MvG logo www.mvgcontact.org

Anna Haesendonckx - Nu tot Wederziens !

Home




Maandag, 7 oktober 2008, is Anna Haesendonckx vredig van ons heengegaan. Op dinsdag 14 oktober 2008 werd er om 11 uur voor haar een uitvaartdienst gehouden in de kerk te Merksem. Anna Haesendonckx was de moeder van Sonja Monsieur, werd bijna elke zondag afgehaald door Polly en zat altijd helemaal vooraan (aan je rechterkant als je op het podium naar de kapel toe kijkt) in een rolstoel. Zij gaf op hoge leeftijd tijdens één van onze getuigenisdiensten haar eenvoudig getuigenis ten beste.

Laatste Ontmoeting met Anna Haesendonckx

(26 juli 1924 - 7 okt 2008)

In de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

14 oktober 2008 om 11.00 uur

Toespraak van zuster Louise Boddaert-Last

Goedemorgen, Sonja, Ronald, Paul, Nancy, familieleden, vrienden en broeders en zusters. Deze prachtige wereld is geschapen volgens het plan van onze Hemelse Vader. Hij liet hem maken voor ons. Tussen de mensen die voor ons geleefd hebben, nu leven en nog geboren zullen worden, zitten soms bijzondere parels. Anna is zo’n bijzondere parel! Jarenlang is zij een trouw lid geweest van onze wijk. In de beginjaren van haar lidmaatschap kwam ze samen met Sonja.Ze woonde toen nog dicht bij de kerk. Uit nieuwsgierigheid een kijkje in dit gebouw genomen, leidde van interesse naar geloof, getuigenis en doop. Alhoewel Anna toen al niet meer zo jong was, hield het haar niet tegen zich bij deze kerk aan te sluiten. Anna is altijd jong van hart gebleven, haar ogen straalden als ze over het evangelie en haar liefde voor Christus sprak. De stap om zich te laten dopen in Christus’ kerk, zo zei ze altijd zelf, is een van de beste dingen die ik gedaan heb en ik heb er nooit spijt van gehad. Mij krijgen ze de kerk niet uit, zo zei ze vaak tegen me. Als ik niet meer naar de kerk mag, hoeft het niet meer voor mij, de zondag is voor mij de dag waar ik naartoe leef. Anna, een bijzondere vrouw, kenmerkend aan haar is haar volharding : ziekte, aftakeling, pijn, niets hield haar tegen ‘s zondags hier op haar plaatsje vooraan te zitten. De laatste jaren waren niet gemakkelijk voor haar, en toch zat ze hier altijd, trouw op haar plaatsje vooraan, en genoot van de dienst en de mensen om haar heen. En extra genoot ze als ook Sonja en Paul naast haar zaten. Anna zei ook altijd heel direct hoe ze over iets dacht, wond er geen doekjes om, kon je echt ongezouten zeggen wat ze er van vond. Zo vroeg ik haar eens toen ik ZHV presidente was om hulpsecretaresse te zijn. Nadat ze dat een tijdje gedaan had zei ze tegen me, je hebt me dit enkel gegeven om me nuttig te laten voelen maar het lijkt nergens op dus laat het maar. En ook nuchterheid, openheid, en niet tot last willen zijn waren dingen die kenmerkend zijn aan Anna. Toen ze niet langer zelfstandig kon zijn verhuisde ze naar een rusthuis naast het Jan Palfijn ziekenhuis. Ze had het daar best naar haar zin en vertelde me op een keer : “Ik zit hier goed, de mensen zijn vriendelijk, ik heb genoeg ruimte heb nog een kleine keuken en het is zo ook erg handig. Als ik ziek word hoef ik enkel naar hiernaast het Jan Palfijn te gaan en sterf ik dan ga ik naar de andere kant; want aan de andere kant ligt het kerkhof. Zo gaat alles gemakkelijk en ben ik niemand tot veel last.” Ze vond ook altijd dat ze te weinig kon doen. Ze vond het echt vervelend dat haar lichamelijke ongemakken haar geestdrift beperkte. Lezen in de schriften deed ze trouw maar kon het niet goed meer onthouden, en ze wilde zo graag een taak in de kerk, maar dat kon niet en dat vond ze heel erg. Ze voelde zich vaak niet tot nut zijnde. Vaak heb ik haar dan verteld dat ze toch haar bijdrage leverde. Zo vond ze het altijd doodeng naar voren te komen om haar getuigenis te geven, maar als ze het deed, deed ze dat met overtuiging en vol vuur! En ook haar volharding om in goede en slechte