MvG logo www.mvgcontact.org

Aletta Jacobs

Home


Authentiek getuigenis van een Nederlands pionierster
Het gebeurt niet zo vaak dat we informatie uit eerste hand lezen over het Mormonisme in Utah. Meestal gebruiken journalisten externe bronnen, al dan niet gekleurd door een stevig stuk vooroordeel, hetgeen een objectieve benadering niet altijd ten goede komt. Des te opmerkelijker is het onderstaand "getuigenis" van Aletta Jacobs die in 1904 (!) zelf naar Utah afreisde en verslag deed van haar ervaringen.

Aletta Henriëtta Jacobs (1854-1929) was een Nederlandse arts en vrijzinnig feministe uit Sappemeer in de provincie Groningen.
Jacobs maakte zich al vroeg sterk voor het recht op hoger onderwijs voor vrouwen. In1870 was ze de eerste Nederlandse vrouw die als toehoorster werd toegelaten aan een hbs. Een jaar later vroeg ze de liberale minister Thorbecke toestemming om aan de universiteit te studeren. (bron: Wikipedia)

MVG berichtte al eerder dat Aletta Jacobs tijdens een reis in de Verenigde Staten een heel bijzondere ontmoeting had met:
"Mrs. Emmeline Wells - weduwe van een der eerste Mormonen, die jaren lang Gouverneur van Utah is geweest."
(p. 228)
Dezelfde bron geeft ook aan dat Aletta Jacobs naar Utah reisde:

"Daarna vertrokken we naar Salt Lake City in Utah. Daar had ik een paar goede vriendinnen, die ik van onze komst op de hoogte had gebracht. Aldus kwamen we in nauwer contact met de Mormonen en hun leerstellingen, zoodat we meer te weten kwamen dan ons uit verhalen en krantenartikelen bekend was. Wij deden aldus de overtuiging op, dat het Mormonisme evenals ieder geloof zijn goede en zijn kwade zijde heeft en dat onder de volgelingen, precies als onder de belijders van andere godsdiensten, goede maar ook minder goede elementen voorkomen. Dikwijls ben ik later hier te lande in staat geweest verkeerde begrippen over de Mormonen te bestrijden en weg te nemen."

MVG vond onlangs het afzonderlijk reisverslag van de hand van Aletta Jacobs, waaruit de navolgende aanhaling:

