bezocht om contacten te leggen. Hij liet traktaatjes achter waar mogelijk en waar deze werden aangenomen. Hij bezocht ook een aantal kerken, maar werd niet toegestaan te spreken. Vanuit Dokkum keerde hij op 5 Oktober terug naar Leeuwarden en bezocht nog een aantal kennissen, alsmede een meubelmaker: Sybren van Dijk genaamd. Dit laatste bezoek bleek heel vruchtbaar. Sybren van Dijk was ontvankelijk, zou zich uiteindelijk bekeren, en door Anne worden gedoopt. Op 15 October, na een verblijf van slechts zes weken in Friesland, keerde Anne terug naar Amsterdam. De enige bekeerlingen in Friesland waren de drie mensen die hij had gedoopt. Elder Schettler die in Amsterdam arbeidde had het er niet veel beter afgebracht. Een verslag van hem in de 'Millenial Star'"
"De nationale karaktertrek van Nederlanders is het vasthouden aan de tradities van hun vaderen, zelfs in grotere mate dan in anderen landen, en al hun gebruiken ademen deze geest." Volgens een aanhaling door Anne in zijn dagboek op 22 October 1861, was ook polygamie een struikelblok, alsmede talrijke anti-mormoonse pamfletten en krantenartikelen. Ook het boek van W.H.Kirberger: 'De Geschiedenis van de Afkomst en Avonturen der Mormonen' (A'dam, 1855) droeg bij aan het negatieve imago.

Ziekte en Tweedracht
Anne arbeidde de volgende twaalf maanden hoofdzakelijk in Amsterdam en bezocht gedurende die tijd verder een aantal andere plaatsen. Alhowel de winter van 1861-1862 zacht was, had Anne te lijden aan keelpijn en koorts, was vaak nauwelijks in staat te spreken. Zijn lichamelijke toestand in de zomer van 1862 ging verder achteruit door ziekte die resulteerde in hoge koorts en bloedspugen. Afgaande op de symptomen die hij in zijn dagboek beschreef, leed hij waarschijnlijk aan tuberculosis. Hi had twee zussen die in Amsterdam woonden, maar tijdens z'n ziekte en in verzwakte staat, werd hij verzorgd door zijn nieuwe broeders en zusters in het geloof, niet door zijn bloedverwanten. Hij at veel maaltijden ten huize van nieuwe bekeerlingen. Af en toe ontving hij een Brits vijf-pond biljet van de HLD kerk te Liverpool t.b.v. zijn verblijf in een bepaald kosthuis. En niet alleen ziekte was een tegenvaller tijdens de zendingsarbeid van Anne. De zomer van 1862 werd gekenmerkt door veel onderlinge ruzie's onder de heiligen, hetgeen soms ontaardde in gemene roddel. Broeder Hendrik van Streeter, een van de leiders van de kerk te Amsterdam, kreeg steeds meer kritiek op Anne en z'n zending. Ook Anne en Schettler kregen meningsverschillen die hun zendingspogingen hinderden. Teneinde iets aan de onenigheid te doen, schreef Anne kerkelijke autoriteiten met het verzoek om advies en in September 1862 werd Schettler overgeplaatst naar Bazel in Zwitserland; Anne bleef alleen in Nederland achter. Tegen Oktober 1862 waren er vijftien gedoopte bekeerlingen die samen een kleine gemeente vormden te Amsterdam.