tijden steeds trouw op haar plaats hier te zitten, daarmee gaf ze een geweldig goed voorbeeld aan ons en onze kinderen. Ook ging ze graag naar de tempel, vond het heerlijk daarheen te gaan en haar tijd daar door te brengen. Het was voor ons dan weer geweldig om te zien dat ze daar zo van genoot. Ik ben vaak bij haar op bezoek geweest, ze heeft me veel verteld over haar leven, haar zorgen en vreugden. Ik heb in haar een lieve, vergevingsgezinde, dappere en strijdlustige vrouw leren kennen. Haar hart op de tong, en altijd dankbaar voor een bezoek. Zelf naar iemand toestappen durfde ze niet, maar wat was ze gelukkig als we naar haar gingen. Ze vertelde zo vaak dat ze er zo blij en gelukkig mee was dat we zondags haar gedag kwamen zeggen en een praatje maken. Iedereen is zo lief, zei ze dan, en dat maakt me zo gelukkig! Het was altijd fijn om bij haar op bezoek te zijn, ze heeft zo’n sterk getuigenis van het evangelie en haar liefde voor Jezus was voelbaar en zichtbaar, als ze over Hem sprak straalde ze! Rond haar bed, had ze foto’s staan van de mensen waar ze veel van houdt, en natuurlijk stond daar een foto van Jezus tussen. Sonja vertelde me dat, toen het de laatste dagen erg slecht met haar ging ze haar hand naar zijn foto uitstrekte. Toen de ouderdom te veel druk ging leggen op haar geest, ging ze verlangen naar de dood, enkel haar liefde en bezorgdheid voor Sonja hield haar tegen. Toch wist ze dat ze los moest gaan laten en ze hier niet veel meer kon doen. Wat is ze dan ook blij met jou Paul dat jij in het leven van Sonja bent gekomen, en ze ziet hoe gelukkig jullie met elkaar zijn. Ook over jou Ronald heeft ze het vaak gehad, ze uitte mij vaak haar dankbaarheid over haar familie. Dat jullie zo goed voor haar waren. Ze vertelde zo vaak hoe fijn ze het vond samen met Sonja boodschappen te doen, dat Paul zoveel voor haar deed, dat niets te veel voor jullie was en dat ze er zo blij mee was. Ook haar dank voor Ronald en Nancy drukte ze vaak uit, dat je hebt meegeholpen een goed verzorgingstehuis voor haar te vinden. Ze is zo blij en dankbaar voor de band die ze met jullie heeft. Ik weet niet of het is opgevallen, maar ik heb vaak in tegenwoordige en verleden tijd over Anna verteld. Haar aardse leven is voorbij, maar haar geest, de echte Anna, leeft verder, dus als ik het over eigenschappen heb, blijft dat voor mij in tegenwoordige tijd, want ze is er nog. Daar gelooft Anna in, daar geloof ik in en daar geloven velen onder ons in. Daarom Anna, zijn mijn laatste woorden hier voor jou, omdat ik geloof dat niet enkel je stoffelijk lichaam hier is, maar je ook in geestelijk lichaam nu hier bij ons bent. Anna, ik wil je danken voor het grote voorbeeld dat je voor ons bent geweest. We zullen je missen, hier dat lege plaatsje vooraan….dat maakt ons echt verdrietig, het ziet er zo kaal zo leeg uit zonder jou. Maar we voelen ook dankbaarheid te weten dat je nu verlost bent van je aardse pijnen en ouderdomsverschijnselen. En dat je nu dicht bij Jezus kan zijn, waar je, net als wij zo zielsveel van houdt. Daarom Anna, namens ons allen, heel, heel veel dank voor je voorbeeld van volharding, je liefde, je stralende ogen. Dank je wel voor de keren dat je met angst om naar voren te komen en een bonkend hart, je getuigenis aan ons gaf. Je vond het zelf niet bijzonder veel wat je deed maar wij wel. We voelen diepe bewondering en waardering voor je dat je altijd naar de kerk bent blijven komen ondanks de pijn die je daardoor had. Weet je Anna, het was geen opoffering bij je op bezoek te komen of je op te halen voor de diensten want je bouwde ons ook zo op. Je hebt werkelijk een dijk van een getuigenis. Niets kon hem omverwerpen, geen zee was te hoog en geen wind te hard. We houden veel van je, Anna, jij bent werkelijk een kostbare parel, je voorbeeld willen we volgen, de herinneringen aan je aardse leven zullen we koesteren.