Oct. 1904

"Het doel van de verdere reis was Utah en zijn hoofdstad Salt Lake City: het land der Mormonen! Welk Nederlander denkt hierbij niet onmiddellijk aan de veelwijverij? De pers in Europa heeft zooveel jaren lang van dit merkwaardig volk niets anders medegedeeld, dan overdreven en soms onware voorstellingen omtrent het huwelijksleven der Mormonen, dat men langzamerhand is gaan gelooven, dat dit zoo ongeveer het eenige was, dat van hen te zeggen viel. En dit is onjuist. Wie het voorrecht had in Europa kennis te maken met bewoners van Utah die ons werelddeel kwamen bezoeken, wist reeds dat de veelwijverij, als onderdeel van hun kerkleer, feitelijk buiten werking was gesteld en geheel zal hebben afgedaan, zoodra de generaties, waaronder die leer in practijk werd gebracht, 1844-1891, zullen zijn uitgestorven. In 1882 werd een wet in 't leven geroepen, waarbij veelwijverij werd strafbaar gesteld. Heel streng werd aan die wet de hand niet gehouden. De beweging, toen op touw gezet voor een scherpe toepassing, had eene proclamatie ten gevolge in 1891, die aan de instelling een einde maakte. De Mormonen zelf namen in hun 13 artikelen des geloofs op de verklaring (art 12) "Wij gelooven als onderdanen van Koningen, Presidenten, Regeerders en Overheidspersonen de wet te moeten gehoorzamen, eeren en steunen", en mijn vaste overtuiging is, dat zij zich daaraan thans houden. Wat evenwel nog steeds aanleiding geeft tot valsche geruchten in Europa omtrent de samenleving der Mormonen, dit zijn de oude verhoudingen die vóór de proclamatie van 1891 dateeren. Die verhoudingen konden niet ongedaan worden gemaakt. De 65-jarige president der kerk, Joseph F. Smith, vóór enkele jaren als getuige opgeroepen in een onderzoek naar de al of niet toepassing der leer door een tot lid van den Senaat gekozen Mormoon, verklaarde open en rond van zichzelf, meerdere vrouwen te hebben, maar tot geen prijs tekort te willen schieten in de verplichtingen, die hij bij de verschillende huwelijken tegenover haar op zich had genomen. En zoo zijn er meerderen in Utah. Maar zij sterven uit. De jongere geslachten houden zich aan artikel 12 hunner geloofsbelijdenis en voegen zich in dit opzicht geheel naar de eischen van het sociale leven. Er is echter juist dezer dagen een nieuwe beweging tegen de Mormonen op touw gezet, voortkomende uit politieke kringen. Zij heeft zich geuit in de oprichting in Utah eener nieuwe organisatie, zich noemende "Amerikaansche Partij". Deze stelt zich ten doel: "scheiding van kerk en staat." Toen ik pas van die leus hoorde, klonk zij mij vreemd in de ooren, daar toch geen land ter wereld zich met zijn staatswezen zoo onzijdig gehouden heeft tegenover een kerk, als Noord-Amerika. Het bleek mij dan ook bij navraag, dat de bedoeling dezer leuze was, geen candidaten voor regeerings-colleges of voor openbare ambten te stellen of te steunen, die deel uitmaken van den clerus van een kerkgenootschap. Die leuze hindert geen der andere kerkgenootschappen, daar het zelden of nooit voorkomt, dat een priester voor een openbaar ambt (gouverneur, rechter, burgemeester) of voor een wetgevend lichaam gecandideerd wordt. In de Mormonenkerk bestaat echter eene organisatie, die duizenden, dus ongeveer alle, bekwame en ijverige aanhangers der kerk, tot leden van den clerus maakt. Deze priesters vervullen niet, zooals in andere kerken, betaalde ambten. Allen hebben een maatschappelijken werkkring en vervullen het priesterschap als eere-ambt, waarvoor geen bezoldiging genoten wordt. De besten onder hen worden voor dat ambt gekozen. Is het wonder, dat deze zelfde personen mede het eerst in aanmerking komen, wanneer de Mormonen een keuze hebben te doen voor een staatkundige betrekking? Het gevaar, dat de gekozene bij de vervulling dier betrekking de belangen van zijn kerk niet uit het oog verliest, is natuurlijk aanwezig. Evengoed als het gevaar bestaat, dat een heftig bestrijder van het Mormonisme, indien hij tot een openbaar ambt geroepen wordt, de belangen der Mormonen zal veronachtzamen. Mij is echter bij onderzoek uit geen enkel feit gebleken, dat de hoofdmannen der Mormonen, gedurende de halve eeuw dat zij in dezen Staat geregeerd hebben, hun kerk op een of andere wijze ten koste van het algemeen belang hebben bevoordeeld. Daarentegen wordt door vriend en vijand erkend, dat zij dezen Staat tot grooten bloei hebben gebracht en zijn bevolking tot een der welvarendste van geheel de wereld. Het is inderdaad een lust te zien hoe hier, door ijver en vlijt, maar vooral door taaie volharding een woestenij, grooter in omvang dan ons geheele land, is herschapen in vruchtbare akkers, in weelderige boomgaarden, in groene weiden. Overal heerscht welvaart. Armoede kent men in den Staat Utah niet. De meerderheid der bevolking bestaat nog altijd uit aanhangers der Mormoonsche kerk. Maar de welvaart die er heerscht en de rijkdom aan mineralen die nog in den grond verborgen ligt, heeft stroomen van menschen uit andere Staten daarheen gelokt. Met het gevolg, dat de verhouding tusschen Mormonen en niet-Mormonen spoedig ten gunste der laatsten kan verkeeren. En dit vooruitzicht openbaart zich thans reeds in een georganiseerd verzet tegen deze aanhangers der "kerk van Jezus Christus der heiligen van de laatste dagen", zooals zij zich noemen. Wanneer men de leiders der nieuwe politieke partij vraagt, wat hen noopt om onder de leuze "scheiding van kerk en staat" tegen de Mormonen te velde te trekken, dan krijgt men uit de onbestemde antwoorden den indruk, dat het verzet veeleer voortkomt uit afkeer van het streng dogmatisch geloof der Mormonen en hun zelfverheerlijking als uitverkorenen Gods, dan uit eenig politiek beginsel. En dit is ook natuurlijk, omdat de politieke partij-verdeeling bij de Mormonen zich precies voordoet als bij het geheele Amerikaansche volk. De partij der Democraten telt onder hen zeer vele aanhangers, al heeft, naar mij verzekerd werd, de partij der Republikeinen er nog altijd de overhand. Of nu een democratisch Mormoon zal gaan stemmen op een democratisch candidaat, die niet tot zijn kerk behoort, liever dan op den republikeinschen candidaat, die wel tot zijn kerk behoort, wie zal dat zeggen? Ik vroeg het sommigen op den man af, doch kreeg zulk een onbepaald antwoord, dat ik voor mijzelf geen conclusie durf trekken. Doch wat zij ook mogen doen, zij zullen voor ons Nederlanders altijd blijven een sympathiek volk, omdat zij, trots alle vervolging, volhard hebben in hun geloof en daardoor de kracht konden ontwikkelen om honderdduizenden tot welvaart te brengen. Mocht het hun lot zijn, de leiding over het land, dat zij voor hun volk als de door God aangewezen woonplaats beschouwen, en dat zij door wijs beleid tot zoo hooge ontwikkeling hebben gebracht, te zien overgaan in handen van hun tegenstanders op kerkelijk gebied, dan is het stellig te hopen dat deze in verdraagzaamheid voor de Mormonen niet zullen onderdoen. Er bestaat waarschijnlijk geen sekte die deze deugd in hooger mate eigen is dan de Mormonen. Bovendien bezitten zij de maatschappelijke deugd van geen alcohol te gebruiken en niet te rooken. Neemt men dat alles in aanmerking dan zal het voorzeker zeer quaestieus zijn of de verandering van gouvernement wel verbetering zal brengen."

Klik hier voor de oorspronkelijke tekst van het gehele reisverslag.

Lees meer over Aletta Jacobs.


In dit verband is ook het volgende MVG artikel relevant:

Nieuwe Wereld
Vlamingen en Nederlanders waren (en zijn) maar heel weinig bekend met het Mormonisme in Utah. - R.P.J. Tutein Nolthenius (1900) was een uitzondering.