Produktieve Bekeerlingen
Anne keerde in Oktober 1862 naar Friesland terug, waar hij alsnog een poging deed de familiebanden aan te halen, maar werd zonder meer vijandig ontvangen. De man van zijn zus Elizabeth Monsma (alsmede de man van 'n andere vrouw die door haar man werd verboden om te worden gedoopt); beide waren woedend dat Anne hun vrouwen had willen misleiden. Zonder steun en zonder zendingsvooruitzichten vertrok Anne weer uit Friesland om de winter in Amsterdam door te brengen. De enige mogelijkheid tot bekering in Friesland was Sybren van Dijk en zij begonnen met elkaar te corresponderen. Tot Anne's grote vreugde besloot Sybren Mormoon te worden en op Maandag 18 Mei haastte Anne zich van Amsterdam met de stoomboot naar Harlingen om van Dijk de dag daarop te dopen in het Potmarge-kanaal in Leeuwarden. Op Woensdag de 20e legde hij de handen op broeder van Dijk en ordende hem tot ouderling in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Sybren's doop was de 24e in de Nederlandse Zending. Van Dijk's bekering betekende waarschijnlijk de redding voor het Mormonisme in Nederland. In 1866 vertaalde deze een Duitstalige editie van Parley Pratt's boek: 'Voice of Warning' in het Nederlands. In 1869 volgde hij met z'n gezin de heiligen naar Utah, en huwde er een tweede vrouw in 1875. In de jaren 1871-1874 en gedurende de jaren 1880-1882 keerde hij twee maal terug naar Nederland als zendingspresident. Behalve Sybren, had Anne nog 'n andere bekeerling die op zijn beurt een aantal mensen bekeerde: Timothy Mets. Anne ontmoette Mets ten huize van diens schoonvader in Rotterdam; Johannes Huisman.
Mets en de familie Huisman waren een overblijfsel van een godsdienstige sekte: de Zwijndrechtse Nieuwlichters, wier leerstellingen deels overeenkwamen met die van de mormonen. Mets overtuigde hun leider Willem Heijstek ervan dat Zion in Utah moest worden gesticht.
Het jaar daarop keerde Anne terug naar Utah, en Tim Mets volgde met ongeveer 30 bekeerlingen. Evenals van Dijk keerde hij zich tot polygamie en trouwde een tweede vrouw spoedig na aankomst in Utah.

Magere Oogst
Velen van de groep bedachten zich later en hielden zich afzijdig van de HLD kerk. Wellicht was een van de redenen dat door de economische crisis de kerk 'n nieuwe leerstelling afkondigde, de Verenigde Orde genaamd. De orde schreef voor dat de heiligen alle goederen, tijd en talenten ter volledige beschikking stelden van de plaatselijke Orde. Zelfs landbezit diende te worden overgedragen. De duur van de Verenigde Orde was kortstondig, van 1874 tot 1878, en werd voornamelijk gevolgd door Scandinaviers.
Nederlanders leken er weinig voor te voelen, waarvan hun correspondentie vanuit Utah getuigde aan Henry Hospers in Noord-Westelijk Iowa in 1876. (zie: William Mulder, De Mormoonse Migratie vanuit Scandinavie, Minneapolis, 1985)
Anne's tweejarige zending liep ten einde en hij maakte voorbereidingen voor de reis terug naar Utah. Tijdens zijn zending doopte hij 21 bekeerlingen. Alhoewel de hierarchie in Utah had bepaald dat alle bekeerlingen naar Utah moesten trekken, wist Anne slechts twee van hen, vrouwen, over te halen met hem naar Zion op te trekken: Susanna Meyers en Cornelia Agus. Z'n eigen broer Gerrit en diens vrouw Baudina, verkozen achter te blijven in Friesland. Gerrit overleed in 1886 op 69-jarige leeftijd, en Baudina in 1883 op 66-jarige leeftijd. Hun drie dochters huwden mannen met de achternamen: Hoekstra,Wijnsma, en Gasma. Hadden Gerrit en Baudina de kerk verlaten onder druk van familie en bekenden? Geen van Anne's overige familieleden werden lid.
Op 5 Juni 1863, ging Anne aan boord van de S.S.Amazon, deel uitmakend van een groep van 895 Mormonen uit verschillende delen van Europa.
Vergeleken met dat aantal, was de Nederlandse vertegenwoordiging van twee heiligen der laatste dagen wel een heel magere oogst.