Tot weerziens.

 

Toespraak van broeder Jean Huysmans

Beste Sonja en Paul, Ronald en Nancy, familieleden, vrienden en broeders en zusters, ik ben dankbaar dat we met zo vele aanwezig zijn op deze laatste ontmoeting met Anna Haesendonckx. En “ontmoeting” is echt een mooi woord dat bestaat uit “on” en “moeten”, of anders gezegd “niet-moeten”. Dit drukt uit dat we hier tesamen zijn gekomen niet omdat we moeten of omdat we ons verplicht voelen om hier te zijn, maar gewoon omdat we nog eens graag bij Anna zijn en nog even bij haar willen vertoeven. Het woord ontmoeten geeft ook uiting aan ons en Anna’s geloof dat zij nog leeft en dat we hier niet vergaderd zijn rondom een urne met wat stof en as, maar wel rondom een urne die het stof en as bevat van een levend geestelijk lichaam dat nu verlost is van alle aardse pijn en vertoeft in Gods’ paradijs tesamen met wie haar lief waren: haar moeder, haar broertje Casimir, haar zus en anderen.

Anna Haesendonckx ken ik als een braaf vrouwtje met pit. Toen ze enkele jaren geleden verhuisde van De Brem naar het Hof de Beuken, zei ze me eens: “’t zit hier allemaal vol met oude vrouwtjes, er is hier niemand die over de voetbal kan meepraten”. En toen haar dokter en het home haar enkele maanden geleden adviseerden om niet meer naar de kerk te gaan omwille van rugpijnen, zei ze me: “ze mogen doen wat ze willen, maar ik ga naar de kerk; pijn heb ik toch, maar dan liever pijn in de kerk dan pijn hier”. En nog diverse weken is ze ondanks serieuze pijnen nog naar de kerk blijven komen, ... maar toen dat echt niet meer kon is ze er stilletjes van door gegaan.

Toen ik haar op 7 oktober ll. bezocht schreef ik nadien als hoofding van de dag in mijn dagboek “Geweldige priesterschaples en Anna op weg naar de hemelen”. Ik schreef het volgende: “Na de kerkdiensten ging ik op bezoek bij Anna Haesendonckx. Toen ik daar rond 14.00 uur binnenkwam, vond ik ze slapend in haar bed. Ik maakte haar zachtjes wakker en toen Anna me zag, glimlachte ze en zei ze: ‘het is ermee afgelopen, ik ga stilaan vertrekken, ik moet alleen ons Sonja nog eens zien, en dan kan ik gaan’. We praatten wat over haar moeder die haar steeds het voorbeeld had gegeven in geloof en volharding. Anna vertelde me dat ze geen schrik had om te sterven, en toen bad ze voor Sonja en Paul dat ze toch dicht bij God zouden leven en de kerk in gedachten zouden houden. Toen gaf ik haar het brood en water, symbolen van Jezus’ lichaam en bloed. We spraken nog een beetje over Jezus Christus en dat we dank zij Hem kunnen leven en hoop hebben. Tenslotte zei ik Anna dat ik vooraleer weg te gaan nog een gebedje zou zeggen. Ze vond dat goed, maar vroeg of ze mijn hand mocht vasthouden.

Ik nam haar bij de hand en begon te bidden. Tijdens het gebed verslapte haar greep en toen ik Amen zei en mijn ogen opende, vond ik Anna zacht slapend. Ik schoof mijn hand zachtjes uit haar hand, zei “dag Anneke” en ging zachtjes buiten. Het gebed had haar tot volledige rust gebracht. Mocht dit effectief het definitieve einde voor Anna zijn, dan zou dit echt een zeer mooi afscheid zijn.” En inderdaad dit bleek haar definitief afscheid te zijn van mij. Nadien had ze nog een innig en diepgaand gesprek met haar dochter Sonja, een laatste conversatie tussen moeder en dochter. En nadien ging het zienderogen achteruit. Op 5 oktober ll. stond ik nog voor de laatste maal aan haar bed. Ze was uitgeblust en kreeg geen woord meer over haar lippen. Maar ze greep in de richting van haar lievelingsfoto’s op de richel naast haar bed. Toen ik vroeg of ze de foto van Jezus nog eens wou vasthouden, knikte ze en toen ik die foto van Jezus Christus tussen haar vingers schoof werd ze even rustig en vertoefde enkele minuten bij Diegene Die haar spoedig zou verwelkomen in Zijn paradijs. Ze liet de foto los en begon weer te grijpen in de richting van haar lievelingsfoto’s. Toen ik haar de foto van Sonja en Paul toereikte, werd ze weer rustig en sprak ze als ’t ware een stil gebed uit voor haar dochter en goede schoonzoon voor wie ze eeuwige vreugde afsmeekte. En toen dommelde ze in. Dat was de laatste maal dat ik Anna zag hier op deze aardbol; ik voelde me dankbaar voor die mooie momenten met haar, mooie momenten die ze zelf ook had telkens wanneer iemand van haar familie of geliefde broeders en zusters haar een bezoekje kwam brengen.

Tijdens deze laatste ontmoetingsdienst met Anna zingen we drie lofzangen. Dit waren enkele lievelingslofzangen van Anna en ze zijn als het ware het Credo van Anna. Daarom wil ik even stilstaan bij elk van deze lofzangen. We begonnen deze dienst met lofzang 69 – Nader, mijn God, tot U. Vers 1 gaat als volgt: “Nader, mijn God, tot U, nader tot U! Kwelt mij een smartelijk kruis: nader tot U! Toch zal in smart en pijn dit steeds mijn leuze zijn: Nader, mijn God, tot U, nader tot U!” Ieder huisje heeft zijn kruisje, en zo had ook Anna haar nodige portie verdriet en pijnen te dragen. Maar ze besefte heel goed dat ze dit enkel kon indien ze God een deel van haar leven maakte. Ze begon en eindigde haar dag met naar de foto’s van Christus te kijken en met hart en ziel tot Hem te bidden. Ze was zo dankbaar dat ze in haar oude dag de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen nog had mogen ontdekken dank zij haar dochter Sonja en dat ze daar geleerd had hoe ze nader tot God kon komen door persoonlijk tot Hem te spreken. Dit was Anna’s eerste credo: “Ik geloof in God de Vader, dat Hij mij liefheeft en mij schraagt, en ik geloof in Zijn Zoon Jezus Christus, Die mijn Verlosser is en die de ergste pijnen leed uit liefde voor mij en elke mens op aarde”. Daarnet konden we luisteren naar lofzang 190 – O mijn Vader. Deze verzen geven uiting aan Gods’ plan met de mens. Laten we nog even stilstaan met wat er gezongen werd: “O mijn Vader, die daarboven woont in heerlijkheid en licht, wanneer, ach! herwin ‘k uw bijzijn en zie ‘k weer Uw aangezicht? Woond’ in uwe heilige woning eenmaal niet mijn geest? Werd hij in zijn eerste, vroegste kindsheid niet gekoesterd aan Uw zij?” Dit vers maakt duidelijk dat we allemaal kinderen zijn van onze hemelse Vader en dat we bij Hem woonden vooraleer naar deze aarde te komen. Vers 2 gaat als volgt: “Met een wijs en heerlijk oogmerk zond Gij mij naar d’aarde heen en onthield mij de herinnering aan mijn toestand in ’t verleen. Maar toch: Gij bent hier een vreemdeling, lispelde een fluistering soms zo teer, en ik voelde dan mijn herkomst uit een meer verheven sfeer.” Dit vers geeft aan dat we hier op aarde geen toevallige stofdeeltjes zijn, maar dat God ons hier geplaatst heeft met een wijs oogmerk, met het doel dat wij geloof ontwikkelen en bewijzen dat wij Hem en Zijn kinderen lief hebben. Het derde vers luidt: “’k Had geleerd te zeggen ‘Vader’ door uw Geest, die werkt alom, maar voordat der kennis sleutel werd hersteld, wist ‘k niet waarom. Zijn daarboven enkel vaders? Nee, dat schokt de rede zwaar, want de rede en de eeuwige waarheid zeggen: ‘k heb een Moeder daar.” Wij geloven dat wij niet enkel gezegend zijn met een liefdevolle hemelse Vader, maar ook met een liefhebbende hemelse Moeder. Wanneer dit vers gezongen werd, dacht Anna zowel aan die hemelse Moeder, als aan haar eigen hemelse moeder naar wiens aanwezigheid zij zozeer hunkerde. En tenslotte lezen we in het vierde vers: “Mag ik, als mijn proeftijd om is, als mijn stof tot de aarde keert, Vader, Moeder, U ontmoeten in het rijk waar Gij regeert? Als ik dan geheel volbracht heb al het werk door U geboon, wil dan toestaan dat ik komen en voor eeuwig bij U woon.” Wij geloven dat dit leven niet eindigt bij de dood, maar dat de dood het beginpunt is van een nieuw leven, een leven in tegenwoordigheid van Diegene Die we gediend hebben.