Vrijheidslievend
Terug in Utah verhuisde Anne met z'n gezin al na 'n jaar naar Malad in Idaho, de eerste pionier in die plaats, en bouwde er het eerste winkelbedrijfje - telegraafkantoortje en rechtbank, in Zuid-Oostelijk Idaho. Het gebouw werd ook gebruikt als halte op de reisroute per koets naar Butte in Montana.
Siebregtje overleed in 1872 in Malad.
Vanderwood (zijn naam was inmiddels 'veramerikaanst') huwde Catharine Jones Evans, geboren in Wales, en zij kregen nog eens zes kinderen. Hij overleed op 7 Aug. 1892 in Malad. Alhoewel de familie mormoons bleef is het opvallend dat Anne zelf wat afstand nam. Voelde hij zich niet prettig in een streng mormoonse omgeving? Hield hij zich afzijdig van de kerkelijke hierarchie, opdat hij niet opnieuw op zending zou worden geroepen? Het lijkt erop dat Vanderwood een keer op zending gaan afdoende vond, in tegenstelling tot van Dijk die twee zendingen volbracht naar Nederland. Misschien ook voorzag hij moeilijkheden met de komst van Timothy Smets in 1864 met 'n grote groep 'Nieuwlichters'. Het is ook mogelijk dat het het onbetwiste dictatorschap van Brigham Young in de vallei hem dwars zat. Aan Brigham werd de volgende uitspraak toegeschreven: "De Here heeft deze vallei geschonken aan mij en aan degenen die ik verkies om ze te bewonen." Brigham's woord was wet.
Wellcht was Anne's vrijheidsdrang als Fries krachtiger dan zijn liefde voor de heiligen en leidde deze er toe dat hij zich buiten Zion ging vestigen.

Janet Sjaarda Sheeres is verbonden aan de Calvin University te Grand Rapids, Michigan, USA. - bron: "Fryslan" JG (2004) No 2

Mormoons Forum

Waardevolle Bijdrage
Een prachtige bijdrage van Janet Sjaarda Sheeres aan de ontstaansgeschiedenis van het Mormonisme in Nederland! Heel indrukwekkend materiaal met waardevolle details en inzichten in die eerste dagen van de kerk in onze gewesten. Ook heel interressant dat het een bijdrage betreft van iemand die zelf geen lid is van onze kerk, hetgeen in de tekst haar weerslag vindt. Het is ongebruikelijk dat bijvoorbeeld de heerschappij van Brigham Young ter discussie wordt gesteld. Het waren toen natuurlijk wel heel andere tijden, maar het is zeker niet ondenkbaar dat Anne Wiegers van der Woude een zekere mate van onafhankelijkheid wilde handhaven. Dergelijke veronderstellingen van de auteur, lijken zo op het eerste gezicht zeker gerechtvaardigd, maar de vraag is wel of ze op feiten berusten.
Wat leidt bijvoorbeeld tot de veronderstelling dat Anne wellicht spijt had van zijn bekering tot het Mormonisme, en waarom wordt aangenomen dat er negatieve oorzaken ten grondslag lagen aan de omstandigheid dat hij (pas) na acht jaar tot ouderling werd geordend?
Aan het einde van het artikel wordt gesuggereerd dat hij zich wilde distancieren van het geloof. Anne's vrijheidsdrang als Fries lijkt te zijn gebaseerd op een (overigens sympathieke) stereotype veronderstelling, maar de vraag is op welke wijze Anne uiting gaf aan een dergelijke vrijheidsdrang. Zou het bijv. niet evengoed denkbaar zijn dat hij zich juist had bevrijd van een intolerant en kleingeestig 19e eeuws religieus milieu in Friesland? Hij vestigde zich eerst, d.w.z. voor zijn bekering, in Wales en later in Deseret. De mogelijkheid om zich onderweg in Iowa te vestigen in een milieu waaraan hij zich nu net had onttrokken, lijkt daarom niet erg voor de hand liggend; dan had hij immers net zo goed in Friesland kunnen blijven. Anne's hele geschiedenis lijkt er juist op te wijzen dat hij zijn nieuw gevonden geloof als bevrijdend ervoer, en daardoor werd geinspireerd, niet gedwongen, tot een moedig geloof en tot de opmerkelijke daden die er uit voortvloeiden.