Dit lied is de vertolking van Anna’s tweede credo: “Ik geloof dat ik letterlijk de dochter ben van mijn hemelse Vader en Moeder. Zij hebben mij in liefde verwekt en op aarde geplaatst. Ik heb geprobeerd om Hun geboden na te leven en goed te zijn voor mijn dochter, mijn kleinzoon en andere mensen om me heen. Ik ben klaar om naar Hen terug te keren en ik geloof dat Zij een plaats voor mij hebben bereid.” Als slotlofzang zullen wij zingen, lofzang 199 – Houd van elkander. Dit is een zeer eenvoudig lied, maar door zijn eenvoud enorm krachtig. Het gaat als volgt: “Zoals ‘k u liefheb, houd van elkander. Dit nieuwe gebod luidt: houd van elkander. Zo weten allen: gij zijt mijn discipelen, indien gij houdt van elkander.” Deze lofzang geeft de kern van het Evangelie weer, zoals dat ook te vinden is in Matteüs 25 verzen 31 tem 40. Daar maakt Jezus Christus heel duidelijk dat de mensen die in Zijn koninkrijk komen die mensen zijn die eten geven aan de hongerigen, drinken aan de dorstigen, die eenzamen en gevangenen bezoeken, die vreemdelingen huisvesten en naakten kleden. Hij concludeert Zijn parabel met de beroemde woorden: “Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.” Dit is credo drie van Anna: “Ik geloof dat Jezus al goeddoende rondging, dat Hij zieken genas, dat Hij mensen met verdriet en pijn vertroostte, dat Hij kinderen koesterde, dat Hij weduwen en oude van dagen bezocht, ... en dat Hij ons vroeg om Zijn voorbeeld na te volgen.” Beste mensen, ik hoop en bid dat Anna en haar drie credo’s in onze herinnering mogen blijven leven en dat wij blijven beseffen dat we allemaal kinderen zijn van dezelfde hemelse Vader, dat Hij ons liefheeft en op aarde geplaatst heeft met de hoop dat we mekaar zouden steunen en opbeuren in moeilijke tijden en dat we vreugde met mekaar zouden delen. Onze hemelse Vader hoopt dat eenieder van ons bij Hem zal terugkeren met een hart vol goedheid en mededogen voor onze medemens en dat Hij ons met tranen in de ogen mag omarmen bij onze terugkeer in Zijn hemels huis.

Anna heeft die stap nu reeds gezet. Wij geloven dat ze naar huis is gegaan zoals zo mooi verwoord wordt in het kleine gedichtje dat luidt:

Als je de voet op de andere oever zet
en het blijkt de hemel te zijn.
Als je dan door een hand wordt aangeraakt
en het blijkt Gods hand te zijn.
Als je dan muziek hoort
en het blijken engelen te zijn.
Dan ben je niet heengegaan,
maar naar huis gegaan.

Lieve Anna, ik geloof dat jij nu bent waar je vrij en gelukkig bent, en waar je de laatste tijd zo graag wou zijn. Het was fijn om jou te kennen en wens je daarboven een hemelse tijd toe. En ik bid dat wij allen huiswaarts mogen gaan met een warme herinnering aan een gelovige, lieve vrouw, moeder en grootmoeder en dat wij er steeds mogen zijn voor diegenen die nood hebben aan een bezoekje of liefdevol woord. In de naam van Jezus Christus. Amen.