Ordening tot Ouderling
Inderdaad een heel goed artikel!
Dat het acht jaar duurde voordat Anne tot ouderling werd geordend hoeft niet noodzakelijkerwijze als verwonderlijk te worden aangemerkt. In het werk van Adrian Hekking: 'Saints under Nazi-terror' lezen we bijv.:

Men were usually only ordained as Elders when called to
branch and district presiding offices. Temples, Stakes,
Bishoprics or High Councils did not exist in Holland. No high
priests were necessary to lead the church, not even to
preside over the mission. Adult converts or other older
members, baptized at eight or older, were ordained to
offices in the Aaronic Priesthood and stayed there until
called to an office requiring the Melchizedek Priesthood.

In contrast, organized stakes and quorums require much
more Melchizedek priesthood but they have a more enriched
path of priesthood progression because the young men hold
and act in the offices of the Aaronic priesthood. They are
advanced to elder because of temple endowments and/or
marriage ordinances, and prior to going on missions.

When one considers that priests may be authorized to hold
meetings by the appropriate authority and that missionaries
held positions in presidencies; it is easy to see that not too
many men were advanced to the Melchizedek priesthood.

Perhaps Church sensitivity to the Dutch tradition of holding
older people in an elevated esteem over young people may
have contributed to the long absence of teen-aged Aaronic
priesthood. I believe the first teen-age deacon, Hans Zippro,
was ordained in Amsterdam around 1947 when about sixteen
years old.

Another reason could be Dutch Protestant bias against
Roman Catholic worship. The Netherlands North of the great
rivers was very Protestant (Reformed); the South, Roman
Catholic. The Church did not have any branches in the
South neither did it proselytize there. Protestants were quite
anti-Catholic as a result of the country having fought an
eighty-year war of independence from Catholic Spain.
Freedom to worship God according to the dictates of their
conscience was the major issue of the conflict. Catholic
worship in every form was considered an abomination. The
Mass was seen as pagan pomp, ceremony, and idolatry. It
entailed the participation of teen-aged altar boys. Need I say
more?

Another way for post-teenage men to receive the
Melchizedek priesthood was to be called as local
missionaries. My Dad had an M-Men friend who did this. I
think this possibly also enhanced the prospect of getting help
in obtaining a US sponsor and a ticket to the States

Ook Anne's vestiging in Malad, Idaho, lijkt m.i. de gebruikelijke trend te volgen om vanuit Salt Lake naar het noorden of het zuiden te pionieren. Zeer ondernemend en moedig, maar niet bepaald uitzonderlijk in de begindagen van de kerk in het Westen.

Nuttige kanttekeningen
De spreekwoordelijke vrijheidsdrang van de Friezen heeft de veel diepere betekenis van het universele menselijk verlangen naar onafhankelijkheid. Het protestantse milieu waaruit Anne voortkwam, maar ook het nieuw gevonden mormonisme, legden hem nu eenmaal bepaalde beperkingen op vanuit leerstellige of kerkelijk-hierarchische strukturen. In beide situaties is het zeker niet ondenkbaar dat Anne voordurend op zoek was naar een grotere mate van onafhankelijkheid, maar tegelijkertijd zijn we echter ook vaak op zoek naar geborgenheid en afhankelijkheid! Is het mogelijk dat Anne zich aangetrokken voelde tot een in zijn ogen geestelijke bevrijding, maar ook tot het saamhorigheidsgevoel en de sociale gemeenschap van het mormonisme? Wat zijn motivatie ook geweest moge zijn, duidelijk is dat Janet Sjaarda Sheeres prachtig heeft vastgelegd hoe Anne op zijn manier uitdrukking gaf aan het ideaal van Zion, en als het ware de eerste steen legde voor de vestiging van het mormonisme in onze streken.